Home » Betuwse streekgeschiedenis » Authentiek uittreksel (1690) van de Staat van goederen nagelaten door Dorothea de Bars, eerste vrouw van Johan van Brakell, heer tot Kermestein

Authentiek uittreksel (1690) van de Staat van goederen nagelaten door Dorothea de Bars, eerste vrouw van Johan van Brakell, heer tot Kermestein

In het Gelders Archief wordt een authentiek uittreksel uit 1690 bewaard van de staat van goederen nagelaten door Dorothea de Bars, de eerste vrouw van Johan van Brakel heer tot Kermestein. De transcriptie van deze tekst volgt hieronder. Vanwege de omvang geven we als plaatje hier alleen het eerste blad weer.1

De transcriptie luidt:

“Copia en extract,

Staet van Goederen nagelaten bij wijlen de HooghEdel welgeboren Vroúwe, Dorethea De Baers eerste Húijsvroúw vanden Heere Johan van Brakel Heer tot Karmestein Gecommitt inden Raedt van Staetten, Súlcx deselve op Haer HooghEd: afsterven sijn bevonden en door welgemelte Heere van Brakel aen sijne voorsonen voor eenigen tijt effectivelick en reëlick overgegeven die oock bij haer Ed. danckelick sijn ontfangen.

Eerstelick de hofstadt Noortwijck gelegen in den Gerechte van Wijck ende

Nogh heeft den Boedel gecompeteert vier en een halve mergen boúwlandt op Eck gelegen genaemt den Elsacker sijnde allodiael; welcke Landt naederhant is vercoght aen Cornelis Cock voor een somme van drie dúijsent vijf hondert guld., und in plaets vant selve wederom aengecoft vande heer van Gelder acht en een halve schaeren Weijde op Costverloren voor de somme van twe dúijsent guld., Waertoe is geemploijeert d’voors Twe duijsent vijf hondert guld., met nogh vijf hondert guld. Geproveniert úijt seeckere obligatie ten laste van Arien Cornelis van Bemmel ten soome van dúijsent guld. Hiernae breder geexpresseert,

Item sijn nogh ten tijde van het overlijden van voornoemde Vroúwe Theodera Baers inden Boedell bevonden eenige contante penningen, mitsgaders nogh eenige restanten van Tractementen van paisten waerrúijt geformeert is geworden een obligatie van dúijsent guld. Capitaell op Arien Cornelis van Bemmel hier boven gemelt, Ende voorde helft geemploijert tot den inkoop van acht en een halve schaer Weijde op Costverloren mede voorschreven Ende de nogh overige penningen gebruijckt soo, tot betalinge van doodt en andere schúlden, gelopen hebbende ten laste van gemelten Boedell, als verschot aen mijn Soon Lodewijck ter saecke van sijne reijse naer Vranckrijck als andersints gedaen, welcke hier in compensatie vande voorseijde schúlden werden gebracht sonder eenige reserve,

Tot beneficie vande hofstadt Noortwijck heeft den heere van Brakel staende het tweede húwelick aengecoght vande Erfgenaemen van Arien Cornelis van Bemmel vier mergen Weijede aen de neer Lambroeckse Weteringe gelegen voor een somma van Een dúijsent ende Twe hondert gúlden.

Nogh heeft sijn hooghEd. Staende het voornoemd húwelick gecoght vande voors Erfgenaemen Twe Bergen, Wagenschuir, Backhúijs, Schaeps en Verckens Schop voor de somma van dúijsent guld., als súlcx is te sien úijt de pampieren en rekeningen bij der procúreúr Bilard opgesteld, die aen sijne samen beneffens de pampiere van Noortwijck overgegeven.

Ende verklaert Darbij de heere Van Brakel nae sijne beste wetenschap geene andere effecten den naegelaten boedel van sijne eerste húijsfroúwe zal. raeckende onder sich te hebben,

Ende dat bij aldien namaels sijn hoogh Ed. iets desgelijcken souúde mogen tot kennisse komen tselve ten goeder troúwen te súllen bekent maecken, en dairover sijne voorkinderen contentement doen hebben, Ten oirconde is dese getekend, en met sijne hooghEd. Pitzier bevesticht op den 9e Janúarij 1680 was ondertekent J: Brakell, en ter zijden op het spatúm gedrúckt een carset of pitzier in roden lack,

lager stont

Alsoo de heere Johan van Brakel tot Karmestein gecommitt inden Raet van State mijner schoonvader gelieft heeft eenigen tijt geleden aen de here Lodewijck van Brakel mijner gewesen Eheman ende Joncker Johan Leonard beijde zal. Amemorie, sijnde hooghEd. Twe respective soonen aen Vroúwe Dorethea de Bars in húwelick verweckt effectivelick ende reëlick overtegeven de goederen in deser staet vervath, neffens het meerendeel der pampieren en vroúwe Docúmenten daertoe spectivend, End dat sijne hooghEd. vorder gelieft heeft op mijn versoecke van alle deselve goederen te doen formeren deser bovenstaende staet oft inventaris, ende dairenboven nogh overteleviren alle de papieren daerin úijtgedrúckt, welcke nogh onder sijne hoogh Ed berústende waeren soo is ’t dat ick onders in qúaliteijt als moeder en vooghdesse van mijne kinderen geassisteert met den heer Henrick Bentinck tot Dipenhem drost tot Vollenhove, majoir ende Ritmr te peerd etc., Verlarende gelijck súlcx doet mitsdesen het dúbbelt van desen staet ofte inventaris met de docúmenten daerin geexpresseert van mijner geseijde schoonvader danckelick te hebben ontfangen, en mij daermede te hoúden volcomentlick vergenoecht, derhalven sijn hooghEd Cútmede van alle naermaninge qúiterende sonder eenige reserve Ten oirconde, desen geteijckent en met onse pitsiers van wapenen becrafticht actúm útsa, was onderteeckent M. v. Liere wdw de Brakell, Henr: Bentinck, ter zijde op t spatúm gedrúckt een pitzier in roden lack

Naer collatie is dese inventaris, voor soo wel het geextraceerde belackt, bevonden te cecordeeren, actúm den 30e meij 1691. Mij Toirconde J Klorels.”

Voetnoten

  1. Bron: 0583 Huis Laar, 86 Staat van goederen nagelaten door Dorethea de Baers, eerste vrouw van Johan van Brakel, heer tot Kermestein, 1680; authentiek uittreksel, 1690. 1 katern. URL: https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven?mivast=37&mizig=210&miadt=37&miview=inv3&milang=nl&mialg=&micode=0583&minr=28225309.