Home » Paleontologie (Pagina 2)

Categoriearchief: Paleontologie

COLUMN: Dinoleed en een door God gestuurde evolutie

Langs de waterlijn loopt een kudde plantenetende dino’s. Gretig drinken ze van het verkoelende water. Af en toe heffen ze hun kop op om te kijken of er geen gevaar dreigt. Ze merken niet dat er stilletjes een ‘boomstam’ dichterbij drijft en al helemaal niet dat dit geen plantaardig materiaal is maar een heuse krokodil. Plotseling… veel gespartel, een naar alle kanten wegspringende kudde en geschreeuw van een dino in doodsnood. De krokodil heeft het dijbeen van de dino te pakken en bijt met alle kracht die in hem is. Loslaten? Dat nooit!

Dat dit geen fantasiestuk is blijkt wel uit een onlangs opgegraven fossiel. Vorige maand werd een in 2010 gevonden krokodillenfossiel beschreven in een wetenschappelijk tijdschrift. Het gaat om het soort Confractosuchus sauroktonos, een reusachtige krokodil die ooit de oevers onveilig maakte van een gebied dat wij nu Australië noemen. Het bijzondere aan de vondst is dat er resten van een juveniele dino werden gevonden in de maagstreek van deze krokodil. Het is een van de eerste duidelijke aanwijzingen dat krokodillen ook dinosauriërs aten. Lang heeft de krokodil niet van zijn volle buik kunnen genieten. Vlak na zijn laatste maaltijd ging ook hij dood. Wie een ooit een documentaire heeft gezien van de natuur, herkent het beginscenario. Krokodillen die op wacht liggen wanneer gnoes de Mara Rivier in Kenia oversteken.

Dinoleed, het fossielenarchief is er vol mee. We vinden bijvoorbeeld dinosauriërs met botkanker, bijtsporen op dinosauriërbotten en grote massakerkhoven met duizenden dinosauriërsoorten. Naturalistische wetenschappers zijn het erover eens dat dino’s ver voor de mensen leefden. Maar tegenwoordig zijn er zelfs gereformeerde theologen die scheppingsgeloof en universele gemeenschappelijke afstamming met elkaar willen combineren. Zij erkennen enerzijds dat God de Schepper is en anderzijds menen ze dat de aarde miljarden jaren oud is en dat dinosauriërs inderdaad ver vóór de eerste mensen leefden. De hierboven geschetste pijnlijke dinogeschiedenis vond dan ook plaats ver voordat de aarde, vanwege de zonde van het eerste mensenpaar, vervloekt werd. Dierenleed als Gods scheppingsmethode? ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed’ (Genesis 1:31). Dierenleed als Gods vermaak en bekoring? Nee toch!

Een kind voelt al wel aan dat dinoleed (en al het overige dierenleed) niet bij een door God zeer goed geschapen wereld hoort. Het doden van een gnoe en het splijten van een dinodijbeen gaat gepaard met veel pijn en lijden. Zou dit Gods scheppingsmethode zijn? Ver voordat de mensheid op het toneel verscheen? Is God er de oorzaak van dat dieren moeten lijden? Nee toch? Binnen het klassieke scheppingsgeloof wordt verdedigd dat de aarde zeer goed is geschapen en dat er een ‘staat der rechtheid’ is geweest. Een moeilijk voor te stellen wereld zonder pijn, verdriet en lijden. Dit is echter niet altijd zo gebleven. De zonde van de mensheid bracht verwoesting en vervloeking met zich mee. Dinoleed als gevolg van een door de zonde vervloekte aarde. ‘Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. (…) Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; (…) Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe’ (Romeinen 8:18-22).

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Dinoleed en een door God gestuurde evolutie, Om Sions Wil 2022 (6): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022

COLUMN: Zoogdiergebrom in dinoland

Onlangs bezocht ik het natuurhistorische museum Naturalis om te werken aan een creationistische museumgids. Naturalis is een prachtig museum dat ons door middel van allerlei (permanente) tentoonstellingen meeneemt in de aardgeschiedenis. Helaas houden de makers van deze tentoonstellingen geen rekening met de Bijbelse geschiedenis.

 De overblijfselen van het skelet van Repenomamus robustus. Bron: Wikipedia.

Wanneer we de afdeling van de dinosaurussen binnenstappen. Dan worden we overweldigd door deze uitgestorven beesten. We zien de lange Camarasaurus. Het grootste landdier uit de collectie van Naturalis. Deze langnekdino is opgezet op zijn achterpoten zodat zijn kop wel tien meter hoog reikt. Je kunt daarom het skelet ook van de onderkant bekijken. Naast dit topstuk zien we ook de bekende Triceratops, Stegosaurus, Tyrannosaurus en Edmontosaurus. De laatste dino wordt ook wel een eendensnaveldino genoemd. Als dinoliefhebber om te smullen. Wanneer je door deze zaal stapt zou je haast denken dat er een tijdperk is geweest met alleen maar dino’s, zeereptielen en vliegende reptielen. Dat is echter niet zo.

Om een compleet beeld te krijgen van het leefgebied van de dinosauriërs moet je niet naar Naturalis maar de literatuur induiken. Zo worden zoogdieren gemist. Naast zoogdieren leefden er ook krokodillen, amfibieën en andere soorten in het leefgebied van deze kolossen. Door deze beesten, bewust of onbewust, niet weer te geven krijgen de bezoekers een scheef beeld van deze ecosystemen. Verder wordt in de dinozaal ook nog aandacht besteed aan de gedachte dat vogels geëvolueerd zijn uit een bepaald type dino’s. Vanuit Genesis weten we dat dit onjuist is. Dino’s en vogels werden namelijk op afzonderlijke dagen geschapen.

Al een tijdje verdiep ik mij in zoogdieren die gevonden worden in de buurt van dinobotten en in aardlagen waarin dinoleefgebieden begraven werden. Vroeger dachten we dat zoogdieren in het leefgebied van de dino’s niet groter werden dan een spitsmuis en vooral ’s nachts actief waren om de dino’s te ontlopen. De laatste twintig jaar is de kennis van deze zogenoemde Mesozoïsche zoogdieren enorm toegenomen. En blijkt deze groep dieren in het dinoleefgebied enorm divers te zijn geweest, met heel wat grotere soorten dan het maatje spitsmuis. Hieronder enkele voorbeelden. In 2005 werd een ondersoort van Repenomamus beschreven met resten van een jonge dino in zijn maag(streek). Deze jonge Psittacosaurus was een van laatste maaltijden voor dat dit zoogdier werd begraven. Repenomamus kon wel 1 meter lang worden. In 2014 werd er een zoogdier beschreven dat drie keer zo groot werd als een bosmarmot. Het knaagdier werd gevonden op Madagascar. In 2020 werd een groot zoogdier beschreven die eveneens gevonden is op Madagascar. Het beest werd zo groot als een huiskat en leek in uiterlijk wel wat op een das. Het skelet was verbazingwekkend compleet. Vermeldenswaard zijn ook nog Volaticotherium en Castorocauda. De eerste kon net als een suikereekhoorn zweven door de bomen, de tweede had een uiterlijk van een bever en woog ongeveer één kilo. De lijst met vondsten zou nog veel langer gemaakt kunnen worden.

Musea zouden er goed aan doen om een compleet plaatje te schetsen van de leefgebieden van dinosauriërs. Christenen hoeven het niet oneens te zijn met de vondsten. Het betreffen namelijk beesten die werkelijk opgegraven worden. Veel christenen die uitgaan van een zesdaagse schepping denken dat dinoleefgebieden verwoest zijn door de wereldwijde zondvloed en daarmee als stille getuigen van deze ramp gezien kunnen worden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Nederlandse vulkanen?, Om Sions Wil 2022 (1): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022

‘Dinosaurus op de vlucht’ op Schooltv – Een leuke introductie voor kinderen op het thema ‘dino’s’

In Nederland ontbreekt veelal educatief filmmateriaal over dinosauriërs vanuit het creationistische uitgangspunt. Engelstalige filmpjes zijn voor de onder- en middenbouw van de basisschool niet geschikt, omdat ze de taal niet machtig zijn of de Nederlandse ondertitels nog niet (snel genoeg) kunnen lezen. Dat is een gemis voor bijbelgetrouwe basisschooldocenten en hun leerlingen. Ze moeten daarom het filmmateriaal onder andere halen van naturalistische websites zoals Schooltv. Deze educatieve internet-tv heeft een mooie introductie op het dinosaurusthema op de website staan. Met dank aan Schooltv delen we het filmpje hieronder.

De video heeft als titel ‘Dinosaurus op de vlucht’ en duurt bijna vijf minuten. Het gaat over een jonge Tyrannosaurus rex die op zoek is naar voedsel. Timo, zo heet de jonge T. rex, is geen vegetariër en komt een nest met eieren tegen. Wanneer Timo een ei probeert te stelen blijkt deze van een Deinonychus1, een andere vleesetende dinosaurus. Deze laat zich haar eieren niet zomaar afpakken en zet de achtervolging in. Het ei blijft liggen en Timo moet rennen voor zijn leven. Zeker als er nog drie vleeseters achter hem aankomen. Gelukkig hoort vader T. rex het hulpgeroep van zijn zoon en schiet hem te hulp.

Het is wel een naturalistische video en daarom verdient deze vanuit het scheppingsparadigma een kleine correctie. De film begint met: “Miljoenen jaren geleden leefden er dinosaurussen op aarde”. Dit moet vanuit het scheppingsparadigma bezien ‘duizenden jaren geleden’ zijn. Verder bevat het filmpje geen naturalistische informatie. Deinonychus hebben geen veren aan de poten, slechts wat pluimen op de kop.2 Het filmpje van Schooltv is geschikt voor kinderen van 5 tot en met 8 jaar.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2023’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal.

Voetnoten

Derde volume van online tijdschrift e-Origins verschijnt met een bemoediging voor studenten, snelle olievorming en gevederde dinosauriërs

Wereldwijd zijn er ontzettend veel creationistische organisaties die actief bouwen aan een creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Een van die organisaties is Biblical Creation Trust. Deze week kwam het derde volume uit van hun online tijdschrift e-Origins. Volume 3 bevat een editorial, een drietal populair-wetenschappelijke artikelen en een boekbespreking.1

Bemoediging voor studenten

Het eerste artikel is van student aardwetenschappen Sophie Southerden. Zij moedigt, net als ik dat recent deed, (aankomende) studenten aan om een studie te kiezen die raakvlakken heeft met het debat over ‘geloof en wetenschap’.2 Southerden noemt dit ‘studying historical sciences’. Door in deze vakgebieden te studeren leren we meer over Gods schepping en kunnen studenten met hun onderzoeksresultaten een bijdrage leveren aan de opbouw van het creationistische wereldbeeld.3

Snelle olievorming

Het tweede artikel is van de petroloog Richard Bruce (BSc.). Hij bestudeert de vorming van aardolie in het verleden. Volgens hem zijn er geen miljoenen jaren nodig om olie te vormen. De sleutel voor olievorming is niet de factor ‘tijd’, maar de factor ‘temperatuur’. Als de temperatuur stijgt zorgt dat voor een exponentiële stijging in de ontwikkeling van koolwaterstoffen. Realistische condities in de natuur en in het laboratorium laten zien dat olie snel kan vormen. Dit artikel is een welkome aanvulling in het debat.4

Gevederde dino’s?

In het derde artikel onderzoekt zoöloog dr. Marc Surtees het bewijsmateriaal voor gevederde dinosauriërs. Hij komt tot de conclusie dat sommige theropoden inderdaad veren hadden en doet enkele suggesties voor de classificatie van deze beesten. Volgens hem was er meer biologische diversiteit in het verleden, veel meer dan tegenwoordig.5

Ten slotte

De boekbespreking is van de natuurkundige dr. William Worraker. Hij bespreekt het boek ‘The Human Cosmos: A Secret History of the Stars’ van Jo Marchant.6 De editorial is geschreven door de geoloog Paul Garner (MSc.). Garner is ook de general editor van e-Origins.7Hoewel het online tijdschrift niet veel artikelen bevat is het goed om te zien dat ook deze Angelsaksische organisatie, Biblical Creation Trust, haar steentje bijdraagt aan de opbouw van het scheppingsparadigma.

Voetnoten

Bijtsporen van een zoogdierachtige gevonden op een dinosaurusbot – Junggar Basin onthult nieuwe Mesozoïsche zoogdiergeheimen

Onlangs vond een Duits onderzoeksteam bijtsporen van een zoogdierachtige op een dinosaurusbot. Het bot komt uit de Qigu Formation (Oxfordien, Boven-Jura) in Junggar Basin (noordwest China). In deze formatie zijn al veel resten gevonden van zoogdierachtigen.1 De grote diversiteit onder de Mesozoïsche zoogdieren blijft keer op keer verbazen en fascineren. We kunnen spreken van een paradigmaverschuiving. Het tijdperk dat dinosaurussen in het Mesozoïcum de wereld regeerden is afgelopen, letterlijk en figuurlijk. In 2005 werd, bijvoorbeeld, een relatief groot zoogdier gevonden met resten van een jonge Psittacosaurus in de maag(streek).2 In 2010 werden er bijtsporen gevonden op diverse dinobotten en op een dijbeen van het aquatische reptiel Champosaurus, uit de tandsporen bleek dat een zoogdierachtige erop gekauwd had.3 Tien jaar later dus ook zoogdierbijtsporen op dinosaurusbotten in China.4

Zandduinen in Junggar Basin, noordwest China. Bron: Wikipedia.

Aaseter

In The Science of Nature presenteerden Duitse onderzoekers nieuw bewijsmateriaal dat zoogdieren zich voedden met dinovlees. Het gaat in dit geval om een zoogdierachtige zo groot als een spitsmuis die ooit leefde in een gebied wat nu China heet. De onderzoekers vonden de bijtsporen op een ribbot van de sauropode dinosaurus Mamenchisaurus (een ‘langnek’ die behoorde tot de Eusauropoda). De sporen beperken zich tot één rib en hebben een lengte van tussen de 0,5 en 1,5 millimeter en een breedte van 30-250 micrometer. De onderzoekers schatten daarom dat het zoogdier ongeveer twee tot drie centimeter lang was en 14 gram zwaar. Tot nu toe is er slechts één snijtand van een zoogdier gevonden in deze formatie, maar de structuur van deze tand sluit goed aan bij de bijtsporen in het dinobot. Het gaat om een snijtand van Sineleutherus uyguricus. We moeten hierbij hoogstwaarschijnlijk denken aan aaseters die zich voedden met dinovlees. 5 Meer informatie over details is te vinden in de gepubliceerde paper.6

Rijke variatie

De laatste twintig jaar hebben uitgewezen dat zoogdierachtigen die in het dinoleefgebied leefden meer divers waren dan gedacht en dat ze verschillende ecologische niches bezetten. Sommigen waren aangepast aan het water7, terwijl anderen in de bomen leefden en van de ene boomtop naar de andere konden zweven8. Ook hadden deze Mesozoïsche beesten een gevarieerd dieet: we kennen insectivoren, herbivoren, carnivoren en omnivoren. Toch weten we nog steeds vrij weinig over hun voedingsgedrag en eetpatroon. De laatste jaren komt ook daar, ziende op de besproken publicatie, verandering in. Creationisten volgen deze ontwikkeling met belangstelling. Het zet namelijk eerdere uitspraken van creationisten in een ander licht. De claim, van zowel naturalisten als creationisten, dat in het dinoleefgebied nauwelijks zoogdierachtigen voorkwamen moet in de prullenbak en het creationistische ecologische zoneringsmodel wordt meer uitgedaagd. Creationisten zouden zich daarom veel meer moeten bezighouden met het opgraven, beschrijven en interpreteren van deze zoogdierfossielen. Hoe verhouden deze Mesozoïsche zoogdieren zich tot de huidige zoogdieren en wat zegt dit over een zondvloed/post-zondvloed-grens?

Voetnoten

Het gebruik van polystrate dendrolieten door creationisten – Een korte reactie op ir. Ed Vaessen

Op het blog van student aardwetenschappen en filosofie Willem Jan Blom reageerde ir. Ed Vaessen (MSc. Geodesie).1 Omdat in zijn reactie mijn naam wordt genoemd wil ik daar kort op reageren. Ik dank de geachte Ed Vaessen voor zijn reactie op het stuk over polystrate dendrolieten, dendrolieten worden hier naar oud gebruik gezien als versteende boomstammen en niet naar modern gebruik als microbialieten. 

Ed Vaessen schrijft:

Dat is niet waar. Hij beweert vaak genoeg tegen zijn achterban en ook op de facebookpagina van het Logos Instituut dat geologen dat niet doen.

Polystrate dendrolieten zijn geen probleem voor de naturalistische geologie. Een groot aantal creationisten zijn hiervan op de hoogte. Wanneer zij schrijven over deze versteende boomstammen verwijzen zij bijvoorbeeld naar het werk van de Britse paleontoloog wijlen dr. Derek V. Ager (1923-1993)2. Creationisten zijn minimaal sinds het werk van dr. Nicolaas Rupke3, maar hoogstwaarschijnlijk al veel eerder (denk aan George Fairholme4) bekend met naturalistische verklaringen voor deze versteende boomstammen. Deze naturalistische verklaringen wijken nauwelijks af van de creationistische verklaringen. Overigens hebben creationisten niet zo heel veel gepubliceerd over polystrate dendrolieten.

Zelf ben ik bezig met een reactie op een septemberartikel van de structureel geoloog drs. Leon van den Berg5. Om het misverstand (nogmaals) bij ir. Ed Vaessen weg te nemen wil ik daaruit één zin overnemen. Hoewel het artikel nog in de steigers staat en er daarom nog van alles aan kan wijzigen, blijft deze zin staan: Polystrate dendrolieten vormen géén probleem voor de naturalistische geologie, maar zijn wél een voorbeeld van snelle sedimentatie. Op Facebook of elders heb ik ná het 2013-artikel over deze polystrate dendrolieten nooit iets anders dan beweerd dan de bovenstaande dikgedrukte stelling.6 Ir. Ed Vaessen zou hiervan op de hoogte moeten zijn, want iedere keer wanneer hij in deze strekking reageert op de Facebookpagina van Logos Instituut heb ik hem, op soortgelijke wijze als hierboven, van repliek gediend.

Bronnen

  • Ager, D., 1993, The New Catastrophism (Cambridge, Cambridge University Press), blz. 47-49.
  • Blom, W.J.C., 2019, Reactie op ‘Hoe zit het met… de ouderdom van de aarde?’, verschenen op zijn weblog https://willemjanblom.wordpress.com/2019/09/14/169/.
  • Fairholme, G., 1833, Some Observations on the Nature of Coal, and on the Manner in which the various Strata of the Coal-measures must probably have been deposited, The London and Edinburgh Philosophical Magazine and Journal of Science 3 (16), pag. 245-252.
  • Fairholme, G., 1837, New and Conclusive Physical Demonstratoins, both of the Fact and Period of the Mosaic Deluge and of its having been the only event of the kind that has ever occurred upon the earth (London, James Ridgway & Sons, 1837), pag. 393.
  • Meerten, J.W. van, 2013, Polystrate dendrolieten: Kennen creationisten de visie van moderne geologen niet? Een reactie op Leon van den Berg, verschenen op mijn weblog https://scheppingsmodel.files.wordpress.com/2013/10/polystrate-dendrolieten-een-reactie-op-leon-van-den-berg1.pdf.
  • Meerten, J.W. van, in voorber., De pot verwijt de ketel dat deze zwart ziet. Een reactie op kritiek van de structureel geoloog drs. Leon van den Berg, verschijnt op de website van Logos Instituut.
  • Rupke, N. A., 1967, Herdatering van het verleden (Inleidende opmerkingen over een nieuwe geochronologie), Creatie-Evolutie Referaten-bundel van de conferentie van Gereformeerden, met het thema CREATIE-EVOLUTIE, gehouden op 16 en 17 mei 1967, in het Conferentieoord De Pietersberg te Oosterbeek.

Dit artikel verscheen eerder op de website HongarijeGeologie. Zie hier voor het originele artikel.

Het vieren van Gods schepping in 2020 – Verslag van een CORE-conferentie

Vorig jaar november vond de digitale conferentie van CORE Academy of Science plaats onder de titel Creation Celebration 2020.1 Bioloog en biochemicus dr. Todd C. Wood2 leidde deze conferentie die ging over de hoekstenen van het scheppingsparadigma: de schepping, de zondeval en de zondvloed. In dit artikel doen we verslag van de conferentie. Het is goed mogelijk dat binnenkort óók voor de buitenstaander de opnames beschikbaar worden gesteld.

Het was bemoedigend om deel te nemen aan deze conferentie. Wat ik van Todd Wood en consorten waardeer is de nuchtere benadering van zowel de evolutietheorie als het zogenoemde ‘creation science’. Ook deze keer was het weer aangenaam toeven bij deze groep wetenschappers. Elk dagdeel van deze conferentie werd ingeleid door Wood. Hij vertelde dan wat over de organisatie waar hij directeur van is, CORE Academy of Science3 of over de Sanders scholarship Award.4 Na deze opening was er tijd voor een ‘devotional’, waarbij Wood een stukje uit de Bijbel voorlas, daarover mediteerde5, door een musicus een lied werd gezongen en waar Wood als laatste een gebed uitsprak voor het dagdeel. Ieder dagdeel werd gelezen uit Genesis 1 en kwam er een scheppingsdag voorbij. Per dagdeel kwam er ook één ‘testimonial’ voorbij waarbij een wetenschapper of theoloog getuigde van de waarde van het scheppingsparadigma voor zijn persoonlijk geloof. Dit deel van de conferentie was goed opgezet.

Eerste dagdeel: vrijdag 6 november 2020 – ‘Celebrating the Doctrine of Creation’

Het eerste dagdeel werd op de gebruikelijke wijze, zoals hierboven geschetst is, gestart. Na deze opening gaf de ingenieur en systematisch theoloog dr. Maël L.D.S. Disseau een ‘testimonial’ en getuigde van de waarde van het scheppingsparadigma voor zijn persoonlijk geloof.6 Na dit persoonlijke getuigenis besprak systematisch theoloog dr. Hans Madueme7 de vraag: ‘Why Does Creationism Matter to Average Church-Going Evangelical?’.

Madueme geeft aan dat de critici gelijk hebben: er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten te koop. Maar dat wil nog niet zeggen dat alle argumenten slecht zijn.

Niet iedere christen is het eens met de stelling dat creationisme belangrijk is voor het christelijk geloof. Ze zullen ook de vraag negeren. Voor hen is creationisme niet intellectueel, wordt gedreven door geld, is onwetenschappelijk, is niet Bijbels, is naïef, is literalistisch en zorgt voor uiteendrijving. Waarom denken deze christenen zo over het creationisme? Daar zijn twee redenen voor: namelijk de inhoud en de stijl. Creationistische argumenten zouden zwak zijn of geen hout snijden. Wetenschap heeft het creationisme onderuitgehaald. De andere reden is stijl. Deze medechristenen zien creationisten als boos, polemisch en dogmatisch. Mensen die niet welwillend zijn om te luisteren naar de rede. Ze verwerpen ook de discussiestijl van sommige creationisten en zien daarin niet de liefde van Christus weerspiegeld. Madueme neemt als creationist deze kritiek heel serieus. Hij geeft toe dat sommige creationisten gebruik maken van verkeerde en misplaatste retoriek. Dat is verkeerd en de kerk heeft dat soort creationisme niet nodig. Snijden creationistische argumenten geen hout tegenover mainstream wetenschap? Er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten in de wereld. Madueme noemt dat echter geen uniek en bij creationisten passend probleem. Hij geeft als voorbeeld dat er heel veel slechte films te koop zijn, maar dat dit nog niet wil zeggen dat alle films slecht zijn. Of om een ander voorbeeld aan te halen: er zijn veel hypocriete christenen in de wereld, maar dat wil nog niet zeggen dat alle christenen hypocriet zijn. Hetzelfde geldt voor het creationisme. Madueme geeft aan dat de critici gelijk hebben: er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten te koop.8 Maar dat wil nog niet zeggen dat alle argumenten slecht zijn. Dat gezegd hebbende de vraag wat het creationisme bijdraagt voor de gemiddelde kerkganger. Madueme geeft vijf argumenten:

Rhea County Courthouse, het gebouw waar de Scopes Trial plaatsvond in 1925.
  1. Theology. Creationisme is een diep verankerde theologische positie. Dogma’s zijn geen marmerstenen in een tuin, maar organisch en als parels in een ketting. Het is als een borduurwerk, je trekt een draadje los en het wordt een rommeltje. Creationisten denken consistent na over God, de schepping en de wereld om ons heen. Creationisme maakt het beste van het tapijt van christelijke theologie.
  2. Biblical Picture of the World. De werkelijkheid is niet slechts materialistisch of fysisch. Er is ook een bovennatuurlijke werkelijkheid. Denk aan duivelen, engelen, de menselijke ziel en wonderen. God draagt deze schepping op elk moment. Soms besluit God om niet volgens de natuurlijke orde te handelen. Dat noemen we een wonder. Daarom wijzen creationisten ten diepste ook het methodologisch naturalisme af, omdat wij geloven dat God tijdens zijn schepping op een niet-naturalistische manier handelde. Dat geldt ook wanneer Christus terugkomt. Dit is het Bijbelse plaatje.
  3. The Authority of Scripture. Creationisten nemen het Schriftgezag serieus. Ze geloven dat de Schrift onfeilbaar is. Dat is niet gelimiteerd tot de geestelijke zaken, maar geldt ook voor de historische zaken. Er zijn duizenden manieren waarop christenen onder het Schriftgezag proberen uit te komen. Maar als het gaat om het Schriftgezag dragen creationisten dit het meest consistent uit.
  4. The Catholic Tradition. Creationisme staat in verbinding met de pre-moderne kerk. Christenen door de eeuwen heen waren allemaal creationisten. Het is natuurlijk waar dat zij niets wisten over geologie of wisten van Darwins ‘Origin of Species’. Het is ook waar dat niet iedereen de eerste hoofdstukken van Genesis exact op dezelfde manier lazen. Maar het feit blijft staan dat voor de eerste 1800 jaar van de kerk, christenen geloofden in een jonge aarde en de wereld ook verstonden op die wijze. Volgens Madueme is dat een significant gegeven.
  5. The Fruit of the Holy Spirit. Creationisten zijn niet erg populair en vaak het onderwerp van spot. We moeten dit slechte gedrag ontmoeten met de vrucht van de Geest. Madueme wijst op Galaten 5:22-23. Het is aantrekkelijk om agressief naar onze opponenten te reageren. Om vuur met vuur te bestrijden. Madueme geeft aan dat dit geen voorbeeld is. Onze generatie heeft een vriendelijk en op Christus lijkend creationisme nodig. We moeten nederig zijn tegenover naturalisten. We moeten altijd onze afhankelijkheid tegenover God tonen.

Madueme sluit af met een laatste aandachtspunt. De meeste christenen zullen het eens zijn met wat Hans Madueme gezegd heeft. Creationisten zijn heus niet de enigen die zich zorgen maken over deze zaken. Christenen zullen op sommige punten ook met Madueme van mening verschillen. Hij vindt dat prima. Juist de verschillen van mening tussen christen laat zien hoe belangrijk deze issues zijn. Creationisme op zijn best is een van de grootste giften voor orthodoxe, Bijbelgetrouwe en vol van de Geest zijnde christenen.

De volgende ‘lezing’ was van van de biochemicus dr. Todd C. Wood.8 Hij besprak de vraag ‘Is Creationism Just a Modern Theological Idea?’ Wood beantwoordde deze vraag ontkennend en wees op verschillende werken over de schepping en de zondvloed vóór George McCready Price.9 Tom Davis10 stond in de derde video stil bij de vraag ‘Wasn’t Creationism Defeated in the Scopes Trial?’ Dit was een mooie illustratieve video, opgenomen in het Scopes Trial Museum. Davis geeft aan het door hem zogenoemde creationisme niet verslagen is tijdens de Scopes Trial. Scopes Trial was een bekende rechtszaak in 1925 die plaatsvond in de Amerikaanse stad Dayton, Rhea County, Tennessee en die handelde over de kwestie ‘schepping of evolutie’ in het onderwijs.11 Sterker nog er zijn vandaag de dag veel meer creationistische wetenschappers actief dan dat dit ten tijde van de Scopes Trial het geval was.

Tweede dagdeel: vrijdag 6 november 2020 – ‘Celebrating the Beauty in the Wreckage of the Flood, Part 1’

Na de gebruikelijke opening zijn er dit dagdeel drie lezingen over thema’s die verband houden met de zondvloed. De eerste lezing was van de geoloog dr. Andrew A. Snelling.12 Hij ging in op de vraag: ‘What was the Flood from Geological Perspective?’ In deze video werkt hij zijn gedachten uit over de zondvloed en de mechanismen daarachter, zoals Catastrophic Plate Tectonics.13

De tweede lezing van dit dagdeel was van de geoloog dr. Neal Doran14 Hij ging in op de vraag ‘What is the Order of the Fossil Record?’ Doran bespreekt dit in drie subvragen: (1) Wat is een fossiel?, (2) Wat is het archief? en (3) Wat is de (volg)orde?

Chief Mountain in Colorado. Bron: Pixabay

De geologische kolom is niet een willekeurige volgorde van opeenvolgende aardlagen (met fossielen). Doran wijst erop dat door middel van geografische kartering de verticale volgorde van aardlagen begrepen werd. Volgens Doran gebruikte creationisten vroeger verkeerde argumenten tegen de geologische kolom. Als voorbeeld neemt Doran de bekende Chief Mountain.15 De sedimenten die zichtbaar zijn (zie plaatje linksonder) zijn ouder dan de onderliggende sedimenten. Hier ligt Precambrium bovenop het Krijt, terwijl eigenlijk de volgorde andersom moet zijn. Daarom dachten sommige creationisten dat er de geologische kolom slechts bestond op papier of in het hoofd van de naturalist. Volgens Doran is deze claim onjuist. Bij Chief Mountain gaat het om een overschuiving vanuit het westen van Proterozoïsche aardlagen over gesteenten uit onder andere het Krijt. Deze overschuiving is bekend als de Livingstone Range en de Lewis Range (of Lewis Overthrust).16 Om een duidelijker beeld hiervan te krijgen zie het plaatje hierboven. Een andere misvatting die Doran aankaart is het argument van de cirkelredenering. De volgorde in het fossielenarchief zou het resultaat zijn van een cirkelredenering zo zeggen sommige creationisten. Het is inderdaad zo dat we soms maar één fossiel hebben van een bepaald soort. Veel vaker vinden we een fossielen met meerderen tegelijk. Bijvoorbeeld een fossiel plaatsen we in het Krijt omdat we vaak hele ecosystemen vol met deze beesten vinden. Doran wijst dan bijvoorbeeld op het jaarlijkse veldwerk in de Lance Formation waarbij duizenden botten worden gevonden van veel verschillende soorten. Op locatie kunnen we dan vaak, wanneer we een laag dieper graven weer andere fossielen tegenkomen. Bijvoorbeeld onder een Krijtecosysteem een Jura-ecosysteem. Om de volgorde in het fossielenarchief te verklaren wil Neal Doran geen beroep doen op de verouderde creationistische ideeën van hydrodynamische sortering of verschil in mobiliteit, dit omdat deze ideeën niet werken en problemen geven.

Patroon van groepen organismen in het fossielenarchief. Tekening overgenomen uit de presentatie van dr. Neal Doran.

Wat is dan wel een goede manier om de volgorde van aardlagen in de geologische kolom te verklaren? Doran geeft aan dat hij dit een hele moeilijke vraag vindt. Hij kijkt naar patronen in de natuur en heeft daar een grafiek bij getekend. Doran kijkt naar de statistische associaties van fossielen door het hele archief heen. Als we alle fossielen uit de geologische kolom nemen en we kijken hoe ze met elkaar geassocieerd zijn ontstaat er een patroon. We vinden dan drie groepen. De eerste groep is groen gekleurd en noemen we de Cambrian Fauna, de tweede groep (in het rood) noemen we de Paleozoïsche Fauna en de derde groep (geel) noemen we de Moderne Fauna. De eerste fauna die we tegenkomen zijn mariene organismen. Alle organismen bij elkaar zien eruit als mariene ecosystemen. Als we de geologische kolom naar boven bewegen, komen we verschillende nieuwe vormen van mariene organismen tegen, maar ook steeds meer landorganismen zoals planten en dieren. De beste verklaring voor creationisten is het opeenvolgend begraven van verschillende ecosystemen, startend bij de Cambrische Fauna en eindigend met de planten en de landdieren. Doran geeft drie voorbeelden waar we aan moeten denken bij ecosystemen voor de zondvloed (1) het hydrothermische bioom zoals deze voorgesteld is door de Amerikaanse paleontoloog dr. Kurt P. Wise17, (2) de massabegraving van Nautilussen zoals voorgesteld door de Amerikaanse geoloog dr. Steven A. Austin18, (3) de bekende drijvende wouden zoals deze voor het eerst voorgesteld zijn door de Duitse paleontoloog dr. Joachim Scheven19, en (4) de Permische zandstenen begraven als continentale onderwaterduinen zoals deze voorgesteld zijn door de Amerikaanse paleontoloog dr. John Whitmore20. We zien in de geologische kolom een volgorde van marine wezens naar meer en meer landdieren. Dit is de volgorde waarin de beesten en planten begraven zijn tijdens de zondvloed. De massakerkhoven vormen hier volgens Doran bewijsmateriaal voor.

De laatste lezing van dit dagdeel is van de paleontoloog dr. Matthew McLain.21 Hij gaat in op de verschillende basistypen van dinosauriërs en doet dat met het laten zien van (replica’s van) fossielen.

Derde dagdeel: vrijdag 6 november 2020 – ‘Celebrating God’s Design in Living Things, Part 1’

Dit dagdeel opent met een korte introductie van dr. Todd C. Wood over de Sanders Scholarship.22 Douglas K. Smit is uitgenodigd om te vertellen welk onderzoek hij met het bedrag van de Sanders Scholarschip gedaan heeft. Hij deed onderzoek naar de beschrijving van de plantenwereld in de Hebreeuwse tekst van Genesis 1-11. In 2019 presenteerde hij dit werk, op een conferentie van de Creation Biology Society, onder de titel ‘Plants as Instruments of Blessing and Curse in the Primeval History’.23 Na dit getuigenis volgde de gebruikelijke Schriftlezing, meditatie, muziekintermezzo en gebed. Daarna was er nog een getuigenis uit Groot-Brittannië. In een video interviewde zoöloog Matthew Pickhaver (B.Sc.)24 zijn collega de predikant en materiaalkundige dr. Stephen Lloyd25 over de status van het creationisme in Verenigd Koninkrijk. Mooi om te zien hoe mensen van Biblical Creation Trust daar aan de weg timmeren.

Een vereenvoudigde weergave van de stikstofkringloop. Bron: Wikipedia.

Nadat het derde dagdeel geopend is geeft de bioloog dr. Timothy G. Standish26 een lezing. Hij gaat in op zijn meest favoriete designargument: de stikstofkringloop.27 Als deze cyclus niet bestond dan kon het leven zelf ook niet bestaan. Als de hoeveelheid stikstof niet goed afgestemd is, dan groeien de planten niet. Dit heeft verregaande gevolgen voor de aarde en haar bewoners. Iedere stap in deze cyclus is een wonder, maar het hele systeem bij elkaar is onvoorstelbaar. Het zou volgens Standish niet door een langzaam evolutionair proces tot stand kunnen zijn gekomen. Van zijn manier van presenteren (hond en grasveld) heb ik genoten. In een tweede lezing bespreekt dierenarts dr. Jean Lightner28 de vraag ‘Hoeveel dieren waren er op de ark van Noach?’ Met het beantwoorden van die vraag begon ze bij de Bijbel. Uit het onderzoek van Lightner kwam de voorzichtige schatting dat er 7000 individuen aan boord van de ark waren. Lightner verwijst naar twee studies die zij, met anderen, uitvoerde voor de toen nog te bouwen Ark Encounter.29

Maculinea rebeli

In een tweedelige video ging dr. Jeremy D. Blaschke30 in op het probleem van het natuurlijk kwaad en dan specifiek op de vraag waar de parasieten vandaan komen. Onze intuïtie zegt dat parasieten verkeerd en te verafschuwen zijn en kwaad weerspiegelen. Blaschke gaat verder in op de hoofdvraag en neemt als voorbeeld een rups (van de soort Maculinea rebeli) die een symbiose (eigenlijk parasiteert) aangaat met de mierensoort Myrmica schencki. Deze mieren houden ervan om hun kaken in de rups te zetten. Waarom doen ze dat? Omdat deze rupsen aminozuren afscheiden waar de mieren dol op zijn. Op hun beurt verdedigen de mieren de rups tegen vijanden. Wanneer er een vijand of een vriend langskomt dan communiceren de mieren met elkaar door trillingen uit te zenden. De rups vangt deze trillingen op en begrijpt deze communicatie ook. Blaschke laat horen hoe dat geluid klinkt. Er is meer te noemen over deze symbiose tussen de rups en de mieren.31 Met dergelijke parasieten hebben wij geen problemen. Het verhaal is echter nog niet klaar. De mieren nemen de rups ook mee naar hun nest. Wanneer de rupsen daar zijn dan eten ze de larven van de mier op. Met dit soort parasitisme hebben wij wel problemen.

Waarom hebben wij mensen een probleem met de ene vorm van parasitisme, maar niet met de andere vorm? Blaschke verwijst naar het concept Trinitarian Ecology.32 Blaschke legt deze vorm van ecologie verder uit. Waarom hebben we problemen met een foutief parasitisme? Omdat ze gebroken relaties weerspiegelen. Dit brengt Blaschke tot de tweede video: Als God slechte parasieten niet direct geschapen heeft waar komen deze dan vandaan? In de tweede video gaat Blaschke in op de Phasiinae een groep vliegen die eieren legt in andere insecten. De larf eet de insect dan van binnenuit op. Dit zouden we niet verwachten in de wereld voor de zondeval. Een van de eerste parasitologen, Antonio Vallisneri (1661-1730)33, was een christen en onderzocht insecten. Blaschke citeert Vallisneri die schreef: “It is not reasonable to suppose that God would have placed the first worm in [Adam’s] body, …Man was to be free of all kind of diseases…”. Maar deze wormen zijn zo aangepast aan hun omgeving dat ze misschien al wel in het lichaam moeten hebben gezeten maar functioneel zijn geweest. Blaschke citeert verder: “these [worms]…would by gently licking the [intestines] and by healing them, do their host a kindly office. … But [after the fall] these worms were made the Ministers of Divine Justice and raised an insurrection upon him.” Onder creationisten is deze grondgedachte uit het begin van de 18e eeuw nauwelijks gewijzigd. Je kunt deze hypothese volgens Blaschke testen door middel van onderzoek. De hypothese luidt zo dat alle parasieten gedifferentieerd zijn vanuit een nonparasitaire voorouder in de laatste 10.000 jaar. Blaschke testte, samen met twee van zijn studenten, deze hypothese. Tijdens hun onderzoek vonden ze inderdaad verschillende parasieten die een nonparasitaire voorouder hebben (gehad). In de vier phyla die ze onderzochten kwam dat maar liefst 63 keer voor. Bemoedigend om een jonge wetenschapper zo aan het werk te zien!

In de laatste lezing van deze dag gaat over het menselijk oog. Dr. Lucinda Hill34 heeft als titel gekozen ‘Evidence for design in the Human Eye’. Ze legt uit hoe het oog werkt. De ontdekking van de cellen Müller heeft volgens haar een evolutionair ‘bad design’-argument onderuit gehaald. Evolutionaire verklaringen schieten tekort om het ontstaan en de ontwikkeling van een oog te verklaren. Er is geen biologisch mechanisme bekend die de kloof kan overbruggen tussen geen oog en een goed functionerend oog. Verbazingwekkend hoe complex het oog in elkaar zit en hoe allerlei (sub)systemen met elkaar moeten samenwerken.

Vierde dagdeel: zaterdag 7 november 2020 – ‘Celebrating Beauty in the Wreckage of the Flood, Part 2’

Het vierde dagdeel start op de gebruikelijke wijze met een introductie, schriftlezing, meditatie, muziek en gebed. Daarna spreekt de geoloog Paul A. Garner (MSc.)35 over de geologie van het Verenigd Koninkrijk. Hij doet dat in een tweedelige serie met als titel ‘What are Some Evidences for the Flood in Great Britain and Northern Ireland?’ Garner wijst er in zijn eerste video op dat Engeland de geboortegrond van de moderne geologie is. Denk bijvoorbeeld aan de eerste geologische kaart van Groot-Brittannië vervaardigd door William Smith in 1815.36 Deze geologische kaart is hiernaast afgebeeld. Het was ook de geboortegrond van het uniformitarianisme met James Hutton en Charles Lyell. Gelukkig ging het niet alleen om uniformitarianisme. Bekend zijn ook de verdedigers van de (vroege) zondvloedgeologie. Denk aan John Woodward en Thomas Burnet.

De geologische kaart van (een deel van) Groot-Brittannië, getekend door William Smith in 1815.

Na deze introductie loopt Garner de geologische kolom door. Hij begint bij een locatie in Groot-Brittannië uit het Archaean en eindigt in de eerste video bij een locatie uit het Carboon. Hij licht daarbij enkele geologische locaties en paleontologische vondsten toe. In het verhaal dat Garner houdt horen we dat hij uitgaat van Catastrophic Plate Tectonics.37 Bij de bespreking van het Carboon wijst hij op een veldstudie van dr. Kurt Wise waaruit blijkt dat de fossiele lycopoden in Victoria Park niet daar gegroeid zijn maar vanaf elders zijn getransporteerd.38 Garner verwijst daarbij ook naar de theorie van dr. Joachim Scheven en dr. Kurt Wise om dit te verklaren: de drijvende wouden.39

In de tweede video gaat Garner verder in de geologische kolom. Bij met de bespreking van de Variscische (of Hercynische) gebergtevorming en verwijst de geoloog naar creationistisch werk van dr. Andrew Snelling aan radiohalo’s.40 Garner heeft namelijk samples genomen van de Land’s End Granite en deze naar dr. Andrew Snelling gestuurd voor onderzoek.41 Wanneer de geoloog het Perm bespreekt verwijst hij naar zijn onderzoek rond de Permische zandstenen, zoals de Coconino Sandstone42 en Hopeman Sandstone43. Garner wijst bij de bespreking van het Krijt op de krijtrotsen die zichtbaar zijn aan de zuidkust van het eiland. Deze markante rotsen vinden we niet alleen in Engeland, maar ook in Noord-Amerika een groot deel van Europa en zelfs in West-Australië. De geoloog gaat ervanuit dat deze kalk afgezet is tijdens de zondvloed. Hij noemt deze kalklagen waarschijnlijk de laatste afzettingen van de zondvloed. Een deel van de kalk erodeerde na de zondvloed weg.

Halverwege de video gaat Garner verder met de lagen die volgens hem na de zondvloed zijn afgezet. Na de zondvloed werd de zogenoemde Londense klei afgezet, de dieren en planten die daarin gevonden worden suggereren een warm subtropisch klimaat na de zondvloed. De Alpine gebergtevorming moet volgens Garner ook na de zondvloed hebben plaatsgevonden en had ook gevolgen voor de geologie van Groot-Brittannië. Later na de zondvloed koelde het klimaat af en ontstonden er ijstijden. Glaciale verschijnselen in Groot-Brittannië wijzen daarop. In de bovenste lagen van de geologische kolom vinden we ook de eerste menselijke activiteit en de eerste kolonisten na de zondvloed. Aan het einde van deze twee video’s geeft Garner nog een samenvatting. Paul Garner gaf een mooi overzicht van diverse geologische locaties en paleontologische vondsten in Groot-Brittannië.

De tweede spreker van deze dag is de geoloog dr. Marcus Ross.44 Hij neemt ons mee naar de Chicxulubkrater in Mexico.45 De meteoriet die daar insloeg heeft volgens de naturalisten de dinosauriërs doen laten uitsterven. Wat moeten creationisten met deze krater? Hoewel Ross niet meegaat met de tijdschaal ziet hij voldoende aanwijzingen voor een meteorietinslag op die locatie. We kunnen de krater niet zien maar hij is daar toch. Dieper in de aardlagen zijn ringen te vinden, gevonden door middel van gravitatieanomalieën.46 Ook boringen door oliemaatschappijen hebben het bewijsmateriaal versterkt. Deze krater was overigens niet de eerste aanwijzing voor een impact. Ross gaat daarvoor naar New Jersey en naar Nederland. In New Jersey vinden we een iridiumlaag. Die laag zorgde voor de gedachte dat er wel eens een meteoriet ingeslagen kon zijn, omdat die rijk zijn aan iridium maar de aarde zelf niet. Hij wijst ook nog op een tsunami afzetting en op geschokte kwarts. In Nederland gaan we op bezoek bij de nu gesloten ENCI-groeve. Ook daar vinden we op de grens van het Krijt en Tertiair een iridiumlaag en geschokte kwarts. Volgens Ross wijst dit op één event tijdens de zondvloed en niet meerdere. Deze inslag vond plaats aan het einde van de zondvloed. Het had effect op het marine voedselketen voor maanden en daardoor stierven de Mosasauriërs etc. uit, die anders wellicht de zondvloed zouden hebben overleefd.

De derde spreker van deze dag is de atmosferisch wetenschapper dr. Steve Gollmer. Gollmer heet zich de afgelopen jaren bezig gehouden met (simulaties van) de ijstijden en hoe deze passen binnen een jonge aarde paradigma. In de video gaat hij daar kort op in. Hij wijst op aanwijzingen voor de ijstijden zoals zwerfstenen en morenen. Hij laat in een plaatje zien hoe het ijs zich sinds de laatste ijstijd terugtrok. De meeste creationisten gaan ervanuit dat geologische verschijnselen in het Kwartair zich afspeelden na de zondvloed. De ijskappen van Antarctica en Groenland kunnen daar niet gelegen hebben sinds de schepping, want de zondvloed in Genesis zou dit ijs weggevaagd hebben. Gollmer verwijst naar de aanzet die Morris en Whitcomb deden in hun bekende werk ‘The Genesis Flood’.47 Michael Oard ging in 1979 verder in de voetsporen van Morris & Whitcomb.48 Sinds die tijd doen creationisten aan ‘climate modeling’. Gollmer verwijst dan naar het werk van dr. Larry Vardiman.49 Zelf heeft dr. Steven Gollmer deze modellen nog verder verfijnd. In de video gaat Gollmer ook nog in op de ijskernen. Wanneer je rekent met een snellere accumulatie van sneeuw en ijs dan passen de resultaten van deze ijsboringen in een korte chronologie. Gollmer verwijst hierbij naar het werk van dr. Larry Vardiman50 en dr. Jake Hebert51.

De laatste video van dit dagdeel komt van dr. Andrew Snelling52 en gaat over radiometrische dateringsmethoden. Hij wijst op de drie uitgangspunten binnen radiometrische dateringsmethoden die aangevochten kunnen worden.53 Toch is deze aanvechting voor Snelling niet genoeg, want er is een feite een patroon van radiometrisch verval. De onderste lagen in de geologische kolom zijn eerder afgezet dan de lagen hoger in de geologische kolom. Dit gegeven wordt bevestigd door de radiometrische dateringen van deze gesteenten. Hoe dit op te lossen? Snelling verwijst naar het RATE-project waarbij versneld verval wordt voorgesteld vanuit verschillende lijnen van evidentie.54 Dr. Snelling geeft aan dat hij nog steeds bezig met het onderzoek naar radiometrische dateringsmethoden.

De tweede paneldiscussie gaat over de zondeval. Er worden diverse vragen gesteld en deze vragen worden beantwoord door de geologen dr. Marcus Ross, Paul Garner (MSc.) en de bioloog dr. Todd Wood. Omdat er net als vrijdag veel theologische vragen langskwamen vond ik het jammer dat er geen theoloog deelnam aan de vraagbeantwoording, er zijn verschillende kandidaten die hier wat zinnigs over zouden kunnen zeggen.

Vijfde dagdeel: zaterdag 7 november 2020 – ‘Celebrating God’s Design in Living Things, Part 2’

Het vijfde dagdeel van de conferentie opent weer op de gebruikelijke wijze. Dr. Todd Wood geeft een overzicht waar CORE Academy of Science mee bezig is, gaat in een bijbelstudie in op de vijfde dag van de scheppingsweek én er wordt een lied gezongen. Daarnaast zien we een getuigenis van de socioloog prof. dr. Christian M. de Britto.55

Het wrak van de Titanic op de bodem van de Atlantische Oceaan. Bron: Wikipedia.

De eerste ‘lezing’ van dit dagdeel komt van microbioloog dr. Andrew J. Fabich.56 Aan hem werd gevraagd om kort te spreken over wat hij ziet als beste designargument in de cel. Hij wijst op de complexiteit van de cel. Wanneer je wil berekenen hoe groot de kans is dat een cel door (willekeurige) stapjes tot stand komt dan kom je uit op duizelingwekkende getallen. Volgens Fabich er is zelfs in het naturalistische verhaal simpelweg veel te weinig tijd om een cel te realiseren vanuit dit langzame proces. Fabich vertelt veel over de onmogelijkheid voor het ‘spontaan’ ontstaan van leven. Als laatste gaat Fabich nog in op de rij van Fibonacci en de gulden snede. Het bestaan van deze gulden snede in de natuur, zelfs in de microwereld, wijst volgens de microbioloog op ontwerp. De tweede videolezing van de dag komt van dr. Joseph W. Francis57 en gaat over de Biomatrix. Biomatrix is een scheppingsidee dat de microben op aarde een ‘life-supporting’ netwerk vormen.58 De meeste bacteriën en virussen op aarde veroorzaken geen ziekten. Wat is de functie van deze door God geschapen microben?. Het belangrijkste kenmerk is voedingsstoffen en het recyclen van elementen (te denken valt aan: microben die deel uitmaken van de koolstofcyclus óf microben die de Titanic ‘wegeten’59). Microben dragen bij aan onze spijsvertering, bijvoorbeeld in onze darmen. Francis noemt onze darmen waarschijnlijk de meeste soortrijke plaats van microben op aarde. De meeste microben hebben een ondersteunende functie. Helaas is na de zondeval niet alles in harmonie gebleven en hebben sommige microben een ontwrichtende functie gekregen en dringen ze binnen in regio’s waar ze oorspronkelijk niet thuis horen. Vanuit dit creationistische idee van de Biomatrix kunnen we ook voorspellingen doen. De derde ‘lezing’ is van dr. Jean Lightner.60 Zij gaat in op de vraag of we pijn konden voelen voor de zondeval. Na de vraag wat pijn is, hoe we pijn kunnen voelen en wat de Bijbel zegt komt ze tot een antwoord. Ze denkt dat mensen wel pijn konden voelen, in ieder geval op die wijze dat ze werden gewaarschuwd voordat ze schade op zouden lopen, maar dat dit zeer sterk toegenomen is na de zondeval. Schrijnende pijn is zeker een gevolg van de zondeval.

Zesde dagdeel: zaterdag 7 november 2020 – ‘Celebrating Our Responsibilities in God’s Creation, Part 1’

Door ons afval en zwerfafval op te ruimen kunnen we al op een eenvoudige wijze een bijdrage leveren aan het behoud van Gods schepping. Bron: Pixabay.

Het zesde dagdeel opent op de gebruikelijke wijze. Dit keer mediteert dr. Todd Wood over de zesde dag. De eerste video in dit dagdeel is van de milieukundige en entomoloog dr. Gordon L. Wilson.61 Hij spreekt over het doel van de schepping en waarom wij verantwoordelijkheid moeten zijn voor Gods schepping. Wilson wijst op de taak die wij hebben vanuit de ‘dominion mandate’ ook wel het rentmeesterschap genoemd. Volgens Wilson moeten we dit rentmeesterschap niet in een ‘King Kong’-stijl uitvoeren, zo de baas spelen en de schepping op die manier uitbuiten. Een betere houding is om in nederigheid te zorgen voor Gods schepping. Hij heeft hier een boek over geschreven: ‘A different shade of Green’.62 In een tweede en derde video gaat de Tom Hennigan (MSc.)63 in op redenen waarom christenen zouden moeten zorgen voor het milieu en welke praktische zaken wij kunnen bijdragen aan deze goede zorg voor de schepping. Hij neemt ons in de twee video’s mee op een ‘Creation Adventure’ in het bos. Hij spreekt net als dr. Wilson hierboven over ons rentmeesterschap, zoals die omschreven wordt in Genesis. Hennigan legt in voorbeelden uit wat de gevolgen zijn van het weghalen van ‘keystone species’ voor een ecosysteem. Hoe kun je nu praktisch zorgen voor het milieu? Als voorbeeld geeft hij dat we compost kunnen ‘kweken’. Compost laat ons nadenken over de onderlinge samenhang van de verschillende (micro)organismen in Gods schepping. Een andere praktisch zaak die we kunnen doen is het zwerfvuil opruimen. Dat kan ook als gemeente, je kunt veel van dat gevonden zwerfafval recyclen, zoals blikjes, karton en plastic flessen. Een ander probleem is de microplastics vanuit bijvoorbeeld de shampoos die uiteindelijk in het voedselketen terecht komen. Je kunt op de verpakking kijken of er gebruik gemaakt is van microplastics. Daarnaast kun je lid worden van een natuurorganisatie en actief zorgen voor een bos of een ander ecosysteem. Mooi dat creationisten ook aandacht hebben voor het milieu en de zorg voor Gods schepping.

De derde en laatste paneldiscussie gaat over de zondvloed. Ook bij deze laatste panel worden de vragen beantwoord door de geologen dr. Marcus Ross, Paul Garner (MSc.) en de bioloog dr. Todd Wood.

Zevende dagdeel: zaterdag 7 november 2020 – ‘Celebrating Our Responsibilities in God’s Creation, Part 2’

Het zevende en laatste dagdeel begint op de gebruikelijke wijze. dr. Todd Wood mediteert over de zevende dag. Daarna zien we een getuigenis over de Ethiopisch zoöloog dr. Abebayehu Desalegn.64 Todd Wood vertelt wat over hem, omdat het inzenden niet lukte vanwege de militaire onrust in Ethiopië. Bemoedigend dat CORE Academy of Science verder heeft gekeken dan het Amerikaanse continent en ook mensen uit Groot-Brittannië, Brazilië en Ethiopië de ruimte heeft geboden om hun verhaal te vertellen. Zo wordt het ook voor de Amerikanen duidelijk dat het scheppingsparadigma niet slechts een Amerikaans fenomeen is, maar in veel meer landen bekend is en dat er in meer landen gewerkt wordt aan (de opbouw van) een creationistisch wereldbeeld. Dat was overigens ver voordat Amerika gekoloniseerd werd al zo.

Serinus ankoberensis, de vogel waar de Ethiopiër dr. Abebayehu Desalegn onderzoek naar deed en op promoveerde. Bron: Wikipedia.

De eerste ‘lezing’ van dit dagdeel is van dr. Timothy Standish.65 Standish gaat in op het belang van de sabbat en waarom de sabbat een belangrijk onderdeel van Gods schepping is. Hij gaat eerst in op de ‘eeuwige sabbat’ en daarna bespreekt hij de Tien Geboden. De sabbat geeft ons tijd om uitgebreid na te denken over Gods schepping. In een tweede video gaat promovendus Dough Smith66 in op de vraag waarom we nog steeds Hebreeuws moeten studeren als we al zoveel goede Engelse vertalingen hebben. Doug Smith geeft hiervoor vijf belangrijke redenen.

De derde en laatste video van dit dagdeel en dit congres komt van de paleontoloog dr. Marcus Ross.67 Hij spreekt over het onderwerp: Hoe onderwijs je kinderen over dinosauriërs? Ross begint met de vraag of de luisteraar ook een Kidosaurus exciticus als familielid heeft. Hoe kun je met een kind die enthousiast is over dino’s over deze beesten praten? Voor ouders is dat soms lastig omdat veel van het materiaal dat op de markt is uit niet-creationistische bronnen komt. Volgens Ross zijn dinosauriërs leuk voor zowel kinderen als hun ouders. Waarom zijn ze leuk? Omdat het gigantische monsters zijn en we kunnen onze fantasie gebruiken om hen opnieuw in onze wereld te nemen. Daarnaast geven ze de kinderen een geweldige woordenschat. Dinosauriërs laten ons ook zien dat wetenschap veranderlijk is en door de tijd heen progressie maakt. Als laatste, en belangrijkste, dinosauriërs laten Gods creativiteit zijn en Zijn rechtvaardigheid. Ross vertelt over de wijziging van de af- en uitbeeldingen van Iguanodon door de eeuwen heen.68 Wanneer de kinderen enthousiast zijn over dino’s dan kunt u als ouder dat ook zijn. Als u als ouder er niet enthousiast over wordt, dan heeft u nog wat werk te doen. Zo leren we kinderen dat wetenschap prachtig is en geen bedreiging vormt voor het christelijk geloof.

Door kinderen te vertellen over dinosauriërs kunnen we ze laten zien dat wetenschap geen bedreiging vormt voor het christelijk geloof. Bron: Pixabay.

Volgens Ross hoeven we niet te bezorgd te zijn wanneer de programma’s op televisie op evolutie gebaseerd zijn. Vaak worden er geen jaartallen genoemd, maar alleen namen van periodes zoals Mesozoïcum. We kunnen onze kinderen dan vertellen dat we naar diverse dinoleefgebieden kijken. Daarnaast is er erg weinig kindermateriaal in de creationistische gemeenschap als het gaat om dinosauriërs. Ross roept ouders op om deze interesse bij kinderen te voeden. Wanneer miljoenen jaren of vogelevolutie langskomt, en dat is ook weleens het geval, dan is het goed om te weten hoe we hier op moeten reageren. Ross legt uit wanneer de creationisten denken dat de dinosauriërs geleefd hebben. Het gaat binnen het Mesozoïcum over ecosystemen die in een bepaalde sequentie zijn begraven in de zondvloed. Ross geeft bij de tweede vraag aan dat sommige dino’s inderdaad veren hebben gehad. Dat is geen enkel probleem voor een creationist. Samenvattend stelt Ross nog een keer dat we enthousiast moeten zijn met onze kinderen als het om wetenschap gaat, of het nu over dinosauriërs of over scheikunde gaat. Wees betrokken bij het leven van uw kinderen. Soms is het lastig voor creationisten, maar dat is niet erg. Laat het zijn tot meerdere glorie van God en een verwondering over Zijn werk.

Met de lezing van Marcus Ross zijn we aan het einde gekomen van deze videoconferentie. Het was een bemoediging om eraan deel te nemen en om te zien dat creationisten hard werken aan de opbouw van het creationistische wereldbeeld en dat ze daarbij moeilijke vragen zoals bijvoorbeeld ‘Waar komen parasieten vandaan?‘ niet uit de weg gaan. Het is bemoedigend om te zien dat er een nieuwe generatie creationisten wordt opgeleid en ook al actief is om mee te bouwen. Laten wij in de Nederlandstalige gebieden dat voorbeeld volgen en jongeren wijzen op het belang van creationistische wetenschap. Ik wil CORE Academy of Science bedanken voor al het werk dat zij hiervoor doen en zie uit naar de volgende conferentie.

Voetnoten

Carnotaurus had schubben geen veren – Nieuw onderzoek naar de huid van deze theropode

We weten heel veel over dinosauriërs. Ondertussen weten we ook dat sommige beesten die wij dinosauriërs noemen veren hadden. Veel wetenschappers die uitgaan van de historische betrouwbaarheid van de Bijbel erkennen dit ook.1 Bij sommige paleontologen, ‘fossielkundigen’, bestaat echter de neiging om op zo veel mogelijk dinosauriërs veren te plakken. Zeker de beesten die in de vermeende afstammingslijn van de moderne vogels zitten. Nieuw onderzoek wijst uit dat we hiermee voorzichtig moeten zijn. Zo werd recent ontdekt dat volwassen Tyrannosauriërs en Allosauriërs geen veren hadden.2 Sinds vorige maand kunnen we ook de Carnotaurus aan dit rijtje toevoegen.

Screenshot van de Carnotaurus uit de speelfilm ‘Jurrassic World: Fallen Kingdom’ (2018).

Carnotaurus

Carnotaurus behoort tot de onderorde Theropoda. Een groep vleesetende dinosauriërs waaronder ook de bekende Tyrannosaurus en Spinosaurus behoren. In 1984 werd een uitzonderlijk compleet skelet van de Carnotaurus sastrei gevonden in Patagonië (Argentinië). De theropode is te herkennen aan zijn hele korte voorpootjes en het heeft hoorns op zijn kop. Na zevenendertig jaar is dit nog steeds het enige skelet van het beest dat gevonden is. Het fossiel is gevonden in de Zuid-Amerikaanse Krijtlagen. De meeste creationisten denken daarom dat de Carnotaurus vóór de zondvloed leefde en tijdens de zondvloed is omgekomen.3 Op de Nederlandstalige Wikipedia staat een uitgebreide (naturalistische) beschrijving van het beest.4

Huid

Naast botten zijn er in Patagonië ook stukjes huid gevonden van deze Carnotaurus. Afgelopen jaar werden deze stukjes huid voor het eerst in detail onderzocht. Vorige maand werden de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in Cretaceous Research onder de titel ‘The scaly skin of the abelisaurid Carnotaurus sastrei (Theropoda: Ceratosauria) from the Upper Cretaceous of Patagonia’. De onderzoekers zijn dr. Christophe Hendrickx van de Unidad Ejecutora Lillo en dr. Phil Bell van de University of England.5 Het is een zeldzaam verschijnsel dat naast een vrijwel compleet skelet ook veel stukjes huid gevonden zijn van een individu. De huid bestaat uit middelgrote tot grote schubben (diameter van 20-65 mm) omgeven door een netwerk van kleine schubben (kleiner dan 14 mm). Deze dinohuid was meer gevarieerd dan eerder gedacht. De onderzoekers denken dat dit beest een actieve levensstijl had en snel kon lopen.6 Ze speculeren daarom dat de huid een onmisbare rol speelde in de thermoregulatie (warmte afvoer). De paper bevat veel details en prachtige foto’s over de huid en de rol van deze beschermlaag in het leven van de Carnotaurus. Wil je meer weten dan is het beslist de moeite waard de hele paper te lezen.

Geen veren

Uit deze studie blijkt dat de Carnotaurus geen veren heeft gehad. Dat wil niet zeggen dat alle theropode dinosauriërs géén veren hadden. Bij de in China gevonden Yutyrannus zijn veerresten bij de staart gevonden. Het laat wel zien dat we voorzichtig moeten zijn met het opplakken van veren op theropode dinosauriërs. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke theropode dinosauriërs wel veren hadden en welke niet. We kunnen in ieder geval de Carnotaurus toevoegen aan het rijtje van veerloze dinosauriërs.7

Voetnoten

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2021 – 12. Drs. Tom Zoutewelle – Van (Cambrische) explosie naar extinctie

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ met als subthema ‘Intelligent Design’.1 De derde lezing van het avondprogramma was van de bioloog en geoloog drs. Tom Zoutewelle. Zijn lezing had de titel ‘Van (Cambrische) explosie naar extinctie’. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Voetnoten

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2021 – 11. Dr. Marcus Ross – Of Mosasaurs and Meteors: Life and death in Noah’s Flood

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ met als subthema ‘Intelligent Design’.1 De tweede lezing van het avondprogramma was van de paleontoloog dr. Marcus Ross. Zijn lezing had de titel ‘Of Mosasaurs and Meteors: Life and death in Noah’s Flood‘. De lezing is opgenomen in de Engelse taal en helaas (nog) niet ondertiteld. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Voetnoten