De verbranding van Michel Servet in Genève wordt dikwijls als voorbeeld aangehaald voor de stelling dat Calvijn in die stad een dictatuur heeft gevestigd. Niets is minder waar.

Er is een boek verschenen van de Nederlandse auteur Guus Kuijer, waarin gesteld wordt dat de hervormers moordenaars waren. Calvijn zou een wrede tiran geweest zijn, die het niet kon verdragen dat er mensen met kennis van zaken in zijn omgeving verkeerden. Het ultieme bewijs daarvoor zou ‘Calvijns brandstapel’ geweest zijn, waarop Michel Servet, de loochenaar van Gods Drie-eenheid, is omgekomen. Niet gehinderd door fundamentele historische kennis en nog veel minder door inzicht in levensgevaarlijke dwalingen wordt de dood van Servet gemakshalve op rekening van Calvijn geschreven. Zo wordt de Reformatie in een kwaad daglicht gesteld.
Boek met ketterijen
Michel Servet werd geboren in 1511 en was dus twee jaar jonger dan Calvijn. Servet was afkomstig uit Spanje en kwam op negentienjarige leeftijd in Bazel terecht. Hij wilde Erasmus winnen voor zijn loochening van de kinderdoop en van de erfzonde en bespotte op een gruwelijke wijze de leer van de Drie-eenheid. Servet wilde het geloof in de Drie-eenheid uitroeien. Hij twistte erover met Oecolampadius. Daarna kwam hij naar Parijs om medicijnen te gaan studeren en om een boek met zijn ketterijen te publiceren. Met gevaar voor eigen leven ging Calvijn ook naar Parijs om hem te ontmoeten, maar Servet ontliep hem. Wel zocht hij de confrontatie met Calvijn in zijn geschriften. In een debat over sterrenwichelarij maakte Servet zich ook bij de Roomse overheid verdacht. De staat begon daarover een proces tegen hem. Servet leefde daarna als arts in Wenen. Daar werd hij door de inquisitie gevangengenomen. Hij ontsnapte en kwam naar Genève waar op dat moment de tegenstanders van Calvijn aan de macht waren.
In 1553 schreef Servet tegen Calvijns “Institutie” een ”Restitutie”. Op aansporing van Calvijn werd hij gevangengenomen. Hij gedroeg zich uitdagend en klaagde Calvijn aan, die hij als tovenaar wilde laten verbannen. Hij dacht het proces te winnen en meende dat het zou eindigen met Calvijns dood. Farel en Calvijn probeerden Servet van zijn dwaze leerstellingen af te brengen, maar dit gelukte niet.
Alle Zwitserse steden adviseerden Servets veroordeling. De stadsraad van Genève besloot tot de doodstraf door verbranding. Calvijn probeerde nog een mildere straf te bewerken, maar tevergeefs.
Weren en uitroeien
De overheid van Genève heeft getracht ’te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen’, zoals in de Nederlandse Geloofsbelijdenis is verwoord. De toegepaste straf zou in onze tijd nooit uitgevoerd worden, maar we dienen wel te beseffen dat dit in die tijd in alle landen van Europa door de overheden werd gepraktiseerd. De wreedheid ervan heeft
Calvijn duidelijk niet gewild, maar tegen de doodstraf heeft hij, wat in het licht van zijn tijd begrijpelijk is, niet geageerd.
Wij zouden voor zulke ergerlijke ketterijen de doodstraf niet toepassen. Toch moeten we deze droeve gebeurtenis niet aangrijpen om Calvijn hard te veroordelen, zoals nu zoveel wordt gedaan. Wie bereid is grondig kennis te nemen van Calvijns leven en zijn pastoraat, zal alle beschuldigingen over wreedheid en tirannie van de hand willen wijzen. Servet is veroordeeld en moest veroordeeld worden. In de geloofsbelijdenis van Athanasius belijden wij dat, wie behouden wil worden het algemeen geloof moet vasthouden en de ene God in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid moet vereren.
De Heere geve ons zo’n liefde en ijver in de strijd voor Zijn waarheid dat we de gruwelijke dwalingen die nu overal
verkondigd worden, trouw bestrijden zullen.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Saambinder. De volledige bronvermelding luidt: Meeuse, C.J., 2025, Michel Servet en onze geloofsbelijdenis, De Saambinder 103 (18): 10.
[…] gewild dat anderen hun woorden op deze gewelddadige manier uitlegden. Of je zou kunnen zeggen: ze waren kinderen van hun tijd. Ook in de zaak van het Keltische christendom is sprake van dwang – de Britten dwongen hun […]