De opnieuw opgestane Dolle Mina’s laten zich sinds 2025 weer nadrukkelijk zien op de Nederlandse straten. Met meer dan ooit kwamen zij bij de Mars voor het leven nadrukkelijk in beeld: luidruchtig en met confronterende leuzen. Hun acties van nu sluiten aan bij hun historische reputatie van “ludiek” en confronterend protest.

In januari 2026 verbrandden activisten in Amsterdam symbolisch een passage uit het Wetboek van Strafrecht om aandacht te vragen voor hun eis om abortus te verbannen uit het strafrecht. Tegelijkertijd profileren zij zich met een brede agenda: zo organiseren ze acties rond de loonkloof, nemen ze deel aan campagnes tegen geweld tegen vrouwen en zijn ze zichtbaar bij pro-Palestinaprotesten. Wie zijn zij? Wat drijft hen? Wat merken we ervan en wat betekent hun optreden rond het thema abortus?
Ontstaan
De naam Dolle Mina’s verwijst naar Wilhelmina Drucker, een prominente feministe uit de eerste feministische golf (ca. 1870-1920). In de tweede feministische golf (ca. 1960-1980) ontstond een sterke maatschappelijke roep om de legalisering van abortus. Deze leidde uiteindelijk tot de Wet afbreking zwangerschap, die op 18 december 1980 door de Tweede Kamer werd aangenomen.
De tweede feministische golf in Nederland werd ingeleid door het artikel Het onbehagen van de vrouw (1967) van Joke Smit, met de typerende openingszin: ‘Mannen hebben het heerlijk, vrouwen hebben het rot.’ Dit artikel vormde de aanleiding voor de oprichting van de actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij (MVM) in 1968.
Een jongere en radicalere generatie vond de aanpak van MVM niet ver genoeg gaan en richtte de actiegroep Dolle Mina op. Volgens Selma Leydesdorff koos men bewust voor een opvallende en aantrekkelijke uitstraling om media-aandacht te genereren en stereotypen over feministen te doorbreken. De Dolle Mina’s waren vooral actief in Amsterdam en voerden actie tegen wat zij “vrouwenslavernij” noemden. Hun bekendste bijdrage aan de abortusstrijd was de slogan “Baas in eigen buik”, waarmee zij het recht op zelfbeschikking benadrukten. Naast Dolle Mina ontstonden meerdere feministische groepen die zich verenigden rond de slogan “De vrouw beslist”. In 1975 werd de actiegroep Wij Vrouwen Eisen opgericht, die drie kernpunten formuleerde: abortus uit het Wetboek van Strafrecht, opname in het ziekenfondspakket en volledige beslissingsbevoegdheid voor de vrouw. De acties van deze feministische groepen droegen sterk bij aan de politisering en maatschappelijke acceptatie van abortus. Samen met politieke partijen zoals PvdA en D66 droegen zij zelfs bij aan de financiering van de eerste illegale abortusklinieken. Zo’n vijftig jaar later staat één eis nog open: abortus uit het Wetboek van Strafrecht…
Organisatie
De Dolle Mina’s vormen geen strakke, hiërarchische organisatie, maar een flexibel netwerk van activisten. De beweging bestaat uit lokale en landelijke groepen. De basis wordt gevormd door meer dan vijftig lokale groepen, verspreid over Nederland en België. Deze groepen organiseren acties rond actuele feministische thema’s. De lokale groepen hebben veel autonomie en geven hun eigen invulling aan het activisme.
Daarnaast zijn er actiegroepen die (online) campagnes ondersteunen en organiseren. Deze groepen werken vaak thematisch en helpen bij landelijke acties, bijvoorbeeld rond vermeende abortusrechten of gendergelijkheid. Een derde onderdeel is het “thuisfront”. Deelnemers die niet fysiek aanwezig zijn, dragen vanuit huis bij, bijvoorbeeld via onlinecampagnes of communicatie.
De organisatie is bewust laagdrempelig: nieuwe leden melden zich aan en worden toegevoegd aan een Signal-groep, waarin communicatie en coördinatie plaatsvinden. De Dolle Mina’s functioneren als een decentrale, informele, flexibele beweging zonder strakke hiërarchie. Er is afstemming, maar veel initiatief ligt bij de lokale groepen zelf. Tegelijkertijd vormen zij samen één netwerk dat landelijke acties kan opzetten.
Missie nu
Wat willen de Dolle Mina’s nu, in het bijzonder rond abortus? In maart 2026 verscheen het Minafest (!) Vrouwen willen vóóruit, niet terug! waarvan twee hoofdstukken in het bijzonder aandacht schenken aan abortus. De rode draad? Abortus is zorg! Framing van “de tegenpartij” (de prolifebeweging dus) door de Dolle Mina’s is simplistisch en karikaturaal. De prolifebeweging, zo klagen de Dolle Mina’s, zou vrouwen die een abortus laten uitvoeren als immoreel en misdadig neerzetten. En daar verzetten de Dolle Mina’s zich tegen. Het minafest bevat aantoonbaar een aantal feitelijke onjuistheden. Naast het feit dat het een eenzijdig beeld geeft, is het op punten ronduit misleidend. Bijvoorbeeld dat wakers bij klinieken met megafoons zouden staan te schreeuwen dat vrouwen naar de hel zouden gaan. Dat is onjuiste en onrechtvaardige stemmingmakerij! Ook irriteren de Dolle Mina’s zich eraan dat de prolifebeweging doet alsof het bij alle abortussen om ver ontwikkelde foetussen gaat en dat dat een onjuist beeld geeft. Daar hebben ze wel een punt, wat een indicatie geeft dat je terughoudend moet zijn met beeldmateriaal.
Tegelijk moeten we ook vaststellen dat een abortus binnen het tweede trimester niet minder ernstig is dan tijdens de eerste twaalf weken. Door cijfers te nuanceren, ook al is dat feitelijk wel juist, nuanceer je natuurlijk de ernst van de abortuspraktijk niet.
Bijzonder is de afsluiting van het hoofdstuk dat is geschreven door Emma Custers. Bijzonder, omdat ze de verhouding tussen de beschermwaardigheid van het kind en het autonome denken niet op orde lijkt te krijgen. Ze schrijft, na een
abortus te hebben ondergaan, over het benoemen van foetus als kindje. ‘Maak ik de foetus daarmee niet te emotioneel, geef ik dan geen munitie aan antiabortusactivisten? Nee. Inmiddels schrijf ik ook hier “kindje”: omdat ík betekenis geef aan mijn zwangerschap en niemand anders. Omdat wij allemaal datzelfde recht hebben, dat uitgaat van onze keuze, en van de toekomst die wij voor ons zien na een bevruchting.’ Allemaal…?
Het andere hoofdstuk over abortus, dat met nadruk gaat over zelfbeschikking, geeft de indruk van een holle frase. Laura Iqbal, actief voor Partij voor de Dieren (!), komt niet verder dan een historische terugblik op de Dolle Mina’s, het noemen van wat bedreigende ontwikkelingen uit de (internationale) politiek en het herhalen van wat stoffige leuzen. Met deze twee hoofdstukken lijken de Dolle Mina’s zichzelf te ontmaskeren, voor wat betreft het abortusvraagstuk. Ze hebben wel een verhaal, maar nauwelijks argumenten. De beweging lijkt een intellectuele ruggengraat te ontberen. Ze zijn vooral tegen, en waar ze voor zijn – autonomie – is in principe prima, maar wordt uitvergroot tot onmenselijke proporties. Ligt daarom de nadruk op zichtbaarheid en actie? Om hun beperkte intellectuele doordenking te verbloemen?
Confrontaties in de praktijk
Schreeuw om leven krijgt regelmatig te maken met acties vanuit de Dolle Mina’s. Opvallend is dat zij niet uit lijken te zijn op het beïnvloeden van ons denken, maar vooral op het verstoren van ons werk. Zo schrijven zij zich bijvoorbeeld massaal in voor het busvervoer naar de Mars voor het leven, in de hoop dat er lege stoelen naar Den Haag zullen gaan en minder deelnemers. Kaarten met de boodschap over hulpverlening worden zoveel als mogelijk verdonkeremaand. Ook bleken zij achter klachten bij de RCC voor deze hulpverleningscampagne te zitten. Bij een informatiebijeenkomst over waken op 14 juli in Gouda stonden ze de bezoekers welbewust te intimideren. “Spiegelen”, noemen ze het dan, voor het gemak negerend dat wij noch schreeuwen, noch intimideren, maar op een normale toon het gesprek proberen te voeren. Terwijl wij dat doen bij klinieken, krijten zij leuzen en geslachtsdelen op stoepen bij abortusklinieken. Dit werkt provocerend en intimiderend, vooral voor bezoekers van abortusklinieken. Ten slotte: tamelijk zichtbaar en hoorbaar stonden zij te schreeuwen bij de Mars voor het leven en toonden ze doeken met leuzen waarvoor ik me plaatsvervangend heb geschaamd. Een ding begint in het bijzonder op te vallen: er vinden geen gesprekken plaats. Keer op keer nodigen we hen uit, ook via mailadressen en telefoonnummers die we krijgen, maar er volgt geen reactie. Bij het waken heeft een van de activisten het zelfs toegegeven: ‘We mogen niet met jullie praten …’ Daarmee blijft de ogenschijnlijk oorloze beweging steken in het herhalen van succesvolle slogans.
En nu?
De hernieuwde zichtbaarheid van de Dolle Mina’s maakt duidelijk dat zij functioneren als een uitgesproken en regelmatig polariserende stem in het abortusdebat. Hun acties zijn beeldbepalend en trekken aandacht, maar juist daarom is het van belang dat zij niet leidend worden in de focus van de prolifebeweging. Wie zich laat meeslepen in hun confronterende en intimiderende stijl, vergroot de publieke polarisatie en raakt gemakkelijk verwijderd van het eigen stand- en uitgangspunt. De uitdaging en oplossing liggen in een andere weg: niet die van het spektakel en aanstootgevende beelden, maar van persoonlijke ontmoeting. Zowel met de Dolle Mina’s als met miljoenen Nederlanders die helemaal geen Dolle Mina zijn. Die zijn er ook… Het zoeken en voeren van het gesprek betekent geen devaluatie van de eigen inhoudelijke standpunten, maar getuigt juist van vertrouwen in de waarachtigheid ervan. Door in te zetten op persoonlijke gesprekken, zorgvuldige dialoog en concrete hulpverlening wordt een geloofwaardige, alternatieve prolifepositie zichtbaar.
Uiteindelijk ligt de toets niet in volume, maar in de kracht van een waarachtig, onderbouwd en consistent verhaal.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Alderliesten, Arthur, 2025, Dolle Mina’s: veel leuzen, weinig inhoud. Wie zijn ze? Wat willen ze?, Leef 42 (2): 14-17 (artikel).