Steeds meer christenen worstelen met de vraag hoe de Bijbel gelezen moet worden. Zijn de schepping en de zondeval historische gebeurtenissen of moeten we deze verhalen vooral symbolisch verstaan? Volgens dr. W. van Herwijnen raakt die vraag aan de kern van het geloof.

Een oud-politicus zegt in het Nederlands Dagblad dat hij was opgevoed met de historiciteit van de schepping, de zondeval en het feit dat Jezus moest komen. Toen hij die dingen niet meer letterlijk ging nemen, maar symbolisch, viel uiteindelijk elk leerstuk in duigen.
Een Nederlands-Gereformeerde hoogleraar leest de vroegste geschiedenis van de mens als ‘sterk symbolisch’. Een Nederlands-Gereformeerde predikant schrijft dat de zondeval in Genesis 3 geen historie is, maar een ‘profetische vertelling’. “Ons wordt iets geleerd over het geestelijke leven van alle dag.”
In mijn werk als predikant in een volkskerk zeggen mensen niet meer in God te kunnen geloven door wat ze elders gelezen hebben over het ontstaan van de wereld en het heelal. In de Bijbel vinden ze geen antwoorden op de vragen waarmee hun kleinkinderen komen en op de grote rotzooi in de wereld van nu. Ze weten dingen nu beter, maar geloven niet meer.
De oorzaak dat mensen de Bijbel niet meer letterlijk kunnen nemen, is dat zij niet kunnen geloven, en dat is geen onwil, dat de verhalen in de Bijbel werkelijk gebeurd kunnen zijn. Daarom halen zij er vooral de bedoeling of de boodschap voor nu uit.
Maar als die verhalen vroeger niet gebeurd kunnen zijn, kunnen zij in de toekomst ook nooit plaatsvinden. Dan heeft zo’n profetische vertelling uiteindelijk geen enkele waarde of houvast. Wat eerder geen geschiedenis kan zijn, kan straks ook geen werkelijkheid worden. Wat geen verleden kan zijn, kan ook geen toekomst zijn.
De les van Job
Maar zijn wij mensen überhaupt in staat om een oordeel over de Bijbelse waarheid te geven? Ik vraag mensen dan het boek Job te lezen.
Job begreep er op een bepaald moment helemaal niets meer van. Hij vond dat hijzelf onschuldig was en kon niet begrijpen dat hem dit allemaal moest overkomen. Job kon God niet meer volgen. Hij vond dat hem groot onrecht was aangedaan en riep God daarom ter verantwoording. De verhalen van zijn vrienden hielpen hem niet verder.
Maar dan gaat de Heere Zelf spreken. Dat doet Hij vanaf hoofdstuk 38. De Heere spreekt vragenderwijs en geeft zo Zijn antwoord. “Job, waar was jij toen Ik de aarde schiep en de mens maakte? Weet jij hoe Ik de zon maakte, Job, en hoe Ik de bliksem laat schitteren en knallen? Kun jij het laten regenen, Job? Weet jij hoe Ik het nijlpaard maakte en de krokodil?”1
Dan neemt de Heere zelfs een heel hoofdstuk om te vertellen hoe Hij die krokodil maakte. “Kun jij daarmee spelen, Job? Wil je Mij schuldig verklaren, Job? Als jij dit allemaal kunt, Job, geef Ik jou alle eer.”
Hand op de mond
Dan antwoordt Job: “Heere, ik ben er stil van. Ik leg de hand op mijn mond. Wie ben ik tegenover U? Ik doe er het zwijgen toe. Wie was ik dat ik Uw besluit wilde toedekken? Ik sprak zonder verstand van deze dingen. Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen. Maar nu heb ik gezien wie U bent. En zo vind ik troost in mijn kommervol bestaan.” Iemand zei eens: “Job kreeg geen antwoord, maar een handwoord. God nam Job bij de hand, zodat hij weer verder kon.”
Job kende de Heere alleen uit verhalen van anderen, zegt hij. En met die beperkte kennis ging hij over Hem oordelen. Ja, dat kom ik ook tegen. Mensen die zeggen dat ze amper of helemaal niet meer in God geloven, geven toch een mening en zeggen dat er niets klopt van die Bijbelse verhalen en van het bestaan van God. Ze bidden nooit meer, zeggen ze. Maar ben je dan wel in staat om iets over God te zeggen of te beoordelen?
Gezag van de Bijbel
Pas als we gezag aan de Bijbel toekennen, heeft de Bijbel ons iets te zeggen. Anders heeft de Bijbel ons niet meer te zeggen dan het boek Bartje zoekt het geluk.
Job zegt dat hij na dit bizarre gebeuren heeft gezien wie God is. Nog sterker: hij heeft God Zelf gezien. Hij heeft gezien wie God werkelijk is. Alleen vanuit een dienende en persoonlijke omgang met God zijn wij in staat om iets over God te zeggen. Dan zullen de schellen van ongeloof van onze ogen vallen. Wie ben ik dat ik het beter weet dan wat er in de Bijbel staat?
Ik begrijp het niet, maar ik geloof het. Dat leert mij, zoals onze belijdenis zegt, het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest. Ik ben pas in staat om iets over God en de schepping te zeggen als ik God volledig zou kunnen begrijpen. En dat zal niet snel gebeuren. Dan zou ik groter moeten zijn dan God Zelf.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.