Home » Archeologie

Categorie archieven: Archeologie

Lag Sodom ten noorden van de Dode Zee? – Een aantal argumenten op ‘Aantekeningen bij de Bijbel’ die dit tegenspreken

‘Landschap met de brand van Sodom en Gomorra’ geschilderd met olieverf door Joachim Patinir (ca. 1480-1524). Bron: Wikipedia.

De afgelopen decennia is meermalen in het nieuws gekomen dat Sodom gevonden is. Het gaat hierbij om Tall el-Hammam (13 km noordoostelijk van de Dode Zee). Ook in 2015 lazen we dit in diverse media. Een van de redenen van deze identificatie is dat de onderzoekers (Tall el-Hammam Excavation Project) zich baseren op de teksten in Gen. 13-19 en de Koran. Wat betreft de Bijbel wordt verwezen naar Gen. 13:10: “En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was…” (HSV). Waarbij men er dan vanuit gaat dat met כִּכַּ֣ר kikar (“vlakte”) de Jordaanvallei wordt bedoeld en wordt verwezen naar de Koran (Qur’an VIII.7.84; XII.11.82; XIV.15.61-79; XIX.25.40; XX.29.40). Verder is een argument dat Tall el-Hammam aan de belangrijkste handelsroutes lag en zich bevindt aan de oostelijke kant van de Jordaan.

Er zijn echter een aantal argumenten die deze plaats als locatie van de stad Sodom tegenspreken: 1) We lezen dat Lot in eerste instantie naar het oostelijke gedeelte van de Jordaan trok en in diverse steden woonde tot hij zijn tenten bij Sodom neerzette (Gen. 13:12). Dit impliceert dat hij behoorlijk had gereisd voordat hij bij Sodom aankwam en zich dus niet noodzakelijk meer in de Jordaanvlakte bevond. 2) Deze kikar kan slaan op een gebied tot noordelijk bij Sukkoth (1 Kon. 7:46), zeker als het niet in combinatie met de Jordaan wordt genoemd (Gen. 19:17, 28; 2 Sam. 18:23). 3) In de Bijbel zien we dat Sodom ligt in het Siddimdal bij de Dode Zee. Siddim betekent zoiets als “kalk of krijt” (“zout” LXX) wat meer overeenkomt met het zuidelijke gedeelte van de Dode Zee, omdat daar ook de zinkgaten gevonden worden (Gen. 14:10). Ook past deze zuidelijke omgeving beter bij veel andere Bijbelteksten die gaan over het vernietigde gebied (Deut. 29:23, Jes. 13:19-20, Jer. 49:18, 50:40; Sef. 2:9) en met de latere oorlog tussen Juda en Edom te Zair (=Zoar 2 Kon. 8:21). 4) Tot slot is ook de specifieke woordkeus voor de vernietiging van Sodom en omliggende steden, שחת shachet “vernietigen” en הפך hafach “omkeren” (Gen. 19:29), belangrijk omdat dit de kans bijzonder klein maakt dat van een opgegraven stad, ongeacht in het noordelijk of zuidelijk gedeelte, nog veel te vinden is. Van Tall el-Hammam zijn namelijk grote delen van de fundamenten van huizen en muren gevonden, wat bij zo’n omkering niet mogelijk is.

In november 2018 kwam in het nieuws dat een meteorietinslag mogelijk de oorzaak van de verwoesting was (ScienceNews, 20 nov. 2018; P.J. Silvia et al. The 3.7kaBP Middle Ghor event: catastrophic termination of a Bronze Age civilization. American Schools of Oriental Research annual meeting, Denver, November 17, 2018). Enkele jaren later werd dit bevestigd (Ted E. Bunch, “A Tunguska sized airburst destroyed Tall el-Hammam a Middle Bronze Age city in the Jordan Valley near the Dead Sea“, in Scientific Reports vol. 11 18632).

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website ‘Aantekeningen bij de Bijbel’. Het originele artikel is hier te vinden.

Kosmische explosie maakt van een vruchtbare vlakte onbewoonbaar gebied

Abraham is deze morgen vroeg wakker. Hij haast zich naar de top van de heuvel waardoor hij uitzicht heeft over de Jordaanvlakte. Dan slaat hij de hand voor de mond, de eens zo vruchtbare Jordaanvallei is veranderd in een rokende smeltoven. Het gebied is totaal verwoest en een deken stroperig zout heeft zich over de vlakte uitgestrekt. De eens zo machtige steden zijn verdwenen.

Over de geschiedenis van Sodom en Gomorra en de verwoesting van deze steden hebben vele wetenschappers zich al gebogen. Verschillende verklaringen zijn geopperd, maar het laatste woord is nog hier nog niet over gezegd. Tijdens de Annual Meeting van de American Schools of Oriental Research (17 november 2018) presenteerden veertien wetenschappers de resultaten van hun onderzoek. Ze kwamen tot een opmerkelijke conclusie. Zo zou de vruchtbare vlakte rond Tall el-Hammam verwoest zijn door een explosie van een meteoriet boven het gebied.1

Waar de onderzoekers over spraken was niet nieuw. De hoofdonderzoeker (dr. Phillip Silvia) presenteerde al eerder, samen met dr. Steven Collins2, de resultaten op een conferentie in 2015.3 Daarnaast schreef dr. Silvia zijn dissertatie over dit onderwerp, met als titel The Middle Bronze Age Civilization-Ending Destruction of the Middle Ghor.4 Volgens de onderzoekers zijn er verschillende argumentatielijnen die leiden tot de conclusie. Zo is er een potscherf gevonden die blootstelling aan extreme temperaturen laat zien (de paper spreekt van 8.000 tot 12.000 graden Celsius in enkele microseconden). Ook zijn er andere mineralen gevonden die eenzelfde kortdurende blootstelling aan extreme temperaturen laten zien. In 2010 werd er ook gesmolten gesteente gevonden. Daarnaast is de natuurlijke muur, het fundament van de muur van de stad Tall el-Hammam, voor een groot deel verdwenen. Geochemische data laten zien dat er veel sulfaat en zout in de aslagen zit. Deze monsters zijn onder, in en boven de verwoeste laag te vinden. Daarnaast noemen de onderzoekers ook nog natuurkundig bewijsmateriaal.

Er zijn enkele voorbeelden van meteorieten die boven land explodeerde en een verwoestend effect hadden. In 1908 explodeerde een meteoriet boven Siberië en liet de bomen in een gebied van 2000 vierkante kilometer als geknakte luciferhoutjes achter.5 In 2013 kwam er een stuk ruimtepuin zo groot als een bestelbusje de atmosfeer binnen, explodeerde en verwondde meer dan 1600 mensen.6

Hebben de onderzoekers een correct scenario geschetst? Onder de geleerden bestaat er twijfel en is er discussie of de stad Tall el-Hammam werkelijk dezelfde stad is als Sodom. Recent bevroeg Johan Demoed van Weet Magazine de oudtestamenticus prof. dr. Mart-Jan Paul.7 Hij gaf enkele gegronde tegenargumenten en vermoedde dat deze stad niet Sodom, maar het Amoritische Hesbon is. Het bovengenoemde onderzoek werpt mogelijk nieuw licht op deze zaak.

Dit artikel werd in 2018 geschreven.

Voetnoten

Is Tall el-Hammam Sodom? – Dr. Mart-Jan Paul over de ligging van Sodom

De ligging van Sodom volgens dr. Steven Collins. Bron: Screenshot uit de video ‘Sodom and Gomorrah: Biblical Archaeology’.

Vraag

Ik ben erg benieuwd naar uw visie op Tall el-Hammam als Sodom, zoals betoogd door dr. Steven Collins: https://youtu.be/r-teJabFF90.

Antwoord

Beste vraagsteller,

Al heel wat jaren verdedigt Steven Collins de opvatting dat de stad Tall el-Hammam in Jordanië het vroegere Sodom was. Deze stad ligt ongeveer 13 kilometer ten noordoosten van de plaats waar het water van de Jordaan de Dode Zee instroomt.

Deze gelijkstelling lijkt mij onjuist. Genesis 10:19 wijst op een meer zuidelijke ligging van de steden. In later tijd noemt Ezechiël ook de zuidelijke ligging (Ezechiël 16:46).

De stad Zoar (waar Lot heen vluchtte) bestond tot in de middeleeuwen. Flavius Josephus, Eusebius en de Madaba map (mozaïekvloer) geven een ligging ten zuiden van de Dode Zee aan.

Collins vat het Hebreeuwse woord “kikkar” (vlakte) op als een ronde schijf en volgens hem voldoet de Jordaanvallei ten noorden van de Dode Zee daaraan. Die vlakte is echter rechthoekig. Bovendien heet die vlakte “de vlakte van de vallei van Jericho” (Deuteronomium 34:3), niet “de vlakte van de Jordaan.” Wanneer we uitgaan van de uittocht in 1446 v.Chr. en een verblijf van Israël in Egypte van 430 jaar, dan komen we uit bij een datering van Abraham in 2166-1991 v. Chr. Maar de bewoningslagen van Tall el-Hammam wijzen in de richting van de 19e tot de 15e eeuw v. Chr. De chronologie klopt dus niet.

De overblijfselen van Tall el-Hammam laten zien dat de stad groot en belangrijk was. Clyde Billington meent dat het aannemelijk is dat hier de vroegste stad Hesbon ligt, de hoofdstad van de Amoritische koning Sihon (Numeri 21:25-30; Deuteronomium 2:24), te onderscheiden van het latere, meer naar het oosten gelegen Hesbon.

Deze gastbijdrage is met toestemming van de redactie overgenomen van de website Refoweb. Het originele artikel is hier te vinden.

Onderzoeker: Sodom waarschijnlijk door asteroïde-inslag vernietigd

Noot van de redactie: Er zijn verschillende theorieën en gedachten over de natuurlijke oorzaak van de vernietiging van Sodom (plus Gomorra, Adama en Zeboïm). De theorie over een stuk ruimtepuin dat deze steden treft is niet nieuw. Zie bijvoorbeeld dit artikel. Niet iedereen is het overigens eens met de hieronder genoemde interpretatie van de resultaten.

De uit de Bijbel bekende stad Sodom is zeer waarschijnlijk vernietigd door een asteroïde-inslag. Dat stelt dr. John Bergsma, verbonden aan de Franciscaanse Universiteit van Ohio. Bergsma deed recent onderzoek in de zuidelijke Jordaanvallei waar de ruïnes van de stad zouden liggen.1 De onderzoeker zegt overtuigend bewijs in handen te hebben dat de stad door een asteroïde-inslag verwoest is, meldt Relevant.

Sodom was een ooit bloeiende stad, bestond ongeveer 3600 jaar geleden en was qua omvang en macht belangrijker dan Jeruzalem of Jericho. De plotselinge verdwijning heeft archeologen echter jarenlang voor een raadsel gesteld. Er zijn geen tekenen van militaire belegeringen of conflicten te vinden in de ruïnes, wat duidt op een andere, catastrofale oorzaak.

Een van de belangrijkste onthullingen die Bergsma’s interesse wekte, was de ontdekking van extreme verhitting op skeletresten en aardewerkfragmenten op de vindplaats. Deze hitteschade zou mogelijk kunnen worden toegeschreven aan een inslag van een asteroïde, vergelijkbaar met wat wordt beschreven in Genesis 19 toen God “brandende zwavel liet neerdalen” op Sodom en Gomorra en hen volledig vernietigde.

Bergsma legde uit dat stukken aardewerk die in het bewuste gebied waren gevonden, bedekt waren met een substantie die trinitiet wordt genoemd. De aanwezigheid van trinitiet geeft extra gewicht aan de theorie dat er in het gebied een hoogenergetische gebeurtenis heeft plaatsgevonden, zoals een inslag van een asteroïde.

Bergsma verklaarde ook de schokkende ontdekking van menselijke resten op de vindplaats. “Menselijke skeletten zijn compleet tot ongeveer halverwege de ruggengraat, en dan is er alleen een schroeiplek, en er is niets op de bovenkant van het lichaam,” zei Bergsma. “Ze hebben massaal bewijs gevonden dat een enorme hitte-uitbarsting uit de lucht van ongeveer 25 graden boven de horizon deze tweelingsteden aan de Jordaanse kant van de rivier heeft verbrand.”

Bron: https://relevantmagazine.com/current/science/experts-find-compelling-evidence-that-sodom-was-destroyed-by-an-atomic-bomb/.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Beeldenstorm

Een bezoekster van de tentoonstelling ‘Exodus’, opgezet door het Bijbels Museum, heeft geprobeerd een kunstwerk van Marieke Ploeg te vernielen. De tentoonstelling bestond uit 3000 beeldjes van de godin Asjera, waarvan er honderden werden beschadigd. De vrouw handelde uit ‘religieuze’ motieven.

Een Asjera-beeldje in het Reuben and Edith Hecht Museum te Haifa, Israel. Bron: Wikipedia

De meeste reacties waren afwijzend. Toch zijn de Asjera’s van Marieke Ploeg geen onschuldige kunstuitingen, maar berusten ze op moderne theologische opvattingen. Wie is Asjera? En wat heeft het Bijbels Museum bewogen om zoveel Asjera’s ten toon te stellen? Asjera is een Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin, vaak afgebeeld met vruchten, bloemen en dadels, of simpelweg als een houten paal. Israël heeft in de donkerste perioden van haar geschiedenis de dienst aan de levende God vermengd met afgoden als Asjera. De meest gruwelijke afgod was de Moloch, aan wie kinderoffers werden gebracht (Lev. 20:3). Ook liet Israël zich verleiden tot offers aan Baäl om zo welvaart af te dwingen.

Asjera werd bij herhaling als vrouw naast Baäl geplaatst (1 Kon. 15:13; 1 Kon. 18:19; 2 Kon. 23:7). Het dieptepunt in de koningsgeschiedenis van Juda is de regering van Manasse geweest. Hij liet een Asjera plaatsen in de tempel van Jeruzalem (2 Kon. 21:7). De Statenvertaling vertaalt Asjera met het ‘beeld van het bos’ omdat de afgoderij vaak in bossen plaatsvond. De afgodische daad van Manasse is de directe aanleiding geweest tot de ballingschap. ‘En zij zullen tot een roof en plundering worden van al hun vijanden’ (2 Kon. 21:14).

Onbijbelse theorie

Sinds de vorige eeuw is de gedachte in de wetenschap populair geworden dat de God van Israël, net als de goden van de omringende volkeren, een Asjera naast Zich zou hebben gehad. Raphael Patai was in 1967 de eerste historicus die beweerde dat de Israëlieten naast Jahweh ook Asjera aanbaden. Sindsdien heeft deze theorie steeds meer opgang gemaakt. Men meent dit te mogen concluderen uit archeologische vondsten in het Nabije Oosten. Ook in ons land is hierover geschreven, onder meer door de oudtestamenticus Bob Becking in de bundel “Een God alleen…? Over monotheïsme in Oud-Israël en de verering van de godin Asjera” (1998).

Op zich is het geen nieuws dat de Israëlieten voor de ballingschap andere goden aanbaden. Toch mogen we daaruit niet de conclusie trekken dat het monotheïsme in Israël pas na langere tijd ontwikkeld zou zijn uit veelgodendom. Profeten en godvrezende koningen hebben steeds ondubbelzinnig de afgoderij veroordeeld. De waardering voor het polytheïsme past veeleer bij de moderne mens die zich verzet tegen de ene en unieke waarheid. De moderne mens wil zich niet vastleggen op de ene en geopenbaarde waarheid. Dan liever vele goden.

Israëls profeten hebben die veelheid altijd in de scherpste bewoordingen afgewezen. Het Hebreeuwse woord voor afgoden (elil) mag vertaald worden met ‘nietsen’ of ‘leegten’. ‘Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet’ (Ps. 115:5). Elia spotte met de ‘lege’ god van de Baälpriesters: ‘Roept met luider stem, misschien slaapt hij en zal wakker worden’ (1 Kon. 18:27).

Museum

Het is onbegrijpelijk dat het Bijbels Museum voor deze moderne benadering ruimte heeft gemaakt. De eerste reactie van directeur Carolien Croon op de ‘beeldenstorm’ van haar tentoonstelling stelt erg teleur. Croon wijst de onbesuisde actie, maar vindt het tegelijk ‘ingewikkeld als je Godsbeeld zo vast staat dat het niet door een andere visie mag worden bevraagd’. Sinds 2016 heeft het museum besloten tot deze inhoudelijke koerswijziging.

Dit museum kwam voort uit de verzameling van de negentiende eeuwse predikant Leendert Schouten, die zelf de maquette van de Tabernakel bouwde en veel voorwerpen uit de Bijbelse leefwereld verzamelde. Na het wegvallen van de Amsterdamse subsidie van 200.000 euro per jaar in 2016 reist het museum rond met tentoonstellingen, maar heeft zich inhoudelijk verbreed naar andere religies en moderne levensbeschouwingen.

Deze koerswijziging roept de vraag op of de museale taken rond de Bijbel en onze rijke kerkgeschiedenis niet elders moeten worden ondergebracht. ‘Opdat het navolgende geslacht die weten zou’ (Ps. 78:6).

Noot van de redactie van ‘Oorsprong’: Zie ook deze bijdrage van prof. dr. Mart-Jan Paul over deze ‘beeldenstorm’ en Asjera.

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit De Saambinder. De bronvermelding luidt: Clements, G., 2023, Beeldenstorm, De Saambinder 101 (40): 10.

Een kemel in de Bijbel? Of een kemel in De Standaard?

Dit artikel is samen met dr. Peter G. van der Veen geschreven.

Pieter Van Dooren schreef een artikel met de titel “Een Kemel in de Bijbel1 Hierin stelt hij: ‘Wat de Bijbel ook moge beweren, de aartsvaders hadden géén kamelen.’ Hij beroept zich op de kranten Haaretz en de Times of Israel, die het hebben van Erez Ben-Yosef en Lidar Sapir-Hen, archeologen van de Universiteit van Tel Aviv. Wat in Genesis 32 staat, namelijk dat Jacob melkkamelen aan zijn broer Esau stuurt, is daarom niet mogelijk. De oudste tamme kamelen in Israël dateren van 930 v. Chr. Daarom is het verslag in Genesis honderden jaren na de feiten opgetekend.

De bactrische kameel (Camelus bactrianus) in een dierentuin. Bron: Wikipedia.

Nu is dit idee van latere terugprojectie (retrojectie) al heel oud. Zo reeds bij Albright, de vader van de Bijbelse archeologie in 1942. Hij noemde dit een anachronisme, een aanpassing (in eigenlijke zin dus een vervalsing) van oudere teksten om die in overeenstemming te brengen met de veranderde maatschappelijke omstandigheden. Sedert de tijd van Albright zijn er archeologisch echter tamelijk wat aanwijzingen gevonden, zodat dit beeld bijgesteld moet worden. Dit is onlangs nog op een rij gezet door Uwe Zerbst in hoofdstuk 6 van het boek Volk ohne Ahnen? Auf den Spuren der Erzväter und des frühen Israëls.2 Daarin verwijst hij tevens op de veel uitgebreidere bespreking bij Martin Heide, die 2010 in het archeologisch vaktijdschrift Ugarit Forschungen van de Universiteit van Münster op het gebruik van de kameel in Mesopotamië rond 2000 v. Chr. (dus ongeveer de tijd van Abraham) diepgaand is ingegaan. Daaruit enige dingen. Het is nodig onderscheid te maken tussen twee soorten kamelen: de dromedaris met één bult en de tweebultige Bactrische kameel. Welke kamelen ontving Abraham van de farao in Egypte in Genesis 12:16, zo’n twee eeuwen vóór Jacob? Meestal opteert men voor de dromedaris, maar dat is vanuit het Hebreeuwse begrip niet duidelijk.

Enige Bactrische kamelen kwamen vermoedelijk reeds aan het eind van het derde millennium v. Chr. in het Nabije Oosten voor, wat ook in spijkerschriftteksten uit de eerste helft van het tweede millennium, dus ongeveer uit de tijd van de aartsvaders, blijkt. Gedomesticeerde kamelen bereikten tevens het dal van de Nijl tussen 2500 en 1400 v. Chr., wat o.a. ook aan de hand van dierfiguurtjes en zalfpotjes in de vorm van kamelen (zoals bijv. een stenen zalfdoos uit het Egyptisch Museum in Berlijn in de vorm van een korf dragend kameel uit Abusir el-Meleq) blijkt. Dit zelfde geldt ook o.a. voor Syrie, bijv. in Tel Mardich/Ebla, waar een hoofdje van een kameelfiguurtje uit de periode omstreeks 2000 v. Chr. is gevonden. Deze bevindt zich in de verzameling van de Arbeitsgruppe für Biblische Archäologie in Duitsland. Desalniettemin speelden deze dieren economisch in deze vroegere tijd nog een duidelijk ondergeschikte rol, wat ook uit het verhaal van Abraham in Genesis 12:16 blijkt, waar kamelen als laatste in een rij van zeven soorten geschenken worden genoemd.3

Het bezit van kamelen speelde in de (latere) geschiedenis van Israël in het Oude Testament, in tegenstelling tot het Arabische schiereiland en de Negev-woestijn, nauwelijks een rol. Wie zich met dit thema diepgaander bezighoudt, zal ontdekken dat de veronderstelde terugprojectie uit latere tijd naar de vroege tijd van de aartsvader onnodig is. Dat betekent ook dat de datering van het boek Genesis honderden jaren eerder gebeurd moet zijn, dan vaak wordt aangenomen.

Dit artikel is met toestemming van de auteurs overgenomen uit VErbindinG. De volledige bronvermelding luidt: Koorevaar, H.J., Veen, P.G. van der, 2014, Kamelen in Genesis: Een kemel in de Bijbel? Of een kemel in De Standaard?, VErbindinG 34 (3): 8.

Noot van de redactie: Jan van Meerten schreef voor de KompasApp voor jongeren ook een stukje over kamelen tijdens de aartsvaders. Dit artikel is ook op deze website geplaatst.

Voetnoten

Briefje van dr. Peter van der Veen in reactie op blog dr. Koert van Bekkum over het loden tabletje van de berg Ebal

Uitzicht vanaf de berg Ebal op de stad Tel Aviv. Bron: Wikipedia.

Noot van de redactie: Dit briefje van dr. Peter van der Veen zat nog steeds in ons postvak en moest nog altijd gepubliceerd worden op onze website. Het is een korte reactie op een blog van dr. Koert van Bekkum. Dit blog is hier terug te lezen. Als redactie moedigen we een inhoudelijke discussie over dit loden tabletje aan! In het briefje van Peter wordt ook verwezen naar een paper in ‘Heritage Science’. Deze paper is hier te vinden.

Op 31 mei verscheen van prof. dr. Koert van Bekkum online bij het ND een opiniereactie over ons artikel in Heritage Science (Springer Verlag) en over ons onderzoek inzake het loden tabletje van de berg Ebal. Hoewel ik niet gelukkig ben met enige zaken in ons artikel (zo waren er nog al wat meningsverschillen over de inhoud binnen het team), geeft van Bekkum de situatie niet juist weer. Terwijl mijn visie inzake de inscriptie afwijkt van die van collega prof. dr. Gershon Galil (met maarliefst 48 letters) en dit zelfs in ons artikel naar voren wordt gebracht (zo is mijn preliminaire interpretatie van de letters zelfs in zeven afzonderlijke tabellen met tekeningen en foto’s van de letters in het artikel te vinden; zie tabellen 2-8), rept van Bekkum hierover geen woord. Heeft hij het artikel wel aandachtig gelezen? Intussen hebben wij als auteurs officieel van Galil afscheid genomen (omdat deze niet bereid was zich objectiever optestellen) en werken nu samen met betrouwbaardere wetenschappers aan een nieuw en evenwichtiger artikel. Dat ik als gerenommeerd epigraaf nu de leiding geef aan het epigrafisch onderzoek, werd intussen door tal van collega’s verwelkomd. Ook daarover geen woord in van Bekkums onevenwichtig verslag. Belangrijker nog is, dat ook wanneer ik de visie van Galil niet deel, maakt dit geen fundamenteel verschil voor de inhoud van het tabletje. Want hier zijn mijn inziens nog altijd de godsnaam Jahoe, het werkwoord tamoet (“je zult sterven”) en de vloek aroer (“vervloekt”) te lezen. Dat deze inscriptie met grotere waarschijnlijkheid op de scans van de binnenkant te vinden zijn, wordt bevestigd door een inscriptie aan de buitenkant van het tabletje, waarvan eveneens voorbeelden in het bovengenoemde artikel te vinden zijn (zie tabel 10). Dat de uitleg van de binnenkant eerst en dat het artikel niet in een epigrafisch tijdschrift is verschenen, heeft met afspraken tussen de hoofdauteur dr. Scott Stripling en de wetenschappers uit Praag te maken, waarop ik geen enkel invloed had. Op Facebook heb ik dit eveneens uitgelegd.

PD Dr. habil. Pieter Gert van der Veen (universitair hoofddocent voor archaeologie van het Nabije Oosten aan de Johannes Gutenberg-Universiteit, Mainz).

Creaton en Wort und Wissen organiseren op 25 november 2023 D.V. congres over ‘De Grote Vragen’

Vandaag over precies een maand, 25 november 2023 D.V., organiseert Creaton in samenwerking met Wort und Wissen een scheppingscongres. Fundamentum beveelt dit congres van harte aan bij docenten, studenten en overig geïnteresseerden. In Nederland hebben creationisten elkaar hard nodig. Het motto van Fundamentum is ‘Samenwerken waar kan, distantie waar moet’. Zo blijft enerzijds de eenheid behouden en anderzijds wordt de verscheidenheid zichtbaar. Aanmelden voor het congres kan via de hoofdpagina van de website van stichting CreatonLet op: De locatie betreft het Driestar College, niet te verwarren met Driestar Educatief/Hogeschool De Driestar dat er vlakbij in de buurt ligt.

Op 25 november organiseren stichting Creaton en de Duitse organisatie Wort und Wissen een studiedag over het thema “De grote vragen” op het Driestar College in Gouda.

Grote vragen zijn weer actueel. Zo heeft de Volkskrant sinds 2022 zich gestort op “de grote vragen”. Wat gaat er om in het hoofd van een baby? Wat was er voor de oerknal? Bestaat God? Kunnen we de veroudering stoppen? Al zijn er geen antwoorden, de zoektocht naar een antwoord is al interessant genoeg volgens de Volkskrant. Inmiddels gaat de serie een tweede seizoen in en blijft de NRC niet achter en “zoekt de grenzen op”. Grenzen aan de menselijke leeftijd, grenzen in de wiskunde, grenzen van waarneming in de ruimtetijd, volgens de NRC is de meest fascinerende wetenschap te vinden bij de uitersten. Grote vragen in de wetenschap zijn doorgaans moeilijk te beantwoorden. Vaak worden de grenzen van de wetenschap overschreden bij gebrek aan waarnemingen. Waar eindigt wetenschap en worden aannamen een geloof?

Op het congres “De grote vragen” buigen we ons over een viertal vragen:

  • Is de Bijbel historisch betrouwbaar?
  • Welke boodschap heeft het heelal?
  • Verklaart natuurlijke selectie de genetische informatie?
  • Is het heden de sleutel tot het verleden?

Het congres is met name gericht op docenten die in het middelbaar of universitair onderwijs werkzaam zijn. Maar het is ook toegankelijk voor mensen die zich door hun interesse meer in het onderwerp willen verdiepen.

Klik voor deelname aan het congres deze link. Voor scholieren en studenten geldt een gereduceerd tarief.

PROGRAMMA

10.00 uur  Welkom en opening congres

10.15 uur  Dr. Peter Korevaar

Het universum, Gods verbazingwekkende schepping.

Dr. Peter Korevaar neemt ons mee op een reis door de kosmos, die begint bij de zon en ons voert tot aan de uiterste grenzen van het heelal. Daarna keren we terug naar de aarde en verbazen ons over de fijnafstemming van onze thuisplaneet. Tenslotte bezinnen we ons erop, wat het betekent, dat God de Schepper van Hemel en Aarde is.

Over dr. Peter Korevaar

Dr. Peter Korevaar studeerde natuur- en sterrenkunde in Utrecht en promoveerde in Utrecht in 1989. Daarna verhuisde hij naar Duitsland en woont nu in de buurt van Heidelberg. Peter is actief bij de Duitse organisatie Wort und Wissen en houdt voordrachten in het binnen- en buitenland over sterrenkundige en natuurkundige thema’s.

11.15 uur Dr. Peter van der Veen

Hebben de aartsvaders wel bestaan: een zoektocht naar de oorsprong van het Oude Israël

Het eerste boek van de Bijbel vertelt ons over de oorsprong en de omzwervingen van Israëls voorouders in Mesopotamië, Kanaän en Egypte. In de laatste hoofdstukken van Genesis wordt aartsvader Jozef tot onderkoning in het Nijldal gekroond, kort voordat een dreigende hongersnood het gebied trof. Toch geloven tegenwoordig maar weinig wetenschappers dat deze Bijbelse verhalen echt gebeurd zijn. Van der Veen heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de historische en archeologische gegevens en zijn resultaten gepubliceerd in twee wetenschappelijke boeken. In zijn lezing zal Peter van der Veen de resultaten van zijn onderzoek samenvatten en aantonen dat de archeologie, de klimatologie en de sociaal-politieke omstandigheden opmerkelijk goed passen bij het Bijbelse verhaal.

Over dr. Peter van der Veen

Dr. Peter van der Veen is wetenschappelijk medewerker bij Wort und Wissen. In 1989 voltooide hij zijn theologische studies aan de protestantse theologische faculteit in Leuven (België) met een scriptie over de overeenkomsten tussen de Amarna-brieven en het boek Samuël. In 2005 promoveerde hij aan de Universiteit van Bristol (Engeland) op de chronologische betekenis van de lokale officiële zegels uit Israël en Jordanië aan het einde van het Judese koninkrijk. Het onderzoek van Peter van der Veen richt zich op de chronologische vragen die gesteld worden over oudtestamentische gegevens in relatie tot de archeologische tijdtabel en het onderzoek van oude teksten op zegels en kleitabletten.

12.15 uur  Lunchpauze

13.00 uur Dr. Peter Borger

Is natuurlijke selectie het principe achter de Schepping of een surrogaat voor God?

Natuurlijke selectie is nog steeds het enige mechanisme dat de moderne evolutiebiologie heeft om op naturalistische wijze de informatietoename voor het evolutieproces te verklaren. In de voordracht van Peter Borger wordt dit principe dat Darwin voorgesteld heeft voor het ontstaan van soorten onder de loep genomen. De biologische gegevens duiden erop dat natuurlijke selectie geen grote rol van betekenis meer speelt in de biologie, in het bijzonder waar het de genetische informatie in het genoom betreft.

Over dr. Peter Borger

Dr. Peter Borger  is moleculair bioloog en expert in de genoombiologie. Hij werkte 25 jaar aan verschillende universiteiten, waaronder Sydney (Australië), Basel en Zürich (Zwitserland). Pieter Borger is auteur van het boek “Terug naar de Oorsprong” , waarin hij een kritische beschouwing geeft van de darwinistische evolutieleer en een nieuwe theorie voorstelt om variatie, aanpassing en soortvorming te verklaren. Momenteel werkt hij fulltime voor “Wort und Wissen“.

14.00 uur Drs. Tom Zoutewelle

Is het heden de sleutel tot het verleden?

De grondleggers van de geologie hebben ooit voorgesteld dat het heden de sleutel is tot het verleden. De afgelopen decennia is echter het catastrofisme weer algemeen geaccepteerd in de geologie . Niet langer wordt de geschiedenis van de Aarde exclusief verklaart met geologische processen zoals die vandaag de dag plaatsvinden. Opvallend genoeg is dit inzicht gegroeid mede door actuele waarnemingen. De snelheid van geologische processen als vulkanisme, gebergtevorming, erosie en sedimentatie laten zich moeilijk rijmen met de geologische tijdschaal. Tel daar nog bij op dat in de huidige klimaatcrisis alle records in rap tempo gebroken worden, dan lijkt de tijd rijp voor een herbezinning op de uitgangspunten van de geologie.

Over drs. Tom Zoutewelle

Drs. Tom Zoutewelle studeerde biologie en geologie aan de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd in de paleontologie en sedimentologie. Tom Zoutewelle is werkzaam in het middelbaar en universitair onderwijs en is ook actief betrokken bij geologisch onderzoek. De afgelopen 40 jaar heeft hij in Nederland deelgenomen aan het publieke debat over de oorsprong en de geschiedenis van het leven op aarde.

15.00 uur  Pauze

15.15 uur  Discussie

16.00 uur  Afsluiting congres

De vier bovengenoemde Nederlandstalige sprekers wonen momenteel bijna allemaal in Duitsland maar zijn al vaker te gast geweest in op congressen in Nederland. Dr. Korevaar en dr. Borger spraken op het congres ‘Bijbel & Wetenschap 2022’. Hun lezingen zijn resp. hier en hier te bekijken. Drs. Tom Zoutewelle sprak op het congres ‘Bijbel & Wetenschap 2021’. Zijn lezing is hier te bekijken. Dr. Van der Veen sprak op een, door Jan van Meerten georganiseerd, Logos-congres. Zijn lezing is hier te bekijken.

Kunstenares maakte duizenden beeldjes van Asjera: wie is deze heidense godin?

Kunstenares Marieke Ploeg heeft 3000 beeldjes van de godin Asjera gemaakt en in Maarssen tentoongesteld. Ze vraagt hiermee aandacht voor de vrouwelijke verschijningsvorm van de God van Israël. Volgens haar werd Asjera enkele millennia terug vereerd als de wederhelft van Jahweh. Na de verwoesting van de tempel (586 voor Christus) was er voor haar geen plaats meer in de steeds patriarchaler wordende samenleving.

Op de website van de kunstenares staat te lezen: “Ooit werd God aanbeden als echtpaar. In de oude tempel van Jeruzalem stonden ze zij aan zij, Jahweh en Asjera, een mannelijke en een vrouwelijke verschijningsvorm van God.” Volgens haar veranderde de situatie tijdens de Babylonische ballingschap: “De identiteit van het volk wordt verstevigd en de verhalen in lijn gebracht met de heersende machtsstructuren. Er is in het oude testament nog maar ruimte voor één God, en die God is een man. Deze jaloerse God duldt geen anderen naast zich, zèlfs niet zijn vrouwelijke wederhelft. Hij laat Asjera’s beelden stukslaan, haar heilige palen afbreken en veroordeelt haar verering als afgoderij.”1 De kunstenares stelt zich als doel om de vrouwelijke helft van God weer zichtbaar te maken.

De Kanaänitische godsdienst

Levensboom van Ašerah. Bron: Wikipedia.

Over de actie van de kunstenares valt veel te zeggen, op zijn minst dat haar toelichting veel historische onjuistheden bevat.

Het Oude Testament verschaft inlichtingen over de godsdienst van de Kanaänieten, maar dat gebeurt heel fragmentarisch, omdat de nadruk ligt op de verschillen met de godsdienst van Israël. Vanuit buitenbijbelse teksten en archeologische vondsten hebben we aanvullende informatie. Vooral een grote bibliotheek van kleitabletten, in 1929 gevonden in Ugarit, een havenstad aan de Syrische kust, biedt veel inzage in de Kanaänitische godsdienst rond 1200 voor Christus.

In de Ugaritische teksten is Asjera de echtgenote van de god El. Ze wordt omschreven als ‘vrouwelijke schepper en verwekster van de goden’. Alle goden krijgen de benaming van ‘zonen van Asjera’. Soms wordt ze omschreven als Qudshu (‘heilige’). In het Oude Testament wordt ze echter niet als partner van El, maar als gezellin van de god Baäl genoemd (Richteren 3:7; 1 Koningen 18:19; 2 Koningen 23:4). Tevens komen we daar Astarte als partner van Baäl tegen (Richteren 2:13; 10:6). Blijkbaar vallen Asjera en Astarte inmiddels vaak samen en worden ze niet langer onderscheiden.

In veel gevallen duidt het woord Asjera in het Oude Testament een symbool aan, zoals een boom, een boomstronk of een houten afbeelding als verwijzing naar de godin (zie 2 Koningen 23:6-7). In ieder geval is Asjera een godin die in de Kanaänitische godsdienst vereerd werd.

Het Oude Testament maakt duidelijk dat de verering van de Kanaänitische goden grote aantrekkingskracht had op de Israëlieten. Daarom staan er zoveel waarschuwingen tegen die verering in de Bijbel. Die staan al in het boek Deuteronomium, daterend nog voor de intocht in het beloofde land. De Israëlieten krijgen daar de opdracht de heidense heiligdommen te vernietigen. Ze mogen naast een plaatselijk altaar voor de God van Israël geen Asjera(paal) plaatsen (Deut. 16:21). Dit Bijbelboek stamt uit de tijd van Mozes, circa 1400 voor Christus. Ook in de boeken Jozua en Richteren wordt duidelijk dat de Israëlieten zich niet mogen inlaten met de Kanaänitische goden.

Hetzelfde valt te lezen bij profeten uit de tijd van de koningen. Het betekent dat ruim voor de ballingschap (in de 6e eeuw v.Chr.) deze Kanaänitische godsdienst al afgewezen werd. Het is echt een verkeerde voorstelling van zaken om grote koerswijzigingen in de tijd van de ballingschap aan te nemen. De verering van Asjera heeft nooit een officiële plaats ingenomen in de godsdienst van Israël. En het is een geheel ongefundeerde bewering dat er ooit een beeld van haar in de tempel in Jeruzalem was.

Daar komt nog bij dat er ook een afbeelding van de God van Israël in de tempel in Jeruzalem gestaan zou hebben (“In de oude tempel van Jeruzalem stonden ze zij aan zij, Jahweh en Asjera”). Dit druist geheel in tegen het afbeeldingsverbod in de Bijbel. Het was de Israëlieten niet toegestaan een afbeelding van hun God te maken (zie de Tien Geboden). In de tabernakel en later in de tempel stond de ark van het verbond op de heiligste plaats.

Archeologische vondsten

De polemiek in de Bijbel geeft wel aan dat in de praktijk allerlei Israëlieten Baäl en Asjera vereerden. Dat blijkt ook uit archeologische vondsten. Er zijn zelfs enige teksten gevonden die JHWH, de God van Israël en Asjera met elkaar verbinden, bijvoorbeeld in Kuntilled ‘Ajrud. Het betekent dat Asjera door sommigen beschouwd kan zijn als de echtgenote van JHWH. Wanneer allerlei goden en godinnen gelijkgeschakeld werden, hoeft het niet te verbazen dat er ook zulke opvattingen waren. Deze vondsten geven aan dat het verzet van de profeten gericht was tegen bestaande praktijken. Maar er is geen enkele aanwijzing dat dit ooit de officiële opvatting geweest is.

Het is een wonderlijke opvatting dat in de tijd van de ballingschap, met allerlei gebrek aan middelen, ineens de eeuwenoude geschriften van Israël herzien zouden worden. En dat die herziene geschriften ook nog aanvaard zouden worden in allerlei verspreid wonende groepen, zowel in Babel als in Jeruzalem en omgeving. Die herziening zou niet alleen betrekking hebben op de kern van het geloof, maar ook de patriarchale inrichting van de maatschappij. De patriarchale benadering treffen we echter in alle Bijbelboeken van het Oude Testament aan, en is bij Abraham, Izak en Jakob al waarneembaar.

Monotheïsme

Een volgend punt is het monotheïsme. In de wetenschappelijke wereld is het gangbaar om aan te nemen dat er eerst een veelgodendom was en dat pas later de verering van één god opkwam. Een recent boek als Godenschemering van Daniël De Waele gaat ook daarvan uit. Er zijn echter veel argumenten om aan te nemen dat er eerst één Schepper vereerd werd en dat daarna andere godsdiensten ontstaan zijn. Dat heb ik nader uitgewerkt in het hoofdstuk ‘De ene Schepper en de vele goden’ in de bundel Inzicht. Wetenschap voor Gods aangezicht (2023).2

De conclusie is dat de kunstenares een onjuiste voorstelling van zaken geeft over de godsdienst van Israël. Ze meent terug te keren naar een vroegere vorm daarvan, maar helaas propageert ze de verering van een heidense godin. Het is triest dat het Bijbels museum daaraan meewerkt.3

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Gabriel Barkay is decaan Bijbelse archeologie: “Ik probeer de Bijbel niet te bewijzen”

Dit artikel is samen geschreven met Jonathan Parsons.

Professor Gabriel Barkay is een levende legende op het gebied van bijbelse archeologie. Een kleurrijk figuur, hij wordt beschouwd als de leidende expert op het gebied van de geschiedenis van Jeruzalem.

Panoramafoto van Jeruzalem met de Rotskoepel, genomen op 10 december 2011. Bron: Wikipedia.

Hij heeft archeologie gestudeerd en onderwezen aan de Universiteit van Tel Aviv en de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Met name wordt Barkay gecrediteerd voor het ontdekken van de oudste bijbelse Hebreeuwse inscripties die ooit zijn gevonden – twee zilveren amuletten met de Aäronische zegen uit Numeri 6:24-26, daterend uit de tijd van koning Hizkia. We spraken hem onlangs over deze en andere belangrijke vondsten in het land sinds de wedergeboorte van Israël 75 jaar geleden. Hier is een transcriptie van ons interview.

Waarin bent u geïnteresseerd geraakt op het gebied van archeologie?

“In mijn jeugd woonde ik in het gebied van Rehavia en dwaalde ik door de Vallei van het Kruis en verschillende andere plaatsen. Een groot deel van het huidige Jeruzalem was nog niet bebouwd. En er waren veel open plekken. Ik verzamelde allerlei artefacten, oude munten en potten van aardewerk en andere dingen. Ik vroeg me af van wie zou dat kunnen zijn? Ik begreep dat ik niet de eerste in dit land ben en dat er vele anderen voor mij waren. Ik kreeg steeds meer interesse. Ik dwong mijn vader om wat boeken voor me te kopen. En zo kwam ik in mijn jeugd in de archeologie terecht.”

Wat waren enkele van uw belangrijke vondsten of ontdekkingen?

“In de afgelopen 15 jaar heb ik leiding gegeven aan het Sifting Project, het zeven van grond die illegaal is verwijderd van de Tempelberg, de belangrijkste archeologische vindplaats in dit land. Ik ben vooral trots op mijn opgraving aan de westkant van Jeruzalem, bij Katef Hinnom, de schouder van Hinnom, naast de St. Andrews Presbyterian Church of Scotland. Daar had ik negen seizoenen van opgravingen.

We hadden een reeks grafgrotten en een belangrijke vroegchristelijke kerk. De grafgrotten dateren uit de zevende eeuw voor Christus, de tijd van de profeet Jeremia en koning Josia, zo’n 2600 jaar geleden. In de meeste van deze zeven grotten werd het bovenste gedeelte weggehouwen en in de oudheid geplunderd. In een van de grafgrotten vonden we een zeer interessante architectuur met verhoogde planken voor het begraven van lichamen met uitgeholde hoofdsteunen voor de overledene. We hebben honderden grafplanken gevonden in deze opslagplaats, wat een unieke vondst is. In die kamer verzamelden ze de botten en grafgiften van mensen die op de banken waren begraven. We hadden meer dan 1000 objecten in één kamer. Ongeveer 125 van hen waren gemaakt van zilver, 360 intacte aardewerken vaten en 140 kralen gemaakt van halfedelstenen. We hadden glazen voorwerpen, ivoren voorwerpen en zelfs wat goudstukken.

Onder de vondsten in die opslagplaats hadden we twee kleine opgerolde plaquettes gemaakt van 99 procent puur zilver. En na drie jaar van inspanningen slaagden we erin om die twee kleine boekrollen uit te rollen en ze waren dicht bezaaid met oud Hebreeuws schrift, dat in beide gevallen de priesterlijke zegening bevatte uit het boek Numeri uit hoofdstuk zes, verzen 24 tot 26. En deze zijn de vroegste bijbelverzen die we vandaag bezitten. Ze zijn uit de zevende eeuw voor Christus, ongeveer 2600 jaar oud, van vlak voor de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs, vóór koning Josia. Het stamt uit de tijd dat de eerste tempel, de Tempel van Salomo, nog in Jeruzalem stond. En die twee kleine boekrollen noemden ze zes keer de naam van de HEERE, wat ook het eerste woord was dat ik wist te ontcijferen toen ik ze voor het eerst zag nadat ze waren uitgerold. Het tetragrammaton van de onuitspreekbare naam van God, in de Bijbel waar je het woord Heere hebt, dat verschijnt als JHWH.”

Bent u op een gegeven moment de Bijbel gaan gebruiken als gids of hulpmiddel bij je onderzoek? Dit is de essentie van Bijbelse archeologie waarbij de Bijbel als leidraad wordt gebruikt, maar niet noodzakelijkerwijs om het te bewijzen.
“De connectie tussen de Bijbel en theologie is een bekend onderwerp op het gebied van archeologie in dit land. Eigenlijk is de Bijbel de belangrijkste motivatie van mensen die komen graven in het Heilige Land, en vooral in Jeruzalem. Maar met de jaren ontwikkelde zich onder archeologen een gemengde houding ten opzichte van de Bijbel. Sinds de jaren 70 waren er enkele mensen die elk mogelijk verband tussen de Bijbel ontkenden en ze betwistten en verwierpen de bijbelse verslagen als niet-historisch.

Aan de andere kant waren er anderen die het bijbelse verslag zonder enige kritiek volgden en dachten dat het een nauwkeurige beschrijving was van de geschiedenis van de Israëlieten. De waarheid is dat de middenweg de juiste is; we zouden de Bijbel moeten gebruiken en we zouden archeologie moeten gebruiken, en wanneer ze maar passen – dat is heel goed. Het een heft de waarde van het ander niet op.

Ik heb in ieder geval een conservatievere kijk op het onderwerp. Ik denk dat iemand die de vroegste bijbelverzen heeft ontdekt, de waarde van de term ‘bijbelse archeologie’ niet kan ontkennen. Ik voel wel een heel nauwe band met de mensen die hier waren en in de Heilige Schrift worden beschreven. Dus ik probeer de Bijbel niet te bewijzen, en ik denk niet dat de Bijbel enig bewijs nodig heeft.”

Dus het heeft uw geloof verdiept?
“Het is sterk genoeg, het heeft mijn bewijs niet nodig. Ik denk niet dat ik de Bijbel of iets dergelijks moet versterken. Ik denk niet dat de Bijbel archeologie bewijst. Ik denk dat archeologie ons vermogen vergroot om de Bijbel beter te begrijpen. En het levert ook het chronologische kader en de aspecten van het dagelijks leven. Waar de Bijbel soms zwijgt, voegen we meer informatie toe over de mensen die ons deze prachtige literatuur hebben nagelaten.”

Wat zijn enkele van de andere belangrijke archeologische ontdekkingen van de afgelopen 75 jaar?

“De Dode Zeerollen zijn de belangrijkste ontdekking, een verzameling van ongeveer 900 boeken of overblijfselen van een bibliotheek van een joodse sekte die in het jaar 68 na Christus ten einde kwam. Het waren waarschijnlijk de in historische bronnen genoemde Essenen, die naast de Dode Zee een spiritueel centrum vestigden.

We hebben werken in de collectie vanaf de derde eeuw voor Christus en verder. Dit is een schitterende ontdekking. Alle boeken van de Bijbel behalve de rol van Esther zijn daar vertegenwoordigd. We hebben veel boeken van de apocriefen onder hen. We hebben ook enkele sektarische woorden, die van het allergrootste belang zijn, vooral de Tempelrol, die een zeer lange tekst is, zeer goed bewaard gebleven, en ons vertelt over de toekomstige tempel die komt, zoals ze die visualiseerden. Zonder enige twijfel zijn de Dode Zeerollen de belangrijkste ontdekking.”

Hoe zit het met de Tel Dan-stèle? Hoe belangrijk is dat?

“In de jaren negentig stapelden zich twijfels op over de historiciteit van David en Salomo, en de verenigde monarchie beschreven in de Bijbel, vooral in de boeken Samuel en 1 Koningen. De Deense of Kopenhagense school ontkende de historiciteit van David en Salomo en ze zeiden dat deze bijbelse figuren nooit hebben bestaan. Er waren veel volgelingen van die school in Groot-Brittannië, in de Verenigde Staten en ook hier in dit land. Nu, de volgende decennia sindsdien hebben iets totaal anders laten zien.

Allereerst, in 1993 in Tel Dan in het noorden, een fragment van een stenen stèle die was opgericht door de koning van de Arameeërs, koning Hazael die Tel Dan veroverde, plaatste hij een monument bij het poortgebouw dat daar in stukken gebroken lag, en de fragmenten ervan waren opgenomen in de bouwstenen van een latere poort op die plaats, met die inscriptie, geschreven in de negende eeuw vGT, waar hij opschept dat hij vele koningen heeft gedood, onder wie de koning van Israël en de koning van het ‘Huis van David’. In hun eerste reacties beweerde een van de scholen in Kopenhagen dat de inscriptie een vervalsing was, wat niet alleen een zeer wrede beschuldiging is, maar ook een zeer verkeerde. Iedereen kan het met eigen ogen zien in een tentoonstelling.

Ook werd een site in de vallei van Elah, in de buurt van Beit Keyafa, opgegraven door mensen van de Hebreeuwse Universiteit. En daar kwamen ze erachter dat David niet alleen bestond, maar hij bouwde ook een stad in het laagland, in de Shephela-vallei, en er was een koninkrijk van David, niet alleen genoemd 100 jaar na zijn leven in de stèle van Tel Dan, maar bewijs in de fysieke overblijfselen van sites die door hem zijn gebouwd. Dus de hele ontkenning van de historiciteit van de verenigde monarchie stortte langzaam ineen, ook met de vele ontdekkingen in de oorspronkelijke Stad van David. Dat is een ander verhaal.

Jeruzalem is hét centrum van archeologische activiteit, vooral sinds de Zesdaagse Oorlog en de hereniging van Jeruzalem. In het hart van de Joodse wijk van Jeruzalem ontdekte wijlen professor Avigad een grote stadsmuur van ongeveer acht meter dik en ongeveer acht meter hoog. Een zeer massieve stadsmuur. En dat maakte een einde aan het idee van mensen die dachten dat het in de Bijbel beschreven Jeruzalem een kleine koeienstad was, beperkt tot de smalle Stad van David.

Dit bracht een revolutie teweeg in de studie van de Eerste Tempelperiode in Jeruzalem, maar ook de Tweede Tempelperiode van Jeruzalem werd intensief bestudeerd door Benjamin Mazar, die de omgeving van de Tempelberg bestudeerde. Zijn werk werd later voortgezet door zijn kleindochter, Eilat Mazar, in Shilo en vele anderen opgegraven delen van de Oude Stad, in de oude kern van de Stad van David, evenals in de Citadel, in het westelijke deel van Jeruzalem. En al met al hebben we een beeld van Jeruzalem gedurende zijn hele geschiedenis, van ver voor de Eerste Tempelperiode, en ook na de Tweede Tempel.”

Hoe dankbaar moeten christenen zijn dat Israël hier soevereiniteit heeft en al dit bijbelse erfgoed kan vinden?

“Luister, al die jaren van mijn jeugd en vroege volwassenheid heb ik als soldaat deelgenomen aan de veldslagen in Jeruzalem. Ik weet hoe ik de vrijheid moet waarderen die we nu in Jeruzalem hebben. Niet al te veel mensen stellen het op prijs. Zij beschouwen het als iets dat altijd al bestond, ik beschouw het niet als zodanig. Ik denk dat we het meer moeten waarderen.

En ik denk dat de ontdekking van christelijke overblijfselen van enorm belang is. Ik heb zelf verschillende kerken opgegraven, en in de grond die we op de Tempelberg hebben opgegraven, bevonden zich een overvloed aan vondsten uit de vroegchristelijke periode, wat onze kijk op de christelijke aanwezigheid op de Tempelberg veranderde, wat anders is dan de algemene gedachte. Tijdens de christelijke periode was er veel activiteit op de Tempelberg. We hebben munten, we hebben mozaïekresten, we hebben kleine kruishangers verloren door pelgrims die naar de Tempelberg kwamen. We hebben aardewerk in overvloed, dit alles getuigt van het feit dat de Tempelberg van belang was in de vroegchristelijke periode…

En we hebben overal in het land bewijs van het belang van dit land voor christenen in het verleden. Men kan in de voetsporen van Jezus treden in Galilea, in Jeruzalem en elders. Men kan de vroegchristelijke periode en andere perioden volgen waarin het Heilige Land belangrijk was voor christenen, die zeer goed vertegenwoordigd zijn in de archeologische archieven.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.