Home » Feedback & Vragen » Feedback & Vragen 2026: Kun je niet beter de hertaalde versie van ‘Beschouwende en Praktikale Godgeleerdheit’ gebruiken voor studie?

Feedback & Vragen 2026: Kun je niet beter de hertaalde versie van ‘Beschouwende en Praktikale Godgeleerdheit’ gebruiken voor studie?

Vandaag lanceerde ondergetekende het eerste project van dit jaar. Ik wil een studie doen naar de scheppingsleer en de leer van zondeval en zondvloed in het werk van Staringh en Van Mastricht. Bij Van Mastricht wil ik de originele Nederlandse versie van ‘Beschouwende en Praktikale Godgeleerdheit’ bestuderen en deze waar nodig vergelijken met de originele Latijnse versie. Iemand reageerde daarop met de opmerking dat er een goede hertaling bestaat van het Nederlandse werk, uitgegeven door Gereformeerd Erfgoed.

Dit is een fictief AI-plaatje van een her- of vertaler die bezig is met her- of vertaalwerk. Bron: Copilot.

Hoewel hertalingen nuttig kunnen zijn voor algemeen gebruik, zeker als men deze snel(ler) weg wil lezen, geldt dat niet voor enigszins diepgaand theologisch onderzoek. De reageerder was het daar enigszins mee oneens en daaropvolgend ontspon zich een kleine discussie. Waarbij de reageerder beweerde dat het hertaalde werk zeer goed te gebruiken is, omdat de hertaler uitstekend werk heeft geleverd. Het liefst wil ik gebruik maken van originele bronnen bij theologisch onderzoek. In het verleden heeft namelijk een gebruik van secundaire bronnen, zoals vertalingen of hertalingen, bij onderzoek nogal voor verkeerde beelden of onnodige beroering gezorgd (denk maar de discussie rond het proefschrift van dr. Mulder). Bovendien bevat een ver- of hertaling altijd de interpretatie van de ver- of hertaler.

Dit is wat Perplexity (AI) zegt en wat ik met instemming hier citeer:

Juist bij theologisch onderzoek is het meestal beter om de primaire bron zelf te gebruiken dan om je alleen te baseren op secundaire bronnen zoals verwijzingen, samenvattingen of hertalingen.

Dat heeft een paar belangrijke redenen. Ten eerste lees je dan de oorspronkelijke tekst in zijn eigen context. Je ziet zelf welke woorden er precies staan, hoe de passage is opgebouwd en welke accenten de auteur legt. Bij een hertaling of verwijzing is dat al gefilterd door iemand anders, en daardoor kan de betekenis subtiel verschuiven.

Ten tweede zijn secundaire bronnen altijd al een interpretatie. Degene die herhaalt, vertaalt of samenvat, maakt keuzes: welke woorden worden gebruikt, wat wordt benadrukt, en wat blijft weg. Dat kan heel nuttig zijn als hulpmiddel, maar het is minder betrouwbaar als basis voor een eigen theologische conclusie.

Ten derde helpt werken met primaire bronnen je om zelf kritischer te lezen. In theologie draait het vaak om nauwkeurige verschillen in formulering, context, traditie en bedoeling. Juist daar kunnen kleine verschillen tussen een origineel en een hertaling grote gevolgen hebben voor de uitleg.

Dat betekent niet dat secundaire bronnen waardeloos zijn. Integendeel: ze zijn vaak goed om een eerste overzicht te krijgen, moeilijke teksten te begrijpen of verschillende interpretaties naast elkaar te zetten. Maar als je echt wilt beargumenteren wat een tekst zegt, is de primaire bron de stevigste basis.

Kort gezegd: een hertaling of verwijzing kan je op weg helpen, maar de originele bron voorkomt dat je bouwt op andermans uitleg in plaats van op de tekst zelf.”