Home » Archeologie

Categorie archieven: Archeologie

Sommige christenen wijzen op vondst ark des verbonds: terecht?

Steeds weer doen verhalen over sensationele archeologische vondsten in Israël de ronde. Dit gebeurt vooral op internet. Maar hoe kun je die verhalen toetsen? Een vuistregel is om de volgende twee zaken na te gaan: 1) Hoe deskundig en betrouwbaar is de verteller? 2) Hoe kunnen de aangevoerde gegevens en argumenten gecontroleerd worden?

Transport van de ‘Ark des Verbonds’ op een reliëf in de kathedraal Sainte-Marie d’Auch. Bron: Wikipedia.

Die vragen zijn ook van belang bij de beoordeling van een oud bericht dat onlangs weer gepubliceerd werd op Revive.nl: “Video gaat opnieuw viral: Archeoloog vindt ark des verbonds met, wat blijkt, het nog steeds levende bloed van Jezus!1

Volgens het bericht heeft een archeoloog genaamd Ron Wyatt bewijs gevonden voor het feit dat Jezus heeft bestaan. Hij verklaarde op 6 januari 1982 dat hij de ark des verbonds had gevonden. Wat het extra interessant maakte was dat hij een enorme spleet zag boven de grot waar de ark was ontdekt. En het leek alsof er een opgedroogde, zwarte substantie over het verzoendeksel van de ark was gemorst. Toen ze terugkeerden naar het laboratorium om het te testen, ontdekten ze dat het uniek bloed was met 24 chromosomen. En extra bijzonder: Op de een of andere manier leefde het nog! Toen hij terugkeerde naar de plaats waar hij de ark had ontdekt, ontdekte hij dat deze precies onder de plek was begraven waar Christus was gekruisigd. Het wijst erop dat dit het bloed zou kunnen zijn dat naar beneden droop toen de aarde openbarstte tijdens de kruisiging. Tot zover het sensationele bericht.

Betrouwbaarheid verteller

Om dit nieuwsbericht op waarde te schatten, is het van belang de twee genoemde criteria te hanteren. Laat ik beginnen met de vraag hoe betrouwbaar de verteller is. Wie op onderzoek uitgaat, komt er achter dat de Amerikaanse christen Ron Wyatt (1933-1999) een verpleegkundige en hulp-anesthesist was die vaak naar het Midden-Oosten gereisd is. Hij heeft ongelooflijk veel bijzondere vondsten gedaan. In bepaalde kringen in Amerika, voornamelijk onder zevendedagsadventisten, is hij een held. Daarbuiten is er onder christenen voornamelijk lichte scepsis tot volledig afwijzing van zijn claims van opmerkelijke vondsten. In kringen van serieuze wetenschappers, ook christen-wetenschappers, wordt het meeste van Rons werk goed beargumenteerd afgewezen.

Een voorbeeld bij de vraag naar controle is de Schelfzee/Rietzee in het boek Exodus. Meestal wordt aangenomen dat die dichtbij Egypte lag, zoals de Golf van Suez of de Bittermeren. Er zijn echter ook argumenten om aan te nemen dat de Golf van Akaba bedoeld is en dat de berg Sinaï in Midian lag (en niet in het schiereiland Sinaï, waar de berg meestal gesitueerd wordt). Ron Wyatt koos voor de Golf van Akaba, en hij verzon een ondiepte van 300 meter op de plaats van de doortocht van de Israëlieten, maar die is er niet. Ron beweerde daar ook een oude granieten kolom te hebben gezien met Fenicisch of oud-Hebreeuws schrift. Hij beheerste die talen echter niet. Controle is niet mogelijk, want er zijn geen foto’s beschikbaar.

Een tweede voorbeeld is de zoektocht naar de ark van Noach. Wyatt heeft dit grote schip ook kunnen lokaliseren, maar geen enkele wetenschapper gelooft hem.

De ark van het verbond

Nu de ark van het verbond. Het korte bericht en de bijbehorende video bevatten geen materiaal dat gecontroleerd kan worden. Wij zouden wel eens willen weten welke ruimte onder Golgotha ontdekt is, hoe hij daar gekomen is en ook hoe hij weet dat die plaats exact onder het kruis van Jezus was. De ontdekking van de Ark van het Verbond zou natuurlijk direct gemeld moeten worden aan de Oudheidkundige dienst in Israël, maar dat is niet gebeurd. Overigens verleent deze dienst alleen maar toestemming tot opgraving aan erkende archeologen. Maar het verhaal gaat dat deze dienst de vondst geheim wilde houden. Ook van deze ark zijn geen duidelijke opnamen beschikbaar.

De ark van het verbond stond in de tabernakel en in de eerste tempel, maar is waarschijnlijk door de Babyloniërs weggevoerd en niet meer teruggekomen. Volgens Flavius Josephus was het Heilige der heiligen in de tweede tempel leeg, en stond er dus geen ark meer (Joodse Oorlog 5.219). Er zijn tal van verhalen in omloop wat er met de ark gebeurd is. Zo heeft 2 Makkabeeën 2:4-8 het bericht dat de ark in opdracht van de profeet Jeremia verstopt is in de berg Nebo. Andere verhalen geven aan dat de ark naar Ethiopië vervoerd is of verstopt is in de tempelberg. Voor Ron Wyatt is het echter duidelijk dat de ark zich in de heuvel Golgotha bevindt. Maar bij gebrek aan bewijs moeten we helaas de conclusie trekken dat hij deze vondst waarschijnlijk verzonnen heeft.

‘Bloed van Jezus’

Volgens het nieuwsbericht heeft Ron het opgedroogde bloed laten onderzoeken in een laboratorium. De medewerkers hebben daarna opgebeld met de mededeling dat dit menselijke bloed 24 chromosomen bevat. Ron legde zelf later uit: “Weet je, iedereen heeft er 46; 23 van je moeder, 23 van je vader. Dit bloed had 23 chromosomen van moederszijde en slechts één Y-chromosoom. Daarnaast zeiden ze dat het bloed leeft.” Elders blijkt dat Ron die samenstelling ziet als een bewijs van de bijzondere geboorte van Jezus, zonder toedoen van een man.

Dit wonderlijke verhaal roept de vraag op welk laboratorium het bloed onderzocht heeft en waar de schriftelijke uitslag is. Maar helaas, Ron vertelde alleen dat het laboratorium ergens in Israël stond. Ook is er geen schriftelijke verklaring, want Ron werd slechts gebeld voor de uitslag. Op deze manier is controle onmogelijk en blijft de lezer van dit verhaal zitten met de vraag wat er echt en wat er gefantaseerd is.

Het aantal chromosomen is afwijkend. Volgens Ron is dat een bewijs van Jezus’ bijzondere afkomst. Wie zich verdiept in het onderzoek naar chromosomen merkt al gauw dat er bij celdeling afwijkende aantallen chromosomen gevormd kunnen worden. Deze genetische afwijkingen zijn nagenoeg altijd schadelijk. Ron houdt zich echter niet bezig met de vraag wat de negatieve consequenties zijn van een afwijkend aantal chromosomen.

Ron Wyatt heeft jarenlang gereisd en is met groot aantal fantastische verhalen thuisgekomen. Er is echter niet één wetenschappelijke organisatie die met hem samenwerkte (ook niet uit orthodox-christelijke hoek) en in de gelegenheid gesteld werd zijn bevindingen te onderzoeken. Ook zijn de resultaten alleen maar wereldkundig gemaakt in vage nieuwsberichten en video’s met onduidelijke beelden. Dit maakt de beweringen ongeloofwaardig. Toch heeft de avonturier nog steeds aanhangers. Wie meer wil weten over hem kan terecht op de Nederlandstalige of Engelstalige site van Wikipedia. Daar staan allerlei voor- en tegenstanders vermeld.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Was Sisera een ‘Italiaan’?

Op een heuveltop in Israël, niet ver van Megiddo, met uitzicht op de berg Karmel en de kust van de Middellandse Zee, hebben archeologen een unieke vesting opgegraven. De muur van deze vesting is niet zo regelmatig mogelijk, zoals bij de steden en vestingen van de Israëlieten en de Kanaänieten het geval was, maar enorm onregelmatig. Het terrein binnen de muur van deze vesting was grotendeels onbebouwd en door binnenmuren verdeeld in vijf kleinere gedeelten. Uit het gevonden aardewerk valt af te leiden dat de vesting alleen tussen ongeveer 1220 en 1170 v. Chr. bewoond is geweest, en later nooit meer. Anders dan vrijwel overal elders is er dus slechts één opgravingslaag. Alles wijst erop dat de bouwers van deze vesting, die tegenwoordig bekend staat als El-Achwat, noch Israëlieten noch Kanaänieten waren. Evenals de Filistijnen behoorden ze tot de zogenoemde Zeevolken, die geen Semieten maar Indo-Europees waren, en die zich via Egypte in de kuststreek van Palestina vestigden rond de tijd waarin ook Israël Kanaän probeerde te veroveren.

Heel opvallend aan de vesting op El-Achwat zijn ronde gebouwen van losse stenen die nog het meest aan iglo’s doen denken. Ze zijn meestal zo’n drie meter in doorsnede en twee meter hoog. Dergelijke bouwwerken vindt men nergens in het Midden-Oosten, maar wel op Sardinië. Zeker 6500 van deze ronde gebouwen zijn bekend. Op Sardinië werden ze als huizen gebouwd door een volk dat nog niet kon lezen en schrijven, de Shardana. Deze Shardana trokken naar het Oosten van de Middellandse Zee kort voordat de Filistijnen hetzelfde deden. Op diverse afbeeldingen in Egypte zijn de Shardana herkenbaar aan hun gehoornde helmen. Egyptische teksten duiden erop dat de Shardana als een soort huursoldaten nu eens vóór, dan weer eens tegen Egypte vochten. Ze worden voor het eerst genoemd in de 14e eeuwse Amarna-brieven. Een eeuw later duiken ze op als lijfwachten van de beroemde farao Ramses II. Rond 1100 v. Chr. reisde de Egyptische priester Amenope door de kustvlakte van Kanaän en trof daar zowel Filistijnen als Shardana aan.

Worden deze Shardana in het Oude Testament genoemd? Ja, waarschijnlijk tweemaal. In Genesis 10:5 is sprake van ‘kustlanden der volken’ (Hebr. iyei ha-goyim). De beroemde archeoloog William F. Albright (1891-1971) meende dat met deze ‘volken’ speciaal de Zeevolken zoals Filistijnen en Shardana bedoeld worden. Het lijkt erop dat de nieuwe ontdekkingen hem gelijk geven.

In Richteren 4:2, 13 wordt de woonplaats van Sisera, een tegenstander van Debora en Barak, ‘Haroset van de Volken’ (Haroset ha-goyim) genoemd. Dit Haroset is nooit gevonden maar alles wijst erop dat het geïdentificeerd kan worden met El-Achwat. De ligging van deze vesting past goed in de verhalen van Richteren 4 en 5. Dat betekent dat de tegenstanders van Debora en Barak vanuit Haroset opereerden. De Shardana hadden zich in die periode blijkbaar verhuurd aan de Kanaänitische vorst Jabin (Richt. 4:2).

Als deze gedachte juist is, verklaart ze waarom de vesting op El-Achwat maar korte tijd in gebruik was: de Shardana moesten na hun verpletterende nederlaag het land weer verlaten. Ook begrijpen we hoe het mogelijk was dat Sisera 900 ijzeren strijdwagens had (Richt. 4:3). De Zeevolken, zowel de Filistijnen als de Shardana, waren in die tijd de enigen die ijzer konden maken (vgl. 1 Samuël 13:19-22). De raadselachtige, niet-Semitische naam Sisera kan nu worden verklaard als afkomstig van Sardinië. Daar komen vergelijkbare namen nog altijd voor.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Ellips. De volledige bronvermelding luidt: Lalleman, P.J., 2004, Was Sisera een ‘Italiaan’?, Ellips 29 (249): 21.

De eerste Nederlandse regionaltagung van Wort und Wissen – Verslag van deze conferentie in W+W-info

Op 25 november 2023 vond de eerste Nederlandse regioconferentie (regionaltagung) van Wort und Wissen plaats in Gouda (waar de wereldberoemde kaas vandaan komt). De conferentie werd georganiseerd in samenwerking met Stichting Creaton en stond in het teken van het overkoepelende thema “De grote vragen“. Met een snel groeiende schat aan informatie over het heelal, het leven en de bijbelse archeologie lijken deze grote vragen weer relevant te worden. De conferentie was in de eerste plaats gericht op docenten, die werkzaam zijn in het voortgezet onderwijs of aan de universiteit, en studenten, maar ook geïnteresseerden uit vele andere vakgebieden woonden het evenement bij.

“Dr. Peter Korevaar nam ons mee in een reis door de kosmos.” Bron: Pixabay.

Het totaal aantal deelnemers lag rond de 90 personen. Op de conferentie werden de volgende vier hoofdvragen behandeld: 1) Is de Bijbel historisch betrouwbaar? 2) Wat is de boodschap van het universum? 3) Verklaart natuurlijke selectie genetische informatie? 4) Is het heden de sleutel tot het verleden? De conferentie werd geopend door geoloog drs. Tom Zoutewelle, al lange tijd een vriend van Wort und Wissen, die al vele jaren een regelmatige bijdrage levert aan de Fachtagung Geologie. De uitstekende organisatie van deze eerste Nederlandse outreach door Wort und Wissen is ook, grotendeels, aan hem te danken. Hij is er altijd op gebrand geweest om in Nederland een groep wetenschappers bij elkaar te brengen die zich met Bijbelse wetenschap willen bezighouden. Dr. Peter Korevaar, natuurkundige en lid van het bestuur van Wort und Wissen, gaf de eerste lezing en nam ons mee in een reis door de kosmos, beginnend bij de zon en zo ons leidend naar de uiterste grenzen van onze kennis van het heelal. Hij legde vooral de nadruk op de verbazingwekkende fijnafstemming van de natuurwetten. Deze vormen een voorwaarde voor het feit dat geen enkele planeet zo gunstig is voor leven als onze thuisplaneet. De lezing eindigde met een reflectie over wat het betekent dat God de Schepper is van hemel en aarde.

Daarna sprak de archeoloog, en auteur van verschillende boeken van Wort und Wissen, dr. Peter van der Veen, via Zoom, over de oorsprong van het oude Israël. Het eerste boek van de Bijbel vertelt ons over de oorsprong en migratie van de voorouders van Israël in Mesopotamië, Kanaän en Egypte. In de laatste hoofdstukken van Genesis wordt de aartsvader Jozef benoemd tot onderkoning in de Nijlvallei, kort voordat een hongersnood de regio trof. Deze gebeurtenissen worden door veel seculiere geleerden afgedaan als mythen. In zijn lezing presenteerde dr. Peter van der Veen de resultaten van zijn jarenlange onderzoek. Hieruit blijkt dat archeologie, klimatologie en sociaal-politieke omstandigheden opmerkelijk goed overeenkomen met de bijbelse verslagen.

Tijdens de pauze was er volop gelegenheid om van gedachten te wisselen en in dialoog te gaan met de sprekers. Na de pauze besprak moleculair bioloog en Wort und Wissen-medewerker dr. Peter Borger het algemeen aanvaarde mechanisme van de evolutionaire ontwikkeling, namelijk natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie is nog steeds het enige mechanisme dat in de moderne evolutiebiologie wordt aangehaald om de veronderstelde informatietoename in de loop van de natuurlijke geschiedenis in naturalistische (materialistische) termen te verklaren. In zijn lezing analyseerde Peter Borger dit principe, dat Darwin had voorgesteld, voor het ontstaan van soorten. De biologische gegevens geven aan dat natuurlijke selectie een biologisch feit is, maar dat het geen belangrijke rol speelt in het ontstaan of behoud van genetische informatie.

Drs. Tom Zoutewelle gaf vervolgens een lezing over een onderwerp uit de geologie. Hierin trok hij de oude geologische aanname in twijfel dat het heden de sleutel is tot het verleden. Zoutewelle toonde aan dat het catastrofisme op het punt staat opnieuw zijn intrede te doen in de geologie. De geschiedenis van de aarde wordt niet langer uitsluitend verklaard in termen van geologische processen zoals die zich vandaag de dag voordoen. Het is opmerkelijk dat het begrip voor deze visie is toegenomen, mede dankzij de huidige waarnemingen. De snelheid van geologische processen zoals vulkanisme, gebergtevorming, erosie en sedimentatie is moeilijk te verklaren met behulp van de (naturalistische, red.) geologische tijdschaal. De dag werd afgesloten met een discussieronde waarin het publiek de gelegenheid had om vragen te stellen aan de sprekers. Na afloop werden we benaderd door verschillende docenten en voorgangers die graag met ons zouden willen samenwerken in het apologetische en educatieve werk op scholen en in de kerkelijke gemeenten. Samenvattend kunnen we zeggen dat het een geslaagd seminar was dat zeker voor herhaling vatbaar is.

Noot van de redactie: Over deze conferentie hebben we al vaker geschreven op deze website. Allereerst natuurlijk de aankondiging van deze conferentie: https://oorsprong.info/creaton-en-wort-und-wissen-organiseren-op-25-november-2023-d-v-congres-over-de-grote-vragen/. Ten tweede een samenvatting van het RD-interview voorafgaande aan de conferentie, met organisator drs. Tom Zoutewelle: https://oorsprong.info/onverantwoorde-overgang-van-natuurwetenschappelijke-grenzen-interview-met-drs-tom-zoutewelle-in-het-reformatorisch-dagblad/.

Dit artikel is met toestemming vertaald uit Wort und Wissen Info. De volledige bronvermelding luidt: Borger, P., 2024, Erste W+W-Regionaltagung in den Niederlanden, Wort und Wissen Info 146 (originele Duitstalige artikel).

Archeologen stuiten in Jeruzalem op zeldzame oorbelhanger uit de tijd van koning Salomo

Archeologen en onderzoekers stuitten in 2018 op een mysterieus voorwerp waarvan ze jaren geen idee hadden wat het is. Nu blijkt het om een 3000 jaar oude oorbelhanger te gaan. Dat meldt All Israel News. Volgens onderzoekers toont de oorbelhanger de aanwezigheid van de Phoeniciërs in Israël tijdens de regeerperiode van koning Salomo. De Phoeniciërs, die hun eigen koninkrijk hadden, onderhielden goede banden met het koninkrijk van Salomo.1

Dit buitengewone sieraad, ontdekt tijdens opgravingen in het Ophel-gebied in Jeruzalem, werd officieel aan het publiek gepresenteerd bij de opening van de tentoonstelling “King David and Solomon Discovered“. Dit wereldpremière-initiatief, georganiseerd door het Armstrong Institute of Biblical Archaeology (AIBA), vindt plaats tot volgend jaar januari en dient als eerbetoon aan de overleden Israëlische archeologe dr. Eilat Mazar.

In de Bijbel is te lezen over een periode van nauwe samenwerking tussen Israël en de Phoeniciërs, met name tijdens de regeerperiodes van koning David en zijn opvolger, koning Salomo. Geschriften, zoals 1 Koningen 5:1, portretteren de bewondering en steun van de Phoenicische koning Hiram voor Koning Salomo, wat de goede verstandhouding tussen de twee koninkrijken symboliseert. De Bijbelse verhaallijn schetst een beeld van wederzijdse hulp en partnerschap, waarbij de Phoeniciërs bijdragen aan middelen en expertise voor monumentale bouwprojecten in Jeruzalem.

De Phoenicische oorbelhanger werd ontdekt in de oude ruïnes van het Ophel-gebied van Jeruzalem – tussen de oude stad van David en het koninklijk paleis in het zuiden en de Tempelberg in het noorden. De oorbel biedt tastbaar bewijs van een Phoenicische aanwezigheid in de stad in de tiende eeuw voor Christus (IJzertijd II). Deze ontdekking voegt een nieuwe dimensie toe aan het begrip van het historische landschap van Jeruzalem, waarbij het ingewikkelde web van culturele interacties en handelsnetwerken wordt onthuld dat kenmerkend was voor de tiende eeuw voor Christus.

De opgravingen op het Ophel hebben herhaaldelijk aangetoond dat de Bijbel, met zijn verwijzingen naar een machtig koninkrijk onder Salomo in de tiende eeuw voor Christus en het koninkrijk Juda dat daarna bloeide, correct was. De archeoloog Eilat Mazar heeft veel ontdekkingen gedaan die dit bevestigen, met name de beroemde zogenaamde “Poort van Salomo” uit deze periode, inscripties die koninklijke administrateurs vermelden, evenals inscripties van zegels die koning Hizkia en de profeet Jesaja vermelden.

De reis naar het ontrafelen van de geheimen van de hanger was niet zonder uitdagingen. Opgravingen geleid door dr. Eilat Mazar, van 2009 tot 2018, maakten gebruik van innovatieve technieken, om zorgvuldig door bodemlagen te kunnen zeven. Het was door deze nauwgezette inspanningen dat de hanger uiteindelijk werd ontdekt. De unieke vormgeving en samenstelling getuigen van het vakmanschap van oude ambachtslieden. Volgens Brent Nagtegaal van het Armstrong Institute is er sprake van de vroegst ontdekte gouden artefact tijdens een archeologische opgraving in Jeruzalem.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Belangrijke vondst uit tijd van David

Een Hebreeuwse tekst uit de tijd van David is ontcijferd (RD 8-1-2010). Volgens prof. dr. M. J. Paul gaat het hier om een belangrijke vondst.

Deze potscherf laat zien dat de Israëlieten in de tijd van David al konden schrijven. Foto: G. Laron. Bron: Khirbet Qieyafa Archeological Project.

Prof. G. Galil uit Haifa heeft een vertaling gepubliceerd van een vijfregelige inscriptie, die opgegraven is in Khirbet Qeiyafa. De tekst is niet helemaal volledig, daarom staan de aanvullingen tussen haken. De vertaling: “U zult [dit] niet doen, maar dien de [Heere]. / Spreek recht over de sla[af] en de wed[uwe]. Spreek recht over de we[es] / [en] de vreemdeling. [Pl]eit voor het kind, pleit voor de ar[me en] / de weduwe. Herstel de positie [van de arme] in de handen van de koning. / Bescherm de arme en de slaaf, [onder]steun de vreemdeling.

Khirbet Qeiyafa is een klein vestingstadje in Juda, ten zuidwesten van Jeruzalem, om de grens te bewaken tegen de Filistijnen. Het gevecht tussen David en Goliath vond plaats in de naastgelegen vallei. De muur en de poorten zijn gebouwd uit grote stenen (sommige wegen wel 10 ton). Een dergelijke stad is een aanwijzing van een sterk rijk met grote militaire macht.

Op grond van diverse dateringsmethoden dateren de opgravers de stad in de 10e eeuw voor Christus, de tijd van koning David. Er zijn echter heel wat discussies of het rijk van David wel zo sterk geweest kan zijn en prof. I. Finkelstein van Tel Aviv meent dat de stad ook wel Filistijns geweest kan zijn. De gevonden tekst bevat echter typisch Hebreeuwse woorden en is daarom een krachtige aanwijzing dat de stad bij Israël behoorde.

Alfabet

De tweede conclusie is dat de Israëlieten in de tijd van David al konden schrijven. Dit is voor veel Bijbellezers vanzelfsprekend, maar dat geldt niet voor alle Bijbelwetenschappers en archeologen in het Midden-Oosten. In “Wie schreef de Bijbel?” (Kampen, 2009) stelt prof. Karel van der Toorn bijvoorbeeld dat de Bijbel een verzameling documenten is die in de schrijverswerkplaats van de tempel zijn ontstaan. Eerst was de mondelinge overlevering gezaghebbend en pas later kregen geschreven teksten de status van openbaring. De meeste Bijbelteksten zijn volgens hem daarom pas heel laat ontstaan.

Deze bewering is gebaseerd op een grondig onderzoek van de schrijverspraktijken in Babylonië. Het is echter de vraag of de training van schrijvers in tempels en aan het hof van Babel wel te vergelijken is met die van schrijvers in Israël. Er is een veel zwaardere training nodig om het moeilijke spijkerschrift met honderden verschillende tekens voor lettergrepen te beheersen dan het relatief eenvoudige Hebreeuwse alfabetische schrift met slechts 22 tekens.

De vondst van de genoemde tekst in een vestingstadje toont aan dat daar ook ten minste één schrijver werkzaam was. Overigens kan hier ook verwezen worden naar een vondst van een steen met het Hebreeuwse alfabet erop enkele jaren geleden in Tel Zayit.

Ten derde is de inhoud van de tekst van belang: hij lijkt op diverse teksten uit de Bijbel, maar komt daarmee niet letterlijk overeen. De regels vormen een oproep goed om te gaan met de sociaal zwakkeren, een oproep die op deze wijze niet bekend is bij de buurvolken. Bewogenheid met wees, weduwe en vreemdeling is een bekend thema in de wetgeving van Israël, bijvoorbeeld in Exodus 22:21-24 en 23:3-9 en Deuteronomium 24:17-22 en 27:19.

Bijbelwetenschappers dateren deze teksten vaak uit de tijd van de koningen, na de scheuring van het rijk ten tijde van Rehabeam en Jerobeam. Het boek Deuteronomium zou pas uit de tijd van koning Josia zijn. Uiteraard kunnen op basis van een enkele sociale tekst geen conclusies getrokken worden over de datering van Bijbelboeken, maar een belangrijk inhoudelijk thema is nu bekend uit de tijd van David.

Potscherf

Overigens is de opsomming van weduwe, wees en vreemdeling gebruikelijk in de Bijbelteksten, en ook vinden we meer dan eens een oproep om knechten of slaven met barmhartigheid te behandelen, maar hier wordt ook de positie van kinderen genoemd.

Het blijft onduidelijk wie de tekst heeft geschreven en welk doel deze diende. Een oproep tot sociale gerechtigheid zou goed passen bij een profeet, maar ook een instructie voor rechters of de oudsten van de stad bij het rechtspreken is denkbaar. Omdat de regels op een potscherf zijn geschreven, betreft het mogelijk een schrijfoefening voor een definitieve tekst of een samenvatting van een toespraak.

In de tekst wordt een beroep gedaan om zwakken te geven in de handen van de koning, met de bedoeling dat hij hen zal helpen. Dit komt overeen met Psalm 72:4, waar de wens staat dat de koning recht zal verschaffen aan de ellendigen van het volk en mensen in nood zal verlossen.

Om allerlei redenen is de vondst in Qeiyafa dus van belang. Ik ben benieuwd of de interpretatie van de moeilijk leesbare tekst door prof. Galil breed geaccepteerd zal worden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Paul, M.J., 2010, Belangrijke vondst uit tijd van David. Hebreeuwse inscriptie toont Bijbels thema van mededogen met sociaal zwakkeren, Reformatorisch Dagblad 39 (237): 11.

Lag Sodom ten noorden van de Dode Zee? – Een aantal argumenten op ‘Aantekeningen bij de Bijbel’ die dit tegenspreken

‘Landschap met de brand van Sodom en Gomorra’ geschilderd met olieverf door Joachim Patinir (ca. 1480-1524). Bron: Wikipedia.

De afgelopen decennia is meermalen in het nieuws gekomen dat Sodom gevonden is. Het gaat hierbij om Tall el-Hammam (13 km noordoostelijk van de Dode Zee). Ook in 2015 lazen we dit in diverse media. Een van de redenen van deze identificatie is dat de onderzoekers (Tall el-Hammam Excavation Project) zich baseren op de teksten in Gen. 13-19 en de Koran. Wat betreft de Bijbel wordt verwezen naar Gen. 13:10: “En Lot sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was…” (HSV). Waarbij men er dan vanuit gaat dat met כִּכַּ֣ר kikar (“vlakte”) de Jordaanvallei wordt bedoeld en wordt verwezen naar de Koran (Qur’an VIII.7.84; XII.11.82; XIV.15.61-79; XIX.25.40; XX.29.40). Verder is een argument dat Tall el-Hammam aan de belangrijkste handelsroutes lag en zich bevindt aan de oostelijke kant van de Jordaan.

Er zijn echter een aantal argumenten die deze plaats als locatie van de stad Sodom tegenspreken: 1) We lezen dat Lot in eerste instantie naar het oostelijke gedeelte van de Jordaan trok en in diverse steden woonde tot hij zijn tenten bij Sodom neerzette (Gen. 13:12). Dit impliceert dat hij behoorlijk had gereisd voordat hij bij Sodom aankwam en zich dus niet noodzakelijk meer in de Jordaanvlakte bevond. 2) Deze kikar kan slaan op een gebied tot noordelijk bij Sukkoth (1 Kon. 7:46), zeker als het niet in combinatie met de Jordaan wordt genoemd (Gen. 19:17, 28; 2 Sam. 18:23). 3) In de Bijbel zien we dat Sodom ligt in het Siddimdal bij de Dode Zee. Siddim betekent zoiets als “kalk of krijt” (“zout” LXX) wat meer overeenkomt met het zuidelijke gedeelte van de Dode Zee, omdat daar ook de zinkgaten gevonden worden (Gen. 14:10). Ook past deze zuidelijke omgeving beter bij veel andere Bijbelteksten die gaan over het vernietigde gebied (Deut. 29:23, Jes. 13:19-20, Jer. 49:18, 50:40; Sef. 2:9) en met de latere oorlog tussen Juda en Edom te Zair (=Zoar 2 Kon. 8:21). 4) Tot slot is ook de specifieke woordkeus voor de vernietiging van Sodom en omliggende steden, שחת shachet “vernietigen” en הפך hafach “omkeren” (Gen. 19:29), belangrijk omdat dit de kans bijzonder klein maakt dat van een opgegraven stad, ongeacht in het noordelijk of zuidelijk gedeelte, nog veel te vinden is. Van Tall el-Hammam zijn namelijk grote delen van de fundamenten van huizen en muren gevonden, wat bij zo’n omkering niet mogelijk is.

In november 2018 kwam in het nieuws dat een meteorietinslag mogelijk de oorzaak van de verwoesting was (ScienceNews, 20 nov. 2018; P.J. Silvia et al. The 3.7kaBP Middle Ghor event: catastrophic termination of a Bronze Age civilization. American Schools of Oriental Research annual meeting, Denver, November 17, 2018). Enkele jaren later werd dit bevestigd (Ted E. Bunch, “A Tunguska sized airburst destroyed Tall el-Hammam a Middle Bronze Age city in the Jordan Valley near the Dead Sea“, in Scientific Reports vol. 11 18632).

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website ‘Aantekeningen bij de Bijbel’. Het originele artikel is hier te vinden.

Kosmische explosie maakt van een vruchtbare vlakte onbewoonbaar gebied

Abraham is deze morgen vroeg wakker. Hij haast zich naar de top van de heuvel waardoor hij uitzicht heeft over de Jordaanvlakte. Dan slaat hij de hand voor de mond, de eens zo vruchtbare Jordaanvallei is veranderd in een rokende smeltoven. Het gebied is totaal verwoest en een deken stroperig zout heeft zich over de vlakte uitgestrekt. De eens zo machtige steden zijn verdwenen.

Over de geschiedenis van Sodom en Gomorra en de verwoesting van deze steden hebben vele wetenschappers zich al gebogen. Verschillende verklaringen zijn geopperd, maar het laatste woord is nog hier nog niet over gezegd. Tijdens de Annual Meeting van de American Schools of Oriental Research (17 november 2018) presenteerden veertien wetenschappers de resultaten van hun onderzoek. Ze kwamen tot een opmerkelijke conclusie. Zo zou de vruchtbare vlakte rond Tall el-Hammam verwoest zijn door een explosie van een meteoriet boven het gebied.1

Waar de onderzoekers over spraken was niet nieuw. De hoofdonderzoeker (dr. Phillip Silvia) presenteerde al eerder, samen met dr. Steven Collins2, de resultaten op een conferentie in 2015.3 Daarnaast schreef dr. Silvia zijn dissertatie over dit onderwerp, met als titel The Middle Bronze Age Civilization-Ending Destruction of the Middle Ghor.4 Volgens de onderzoekers zijn er verschillende argumentatielijnen die leiden tot de conclusie. Zo is er een potscherf gevonden die blootstelling aan extreme temperaturen laat zien (de paper spreekt van 8.000 tot 12.000 graden Celsius in enkele microseconden). Ook zijn er andere mineralen gevonden die eenzelfde kortdurende blootstelling aan extreme temperaturen laten zien. In 2010 werd er ook gesmolten gesteente gevonden. Daarnaast is de natuurlijke muur, het fundament van de muur van de stad Tall el-Hammam, voor een groot deel verdwenen. Geochemische data laten zien dat er veel sulfaat en zout in de aslagen zit. Deze monsters zijn onder, in en boven de verwoeste laag te vinden. Daarnaast noemen de onderzoekers ook nog natuurkundig bewijsmateriaal.

Er zijn enkele voorbeelden van meteorieten die boven land explodeerde en een verwoestend effect hadden. In 1908 explodeerde een meteoriet boven Siberië en liet de bomen in een gebied van 2000 vierkante kilometer als geknakte luciferhoutjes achter.5 In 2013 kwam er een stuk ruimtepuin zo groot als een bestelbusje de atmosfeer binnen, explodeerde en verwondde meer dan 1600 mensen.6

Hebben de onderzoekers een correct scenario geschetst? Onder de geleerden bestaat er twijfel en is er discussie of de stad Tall el-Hammam werkelijk dezelfde stad is als Sodom. Recent bevroeg Johan Demoed van Weet Magazine de oudtestamenticus prof. dr. Mart-Jan Paul.7 Hij gaf enkele gegronde tegenargumenten en vermoedde dat deze stad niet Sodom, maar het Amoritische Hesbon is. Het bovengenoemde onderzoek werpt mogelijk nieuw licht op deze zaak.

Dit artikel werd in 2018 geschreven.

Voetnoten

Is Tall el-Hammam Sodom? – Dr. Mart-Jan Paul over de ligging van Sodom

De ligging van Sodom volgens dr. Steven Collins. Bron: Screenshot uit de video ‘Sodom and Gomorrah: Biblical Archaeology’.

Vraag

Ik ben erg benieuwd naar uw visie op Tall el-Hammam als Sodom, zoals betoogd door dr. Steven Collins: https://youtu.be/r-teJabFF90.

Antwoord

Beste vraagsteller,

Al heel wat jaren verdedigt Steven Collins de opvatting dat de stad Tall el-Hammam in Jordanië het vroegere Sodom was. Deze stad ligt ongeveer 13 kilometer ten noordoosten van de plaats waar het water van de Jordaan de Dode Zee instroomt.

Deze gelijkstelling lijkt mij onjuist. Genesis 10:19 wijst op een meer zuidelijke ligging van de steden. In later tijd noemt Ezechiël ook de zuidelijke ligging (Ezechiël 16:46).

De stad Zoar (waar Lot heen vluchtte) bestond tot in de middeleeuwen. Flavius Josephus, Eusebius en de Madaba map (mozaïekvloer) geven een ligging ten zuiden van de Dode Zee aan.

Collins vat het Hebreeuwse woord “kikkar” (vlakte) op als een ronde schijf en volgens hem voldoet de Jordaanvallei ten noorden van de Dode Zee daaraan. Die vlakte is echter rechthoekig. Bovendien heet die vlakte “de vlakte van de vallei van Jericho” (Deuteronomium 34:3), niet “de vlakte van de Jordaan.” Wanneer we uitgaan van de uittocht in 1446 v.Chr. en een verblijf van Israël in Egypte van 430 jaar, dan komen we uit bij een datering van Abraham in 2166-1991 v. Chr. Maar de bewoningslagen van Tall el-Hammam wijzen in de richting van de 19e tot de 15e eeuw v. Chr. De chronologie klopt dus niet.

De overblijfselen van Tall el-Hammam laten zien dat de stad groot en belangrijk was. Clyde Billington meent dat het aannemelijk is dat hier de vroegste stad Hesbon ligt, de hoofdstad van de Amoritische koning Sihon (Numeri 21:25-30; Deuteronomium 2:24), te onderscheiden van het latere, meer naar het oosten gelegen Hesbon.

Deze gastbijdrage is met toestemming van de redactie overgenomen van de website Refoweb. Het originele artikel is hier te vinden.

Onderzoeker: Sodom waarschijnlijk door asteroïde-inslag vernietigd

Noot van de redactie: Er zijn verschillende theorieën en gedachten over de natuurlijke oorzaak van de vernietiging van Sodom (plus Gomorra, Adama en Zeboïm). De theorie over een stuk ruimtepuin dat deze steden treft is niet nieuw. Zie bijvoorbeeld dit artikel. Niet iedereen is het overigens eens met de hieronder genoemde interpretatie van de resultaten.

De uit de Bijbel bekende stad Sodom is zeer waarschijnlijk vernietigd door een asteroïde-inslag. Dat stelt dr. John Bergsma, verbonden aan de Franciscaanse Universiteit van Ohio. Bergsma deed recent onderzoek in de zuidelijke Jordaanvallei waar de ruïnes van de stad zouden liggen.1 De onderzoeker zegt overtuigend bewijs in handen te hebben dat de stad door een asteroïde-inslag verwoest is, meldt Relevant.

Sodom was een ooit bloeiende stad, bestond ongeveer 3600 jaar geleden en was qua omvang en macht belangrijker dan Jeruzalem of Jericho. De plotselinge verdwijning heeft archeologen echter jarenlang voor een raadsel gesteld. Er zijn geen tekenen van militaire belegeringen of conflicten te vinden in de ruïnes, wat duidt op een andere, catastrofale oorzaak.

Een van de belangrijkste onthullingen die Bergsma’s interesse wekte, was de ontdekking van extreme verhitting op skeletresten en aardewerkfragmenten op de vindplaats. Deze hitteschade zou mogelijk kunnen worden toegeschreven aan een inslag van een asteroïde, vergelijkbaar met wat wordt beschreven in Genesis 19 toen God “brandende zwavel liet neerdalen” op Sodom en Gomorra en hen volledig vernietigde.

Bergsma legde uit dat stukken aardewerk die in het bewuste gebied waren gevonden, bedekt waren met een substantie die trinitiet wordt genoemd. De aanwezigheid van trinitiet geeft extra gewicht aan de theorie dat er in het gebied een hoogenergetische gebeurtenis heeft plaatsgevonden, zoals een inslag van een asteroïde.

Bergsma verklaarde ook de schokkende ontdekking van menselijke resten op de vindplaats. “Menselijke skeletten zijn compleet tot ongeveer halverwege de ruggengraat, en dan is er alleen een schroeiplek, en er is niets op de bovenkant van het lichaam,” zei Bergsma. “Ze hebben massaal bewijs gevonden dat een enorme hitte-uitbarsting uit de lucht van ongeveer 25 graden boven de horizon deze tweelingsteden aan de Jordaanse kant van de rivier heeft verbrand.”

Bron: https://relevantmagazine.com/current/science/experts-find-compelling-evidence-that-sodom-was-destroyed-by-an-atomic-bomb/.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Beeldenstorm

Een bezoekster van de tentoonstelling ‘Exodus’, opgezet door het Bijbels Museum, heeft geprobeerd een kunstwerk van Marieke Ploeg te vernielen. De tentoonstelling bestond uit 3000 beeldjes van de godin Asjera, waarvan er honderden werden beschadigd. De vrouw handelde uit ‘religieuze’ motieven.

Een Asjera-beeldje in het Reuben and Edith Hecht Museum te Haifa, Israel. Bron: Wikipedia

De meeste reacties waren afwijzend. Toch zijn de Asjera’s van Marieke Ploeg geen onschuldige kunstuitingen, maar berusten ze op moderne theologische opvattingen. Wie is Asjera? En wat heeft het Bijbels Museum bewogen om zoveel Asjera’s ten toon te stellen? Asjera is een Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin, vaak afgebeeld met vruchten, bloemen en dadels, of simpelweg als een houten paal. Israël heeft in de donkerste perioden van haar geschiedenis de dienst aan de levende God vermengd met afgoden als Asjera. De meest gruwelijke afgod was de Moloch, aan wie kinderoffers werden gebracht (Lev. 20:3). Ook liet Israël zich verleiden tot offers aan Baäl om zo welvaart af te dwingen.

Asjera werd bij herhaling als vrouw naast Baäl geplaatst (1 Kon. 15:13; 1 Kon. 18:19; 2 Kon. 23:7). Het dieptepunt in de koningsgeschiedenis van Juda is de regering van Manasse geweest. Hij liet een Asjera plaatsen in de tempel van Jeruzalem (2 Kon. 21:7). De Statenvertaling vertaalt Asjera met het ‘beeld van het bos’ omdat de afgoderij vaak in bossen plaatsvond. De afgodische daad van Manasse is de directe aanleiding geweest tot de ballingschap. ‘En zij zullen tot een roof en plundering worden van al hun vijanden’ (2 Kon. 21:14).

Onbijbelse theorie

Sinds de vorige eeuw is de gedachte in de wetenschap populair geworden dat de God van Israël, net als de goden van de omringende volkeren, een Asjera naast Zich zou hebben gehad. Raphael Patai was in 1967 de eerste historicus die beweerde dat de Israëlieten naast Jahweh ook Asjera aanbaden. Sindsdien heeft deze theorie steeds meer opgang gemaakt. Men meent dit te mogen concluderen uit archeologische vondsten in het Nabije Oosten. Ook in ons land is hierover geschreven, onder meer door de oudtestamenticus Bob Becking in de bundel “Een God alleen…? Over monotheïsme in Oud-Israël en de verering van de godin Asjera” (1998).

Op zich is het geen nieuws dat de Israëlieten voor de ballingschap andere goden aanbaden. Toch mogen we daaruit niet de conclusie trekken dat het monotheïsme in Israël pas na langere tijd ontwikkeld zou zijn uit veelgodendom. Profeten en godvrezende koningen hebben steeds ondubbelzinnig de afgoderij veroordeeld. De waardering voor het polytheïsme past veeleer bij de moderne mens die zich verzet tegen de ene en unieke waarheid. De moderne mens wil zich niet vastleggen op de ene en geopenbaarde waarheid. Dan liever vele goden.

Israëls profeten hebben die veelheid altijd in de scherpste bewoordingen afgewezen. Het Hebreeuwse woord voor afgoden (elil) mag vertaald worden met ‘nietsen’ of ‘leegten’. ‘Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet’ (Ps. 115:5). Elia spotte met de ‘lege’ god van de Baälpriesters: ‘Roept met luider stem, misschien slaapt hij en zal wakker worden’ (1 Kon. 18:27).

Museum

Het is onbegrijpelijk dat het Bijbels Museum voor deze moderne benadering ruimte heeft gemaakt. De eerste reactie van directeur Carolien Croon op de ‘beeldenstorm’ van haar tentoonstelling stelt erg teleur. Croon wijst de onbesuisde actie, maar vindt het tegelijk ‘ingewikkeld als je Godsbeeld zo vast staat dat het niet door een andere visie mag worden bevraagd’. Sinds 2016 heeft het museum besloten tot deze inhoudelijke koerswijziging.

Dit museum kwam voort uit de verzameling van de negentiende eeuwse predikant Leendert Schouten, die zelf de maquette van de Tabernakel bouwde en veel voorwerpen uit de Bijbelse leefwereld verzamelde. Na het wegvallen van de Amsterdamse subsidie van 200.000 euro per jaar in 2016 reist het museum rond met tentoonstellingen, maar heeft zich inhoudelijk verbreed naar andere religies en moderne levensbeschouwingen.

Deze koerswijziging roept de vraag op of de museale taken rond de Bijbel en onze rijke kerkgeschiedenis niet elders moeten worden ondergebracht. ‘Opdat het navolgende geslacht die weten zou’ (Ps. 78:6).

Noot van de redactie van ‘Oorsprong’: Zie ook deze bijdrage van prof. dr. Mart-Jan Paul over deze ‘beeldenstorm’ en Asjera.

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit De Saambinder. De bronvermelding luidt: Clements, G., 2023, Beeldenstorm, De Saambinder 101 (40): 10.