In 1838 verzamelde jurist en letterkundige mr. Jan Ignatius Daniël Nepveu (1810-1887) de gedichten van mr. Hieronymus van Alphen (1746-1803) en gaf ze uit als dichtbundel. Hieronymus was een bekende dichter (vooral van gedichten voor kinderen), schrijver en advocaat. Hij bekleedde ook diverse overheidsfuncties. Zijn gedicht ‘De rijke bedelaar’ is heel bekend geworden en wordt in verschillende bevindelijk-gereformeerde kringen nog steeds (zij dat het gaat om een bepaalde strofe). Dat komt dat mr. Van Alphen zich verbonden wist met het piëtistisch milieu van die dagen. Hieronder volgt het gedicht.1

Roem, Wereld! uw schatten!
Gij kunt niet bevatten,
Hoe rijk ik wel ben.
‘k Heb alles verloren;
Maar Jezus verkoren;
Wiens rijkdom ik ken.
Nu ben ik de zijne;
Zijn goed is het mijne;
Dat maakt mij zoo rijk:
En zoo zal ik blijven,
Als gij met uw schijven
Verzinkt in het slijk.
‘k Had, armer dan allen,
In schulden vervallen,
Geen penningje meêr
Die arremoê griefde
Mijn’ schuldheer. O liefde!
Wat geve ik U weêr
Geen regt te verzaken,
Mij schatrijk te maken,
Is de eer van mijn’ God.
Door niets te betalen
Een’ kwijtbrief te halen,
Is ’t heil van mijn lot.
Mijn rijkom was boven,
Toen God door beloven
Mijn schuldenaar was;
Eer Jezus op aarde
Een’ schat mij vergaarde,
Die de armoê genas.
Toen Jezus ten hemel,
Van ’t aardsche gewemel,
Verwinnende steeg;
En voor zijn broedren
De hemelsche goederen
In eigendom kreeg;
Toen heb ik ontvangen,
Zou ‘k meerder verlangen?
’t Geen God had beloofd.
‘k Zal ’t alles eens erven;
Maar, wijl ik moet zwerven,
Bewaart het mijn hoofd.
Dies moet ik nu leven
Van ’t geen Hij wil geven;
En dat is genoeg.
Van alles versteken,
Blijft niets mij ontbreken:
‘k Heb meer, dan ik vroeg.
‘k Mag juichende roemen,
Den rijksten mij noemen;
Wijk, wereldsch goed! Wijk!
Mijn schat is geborgen!
Ik heb niet te zorgen!
‘k Ben bedelend rijk!
Bewaart ge, mijn Koning!
Mijn’ schat in uw woning…;
‘k Moet in de woestijn
Bij roovers verkeeren…
Ai! wil me dan leeren
Uw bedelaar zijn!