Home » Abortus (Pagina 2)

Categoriearchief: Abortus

Waarom is de SGP wel voor de doodstraf en niet voor abortus? – Verdediging van mr. Diederik van Dijk

Afgelopen week was er in de Eerste Kamer een debat over de afschaffing van het beraadtermijn. Mr. Diederik van Dijk verzorgde ook een inleiding (hier te lezen). Na zijn inleiding reageerde mr. Boris Dittrich (D66) en drs. Roel van Gurp (GroenLinks) op Van Dijk. Hieronder wordt dit debat weergegeven.

‘Het niveau van een beschaving is onder andere af te meten aan de wijze waarop zij omgaat met mensen en met menselijk leven’- Van Dijk over beraadtermijn abortus

Lees hier de bijdrage van SGP-Senator mr. Diederik van Dijk aan het debat over het wetsvoorstel van Jan Paternotte (D66), Attje Kuiken (PvdA), Corinne Ellemeet (GroenLinks) en Jeroen van Wijngaarden (VVD) over de afschaffing van de verplichte beraadtermijn bij abortus.

“Daarnaast is de vaste beraadtermijn bij uitstek gericht op vrouwen in een kwetsbare positie. In paniek kunnen zij kiezen voor een uiterst korte beraadtermijn en komen tot een keuze die later leidt tot spijt.” De vrouw op de foto heeft geen relatie tot het onderwerp. Bron: Pixabay.

Cultuur van leven

Een debat over de beraadtermijn voor abortus spitst zich al snel toe op de autonomie van de individuele vrouw of op de bescherming van het ongeboren meisje of jongetje. Daar ga ik het ook over hebben, maar eerst het grotere plaatje.

Het niveau van een beschaving, van een cultuur, is onder andere af te meten aan de wijze waarop zij omgaat met mensen en met menselijk leven. Geldt het recht van de sterkste of heb je als samenleving hart en oog voor het leven dat zichzelf niet kan redden? Is er oog, niet in de laatste plaats, voor gebutst of kwetsbaar leven? Voor leven dat zelf nog geen stem heeft, of geen stem meer heeft. Denk aan het ongeboren leven, aan verstandelijk of fysiek beperkten, aan hen die psychisch lijden of dementeren. Hoe gaan wij om met de sprakelozen? Zijn zij niet de kanarie in de kolenmijn?

Volgens mij zijn alle fracties in dit huis het er min of meer over eens dat we mededogen moeten hebben met de ander, zorg voor diegenen die geen helper hebben en die zichzelf niet kunnen redden. Juist de linkse, progressieve fracties worden niet moe dit te beklemtonen en dit zijn goede noties. Zou het dan niet echt progressief zijn om abortus op zoveel mogelijk manieren te voorkomen en tegen te gaan? En te erkennen dat het volstrekt achterhaald is om het afbreken van een zwangerschap, van nieuw leven, als oplossing te zien in een beschaafde samenleving?

Juist in het licht hiervan vraag ik de indieners hoe de drijfveren achter hun wetsvoorstel zich hiertoe verhouden. Het wetsvoorstel beoogt abortus nog toegankelijker, eenvoudiger en laagdrempeliger te maken. Ieder obstakel voor een abortus, hier in de vorm van een vaste beraadtermijn, lijkt te moeten worden weggenomen. De vrouwen die abortus overwegen bevinden zich echter in een door hen ervaren noodsituatie. Zij hebben hulp nodig en niet alleen keuzevrijheid. Hoe kijken de indieners aan tegen deze stelling?

In ons land is abortus toegankelijk en relatief eenvoudig te realiseren. Ruim 31.000 abortussen per jaar, mogelijk tot 24 weken zwangerschap. Nergens in de EU is er zolang ruimte om de toekomst van een mensenleventje door te knippen. En we weten dat abortus om vrijwel iedere denkbare reden gepleegd wordt, vooral sociale redenen. Vanwege financiën, een compleet gezin, vanwege huisvesting, een verbroken relatie, vanwege studie, een handicap, etc.

Het begrip ‘noodsituatie’ is ver uitgehold. Hoe past dit in een cultuur waarin men streeft naar hulp voor een ieder die het niet alleen redt in het leven? ‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’, zo stelt een politieke partij. Is abortus niet te veel genormaliseerd geworden?

Ik denk, met verdriet, aan beelden van juichende Kamerleden op het moment dat wetten worden aanvaard die abortus simpeler maken, met teksten die je eerder op geboortekaartjes verwacht. Wat voor cultuur scheppen wij als we er niet van opkijken dat abortus zo’n gangbare optie is geworden en we verdere verruiming van de abortuswetgeving vieren?

Hoe zien wij een cultuur waarin het ongeboren leven op zo weinig bescherming kan rekenen? We zijn vandaag erg druk met het samenleven met heel verschillende mensen. Daarom maken we een speerpunt van het tegengaan van discriminatie, geweld of racisme. Dat doen we op basis van de intrinsieke waardigheid die ieder mens bezit, door God gegeven.

Maar wat leren we elkaar en wat geven we jongeren mee als we het zo eenvoudig maken om menselijk leven te kunnen doden? Het wetsvoorstel kiest níet haar vertrekpunt in de beschermwaardigheid van het leven. Erkennen de indieners dat vergroten van de keuzevrijheid hier ten koste gaat van nieuw leven?

Ik moet denken aan het volgende citaat van de Amerikaanse pro-choice cultuurcriticus Maggie Nelson, in een recent Volkskrant-artikel. Zij zegt: “Feministen zullen nooit bumperstickers maken met een tekst als ‘Het is zowel een keuze als een kind’. ‘Maar daar komt het natuurlijk wel op neer, en dat weten we allemaal.” Ze besluit: ‘We zijn niet gek; we begrijpen heel goed wat er op het spel staat. Soms kiezen wij voor de dood.

Ik zou het winst vinden als het debat op dit principiële niveau plaatsvindt. De keerzijde van het bejubelde recht op zelfbeschikking is het mogen doden van een ander mensenleven. Voor meer dan 30.000 kinderen per jaar eindigt het leven voordat het goed en wel begonnen is.

Wat doet dit met het respect voor een mensenleven dat zo essentieel is voor een samenleving? Hoe kunnen we jongeren leren dat ze met respect met anderen moeten omgaan als zelfs het meest kwetsbare leven op zo weinig bescherming kan rekenen?

Ik hoor graag een reflectie van de indieners en de minister hierop. Het zou zoveel mooier zijn als we met z’n allen zouden gaan voor een cultuur van léven waar iedereen er mag zijn. Vanzelfsprekend appelleert zo’n cultuur ook voluit aan de verantwoordelijkheid van vaders. En biedt zo’n cultuur de allerbeste, liefdevolle hulp aan vrouwen in nood.

Aspecten

Dan de verschillende aspecten van het wetsvoorstel, waarvan al veel in de Tweede Kamer is besproken. De indieners weten wel dat hun wetsvoorstel echt niet rechtstreeks voortvloeit uit de gedane evaluaties van de abortuswet. De betreffende onderzoekers geven zelf ook sterk de beperkingen van hun onderzoek aan, zowel methodologisch als wat betreft representativiteit. Hoe zien de indieners deze beperkte scope?

Er zijn maar weinig hulpverleners en vrouwen ondervraagd voor de evaluatie en de visie van vrouwen zelf op de beraadtermijn is al helemaal niet uitvoerig onderzocht. Of de voordelen van de beraadtermijn opwegen tegen de nadelen is ook niet onderzocht, terwijl de onderzoekers van de laatste evaluatie juist daartoe opriepen.

De onderzoekers zeggen zelf: “Gelet op de lage respons en de wijze van selectie lenen de resultaten zich er niet voor om een representatief beeld te schetsen van de ervaringen en opvattingen van vrouwen die een abortusbehandeling hebben ondergaan. De resultaten moeten daarom met grote voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.” Waarom nemen de indieners die waarschuwingen tot behoedzaamheid niet serieuzer?

De indieners kunnen op grond van de evaluatie immers niet uitsluiten dat een flexibele termijn ertoe kan leiden dat beslissingen wel impulsiever worden genomen of dat aandacht voor alternatieven minder ruimte krijgt, met levenslange gevolgen voor de betreffende vrouw en het kind.

De tweede evaluatie Wafz (Wet afbreking zwangerschap) toont allerminst aan dat de vaste beraadtermijn een onnodige barrière zou zijn. De betreffende aanbeveling is veeleer opiniërend dan gestoeld op passend onderzoek. Wat drijft de indieners als het niet de bescherming van het ongeboren leven is, ook niet de duidelijke wens van de professionals, en ook niet de onderzochte wens van onbedoeld zwangere vrouwen om dit wetsvoorstel door te zetten?

Daarnaast is de vaste beraadtermijn bij uitstek gericht op vrouwen in een kwetsbare positie. In paniek kunnen zij kiezen voor een uiterst korte beraadtermijn en komen tot een keuze die later leidt tot spijt. Ik denk aan jonge meiden, aan vrouwen die door hun omstandigheden abortus als de enige uitweg zien, maar ook aan vrouwen die tot abortus komen vanwege druk uit de omgeving.

Het is dan goed om rustig na te denken nádat er een gesprek met een professional is geweest van wie je alle informatie hebt gehad. De indieners jubelen over de hoge kwaliteit van de abortuszorg en de gespreksvoering. Die informatie moet dan toch ook verwerkt kunnen worden?

Uit de laatste evaluatie van de abortuswet blijkt dat ruim tweederde van de hulpverleners in klinieken en ziekenhuizen overwegend positief zijn over de beraadtermijn. Een meerderheid geeft aan dat die impulsieve beslissingen kan voorkomen.

Evenals de overheid lijden de initiatiefnemers aan overschatting van de zelfredzaamheid van de gemiddelde burger. Het wetsvoorstel gaat uit van de autonome, zelfbeschikkende vrouw die alle informatie op een rijtje heeft, zelfs voordat zij naar een dokter of kliniek stapt. Het denkproces over abortus zou dan al eerder begonnen zijn en daarom zou een vaste beraadtermijn overbodig zijn. Voor kwetsbare vrouwen kan dit heel anders zijn. Het schrappen van de vaste beraadtermijn doet bij hen juist geen recht aan de vrije en zelfstandige keuze.

Een meerderheid van de zorgverleners, zo blijkt uit de laatste evaluatie, is het niet eens met de stelling dat de beraadtermijn overbodig is, omdat het denkproces al eerder is begonnen. Er is onder de zorgverleners ook geen meerderheid die zegt dat de huidige beraadtermijn te rigide is. Hoe kunnen de indieners deze argumenten dan zo zwaar aanzetten?

De praktijk van voorlichting rond COVID-vaccinatie, maar ook rond de Donorwet, heeft laten zien dat lang niet alle Nederlanders toegang hebben tot gezondheidsinformatie. Hoe geven de indieners zich hier rekenschap van? De werkelijkheid is dat vrouwen nu al vaak niet de informatie krijgen waar ze op grond van de wet recht op hebben. Zie de evaluaties. Laten we eerst waarborgen dat alle vrouwen goede en eerlijke informatie krijgen over abortus en alternatieven. Dat is logischer dan te beginnen bij afschaffing van de vaste beraadtermijn.

Abortus is onomkeerbaar. We weten uit onderzoek dat veel vrouwen kunnen twijfelen over abortus, maar dat niet altijd laten merken aan de arts. Een vaste bedenktijd schept duidelijkheid voor de vrouw en voor de arts. Is dit ook niet juridisch van belang? Hoe kan het toetsen en handhaven van een onbepaalde norm nu goed doenlijk zijn?

Tot slot vraag ik de minister hoe dit wetsvoorstel zich verhoudt tot het kabinetsbeleid om te komen tot minder abortussen. Trekken de verschillende initiatiefwetten het coalitieakkoord niet uit balans?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website van de Staatkundige Gereformeerde Partij (SGP). Het originele artikel is hier te vinden.

Over de afschaffing van het beraadtermijn zijn op deze website nog vier andere artikelen verschenen. Zie hier (ir. Chris Stoffer), hier (Tineke Huizinga), hier (drs. Edward Groenenboom en drs. Aart van Wolfswinkel) en hier (mr. Diederik van Dijk).

Initiatiefnota SGP ‘onbegrensd pro-life’ – SGP en D66 over abortus en ‘babyfabrieken’

Tijdens het notaoverleg gehouden op 27 september 2021 verdedigde dr. Roelof Bisschop de initiatiefnota van ir. Chris Stoffer. De initiatiefnota had als titel: “Dwang tegen vrouwen rond liefde, lijf en leven: maatregelen tegen internationale misstanden inzake draagmoederschap en abortus”. Hieronder de opname van de bijdrage van dr. Bisschop.

Wordt abortus in Prediker positief gewaardeerd? – John Piper over deze tegenwerping

Soms wordt Prediker 4:2 aangehaald in een pleidooi voor abortus. Wordt abortus in deze tekst positief gewaardeerd? De bekende John Piper geeft daar een antwoord op. Met dank aan Geloofstoerusting voor het ondertitelen en delen van deze video op het YouTube-kanaal. De video wordt hieronder gedeeld, veel zegen bij het kijken.

Waarom de beroemde atheïst Christopher Hitchens anti-abortus was

De overleden schrijver Christopher Hitchens wordt nog weleens door prolife-activisten geciteerd als voorbeeld van een atheïst die regelmatig schreef over zijn prolifevisie. In het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair vertelde hij waarom hij tegen abortus is. Hij onthulde echter ook dat tenminste een van zijn eigen kinderen werd geaborteerd en dat zijn moeder zelfs twee maal een abortus onderging. Tijdens meerdere debatten met christelijke apologeten zei hij zichzelf te beschouwen als pro life.

Een gezellig onderonsje tussen de atheïsten Christopher Hitchens (l.) en Richard Dawkins (r.). Bron: Wikipedia.

Recentelijk hebben sommigen van zijn mede-ongelovigen wat tegengas gegeven. Ik hoorde Sam Harris vorig jaar in zijn podcast beweren dat Hitchens licht ongemakkelijk was bij abortus, maar dat hij er niet op tegen was. Tenzij Hitchens heel verschillende standpunten heeft geuit in de privésfeer, zie ik niet hoe dit kan kloppen. Een mooie uitkomst is de recente wederuitgave van een artikel uit 1988 in Crisis Magazine. Het betreft een lang vergeten interview met Hitchens over abortus. Daarin vond ik fascinerende uitspraken (Noot van de redactie: Het interview met Hitchens wordt hieronder weergegeven).

Is abortus echt een politiek vraagstuk?

Dit lijkt niet het geval. Politiek is immers een discussie over de structuren waarin een samenleving leeft. Abortus brengt een eerdere vraag met zich mee: wie behoren er tot de samenleving? In die zin lijkt het een pre-politiek vraagstuk.

Alle vraagstukken over menselijke waarde zijn politiek, of zijn in staat om gepolitiseerd te worden. Zelfs discussies die het bovennatuurlijke aangaan, zoals transsubstantiatie (de vermeende verandering van brood en wijn in het lichaam van Christus, red.) waren ooit zeer politiek van aard, zoals je weet. De politisering van abortus vloeit voort uit
de centrale positie die het inneemt binnen de feministische agenda. En in mindere mate is de aanname van “de keuzevrijheid van de vrouw” een verbindend principe voor de bredere humanistische agenda. Als humanist en feminist heb ik echter grote moeite met de wijsheid achter deze eendimensionale opstelling. Ik denk niet dat feminisme in strijd moet zijn met humanisme.

Wat bedoelt u daarmee?

Ik ben het met Michael Kinsley (redacteur van The New Republic) eens, die ooit een column schreef waarin stond dat het Roe v. Wade-vonnis – dat werd gemaakt door een conservatief-centristische rechtbank – de grootste liberale ommekeer van onze tijd was. De linkerkant van de samenleving kan niet ontkennen dat de zogeheten pro-life-beweging overwegend bestaat uit vrouwen binnen inkomensgroepen die traditiegetrouw op de Democraten stemden. En toch is deze rebellie, door wat men nederige mensen kan noemen, afgeschreven als een reactionair fenomeen door mensen die de waardigheid van de pro-life-positie niet kunnen of willen inzien.

Hoe denkt u over de feministische claim dat abortus gaat over het recht van de vrouw om te beslissen over haar eigen lichaam?

Kijk, op het moment dat je toestaat dat de bewoner van de baarmoeder zelfs maar potentieel leven betreft, schuurt het al enorm met de aanroeping van “een vrouwenrecht om te kiezen”. Als de ongeborene een kandidaat-lid van de volgende generatie is, betekent dit dat het valt onder de verantwoordelijkheden van de samenleving. Ik zei vroeger dat de ontkenning van dit feit gemakkelijk resulteert in het toelaten van abortus tijdens het derde trimester. Ik was dan ook niet verbaasd dat sommige feministen daarmee instemden. Zij waren tenminste bereid om hun eigen logica te accepteren, door te zeggen dat de het lot van de ongeborene niemand anders iets aangaat. Dat is een zeer egoïstische en reactionaire positie, die voortkomt uit deze oorspronkelijke ontwijking, die de foetus slechts maakt tot een aanhangsel van het vrouwelijk lichaam.

Maar dat is alleen een ontwijking als we enigszins stevige gronden hebben om te vermoeden dat de foetus een menselijk wezen is.

Klopt. Maar ik denk dat we echt wel weten waar baby’s vandaan komen. Bovendien halen we uit de dialectiek dat men niet echt onmenselijk kan zijn zonder ook daadwerkelijk – of potentieel – menselijk te zijn. Het is zinloos om een rat of een slang te beschrijven die zich op een onmenselijke manier gedraagt. Ik stel de vraag als volgt: Je ziet dat een vrouw in haar buik wordt geschopt. Je instinctieve reactie is er een van walging. Dan hoor je dat de vrouw zwanger is. Wie zouden nu beweren dat deze ontdekking hun walging niet doet vermenigvuldigen? En wie zal zeggen dat dit slechts komt doordat het voor de vrouw nu erger is? Ik denk niet dat dit slechts een instinctieve of emotionele reactie is (waarmee ik ook niet wil zeggen dat we onze instincten en emoties altijd moeten wantrouwen). We bezitten nu eenmaal een aangeboren ontzag voor het leven.

Maar zijn al deze gedachten over de heiligheid van het leven niet in tegenspraak met uw marxistische kijk op de wereld?

Integendeel. Als materialist beweer ik dat we geen lichamen hebben, maar lichamen zijn. En als atheïst geloof ik niet dat we ons kunnen beroepen op de troost van een hiernamaals. We krijgen maar één leven om te leven, dus zorg ervoor dat het een goed leven is. Alle nonsens die we horen over het moment waarop de ziel het lichaam betreedt, is irrelevant. Die visie kent, net als de sektarische feministische kijk, een zekere minachting voor wetenschap en evolutie – die voorbij enige twijfel vaststelt dat het leven een continuüm is dat begint bij de bevruchting, omdat het nergens anders kan beginnen.

Zou u willen zien dat Roe v. Wade wordt teruggedraaid en dat abortus weer wordt ondergebracht bij de staten, zodat er lokale restricties komen met de uitzonderingen die u voorstelt?

Ik zou liever zien dat abortus een overheidskwestie wordt. Niets is erger dan een tegenstrijdig beleid op het leven. Kijk alleen al naar de doodstraf. De enorme variatie van staat tot staat ondermijnt het idee van stabiele rechtspraak en eerlijke compensatie.

Een verbod op abortus vanuit de overheid, met verkrachting en incest als uitzonderingen?

Ja, maar ik zou iets willen zien dat veel breder is, iets dat veel meer visie uitdraagt. We hebben een nieuw verdrag tussen de samenleving en de vrouw nodig. En dat is een progressief verdrag, omdat het is gericht op de toekomstige generatie. Ik zou abortus in de meeste omstandigheden verbieden. Ik begrijp dat de meeste vrouwen er weinig voor voelen
om hun redenen voor abortus te moeten rechtvaardigen voor anderen. “Hoe durf je mij hieraan te onderwerpen?”, zullen sommigen zeggen. Maar, sorry mevrouw, dit is een uiterst serieuze sociale kwestie. Het is wel degelijk een zaak van iedereen.

De linkse kant van de samenleving claimt zorgzaamheid en mededogen als haar voornaamste deugden. Is dit niet een vreemde claim, vanwege het gebrek van de liberaal om met empathie te kijken naar de foetus?

Nou, ik ben geen liberaal. Er is daar sprake van een gekortwiekte vorm van compassie. Het neigt ernaar vrij eenzijdig te zijn en alleen gefocust op het vermeende lot van de vrouw als een soort huisslaaf. We moeten beseffen dat hier legitieme zorgen en doelen achter steken. Vrouwen zijn te lang onderdrukt. Hun strijd voor meer autonomie is over het
algemeen zeker gerechtvaardigd. Maar de simplistische gevolgtrekking hiervan, als het gaat om abortus, heeft denk ik kenmerken van neurose en overdrijving. Ik denk dat sommige vrouwen als het ware wraak proberen te nemen, voor de eeuwen waarin mannen hen precies vertelden hoe ze moesten leven. Als de pro-life-beweging succesvol wil zijn, moet zij deze sentimenten echt begrijpen. Je kunt geen intelligente strijd voeren als je de impulsen die je bestrijdt niet op waarde kunt schatten.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Maren, J. van, 2022, Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?, Leef 38 (1): 21-23 (PDF).

Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?

We kennen allemaal de claim dat er vele vrouwen zullen sterven wanneer abortus illegaal wordt. Regelmatig werd deze stelling ondersteund door misinformatie. Zo heeft dr. Nathanson, een vooraanstaande abortusarts in de jaren vijftig en zestig, toegegeven dat zijn abortuslobby bewust loog over het aantal vrouwen dat stierf als gevolg van een illegale abortus in de Verenigde Staten. In 2019 kreeg de directrice van Planned Parenthood maar liefst vier Pinokkios van de feitencheckers bij de Washington Post, vanwege haar claim dat er vóór de legalisering van abortus in de VS duizenden vrouwen per jaar stierven.1 Dit bleek een grove overdrijving, omdat het aantal doden volgens de feitencheckers ver onder de 1.000 moet hebben gelegen, aangezien het aantal gerapporteerde sterfgevallen niet boven de 300 uitkwam.

“De laatste schattingen laten zien dat het totale aantal in Malawi 1.150 is, oftewel nog geen 10 procent van het geclaimde aantal.” De vrouw op de foto staat niet in relatie tot het hoofdonderwerp van dit artikel. Bron: Pixabay.

Maar hoe zit het met de berichtgeving in deze tijd? Zijn de studies zorgvuldig gedaan en worden deze accuraat gerepresenteerd door anderen? Dr. Calum Miller, ethicus, filosoof en arts aan de universiteit van Oxford, schreef hier in oktober 2021 een pittig stuk over. Hij ontdekte dat onder andere de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en de Internationale Federatie van Gynaecologen en Verloskundigen (FIGO) aantoonbare misinformatie verspreiden als het gaat om cijfers over vrouwensterfte door abortus.

In zijn studie2 gaat Miller onder meer in op de FIGO. Het orgaan claimde namelijk dat onveilige abortussen zorgen voor 13 procent van de wereldwijde maternale mortaliteit, oftewel vrouwensterfte rond zwangerschap en geboorte. Hiervoor citeert zij de WHO, die spreekt van 4,7 tot 13,2 procent. Volgens dr. Miller worden hiermee de lagere schatting en zelfs het gemiddelde weggelaten, hetgeen hij kwalijk vindt.

Maar hij richt zich ook op de WHO-studie zelf. Daarin wordt expliciet gesteld dat het gegeven percentage mede is opgebouwd uit sterfte door buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, miskramen en een aantal overige aandoeningen. Dr. Miller stelt vast dat de WHO de statistieken uit haar eigen studie op incorrecte wijze heeft gepresenteerd, terwijl deze nota bene is uitgevoerd door haar eigen medewerkers. ‘Om te claimen dat 13 procent – of zelfs 4,7 tot 13,2 procent – van de vrouwensterfte wordt toegeschreven aan onveilige abortusbehandelingen is een duidelijke misrepresentatie van de feiten’, schreef dr. Miller op 1 november 2021 in een blog op de website van het Journal of Medical Ethics.3 Maar er gaat meer fout in de wereld van gerenommeerde onderzoekers, aldus dr. Miller. Bij andere organisaties en medische instanties worden de cijfers zelfs compleet gefabriceerd. Het Koninklijke College van Verloskundigen en Gynaecologen (RCOG) herhaalde recentelijk de claim van de Britse krant The Telegraph dat er in Malawi jaarlijks 12.000 vrouwen sterven vanwege een onveilige abortus. Echter, de laatste schattingen laten zien dat het totale aantal in Malawi 1.150 is, oftewel nog geen 10 procent van het geclaimde aantal. Volgens dr. Miller laten de meest recente bewijzen in werkelijkheid zien dat 6 tot 7 procent van deze doden voortkomen uit zowel abortusbehandelingen als miskramen. Daarom stelt hij dat het RCOG het werkelijke aantal maar liefst honderdvoudig heeft overschat. Zulke extreme overschattingen zijn volgens dr. Miller niet ongebruikelijk: ‘Sterker nog, in mijn paper toon ik aan dat verschillende studies de indruk wekken dat de meerderheid van deze 6 tot 7 procent miskramen betreft en niet abortusbehandelingen.’

Dr. Miller schreef zijn paper in reactie op een van de belangrijkste argumenten voor legale abortus. Men stelt namelijk dat de legalisering van abortus zal betekenen dat vrouwen niet langer zullen sterven door onveilige abortusbehandelingen. Dr. Miller heeft gedemonstreerd dat die cijfers, net als eerder, flink worden overdreven.

Ook stelt dr. Miller dat legale abortus het maternale mortaliteitscijfer niet verbetert. Hij verwijst hiervoor naar landen als Chili en Polen. ‘Daar bleef het maternale mortaliteitscijfer dalen nadat abortus werd gecriminaliseerd.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Redactie, 2022, Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?, Leef 38 (1): 10-11 (PDF).

Voetnoten

‘De abortuspil beëindigt een wonder’ – Bijdrage van ir. Chris Stoffer tijdens het debat over de abortuspil (9 februari 2022)

Op 9 februari 2022 was er een debat over het initiatiefwetsvoorstel om de abortuspil ook door de huisarts te laten verstrekken. Ir. Chris Stoffer geeft aan dat ieder leven door God geschapen is en de abortuspil daarmee een wonder beëindigt. De SGP heeft de bijdrage opgenomen op haar YouTube-kanaal geplaatst. Met dank plaatsen wij deze video ook op onze website.

Abortuspil bij de huisarts verbetert de zorg niet

Dit artikel werd samen met drs. Aart van Wolfswinkel geschreven.

De huisarts is niet de aangewezen persoon om een abortuspil te verstrekken, menen huisartsen Edward Groenenboom en Aart van Wolfswinkel. Het vergt te veel van de al overbelaste huisarts en de kwaliteit van de abortuszorg zal erdoor omlaag gaan.

Binnenkort is abortus beschikbaar bij de huisarts – tenminste, als het aan de initiatiefnemers van het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap ligt. Deze week staat het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer. Doel is om de keuzevrijheid voor vrouwen met abortuswens te verruimen. In de dagelijkse praktijk zal de zorg voor onbedoeld zwangere vrouwen echter niet verbeteren, denken wij als huisartsen.

Alweer enkele jaren geleden dienden de Kamerleden Ellemeet (GroenLinks) en Ploumen (PvdA) een wetsvoorstel in om het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts mogelijk te maken. De Raad van State, gynaecologen en abortusartsen reageerden eerder kritisch. Voor ons als huisartsen blijft een aantal bezwaren nog steeds actueel.

Versnipperde zorg

Allereerst zijn er technische aspecten, zoals de termijnecho die nodig is bij twijfel over de zwangerschapsduur. De meeste huisartsenpraktijken zijn niet uitgerust met echoapparatuur. Dan zal er dus naast de huisarts ook een gynaecoloog of verloskundige betrokken moeten worden in het begeleidingsproces. Er kunnen natuurlijk afspraken gemaakt worden met gynaecologen in een nabij ziekenhuis of met de praktijk van een lokale verloskundige, maar praktisch gezien wordt de begeleiding wel lastiger doordat meerdere zorgverleners in het zorgproces betrokken raken. Terecht wezen abortusartsen er eerder op dat de abortuszorg op die manier versnipperd dreigt te raken.

Dan de benodigde expertise. De gemiddelde huisarts ziet slechts twee tot drie onbedoeld zwangere vrouwen per jaar met een abortusverzoek. Zij komen nog niet eens allemaal in aanmerking voor behandeling met de abortuspil. Bij een deel van hen is dan namelijk de maximale zwangerschapstermijn van 9 weken, die geldt voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking, al verstreken. Snel ervaring opbouwen met het voorschrijven van de abortuspil zit er voor de gemiddelde huisarts dus niet in. Het wetsvoorstel wil de kwaliteit van de abortuszorg bij de huisartsen die de abortuspil voorschrijven daarom hoog houden door middel van geaccrediteerde nascholing en registratie. Hoeveel huisartsen zullen bij een dergelijk gering aantal voorschriften echter bereid zijn tot de inspanning die hiervoor geleverd moet worden?

Verder is er het tijdsaspect. Al jaren heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging ‘meer tijd voor de patiënt’ als speerpunt. Het beleid van het ministerie van VWS is erop gericht om de komende jaren meer taken uit het ziekenhuis over te dragen aan de eerste lijn. Maar er is een landelijk tekort aan huisartsen. Bij pensionering worden praktijken, met name in de plattelandsgebieden, moeilijk overgenomen. Het moment voor uitbreiding van het takenpakket van de huisarts lijkt nu wel erg ongeschikt.

Evenwicht verschoven

Daarnaast wordt voorbijgegaan aan de positie van het ongeboren kind. De Raad van State gaf in haar advies uit 2016 al aan dat het wetsvoorstel sterk de nadruk legt op de keuzevrijheid van de vrouw, terwijl de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Afbreking zwangerschap uit 1984 een balans zocht tussen de mogelijkheid van zwangerschapsafbreking en de bescherming van het ongeboren leven. Met de nadruk in het wetsvoorstel op de laagdrempeligheid van de huisarts lijkt het evenwicht te verschuiven naar het eerste ten koste van het laatste, aldus de Raad. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel gaven in hun reactie aan het daar niet mee eens te zijn, omdat de autonomie in alle gevallen bij de vrouw ligt. De Raad van State ziet dat echter anders, en naar ons oordeel terecht.

Nog een aspect is de veiligheid. Het Nederlands Huisartsen Genootschap kwam in 2016 met een Standpunt Effectiviteit en veiligheid van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk. Onderzoek zou aantonen dat het voorschrijven door huisartsen veilig zou kunnen plaatsvinden. Juist abortusartsen wijzen er echter op dat behandeling met een abortuspil meestal geen sinecure is. In vergelijking met een zwangerschapsbeëindiging met instrumenten duurt volgens hen de medicamenteuze abortus langer en geeft die ook een grotere kans op complicaties, zoals een doorgaande zwangerschap, incomplete abortus en bloeding.

Er wordt tot slot verschillend gedacht over de maatschappelijke invloed die het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts zal hebben. Het Nederlands Huisartsen Genootschap benadrukt in haar Standpunt dat het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts niet onder het basisaanbod moet vallen.

Geen normaal medisch handelen

Het is, net als euthanasie, geen normaal medisch handelen. Terecht wordt genoemd dat huisartsen zelf beslissen of zij de abortuspil voorschrijven. Om ethische of praktische bezwaren kunnen zij hiervan afzien. De maatschappelijke uitstraling van laagdrempelige beschikbaarheid van abortus bij de huisarts telt echter ook mee.

Abortus provocatus is een handeling die beginnend menselijk leven afbreekt. Hier moeten we uiterst voorzichtig mee omgaan. Het lijkt ons ook om die reden beter om de huisartsen als beroepsgroep daarmee niet te belasten en de huidige scheiding van taken tussen huisartsenzorg en de uitvoering van abortus intact te laten.

Laat de huisarts blijven doen waar hij goed in is: het counselen van patiënten met oog voor de sociale context, preventie en nazorg. Dat is dagelijks werk. Het begeleiden van ongewenst zwangere vrouwen past daar bij uitstek in. Het behandelen met een abortuspil wat ons betreft niet.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Trouw. Het originele artikel is hier te lezen.

PERSBERICHT: ‘NPV: abortuspil hoort niet bij huisarts’

Deze week behandelt de Tweede Kamer een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om via de huisarts een abortuspil te verkrijgen. De NPV reikt in dat licht een aantal overwegingen aan. Diederik van Dijk, directeur van de NPV: ‘Inrichting van de abortuszorg moet tonen dat abortus geen eenvoudige oplossing is, maar een noodgreep met grote impact op moeder en kind. Ervaring, deskundigheid en zorgvuldigheid van een specialist is noodzakelijk.

Bij de totstandkoming van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz, ook wel bekend als de abortuswet) heeft men nadrukkelijk een balans gezocht tussen de waarde van het ongeboren leven én de autonomie van de ongewenst zwangere vrouw. Het wetsvoorstel om de huisarts een abortuspil te laten verstrekken, maakt de drempel voor een abortus lager. Daarmee wordt de genoemde balans verstoord ten nadele van de waarde van het ongeboren leven. Dit geldt temeer nu ook de beraadtermijn voor abortus wordt geschrapt. Laagdrempelige toegang lijkt daarmee belangrijker geworden dan het maken van een weloverwogen besluit over een ingrijpende handeling.

Zorgvuldigheidseisen komen in het gedrang

Het is evident dat heel veel huisartsen geen of nauwelijks ervaring hebben rond het faciliteren van een abortus. Zij zijn normaliter niet opgeleid en niet ervaren in gesprekken met vrouwen hierover. Hiermee staan de zorgvuldigheidseisen rond het plegen van een abortus op het spel, zoals termijnbepaling, ervaring, anonimiteit, bereikbaarheid en keuzemogelijkheden. En lang niet alle huisartsen hebben de mogelijkheid om een echo te maken die nodig is om de zwangerschapstermijn te bepalen.

Wetsvoorstel staat los van de praktijk

Het wetsvoorstel gaat verder uit van een relatief nauwe band tussen huisarts en client. Hier lijkt sprake van een grote overschatting die geen recht doet aan de praktijk. Veel huisartsen functioneren inmiddels in grootschalige huisartsenpraktijken en werken steeds vaker parttime. Van een persoonlijke relatie is lang niet altijd sprake. Daarbij komt dat huisartsen reeds een zeer stevig takenpakket hebben. De vraag is dus of vrouwen op de zorg kunnen rekenen die ze nodig hebben om een dergelijke keuze te maken.

Specialist noodzakelijk

Diederik van Dijk, NPV-directeur: ‘De NPV wil er eerlijk over zijn dat in haar ogen elke abortus er één teveel is. Maar ook wie dit vertrekpunt niet deelt, zal begrijpen dat de inrichting van de abortuszorg moet tonen dat abortus geen eenvoudige oplossing is, maar een noodgreep met grote impact op moeder en kind. Daarom is er alles voor te zeggen om abortus te blijven bezien als een uitzonderlijke medische handeling die niet in de eerstelijnszorg hoort, maar die valt onder specialistische zorg. Laagdrempelige zorg betekent niet per definitie betere zorg. Juist bij het nemen van medicatie die door een deel van de vrouwen als zeer ingrijpend ervaren wordt, is ervaring, deskundigheid en zorgvuldigheid van een specialist noodzakelijk.

Niet abortus maar leven moet Europees grondrecht zijn

President Macron pleitte in het EP voor erkenning van het recht op abortus. Deze fundamentele verschuiving tast de waardigheid van het leven aan.

In juni vorig jaar werd in het Europees Parlement het rapport-Matić aangenomen. In dit rapport gaat het onder meer over seksuele en reproductieve (gericht op voortplanting) gezondheid, waarbij abortus wordt beschouwd als een mensenrecht.

Het rapport, opgesteld onder aansturing van de Kroatische Europarlementariër Matić, pleit (op grond dus van abortus als grondrecht van de vrouw) voor toegang tot veilige en legale abortus.Volgens de commissie zou dit nu beslist nodig zijn in de EU, omdat vrouwenrechten steeds meer onder druk zouden komen te staan. De ambitie van Macron dat abortus als recht wordt erkend, komt daarom niet als een verrassing.

Enkele dagen voor de gewraakte uitspraken van de Franse president werden mensen die staan voor het ongeboren leven aangenaam verrast door de benoeming van de nieuwe voorzitter van het Europees Parlement: Roberta Metsola. Deze Maltese politica staat bekend om haar kritische houding tegenover abortus. Haar benoeming leidde tot de nodige onrust in de internationale media en de wandelgangen van de EU. Maar één dag na haar verkiezing, en kort na een ontmoeting met de Franse president, beloofde Metsola reeds een liberaal pact te ondertekenen dat de toegang van vrouwen tot abortus en voorbehoedsmiddelen in de EU garandeert. Is de ferme uitspraak van Macron soms een reactie op de verkiezing van de consciëntieuze EP-voorzitter?

Het standpunt dat abortus een (vrouwen)recht is, kun je alleen innemen als je vindt dat het ongeboren leven enkel beschermwaardig is tot een bepaalde wettelijke grens van bijvoorbeeld 12 of 24 zwangerschapsweken. In de Nederlandse abortuswet is, net als in vele andere nationale wetgevingen, naar een balans gezocht tussen het belang van de vrouw en het belang van het ongeboren leven. Deze weging van waarden is bij Macron helemaal weggevallen. Het kwalijke in zijn uitspraak is dat de waarde van het ongeboren leven volledig ondersneeuwt ten gunste van het ideologisch gedreven idee dat abortus een recht is. Bij Macron gaat het leven van het kind ten koste van de liberale abortusideologie. De Europese Unie moet zich echter niet laten leiden door een feministische, liberale abortusideologie, maar door de wil om kwetsbaar, onschuldig leven te beschermen.

Andere toon

In veel landen valt de abortuswet onder het strafrecht. Daarin klinkt de ethische afweging door dat het leven niet zomaar mag worden afgebroken. Abortus is geen normaal medisch handelen. Abortus als recht zien en als zodanig verankeren, tendeert naar normalisering van abortus.

Het ”Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”, waarin Macron het recht op abortus wil laten opnemen, slaat een fundamenteel andere toon aan. Artikel 1 gaat over de menselijke waardigheid: „De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.” En artikel 2 vervolgt: „Eenieder heeft recht op leven.” Er is juridisch van alles over te zeggen in hoeverre dit van toepassing is op het ongeboren leven. Maar bezien vanuit een ethiek die uitgaat van de beschermwaardigheid van het ongeboren leven kunnen menselijke waardigheid en het recht op abortus niet samengaan.

Ik wil geen EU die het recht op het vernietigen van leven bepleit en verankert, maar de menselijke waardigheid van onze kleinste mensjes eerbiedigt en beschermt. En daarom juist het recht om geboren te worden bepleit en verankert.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Alderliesten, A., 2022, Niet abortus maar leven moet Europees grondrecht zijn, Reformatorisch Dagblad 51 (253): 28 (artikel).