Home » Feedback & Vragen

Categoriearchief: Feedback & Vragen

Feedback & Vragen 2022: Commentaar op de presentatie van dr. Peter Borger – Wel of geen ‘big surprise’?

Vorige maand werd het congres ‘Bijbel & Wetenschap’ georganiseerd. Op dit congres sprak moleculair bioloog dr. Peter Borger. Zijn lezing had als titel: ‘Terug naar de oorsprong: over baranomen en soortvorming’. In deze lezing haalde Borger onderzoek naar de zandraket (A. thaliana) aan en het citaat ‘a big surprise’. Op de manier van aanhalen kwam via Twitter kritiek. Hieronder een reactie op de kritiek.1

Onderzoek naar het genoom van de zandraket (Arabidopsis thaliana) zorgt voor verrassende resultaten én een discussie via Twitter. Bron: Wikipedia.

De kritiek van drs. Bart Klink2 :

“Peter Borger heeft het vanaf ca. 25 minuten over onderzoek naar de zandraket en claimt de auteurs te citeren dat hun bevindingen ‘a big surprise!’ waren. Ik kan dat citaat alleen niet vinden in het artikel (…). Hoe zit dat Peter?”

Peter Borger gaf aan dat je dergelijke uitspraken nooit kunt vinden in het wetenschappelijk artikel. Hij gaf de referentie van het citaat echter niet, maar maande Bart Klink om verder te zoeken.

Drs. Bart Klink3:

“Een citaat is een letterlijke tekst uit je bron. Waarom staat die er niet in, zoals je claimt op je slide?”

En verder4:

“Ik wil erop kunnen vertrouwen dat als jij een onderzoek aanhaalt, dat daarin ook daadwerkelijk staat wat jij claimt dat erin staat. Dat is hier dus niet het geval. Wat vind jij van deze omgang met literatuur Jan van Meerten?”

In reactie hierop gaf ik aan dat ik niet bekend ben met het onderzoek naar de zandraket noch met alle interviews die de auteurs gedaan hebben naar aanleiding van dat onderzoek. Daarom kan ik er dus niets zinnigs over zeggen. Maar ik gaf aan de auteurs wel te kunnen mailen of het inderdaad ‘a big surprise’ was. Maar dat ik niet bij voorbaat in het beklaagdenbankje wil gaan zitten. Heb de auteurs uiteindelijk niet gemaild want, zo gaf ik aan, vind ik de vraag of de auteurs dit ‘a big surprise’ vinden niet zo spannend.

Repliek

De vraag bleef mij echter bezighouden en daarom heb ik kort verdiept in de herkomst van het citaat. Hieronder mijn reactie op de reactie van drs. Bart Klink. Op het congres gaf dr. Peter Borger twee voorbeelden van polyvalentie, namelijk verlies of verdubbeling van DNA. Het eerste voorbeeld was die van de zandraket (Arabidopsis thaliana). Borger gaf in de dia aan dat genetische analyse aantoonde dat elk tiende gen redundant is en verloren mag gaan. Daarmee was de voorouder van deze soorten genetisch veel rijker en complexer, niet eenvoudiger! Borger geeft op de dia in citaatvorm ‘A big surprise!’ weer. Bron voor de dia is een paper van Clark et al. in Science.5 Bart Klink doet voorkomen alsof de referentie naar de wetenschappelijke paper óók de bron is voor ‘a big surprise’. Hij is gaan zoeken op het citaat in de originele paper en vond dat niet. Dat klopt, het citaat staat ook niet in het Science-paper. Dit is conform wat Peter Borger via Twitter liet weten. Ik zie de referentie overigens ook meer als bron van de dia dan als bron van het citaat.

Dezelfde tekst kwam ik elders via Twitter op een andere dia van Borger tegen over deze zandraket.6 Hier stond nog een extra bron toegevoegd. Het is een link naar Phys.org. Het artikel draagt de titel ‘One species, many genomes’. In dit artikel vinden we de strekking van het citaat terug. Medeonderzoeker dr. Detlef Weigler geeft in het artikel het volgende aan: “That even in a minimal genome every tenth gene is dispensable, has been a great surprise.” Het artikel meldt daarnaast dat het ‘is surprising that Arabidopsis has such a plastic genome’ en ‘the results were surprising’.7 Een ander artikel op Phys.org met als titel ‘Charting ever-changing genomes’. We vinden daar wel het woord ‘surprising’ terug. Het is opnieuw dr. Weigel die via dit artikel het volgende aangeeft: “We found that one out of 10 genes is very different. This plasticity is truly surprising for a genome that’s very streamlined and unlike bigger genomes doesn’t contain a lot of junk DNA.”8 Via Google zocht ik verder naar het originele citaat. Ik kwam erachter dat Arabidopsis zelfs een eigen website heeft (TAIR). TAIR staat voor The Arabidopsis Information Resource. Onder het artikel ‘Policy Statement on Arabidopsis thaliana Reference Sequence’ is een reactie van dezelfde dr. Weigel te vinden. Op 25 november 2008 schrijft dr. Weigel: “While whole-genome sequencing of EMS mutants to identify causal mutations does work (we are three for three so far), a big surprise has been the number of mutations, either spontaneous or left over from previous rounds of mutagenesis. Starting with a single individual of CS70000 would be a good strategy for any mutant screen, but even then, be aware that individual, not mutagenized lines will undoubtedly have mutations that distinguish them from the canonical CS70000 sequence, which will be the average from many individuals.9

A great surprise’, ‘a big surprise’ en ‘surprising’ geeft de strekking van het citaat en het letterlijke citaat. De uitkomsten bleken voor de onderzoekers verrassend. Interessant? Nee, eigenlijk niet. Relevant? Nee, eigenlijk ook niet. In spreekwoordenland zou ik dit ‘spijkers op laag water zoeken’ noemen. Allereerst geeft dr. Borger in zijn dia niet aan dat het citaat ook uit het originele paper komt. Ten tweede komt het citaat of de strekking van het citaat verschillende malen voor in de populair-wetenschappelijke artikelen over het onderzoek. Ten derde is het voor mij niet zo interessant of een auteur de uitkomst wel of geen ‘big surprise’ vindt. Het onderzoek naar de zandraket (Arabidopsis thaliana) is daarentegen wel interessant en met dank aan dr. Borger weet ik er weer wat meer van.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Opmerking in artikel ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’?

Het artikel ‘Antwoord nodig op zogenaamde wetenschap‘ zorgt via Social Media voor veel ophef.1 Hoewel ik sommige zaken anders zou verwoorden was ik het eens met de strekking van het artikel: er moet wat gebeuren en graag wat dieper dan oppervlakkige afwijzing! In mijn ogen zijn de reacties op de genoemde maalstroom van boeken vaak niet in-depth of overtuigend genoeg. Verder zou het bestrijden van de opponent slechts een klein gedeelte van de schrijftijd moeten uitmaken, beter is om er sterkere en meer op Gods Woord gefundeerde boeken en artikelen tegenover te zetten. Verder hoeven we niet in een mineur te eindigen. Er is net zo’n lijst van (Nederlandstalige) boeken tegenover te zetten.2

Zoals gezegd: veel ophef. Zaterdag reageerde een, door mij niet bij name te noemen, predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) via mijn persoonlijke Facebook-pagina. Hij schreef:

“Dat is des te schrijnender als menselijke artikelen in één band worden gevoegd met het Goddelijke Boek…” Dat geldt dan dus ook voor de Kanttekeningen en de Bijbel met uitleg! Of is dit vileine geestelijke stemmingmakerij? En inhoudelijk wordt het niet.

Deze opmerking werd vaker gemaakt, ook via Twitter en LinkedIn. Hoewel ik niet de auteur van het artikel ben, wil ik er toch graag op reageren. Zouden de schrijvers met de gewraakte opmerking bedoelen dat er géén enkele kanttekeningen gemaakt mogen worden tussen de twee kaften van de Schrift? Dan zouden ze ook de Kanttekeningen bij de Statenvertaling en de Bijbel met Uitleg moeten verwerpen. Dat lijkt mij niet. Het hoofdstuk ‘Werkwijze en medewerkers’ van de ‘Bijbel met Uitleg’ laat zien dat dit niet het geval is. Zo bevat de lijst met ‘Theologische en taalkundige medewerkers’ ook twee auteurs van het genoemde artikel, namelijk: ds. S.T. Lagendijk en dr. P. de Vries.3 De opmerking lijkt dus niet te zijn gemaakt alsof er geen kanttekeningen gemaakt mogen worden bij de Schriftlezing. Is het dan dus toch ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’? Nee. De reageerders lezen het artikel niet goed en ik denk dat de auteurs een woordje zijn vergeten. De gewraakte zin begint met ‘<em>dat is des te schrijnend’. Wanneer is het des te schrijnender? Dat lezen we in de zin ervoor, namelijk dat ‘het doel is meer hoe de kerk zo veel mogelijk geaccepteerd wordt dan hoe God zo veel mogelijk geëerd wordt’. Kanttekeningen dus met als inhoud en doel dat de kerk zo veel mogelijk geaccepteerd in de wereld wordt, in plaats van dat God zo veel mogelijk geëerd wordt. Dit soort kanttekeningen bij het Goddelijke Woord is inderdaad als ‘vloeken in de kerk’. Dus niet alle kanttekeningen weren bij de Bijbel, maar dit soort kanttekeningen. Men kan discussiëren over de inhoudelijke geldigheid van deze bewering, het is in ieder geval geen ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’. Ik lees in het artikel de oprechte overtuiging en zorg dat dergelijke kanttekeningen niet bij Gods Woord horen.4 De zin zou om meer misverstand te voorkomen beter geschreven worden als: ‘Dat is des te schrijnend als er dergelijke menselijke artikelen in één band worden gevoegd met het Goddelijke Boek‘.

De reageerder is het ook oneens met de ‘inhoudelijkheid’ van het artikel. Het artikel lees ik meer als oproep en het kenbaar maken van verontrusting dan als inhoudelijke filering van de aangehaalde boeken. Om dat goed en grondig te doen is veel meer nodig dan slechts één opiniestuk of recensie. Zelf heb ik gisteren het boek ‘Vuur dat nooit dooft‘ bijna uitgelezen. Een goede en uitgebreide inhoudelijk bespreking van dat boek vergt minstens een dubbel zo dik boek. Er komen zoveel ongenuanceerdheden en onjuistheden, maar ook lezenswaardige zaken, in voor, dat één klein artikel bij lange na niet volstaat. Dezelfde ervaring heb ik met bijvoorbeeld de genoemde boeken ‘En de aarde bracht voort‘ of ‘En God zag dat het goed was‘. Overigens is er dan de andere kant óók nauwelijks een zinnig gesprek daarover mogelijk. Door een niet bij name te noemen auteur van het laatstgenoemde boek werd bijzonder emotioneel en hautain gereageerd op tegenspraak. De deur werd dichtgegooid met een autoriteitsdrogreden (argumentum ad verecundiam): ik ben gepromoveerd in vakgebied ‘x’, hoe durf je!

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Welke stickers van de ‘Albert Heijn’-actie mis je nog?

Als u deze website gevolgd hebt, dan heeft u vast gezien dat we momenteel de ‘Albert Heijn’-actie ‘Expeditie Oceaan‘ bespreken en grotendeels aanprijzen vanwege de ode aan de Schepper die het brengt.1 Helaas is de actie afgelopen zondag ten einde gekomen. We hebben het stickerboek nog niet vol en kunnen zodoende het vierde deel van het zevenluik niet afronden. Wie helpt het stickerboek compleet te maken? Hieronder de nummers die we nog missen.

Missende nummers

Het gaat om de nummers: 38, 43, 49, 54, 79, 80, 85, 92, 93 en 99. Mocht u één of meerdere van deze nummers hebben dan kunt u contact opnemen via het contactformulier (https://oorsprong.info/contact/).

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Wie zitten er in het bestuur van Ouwehands Dierenpark?

Vorige week publiceerden we het eerste deel van het vijfluik over menselijke evolutie over miljoenen jaren in Ouwehands Dierenpark.1 Ouwehands Dierenpark is een mooie dierentuin in de Gemeente Rhenen. In het artikel werd aangegeven dat het jammer is dat een dierenpark in het hart van de Biblebelt slechts menselijke evolutie over miljoenen jaren wil propageren en geen melding maakt van het alternatief: namelijk schepping door God. We willen een vraag, van een medestander, die we kregen naar aanleiding van dit artikel hieronder beantwoorden

Vraag

Een medestander stelde via Linkedin de volgende vraag:

“(…) Wie zitten er in het bestuur van Ouwehands Dierenpark?”

Antwoord

De eigenaar van Ouwehands Dierenpark is de ondernemer en investeerder Marcel Boekhoorn (1959).2 In 2000 kocht Boekhoorn het park op en volgens berichten redde hij het daarmee van een faillissement.3 Sindsdien heeft de ondernemer hard aan de weg getimmerd en heeft hij Ouwehands Dierenpark van de ondergang gered. De directeur van Ouwehands Dierenpark is de marketeer Robin de Lange. Bioloog José Kok (MSc.) is de zoölogische directeur.4 Zij is verantwoordelijk voor de verzorging en het welbevinden van de dieren in het park.5 Dan is er ook nog de Stichting Ouwehand Zoo Foundation. Deze stichting heeft ten doel om de in het wild levende dieren, die soortgenoten zijn van de beesten die in Ouwehands Dierenpark te zien zijn, te beschermen en in stand te houden. Ze doen dat door middel van ‘het werven van fondsen’ en ‘het (finanieel) [sic] ondersteunen van projecten’.6 Voorzitter én secretaris van het bestuur is de hierboven genoemde bioloog J.F. (José) Kok (MSc.), de penningmeester is de, voor mij (nog) onbekende, H.M. Wien en ondernemer M.M.J.J. (Marcel) Boekhoorn staat geregistreerd als algemeen bestuurslid. Een kort antwoord op de vraag: Marcel Boekhoorn is de eigenaar van Ouwehands Dierenpark en hij heeft voor de dagelijkse leiding in het dierenpark Robin de Lange en José Kok aangesteld.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Is ‘The Dinosaur Research Project’ van Arthur Chadwick niet peer-reviewed en daarom van weinig waarde?

Vandaag deelden we via deze website een video van prof. dr. Arthur Chadwick over ‘The Dinosaur Research Project’.1 Een onderzoek in de Lance Formation van Wyoming. Ik noemde het via Facebook een ‘voorbeeldproject van creationistisch onderzoek’. Het veld in en data verzamelen rond deze fascinerende beesten. In een video van vijf jaar geleden liet Chadwick in Nederland wat meer doorschemeren over zijn werkwijze. Een criticus heeft commentaar op deze werkwijze. Hieronder een weerlegging van het commentaar.

Feedback

Met een verwijzing naar een obscure pagina schrijft de criticus het volgende:

“Chadwicks onderzoeksresultaten [hebben] geen kritische review (…) ondergaan en (…) daardoor [zijn ze] van weinig waarde (…).”

Met andere woorden zijn onderzoekresultaten waardeloos als ze geen kritische review hebben ondergaan. De criticus is in de veronderstelling, kennelijk navolging van Reddit2, dat dit het geval is bij het ‘The Dinosaur Research Project’.

Weerlegging

De criticus is kennelijk niet goed op de hoogte van het werk van prof. dr. Arthur Chadwick. Het project noemde ik niet voor niets een voorbeeldproject. Wat is er voorbeeldig aan? Ten eerste wordt tijdens het veldwerk op professionele wijze gewerkt en worden er botten uit de grond gehaald en minutieus geregistreerd. Een bevriend paleontoloog heeft eens mee gegraven tijdens de opgravingen in de zomer en dit ook bevestigd. Ten tweede worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd in toonaangevende tijdschriften zoals bijvoorbeeld PLoS ONE. Ten derde is het een multidisciplinair onderzoeksproject. Chadwick doet de opgravingen niet alleen, integendeel. Een groot team van medepaleontologen werkt eraan mee. Om niet meer te noemen is ten vierde het project een buitenkans voor aankomend paleontologen om ervaring op te doen met veldwerk. Het is daarom dat er veel creationistische afstudeerprojecten en promotieonderzoeken worden gedaan bij ‘The Dinosaur Research Project’.

Het is een vreemde stelling dat als onderzoeksresultaten geen kritische review (van naturalisten) hebben ondergaan ze ineens van weinig waarde zijn. Het tegendeel zou dan zijn dat als ze wel kritische review (van naturalisten) hebben ondergaan ze van veel meer waarde zijn. Alhoewel ik onderschrijf dat peer-review belangrijk is, gaat er ook wel eens wat mis. Bovendien is ‘weinig’ of ‘veel’ waarde een subjectief begrip. Mijn vrouw is van veel waarde voor mij, maar ze is (gelukkig) niet kritisch reviewed (door naturalisten). Naast dat ‘weinig waarde’ niet gespecificeerd wordt, is wat de criticus vermeldt niet correct, want (een deel van) de onderzoeksresultaten zijn wel degelijk reviewed. Om deze laatste stelling kracht bij te zetten én niet te vervallen in een welles-nietes-discussie hieronder een lijst met publicaties. Daaronder een lijst met abstracts gepresenteerd op de conferentie van de Geological Society of America. Deze abstracts zijn niet peer-reviewed, maar laten wel zien dat de betrokken geologen en paleontologen het aandurven om de onderzoeksresultaten te presenteren voor vakgenoten en dat ze zich openstellen voor kritiek. Onder het volgende kopje worden de abstracts vermeld die op de overige wetenschappelijke congressen gepresenteerd zijn. Onder het laatste kopje vallen de dissertaties én bachelor- en mastertheses die uit het project zijn ontstaan. De lijsten zijn nog incompleet, maar zullen, als de Heere de gezondheid en het leven geeft, de komende tijd verder worden aangevuld. Student aardwetenschappen en filosofie Willem Jan Blom (BSc. BA) laat op zijn blog weten dat hij het waardevol vindt dat creationisten in peer-reviewed tijdschriften publiceren. Hij noemt de publicaties voortvloeiende uit ‘The Dinosaur Research Project’ ook in zijn meest recente artikel.3 Zijn de onderstaande wetenschappelijke artikelen en abstract te ingewikkeld en wil je toch weten wat de waarde is van het onderzoek voor creationisten? Dan verwijs ik je graag naar het artikel van geoloog Paul Garner (MSc.) in Answers Magazine (zie voetnoot).4

Wetenschappelijke artikelen vanuit ‘The Dinosaur Research Project

(2016) Chadwick, A.V., Silver, M., Turner, L.E., Woods, J.A., The Application of Digital Reconstruction Techniques in Taphonomy of an Upper Cretaceous Dinosaur Site in Eastern Wyoming, Journal of Taphonomy 14 (1): 1-14.
(2018) McLain, M.A., Nelsen, D., Snyder, K., Griffin, C.T., Siviero, B.T., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Tyrannosaur cannibalism: a case of a tooth-traced tyrannosaurid bone in the Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming, Palaios 33 (4): 164-173.
(2020) Siviero, B.T., Rega, E., Hayes, W.K., Cooper, A.M., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Skeletal trauma with implications for intratail mobility in Edmontosaurus annectes from a monodominant bonebed, Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming USA, Palaios 35 (4): 201-214.
(2020) Snyder, K., McLain, M.A., Wood, J.A., Chadwick, A.V., Over 13.000 elements from a single bonebed help elucidate disarticulation and transport of an Edmontosaurus thanatocoenosis, PLoS ONE 15 (5): e0233182.
(2021) McLain, M.A., Ullmann, P.V., Ash, R.D., Bohnstedt, K., Nelsen, D., Clark, R.O., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Independent confirmation of fluvial reworking at a Lance Formation (Maastrichtian) bonebed by traditional and chemical taphonomic analysis, Palaios 36 (6): 193-215.

Abstracts vanuit ‘The Dinosaur Research Project’ gepresenteerd op de Geological Society of America

(2000) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., High resolution GPS mapping in a vertebrate taphonomic quarry, Geological Society of America Abstracts with Programs 32 (…): 499.
(2001) Spencer, L.A., Turner, L.E., Chadwick, A.V., A remarkable vertebrate assemblage from the Lance Formation, Niobrara County, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 33 (6): 1172.
(2005) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development of an on-line database with GIS connections for vertebrate and other fossils, Geological Society of America Abstracts with Programs 37 (7): 44.
(2005) Chadwick, A.V., Spencer, L.A, Turner, L.E., Taphonomic windows into an upper cretaceous Edmontosaurus bonebed, Geological Society of America Abstracts with Programs 37 (7): 159.
(2007) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development and use of 3D virtual reality movies in an online fossil museum, Geological Society of America Abstracts with Programs 39 (6): 64.
(2011) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., A prominent seismite in the upper Cretaceous Lance Formation in Northeastern Wyoming as a stratigraphic marker, Geological Society of America Abstracts with Programs 43 (5): 280.
(2014) McLain, M.A., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Nelsen, D., Solving taphonomic jigsaw puzzles: insight into the complex depositional history of a Lance Formation (Maastrichtian) dinosaur bonebed, Geological Society of America Abstracts with Programs 46 (6): 330.
(2014) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development and implementation of an efficient, accessible online museum site and database with open access, Geological Society of America Abstracts with Programs 46 (6): 701.
(2015) McLain, M.A., Siviero, B.C.T., Nelsen, D., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Tyrannosaur cannibalism: a case of tooth-traces Tyrannosaur bone in the Lance Formation of Eastern Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 68.
(2015) Sheperd, Z.R., McLain, M.A., Snyder, K., Chadwick, A.V., Eastern Wyoming harvester ant mounds reveal rich vertebrate microfossil assemblage, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 347.
(2015) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Large dinosaur bonebed deposited as debris flow: Lance Formation Niobrara County, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 566.
(2015) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Telling tooth traces from foramen: a case of taphonomic detective work on a juvenile Ceratopsid surangular from the Lance Formation (Maastrichtian), WY, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 566.
(2015) Woods, J.A., Turner, L.E., Chadwick, A.V., Digitization of taphonomic data in a large active upper Cretaceous dinosaur site in Northeastern Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 681.
(2017) Snyder, K., McLain, M.A., Chadwick, A.V., Discovery of a unique multitaxic dinosaur bonebed from the Lance Formation (Maastrichtian) of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6): 84-48.
(2017) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Nelsen, D., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Refinement of tooth trace criteria through experimentation and literature review, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6): 84-49.
(2018) Snyder, K., McLain, M.A., Snyder I., Chadwick, A.V., Four overlapping dinosaurs in three orientations: a taphonomic puzzle from the Lance Formation of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 50 (3): 36-14.
(2019) Siviero, B.C.T., Rega, E., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Pseudopathologies in Edmontosaurus annectens bones: biogenetic and diagenetic bone alterations from a monospecific bone bed in the Lance Formation, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 51 (5): 157-8.
(2021) Frederico, C.A., McLain, M.A., New Caenagnathid (Theropoda: oviraptorosaurian) material from the Lance Formation (Maastrichtian) of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 53 (6): 25-15.

Abstracts vanuit ‘The Dinosaur Research Project’ gepresenteerd op overige wetenschappelijke congressen

(2002) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Digital modelling of a taphonomic quarry using GIS software, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2003) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Recreating an upper Cretaceous Dinosaur Assemblage with GIS software, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2004) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., Using rocket science to study rock science, Pesented at the GIS symposium of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2004) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Five years experience using GIS for data collection and analysis in an upper Cretaceous Dinosaur Quarry in the Lance Formation, Presented at the GIS symposium of the Society of Vertebrate Paleontology.
(2006) Chadwick, A.V., Spencer, L.A, Turner, L.E., Preliminary Depositional Model for an Upper Cretaceous Edmontosaurus Bonebed, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2010) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., Ten years excavation at an extensive Lancian Edmontosaurus Bonebed in Northeastern Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2012) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., A regionally extensice Lancian seismite serves as a time synchronous stratigraphic marker for mapping Dinosaur Bonebeds in Northeastern Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2016) Siviero, B.C.T., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Bone modifications indicating pathology within a monospecific Hadrosaur Bonebed from the Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2020) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Rega, E., Brand, L.R., Identification of tooth traces from an Edmontosaurus annectens bone bed within the Lance Formation (Maastrichtian), WY, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).

Bachelor- en Mastertheses en Dissertaties vanuit ‘The Dinosaur Research Project

(2016) Weeks, S.R., Depositional Model of a Late Cretaceous Dinosaur Fossil Concentration, Lance Formation, Masterthesis Loma Linda University.
(2016) McLain, M.A., Taphonomy of a Lance Formation (Maastrichtian, WY) Dinosaur Bonebed with a Focus on Tooth Traces, Dissertatie Loma Linda University.
(2019) Siviero, B.C.T., Behavioral Causes of Paleopathologies in Cretaceous Edmontosaurus annectens Lance Formation, Wyoming, Dissertatie Loma Linda University.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Bent u familie van Machiel van Meerten (1895-1949)?

Via de chat van Facebook kreeg ik een vraag over de genealogie van het geslacht Van Meerten. Al meer dan twintig jaar ben ik in mijn vrije tijd, het ene jaar veel meer dan het andere jaar, bezig met stamboomonderzoek. Sinds vorig jaar publiceer ik mijn bevindingen en de gevonden stukken online op de website ‘Oorsprong’. Dat leidt regelmatig tot vragen van (verre) familieleden. Een kennis stelde een vraag over Machiel van Meerten (1895-1949).

Hij vroeg (spelling aangepast):

Bent u familie van Machiel van Meerten, zoon van Arie van Meerten en Maartje Maria van Eck?

Machiel van Meerten werd geboren als Machiel van Eck op 19 februari 1895 te Maurik. Zijn moeder was Maartje Maria van Eck (1864-1931). Machiel werd bij het huwelijk tussen Maartje Maria en Arie van Meerten (1862-1964) wettig erkend en zijn achternaam veranderde daardoor in Van Meerten. Hij trouwde met de Duitse Elisabeth Böhle (1901-1940). De trouwdatum is bij de auteur (nog) onbekend.1 Het echtpaar kreeg voor zover ik nu weet één dochter Irmgard Helene van Meerten (1924-2004). Dit zouden meer kinderen kunnen zijn, omdat het echtpaar bij het begin van hun huwelijk in Duitsland hebben gewoond en ik in Duitsland nog geen genealogisch onderzoek heb gedaan. Machiel van Meerten overleed op 10 mei 1949 te Rotterdam. Irmgard Helene trouwde op haar beurt weer op 25 januari 1950 met Hielke Wijndelt Wichers (1919-1957). Zij kregen ook kinderen, vanwege privacy laat ik dit rusten.2

Nu de vraag van de vraagsteller of Machiel van Meerten familie van mij is. Machiel was dus een zoon van Arie. Arie was op zijn beurt weer een zoon van Rijk van Meerten (1827-1892) en Maria Cornelia van Meerten (1828-1867). Rijk was een zoon van Jan Dirk van Meerten (1786-1871) en Antonia Brouwer (1789-1875). Jan Dirk was een zoon van Dirk van Meerten (±1746-1818) en Maria van Ingen (±1746-1819). Dirk was een zoon van Willem Herbertze van Meerten (?-?) en Aaltje Franse Struik (?-?). We komen in deze tak daarmee (nog) niet verder dan de zeventiende eeuwse Herbert van Meerten (?-?). 3

Zelf ben ik de achterachterkleinzoon van Jerfaas van Meerten (1837-1908) en Elizabeth Vermeer (1845-1900).4 Jerfaas was de zoon van Jan Willem van Meerten (1798-1845) en Marritje Verwoert (1797-1845).5 Jan Willem was de zoon van Jerfaas van Meerten (?-±1810) en Metje van Oort (1760-1828).6 Jerfaas was een zoon van Jan Klaassen van Meerten (1724-?) en Jacoba van Grootvelt (?-?). Jan was een zoon van Klaas Jansen van Meerten (?-?) en Willemke Cornelisse van Ingen (?-?). Klaas was weer een zoon van Jan Claessen van Meerten (?-?) en Marrigje van ’t Hoof (?-1718). Jan was weer een zoon van Claes Jansz. Van Meerten (?-?) en moeder onbekend. We komen in deze tak daarmee (nog) niet verder dan de zestiende eeuwse Jan van Meerten. 7

Is Machiel van Meerten (1895-1949) familie van mij? Waarschijnlijk heel ver. Maar of en wanneer de takken bij elkaar gebracht kunnen en zullen worden zal de toekomst uitwijzen. Wellicht heeft de vraagsteller meer gegevens en zou hij deze willen delen.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Is het aanwijzen van een doorgaande historische-theologische lijn in het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Vandaag had ik via Twitter een discussie met predikant en theoloog Matthijs Schuurman (PKN Oldebroek).1 Tijdens de discussie verdedigde ik dat er een doorgaande theologische lijn is in opvatting over Schriftvisie inzake onze vroegste geschiedenis zoals deze ook verwoord is in Genesis 1-11. Daarnaast dat de huidige creationisten voortbouwen op deze doorgaande theologische lijn. Schuurman noemde dit een anachronisme. Helaas zonder al te veel onderbouwing. Aan het einde van de Twitterconversatie schreef hij twee tweets die zijn stelling zouden moeten onderbouwen. Omdat er op Twitter geen ruimte is voor een uitgebreid weerwoord, schrijf ik dat hieronder.

Wat is een anachronisme?

De lezer zal zich wellicht afvragen wat een anachronisme is. Een anachronisme is een historische inconsequentie of onmogelijkheid. Wanneer we een schilderij vinden met een moderne John Deere-tractor erop, dan kunnen we niet zeggen dat dit schilderij uit de Middeleeuwen stamt. Als we dit wel doen zou dat anachronistisch zijn, een historische onmogelijkheid. Dit omdat we weten dat het bedrijf John Deere in 1837 opgericht is. Een theologische anachronisme zou zijn dat we uiteenzetten wat Augustinus vond van de Islam. Dat is een historische onmogelijkheid omdat Augustinus nog geen weet had van de Islam. De laatstgenoemde godsdienst ontstond pas twee eeuwen na het overlijden van deze Kerkvader.

Is een doorgaande historisch-theologische lijn binnen het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Wat versta ik onder het klassieke scheppingsgeloof? Het gaat daarbij om een zesdaagse schepping en een waargebeurde zondeval als de hoofd- of kernpunten. Verder om het verdedigen van een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring. Het belijden van deze waarheden is geen modern verschijnsel, maar met recht een klassieke belijdenis. Tijdens de discussie verwees ik naar een artikel dat ik eerder schreef met als titel: ‘Komt de ‘creationistische’ Schriftvisie uit de twintigste eeuw?’ (in de voetnoot te raadplegen).2 Ik gaf aan dat het zogenoemde creationisme als sociologisch construct of sociologische tegenbeweging modern is (d.i. afkomstig uit het begin van de 20e eeuw), maar dat het belijden van geloofswaarheden binnen het klassieke scheppingsgeloof en het uitwerken van een scheppingsleer, zoals we die ook bij creationisten vinden, al eeuwenoud is. In een discussie met een ander (maar in dezelfde draad) wees ik ter illustratie van dit punt op het door de eeuwen heen maken van chronologieën op basis van de Schriftgegevens. Dit is geen modern streven om tegenwicht te bieden aan de tijdlijn van de naturalistische natuurwetenschap, maar komt voort uit een waarde hechten aan waargebeurde gegevens in de Schrift. De chronologen wilden deze in volgorde van gebeurtenis zetten, zodat er een beschreven (heils)geschiedenis ontstaat. Dit werd al in de Vroege Kerk zo gedaan en wordt nu nog steeds op die manier gedaan. Twee bekende voorbeelden van chronogisch werk uit het verleden is het werk uit de Vroege Kerk van de kerkvader Theophilus van Antiochië (overleden rond 183) en andere bekend werk is van de bisschop James Ussher (1581-1656). Door de eeuwen heen heeft een groot deel van de kerk de uitgangspunten van het klassieke scheppingsgeloof beleden. Ook nu zijn er gelukkig nog geloofsgemeenschappen die dit belijden en dit ongeacht (de opkomst van) het naturalisme en de huidige tijdgeest. Dit belijden en geloven heeft niet te maken met de naturalistische tijdgeest, maar met het gaan in de voetsporen van de Schrift en de vaderen.

Een vergelijking kan gemaakt worden met het leerstuk van de Drie-Eenheid, hoewel dit leerstuk een meer centrale rol heeft binnen het christendom dan het klassieke scheppingsgeloof is een vergelijking op zijn plaats. Om te weten waar het leerstuk van de Drie-Eenheid vandaan komt gaan we naar de Vroege Kerk. We lezen dan over argumenten vóór de Drie-Eenheid uitgesproken op Concilies en andere kerkelijke vergaderingen. Tot op de dag van vandaag belijden we het leerstuk van de Drie-Eenheid en gebruiken we veelal dezelfde argumenten als de Vroege Kerk (zij het dat ons repertoire van argumenten door de eeuwen heen wat is uitgebreid). Zijn we tegenwoordig anachronistisch bezig als we de belijdenis van de Vroege Kerk nog steeds hooghouden en dezelfde argumenten gebruiken? Er zijn immers tegenwoordig atheïsten die de Drie-Eenheid ontkennen, of zelfs überhaupt het bestaan van God ontkennen. Er zijn eveneens Unitariërs in allerlei vorm die ook van deze Drie-Eenheid niets willen weten. Is het, vanwege het bestaan van deze opponenten, daarom anachronistisch om te verwijzen naar de Vroege Kerk? Nee toch? We belijden, net als de Vroege Kerk, de Drie-Eenheid ongeacht wat de opponent daarvan denkt of vindt.

Evenzo is niet anachronistisch om het klassieke scheppingsgeloof te blijven verdedigen. We kunnen een historisch-theologische lijn opstellen van het klassieke scheppingsgeloof van de Vroege Kerk tot het heden. We belijden immers het klassieke scheppingsgeloof niet omdat er naturalisten zijn die een alternatief hebben, maar omdat we menen dat we dit uit de Schrift kunnen afleiden. Dat geldt ook voor de Vroege Kerk. Zij haalden hun belijdenis over de schepping óók primair uit de Schrift. Uiteraard vraagt iedere tijd om andere antwoorden en hulpmiddelen, maar dat zegt niets over de basis van het belijden. Die is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. Binnen het klassieke scheppingsgeloof is er geen onderbreking in belijden van deze geloofswaarheden.3 Dat was in de Vroege Kerk zo, dat was in de Middeleeuwen zo, dat was ten tijde van de Verlichting zo (ondanks de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap) en dat is nu nog steeds zo.

De tegenwerpingen van Schuurman

Tegenwerping 1

Schuurman sloot de Twitterconversatie gisteren af met deze eerste quote4:

“Nogmaals: een anachronisme. Want vanaf de 19e eeuw verandert de wetenschap. Je kunt dus niet doen alsof alles wat voor die tijd jouw visie zou ondersteunen ook daadwerkelijk jouw visie ondersteunt. Dat is gewoon een vorm van buikspreken. Daar is niets wetenschappelijks aan.”

Het is geen anachronisme, maar een doorgaande lijn van belijden ongeacht de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap en andere facetten binnen de tijdgeest. Zoals gezegd hangt de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof niet af van de opkomst van wetenschap. Ja, de wereld om ons heen is veranderd (de mechanisering en naturalisering van het wereldbeeld) maar dat wil niet zeggen dat het belijden daarom óók moet veranderen of is veranderd. Wie bij de kerkvaders te rade gaat over Darwinistische evolutie is anachronistisch bezig en zal geen antwoorden vinden. Wie bij de kerkvaders te rade gaat vanwege de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof zal veel goud vinden. Onlangs promoveerde patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.5 In zijn proefschrift zoekt hij naar een doorgaande lijn inzake dierlijk lijden vóór de zondeval. Nu valt er aan het onderzoek wel wat af te dingen6, maar Slootweg was in mijn ogen niet anachronistisch bezig toen hij dit standpunt uit het verleden onderzocht. Belijders van het klassieke scheppingsgeloof laten bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie niet buikspreken, maar spreken deze Nadere Reformatoren na als het gaat om het klassieke scheppingsgeloof. Uiteraard ondersteunen de Nadere Reformatoren daarmee mijn visie inzake de neodarwinistische evolutietheorie niet en evenmin mijn pogingen om te komen tot een modern creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Dát zou anachronistisch zijn. Maar ze kunnen wel tot steun zijn in de doorgaande lijn van belijden en verdedigen van het klassieke scheppingsgeloof met Schriftuurlijke argumenten. Het is daarmee niet anachronistisch, omdat er een doorgaande en op hoofdpunten ongewijzigde lijn van belijden van een klassiek scheppingsgeloof is van de Vroege Kerk tot en met de huidige tijd.

Tegenwerping 2

Het tweede Twitterbericht van Schuurman luidde als volgt7:

“Dat is van hetzelfde niveau als: Calvijn zou tegen de auto zijn, Luther zou tegen de ruimtevaart zijn, Kersten zou tegen de onteigening van boeren zijn, Comrie zou tegen de oorlog in Oekraïene zijn.”

Dit is volledig incorrect en er is een wezenlijk verschil in benadering. De voorbeelden in het Twitterbericht van Schuurman zijn duidelijk anachronismen. Maar het vergelijk met het belijden een klassiek scheppingsgeloof is van geheel andere orde en geen anachronisme. Ik beweer namelijk niet dat de scheppingsvisie van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten8 gebruikt kan worden in het bestrijden van de neodarwinistische evolutietheorie en evenmin dat de personen gebruikt kunnen worden in de opbouw van een moderne zondvloedgeologie. Dat zou inderdaad anachronistisch zijn omdat de vragen van evolutietheorie en zondvloedgeologie niet, nauwelijks of anders speelden in die tijd (in ieder geval niet in de huidige varianten). De vraag die gesteld kan worden is: wat was het belijden van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten inzake een zesdaagse schepping, een waargebeurde zondeval, een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring? Wanneer we dát bestuderen bij deze mannen, dan komen we er achter dat dit niet zoveel verschilt van het huidige belijden van onder andere de zogenoemde creationisten. Aan de laatstgenoemde stroming voel ik mij verbonden, niet omdat de natuurwetenschappelijke kant van dit wereldbeeld zo sterk is (quod non), maar omdat ik de Schrift als Gods Woord en een stroming binnen de kerkgeschiedenis nasprekend een klassiek scheppingsgeloof wil geloven en belijden (en niet anders kan dan geloven en belijden).9 Dat hier bij Schuurman scheefgroei ontstaat en het anachronisme is, naar mijn idee, een foutief beeld van het zogenoemde creationisme. Hij ziet creationisten waarschijnlijk als antithetische evolutiebestrijders die de historiciteit van de Bijbel met modern wetenschappelijk onderzoek willen bewijzen. Hoewel dit mogelijk voor sommige creationisten opgaat, is het beschrevene niet mijn intentie. Ik ben creationist omdat ik meen dat de Schrift niet anders gelezen kan worden dan vanuit de viervoudige Schriftzin (Quadriga) én mij verbonden weet in geloof en belijden aan mijn voorvaderen (Afscheiding/Reveil, (Nadere) Reformatie, Middeleeuwse theologie én Vroege Kerk). Ik ben géén creationist omdat er naturalistische opponenten bestaan óf omdat medecreationisten nu eenmaal zulke sterke natuurwetenschappelijke argumenten hebben (quod non).

Voetnoten

Wie was de oudste mens ooit? – Wetenschap in Beeld Historia ziet Bijbel niet als (historische) bron

Kinderen uit groep 5 van een reformatorische basisschool leren het al. De oudste mens die ooit op aarde geleefd heeft is Methusalah.1 Hij werd 969 jaar oud en toen stierf hij. Dit is ook de leeftijd die de Bijbel noemt in Genesis 5. Wetenschap in Beeld Historia rekent niet met de historiciteit van de Schrift en geeft een ander antwoord.

Jeanne Calment (1875-1997) in 1915 toen ze 40 jaar oud was. Bron: Wikipedia.

Volgens de makers van Wetenschap in Beeld Historia was niet Methusalah de oudst (gedocumenteerde) mens, maar Jeanne Calment. Zij leefde van 1875 tot en met 1997 en is daarmee 122 jaar en 164 dagen oud geworden. Doordat Calment tot de elite van Arles behoorde is haar leven goed gedocumenteerd. Calment komt volgens de auteurs in 14 Franse volkstellingen voor, waarvan de oudste dateert uit het jaar 1876. Zij was toen 1 jaar oud.2 De oudst erkende en nu nog levende mens is 119 jaar. Het gaat om de Japanse Kane Tanaka die op 2 januari 1903 geboren werd.3

Wetenschap in Beeld Historia gebruikt de Bijbel niet als historische bron. Ze kijken op naar de gezegende leeftijd van Calment en Tanaka. Dat is zeker begrijpelijk, want een leeftijd van 122 en 119 jaar is een gezegende leeftijd. Daarbij moeten we denken aan de geschiedenis van Jakob in Egypte. In het bijbelboek Genesis verhuist aartsvader Jakob naar Egypte en gaat hij op audiëntie bij de farao. Wanneer de farao de stokoude Jakob ziet vraagt hij verwonderd hoe oud Jakob is. Jakob antwoordt in Genesis 47:9: “De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen” (SV). Jakob heeft nog 17 jaar in Egypte geleefd en is toen in de leeftijd van 147 jaar gestorven. Zijn vader Izak, zijn grootvader Abraham en zijn overgrootvader Terah werden resp. 180, 175 én 205. In vergelijking met Jakobs voorvaderen was 130 nog niet zo heel oud. Calment heeft een gezegende leeftijd bereikt van 122 jaar, maar deze jaren zijn weinig in vergelijking met de leeftijd die de mensen voor en honderden jaren na de zondvloed hebben bereikt. Die lag vóór de zondvloed rond 900 jaar en na de zondvloed nam deze leeftijd af van 600 jaar tot de huidige gemiddelde leeftijdsverwachting.

N.a.v. Abildgaard, A. (red.), 2022, Wie was de oudste mens ooit?, Wetenschap in Beeld Historia 2022 (4): 18.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Welk boek zou jij een beginnende student aanraden?

Toch wel met enige regelmaat krijg ik de vraag van christelijke studenten en geïnteresseerde leken welk overzichtswerk, op het gebied van onder andere de geologie, ik hen zou aanraden. Een overzichtswerk waarbij enerzijds rekening gehouden wordt met de Bijbelse geschiedenis, maar anderzijds niet heel goedkope argumentatie wordt gegeven. Helaas is dat laatste bij een aantal creationistische werken wel (eens) het geval. Doordat er nogal wat kaf onder het koren zit is het goed om deze vraag publiek te beantwoorden: Welk overzichtswerk raad ik aan voor beginnende studenten en geïnteresseerde leken?

In 2018 was ik, dankzij een sponsor, te gast op de International Conference on Creationism. Deze conferentie werd gehouden in Pittsburgh, Pennsylvania. Daar kwam ik het boek The Heavens & The Earth tegen. Een boek met de ondertitel Excursions in Earth and Space Science. Al bladerend raakte ik onder de indruk van dit boek. Het voelde alsof ik een standaard tekstboek in handen had zoals studenten ze ook moeten aanschaffen op de universiteit. Een beetje vergelijkbaar met het geologiestudieboek van Stephen Marshak, Earth – Portrait of a Planet.

Dit blijkt ook precies de bedoeling te zijn van het boek. We lezen in het voorwoord dat het initiatief om dit tekstboek te maken ontstond in 2009, toen de geleerden dr. Marcus Ross en dr. John Whitmore met elkaar lunchten tijdens een meeting van de Creation Geology Society. Ze gaven naar elkaar aan dat ze op hun universiteit noodgedwongen doceerden uit uitstekende maar naturalistische studieboeken. Ze stelde als doel om een creationistisch studieboek te schrijven, maar door allerlei omstandigheden kwam er niet van. Er was bijvoorbeeld meer expertise nodig omdat de geologie ook raakvlakken heeft met atmosferische wetenschap en kosmologie. Wil je zoiets goed opzetten dan moet je hierover ook wat schrijven. Ze vonden twee wetenschappers op dat vakgebied, dr. Steven Gollmer en dr. Danny Faulkner, en gingen aan de slag. Het resultaat is dat er sinds 2015 een studieboek ligt. Op dit moment zelfs de tweede druk.

Het eerste hoofdstuk bevat een algemene wetenschapstheoretische inleiding. Het tweede hoofdstuk zoomt in op mineralen. In de volgende hoofdstukken komen de gesteentecyclus, plaattektoniek, de geologie van aardbevingen en vulkanen, fossielen, wereldbeeld, bodemkunde en erosie/verwering, de hydrologische cyclus, ijstijden, fossiele brandstoffen en oceaan- en kustsystemen aan bod. Hoofdstuk 13 tot en met 15 gaan over de atmosfeer en het weer. Hoofdstuk 16 tot en met 18 over ons zonnestelsel, de kosmos en kosmische ontstaanstheorieën. Het boek bevat tenslotte een lijst met (veelgebruikte) moeilijke woorden (glossary) en een index. Elk hoofdstuk bevat aan het einde een puntsgewijze samenvatting, kernwoorden en vragen om het geleerde te toetsen. Daarnaast aanbevolen boeken om verder te lezen, websites om te bezoeken, YouTubefilmpjes om te bekijken en Schriftgegevens om te bestuderen. Een gedegen werk dat in de boekenkast van een studerende (kritische) creationist of een geïnteresseerde leek die zich meer wil bekwamen niet mag ontbreken.

Gegevens: Ross, M.R., Whitmore, J.H., Gollmer, S.M., Faulkner, D.R., 2015, The Heavens & The Earth. Excursions in Earth and Space Science (Dubuque: Kendall Hunt), second edition. Te koop via de website van de uitgever voor 110 dollar. Zie: https://he.kendallhunt.com/product/heavens-earth-excursions-earth-and-space-science.

Feedback & Vragen 2022: Doet Andrews aan ‘quote mining’?

Deze maand kwam er via de Facebookpagina van Jan van Meerten kritiek op de video van prof. dr. Edgar Andrews over de vraag of wij ons brein zijn.1 Volgens de criticus doet prof. Andrews aan quote mining.2 Andrews beantwoordt hieronder deze kritiek.

Alle citaten horen in feite thuis in de categorie ‘quote minen‘ omdat dit simpelweg ‘selectief’ betekent, en alle citaten worden per definitie uit een grotere tekst geselecteerd. Wat van belang is bij dat selecteren zijn de volgende punten:

  1. Is het citaat correct weergegeven? Oftewel: gebruikte de geciteerde persoon die woorden op exact dezelfde wijze als ze geciteerd zijn?
  2. Wordt het citaat zodanig uit de context gehaald dat de betekenis van het citaat verandert? Bijvoorbeeld: de geciteerde persoon kan iemand anders citeren waarmee hij het oneens is zodat je met het citaat een argument kunt weerleggen.
  3. Een beschuldiging van ‘quote minen‘ met zijn negatieve bijbetekenis, moet aantonen dat het citaat een of meer van bovengenoemde fouten bevat.
  4. Het is echter géén ‘quote mining‘ als de persoon zichzelf elders over het onderwerp tegenspreekt, of na verloop van tijd van mening verandert. Dit is omdat de auteur op het moment dat hij het geciteerde stuk schreef, op dat moment echt geloofde in de mening die in het citaat wordt weergegeven. Hier zijn vele voorbeelden van in allerlei vormen van literatuur. Bijvoorbeeld: Einstein stond er bekend om dat hij op verschillende momenten tegenover verschillende mensen tegenstrijdige beweringen deed over zijn religieuze overtuigingen.

Voetnoten