Het landschap onder de Heilig Grafkerk in Jeruzalem vertoont opvallende overeenkomsten met de beschrijving van Jezus’ begrafenis in het evangelie van Johannes. Dat is het resultaat van jarenlang archeologisch onderzoek. Er zijn onder meer een voormalige steengroeve, landbouwgrond en meerdere in de rotsen uitgehakte graven gevonden. De vondsten tonen bijzondere overeenkomsten met details uit de Bijbel.

De aanwezigheid van landbouwgrond, wijnranken en mogelijke olijfbomen werd vorig jaar al bekendgemaakt. Inmiddels zijn de opgravingen in de kerk afgerond en hebben de onderzoekers de resultaten van de laatste campagne gepubliceerd. Daardoor kunnen zij voor het eerst een samenhangender beeld geven van het terrein voordat de eerste kerk werd gebouwd.
Het onderzoek staat in een 98 pagina’s tellend voorlopig rapport in het wetenschappelijke tijdschrift Liber Annuus.1 Het verslag behandelt de opgravingscampagne van 2025 en staat daarom in de jaargang 2025. De uitgever vermeldt echter dat deze jaargang in 2026 is gepubliceerd.2
Van steengroeve naar landbouwgrond
De Heilig Grafkerk staat op de plaats waar Jezus zou zijn gekruisigd, begraven én uit de dood opstond. Sinds 2022 verricht een team van de Sapienza Universiteit in Rome archeologisch onderzoek onder de vloer van de kerk. Dat was onderdeel van een grootschalige restauratie van het gebouw.
Uit het onderzoek blijkt dat op deze plek aanvankelijk een steengroeve lag. De oudste sporen daarvan gaan terug tot de IJzertijd. Door de langdurige winning van steen ontstond een ongelijk terrein met diepe kuilen en achtergebleven rotswanden.
Nadat delen van de groeve buiten gebruik raakten, werden enkele kuilen met aarde gevuld. Lage stenen muren verdeelden de grond in kleine landbouwpercelen. De Israëlische Oudheidkundige Dienst meldt dat onderzoekers resten vonden van onder meer graan, druiven, vijgen en grassoorten.3
Ook werd hout van een wijnrank aangetroffen. Dat kan erop wijzen dat ter plaatse druiven werden verbouwd. Pollenonderzoek duidt daarnaast op de mogelijke aanwezigheid van olijfbomen, al is daar minder hard bewijs voor gevonden.
Hoofdonderzoeker Francesca Romana Stasolla omschrijft de omgeving tegenover de Daily Mail als een begrafenislandschap met kleine stukken grond waarop wijnranken en olijfbomen groeiden. Het terrein werd mogelijk ook gebruikt om vee te laten grazen en was niet permanent bewoond.
Tegelijkertijd werden in de achtergebleven rotswanden graven uitgehakt. De onderzoekers troffen meerdere grafkamers aan op verschillende hoogten. Smalle paden liepen tussen de landbouwpercelen en graven door.
Opvallende overeenkomst met Johannes
Deze combinatie sluit aan bij Johannes 19:41. Daar staat dat bij de plaats waar Jezus werd gekruisigd een tuin lag, met daarin een nieuw graf waarin nog nooit iemand was gelegd. Omdat het graf dichtbij was en de sabbat naderde, werd Jezus daar begraven.
Ook andere gegevens uit de Bijbel passen bij de conclusies van het archeologische onderzoek. De evangeliën beschrijven een graf dat in de rotsen was uitgehakt. De kruisigingsplaats lag bovendien dicht bij Jeruzalem, maar buiten de toenmalige stad.
Stasolla verklaarde eerder tegenover The Times of Israel dat het gebied in de tijd van keizer Hadrianus, in de tweede eeuw, al onderdeel van de stad was geworden. In de tijd van Jezus lag het echter nog buiten Jeruzalem.4
De datering is minder gedetailleerd. De aangetroffen plantenresten zijn nog niet met koolstofdatering onderzocht. Hun plaats in de bodemlagen wijst erop dat de landbouwgrond werd gebruikt nadat de steengroeve was verlaten en voordat het terrein in de tweede eeuw onder Hadrianus opnieuw werd ingericht. Die ruime periode kan de tijd waarin Jezus leefde omvatten, maar de onderzoekers kunnen de tuin niet specifiek dateren in de periode van de kruisiging.
Niet bewezen dat Jezus hier lag
Een andere belangrijke kanttekening is dat de vondsten niet direct bewijzen dat Jezus hier ook daadwerkelijk werd begraven. Daar zijn geen aanwijzingen voor gevonden. Er is geen inscriptie of ander voorwerp gevonden dat een grafkamer verbindt aan Jezus of Jozef van Arimathea. Die laatste was de eigenaar van het graf waarin Jezus werd begraven. Evenmin kan archeologisch worden vastgesteld dat het bewuste graf destijds nieuw en ongebruikt was.
Verlaten steengroeven werden in het oude Jeruzalem vaker hergebruikt voor landbouw en begrafenissen. De aanwezigheid van een tuinachtig terrein met rotsgraven is daarom op zichzelf niet uitzonderlijk.
Wat de Heilig Grafkerk bijzonder maakt, is de combinatie van meerdere elementen op één plaats. De locatie lag destijds buiten de stadsmuur, maar dicht bij Jeruzalem. Er was landbouwgrond, er waren rotswanden en er lagen verschillende uitgehakte graven. Dat komt allemaal overeen met de omgeving die de evangelisten beschrijven.
Stasolla houdt naar eigen zeggen archeologisch onderzoek en geloof nadrukkelijk van elkaar gescheiden. Volgens haar toont de opgraving vooral hoe het terrein eruitzag en hoe de christelijke herinnering aan Jezus’ dood en opstanding op deze locatie gestalte kreeg. De archeologie kan niet bepalen wie er in het vereerde graf werd gelegd.
Kerk gebouwd rond graf
In de tweede eeuw liet keizer Hadrianus Romeinse gebouwen op het terrein neerzetten. Ongeveer twee eeuwen later werden die in opdracht van keizer Constantijn afgebroken. Rond 326 begon vervolgens de bouw van een christelijk kerkcomplex.
Daarbij werd een specifieke grafkamer vrijgelegd die toen al als het graf van Jezus werd vereerd. De rots rond het graf werd deels weggehaald, waarna er een heiligdom omheen werd gebouwd. Of de kennis over de exacte plaats vanaf de eerste eeuw betrouwbaar was doorgegeven, kan de archeologie niet vaststellen.
De huidige kerk bestaat uit bouwdelen uit verschillende perioden. Het oorspronkelijke complex van Constantijn werd in de loop van de eeuwen beschadigd en deels verwoest. Een grote verbouwing in de tijd van de kruisvaarders gaf de kerk in de twaalfde eeuw grotendeels haar huidige vorm.
De opgraving wordt uitgevoerd in samenwerking met de drie belangrijkste kerkgenootschappen die het gebouw beheren: de Grieks-Orthodoxe Kerk, de rooms-katholieke Franciscanen en de Armeens-Apostolische Kerk. De Israëlische Oudheidkundige Dienst verleende de benodigde vergunning.
Hoewel het graafwerk in de kerk is voltooid, gaat het onderzoek naar de gevonden materialen nog door. De onderzoekers noemen hun conclusies daarom voorlopig. De komende jaren moet verdere analyse meer duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de plek die miljoenen christenen beschouwen als de plaats van Jezus’ kruisiging, graf en opstanding.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.