Home » Evolutietheorie » Derde weg: Genesis èn evolutieleer

Derde weg: Genesis èn evolutieleer

Het Schriftgeloof blijkt diametraal te staan tegenover evolutiegeloof. Toch zijn en worden er pogingen ondernomen om tot een verzoening te komen tussen deze twee. We noemen dit de derde weg.

Vormen van “derde weg”?

  1. De eerste poging is om nog wel het bestaan van een hogere macht te aanvaarden, die betrokken is bij de evolutie. Schepping naar een “intelligent design”, een intelligent ontwerp van een hogere macht. Dit vergemakkelijkt uiteraard het oplossen van vragen die de spontane toevallige evolutietheorie opwerpt. Die hogere macht hoeft overigens niet de God van de Bijbel te zijn.
  2. De tweede poging heet “Theïstische evolutie”, door God geleide evolutie. Men aanvaardt de evolutietheorie, maar het begin en het proces ervan zijn geleid door de God van de Bijbel als Schepper.
  3. De derde poging is om Genesis te blijven aanvaarden naast de evolutietheorie, maar dan zó dat de dagen daarin geen gewone dagen maar “dagen” van miljarden jaren zijn geweest. Ook wil men wel de tijd tussen Gen.1:1 en wat volgt zien als zo’n hele lange tijd. Dan kan men toch verder met de leer van de oude aarde, die de wetenschap ons opdringt.
  4. De vierde poging is om alles van Genesis niet meer letterlijk te zien, maar symbolisch. Een variant daarvan is de zogenaamde “kadertheorie”. Voorstanders daarvan zien de zes dagen als “normale dagen”, maar wel als dagen in een verhaal. Niet als dagen in een letterlijk verslag, maar neergeslagen als thema’s die in de dagen van Genesis zijn afgebeeld. Vooral deze kadertheorie vormt een grote bedreiging voor Schriftgeloof en Schriftgezag. Deze theorie is in het in het vorige artikel Dagen van Genesis en kadertheorie behandeld.

Waarom een “derde weg”?

Wat drijft voorstanders van de derde weg waaronder de kadertheorie? Ik noem hier uitspraken uit hun mond. Niet elke voorstander zal zich hierin herkennen. Het zegt iets over hun drijfveren.

  1. Men is onder de indruk van “overweldigend feitenmateriaal ten gunste van evolutie en oude aarde”. Zie bijvoorbeeld wat prof J.G. Veenstra, hoogleraar moleculaire ontwikkelingsbiologie schreef in het ND van 13 oktober 2015.
  2. Men zegt: “Ontkenning van dit feitenmateriaal maakt ons tot een wereldvreemde sekte en ongeloofwaardig”. Je kunt als gelovige dan geen aansluiting meer vinden in de wetenschap. Maar ook wordt je ongeloofwaardig voor de samenleving.
  3. Men gaat zelfs zover om te stellen: “Ontkenning van de bewijzen van evolutieleer doet ons de waarheid van God in de natuur ontkennen”. Dit laatste slaat op de evolutionistische uitleg van het boek van de natuur. Deze uitleg heet dan zomaar “waarheid van God”.

De voorstanders van theïstische evolutie en kadertheorie noemen zelf ook de voordelen: Er zou geen obstakel meer zijn voor de wereld om tot Christus te komen en geen obstakel voor gelovigen om bij Christus te blijven. Het brengt verzoening tussen de wetenschap en het geloof als de twee boeken waardoor wij God kennen.

Mijn antwoord hierop is weer: Het boek van de natuur kan alleen goed gelezen worden met de bril van Gods Woord. Dan alleen is er geen tegenstelling. Daarbij mag je Gods Woord niet aanpassen aan ongelooftheorieën over de natuur. Voorstanders van de derde weg kunnen zelfs agressief zijn in hun oordeel over de gereformeerde Schriftuitleg waarbij Genesis voluit historisch wordt gelezen.

Ze zeggen daarvan bijvoorbeeld: ‘Deze uitleg is anti-intellectualistisch, het verstand wordt daarbij uitgeschakeld. Ze is traditionalistisch, conservatief, gaat niet mee met nieuwe inzichten. Daarom dreigt “isolationisme”, dat wil zeggen: je brengt je dan onnodig in het isolement. Je sluit je af voor de wereld, en staat daar dan buiten. Zo´n Schriftvisie maakt je voor anderen radicalistisch: je bent extreem, niet meer geschikt voor deze maatschappij’ (bron: www.bylogos.com).

Insteek en argumenten

Welke insteek hanteren de voorstanders voor hun compromis? Ze gaan ervan uit dat het niet de bedoeling van Genesis is om te vertellen hoe God alles heeft geschapen, maar dat en waartoe Hij alles heeft geschapen, namelijk opdat Gods volk Hèm zou eren in plaats van afgoden. God zou rekening met ons voorstellingsvermogen hebben gehouden door aanpassing (“accommodatie”) daaraan. Daarom zou God beeldspraak hanteren (metaforen). Deze werkwijze van God stelt ons in staat om iets bovennatuurlijks als de Schepping, als mensen toch te kunnen verstaan.

Welke argumenten voeren ze hiervoor aan? Allereerst zijn er de fossielen: resten en afdrukken van planten, dieren en mensen in gesteente. Deze zouden het bestaan van een heel oude aarde “bewijzen”. Verder zijn er scheppingsverhalen in andere oosterse landen die op Genesis lijken. Mozes zou deze als schrijver van Genesis hebben overgenomen. De Bijbel geeft bovendien een verouderd wereldbeeld, alsof de aarde plat is, en de zon om de aarde draait. De wetenschap bewijst dat dit niet zo is. Daarom moet je de Bijbel volgens voorstanders van de derde weg niet letterlijk nemen, als ze over natuur of wetenschap spreekt.

Maar men komt ook met argumenten uit de Schrift zelf. Het is erg belangrijk om juist die goed te beoordelen. Want alleen de Schrift bepaalt hoe we Genesis 1 en 2 moeten lezen. Het eerste door hen genoemde Bijbelse argument is dat Genesis 1 een hoog literaire vorm heeft, van poëzie. Het is niet maar gewone geschiedenisbeschrijving maar een gedicht met diepere bedoelingen. Daarom zouden we Genesis 1 en 2 niet letterlijk moeten nemen. Genesis 1 en 2 zouden ook niet met elkaar kloppen. Vergelijk maar eens de volgorde van Gen. 2: 4-7 met de volgorde in Gen. 1: 11v. Daarom moeten we ze maar niet letterlijk nemen. Er is meer te zeggen over de scheppingsdagen. Zie het vorige artikel Dagen van Genesis en Kadertheorie.

Wereldbeeld in de Bijbel

Wat kunnen we nu zeggen over het wereldbeeld dat de Bijbel biedt? Zegt de Bijbel met zoveel woorden dat de aarde plat is en dat de zon om de aarde draait? Nee, Gods Woord geeft geen wetenschappelijke uitspraak over de vorm van de aardbol en de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Ze geeft ons een kijkbeeld vanuit de positie van de mens in alledaags taalbeeld. Als de Bijbel stelt dat de zon opkomt, beschrijft ze gewoon wat we zien. Dat is helder en het spreekt voor zich. Het is niet veranderlijk: het geldt als waarheid voor alle tijden. Het geeft geen wetenschappelijke beschrijving, maar het strijdt ook niet met de wetenschap, als die maar uitgaat van Gods Woord als norm. De wetenschap mag niet tegen de Bijbel ingaan. Daarom strijdt de Bijbel wel met een evolutionistische wetenschap.

Wat voor wereldbeeld geeft dan de wetenschap? Zij beschrijft niet zozeer wat je alleen met je ogen ziet. Maar ze komt met behulp van allerlei middelen, berekeningen, tot een constructie, tot een model van de werkelijkheid. Maar die wetenschappelijke constructie, dat model, staat niet absoluut vast. Het kan weer veranderen als er nieuwe wetenschappelijke inzichten komen. Het blijft menselijk en in principe veranderlijk. Gods Woord echter is goddelijk en absoluut, hoe eenvoudig de zaken erin ook worden beschreven.

Kwade gevolgen evolutie en oude aarde

Als mensen evolutie en oude aarde met Gods weergave van Zijn Schepping combineren, wordt God dan niet als Schepper van hemel en aarde onteerd? Offeren we dan niet Zijn Woord op voor bedenksels van mensen (NGB, art. 7)? Sommige voorstanders van theïstische evolutie willen er nog wel aan vasthouden dat Adam echt heeft geleefd. Toch aanvaardt men met een oude aarde ook het bestaan van sterfte en kwaad in de wereld al vóórdat Adam geschapen werd. Want er waren al eerder dan Adam mensen op aarde. Voorlopers die al vóór Adam waren gestorven. Denk aan de aboriginals. Maar dat brengt met zich mee dat de dood dan niet als vloek op de zondeval van Adam in deze wereld is gekomen, Rom. 5:12. De dood was er immers al in het evolutieproces.

Hoe is dit te rijmen met teksten als Rom. 5:14, 1Kor. 15:22? En hoe kan Christus dan “laatste Adam” worden genoemd in 1Kor. 15:45? Of komen we ook hier verder met metaforen? Hoe kan bij het al bestaan van dood en kwaad in de natuur, de schepping waarin Adam geschapen werd naar het oordeel van God Zelf “zeer goed” zijn (Gen. 1: 31)? Andere voorstanders van theïstische evolutie ontkennen dat als Adam echt geleefd heeft hij niet meer dan ‘een persoon’ is in het verhaal van Genesis 1 en 2. Maar dan was er ook geen zondeval van Adam in Genesis 3, en dan was er ook geen moederbelofte!

Als er door deze aanhangers niet geloofd wordt in een God die wonderen werkt, hoe kan er dan geloofd worden in een opstanding? Maar dan zijn wij bij hun leer, als gelovigen de beklagenswaardigste van alle mensen van de wereld, zegt Paulus in 1Kor. 15:19. Als wij het goddelijk gezag en de onfeilbaarheid van de Bijbel in zijn klaarblijkelijkheid aantasten, dan raken we uiteindelijk alles kwijt. Dat is geen loze voorspelling maar dat zien we ook letterlijk voor onze ogen gebeuren.

Kerk en evolutie

De laatste eeuw is in gereformeerde kerken steeds meer ruimte gekomen voor de theïstische evolutiegedachten. We noemen dr. J.G. Geelkerken, wiens ideeën op de synode van Assen 1926 zijn veroordeeld. Later werd het evolutionair gedachtegoed van prof. dr. J. Lever (1958) en prof. dr. H.M. Kuitert (1968) in de synodaal-gereformeerde kerken geaccepteerd. Mede hierdoor werd het Schriftgezag zodanig aangetast dat er ook ruimte kwam voor het afscheid van de verzoening door voldoening door Christus zoals in de alternatieve verzoeningsleer van dr. H. Wiersinga (1971).

In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt voltrok zich een dergelijk proces vanaf ca. 2000. Met name via dr. J.J.T. Doedens en dr. A.L.Th. de Bruijne in Woord op schrift (2002), prof. dr. J. Douma met zijn uitlatingen in zijn boek Genesis (2004) waarin hij ruimte vraagt voor de oerknal, en via prof. dr. B. Kamphuis die alles metafoor noemt inclusief de dagen van Genesis (2013).

In 2009 werd in een enquête van het ND al vastgesteld dat slechts 15% van de ondervraagde predikanten van de GKv achter een letterlijke opvatting van de dagen in Genesis 1 stond. Ook in de GKv zien we dit proces van Woordverlating doorwerken tot in de aantasting van de verzoening door voldoening, zoals recent in de bijdrage van dr. J.M. Burger in het boekje Cruciaal (2015). Een trieste en ontstellende ontwikkeling in Nederland. Ook in het buitenland is veel strijd op dit punt, met name in Noord-Amerika.

Een gunstige uitzondering in deze trend is het voorstel van classis Oost van de Canadese Gereformeerde Kerken (CanRC) van maart 2015, om tegenover de leer van de theïstische evolutie, de gereformeerde belijdenis aan te passen. Men stelt voor om in het begin van art. 14 van de NGB het volgende (cursief) toe te voegen na “God heeft”: de mens geschapen door het formeren van Adam uit stof (Gen. 2:7) en Eva uit Adams zijde (Gen. 2:21-22). Ze zijn geschapen als de eerste twee mensen en zijn de biologische voorouders van alle andere mensen. Er waren geen pre-Adamieten: mensen noch mensachtigen. En dan gaat het verder in art. 14: God heeft Adam gemaakt en gevormd etc.

Tot slot

Het geloof in de schepping naar Gods Woord staat tegenover het ongeloof van de evolutieleer. We kunnen beide niet combineren. Anders raken we de inhoud van Gods Woord kwijt. Dat Schriftgeloof houdt zich vast aan het onfeilbare Woord van God, dat duidelijk tegenover de evolutieleer zegt, dat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. Dat Schriftgeloof gaat uit van de klaarblijkelijkheid, de helderheid van de Schrift, waarbij heel het boek Genesis zich laat kennen als feitelijke historie. Waarbij Gen. 1:1 het begin is van tijd en geschiedenis. Zo wordt God op een Hem aangename wijze geëerd als de Schepper van hemel en aarde, de zee en al wat daarin is.

Bij de uitleg van Genesis dient ook heel de Schrift te worden betrokken, ook het Nieuwe Testament (zie bovengenoemde teksten). Zo wordt de historiciteit van de schepping, van Adam en Eva, en van de zondeval in het bijzonder bevestigd. De uitleg van moeilijkere gedeelten wordt vergemakkelijkt door er de uitleg van heldere gedeelten naast te leggen. Bijvoorbeeld door bij de uitleg van Gen. 2: 4-7 Genesis 1 te leggen. Er kan in Gods Woord immers geen echte tegenstrijdigheid bestaan. God Zelf is er de ene eerste Auteur van.

Als we Genesis loslaten, raken we alles kwijt, want alles in de Bijbel is nodig voor ons behoud ook juist Genesis 1. Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (NGB art. 7). Ook Christus verwijst naar het begin van de schepping, als Hij ons de wil van God voorhoudt (Matt. 19:4). Ook de apostelen doen zo (2Kor.11:3; 1Tim. 2:13). Daarom geldt ook voor het begin van Gods Woord: Houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme (Openb. 3:11).

DRIEDELIGE SERIE VAN DR. DE MARIE OVER GENESIS EN DE EVOLUTIELEER

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website Een in Waarheid. Het originele artikel is hier te vinden.