Onlangs werd in Engeland de eerste baby geboren uit een getransplanteerde baarmoeder. Grace Davidson (36), die zonder functionerende baarmoeder werd geboren, kreeg via een transplantatie van haar zus de kans om haar eigen kind te dragen.

Een baanbrekende gebeurtenis die door velen als een medisch wonder wordt beschouwd. Voor vrouwen die geen kinderen kunnen dragen een nieuwe hoop om het moederschap op een lichamelijke en emotionele manier te kunnen ervaren. Hoewel het niet het eerste kind is dat ter wereld kwam via baarmoedertransplantatie (de eerste baby werd in 2013 in Zweden geboren), heeft deze geboorte veel stof doen opwaaien. Want in tegenstelling tot andere vormen van orgaandonatie is deze ingreep niet bedoeld om iemands leven te redden, maar om het leven te verrijken door zwangerschap te ervaren en een eigen kind te baren. De procedure brengt aanzienlijke risico’s en mogelijke langdurige gevolgen met zich mee voor zowel donor als ontvanger, en mogelijk ook voor het kind. Dit maakt het moeilijk om de medische risico’s te rechtvaardigen bij een niet-levensnoodzakelijke ingreep. Daar komt bij dat de transplantatie tijdelijk is. Om orgaanafstoting te voorkomen, moet de ontvanger langdurig immunosuppressiva gebruiken, met verhoogd risico op infecties en mogelijke effecten op de foetale ontwikkeling. Om de medische belasting te beperken, wordt de baarmoeder verwijderd na maximaal twee zwangerschappen of na vijf jaar als er geen zwangerschap plaatsvindt. Dat is een ontzettend ingrijpende procedure.
Gevolgen
Baarmoedertransplantatie onderscheidt zich doordat het niet alleen medische risico’s met zich meebrengt, maar ook unieke emotionele gevolgen. Omdat aansluiting van de zenuwen bij de baarmoeder momenteel niet mogelijk is, ontbreekt bij de vrouw de fysieke beleving van de zwangerschap grotendeels. Ze voelt bijvoorbeeld geen bewegingen of samentrekkingen in de baarmoeder, wat kan zorgen voor teleurstelling.
De impact hiervan op de hechting tussen moeder en kind is nog onduidelijk. Ook de emotionele gevolgen voor de donor van de baarmoeder zijn aanzienlijk. Voor jonge vrouwen betekent donatie het onherroepelijke verlies van hun vermogen om (nog) kinderen te krijgen. Zelfs wanneer een vrouw geen kinderwens (meer) heeft of haar gezin als voltooid beschouwt, kan het verlies van de eigen vruchtbaarheid blijvende gevoelens van verdriet, rouw en spijt oproepen. Postmenopauzale vrouwen hoeven hun vruchtbaarheid niet in te leveren, maar de geschiktheid van de baarmoeder neemt af en de operatierisico’s stijgen met de leeftijd.
In de meeste gevallen is donatie gedreven door de wens een familielid of vriendin te helpen. Deze emotionele betrokkenheid roept twijfel op over de vrijwilligheid van donatie. Druk vanuit de omgeving en gevoelens van medelijden kunnen zodanige druk uitoefenen, dat donatie als gedwongen wordt ervaren. Het afwegen van de emotionele en fysieke gevolgen blijft complex en zou deels vermeden kunnen worden door gebruik van een baarmoeder van een overledene. Echter, het succespercentage is lager, omdat de kwaliteit van het orgaan, met name de bloedvaten, cruciaal is voor een succesvolle zwangerschap en de ontwikkeling van het kind. Daarom gaat de voorkeur uit naar levende donoren.
Omdat bij een baarmoedertransplantatie geen sprake is van medische urgentie, zijn exclusieve selectiecriteria voor orgaantoewijzing noodzakelijk. Centraal staat de vraag of de ingreep voorbehouden moet zijn aan kinderloze vrouwen, of ook toegankelijk moet zijn voor vrouwen die het biologische moederschap niet hebben ervaren, ongeacht andere vormen van ouderschap. Uiteenlopende benaderingen tussen landen illustreren de complexiteit om tot rechtvaardige en consistente toewijzingsprincipes te komen.
IVF
Een belangrijk aandachtspunt is de rol van in-vitrofertilisatie (ivf). Omdat de eileiders niet verbonden zijn met de getransplanteerde baarmoeder, is natuurlijke bevruchting onmogelijk en is ivf noodzakelijk. Het beperkte slagingspercentage van ivf vermindert de kans op een succesvolle zwangerschap, zelfs wanneer de transplantatie technisch geslaagd is. Een bijzonder aspect van dit traject is dat ivf vóór de transplantatie plaatsvindt. Dit roept de vraag op hoe verantwoord het is om embryo’s tot stand te brengen voor vrouwen die op dat moment nog geen functionele baarmoeder hebben, terwijl het slagen van de transplantatie onzeker is. Baarmoedertransplantatie gaat onlosmakelijk gepaard met het verlies van embryo’s en staat daarmee op gespannen voet met het recht op leven en het respect dat wij verschuldigd zijn aan beginnend menselijk leven.
De mogelijkheid van baarmoedertransplantatie confronteert ons met diepgaande vragen over de betekenis van zwangerschap, het recht op kinderen en de waarde van menselijk leven. Technologie maakt het mogelijk om de legitieme wens tot moederschap te vervullen, maar tegelijkertijd dreigen kinderen niet langer als een gave te worden gezien, maar als een maakbaar product. Dit vraagt om een bezinning op de grenzen van medisch handelen bij een onvervulde kinderwens. Niet alles wat kan, hoeft of moet gedaan worden.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Garcia, E., 2025, Baarmoedertransplantatie, Leef 41 (3): 18-19 (artikel).