Home » Embryologie » Waarom christenen zich zorgen maken over de nieuwe Embryowet

Waarom christenen zich zorgen maken over de nieuwe Embryowet

De Embryowet staat deze week in de politieke belangstelling. Twee wetsvoorstellen moeten het mogelijk maken om embryo’s speciaal voor onderzoek te kweken en embryo-achtige structuren onder dezelfde wettelijke regels te brengen. Critici vrezen dat de beschermwaardigheid van menselijk leven verder onder druk komt te staan. In dit opiniestuk legt Marc de Vries uit waarom deze ontwikkelingen volgens hem fundamentele ethische vragen oproepen.

Zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer vinden debatten plaats over de zogenoemde Embryowet. Eigenlijk gaat het om twee aparte wetsvoorstellen. Het ene voorstel wil mogelijk maken dat embryo’s worden gekweekt met geen ander doel dan er onderzoek mee te doen. Het andere gaat over de uitbreiding van het begrip embryo met zogenoemde embryoachtige structuren. Beide voorstellen zijn ingrijpend. Daarom maken veel christelijke politici zich er grote zorgen over. En die zorgen zijn terecht.

Embryo’s kweken voor onderzoek

Eerst het wetsvoorstel om embryo’s speciaal voor onderzoeksdoeleinden te kweken. Dat wetsvoorstel is afgelopen april in de Tweede Kamer al aanvaard en ligt nu ter behandeling voor in de Eerste Kamer.

Op dit moment mogen alleen zogenoemde restembryo’s voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. De doelen van dat onderzoek zijn op zichzelf heel nobel. Door dergelijk onderzoek kan kennis worden verkregen over hoe erfelijke ziekten ontstaan en zich ontwikkelen. Het zou ook kunnen leiden tot nieuwe methoden om een zwangerschap tot stand te brengen wanneer dat niet op natuurlijke wijze lukt.

Die restembryo’s komen voort uit in-vitrofertilisatie, waarbij kunstmatig een zwangerschap op gang wordt gebracht door de bevruchting buiten het lichaam te laten plaatsvinden. Van de ontstane embryo’s wordt er maar één gebruikt. Wat doe je dan met de andere? Zonde om weg te gooien, zeggen wetenschappers dan. Geef ze maar aan ons, dan doen wij daar nuttige dingen mee.

Inderdaad, zonde om weg te gooien, maar dan in de Bijbelse betekenis van het woord. Het gaat tenslotte om menselijk leven dat beschermwaardig is. Wat dat betreft is de term ‘restembryo’ op zichzelf al een nare term. Ook de omschrijving in de wet, waarin een embryo wordt beschreven als ‘een cel of groep cellen die tot een mens kan uitgroeien’, doet geen recht aan het feit dat het van meet af aan een mens is, namelijk een mens in ontwikkeling.

Menselijk leven als onderzoeksmateriaal

Het nieuwe in de wet is dat het toegestaan wordt embryo’s te kweken die bij voorbaat al bestemd zijn om weggegooid te worden. Er wordt eerst onderzoek mee gedaan, maar ze worden niet gebruikt om een zwangerschap tot stand te brengen.

Bij in-vitrofertilisatie worden embryo’s pas drie tot vijf dagen na de bevruchting afgestaan aan onderzoekers. Daardoor kunnen juist die belangrijke eerste dagen van het embryonale leven niet worden bestudeerd. Dat kan wel wanneer een embryo vanaf de bevruchting direct beschikbaar is voor onderzoek.

Een embryo is dan echter niet meer geworden dan een stukje ‘materiaal’ waarmee geëxperimenteerd kan worden, terwijl het wel degelijk menselijk leven is. Feitelijk wordt zo het wetenschappelijk belang boven de beschermwaardigheid van menselijk leven gesteld.

Wat zijn embryoachtige structuren?

Het tweede wetsvoorstel gaat over het uitbreiden van het begrip embryo. Ook dit voorstel is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen en komt nu richting de Eerste Kamer. Op dit moment wordt het begrip embryo alleen gebruikt voor leven dat ontstaan is uit het samensmelten van een menselijke zaadcel en een menselijke eicel. Dat maakt dat er vanaf de bevruchting sprake is van menselijk leven.

Inmiddels is het mogelijk om uit andere cellen dan zaad- en eicellen iets te kweken dat eigenschappen heeft die overeenkomen met embryo’s. Zulke levensvormen zijn eveneens interessant voor onderzoek. Ons lichaam bevat zogenoemde stamcellen. Dat zijn cellen die nog geen specifieke functie hebben, maar zich tijdens verdere ontwikkeling specialiseren. Met zulke cellen kunnen zogenoemde Embryo-Like Structures (ELS), oftewel embryoachtige structuren, worden gekweekt.

Het tweede wetsvoorstel wil deze structuren ook onder het begrip embryo laten vallen. Daarmee ontstaat een onwenselijke onduidelijkheid rond het begrip embryo, waardoor het unieke van het samengaan van zaadcel en eicel wordt verdoezeld.

De regering wil bovendien toestaan dat deze ELS, net als embryo’s die ontstaan uit zaad- en eicellen, speciaal gekweekt mogen worden voor onderzoek. Op dit moment mag dat nog niet. Hoewel dit niet expliciet in het wetsvoorstel staat, kan het wel de deur openen naar het creëren van embryo’s met eigenschappen die wij zelf kiezen. Daarvoor wordt wel de term ‘designerbaby’ gebruikt.

Wie bepaalt de grenzen?

De wet laat open welk onderzoek precies toegestaan zal zijn. Ook daarin schuilt een gevaar. Op dit moment is er een Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), die bepaalt welk onderzoek moreel toelaatbaar is en welk onderzoek niet. Feitelijk laat het wetsvoorstel daarmee aan deze commissie over om te bepalen wat wel en niet mag plaatsvinden. Zo’n commissie kan echter vergaand onderzoek toelaatbaar achten, afhankelijk van de mensen die er zitting in hebben. Ook daarom is er reden tot zorg.

Beide wetsvoorstellen maken de totstandkoming van mensen los van het natuurlijke proces van gemeenschap tussen man en vrouw. Dat past in een tijd waarin die gemeenschap als de enige door God bedoelde manier van voortplanting steeds vaker wordt ontkend en waarin ook homostellen eigen kinderen moeten kunnen krijgen.

De maakbaarheid van het leven staat hoog in het vaandel bij deze wetsvoorstellen. Alle goede bedoelingen ten spijt kan dit vanuit Bijbels perspectief niet anders dan als menselijke hoogmoed worden gezien. De mens wil het beter weten dan God. Uit het begin van de Bijbel weten we hoeveel ellende daaruit al is voortgekomen. Alle reden dus om te bidden of God deze onzalige plannen nog wil verhoeden.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.