Home » 2021 » november (Pagina 2)

Maandelijks archief: november 2021

Hoe kan een God die liefde is mensen naar de hel sturen? – Dr. Gert van den Brink gaat op deze aangrijpende vraag in

Hoe kan een God die liefde is mensen naar de hel sturen? Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Gert van den Brink gaat kort in op deze aangrijpende vraag. Met dank aan Geloofstoerusting voor deze opname.

Amerikaanse creationisten van CBS denken na over de begrippen ‘soort’ en ‘soortvorming’ – Baraminologische studie naar de hoendervogels gepubliceerd

Internationaal wordt er hard gewerkt aan de opbouw van een creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Zo hard dat het voor een organisatie als Fundamentum met een werktijdfactor van slechts 0,2 fte nauwelijks bij te houden is. Terwijl Biblical Creation Trust deze week met een nieuwe editie van e-Origins kwam1, werd afgelopen donderdag ook een nieuw issue gepresenteerd van het digitale tijdschrift Journal of Creation Theology and Science Series B: Life Sciences. Dit online tijdschrift wordt uitgegeven door de Creation Biology Society en gaat over het begrip ‘soort’. Een begrip dat onder biologen nog altijd onderhevig is aan discussie.

Inhoud

In het digitale tijdschrift worden een aantal opinies gepresenteerd die handelen over creationistische concepten en basisideeën rond de vraag wat een soort is. Daarnaast bevat dit ‘special issue‘ een paper over baraminologie. Het voert, qua tijd, te ver om alle artikelen volledig te beschrijven. Daarom hier slechts een korte weergave van de inhoudsopgave én een zeer beknopte omschrijving. In iedere voetnoot wordt verwezen naar het oorspronkelijke artikel.

Moleculair bioloog dr. Todd C. Wood schreef voor dit volume een inleiding.2 Hij vraagt zich onder andere af of creationisten ook essentialisten zijn.3 Na deze inleiding volgen enkele opinie-artikelen en een wetenschappelijk artikel over de hoendervogels.

Botanist wijlen dr. Roger Sanders introduceert in zijn artikel het begrip Minimal Discontinuity Species Concept. Volgens hem zijn soorten populaties van organismen binnen een baramin die van elkaar gescheiden worden door minimale discontinuïteit. Een soort is de minst omvattende verzameling populaties van zichzelf replicerende organismen. Ze worden vaak slechts van andere soorten onderscheiden door één of enkele kenmerken.4 In een volgende artikel presenteert de geoloog dr. Kurt Wise het begrip ‘Revelatory Species’. Hij ziet dat soorten geschapen werden als basiskarakters of penseelstreken op diverse afbeeldingen. De mens heeft van de Schepper het vermogen gekregen om deze entiteiten te karakteriseren met een zo eenvoudig mogelijke benadering. Volgens dit ‘Revelatory’ taxonconcept werden organismen geschapen in groepen van herkenbare, stabiele, maar toch van elkaar verschillende morfologieën (d.w.z. verschillende taxa). Zo kan de mens deze organisme classificeren in geneste hiërarchieën5 die als het ware het hiërarchisch ontwerp van de Schepper weerspiegelen.6 Bioloog dr. Gordon Wilson gaat in zijn artikel in op het begrip ‘Genomic Equivalence7 en bespreekt dit begrip in het licht van baraminologie.8 Het volgende artikel is opnieuw van de geoloog dr. Kurt Wise en gaat over ontogenese of ontwikkelingsfysiologie.9 Ontogenese is de ontwikkeling van een levend wezen vanaf het moment van bevruchting tot de volwassenheid.10

Taxonoom dr. Timothy Brophy deed samen met zijn voormalige studente Michelle Mullis baraminologisch onderzoek naar de hoendervogels. Zijn conclusie is dat de hoendervogels bestaan uit twee zogenoemde holobaramins.11 Hij presenteerde een deel van dit werk eerder dit jaar op een gezamenlijk congres van de Creation Biology Society, de Creation Geology Society en de Creation Theology Society.12

Ten slotte

Het is prachtig dat er door creationisten op hoog niveau wordt nagedacht over soortbegrip en soortvorming. Ik moedig Nederlandstalige biologen aan om het geheel in detail door te nemen en mee te denken over het basisbegrip ‘soort’ en de invulling daarvan binnen creationistisch-wetenschappelijke concepten. Daarnaast is het mooi om de studie van dr. Timothy Brophy naar de hoendervogels, waar hij samen met Michelle Mullis al jaren mee bezig is, nu gepubliceerd te zien. Felicitaties aan het adres van de auteurs!

Voetnoten

Historicus en ondertekenaar ‘Open Brief’ overleden aan de gevolgen van corona – In Memoriam: dr. René van den Berg (1950-2021)

Historicus dr. René van den Berg (1950-2021) is vanmorgen overleden aan de gevolgen van het Coronavirus. Hij schreef diverse kerkhistorische boeken, waaronder één over de bekende voorloper van de Reformatie: Johannes Hus (±1369-1415). Hij ondertekende de ‘Open Brief’ waarmee Logos Instituut werd aangekondigd en waarin opgeroepen werd om pal te staan achter de historische betrouwbaarheid van de Bijbel en afstand te nemen van evolutionaire leringen.

Een luchtfoto van Zwijndrecht, de plaats waar dr. C.R. van den Berg actief was als voorzitter van de SGP-kiesvereniging en als diaken van de plaatselijke Gereformeerde Gemeente. Foto: Wikipedia.

Erudiet persoon

Dr. René van den Berg was voor zijn pensioengerechtigde leeftijd docent Nederlands en Godsdienst aan het Driestar College te Gouda. Hij promoveerde op 11 september 2003 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op een proefschrift met als titel: Ds. Johannes Barueth 1709-1782: Een strijdbaar verdediger van de gereformeerde kerk en staat. Het proefschrift verscheen later dat jaar als handelseditie bij uitgeverij Den Hertog. Volgens een artikel in het Reformatorisch Dagblad was dr. C.R. van den Berg ook actief als docent kerkgeschiedenis voor de Cursus Godsdienstonderwijs van de Gereformeerde Gemeente (CGO) en gaf hij taalles aan de Theologische School van hetzelfde kerkgenootschap. Daarnaast was hij diaken in de Gereformeerde Gemeente te Zwijndrecht en ook nog voorzitter van de plaatselijke SGP-kiesvereniging.1 Een erudiet persoon is heengegaan! Gelukkig blijft zijn werk toegankelijk voor iedereen die het zou willen lezen.

Open Brief

Op 10 oktober 2015 publiceerde het toen in oprichting zijnde Logos Instituut een ‘Open Brief’ in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad.2 In de brief werd opgeroepen om pal te staan voor de historische betrouwbaarheid van de Schrift en afstand te nemen van de evolutietheorie, in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming. Toen ik Van den Berg een paar dagen voor plaatsing benaderde met het verzoek tot ondertekening schreef de historicus dat hij graag akkoord ging met het plaatsen van zijn naam.3 Van den Berg was ook aanwezig tijdens de achterbanmeeting van 7 november 2015 op de toen nog operationeel zijnde Ark van Noach waar de plannen van het toen kersverse Logos Instituut werden gepresenteerd. Van den Berg is na drs. Koos van Delden4 en dr. Herman Bos5 de derde ondertekenaar van de ‘Open Brief’ die is overleden. We condoleren de familie en wensen hen veel sterkte in de droeve gang die zij komende week moeten maken.

Voetnoten

Prof. dr. P.J. Slootweg promoveert op dierlijk lijden en Gods schepping – Verslag van de promotieceremonie met enkele annotaties

Afgelopen week, op 17 november 2021, promoveerde de patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg op een proefschrift over dierlijk lijden en Gods goede schepping. Het proefschrift heeft als titel: ‘Teeth and Talons Whetted for Slaughter’: Divine Attributes and Suffering Animals in Historical Perspective (1600–1961).1In het voorjaar van 2022 zal er bij uitgeverij Brevier ook een handelseditie verschijnen van het proefschrift.2 Dit artikel geeft een verslag weer van de promotieceremonie. Het verslag bevat ook enkele annotaties in de vorm van voetnoten.3 Wanneer de handelseditie uitkomt zullen we er, als de Heere het leven geeft, op de website van Fundamentum nog uitgebreid aandacht aan besteden.

Een karkas van een antilopesoort. Hoe werd door de eeuwen heen over dit dierlijk lijden gedacht in relatie tot Gods goede schepping? Bron: Pixabay.

De promotieceremonie vond plaats in de aula van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De rector van de faculteit ‘Religie en Theologie’ aan de Vrije Universiteit opende de ceremonie met het votum: ‘Our help is in the name of the LORD, who made heaven and earth.4 Live aanwezig waren naast de kandidaat, de paranimfen en de rector ook wetenschapshistoricus dr. Ab Flipse en de theoloog prof. dr. Wim van Vlastuin. De overige promotoren en leden van de promotiecommissie haakten digitaal via Zoom aan. Het kan een internationale promotieceremonie genoemd worden, omdat de deelnemers aan de verdediging zich op dat moment bevonden van de Verenigde Staten tot aan Nieuw-Zeeland.

Inleiding

Prof. dr. P.J. Slootweg in de aula van de Vrije Universiteit bij de verdediging van zijn tweede proefschrift. Screenshot gemaakt door Jan van Meerten op d.d. 17-11-2021.

Na het votum krijgt de kandidaat, P.J. Slootweg, de gelegenheid om in een kort bestek zijn promotieonderzoek samen te vatten. Hij begint zijn korte inleiding met de aanleiding tot dit proefschrift. De kandidaat deed de volgende observatie. Voorheen dacht men dat de Schepper verheerlijkt wordt door zijn schepping. Nu denkt men dat de doelloosheid, zielloosheid en wreedheid van de natuur het bestaan van een God die voor al wat leeft zorgt onaannemelijk maakt. Slootweg zocht uit of en waarom wij er anders over zijn gaan denken. Volgens Slootweg is er meestal één persoon die daarvoor verantwoordelijk wordt gesteld: Charles Darwin. Met andere woorden: Toen kwam Darwin en toen ging alles mis. Maar is dat zo?5 Nee, want zo stelt Slootweg terecht: ook al ‘vóór Darwin kon iedereen zien dat de dieren elkaar niet zachtzinnig bejegenen’. Om dat laatste kracht bij te zetten verwees hij naar een schilderij van een gevecht tussen een leeuw en een tijger, geschilderd door Johann Wenzel (1745-1829).6 Slootweg besloot dit verder uit te gaan zoeken en hij formuleerde de volgende onderzoeksvraag: ‘In hoeverre is het afwijzen van de opvatting dat de Schepper te prijzen is vanwege zijn zorg voor dieren verbonden aan de opkomst van Darwins evolutietheorie?‘ Is het echt zo dat wij anders over de natuur zijn gaan denken door deze evolutietheorie? De patholoog en theoloog heeft zich daarom bezig gehouden met teksten van Engelstalige auteurs. Hij deed dus onderzoek naar wat auteurs door de eeuwen heen hebben geschreven over het verband tussen de goedheid van God en het lijden in de dierenwereld. Dit onderzoek bestreek de periode vanaf de vroege kerk tot de moderne tijd. Het zwaartepunt van het onderzoek lag wel bij de laatste vier eeuwen. In het laatste hoofdstuk van zijn proefschrift maakt de geleerde een vergelijking tussen de opvattingen uit het verleden over dit onderwerp met die uit het heden. Er wordt een grote sprong genomen in de inleiding en de kandidaat gaat gelijk naar het heden. Wat zijn de huidige argumenten om de wreedheid in de natuur te kunnen rijmen met een positief beeld van God zoals die ons wordt overgeleverd in de Schrift? Slootweg somt een heel rijtje op, die ik hieronder weergeef:

  1. Dieren lijden niet. Een ontkenning van het dierlijk lijden. Hun gedrag lijkt wel op dat van mensen, maar we kunnen ‘niet tussen de oren van het dier kijken’. Dus dat dieren lijden is onze eigen menselijke interpretatie. Dit komt voort uit het denken van Descartes dat dieren ‘automaten’ zijn. 
  2. Dieren lijden wel, maar dat is aan God. Het past ons niet om God daarop aan te spreken. Een pleidooi voor de soevereiniteit van God.
  3. Dieren lijden als straf voor hun eigen zonden. Dieren hebben volgens sommige theologen ook enige mate van moreel besef. 
  4. Het is de schuld van Adam. Adam heeft door de zondeval de hele natuur ontwricht. ‘Alles wat goed en mooi is, is in onvrede geraakt en dierenleed (…) is allemaal de schuld van Adam en is ook de schuld van ons.’ Dit is min of meer de klassieke opvatting die we tegenkomen, maar die in de loop van de tijd ook vaak onder kritiek is gesteld.
  5. Boze geesten zijn verantwoordelijk. De duivel is vóór de mens gevallen en heeft de schepping ontwricht. ‘Dat is dus een kwade spirituele tegenmacht’. 
  6. Pijn is een noodzakelijk kwaad. Als je geen pijn kunt voelen dan sta je bloot aan allerlei gevaar. 
  7. Het lijden van dieren dient een hoger doel. Een geschapen leeuw, met al zijn glorie als de koning van de dieren, toont Gods macht en glorie en dient daarmee een hoger doel. Maar ook een hoger doel ecologisch gezien. 
  8. Aan dieren wordt recht gedaan op de vernieuwde aarde

Vroeger was het volgens Slootweg eigenlijk vrijwel hetzelfde. Behalve punt drie dat dieren lijden als straf voor hun eigen zonden. Theologen die dit punt naar voren brengen ontlenen hun opvatting ‘aan de door Darwin aangenomen evolutionaire – en dus mogelijk ook morele – continuïteit tussen mens en dier’. Slootweg kan deze opvatting ook wel voorstellen. Hij had pas gelezen in de krant dat chimpansees een gorillababy doodden, niet om deze mensaap op te eten, maar voor de fun.7 Slootweg vindt daarom de gedachte dat dieren elkaar bewust kwaad doen helemaal nog niet zo ver gezocht. Volgens de kandidaat is de kern van zijn betoog dat er is helemaal niet zoveel veranderd sinds Darwin en de opkomst van de evolutietheorie.

Slootweg sluit zijn inleiding af met vier conclusies:

  1. De evolutietheorie van Charles Darwin vormde historisch gezien geen keerpunt in het debat over het lijden van dieren. Nauwelijks verschil tussen de periode vóór en ná Darwin.
  2. Er is één duidelijk uitzondering: namelijk dat dieren kunnen lijden vanwege hun eigen zonden. Volgens Slootweg is dit een minderheidsopvatting. Maar wel een opvatting die terug te voeren is op het idee van Darwin dat er een morele continuïteit is tussen mens en dier.
  3. Het probleem van het lijden van dieren werd niet pas als probleem ervaren ná Darwin. Al veel eerder werd hierover nagedacht.
  4. Het probleem van een goede Schepper die toelaat dat dieren lijden wordt ‘niet opgelost door Darwins evolutietheorie te ontkennen, maar wordt evenmin verergerd wanneer we deze theorie accepteren’.

Na deze inleiding wordt het woord teruggegeven aan de rector.

Wordt de komende tijd vervolgd.

Voetnoten

‘Sporen van Comries rechtvaardigingsleer’ – Op zoek naar onze vroegste geschiedenis en debat ‘geloof en wetenschap’ in proefschrift dr. D. Baarssen

Vrijdag 10 september 2021 was het een heugelijke dag voor dr. Dirk Baarssen.1 De theoloog promoveerde deze vrijdag op de rechtvaardigingsleer van dr. Alexander Comrie (1706-1774).2 Hoe zag Comrie de rechtvaardiging? “Comrie zag de rechtvaardiging als juridisch begrip waarin de zondaar uit genade rechtvaardig verklaard wordt. Het gevolg van deze verklaring is dat de zondaar vrijgesproken is van schuld en straf. De zonden zijn hem vergeven (blz. 17).”3 De kersverse doctor in de theologie heeft naar de receptie van deze rechtvaardigingsleer binnen de Gereformeerde Gezindte onderzoek gedaan. We bestuderen het proefschrift op het voor deze website relevante thema ‘geloof en wetenschap’ en onze vroegste geschiedenis. De rechtvaardigingsleer laten we dus, hoewel erg belangrijk binnen de theologie, zo veel mogelijk buiten beschouwing.

Dr. Alexander Comrie (1706-1774)

Dr. Alexander Comrie werd op 16 december 1706 geboren in Schotland. Ongeveer twintig jaar later verhuisde de geleerde, om een voor ons onbekende reden, naar Nederland. Daar studeerde hij theologie in Groningen en promoveerde in 1734 te Leiden op een dissertatie over ‘het fundament van de moraal en de natuur van de deugd‘. De titel van zijn proefschrift was: ‘Dissertatio philosophica inauguralis de moralitatis fundamento, et natura virtutis‘.4 Baarssen: “Hij nam in zijn proefschrift stelling tegen René Descartes (1596-1650), die wilde breken met de traditie van Aristoteles“. Na zijn promoveren werd hij in 1735 tot predikant bevestigd in zijn enige gemeente, Woubrugge. Comrie overleed op 10 december 1774 te Gouda. Zijn theologie heeft veel mensen na hem geïnspireerd, zoals de kerkelijke voormannen dr. Abraham Kuyper (1837-1920) en ds. Gerrit Hendrik Kersten (1882-1948), zodat Comrie nog spreekt nadat hij gestorven is.

Wordt de komende tijd op deze pagina vervolgd.

Voetnoten

Derde volume van online tijdschrift e-Origins verschijnt met een bemoediging voor studenten, snelle olievorming en gevederde dinosauriërs

Wereldwijd zijn er ontzettend veel creationistische organisaties die actief bouwen aan een creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Een van die organisaties is Biblical Creation Trust. Deze week kwam het derde volume uit van hun online tijdschrift e-Origins. Volume 3 bevat een editorial, een drietal populair-wetenschappelijke artikelen en een boekbespreking.1

Bemoediging voor studenten

Het eerste artikel is van student aardwetenschappen Sophie Southerden. Zij moedigt, net als ik dat recent deed, (aankomende) studenten aan om een studie te kiezen die raakvlakken heeft met het debat over ‘geloof en wetenschap’.2 Southerden noemt dit ‘studying historical sciences’. Door in deze vakgebieden te studeren leren we meer over Gods schepping en kunnen studenten met hun onderzoeksresultaten een bijdrage leveren aan de opbouw van het creationistische wereldbeeld.3

Snelle olievorming

Het tweede artikel is van de petroloog Richard Bruce (BSc.). Hij bestudeert de vorming van aardolie in het verleden. Volgens hem zijn er geen miljoenen jaren nodig om olie te vormen. De sleutel voor olievorming is niet de factor ‘tijd’, maar de factor ‘temperatuur’. Als de temperatuur stijgt zorgt dat voor een exponentiële stijging in de ontwikkeling van koolwaterstoffen. Realistische condities in de natuur en in het laboratorium laten zien dat olie snel kan vormen. Dit artikel is een welkome aanvulling in het debat.4

Gevederde dino’s?

In het derde artikel onderzoekt zoöloog dr. Marc Surtees het bewijsmateriaal voor gevederde dinosauriërs. Hij komt tot de conclusie dat sommige theropoden inderdaad veren hadden en doet enkele suggesties voor de classificatie van deze beesten. Volgens hem was er meer biologische diversiteit in het verleden, veel meer dan tegenwoordig.5

Ten slotte

De boekbespreking is van de natuurkundige dr. William Worraker. Hij bespreekt het boek ‘The Human Cosmos: A Secret History of the Stars’ van Jo Marchant.6 De editorial is geschreven door de geoloog Paul Garner (MSc.). Garner is ook de general editor van e-Origins.7Hoewel het online tijdschrift niet veel artikelen bevat is het goed om te zien dat ook deze Angelsaksische organisatie, Biblical Creation Trust, haar steentje bijdraagt aan de opbouw van het scheppingsparadigma.

Voetnoten

Genesis deel 8: Adam en Christus – Bioloog Kees Fieggen houdt een bijbelstudie over het eerste Bijbelboek

Genesis, hoe alles begon. Bioloog ir. Kees Fieggen houdt een bijbelstudie over Genesis. Vandaag het achtste deel: Adam en Christus. De video duurt ruim 16 minuten. Volgende week vrijdag het negende deel. Veel zegen bij het kijken!

600 jaar Sint Elisabethsvloed – Bekijk de reportage

Vandaag is het precies 600 jaar geleden dat er een grote legendarische overstroming plaatsvond in Nederland: de Sint Elisabethsvloed. Duizenden mensen verdronken, dorpen verdwenen voorgoed in de golven en de Biesbosch ontstond.1 Dat gebeurde in de nacht van 18 op 19 november 1421. In 2011 plaatste RTV Dordrecht een reportage van de verhalen rond de ramp op haar YouTube-kanaal. Hieronder is deze video weergegeven. Dit jaar zijn er verschillende activiteiten rond deze overstroming en is er zelfs de website 600jaarelisabethsvloed.nl gelanceerd.2

Voetnoten

Patholoog prof. dr. Piet Slootweg promoveert vandaag als theoloog op de relatie tussen de goede schepping en het lijden van dieren

Doet de evolutietheorie afbreuk aan God als goede Schepper? Veel gelovigen die denken vanuit het klassieke scheppingsgeloof zullen dit beamen. Zij zien het dierlijk lijden, dat inherent is aan de evolutietheorie, als gevolg van de zondeval en niet afkomstig uit Gods goede schepping.1 Wanneer de evolutietheorie, in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming, wordt voorgestaan dan is er al dierlijk lijden ver vóór de zondeval, als deze al heeft plaatsgevonden. Voor theïstische evolutionisten is dit een moeilijk oplosbaar vraagstuk. Patholoog en theïstisch evolutionist prof. dr. P.J. Slootweg promoveert vandaag aan de Vrije Universiteit op een historische duiding van dit vraagstuk.

Proefschrift

De geleerde onderzocht hoe men in het verleden dacht over de relatie tussen God en het dierlijk lijden. Kan dat wel samen? Volgens Slootweg waren er al ver voor Darwin debatten over dierlijk lijden. Men was ervan bewust dat er spanning bestaat tussen een liefdevolle God en het dierlijk lijden en probeerden deze spanning hiertussen op te heffen.2 Zijn dissertatie, die helaas nog niet volledig te lezen is via de website van de Vrije Universiteit, bevat een weergave van het onderzoek van de patholoog en theoloog. De titel luidt: ‘Teeth and Talons Whetted for Slaughter’: Divine Attributes and Suffering Animals in Historical Perspective (1600-1961).3 Binnenkort verschijnt bij Brevier een handelseditie van het proefschrift.4 Om 11.45 uur hoopt Slootweg in de aula van de Vrije Universiteit zijn proefschrift te verdedigen.5

Discussie

Over dit proefschrift zal, naar alle verwachting, nog wel gediscussieerd worden. Het is de volgende strategische zet van theïstisch evolutionisten om een promovendus te laten promoveren op dit thema.6 De (co-)promotors zijn bekende theïstisch evolutionisten: dr. Gijsbert van den Brink, dr. Ab Flipse en dr. Bethany Sollereder (bekend van BioLogos). De promotiecommissie heeft ook bekende theïstische evolutionisten op de lijst: dr. Christopher Southgate, dr. Nicola Hoggard Creegan en dr. Marcel Sarot. Alle hiervoor genoemde namen zijn bekende auteurs van theïstisch evolutionistische boeken en (wetenschappelijke) artikelen. Op te merken is dat een verdediger van het klassieke scheppingsgeloof, dr. Wim van Vlastuin, ook in de promotiecommissie zit. Ben erg benieuwd naar zijn bevindingen. Het zou goed zijn om, samen met een aantal academici die ook het klassieke scheppingsgeloof voorstaan, dit proefschrift te lezen, annotaties te maken, te bediscussiëren en te bekritiseren. Niet om de patholoog en theoloog dr. Piet Slootweg een hak te zetten, want dat is een vriendelijke en erudiete man, maar om het theïstisch evolutionisme te bespreken, te weerspreken en te weerleggen. Een leeskring opzetten met gelovigen die een klassiek scheppingsgeloof voorstaan en de bevindingen delen via deze website zou één van de mogelijkheden kunnen zijn.

Voetnoten

Kerkvaders kozen partij voor de dieren

Zijn dood en verderf in de dierenwereld Gods scheppingsmethode geweest of zijn ze zijn een rechtstreeks gevolg van de zondeval van de mens? Het theïstische evolutionisme van tegenwoordig gaat uit van het eerste, vooraanstaande theologen in de Vroege Kerk geloofden het laatste: ook het dierenrijk zal in de nieuwe hemel en aarde in zijn oorspronkelijke staat van vrede worden hersteld. De kerk van tegenwoordig is hierover opvallend stil.

De scheppingsleer was in de Vroege Kerk bepalend voor de manier waarop de eerste christenen tegen hun wereld aankeken, hoe ze God zagen en wat ze van Hem verwachtten voor de toekomst. Dood, kanker en verdrukking door machtigen en rijken waren volgens hen negatieve zaken, rechtstreekse gevolgen van de zondeval. De vroegste kerkvaders zouden daarom nooit geloofd hebben in de Jezus van het theïstisch evolutionisme, die schiep door miljoenen jaren van vreselijke ellende. Met Darwin zouden zij mogelijk grif de realiteit van natuurlijke selectie in haar huidige vorm om ons heen erkend hebben. Ze zouden deze zaken echter als vloek hebben bestempeld. Dat doet trouwens elk mens. Niemand is blij met ziekte, dood of keiharde competitie met concurrenten. Misschien heeft dat te maken met een natuurlijk aanvoelingsvermogen van de mens die toch naar Gods beeld geschapen is, in de zin van de Romeinenbrief.

Als theologen zich in duizend bochten moeten wringen om zichzelf en anderen ervan te overtuigen dat het proces van evolutie –een fabriek van de dood die tot op heden ‘vrolijk’ door blijft draaien– toch gekarakteriseerd kan worden als een zeer goede schepping, dan getuigt dat meer van zelfhypnose dan van realiteitszin. Ook Darwin geloofde terecht niet dat de huidige schepping goed is. De vroegste kerkvaders konden daarmee ook niet uit de voeten. Met Darwin en vele anderen vandaag de dag, geven ze hun portie liever ‘aan Fikkie’ dan dat ze hun korte leven op aarde zouden wijden aan een onmachtige, wreedaardige god die een slechte schepping ”goed” noemt.

De kerkvaders Irenaeus van Lyon (ca. 180) en Theophilus van Antiochië (ca. 168) geloven dat het begin van de wereld alles te maken heeft met de christelijke toekomstverwachting. Ze zijn ervan overtuigd dat de paradijselijke staat van de dierenwereld door de zonde van Adam en Eva verloren is gegaan. Het lijden en sterven van dieren maakt geen deel uit van Gods goede schepping; dat komt in de wereld wanneer het hoofd van de schepping valt. De mens sleurt in zijn val alles mee wat zich onder zijn gezag bevindt. Beide kerkvaders verwachten dat dierenleed op de nieuwe aarde tot het verleden zal gaan behoren.

Boosdoener

De mens is in hun ogen de boosdoener. De kerk in de tijd na de apostelen windt geen doekjes om en wijst de mens aan als oorzaak van het lijden in de dierenwereld. Tegenwoordig is de kerk hierover opvallend stil. Maar een theoloog als Irenaeus laat er geen enkel misverstand over bestaan. Hij stelt dat dieren oorspronkelijk geen vlees aten. Dieren zoals de leeuw, die nu als carnivoren door het leven gaan, waren volgens hem vegetarisch geschapen.

In zijn boeken ”Tegen de ketterij” beschrijft Irenaeus dat Christus een einde gaat maken aan het dierenleed. Hij zal de oorspronkelijke goede en harmonieuze schepping herstellen. De kerkvader baseert zich daarvoor op de profetieën van Jesaja (11:6-9, 65:25).

„Ik weet dat sommigen deze teksten metaforisch laten verwijzen naar woeste mensen uit allerlei volken en achtergronden die tot geloof komen; en die vervolgens in harmonie met de rechtvaardigen leven. Hoewel dat nu plaatvindt met mensen uit allerlei naties die tot de ene leer van het geloof toetreden, zal dat niettemin in de opstanding van de rechtvaardigen gebeuren met deze dieren zelf, zoals we gezegd hebben. Want God is rijk in alle dingen. Wanneer de wereld hersteld is in zijn oorspronkelijke staat moeten alle dieren gehoorzaam en onderdanig zijn aan de mens en terugkeren naar het oorspronkelijke voedsel dat God hun gaf (Genesis 1:29 en 30; 9:3, BZ); precies zoals ze voor de ongehoorzaamheid onderdanig waren aan Adam en plantaardig voedsel aten” (Adversus Haereses 5.33).

De kerkvader beschrijft ook dat de vijandschap tussen hedendaagse carnivoren en hun prooi tot het verleden zal behoren. Een klein, weerloos jongetje zal veilig zijn tussen grote stieren en leeuwen; ze zullen zelfs doen wat hij zegt. Hoewel Irenaeus aangeeft over dingen te spreken die vanuit onze gevallen werkelijkheid moeilijk te peilen zijn, geeft hij wel aan dat het stro van de nieuwe aarde zo voedzaam zal zijn dat een leeuw er meer dan genoeg aan heeft. Irenaeus is in de tweede eeuw geen buitenbeentje met zijn scheppingsleer en eschatologie. Zijn collega-bisschop Theophilus van Antiochië denkt er hetzelfde over. Beiden zijn vooraanstaande theologen, maar ze wonen ver uit elkaar. Dat laat wel zien hoe wijd verspreid deze gedachtegang is. Uit vroege bronnen weten we dat Theophilus opziener wordt in de gemeente van Antiochië rond 168, in het achtste jaar van de regering van Marcus Aurelius. De tijd van de apostelen is voor hem net zo dichtbij als voor ons de Tweede Wereldoorlog.

Giftig

Theophilus zegt dat dieren niet slecht of giftig door God waren gemaakt. „Het woord voor wilde dieren (in het Grieks, BZ) komt doordat erop gejaagd wordt; niet dat ze in den beginne slecht of giftig zijn gemaakt, want God heeft niets slechts gemaakt, maar alle dingen goed, ja zeer goed. Het is echter de zonde van de mens die het kwade over hen heeft gebracht. Daarom, wanneer de mens zal zijn teruggekeerd tot zijn oorspronkelijke staat, en niet langer kwaad doet, dan zullen ook deze (de dieren, BZ) hersteld worden tot hun oorspronkelijke zachtaardigheid” (Ad Autolycum 2.17).

De hoofdlijn is dezelfde als bij Irenaeus: met de val van de mens valt het dierenrijk. Het ontaardt en komt terecht te midden van dood, verderf, ziekte en overleving van de sterkste. De goede schepping maakt plaats voor de vloek van natuurlijke selectie. Het is de zonde van de mens die deze vloek over de aarde heeft gebracht. Theophilus gelooft dat met de verlossing van de mens in de volheid des tijds ook de negatieve gevolgen van de zondeval voor de dierenwereld ongedaan zullen worden gemaakt.

Juist omdat de vroege christenen Gods boodschap over een goede schepping geloven, kunnen ze Hem vertrouwen voor het heden en de toekomst. Ze geloven dat Hij aan de kant staat van hen die het slachtoffer van ”natuurlijke selectie” geworden zijn: armen, weduwen en wezen. De zachtmoedigen en nederigen van geest zullen Gods zegen en de aarde beërven, niet de macht van het geld en brute kracht.

Katholiciteit

Kan de christenheid nog aanspraak maken op de katholiciteit en apostoliciteit als die zich meer laat leiden door geld, opinies van mensen en getallen dan door het Evangelie? Natuurlijke selectie heerst volop; helaas ook in de kerk. Kijk maar eens hoe het al jaren toegaat in het beroepingswerk.

Onze enige hoop is gelegen in de Heere van Zijn kerk. Hij is eschatologisch de God van armen en verdrukten, de Opener van ogen, Genezer van zieken. Hij is machtiger dan de brute evolutionistische krachten van dood en ziekte. Dat geloofden de vroege kerkvaders. De kerk van onze tijd zou er beter uitzien als de christenen in hun voetspoor zouden gaan.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Zuiddam, B.A., 2013, Kerkvaders kozen partij voor de dieren, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 43 (201): 2-3 (artikel).