Onder leiding van Jozua trekken de Israëlieten het land Kanaän binnen. Veel lezers van het gelijknamige Bijbelboek krijgen het beeld dat de stammen van Israël het land in één grote stormloop veroverden, waarbij zij als een orkaan door Kanaän trokken en talloze steden en dorpen verwoestten. Maar klopt dat beeld ook?

Archeologen gingen er aanvankelijk ook van uit dat het spoor van verwoeste steden eenvoudig te vinden zou zijn. Maar het tegendeel bleek waar: resten van zulke verwoestingen kwamen nauwelijks aan het licht.
Bij zorgvuldige lezing blijkt de Bijbel geen verslag te geven van een totale verwoesting van Kanaän. Eerder wordt gesproken over de inname van enkele strategisch gelegen steden, waardoor de Israëlieten zich in de omliggende gebieden konden vestigen. De verovering van het Beloofde Land lijkt daarbij in drie fases te zijn verlopen.
Verbrand
Eerst vindt de inname van het Overjordaanse plaats, daarna steken de Israëlieten de Jordaan over en wordt Zuid-Kanaän veroverd, gevolgd door de verovering van Noord-Kanaän. Daarbij werden slechts drie strategische steden verwoest. De Bijbel vermeldt expliciet dat Hazor de enige stad was die werd verbrand (Joz. 11:13).
Hazor is het huidige Tel Hazor. Een tel is een ruïneheuvel die is opgebouwd uit opeenvolgende bewoningslagen. Na een verwoesting werd een nieuwe stad boven op de resten van de oude gesticht. In Tel Hazor hebben archeologen maar liefst 21 lagen aangetroffen.
Akropolis
Dankzij dit archeologische onderzoek weten we inmiddels veel over Hazor. De opgravingen tonen aan dat Hazor aan het einde van de dertiende eeuw voor Christus werd verwoest en in vlammen opging. In het paleis op de akropolis woedde een zo hevige brand dat de leemstenen muren oranje kleurden en de basaltblokken barstten. Is dit de brand waarmee Jozua de stad in vuur liet opgaan (Joz. 11:13)? Hoe ingrijpend de verwoesting was, blijkt ook uit het vervolg: de bewoningslagen na deze periode zijn veel bescheidener, en pas tweehonderd jaar later verrees er opnieuw een grote stad.
Onthoofde beelden
Archeologen ontdekten dat verschillende religieuze voorwerpen uit het paleis en uit heiligdommen opzettelijk waren ontwijd. Van sommige beelden waren de hoofden afgehouwen, en bij één beeld zelfs ook de handen. Dat is opvallend omdat heiligdommen bij een stadsplundering in die tijd met rust werden gelaten, uit angst voor de toorn van de goden. In geen enkele andere laag van deze tel is een dergelijke praktijk dan ook teruggevonden.
Waarom werden de heiligdommen van Hazor bij de verwoesting in de dertiende eeuw voor Christus ontwijd? Het antwoord vinden we in de Bijbel. Nog vóór de Israëlieten de Jordaan overstaken, gaf God hun de opdracht: ‘Wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u (…) hun altaren afbreken, hun gewijde stenen in stukken slaan, hun gewijde palen omhakken en hun beelden met vuur verbranden’ (Deut. 7:2-5). De Bijbel is de enige oud-oosterse bron die deze praktijk vermeldt: het afhakken van hoofd en ledematen van religieuze beelden (vgl. 1 Sam. 5:4).
Alles wijst er dus op dat dit de verwoesting was waarmee Jozua Hazor vernietigde, waardoor de Israëlieten zich ook in Noord-Kanaän konden vestigen.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Heikoop, D.M., 2025, De verovering van Tel Hazor, De Waarheidsvriend 113 (42): 11.
- Aflevering 1: De Stèle van Merenptah.
- Aflevering 2: De verovering van Tel Hazor.