Home » Feedback & Vragen

Categoriearchief: Feedback & Vragen

Feedback & Vragen 2022: Is het aanwijzen van een doorgaande historische-theologische lijn in het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Vandaag had ik via Twitter een discussie met predikant en theoloog Matthijs Schuurman (PKN Oldebroek).1 Tijdens de discussie verdedigde ik dat er een doorgaande theologische lijn is in opvatting over Schriftvisie inzake onze vroegste geschiedenis zoals deze ook verwoord is in Genesis 1-11. Daarnaast dat de huidige creationisten voortbouwen op deze doorgaande theologische lijn. Schuurman noemde dit een anachronisme. Helaas zonder al te veel onderbouwing. Aan het einde van de Twitterconversatie schreef hij twee tweets die zijn stelling zouden moeten onderbouwen. Omdat er op Twitter geen ruimte is voor een uitgebreid weerwoord, schrijf ik dat hieronder.

Wat is een anachronisme?

De lezer zal zich wellicht afvragen wat een anachronisme is. Een anachronisme is een historische inconsequentie of onmogelijkheid. Wanneer we een schilderij vinden met een moderne John Deere-tractor erop, dan kunnen we niet zeggen dat dit schilderij uit de Middeleeuwen stamt. Als we dit wel doen zou dat anachronistisch zijn, een historische onmogelijkheid. Dit omdat we weten dat het bedrijf John Deere in 1837 opgericht is. Een theologische anachronisme zou zijn dat we uiteenzetten wat Augustinus vond van de Islam. Dat is een historische onmogelijkheid omdat Augustinus nog geen weet had van de Islam. De laatstgenoemde godsdienst ontstond pas twee eeuwen na het overlijden van deze Kerkvader.

Is een doorgaande historisch-theologische lijn binnen het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Wat versta ik onder het klassieke scheppingsgeloof? Het gaat daarbij om een zesdaagse schepping en een waargebeurde zondeval als de hoofd- of kernpunten. Verder om het verdedigen van een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring. Het belijden van deze waarheden is geen modern verschijnsel, maar met recht een klassieke belijdenis. Tijdens de discussie verwees ik naar een artikel dat ik eerder schreef met als titel: ‘Komt de ‘creationistische’ Schriftvisie uit de twintigste eeuw?’ (in de voetnoot te raadplegen).2 Ik gaf aan dat het zogenoemde creationisme als sociologisch construct of sociologische tegenbeweging modern is (d.i. afkomstig uit het begin van de 20e eeuw), maar dat het belijden van geloofswaarheden binnen het klassieke scheppingsgeloof en het uitwerken van een scheppingsleer, zoals we die ook bij creationisten vinden, al eeuwenoud is. In een discussie met een ander (maar in dezelfde draad) wees ik ter illustratie van dit punt op het door de eeuwen heen maken van chronologieën op basis van de Schriftgegevens. Dit is geen modern streven om tegenwicht te bieden aan de tijdlijn van de naturalistische natuurwetenschap, maar komt voort uit een waarde hechten aan waargebeurde gegevens in de Schrift. De chronologen wilden deze in volgorde van gebeurtenis zetten, zodat er een beschreven (heils)geschiedenis ontstaat. Dit werd al in de Vroege Kerk zo gedaan en wordt nu nog steeds op die manier gedaan. Twee bekende voorbeelden van chronogisch werk uit het verleden is het werk uit de Vroege Kerk van de kerkvader Theophilus van Antiochië (overleden rond 183) en andere bekend werk is van de bisschop James Ussher (1581-1656). Door de eeuwen heen heeft een groot deel van de kerk de uitgangspunten van het klassieke scheppingsgeloof beleden. Ook nu zijn er gelukkig nog geloofsgemeenschappen die dit belijden en dit ongeacht (de opkomst van) het naturalisme en de huidige tijdgeest. Dit belijden en geloven heeft niet te maken met de naturalistische tijdgeest, maar met het gaan in de voetsporen van de Schrift en de vaderen.

Een vergelijking kan gemaakt worden met het leerstuk van de Drie-Eenheid, hoewel dit leerstuk een meer centrale rol heeft binnen het christendom dan het klassieke scheppingsgeloof is een vergelijking op zijn plaats. Om te weten waar het leerstuk van de Drie-Eenheid vandaan komt gaan we naar de Vroege Kerk. We lezen dan over argumenten vóór de Drie-Eenheid uitgesproken op Concilies en andere kerkelijke vergaderingen. Tot op de dag van vandaag belijden we het leerstuk van de Drie-Eenheid en gebruiken we veelal dezelfde argumenten als de Vroege Kerk (zij het dat ons repertoire van argumenten door de eeuwen heen wat is uitgebreid). Zijn we tegenwoordig anachronistisch bezig als we de belijdenis van de Vroege Kerk nog steeds hooghouden en dezelfde argumenten gebruiken? Er zijn immers tegenwoordig atheïsten die de Drie-Eenheid ontkennen, of zelfs überhaupt het bestaan van God ontkennen. Er zijn eveneens Unitariërs in allerlei vorm die ook van deze Drie-Eenheid niets willen weten. Is het, vanwege het bestaan van deze opponenten, daarom anachronistisch om te verwijzen naar de Vroege Kerk? Nee toch? We belijden, net als de Vroege Kerk, de Drie-Eenheid ongeacht wat de opponent daarvan denkt of vindt.

Evenzo is niet anachronistisch om het klassieke scheppingsgeloof te blijven verdedigen. We kunnen een historisch-theologische lijn opstellen van het klassieke scheppingsgeloof van de Vroege Kerk tot het heden. We belijden immers het klassieke scheppingsgeloof niet omdat er naturalisten zijn die een alternatief hebben, maar omdat we menen dat we dit uit de Schrift kunnen afleiden. Dat geldt ook voor de Vroege Kerk. Zij haalden hun belijdenis over de schepping óók primair uit de Schrift. Uiteraard vraagt iedere tijd om andere antwoorden en hulpmiddelen, maar dat zegt niets over de basis van het belijden. Die is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. Binnen het klassieke scheppingsgeloof is er geen onderbreking in belijden van deze geloofswaarheden.3 Dat was in de Vroege Kerk zo, dat was in de Middeleeuwen zo, dat was ten tijde van de Verlichting zo (ondanks de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap) en dat is nu nog steeds zo.

De tegenwerpingen van Schuurman

Tegenwerping 1

Schuurman sloot de Twitterconversatie gisteren af met deze eerste quote4:

“Nogmaals: een anachronisme. Want vanaf de 19e eeuw verandert de wetenschap. Je kunt dus niet doen alsof alles wat voor die tijd jouw visie zou ondersteunen ook daadwerkelijk jouw visie ondersteunt. Dat is gewoon een vorm van buikspreken. Daar is niets wetenschappelijks aan.”

Het is geen anachronisme, maar een doorgaande lijn van belijden ongeacht de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap en andere facetten binnen de tijdgeest. Zoals gezegd hangt de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof niet af van de opkomst van wetenschap. Ja, de wereld om ons heen is veranderd (de mechanisering en naturalisering van het wereldbeeld) maar dat wil niet zeggen dat het belijden daarom óók moet veranderen of is veranderd. Wie bij de kerkvaders te rade gaat over Darwinistische evolutie is anachronistisch bezig en zal geen antwoorden vinden. Wie bij de kerkvaders te rade gaat vanwege de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof zal veel goud vinden. Onlangs promoveerde patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.5 In zijn proefschrift zoekt hij naar een doorgaande lijn inzake dierlijk lijden vóór de zondeval. Nu valt er aan het onderzoek wel wat af te dingen6, maar Slootweg was in mijn ogen niet anachronistisch bezig toen hij dit standpunt uit het verleden onderzocht. Belijders van het klassieke scheppingsgeloof laten bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie niet buikspreken, maar spreken deze Nadere Reformatoren na als het gaat om het klassieke scheppingsgeloof. Uiteraard ondersteunen de Nadere Reformatoren daarmee mijn visie inzake de neodarwinistische evolutietheorie niet en evenmin mijn pogingen om te komen tot een modern creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Dát zou anachronistisch zijn. Maar ze kunnen wel tot steun zijn in de doorgaande lijn van belijden en verdedigen van het klassieke scheppingsgeloof met Schriftuurlijke argumenten. Het is daarmee niet anachronistisch, omdat er een doorgaande en op hoofdpunten ongewijzigde lijn van belijden van een klassiek scheppingsgeloof is van de Vroege Kerk tot en met de huidige tijd.

Tegenwerping 2

Het tweede Twitterbericht van Schuurman luidde als volgt7:

“Dat is van hetzelfde niveau als: Calvijn zou tegen de auto zijn, Luther zou tegen de ruimtevaart zijn, Kersten zou tegen de onteigening van boeren zijn, Comrie zou tegen de oorlog in Oekraïene zijn.”

Dit is volledig incorrect en er is een wezenlijk verschil in benadering. De voorbeelden in het Twitterbericht van Schuurman zijn duidelijk anachronismen. Maar het vergelijk met het belijden een klassiek scheppingsgeloof is van geheel andere orde en geen anachronisme. Ik beweer namelijk niet dat de scheppingsvisie van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten8 gebruikt kan worden in het bestrijden van de neodarwinistische evolutietheorie en evenmin dat de personen gebruikt kunnen worden in de opbouw van een moderne zondvloedgeologie. Dat zou inderdaad anachronistisch zijn omdat de vragen van evolutietheorie en zondvloedgeologie niet, nauwelijks of anders speelden in die tijd (in ieder geval niet in de huidige varianten). De vraag die gesteld kan worden is: wat was het belijden van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten inzake een zesdaagse schepping, een waargebeurde zondeval, een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring? Wanneer we dát bestuderen bij deze mannen, dan komen we er achter dat dit niet zoveel verschilt van het huidige belijden van onder andere de zogenoemde creationisten. Aan de laatstgenoemde stroming voel ik mij verbonden, niet omdat de natuurwetenschappelijke kant van dit wereldbeeld zo sterk is (quod non), maar omdat ik de Schrift als Gods Woord en een stroming binnen de kerkgeschiedenis nasprekend een klassiek scheppingsgeloof wil geloven en belijden (en niet anders kan dan geloven en belijden).9 Dat hier bij Schuurman scheefgroei ontstaat en het anachronisme is, naar mijn idee, een foutief beeld van het zogenoemde creationisme. Hij ziet creationisten waarschijnlijk als antithetische evolutiebestrijders die de historiciteit van de Bijbel met modern wetenschappelijk onderzoek willen bewijzen. Hoewel dit mogelijk voor sommige creationisten opgaat, is het beschrevene niet mijn intentie. Ik ben creationist omdat ik meen dat de Schrift niet anders gelezen kan worden dan vanuit de viervoudige Schriftzin (Quadriga) én mij verbonden weet in geloof en belijden aan mijn voorvaderen (Afscheiding/Reveil, (Nadere) Reformatie, Middeleeuwse theologie én Vroege Kerk). Ik ben géén creationist omdat er naturalistische opponenten bestaan óf omdat medecreationisten nu eenmaal zulke sterke natuurwetenschappelijke argumenten hebben (quod non).

Voetnoten

Wie was de oudste mens ooit? – Wetenschap in Beeld Historia ziet Bijbel niet als (historische) bron

Kinderen uit groep 5 van een reformatorische basisschool leren het al. De oudste mens die ooit op aarde geleefd heeft is Methusalah.1 Hij werd 969 jaar oud en toen stierf hij. Dit is ook de leeftijd die de Bijbel noemt in Genesis 5. Wetenschap in Beeld Historia rekent niet met de historiciteit van de Schrift en geeft een ander antwoord.

Jeanne Calment (1875-1997) in 1915 toen ze 40 jaar oud was. Bron: Wikipedia.

Volgens de makers van Wetenschap in Beeld Historia was niet Methusalah de oudst (gedocumenteerde) mens, maar Jeanne Calment. Zij leefde van 1875 tot en met 1997 en is daarmee 122 jaar en 164 dagen oud geworden. Doordat Calment tot de elite van Arles behoorde is haar leven goed gedocumenteerd. Calment komt volgens de auteurs in 14 Franse volkstellingen voor, waarvan de oudste dateert uit het jaar 1876. Zij was toen 1 jaar oud.2 De oudst erkende en nu nog levende mens is 119 jaar. Het gaat om de Japanse Kane Tanaka die op 2 januari 1903 geboren werd.3

Wetenschap in Beeld Historia gebruikt de Bijbel niet als historische bron. Ze kijken op naar de gezegende leeftijd van Calment en Tanaka. Dat is zeker begrijpelijk, want een leeftijd van 122 en 119 jaar is een gezegende leeftijd. Daarbij moeten we denken aan de geschiedenis van Jakob in Egypte. In het bijbelboek Genesis verhuist aartsvader Jakob naar Egypte en gaat hij op audiëntie bij de farao. Wanneer de farao de stokoude Jakob ziet vraagt hij verwonderd hoe oud Jakob is. Jakob antwoordt in Genesis 47:9: “De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen” (SV). Jakob heeft nog 17 jaar in Egypte geleefd en is toen in de leeftijd van 147 jaar gestorven. Zijn vader Izak, zijn grootvader Abraham en zijn overgrootvader Terah werden resp. 180, 175 én 205. In vergelijking met Jakobs voorvaderen was 130 nog niet zo heel oud. Calment heeft een gezegende leeftijd bereikt van 122 jaar, maar deze jaren zijn weinig in vergelijking met de leeftijd die de mensen voor en honderden jaren na de zondvloed hebben bereikt. Die lag vóór de zondvloed rond 900 jaar en na de zondvloed nam deze leeftijd af van 600 jaar tot de huidige gemiddelde leeftijdsverwachting.

N.a.v. Abildgaard, A. (red.), 2022, Wie was de oudste mens ooit?, Wetenschap in Beeld Historia 2022 (4): 18.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Welk boek zou jij een beginnende student aanraden?

Toch wel met enige regelmaat krijg ik de vraag van christelijke studenten en geïnteresseerde leken welk overzichtswerk, op het gebied van onder andere de geologie, ik hen zou aanraden. Een overzichtswerk waarbij enerzijds rekening gehouden wordt met de Bijbelse geschiedenis, maar anderzijds niet heel goedkope argumentatie wordt gegeven. Helaas is dat laatste bij een aantal creationistische werken wel (eens) het geval. Doordat er nogal wat kaf onder het koren zit is het goed om deze vraag publiek te beantwoorden: Welk overzichtswerk raad ik aan voor beginnende studenten en geïnteresseerde leken?

In 2018 was ik, dankzij een sponsor, te gast op de International Conference on Creationism. Deze conferentie werd gehouden in Pittsburgh, Pennsylvania. Daar kwam ik het boek The Heavens & The Earth tegen. Een boek met de ondertitel Excursions in Earth and Space Science. Al bladerend raakte ik onder de indruk van dit boek. Het voelde alsof ik een standaard tekstboek in handen had zoals studenten ze ook moeten aanschaffen op de universiteit. Een beetje vergelijkbaar met het geologiestudieboek van Stephen Marshak, Earth – Portrait of a Planet.

Dit blijkt ook precies de bedoeling te zijn van het boek. We lezen in het voorwoord dat het initiatief om dit tekstboek te maken ontstond in 2009, toen de geleerden dr. Marcus Ross en dr. John Whitmore met elkaar lunchten tijdens een meeting van de Creation Geology Society. Ze gaven naar elkaar aan dat ze op hun universiteit noodgedwongen doceerden uit uitstekende maar naturalistische studieboeken. Ze stelde als doel om een creationistisch studieboek te schrijven, maar door allerlei omstandigheden kwam er niet van. Er was bijvoorbeeld meer expertise nodig omdat de geologie ook raakvlakken heeft met atmosferische wetenschap en kosmologie. Wil je zoiets goed opzetten dan moet je hierover ook wat schrijven. Ze vonden twee wetenschappers op dat vakgebied, dr. Steven Gollmer en dr. Danny Faulkner, en gingen aan de slag. Het resultaat is dat er sinds 2015 een studieboek ligt. Op dit moment zelfs de tweede druk.

Het eerste hoofdstuk bevat een algemene wetenschapstheoretische inleiding. Het tweede hoofdstuk zoomt in op mineralen. In de volgende hoofdstukken komen de gesteentecyclus, plaattektoniek, de geologie van aardbevingen en vulkanen, fossielen, wereldbeeld, bodemkunde en erosie/verwering, de hydrologische cyclus, ijstijden, fossiele brandstoffen en oceaan- en kustsystemen aan bod. Hoofdstuk 13 tot en met 15 gaan over de atmosfeer en het weer. Hoofdstuk 16 tot en met 18 over ons zonnestelsel, de kosmos en kosmische ontstaanstheorieën. Het boek bevat tenslotte een lijst met (veelgebruikte) moeilijke woorden (glossary) en een index. Elk hoofdstuk bevat aan het einde een puntsgewijze samenvatting, kernwoorden en vragen om het geleerde te toetsen. Daarnaast aanbevolen boeken om verder te lezen, websites om te bezoeken, YouTubefilmpjes om te bekijken en Schriftgegevens om te bestuderen. Een gedegen werk dat in de boekenkast van een studerende (kritische) creationist of een geïnteresseerde leek die zich meer wil bekwamen niet mag ontbreken.

Gegevens: Ross, M.R., Whitmore, J.H., Gollmer, S.M., Faulkner, D.R., 2015, The Heavens & The Earth. Excursions in Earth and Space Science (Dubuque: Kendall Hunt), second edition. Te koop via de website van de uitgever voor 110 dollar. Zie: https://he.kendallhunt.com/product/heavens-earth-excursions-earth-and-space-science.

Feedback & Vragen 2022: Doet Andrews aan ‘quote mining’?

Deze maand kwam er via de Facebookpagina van Jan van Meerten kritiek op de video van prof. dr. Edgar Andrews over de vraag of wij ons brein zijn.1 Volgens de criticus doet prof. Andrews aan quote mining.2 Andrews beantwoordt hieronder deze kritiek.

Alle citaten horen in feite thuis in de categorie ‘quote minen‘ omdat dit simpelweg ‘selectief’ betekent, en alle citaten worden per definitie uit een grotere tekst geselecteerd. Wat van belang is bij dat selecteren zijn de volgende punten:

  1. Is het citaat correct weergegeven? Oftewel: gebruikte de geciteerde persoon die woorden op exact dezelfde wijze als ze geciteerd zijn?
  2. Wordt het citaat zodanig uit de context gehaald dat de betekenis van het citaat verandert? Bijvoorbeeld: de geciteerde persoon kan iemand anders citeren waarmee hij het oneens is zodat je met het citaat een argument kunt weerleggen.
  3. Een beschuldiging van ‘quote minen‘ met zijn negatieve bijbetekenis, moet aantonen dat het citaat een of meer van bovengenoemde fouten bevat.
  4. Het is echter géén ‘quote mining‘ als de persoon zichzelf elders over het onderwerp tegenspreekt, of na verloop van tijd van mening verandert. Dit is omdat de auteur op het moment dat hij het geciteerde stuk schreef, op dat moment echt geloofde in de mening die in het citaat wordt weergegeven. Hier zijn vele voorbeelden van in allerlei vormen van literatuur. Bijvoorbeeld: Einstein stond er bekend om dat hij op verschillende momenten tegenover verschillende mensen tegenstrijdige beweringen deed over zijn religieuze overtuigingen.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Maar twee vulkanen in de Nederlandse ondergrond?

Heb je vorig jaar de nieuwe scheurkalender van Weet Magazine aangeschaft?1 Ik heb daar in het afgelopen jaar een tiental stukjes voor geschreven. Afgelopen maandag (3 januari) kon je het eerste stukje van mijn hand lezen. Het ging over vulkanen op Nederlandse bodem. Over dit onderwerp schreef ik al eerder een column voor Om Sions Wil, maar nu dus ook een scheurkalenderstukje.2 Op dit stukje kwam via de website van Weet Magazine commentaar. Hieronder het commentaar met daarop mijn reactie.3

Mount Scenery op het eiland Saba in de wolken. Bron: Wikipedia.

De reageerder laat het volgende weten. Hoofdlettergebruik en andere spelling zijn van de reageerder:

“Op de weet scheurkalander worden 2 dode vulkanen genoemd op nederlands grondgebied: .1 Zuidwal vulkaan .2 Mulciber. De derde ligt op het nederlandse eiland Saba in het caraïbisch gebied:
.3 Mount Scenery, zie ook https://g.co/kgs/jYhc5C.”

Het is een reactie op een zin uit de scheurkalender. Deze zin luidt: ‘Wist je dat er in de Nederlands ondergrond twee vulkanen gevonden zijn?’ De link van de reageerder verwijst naar Google waar we in de zoekbalk ‘Mount Scenery’ vinden. Mount Scenery is een slapende vulkaan op het eiland Saba. Saba behoort tot het Koninkrijk der Nederlanden. Met de gewraakte zin bedoelde ik echter niet de ondergrond van het ‘Koninkrijk der Nederlanden’, maar de ondergrond van Nederland. Nederland is één van de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Wanneer geologen en taalkundigen spreken van de ‘Nederlandse ondergrond’ of de ‘Nederlandse bodem’ dan bedoelen ze daar vaak mee de bodem van het land ‘Nederland’ en niet de bodem van het ‘Koninkrijk der Nederlanden’.4

Overigens, wanneer we het uitbreiden naar de ondergrond van het Koninkrijk der Nederlanden dan zijn er meer (slapende of dode) vulkanen te noemen.5 Bijvoorbeeld de slapende stratovulkaan The Quill op Sint Eustatius. Verder bestaan sommige delen van Sint Maarten uit vulkanisch gesteente wat wijst op vulkanische activiteit in het verleden (Mount Flagstaff). Curaçao kent meerdere vulkanische heuvels en ook de Hooiberg op Aruba heeft een vulkanische oorsprong. Behalve Bonaire, waar discussie over is, bevatten alle landen van het Koninkrijk der Nederlanden (slapende of dode) vulkanen.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2021: Is alles wat Borger zegt al weerlegd?

Afgelopen maand werd een interview met dr. Peter Borger uit het Reformatorisch Dagblad samengevat op de website ‘Oorsprong’.1 Ik deelde het artikel onder andere op mijn Linkedin-pagina.2 Daarop kwam zowel positieve als negatieve feedback. Graag reageer ik hieronder op één reactie.

Volgens de reageerder is evolutie even ‘waar’ als zwaartekracht. Op de foto een chihuahua (Canis lupus familiaris), een van de hondachtigen. Bron: Pixabay

Via Linkedin reageerde iemand op de samenvatting.3 Hieronder zijn commentaar met daaronder mijn reactie.

”(…) Borger preekt voor eigen parochie. Alles wat hij zegt is weerlegt [sic]. Evolutionaire biologie is de hoeksteen van de moderne wetenschap en even ‘waar’ als zwaartekracht. Natuurlijk mogen mensen in de Schepping geloven.”

Het siert de auteur van deze reactie dat hij mensen vrijlaat om in Gods schepping te geloven. Volgens de reageerder preekt ‘Borger (…) voor eigen parochie’. Dit is volgens mij niet het doel van de bioloog. Hij schrijft en publiceert voor een breed publiek, zowel voor atheïsten als creationisten. Ziende op het grote aantal volgers (eens of oneens) en de discussie die gevoerd wordt is het geen (of in ieder geval niet alleen) preken voor ‘eigen parochie’. De hypothese van Borger inzake de baranomen en een alternatief voor universele gemeenschappelijke afstamming roept kennelijk discussie op. Een discussie die veel breder gevoerd wordt dan de ‘eigen parochie’. Volgens de reageerder zou alles wat Borger gezegd heeft weerlegd zijn. Dit is een sterke overdrijving en de criticus wordt weinig concreet. Borger blijft bouwen aan zijn hypothese en heeft in de herziene uitgave van ‘Terug naar de Oorsprong’ een nabeschouwing geschreven met nieuwe gegevens die onderdelen van zijn hypothese lijken te bevestigen.4 Uiteraard ben ik ermee bekend dat zijn hypothese veelvuldig wordt weersproken (onder andere door atheïsten en theïstisch evolutionisten), maar weersproken is nog niet hetzelfde als weerlegd.

Volgens de reageerder is ‘evolutionaire biologie de hoeksteen van de moderne wetenschap’ en ‘even ‘waar’ als zwaartekracht‘. Een compleet vakgebied kan nooit ‘even waar zijn’ als een bepaalde natuurwet, maar ik begrijp wat de reageerder wil zeggen. Evolutie is een natuurwet, evenals de zwaartekracht dat is.5 Evolutie is een feit!6 Dat diersoorten veranderen is mijns inziens onomstotelijk aangetoond door kruisingsexperimenten en fokprogramma’s. Maar ook in de natuur zijn (kleine) veranderingen waar te nemen.7 De discussie draait er echter niet om of evolutie een feit is, maar of Universele Gemeenschappelijke Afstamming daaruit volgt.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2021: Waar komen de plaatjes vandaan en hoe zit het met bronvermelding daarvan?

Bij Fundamentum of Jan van Meerten persoonlijk komt geregeld feedback binnen over stukken die voor onze website geschreven zijn. Ook algemene vragen worden veel gesteld of vragen over onze werkwijze. We worden in meer of mindere mate ter verantwoording geroepen. Het is mooi dat mensen zo betrokken zijn! Vanwege de transparantie delen we de antwoorden op deze vragen via onze website. Vandaag bespreken we de vraag: ‘Waar komen de plaatjes vandaan en hoe zit het met bronvermelding?

“We gebruiken meestal rechtenvrije plaatjes van ‘Pixabay’, ‘Unsplash’ of ‘Wikipedia’. Ook gebruiken we screenshots of nemen we foto’s van de auteur over.” Bron: Pixabay.

De in de inleiding genoemde vraag werd gesteld op de persoonlijke Facebookpagina van Jan van Meerten. Het was naar aanleiding van het gedeelde artikel ‘Opvolgmail met alternatieven voor de geannuleerde bijeenkomst met dr. Peter Borger van 10 december 2021’.1 Iemand2 vond het plaatje in het artikel mooi en vroeg zich af waar deze vandaan kwam. Na even zoeken had hij de bron gevonden: Pixabay. Hij vroeg of dit niet minder omslachtig kon door de bron altijd in ondertitels te vermelden.

Wat zijn de bronnen voor onze plaatjes? Meestal halen wij onze plaatjes van websites voor ‘Freestock’-fotografie. Het betreft dan vooral Pixabay of Unsplash. Daarnaast halen we rechtenvrije foto’s van Wikipedia, maken we screenshots van besproken video’s of vragen we de auteur om zelf een foto aan te leveren. Hoe zit dat met bronvermelding in de ondertiteling van plaatjes? Soms vinden we het niet passen en dan ondertitelen we de plaatjes niet. Om toch aan te geven waar het betreffende plaatje vandaan komt wordt in het plaatje de naam van de bron vermeldt. In dit geval werd de titel van het plaatje ‘kolibrie_nectar_bloem_vliegen.pixabay-1024×682’. U ziet in de titel ‘.pixabay’ staan. Zo kunt u zien dat dit plaatje van Pixabay komt. In een ander artikel, bijvoorbeeld ‘Respecteer traditionele waarden in conservatieve landen3, bevat het eerste plaatje wel ondertiteling. Wanneer dat het geval is dan vermelden we ook altijd de bron onder het plaatje. Onder de foto van het VN-gebouw staat bijvoorbeeld ‘Bron: Pixabay.’ In ieder geval delen we altijd de bron met u, zodat u weet waar het materiaal vandaan komt.

Voetnoten

Vragen over het VZM-overzicht (2): Waarom verwerk je in het overzicht ook kritiek van niet-creationisten?

Op 17 augustus 2021 werd op deze website een overzicht van het zogenoemde Vulkanisch Zoutmodel (VZM) gepubliceerd. Het is een (nog niet helemaal compleet) overzicht van alle activiteiten en publicaties rondom het VZM van ing. Stef Heerema. Sindsdien krijg ik regelmatig vragen van creationisten en niet-creationisten over dit overzicht. In een drieluik wil ik ingaan op deze vragen.1

Interieur van de zoutmijn ‘Salina Turda’ in Durgău-Valea Sărată (Roemenië). Bron: Wikipedia.

De eerste bijdrage is een toelichting van de motivatie om een overzicht te maken. Deze bijdrage is hier te vinden.2 De tweede bijdrage in dit drieluik gaat over de vraag waarom ik in het overzicht aandacht geef aan theïstische evolutionisten, naturalistische geologen en/of niet-creationisten. De derde en laatste bijdrage in dit drieluik gaat over mijn eigen positie in het debat over het ontstaan van de wereldwijde zoutlagen.

Eerlijk

Mijn wens met het VZM-overzicht is om een totaaloverzicht te krijgen van de sterktes en de zwaktes van dit model. Uiteraard is het verleidelijk om alleen de positieve bijdragen te delen en de negatieve bijdragen te negeren. Maar in mijn ogen is dat niet eerlijk. Een model heeft inderdaad erkenning nodig en de grootte van het applausvolk zal de onderzoeker zeker stimuleren om door te gaan met zijn werk hieraan. Toch ben ik ervan overtuigd dat juist kritiek op het model zorgt voor een betere fijnafstemming van het model. De open einden worden daardoor ingevuld en de fouten eruit gefilterd. Met deze kritiek wordt het model alleen maar sterker. Als een model de kritiek niet aankan dan zal het bezwijken. Dat is terecht en ook na te volgen, niemand wil verder werken aan een niet-werkend model. Spreekwoordelijk zou dat water naar de zee dragen zijn. Waarom ook de kritiek van niet-creationisten delen? Doordat niet-creationisten vanuit een ander kader of vooronderstelling werken zien zijn vaak sneller zaken die creationisten over het hoofd zien. Een modelbouwer, niemand uitgezonderd, kan al snel blind worden voor eigen fouten. Verder bestaat de verleiding om alleen die feiten te presenteren die passen binnen het model en feiten die niet daarin passen te negeren, te masseren óf in de spreekwoordelijke ijskast te plaatsen. Juist niet-creationisten hebben oog voor feiten die niet lijken te passen en zullen deze logischerwijze ook aandragen. Oók van (het inpassen van) die feiten dient de creationistische onderzoeker rekenschap te geven. Het is eerlijk om binnen het overzicht ook aandacht te geven aan de kritiek van niet-creationisten. In het debat rond het VZM komen vaak aan beide kanten drogredenen en andere holle retoriek naar voren. Ik ben ervan overtuigd dat de meelezer hier doorheen prikt en dat hij of zij in staat is om alleen de feiten eruit te filteren.

‘Wetenschappelijke waarheid’

We hebben maar één waarheid en dat is de Bijbel. Deze wereld is Gods wereld en we mogen aan wetenschap doen voor Gods aangezicht (Coram Deo). Ons begripsvermogen is (te) beperkt, de puzzelstukjes (te) weinig én de werkelijkheid (te) complex. Dat moet ons manen tot voorzichtigheid. Wetenschap zoekt niet naar waarheid, maar naar de best mogelijke verklaring voor fenomeen X op dit moment. Het is heel goed mogelijk dat deze best mogelijke verklaring van fenomeen X op een gegeven moment, bijvoorbeeld na vijftig jaar, totaal anders ligt. Naturalisten zoeken naar de best mogelijke verklaring voor fenomeen X zonder God. Creationisten zoeken naar de best mogelijke verklaring voor fenomeen X mét God(s openbaring). De feiten liggen hetzelfde, de verklaring is anders. Het is daarom goed om niet-creationisten ook feiten te laten aandragen. Zij zien de feiten met andere ogen en het is goed om dan het kind (de feiten) niet met het badwater (de interpretatie van de niet-creationist) weg te gooien, maar het kaf (de naturalistische interpretatie) van het koren (de feiten) te scheiden. Wij hebben deze werkelijkheid niet in onze broekzak en omdat ons begripsvermogen beperkt is dienen wij ons bescheiden op te stellen naar onze tegenstanders, zonder daarbij onze eigen uitgangspunten te verloochenen. Wetenschappelijke waarheid is namelijk een contradictie.3

Marekvirus niet één op één gelijk te stellen met het coronavirus – Reactie op het artikel van donderdag over pathogeenevolutie

Afgelopen donderdag verscheen op deze website een artikel over pathogeenevolutie en het coronavirus. Ik wil daar in dit artikel kort op reageren.1

Coronavirus varieert snel

De basisopmerking van het artikel, dat het coronavirus zeer snel varieert en dat dit er toe leidt dat nieuwe varianten van het virus de bescherming door vaccinatie kunnen ontwijken is correct. Dit is algemeen bekend van coronavirussen.2 Om die reden ben ik ook positief verrast dat we er in geslaagd zijn om vaccins maken die nog zo goed werken, als ze doen.

Marekvirus

Toch zou ik wat terughoudend zijn met de opmerkingen van Richard Steenvoorden. Hij is geen deskundige. Hij denkt dat vaccinatie leidt tot resistentie, net zoals het geval is met antibiotica. Dat baseert hij op een artikel over het Marekvirus.3 Het Marekvirus is een kippenvirus. Het gaat in dat artikel erover dat er stammen zijn die heel pathogeen zijn: de kippen gaan dood. Zo’n virus verspreidt zich niet snel, want doordat de kippen zo snel dood gaan, kunnen die de andere kippen niet meer besmetten. Als in die situatie kippen worden ingeënt, overleven kippen wel en kunnen die deze zeer gevaarlijke virustypen wel verspreiden. Die kunnen dan wellicht muteren en besmettelijker worden. Je zou in dit specifieke geval kunnen zeggen dat vaccinatie leidt tot toename van spreiding van zeer gevaarlijke varianten. Dit is overigens ook voor het Marekvirus geen normale situatie. De realiteit is dat sinds de kippen tegen de ziekte van Marek gevaccineerd worden, de Ziekte van Marek in vele landen een zeldzame ziekte is geworden. De vaccins doen wereldwijd al tientallen jaren uitstekend werk. Uitzonderingen zijn niet de regel.

Marek is een compleet ander type virus dan Corona. Marek is een DNA-virus. Corona is een RNA-virus. Marek is een Herpesvirus net zoals het virus dat bij de mens koortslip veroorzaakt. Het Marekvrius veroorzaakt echter geen koortssnavels, maar neurologische verschijnselen en tumoren.4 Replicatie van herpesvirussen vinden plaats in de kern, replicatie van het coronavirus vindt plaats in het cytoplasma van de gastheercel. Opbouw van het capside van herpesvirus vindt plaats bij de kernmembraan, opbouw van het capside (de eiwitmantel)5 van Corona vindt plaats in het cytoplasma. Bij het herpesvirus wordt de kernmembraan gebruikt voor budding, bij Corona wordt gebruik gemaakt van het golgicomplex6 en het endoplasmatisch reticulum7. De verschillen tussen Marek en Corona zijn biologisch gezien groter dan die tussen een mens en een conifeer. Ook met betrekking tot de gastheer gaat de vergelijking niet op: De kip is een ander wezen dan de mens. Zo min als je kunt zeggen dat alle natuurregels die gelden voor een conifeer ook gelden voor een mens, zo min kun je zeggen dat regels die gelden voor de Ziekte van Marek bij de kip ook gelden voor Corona bij de mens. Maar wat het belangrijkste is: Corona is niet zo dodelijk, dat ieder mens er aan overlijdt. Dat is het grote verschil tussen de situatie van het Marekvirus in dit specifieke artikel en het coronavirus. Als iedereen die Corona had er ook snel aan overleed dan zou dit virus veel minder overgedragen worden. Als je dan met inenten ervoor zou zorgen dat Corona wel zou worden overgedragen, dan zou je door vaccinatie bijdragen aan verspreiding en mutatie. Dat is echter helemaal niet het geval. Veel ongevaccineerde mensen krijgen Corona en worden weinig ziek maar dragen het overvloedig over. Ook gevaccineerde mensen kunnen het krijgen, ziek worden en het virus overdragen. Corona heeft helemaal geen vaccinatie nodig om flink te muteren, dat doet hij van zichzelf al wel.

Bij doorbraken niet vaccineren?

De stelling dat je bij doorbraken van een vaccinatie niet volledig moet vaccineren is in mijn ogen dan ook vreemd. Doorbraken bij vaccinaties zijn heel normaal. Heel veel vaccinaties werken nu eenmaal niet 100%. Ik zie geen logisch verband in de gedachte dat je bij een doorbraak het inenten zou moeten verminderen. Wellicht moet je van entingstrategie wisselen, zodat er een betere bescherming tot stand komt. Dat kan juist vaker enten zijn of enten met een beter vaccin. Maar dan moet dat wel beschikbaar zijn. De bottomline blijft echter dat het coronavirus snel muteert en dat we inderdaad kunnen verwachten dat het vaccineren van tijd tot tijd weer zal moeten worden aangepast om onze kwetsbare mensen te beschermen.

Voetnoten

Artikel van ‘Oorsprong’ besproken in ‘This Week in Creationism’-serie van dr. Joel Duff

Twee weken geleden werd er op deze website een artikel geplaatst van mijn hand.1 Het artikel ging over nieuw onderzoek dat gepresenteerd werd op de conferentie van de Geological Society of America (GSA). Vorige week werd dit artikel besproken in de YouTube-serie ‘This Week in Creationism’ (TWiC)2 van de theïstische evolutionist dr. Joel Duff.

Dr. Joel Duff

Dr. Joel Duff is een botanist en professor biologie aan de University of Akron. Hij is gelieerd aan de theïstisch evolutionistische organisatie Biologos en een kritisch op ideeën van creationisten die uitgaan van een jonge aarde. Hij publiceert zijn kritische commentaren op het blog Naturalis Historia.3 Onlangs is hij begonnen met de YouTube-serie ‘This Week in Creationism’ (TWiC). Hoewel ik het op principiële punten met hem oneens ben, vind ik hem een van de meest sympathieke theïstische evolutionisten die ik ken. In mijn ogen is zijn ‘tone-of-voice’ de juiste manier voor het aangaan van een gesprek. Veel commentaar van hem heeft mijn instemming. Op veel punten dient creationistisch onderzoek aangescherpt te worden anders houdt het geen stand. Die waardering geldt ook voor zijn serie ‘This Week in Creationism’ en voor de aflevering waarin hij mijn artikel van de website ‘Oorsprong’ bespreekt.

This Week in Creationism #9

Platte aarde

Het negende deel van de serie begint met het geven van een compliment aan het adres van dr. Danny Faulkner. Deze astronoom schreef op 8 oktober 2021 een artikel voor Answers in Genesis waarin hij reageert op claims van mensen die denken dat de aarde plat is.4 Duff vraagt zich wel af of Faulkners kritiek op de platte-aarde-gelovigen ook niet van toepassing is op de jongeaardecreationisten zelf. Als laatste geeft Duff aan dat hij onder de indruk is van de manier van omgang van dr. Faulkner met andersdenkenden. De presentator verwijst hierbij naar het overlijdensbericht dat Faulkner plaatste op de website van Answers in Genesis rondom het overlijden van Rob Skiba, een prominente platte-aarde-gelovige.5

Creation College Expo

In de tweede plaats verwijst dr. Duff in deze negende video van ‘This Week in Creationism’ naar een conferentie die Answers in Genesis van 4 tot 6 november 2021 hoopt te organiseren met als titel ‘Creation College Expo’. Deze conferentie is primair bedoeld voor (aankomende) studenten. Op deze conferentie worden ook hogescholen en universiteiten uitgenodigd om zichzelf te presenteren. Dit zijn hogescholen en universiteiten die sympathiek staan tegenover het creationistische gedachtengoed. Duff verwijst voor deze zogenoemde ‘creation colleges’ naar een artikel op de website NewCreation (een website gesponsord door de organisatie Is Genesis History?) waar de creationistische hogescholen en universiteiten op een rij staan.6 Het volgende artikel dat voorbij komt in deze negende aflevering is een artikel op de website van Institute for Creation Research.7 Duff plaatst hier wat kritische kanttekeningen bij.

Geological Society of America (GSA)

In het laatste deel van deze video wordt aandacht gegeven aan de presentatie van geologisch werk door creationisten op de conferentie van de Geological Society of America (GSA) en daaraan gekoppeld mijn artikel op deze website.8 Volgens dr. Duff gaat het bij de presentatie van data door creationisten slechts om posters. Dit is incorrect. Dr. Whitmore hield één keer een ‘oral presentation’. Vanwege de geldende coronamaatregelen moest deze presentatie van te voren opgenomen worden en werd deze tijdens de conferentiedag op de website afgespeeld. Dr. Duff bespreekt de posters en de presentatie op een nuchtere wijze. Dat siert hem! Hij geeft terecht aan dat als de Coconino Sandstone gevormd is in een woestijnachtige omgeving dit niet past bij een afzetting tijdens de wereldwijde zondvloed. Het bekritiseren van de claim dat het hier gaat om een eolische afzetting is inderdaad de ‘common ground’ van de besproken posters en de presentatie. Dr. Duff geeft aan dat hij er geen problemen mee heeft dat creationisten hun werk presenteren op een geologische conferentie. Vanuit (theïstisch) naturalistische hoek zijn maar al te vaak lobby’s ontstaan van verstokte naturalisten die koste wat het kost creationisten willen buitensluiten van dergelijke reguliere activiteiten. Bij Duff is dat gelukkig anders!9 Terecht geeft Duff aan dat de onderzoekers in de posters en presentatie de data niet vanuit creationistisch perspectief beschouwden, maar slechts de data (‘the facts’) presenteerden. In de video wordt de creationistische invulling van het onderzoek door Duff wel besproken door te verwijzen naar een artikel van Whitmore in Answers Magazine. Overigens had Duff beter kunnen verwijzen naar de 2018 ICC-paper dan het artikel uit 2015 in Answers Magazine.10 De bioloog bespreekt kort het stukje van hellingshoeken in zandsteen. Met zijn bespreking ben ik het helemaal eens. Alleen afgaande op de hellingshoeken kan de Coconino Sandstone onderwater zijn afgezet, maar hoeft dat niet zo te zijn. Uiteraard moeten we kijken naar alle data en niet alleen naar de data van de hellingshoeken.11 Volgens dr. Duff is alle hoop voor creationisten verloren als de Coconino Sandstone niet onder water is afgezet. Dit is geheel onterecht! In Nederland zijn verdedigers van het zogenoemde Rekolonisatiemodel actief.12 Zij plaatsen het Perm ná de zondvloed en hebben daar ook goede argumenten voor. Volgens creationisten die deze werkhypothese verdedigen zijn de zandstenen van het Perm vooral eolische afzettingen. Dit argument vormt zelfs een van de belangrijkste argumenten om het einde van de zondvloed dáár te plaatsen. God deed aan het einde van de zondvloed een wind (eolisch) over de aarde gaan én de aarde lag als het ware te roesten (rode kleur). Het werk van Whitmore et al. is wel belangrijk voor jongeaardecreationisten die de werkhypothese hanteren dat de Krijt/Paleogeengrens het einde van de zondvloed markeert. Wanneer zal blijken dat Permische zandstenen echt alleen eolisch kunnen zijn, heeft dat inderdaad gevolgen voor deze werkhypothese. Ik bedank dr. Joel Duff voor de op nuchtere wijze bespreken van de posters, de presentatie én mijn artikel op de website ‘Oorsprong’.

Voetnoten