Wie Genesis 1 zegt, komt al snel bij onderwerpen als schepping en evolutie uit. Dat is begrijpelijk, zelfs onvermijdelijk. Tegelijk zorgt dat voor de indruk dat dit hoofdstuk alleen bij discussies over geloof en wetenschap belangrijk is. Dat zou een misvatting zijn. God laat Zichzelf zien in Genesis 1. Hieronder een paar richtingwijzers om dit hoofdstuk te verstaan.

De puriteinse theoloog Thomas Ridgley (1667-1734) schreef over de schepping in zes dagen: ‘Dit kon niet worden vastgesteld aan de hand van de natuur, en daarom moet worden geconcludeerd dat het een leerstelling is van zuivere openbaring’. Dat moet het uitgangspunt zijn.
Geen mens was aanwezig toen God de wereld schiep. Geen mens was in staat om de dagen te tellen sinds de eerste scheppingsdaad. Toen de eerste mens zijn ogen opendeed, keek hij rond in een wereld die ouder was dan zijn eigen bewustzijn.
Toch wordt het ontstaan van de wereld beschreven in taal die wij begrijpen kunnen. Het gordijn wordt weggeschoven en we krijgen iets te zien van het allereerste begin. Hoe kan dat? Alleen omdat God het ons heeft geopenbaard.
Genesis 1 is openbaring en dat zet het menselijk verstand op zijn plaats. Het verstand kan met wat moeite wel beredeneren dat er een schepping geweest moet zijn. Maar hoe die schepping verliep niet. De menselijke rede bereikt hier een grens.
In het lezen van Genesis 1 gaat het dus niet om de voorstelbaarheid voor ons verstand, maar om het geloven van de Schepper op Zijn Woord, zoals de hervormd-gereformeerde J. van der Graaf (1937-2022) eens schreef. Genesis 1 is niet slechts openbaring, maar het is openbaring van God. Iemand heeft eens gezegd: ‘Streep alle verwijzingen naar God weg en het verhaal is betekenisloos’. Genesis 1 is niet opgetekend om tegemoet te komen aan onze nieuwsgierigheid. God openbaart Zichzelf hierin en hiermee:
- God spreekt tien keer scheppend en ordenend (Gen. 1:3, 6, 9, 11, 14, 20, 24, 26, 28, 29). Hiermee openbaart Hij Zijn soevereine macht als Schepper. De Tien Woorden bij Sinaï bouwen hier op voort.
- God geeft de elementen in Zijn schepping namen: dag, nacht, hemel, zee en aarde (Gen. 1:5, 8, 10). Hiermee openbaart Hij Zijn soevereine zeggenschap over alles. ‘Alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben’ (Hebr. 4:13).
- God beoordeelt Zijn scheppingswerk zeven keer als goed (Gen. 1:4, 10, 12, 18, 21, 25, 31). Hiermee openbaart Hij dat er aan Zijn goedheid richting de mens geen gebrek was. ‘God was eerst een Weldoener voor de mens, voordat de mens een opstandeling tegen God kon worden’ (Stephen Charnock).
- God schept de wereld in zes dagen en rust op de zevende dag (Gen. 1:5, 8, 13, 19, 23, 31, 2:2). Hiermee openbaart Hij de orde voor de mensen en wijst Hij op de toekomstige rust waarin de mens in de weg van gehoorzaamheid eens zal mogen delen (Hebr. 4:1-4).
God heeft een doel met Zijn openbaring en de inhoud van de openbaring is daar helemaal op afgestemd. Hij wil niet dat Zijn Woord alleen door geleerden of alleen door ongeleerden begrepen zou worden. God spreekt in Zijn openbaring alle mensen aan. Calvijn zei dat ‘de Geest van God hier een gemengde leerschool opent’ en dat het daarom geen wonder is ‘dat Hij hetgeen door allen kan worden begrepen, het meest bemint’. Dat betekent dat God in Genesis 1 spreekt over zaken waar wij mensen niet bij waren, in woorden die door allen begrepen kunnen worden. Achter de woorden van Genesis 1 moeten dus geen verborgen of geheime betekenissen gezocht worden. Ook moet er geen ingewikkelde natuurwetenschap in gezocht worden. Genesis 1 spreekt in voor ons begrijpelijke taal over zaken die ons verstand te boven gaan.
Als het dan zo is dat God woorden spreekt over zaken die ons verstand te boven gaan, dan dringt ons dat tot eerbied en bescheidenheid. Eerbied omdat God spreekt. Bescheidenheid omdat wij niet geschapen zijn om alles te begrijpen.
Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Mouthaan, J.N., 2025, De schepping, Om Sions Wil 2025 (24): 20. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.