Home » Gastbijdrage » De ‘nieuwe hermeneutiek’ en de helderheid van het evangelie

De ‘nieuwe hermeneutiek’ en de helderheid van het evangelie

Dit artikel is mede gebaseerd op bronnen die aan het einde worden genoemd en bouwt voort op gereformeerde kritiek op de zogenoemde ‘nieuwe hermeneutiek’, met bijzondere aandacht voor de vragen rond Schriftgezag, uitleg, toepassing en evangelieverkondiging. De inzet van dit artikel is niet academisch maar beschouwend en probeert een bijdrage te leveren aan de discussie over de noodzaak van betrouwbare hermeneutiek. In mijn concrete zendingscontext in Isaan, Thailand, blijkt telkens opnieuw hoe beslissend het is om werkelijk houvast te hebben aan het gezag van het Woord van God. Vooral wanneer men het evangelie brengt in een cultuur met eigen religieuze intuïties, sociale patronen en diepgewortelde vanzelfsprekendheden. Daarom wordt in dit artikel bewust stelling genomen tegen hypercontextualisatie. Contextualisatie is noodzakelijk, dat deed Paulus ook: het evangelie moet immers verstaanbaar, zorgvuldig en pastoraal verantwoord worden verkondigd in de taal en leefwereld van de mensen tot wie men gezonden is. Echter zodra de geldende cultuur niet langer het veld is waarin het Woord klinkt, maar de maatstaf wordt die bepaald wat het Woord mag zeggen, is niet langer de Schrift leidend maar de context. In de missionaire praktijk van Isaan ligt voor mij daar de toetssteen: de Schrift moet de cultuur aanspreken, beoordelen, ontmaskeren, aanmoedigen en herscheppen. Deze overtuiging wordt o.a. verwoord door Watchman Nee uit De werker in Gods wijngaard: ‘Gods Waarheid is onveranderlijk, en het feit dat een bepaald iemand die Waarheid volgt doet daar niets aan af of voegt daar niets aan toe.’ En eveneens Watchman Nee: ‘De Waarheid moet de enige factor zijn die ons leidt in onze verbintenissen; maar als dat zo is zal ons eigen ik plaats moeten ruimen voor deze onveranderlijke Waarheid.’ Deze formuleringen sluiten nauw aan bij het centrale betoog van dit artikel: de waarheid van God moet ons corrigeren en regeren en niet per definitie aansluiting zoeken bij de menselijke voorkeur, culturele ontvankelijkheid of de tijdgeest. De stelling voor dit artikel luidt daarom dat de zogenaamde nieuwe hermeneutiek, voor zover zij de objectieve en normatieve betekenis van de Schrift relativeert, in strijd komt met de gereformeerde belijdenis en onvermijdelijk leidt tot verdunning van de evangelieboodschap. Dat is niet alleen een gevaar voor kerk en theologie in het Westen, maar ook voor de zending. Als het Woord niet meer met Goddelijk gezag mag spreken over cultuur, religie en menselijke ervaring verliest het evangelie zijn tot diep in het hart snijdende scherpte en zijn bevrijdende kracht.

Wat met ‘nieuwe hermeneutiek’ bedoeld wordt

De term ‘nieuwe hermeneutiek’ wordt in kerkelijke discussies niet altijd precies afgebakend. In de kritische gereformeerde bespreking van deze benadering gaat het doorgaans om een samenhangend geheel van accenten: de nadruk op de historische afstand tussen tekst en lezer, de grote rol van vooronderstellingen, de betekenis van geloofsgemeenschap bij het verstaan van de Schrift en de gedachte dat toepassing niet slechts volgt op uitleg, maar reeds medebepalend is voor de betekenis van de tekst. Op zichzelf is het juist dat niemand de Schrift leest zonder persoonlijkheid, geschiedenis, taal, vragen, een cultureel kader etc. Ook is het volstrekt noodzakelijk dat de kerk goed nadenkt over de wijze waarop Gods Woord verstaanbaar en gehoorzaam ontvangen wordt in snel ontwikkelende omstandigheden. Het probleem ontstaat echter wanneer deze terechte aandacht voor de lezer en diens context zó zwaar gaat wegen dat de objectieve inhoud van de tekst naar de achtergrond wordt gedrukt. Dan wordt de uitleg niet langer in de eerste plaats luisteren naar wat God gesproken heeft, maar het bemiddelen tussen de tekst en wat een bepaalde gemeenschap nog aannemelijk of dragelijk vindt. Dr. P. de Vries signaleert in zijn bespreking van het boekje ‘Gereformeerde Hermeneutiek vandaag’ van Ad de Bruijne en Hans Burger, dat moderne en postmoderne filosofische invloeden o.a. via H.G. Gadamer de nadruk verschoven hebben van openbaring naar interpretatie. Daardoor dreigt de vraag ‘Wat zegt de Schrift?’ overgenomen te worden door de vraag ‘Hoe functioneert deze tekst voor ons vandaag?’. Die verschuiving is in mijn ogen niet onschuldig, omdat een tekst die vooral functioneel wordt gelezen, gaandeweg ook onderhandelbaar wordt in haar normatieve betekenis.

De gereformeerde inzet: het Woord heeft gezag vóór de lezer spreekt

De klassieke gereformeerde traditie zet op een principieel ander punt in. Zij belijdt dat de Schrift het Woord van God is en daarom niet haar gezag ontleent aan de kerk, de interpretatieve gemeenschap of de existentiële ervaring van de lezer. Integendeel: Het Woord van God ontleent haar gezag aan God Zelf die daarin spreekt. Dat uitgangspunt sluit zorgvuldige exegese en hermeneutiek overigens niet uit. Juist omdat God door middel van menselijke auteurs, historische situaties en onderscheiden literaire vormen gesproken heeft, moet de uitlegger nauwkeurig letten op genre, context, woordgebruik en heilshistorisch verband. Beslissend hierin is echter dat de betekenis van de Schrift niet geproduceerd wordt door de lezer. De kerk ontvangt het Woord, onderzoekt het Woord, predikt het Woord en gehoorzaamt het Woord; zij schept de betekenis niet. Daarom blijft het gereformeerde uitgangspunt dat de Schrift haar eigen uitlegster is van fundamenteel belang. Moeilijke teksten worden verklaard vanuit heldere teksten, delen vanuit het geheel, en toepassingen vanuit de normatieve bedoeling van de tekst zelf. Juist in zendingscontext is dit bittere noodzaak. In Isaan, waar religieuze opvattingen over verdienste, geesten, lotsverbondenheid en sociale harmonie diep in het leven door kunnen werken en vaak ineengrijpen biedt flexibele hermeneutiek geen enkel houvast voor zowel de jonge gelovige als de dienaar van God. Enkel wanneer de Schrift met haar eigen gezag mag spreken, kan zij de cultuur daadwerkelijk liefhebben zonder zich eraan te onderwerpen. Zeker, we nemen de context serieus, maar maken we haar niet soeverein. In dat opzicht benadrukken de woorden van Watchman Nee de juiste houding: de waarheid is niet fluïde, en het eigen ik moet wijken voor de waarheid in plaats van de waarheid te herschikken naar de verlangens van het eigen verraderlijke ik.

Waarom hypercontextualisatie faalt

Het woord ‘hypercontextualisatie’ is in dit verband nuttig omdat het zichtbaar maakt waar de grens wordt overschreden. Gezonde contextualisatie zoekt naar trouwe communicatie in de cultuur waar het Woord wordt uitgelegd en hypercontextualisatie zoekt naar een uitkomst die zo diep is ingebed in de geldende cultuur dat de aanstoot en vreemdheid van de Bijbelse boodschap zoveel mogelijk worden weggenomen of zelfs totaal verdwijnen. In zulke gevallen is het evangelie onherkenbaar en dat is kwalijk want de Bijbel komt nooit tot mensen als bevestiging van hun bestaande ik of bestaande religieuze overtuiging, maar als Gods openbaring die bekering eist en nieuw leven schept door het geloof in Jezus Christus. In de praktijk betekent hypercontextualisatie vaak dat cultuur niet langer gezien wordt als een werkelijkheid die door de Schrift getoetst en beoordeeld wordt. Cultuur wordt dan eerder gezien als een hermeneutische sleutel waarmee de tekst geopend en begrensd wordt naar eigen interpretatie. Men vraagt dan niet meer vooral hoe de Bijbel tegen een samenleving aankijkt en deze waar nodig ontmaskert en vernieuwt, maar hoe de Bijbel zó kan worden ingepast dat zijn geen fundamentele breuk meer veroorzaakt. Daarmee wordt echter precies datgene afgezwakt wat het evangelie nou juist goed nieuws maakt: Gods heilige aanspraak op het hart van de mens welke Hij geschapen heeft, de ontmaskering van afgoderij in alle vormen, de noodzaak van bekering en de exclusiviteit van Jezus als enige Naam tot zaligheid. In missionaire situaties of in het leven van alledag is de verleiding hiertoe groot. Men wil begrepen worden, relationeel handelen, de vrede bewaren en onnodige (Westerse) ballast vermijden. Dat zijn terechte verlangens en de vraag rijst: hoe hiermee om te gaan? De enige oplossing is dat de tekst van de Schrift zo zuiver mogelijk wordt uitgelegd en vervolgens zo zorgvuldig mogelijk in de context wordt uitgesproken, uitgebeeld desnoods. We moeten de cultuur niet sparen door de Waarheid van Gods Woord te temperen, want daarmee bewijzen we de cultuur geen christelijke liefde. We zijn geroepen om de genezing voor de diepste nood van mensen te verkondigen en dat kan enkel met de Waarheid, het Woord van God zelf.

Waarom de nieuwe hermeneutiek het Schriftgezag ondergraaft

Het eerste fundamentele bezwaar tegen de nieuwe hermeneutiek is dat zij het objectieve karakter van de schriftbetekenis probeert te relativeren. Zodra betekenis van het Woord primair wordt gezien als iets dat ontstaat in de ontmoeting tussen tekst en lezer ontstaat het enorme gevaar dat de tekst haar zelfstandige, normatieve kracht verliest. De vraag die de lezer aan de tekst stelt wordt dan bijvoorbeeld niet ‘Wat zegt de Heere?’ maar kan ons leiden tot de vraag ‘Wat kan deze tekst binnen mijn horizon (hoe beperkt!) betekenen?’. Daarmee verschuift het centrum van het verstaan van Gods spreken naar wat de mens zelf interpreteert. Het tweede bezwaar is dat het onderscheid tussen tekst en context vervaagt. In de gereformeerde traditie is context onmisbaar maar niet leidend. Context heeft een dienend karakter in het leren begrijpen van Gods Woord. De historische context helpt ons bijvoorbeeld om de tekst beter te verstaan en de hedendaagse context helpt ons om de tekst concreet toe te passen. In de nieuwe hermeneutiek krijgt de actuele context echter vaak een leidende (of zelfs beslissende) rol. Als dat het geval is gaan culturele gevoeligheden, morele intuïties of overtuigingen of sociale consensus meebeslissen over de normatieve draagwijdte van de tekst. Het derde bezwaar is dat de kerkelijke belijdenis in zulke gevallen haar corrigerende functie verliest. Zie hier de crisis die de CGK al jaren in haar greep houdt verklaard. De gereformeerde belijdenissen willen niet naast de Bijbel staan en gelden eerder als een op zichzelf staande beschermende factor voor de kerk tegen willekeur en ontsporing. Denkt u eens in dat elke generatie in de kerk geacht wordt in beslissende zin een nieuwe lezing hiervan voort te brengen. In dat geval worden belijdenissen gereduceerd tot historische documenten met versiegeschiedenis zonder actuele tuchtigende kracht. Als dit het geval is dan is de kerk losgezongen van de continuïteit van het Woord. Zit in deze observatie niet precies een verklaring verpakt voor het verval van de kerken in de gereformeerde traditie over de afgelopen honderd jaar?

De band met het evangelie zelf

In mijn ogen is het een misverstand om te denken dat deze discussie slechts over een ‘Bijbelleesmethodiek’ gaat. De hele discussie gaat rechtstreeks over de inhoud van het evangelie. Het evangelie bereikt de kerk immers juist door het profetische en apostolische getuigenis. Wanneer we dat gaan loslaten en dat getuigenis minder normatief en ‘losjes’ wordt, wordt op den duur ook de evangelieboodschap zelf vatbaarder voor herdefinitie. In de praktijk verschuift de nadruk dan gemakkelijk van zonde en verzoening naar algemeen herstel, van rechtvaardiging naar verbondenheid, van bekering naar procesmatige groei, en van de exclusieve noodzaak van Christus als Verlosser naar bredere religieuze openheid. Overal ter wereld waar ik kom, kom ik het tegen: Jezus en nog wat afgoden. Zulke pluriformiteit ontstaat dikwijls niet doordat klassieke woorden zijn verdwenen, veeleer doordat de uitleg over de inhoud van die woorden is veranderd. Men blijft over genade spreken zonder de ernst van Gods heilig oordeel; men blijft over Christus spreken zonder de noodzaak van zijn lijden en sterven in onze plaats; men blijft over geloof spreken, maar minder als antwoord op een Goddelijke belofte en meer als deelname aan een groep of gemeenschap. Daarom is in een omgeving als Isaan een vaste, Schriftuurlijke prediking van wezenlijk belang. De kerk en haar dienaren in deze religieuze context waarin mensen vertrouwd zijn met spirituele bemiddeling, verdiensten en syncretistische patronen, moet oppassen dat het de boodschap van het evangelie niet aanpast totdat het harmonieus in het bestaande religieuze landschap past. Integendeel: Het moet als een vreemd en bevrijdend Woord klinken dat alle afgoden ontmaskert en deze van hun veronderstelde kracht ontdoet, de schuld van de zondaar benoemt en Christus aanprijst als enige Bevrijder, Zaligmaker, Redder. Wie daarin geleid wil worden moet volgens Watchman Nee het ‘eigen ik’ laten wijken voor de onveranderlijke waarheid van Gods Woord. Dan gaat het eigenbelang in de uitleg van de Schrift er af en ontstaat er ruimte voor wat het Woord echt zegt.

De rol van de Heilige Geest

Een veelgehoorde verdediging van ‘nieuwe hermeneutiek’ is dat deze meer ruimte zouden geven aan de leiding van de Heilige Geest. Dat klinkt mooi, en een beetje vroom zelfs, maar hier is onderscheidingsvermogen nodig. In gereformeerd perspectief werkt de Heilige Geest nooit los van, of tegen de Schrift in. God spreekt door Zijn Woord en de Heilige Geest verstrekt aan ons geen nieuwe normatieve openbaring naast de Schrift. De Heilige Geest opent ons verstand en ons hart voor het Woord van God en spreekt op deze wijze tot ons. Het is daarom misleidend om een beroep op de Geest te misbruiken om de normatieve scherpte van een Bijbeltekst te verzwakken. Het is namelijk zo dat de Geest de lezer niet autonoom maakt, hoe graag de lezer (met een natuurlijke zondige neiging tot rebellie tegen God) dat ook zou willen. Het is eerder zo dat de Geest de lezer onderwerpt aan Christus en Zijn Woord. Zodoende leert de gelovige en de kerk niet om het onwelgevallige deel van Gods Woord te herinterpreteren tot het cultureel passend wordt, maar om juist daarin Gods wijsheid en waarheid te erkennen. Een beroep op de Geest bij eigen interpretatie leidt feitelijk tot hermeneutische rekbaarheid en eerlijk gezegd is dat subjectivisme. De Dordtse Leerregels verbinden de zekerheid van het geloof aan Gods beloften, aan het getuigenis van de Heilige Geest en aan de vruchten van het geloof. Daarmee onderstrepen zij dat de Geest zekerheid schept door de objectiviteit van Gods spreken te bevestigen en niet door deze op te lossen in religieuze ervaring of interpretatieve pluraliteit.

Schrift, openbaring en geloofszekerheid

Een van de ernstigste gevolgen van ‘nieuwe hermeneutiek’ is dat zij de geloofszekerheid van de gemeente aantast. Het is namelijk zo dat wanneer het Woord van God niet meer met vaste betekenis tot de mens komt, de troost van het evangelie minder krachtig is. De gelovige ontvangt dan niet langer allereerst een belofte van God, maar een boodschap waarvan de betekenis mede afhankelijk lijkt te zijn van de interpretatie van de uitlegger of de hedendaagse cultuur: daar sta je dan op een wiebelend, menselijk fundament. Pastoraal bezien is dat buitengewoon schadelijk. De gereformeerde traditie heeft juist benadrukt dat het geloof rust op het fundament van Gods beloften in Christus. Dat is compleet het tegenovergestelde van de beweeglijkheid van menselijke ervaring en interpretatie. En juist hierom kan de prediking met vrijmoedigheid spreken van zonde, vergeving, schuld, vrede voor verstrikte gewetens, en zaligheid voor ieder die tot Christus vlucht. Daarom moeten we de normatieve objectiviteit van het evangelie nooit verzwakken: dat alleen zal tot getrooste en zekere gelovigen leiden. Ook in onze zendingscontext is dit van grote betekenis. Als mensen leven in angst voor geesten, schuld aan voorouders, sociale schaamte of religieuze onzekerheid of alle verdiensten ooit genoeg zullen zijn, dan hebben ze geen behoefte aan een boodschap die meebeweegt met hun horizon, met hun cultuur of met hun tijdgeest. Alleen een Woord wat werkelijk gezag draagt, kan werkelijk van deze zaken bevrijden. Zo bezien is de uitspraak van Watchman Nee hermeneutisch fundamenteel: Als waarheid onveranderlijk is, dan kan missionaire trouw in de verkondiging van het evangelie nooit bestaan uit het aanpassen van waarheid aan menselijke ontvankelijkheid.

Belijdenis en kerkelijke continuïteit

De ons bekende gereformeerde belijdenisgeschriften vervullen in deze discussie een onmisbare taak. Ze verwoorden hoe de kerk de Schrift heeft verstaan in strijd tegen dwaling, verwarring en vervolging. Precies daarom hebben deze geschriften in de discussie over ‘nieuwe hermeneutiek’ vandaag betekenis. Zij herinneren ons eraan dat we niet telkens opnieuw hoeven te bepalen wat zonde, genade, geloof, rechtvaardiging en heiliging betekenen. Dat betekent niet dat de kerk geen nieuwe vragen aan de Schrift zou mogen stellen. Elke tijd brengt haar eigen uitdagingen mee, en zending confronteert de kerk en mij regelmatig met vragen die om zorgvuldige doordenking vragen. Het is wel zo, dat nieuwe vragen niet automatisch een nieuwe belijdenis rechtvaardigen en zeker geen openheid geven voor een nieuwe hermeneutische realiteit en soevereiniteit. De taak die blijft bestaan voor ons is veel simpeler, eenvoudiger: versta de waarheid vandaag dieper, belijd haar vandaag helder en herzie haar normatieve inhoud niet. De ‘nieuwe hermeneutiek’ leidt feitelijk tot een kritische afstand ten opzichte van belijdenis en Schriftuurlijke normativiteit en dat maakt de kerk in de ogen van de buitenstaander ‘modern’ maar in feite zeer kwetsbaar. Ze zal al dan niet bewust op belangrijke theologische onderwerpen geheugenverlies lijden, haar onderscheidingsvermogen verliezen en uiteindelijk ook de moed verliezen om tegen de tijdgeest in Gods Waarheid te blijven spreken.

Veel voorkomende verdedigingen beantwoord

Een eerste verdediging luidt dat niemand neutraal leest en daarom alle uitleg contextueel is. Dat klopt, maar bewijst nog niet dat de betekenis van de tekst zelf vloeibaar is. Dat de lezer beperkt is, maakt nederigheid en nauwkeurigheid noodzakelijk, want onze beperkingen heffen de door God gegeven bedoeling van de tekst niet op. De gereformeerde traditie verwerpt dus niet de plaats in de context van de lezer, maar wel de sprong van deze plaats naar het relativeren van de tekst. Een tweede verdediging luidt dat de kerk moet doorgroeien in moreel inzicht. De Schrift zelf toont inderdaad een voortgang in de heilsgeschiedenis. Deze voortgang vindt plaats binnen de canon en bereikt haar vervulling in Christus en het apostolisch getuigenis. Ze geeft de postapostolische kerk geen vrijbrief om de normatieve inzet van de Schrift te herzien op grond van latere culturele interpretaties. Een derde verdediging luidt dat een sterk beroep op objectieve Schriftbetekenis onvoldoende rekening zou houden met missionaire gevoeligheid. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Alleen wanneer het Woord met vaste inhoud spreekt zal het in een nieuwe context niet ‘verdampen’. Missionaire trouw vraagt ons dus om discipline in het onderscheiden tussen vorm en inhoud, tussen culturele verpakking en Goddelijke boodschap. Nogmaals is Watchman Nee’s oproep dat het ‘eigen ik’ moet wijken voor de waarheid bijzonder scherp omdat evangelieverkondiging of missionaire actief zijn anders ongemerkt gestuurd kan worden door ideeën over effectiviteit, acceptatie of relationeel comfort in plaats van door Gods onveranderlijke Waarheid.

Een positieve benadering voor kerk en zending

De weerlegging van ‘nieuwe hermeneutiek’ is pas volledig wanneer ook de positieve weg wordt gewezen. Een gezonde gereformeerde hermeneutiek begint met het positioneren op een stevig fundament: de Bijbel is door God ingegeven, helder in alles wat tot zaligheid nodig is en voldoende als normatief voor leer en leven. Vanuit dat fundament is er ruime plaats voor taalkundig, historisch en literair onderzoek onder de norm dat de tekst blijft staan en niet verandert in een middel om de tekst op afstand te zetten. Daarbij hoort allereerst eerbiedige exegese. De uitlegger die als het ware aan de tekst vraagt: Wat zegt deze tekst in dit verband, binnen de voortgang van Gods openbaring, en hoe verhoudt zij zich tot het geheel van de Schrift? Daarna volgt een theologische synthese: Wat leert deze tekst ons over God, de mens, zonde, Christus, de kerk en de toekomst? Vervolgens komt de missionaire en pastorale toepassing: Hoe spreekt dit Woord in deze concrete tijd, plaats en leefwereld over geloof, bekering, gehoorzaamheid en troost? Praktisch bezien blijft men zo op de lijn van het Woord. Voor een zendingscontext als Isaan betekent dit dat de cultuur serieus onderzocht moet worden, de taal zorgvuldig gekozen en de concrete leefwereld met liefde benaderd. Eveneens betekent het dat de cultuur niet het laatste woord heeft: de waarheid van Christus is beslissend. Als we zo te werk gaan is contextualisatie werkelijk christelijk en ontwijken we de valkuil van hypercontextualisatie. In die zin vormen de eerdergenoemde woorden van Watchman Nee geen los geestelijk accent maar een principiële samenvatting van missionaire gehoorzaamheid: de waarheid leidt, het ik volgt.

Gevaar voor prediking en gemeenteleven

Wanneer hermeneutische onzekerheid breed ingang vindt in de kerk, blijft het niet beperkt tot wat theologische achterhoedegevechten en discussies in de gemeente. Het zal de inhoud van de prediking direct beïnvloeden in zoverre dat verkondiging afzwakt, minder scherp de staat van de mens blootlegt, minder oproept tot geloof en bekering en meer richt op atmosfeer, gevoel en gezamenlijk zoeken. Dat klinkt niet heel erg maar het tast het apostolische karakter van de prediking aan. Ook het gemeentelijk leven zal dan veranderen. Wat blijft er over van catechese, pastorale zorg in normatieve zin en kerkelijke tucht als de duidelijke betekenis van Gods Woord continue ter discussie staat? Op deze wijze kan een gemeente naar buiten toe warm en relationeel blijven, terwijl innerlijk het verschil tussen helderheid van waarheid en dwaling afbrokkelt. In de zending is dit gevaar minstens even groot. Wanneer we jonge gelovigen niet leren dat het Woord van God hen corrigeert, maar vooral dat ze met de tekst in de context in gesprek blijven, voeden we syncretisme en geestelijke vaagheid. Alleen al daarom is het van groot belang dat het gezag van de Schrift niet alleen theoretisch en met de mond wordt beleden, maar vanaf kinds af aan wordt geleerd, voorgeleefd en toegepast aan de volgende generaties. Waarheid die staat boven personen, voorkeuren, context, cultuur en relaties bouwt een gemeente geestelijk gezond op.

Conclusie

De zogenoemde ‘nieuwe hermeneutiek’ verdient kritische weerlegging omdat zij doorgaans niet frontaal de Schrift verwerpt, maar subtiel het zwaartepunt verplaatst van openbaring naar interpretatie, van tekst naar lezer, van norm naar proces en van ontvangen waarheid naar onderhandelde betekenis. Daarmee wordt het gezag van de Schrift niet altijd formeel ontkend, maar wel uitgehold. Vanuit gereformeerd perspectief moet daartegen worden volgehouden dat Gods Woord niet door de mens voltooid of aangevuld wordt, maar de mens aanspreekt met Goddelijke volmacht. Dat geldt in de Westerse kerk, maar evenzeer in de zendingspraktijk van Isaan. Daar blijkt vaak hoe noodzakelijk het is om houvast te vinden in het gezag van het Woord en dat Woord boven de cultuur te laten spreken, zonder te vervallen in Westerse superioriteit of culturele onverschilligheid en zonder te bezwijken voor hypercontextualisatie. Een werkelijk Bijbelse hermeneutiek bewaart daarom beide: liefdevolle aandacht voor de concrete context én onvoorwaardelijke onderwerping aan de Schrift als Gods Woord voor mensen. Alleen op die weg blijft het evangelie vol, helder en krachtig klinken als een boodschap van redding door de gekruisigde, opgestane Christus aan verloren mensen in iedere taal en context. Met Watchman Nee kan daarom worden gezegd dat Gods Waarheid onveranderlijk is en dat het eigen ik voor die Waarheid moet wijken; precies daarin ligt de geestelijke en missionaire vrijheid van de kerk.

Bronnen:

7 Basisprincipes voor gereformeerde hermeneutiek; Gerrit Veldman, 19 September 2023 [https://www.gerritveldman.nl/7-basisprincipes-voor-gereformeerde-hermeneutiek/]

De leerregels van Dordrecht (1618/9), CGK, 1983, [https://cgk.nl/wp-content/uploads/2023/07/Dordtse-Leerregels-CGK-GK-NHK-1983.pdf]

Gereformeerde hermeneutiek vandaag, Dr. P. de Vries, 28 December 2018, [https://drpdevries.com/2018/12/29/gereformeerde-hermeneutiek-vandaag/]

Kritiek op ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’, F. Pathuis, 8 Maart 2019, [https://fpathuis.wordpress.com/2019/03/09/kritiek-op-gereformeerde-hermeneutiek-vandaag/]

Wat is er mis met de nieuwe hermeneutiek?, Geloofstoerusting, 12 September 2018, [https://www.geloofstoerusting.nl/videos/is-er-mis-nieuwe-hermeneutiek/] De video is ook op deze website geplaatst: https://oorsprong.info/wat-is-er-mis-met-de-nieuwe-hermeneutiek/.

‘De werker in Gods wijngaard’, Watchman Nee

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de LinkedIn-pagina van Aalbert Mol. Het originele artikel is hier te vinden.