Home » Betuwse streekgeschiedenis » Kopie van de Akte van Erfmagescheid (1758) opgesteld door Willem van Wassenaer na het overlijden van Johanna Wilda van Wijhe

Kopie van de Akte van Erfmagescheid (1758) opgesteld door Willem van Wassenaer na het overlijden van Johanna Wilda van Wijhe

Bij het Gelders Archief wordt een kopie van de Akte van Erfmagescheid bewaard. Deze akte werd opgesteld door Willem van Wassenaer na het overlijden van Johanna Wilda van Wijhe. Dankzij een medewerker van het archief is de akte gedigitaliseerd. Hieronder volg de transcriptie.1

“Aldewijle den HoogWelgebr. Heer Willem Br: Van Wassenaer meede Heer V: Malestede en Meede Ambagt Heer in Capelle, Bezelinge, Scheer, Vlacke en Eversdijk, Heer V: Egtelt, Schout bij Nagt, van Holland en WestVriesland, Hoog Heem Raad van Schieland Hoofd: Ingeland van Rhijnland etc: op den 11 maart 1751: binnen Nijmegen in een wettig húwelijk was getreden met die HoogWelgebr. Freúlin Johanna Wilda Baronesse V: Wijhe Vroúwe van Egtelt ende dat voor dato van het solemniseren van dien túschen Voorn: Conthoralen ten wederzeijds geassisteerd met haare daar toe verzogte en geadsúmeerde dedings Vrinden waren gecontracteert, opgerigt en betekent húwelijkse Voorwaerden in dato 9 Maart 1751 binnen Nijmegen gepasseert, bij welke onder andere is geconditioneert ende gestipúleert, dat er Túschen de toekomende Egtgenooten geen gemeenschap van goederen zal wesen, maar dat, indien dit huwelijk door de doot van een van beijde gescheijden Wierd zonder kinderen nae te laten als dan des eerst afgestorvene aangebrachte en aan te stevene goederen het zij Leen of allodiale naa ’t eijndigen der naagenoemde togt wederom zúllen retoúrneren aen die Zijde daar dezelve vandaan gekomen zijn, en dat in Cas van kind, kinderen of kinds kinderen, úijt dit húwelijk naa te laaten een of beijde der aanstaande Egtgenooten aflijvig wierden in zúlken val het eene kind of kindskind het andere zoude súccederen tot het laatste toe en het laatste mede zonder wettige geboorte komende te overlijden als dan allede goederen ook werderop /: nae ’t eijndigen der togy :/ zúllen keren en retoúrneren aen de naaste vrienden van die zijde daar deselve van aan gebragt zijn, zoo nogtans dat de langstlevende van deese aanstaande Egtel: ’t zij dat er kind, kinderen of kinds kinderen naagelaten worden of niet in vollen eijgendom zal hebben en behoúden als zoodaane goederen en meúbilen, Linde, Wollen en verderen inboedel van húijsraad contante penn: zilver, en goút gemúnt en ongemúnt Júwelen en verdere voordeel goederen, koetsen en paarden en wat verders daertoe behoort, als de eerst afstervende zal komen nae te laeten, En verder dat Winsten Verlos staande húwelijk te vallen /: waaronder egter geen Vererffenissen of versterfenissen begrepen zouden zijn :/ zúllen komen tot gemeen Voordeel en Schaede der toekomende Egtel: als meede dat de langstlevende des eerst afgestorvene overige naelatenschap tot de Leengoederen inclúijs ’t zij dat er als dan kind of kinderen úijt dat húwelijk erwekt in leven mogte zijn ofte niet, tot weertroúwens toe in togt besitten, gebrúijken en genieten zal, zonder bekroon of tegenzeggen van ijmand; Dat al verder daar bij is bevoorwaard, dat bij voor overlijden van den Heere Brúijdegom, ’t zij dat er kinderen naa gelaaten worden, ofte niet de brúijt úijt des brúijdegoms effecten daar en boven zoúde genieten eene Somma van tien dúijzent gúlden, ende dat bij voor overlijden van de brúijt, den Heere Brúijdegom úijt haare nae te latene goederen eens gelijks zoúde profiteren eene somma van Vijf dúijzent gúlden.

Dat Hooggemelte Heer en Vroúwe conthonalen vervolgens in dato den 14 Septbr: 1751. binnen Nijmegen hebben gemaakt ende voor F: Verbold, F: V: d: Steen, Jústinús de Beijer, Engelbert de Man, Dirk Knipping, Pieter V: Bergh en Gijsbert van Hoesbaart Schepenen aldaar en Willem Verkúijl Leenman van de Doornenbúrgse LeenCamer; en Jan Aalbert V: Versen Leenman van den HoogAdelijke húijse Seel bij gebrek aan Leenmannen des Forstendoms Gelre en Graafschap Zútphen gepasseert haare besloote testamentaire dispositie, waarbij dezelve malkander reciproqúelijk maken ende bespreeken de Lijftogt van alle zijne ofte haere naetelatene goederen, soo Lhenen als allodiaale zijns ofte haers leven lang gedúrúrende of schoon er kind of kinderen úijt dit húwelijk erwekt bij den eerststervende wierden naargelaten.

Dat vervolgens Welgedagde Vroúwe Contractante op den 23 April 1754 het eerst zijnde komen aflijvig te worden en dus het Voorsr Testament metter dood geconfirmeert, naalatende twee kinderen zijnde een zoon en dogter door den Heer eerste Contractant aan dezelve zijne húijsvrouw in egte Verwekt met naame Willem Fredrik Hendrik en Henrietta Zijna van Wassenaer dat den Heer eerste contractant naa dato van het overlijden van Wegedagde Sijne Húijsvroúw heeft geformeert en opgemaakt een staat en Inventaris des boedels. Zoo als deselve bij zijn HoogWelgeb. Met zijne zaalige Húijsvroúwe in leven beseten ende op tijd van haar dood bevonden is.

Welken staet ende Inventaris door zijn Hoog Welgeb. in debita forma bekragtigt ende betekent aan die Hoog Welveb. Heeren S:C:R: grave van Bijland en L:H:B:S: Baron van Heckeren van Campferbeek als oomen maternel van voorn: zijne kindere en dien volgens als legitime Voogden over deselve in dato den 7 October 1754 is geeschibeert en overgegeven.

Dat nú den Heere Tweede Contractant sig ten tweede Húwelijk Staende te begeven, genegen is ten behoeven van gemelde zijne twee Minderjarige kinderen, te doen bewijs van het grint aen deselve voor Moederlijcke erffenisse is Competerende Ten Welke eijnde túschen sijn HoogWelgebr als Wedúwnaar en boedelhoúder van Welgedagte sijn overledene húijsvroúw en als vader over zijne twee Minderjarige kindere ter Eenre ende die Hoog Welgeb. Heeren S:C:R: grave Van Bijland en L:H:B:S: Van Heckeren als Oomen maternel en úijt dien hoofde Legitieme Voogden over deselve minderjarige ter andere zijde ten overstaan van die HoogWelgeb. Heeren W:F: Baron Torck LandCommandeúr van den dúijtzen ordre en O:F: grave Van Lijnden Heere van Neder Hemert als hier toe verzogte Dedings Vrienden, Mitgaders met betreckinge op het feúdale / ten overstaan van den onder gesr Leenmannen van en Hoogadelijken húijze Zoelen meede fringerende bij gebrek aan Leenmannen der Respve LeenCameren waar onder de goederen in dese Vermeld gelegen mogten zijn.

Is gemaakt ende opgerigt dit tegenswoordige Erfmagescheijd, nae dat den Staet des Súbjecte boedels bij inspectie en examinatie des voor gementioneerde inventaris behoorlijk was onderzogt ende naegegaen, Ende zúlks in manieren hiernae beschreven Dat den Heer Eerste Contractant in zijne qúalt: voorsr den voorn: zijne twee Minderjarige kinderen tezamen en ider van haer voor de regte halfscheijt voor haer Lieder moederlijk Versterf toe en aanbedeelt alle zodaene vaste goederen soo leen als allodiaal, en voorts andere effecten, als deselve ten húwelijk aengebragt en Stervende naegelaeten heeft breder bij den voorsr Inventaris gesprecificeert waer toe men zig is refererende voor behoúdens het regt van togt aan deselve hem úijt kragte der Húwelijkse Voorwaerden, Mitsgaders het opgevolgd testament competerende, als meede alle verdere praerogativen en voordelen, bij die beijde respve instrúmenten aan sijn HWgebr besprooken ’t welke alles ten zijnen profijte en voordelen gelaeten Word; Blijvende voorts het overigen Van Winst en Verlos staan de húwelijk gevallen tot schade en baete van den Hr eersten Contractant dog die nog openstaande passive boedels schúlden en Uijtgangen tot Lasten des gemeenen boedels.

Belovende zijn HoogWelgeb. vorders geseijde zijne kinderen te zúllen alimenteren en naa hare staat onder hoúden tot derzelver meerderjarigheijd, eerderen troúwdag of andere geapprobeerden staat toe.

Met al het welke die Heren Contractanten ijder in zijne voorgeroerde qúaliteijt verklaarden een goed genoegen te nemen en den voorgenoemde boedel te hebben geschift, gescheijden ende gedeelt onder belofte van het zelven in alle zijne Leden delen en poincten te zúllen agtervolgen en naakomen als erfmagescheijd regt ende gewoonte is onder súbmissie van de Judicatúúre van den provinciale Hoove van Gelderland en voorts allen anderen Heeren, Hoven en Gerigte, met renúntiatie van alle Exeptien, Wheren en defensien van regten deesen ter contrarie. In oirconde zijn hier van twee alleens lúijdende Instrúmenten gemaakt en bij de Heren contractanten nevens de hier toe Verzogte dedings Vrienden Mitsgaders Leenmannen betekent en besegelt op den 28 April 1758. @ W: v. Wassenaer. @ Jan v. Leeúwen als Leenman van den huijze Zoelen. Jacob v. Westering als Leenman van den huijze Zoelen.”

Voetnoten

  1. De akte is hier te raadplegen: https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven?mizig=210&miadt=37&miaet=1&micode=0630&minr=25594564&miview=inv2.