Home » Abortus » Bijbels beschouwd – Mijn ongevormde klomp

Bijbels beschouwd – Mijn ongevormde klomp

Ruim 73 miljoen ongeboren kinderen is afgelopen jaar het leven benomen door abortus. Dat stelt het databedrijf Worldometers vast, op basis van cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie.

The Christian Post schrijft dat abortus wereldwijd de grootste doodsoorzaak was in 2025. Daarmee is de veilige moederschoot voor miljoenen kinderen een onveilige plaats gebleken. Voorstanders van abortus houden de embryo niet voor een menselijk persoon. Wat zegt de Bijbel?

Botsende overtuigingen

Onze tijd kenmerkt zich door uiteenlopende visies op het leven. Het is een en al relativisme wat de klok slaat. De ethische keuzen over leven en dood worden bepaald door persoonlijke voorkeur. In de jaren ’70 van de vorige eeuw was de feministische leuze: baas in eigen buik. Deze strijd voor het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw wordt vandaag nog even fel gevoerd.

De presentatrice Eva Jinek interviewde op 14 oktober 2025 SGP-leider Chris Stoffer inzake zijn campagne tegen abortus. Door de partijdige opstelling van Jinek was het gesprek op voorhand al mislukt. De journaliste verdedigde met ongewone felheid het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Goed journalistiek doet onderzoek naar de feiten, maar laat het oordeel aan de luisteraar/lezer. Twee levensovertuigingen botsten met elkaar: De mens neemt het leven in eigen hand (autonomie), of het leven is in Gods hand (theonomie). Bij een inhoudelijk gesprek waren de beide levensovertuigingen beter uit de verf gekomen.

De heiligheid van het leven

De Bijbel heeft een hoge opvatting over het leven. Wij zijn niet toevallig ontstaan uit lagere levensvormen. Plat gezegd, we stammen niet van de apen af, maar komen uit de handen van de almachtige Schepper. ‘En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis’ (Gen. 1:26). De schepping naar Gods beeld is wat de mensen onderscheidt van alle andere levende schepselen. In ruimere zin is dat beeld van God gebleven. We zijn wel gevallen, zelfs verdorven, maar wij komen nog steeds uit Gods hand. ‘Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben’ (Ps. 139:14). Juist daarom neemt de Bijbel de doodslag ernstig. ‘Wie een mens doodt, zal ter dood gebracht worden’ (Ex. 21:12). Als een kat een vogel doodt, vinden we dat erg, maar zijn we niet ethisch verontwaardigd. Die verontwaardiging is er wel bij moord op een medemens, ook bij onkerkelijken, vanwege ingeschapen rechtsbesef. ‘Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is’ (Rom. 1:19).

Het begin van menselijk leven

De prangende vraag in elk abortusdebat luidt: Wanneer begint ons leven? Begint het menselijk leven bij de conceptie, of ergens halverwege de zwangerschap, na 24 weken, zoals onze wetgeving bepaalt? Of pas bij de geboorte? Bij een antwoord op deze vraag moeten we verder kijken dan de wetten van regeringen. Wetgeving is veranderlijk en volgt doorgaans de volksopinie.

De Bijbel beschouwt de conceptie als het begin van de menselijke persoonlijkheid. David spreekt over ‘mij’ als hij het heeft over een ‘ongevormde klomp’ en een ‘borduursel’ (Ps. 139). Diezelfde opvatting over het beginnende leven komen we tegen bij Jesaja. ‘De HEERE heeft mij (!) geroepen van den buik af’ (Jes. 49:1). Jeremia wist zich al voor zijn geboorte door God tot het profetenambt geroepen en geheiligd. ‘Eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb ik u geheiligd’ (Jer. 1:5). De morele geschiedenis van een mens begint volgens de Bijbel bij de ontvangenis, ook wat betreft onze zondige aard. ‘In zonde heeft mij mijn moeder ontvangen’ (Ps. 51:5). Als Davids morele geschiedenis begint bij de conceptie, is hij toen al als een verantwoordelijk persoon aangemerkt.

In het Nieuwe Testament horen we niet alleen van onze zondigheid, maar ook over Gods genade die openbaar komt al voor de geboorte. Maria, de moeder des Heeren, ging naar het huis van Zacharias en begroette Elisabet. ‘En het geschiedde als Elisabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik’ (Luk. 1:41). Johannes verblijdde zich in de Zaligmaker al voor zijn geboorte. Bijbels gezien is er dus sprake van een menselijke persoonlijkheid al vanaf onze ontvangenis. De Heidelbergse Catechismus leert dat Christus’ Borgwerk zich uitstrekt tot het ongeboren leven. ‘Dat Hij onze Middelaar is, en met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt (Heidelbergse Catechismus, Zondag 14, antwoord 36).

Vanwege de hoge opvatting over het beginnend menselijk leven, wordt het actief beëindigen van de ongeboren vrucht in Mozes’ wetgeving veroordeeld met de doodstraf. Wanneer een embryo sterft door twist met een zwangere moeder, verliest de ruziemaker het recht op leven. ‘Maar indien er een dodelijk verderf zal zijn (bij moeder of embryo, zo zult gij geven ziel voor ziel’ (Ex. 21:23). Dit oordeel rust ook op een land en volk. ‘Zou Ik heb om deze dingen niet bezoeken? spreekt de HEERE’ (Jer. 9:9).

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Saambinder. De volledige bronvermelding luidt: Clements, G., 2026, Mijn ongevormde klomp, De Saambinder 104 (5): 4-5.