Home » Filosofie » ‘Anselmus probeert een redenering te vinden waarmee hij kan aantonen dat God wel móét bestaan’ – Bespreking van ‘Het mysterie van God’

‘Anselmus probeert een redenering te vinden waarmee hij kan aantonen dat God wel móét bestaan’ – Bespreking van ‘Het mysterie van God’

De naam Anselmus van Canterbury (1033-1109) duikt regelmatig op, ook binnen de gereformeerde traditie. Hij blijft mensen aan het denken zetten. Om twee dingen is hij bekend geworden. Het eerste is zijn Godsbewijs. Anselmus probeert een redenering te vinden waarmee hij kan aantonen dat God wel móét bestaan. Hij wil laten zien dat je niets groters kunt bedenken dan God. Volgens Anselmus ben je groter wanneer je bestaat, dan wanneer je niet bestaat. Als God niet bestaat, zou je toch iets groters kunnen bedenken dan Hij. Het is geen gemakkelijke redenering. Tot op de dag van vandaag zijn filosofen ermee bezig.

Het tweede waardoor hij bekendheid gekregen heeft, is zijn antwoord op de vraag waarom God mens werd. God werd mens omdat dit de enige manier was om af te rekenen met de zonde. Alleen vergeven was voor God geen optie, omdat het onrecht daarmee niet rechtgezet is. Wat de mens God tekortgedaan heeft, is niet hersteld. De mens geeft God niet de erkenning die Hij waard is, doordat hij niet de wil van God gedaan heeft. God is Zelf in Christus mens geworden en heeft op zo’n alles overtreffende wijze Gods wil gedaan dat het ons tekort goedmaakt.

Het Godsbewijs is te vinden in het Proslogion. Het boek gaat ook over wie God is. Proslogion betekent gebed en dat zegt iets over hoe Anselmus denkt: hij doet dat biddend. Geloof en wetenschap zijn bij Anselmus allerminst een tegenstelling. Het boek waarin duidelijk maakt waarom God mens is geworden, heet Cur Deus Homo: Waarom God mens werd. Het is mooi dat deze boeken nu samen in een hedendaagse Nederlandse vertaling uitgegeven zijn. De vertaler is Vincent Hunnik, docent klassieke talen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is al velen van dienst geweest met zijn vertalingen van boeken van Augustinus. De inleiding is geschreven door Wim Verbaal, docent Latijnse taal en literatuur aan de Universiteit van Gent.

De levendige vertaling leest goed. Voor wie zich in het Nederlands wil verdiepen in het denken van Anselmus, is deze vertaling een aanwinst. Of je dat nu wilt uit interesse, voor meditatie, voor doordenking van het geloof of voor het missionaire gesprek. Het betoog is er overigens in de vertaling niet altijd duidelijker op geworden. In de inleiding wordt ook geen overzicht gegeven van de inhoud van de boeken. Dat was zeker voor niet-theologen behulpzaam geweest. Anselmus wordt in verband gebracht met de gereformeerde verzoeningsleer, zoals die bijvoorbeeld in de zondagen 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus naar voren komt. De wereld van Anselmus voelt anders aan dan die van de Catechismus, tegelijkertijd ervaar je een diepe verbondenheid. Het is winst dat je dit door deze vertaling kunt ervaren.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Vreeswijk, B.J.D. van, 2026, Boekbesprekingen, De Waarheidsvriend 114 (7): 21.