Home » Scheppingsparadigma » Geleide evolutie en het blad Wapenveld (2) – Oude visies op tijd en eeuwigheid volgens dr. Dekker meer missionair tegoed dan theïstisch evolutionistische reconstructies

Geleide evolutie en het blad Wapenveld (2) – Oude visies op tijd en eeuwigheid volgens dr. Dekker meer missionair tegoed dan theïstisch evolutionistische reconstructies

Het oktobernummer van het blad Wapenveld bevat een drietal artikelen over de theïstisch evolutionistische reconstructies van de systematisch theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink. Afgelopen week beschreven we in dit drieluik een reactie daarop van de hoogbejaarde prof. dr. ir. Reinier Plomp.1 Vandaag een reactie van theoloog en missioloog dr. Wim Dekker.2 Volgens hem hebben de oude visies op tijd en eeuwigheid ‘meer missionair tegoed in zich (…) dan onuitgewerkte gedachten over een onvoorstelbaar apotheose na veertien en nog een aantal miljard jaar’.

Patstelling

Dr. Wim Dekker constateert terecht dat er voor én na de verschijning van Oer3 een patstelling is ontstaan. “Je bent het met de schrijvers van Oer zo ongeveer eens, althans je ervaart dit boek als een bevrijding teneinde tegelijk gelovige en bij de tijd te kunnen zijn. (…) Of je bent het met de schrijvers van Oer helemaal niet eens, maar je hebt de argumenten allemaal al eens eerder genoemd en je beschouwt de discussie nu dan maar als min of meer gesloten.” Vanuit creationistische kring is er weinig op het boek gereageerd. Dit vanwege de laatste regel in dit betoog. De discussie zit vast. Er wordt door theïstisch evolutionisten hard aan de weg getimmerd, maar van discussie is nauwelijks sprake meer. Op contra-argumenten wordt door theïstisch evolutionisten zoals Gijsbert van den Brink nauwelijks gereageerd. Over het bestaan van deze contrastukken wordt wat neerbuigend gereageerd, bijvoorbeeld door te spreken over ‘Van Meerten en de zijnen…’ (zo verwoord op een studiedag in 2017) of werd er laatdunkend en aanmatigend gereageerd door een theoloog toen het eerste deel van dit drieluik werd geplaatst in een Facebook-groep over geloof en wetenschap. Op Oer heb ik ná de boekpresentatie nauwelijks meer gereageerd vanwege de herhaling van zetten in een nieuw jasje en een bekend herschrijven van het zondevalverhaal. Er verschijnen theïstisch evolutionistische boeken aan de lopende band en op een gegeven moment is men het beu. Toegegeven, de verspreiding van het theïstisch evolutionistische verhaal gebeurt zeer strategisch. Er worden studenten ingezet om masterscripties te schrijven over detailonderwerpen binnen het grote plaatje, er worden kinderboeken geschreven zodat dit gedachtengoed zich al jong meester maakt van de mensen, er worden lekenboeken geschreven zoals Oer en bijbelstudies uitgegeven die bijbelteksten zo masseren dat ze binnen het theïstisch evolutionistisch plaatje passen. Deze strategie werkt zeker mee aan de groei van het theïstisch evolutionistische wereldbeeld en dat baart zorgen. Creationisten in Nederland (maar ook wereldwijd) kennen deze strategische routes met studenten nauwelijks, uitzonderingen zoals CORE Academy of Science4 en Cedarville University5 daargelaten.6 Dr. Wim Dekker observeert terecht een patstelling.

Aangesproken

Dekker voelt zich aangesproken door de schrijvers van Oer, ‘vooral in hun verlangen naar een samenhangende visie waarbij geloof en wetenschap bij elkaar horen’. Maar ook omdat wij ‘geroepen zijn’ vandaag ‘het christelijk geloof zo te communiceren, dat een verouderd wereldbeeld daarbij niet in de weg staat’. Dekker geeft wel aan dat ‘juist hier’ dan ook zijn vragen beginnen ‘waarvan ik hoop dat we daar in de theologische bezinning in de komende tijd verder mee komen’.

Vragen

Dr. Wim Dekker wil zich in zijn betoog concentreren op drie punten:

  1. De missionaire waarde van het grote verhaal.
  2. De verhouding tussen de onpersoonlijke God van de miljarden jaren en de God die zich persoonlijk laat kennen.
  3. De relatie tussen een theïstische evolutieleer en een christelijke eschatologie

De missionaire waarde

Volgens Dekker zingt het sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw rond dat het tijdperk van de grote verhalen voorbij is. Dekker daarentegen hunkert wel naar zo’n groot verhaal. “Hoe dan ook, ik heb daarentegen in het missionaire werk de afgelopen jaren gemerkt dat mijn veelal jongere gesprekspartners helemaal geen belang meer hadden bij een groot verhaal.” De theoloog stelt daarom aan de schrijvers hoe missionair dit grote verhaal van Oer is in onze huidige cultuur. Volgens de auteur gaat het in de Bijbel net zo. De hoofdpersonen uit het Oude Testament ‘zagen meestal dat alle grote verwachtingen weer werden afgebroken en dat hun geloof meer iets weghad van een narrow escape dan van een kloppend verhaal’.

Godsbegrip

Dekker geeft aan dat in de traditie altijd het besef heeft geleefd ‘dat God te groot is om alleen persoonlijk te zijn. Deus semper maior’. Hij verwijst hierbij naar het eerste artikel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Deze definitie geeft volgens Dekker niet alleen aan ‘dat Hij meer is dan persoonlijk’, maar ‘maakt het ook mogelijk op een filosofische manier over God te spreken’. Dekker is hier voorstander van want ‘ik vind dat Jeruzalem en Athene met elkaar te maken hebben. Ik wil geen scheiding van geloof en wetenschap’. De auteur geeft echter aan dat het wel ingewikkelder wordt ‘wanneer we het filosofische godsbegrip concreet gaan invullen met het godsbegrip van de theïstische evolutie’. Hier komt de tweede kritische noot van Dekker om de hoek kijken. Bij de God van theïstische evolutie wordt ‘eeuwigheid vervangen door miljarden jaren’. “Miljarden jaren scheppen een duizelingwekkende afstand, meer dan het woord eeuwigheid kan doen. Tegelijk is God dus in al deze miljarden jaren van ontzagwekkende gebeurtenissen, die alle verbeeldingskracht te boven gaan, maar waarin in ieder geval alle leven steeds verder zich ontwikkelt door dood en verwoesting heen, de actor. Dat zou Hem dan weer dichterbij moeten brengen, maar wanneer ik in Dinoland rondloop, lukt me dat echt niet.” Dekker is meer onder de indruk van de zogenoemde procestheologie, iets wat dr. Van den Brink m.i. terecht afwijst. Dekker vindt ‘de God van de miljarden jaren en de God die de mens tevoorschijn roept niet sterk genoeg in elkaar verweven. Anders gezegd: die tweede had ik miljarden jaren niet zien aankomen. Even wordt ik zelfs verleid om te denken: die hebben wij mensen zelf verzonnen, toen we begonnen na te denken over het raadsel van ons bestaan en naarmate we onszelf meer ontwikkelden kreeg die god ook meer persoonlijke trekken, werd hij een door onszelf geschapen persoonlijk tegenover’. Een terechte observatie van dr. Dekker als je het mij vraagt. Zeker nu Van den Brink steeds meer ruimte laat voor het onderzoek van de naturalistische (en daarmee vaak deterministische) neurowetenschappen en een geëvolueerd godsbesef. Ik volg deze ontwikkeling met argusogen.

Eschatologie

Naast de voorgenoemde zorgen is het derde punt van Dekker de eschatologie. In Oer wordt gesteld dat er een tijd aankomt ‘die alles van de afgelopen veertien miljard jaar gaat overtreffen’. Volgens de auteurs Oer komt het, in de woorden van Wim Dekker, goed met deze wereld en gaat ‘de Schepper van veertien miljard jaar geleden (…) al het goede uit de oude wereld gebruiken op zijn nieuwe wereld’. Hiermee wordt door de auteurs van Oer gedoeld op de wederkomst van Christus (en de leer van de laatste dingen, eschatologie). Dekker: “Maar als dit de kleine munt is waarin deze studie wordt uitbetaald, heb ik er nog meer moeite mee dan ik eerst al had. Veertien miljard jaar is een volkomen abstractie, geen tijd waar enig mens zich een beeld van kan vormen. Door de geschiedenis van Jezus en de komst van Zijn Koninkrijk met deze abstractie te verbinden, dreigen die in deze abstractie ten onder te gaan. Wanneer de veertien miljard jaar geen abstractie blijven, maar werkelijk op een voorstelbare tijdlijn worden neergezet, betekent het dat we er niet om moeten malen wanneer de wederkomst van Jezus nog een paar duizend jaar duurt, want duizend jaren stellen helemaal niets voor. Op de tijdbalk van veertien miljard jaar zijn het maar een paar seconden. Wetenschappelijk gezien zouden die paar duizend jaar echter ook nog weleens een miljard jaar kunnen zijn, want aan het heelal komt wel eens een einde maar dat kan zeker nog enkele miljoenen jaren duren. Gaat God dan toch nog eerder ingrijpen, nu niet langer meegaand in een proces van wording, maar regelrecht ingrijpend? Toch een Deus ex machina waar mensen vandaag zich niets bij kunnen voorstellen?” Volgens Dekker vraagt een dergelijke voorstelling van zaken op zijn minst net zulke grote offers van het verstand als de klassieke scheppingsleer. Ook deze eschatologische vragen en nog meer aanverwante vragen zijn al vaker aan theïstische evolutionisten gesteld, zonder (bevredigend) antwoord.

Ten slotte

De auteur van het Wapenveld-artikel vindt daarom dat de auteurs van Oer op het eschatologische punt daarom óf met een uitgewerkte visie moeten komen óf niet zoveel doen met de heilshistorische visie op de wederkomst. Hij verwijst bij het laatste naar Calvijn en Barth. Dekker sluit af: “Ik denk dat deze oude visies op tijd en eeuwigheid meer missionair tegoed in zich hebben dan onuitgewerkte gedachten over een onvoorstelbare apotheose na veertien en nog een aantal miljard jaar.

Voetnoten

  1. Zie: https://oorsprong.info/geleide-evolutie-en-het-blad-wapenveld-1-theistisch-evolutionistische-reconstructies-overtuigen-csfr-oprichter-prof-dr-ir-reinier-plomp-niet/.
  2. Bron: Dekker, W., 2021, Kracht en/of zwakte van het grote verhaal Voortgezet gesprek over Oer, Wapenveld 71 (5): 23-25. Dr. W. Dekker is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland en verbonden aan de missionaire organisatie IZB. De lezer verwarre dr. W. Dekker niet met de predikant dr. Willem Maarten Dekker die met zijn theologie over de zondeval nog verder is afgegleden dan veel gereformeerde theïstische evolutionisten.
  3. Het boek is geschreven door Gijsbert van den Brink, Cees Dekker en Corien Oranje en werd meer dan 12.500 keer verkocht. Toen ik nog bij Logos Instituut in dienst was (https://oorsprong.info/wijzigingen-in-het-personeelsbestand-van-logos-instituut-afscheid-jan-van-meerten/) toen heb ik een overzicht gemaakt. Helaas wordt het overzicht nu niet meer bijgewerkt. Zie: https://logos.nl/oer-het-grote-verhaal-van-nul-tot-nu/.
  4. Zie: https://coresci.org/.
  5. Zie: https://www.cedarville.edu/.
  6. Met Fundamentum willen we deze strategie met studenten uitwerken, maar voorlopig ontbreekt de tijd daarvoor.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.