In de Bijbel lees je regelmatig over de duivel. Hij wordt de gevallen engel, tegenstander en verleider genoemd. Onlangs was er enige ophef hierover naar aanleiding van de afscheidsrede van prof. dr. Marjo Korpel, getiteld Afscheid van de duivel. De logische consequentie van het geloof in de Ene God. Zij was tot voor kort hoogleraar Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit. Volgens haar moeten we afscheid nemen van de duivel, maar dan in letterlijke zin.1

In De Waarheidsvriend die gisteren op de mat viel, bespreekt dr. Ad Prosman het afscheidscollege. Hij citeert eerst ruim uit het interview dat het Nederlands Dagblad heeft gehad met de scheidende hoogleraar. Dit interview veronderstel ik als bekend en anders kunt u deze via de navolgende voetnoot raadplegen.2 Prosman vindt het een opmerkelijk interview. “Het lijkt wel of de theologie aan een soort inhaalmanoeuvre bezig is. De theologie moet niet wereldvreemd zijn, maar relevant, actueel, en dan is het een vereiste dat je afstand neemt van onbruikbare concepten zoals het bestaan van demonische machten.” Volgens de theoloog ben je juist door de duistere machten weg te redeneren wereldvreemd. Talloze mensen hebben namelijk ervaringen opgedaan met die machten. Dat geldt niet alleen in het Nieuwe Testament, maar ook in deze tijd. Prosman noemt het ook een vreemde ontwikkeling. In een tijd van negatieve en destructieve machten, gaan theologen juist die machten ontkennen. Dit is overigens niet nieuw. De emerituspredikant wijst naar nieuwtestamenticus dr. Rudolf Bultmann (1884-1976) die meende dat duivelen, demonen, engelen, de hel, etc. een primitieve vormgeving was van een tijdloze heilsboodschap. “Als het die kant op gaat, houden we een heel dunne Bijbel over.”
Voetnoten
- Prosman, A.A.A., 2026, Een Bijbel zonder duivel?, De Waarheidsvriend 114 (42): 18-19.
- https://www.nd.nl/geloof/protestant/1331924/hoort-geloof-in-de-duivel-thuis-in-de-kerk-nee-zegt-deze-theo.