Home » Paleontologie

Categoriearchief: Paleontologie

Feedback & Vragen 2022: Is ‘The Dinosaur Research Project’ van Arthur Chadwick niet peer-reviewed en daarom van weinig waarde?

Vandaag deelden we via deze website een video van prof. dr. Arthur Chadwick over ‘The Dinosaur Research Project’.1 Een onderzoek in de Lance Formation van Wyoming. Ik noemde het via Facebook een ‘voorbeeldproject van creationistisch onderzoek’. Het veld in en data verzamelen rond deze fascinerende beesten. In een video van vijf jaar geleden liet Chadwick in Nederland wat meer doorschemeren over zijn werkwijze. Een criticus heeft commentaar op deze werkwijze. Hieronder een weerlegging van het commentaar.

Feedback

Met een verwijzing naar een obscure pagina schrijft de criticus het volgende:

“Chadwicks onderzoeksresultaten [hebben] geen kritische review (…) ondergaan en (…) daardoor [zijn ze] van weinig waarde (…).”

Met andere woorden zijn onderzoekresultaten waardeloos als ze geen kritische review hebben ondergaan. De criticus is in de veronderstelling, kennelijk navolging van Reddit2, dat dit het geval is bij het ‘The Dinosaur Research Project’.

Weerlegging

De criticus is kennelijk niet goed op de hoogte van het werk van prof. dr. Arthur Chadwick. Het project noemde ik niet voor niets een voorbeeldproject. Wat is er voorbeeldig aan? Ten eerste wordt tijdens het veldwerk op professionele wijze gewerkt en worden er botten uit de grond gehaald en minutieus geregistreerd. Een bevriend paleontoloog heeft eens mee gegraven tijdens de opgravingen in de zomer en dit ook bevestigd. Ten tweede worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd in toonaangevende tijdschriften zoals bijvoorbeeld PLoS ONE. Ten derde is het een multidisciplinair onderzoeksproject. Chadwick doet de opgravingen niet alleen, integendeel. Een groot team van medepaleontologen werkt eraan mee. Om niet meer te noemen is ten vierde het project een buitenkans voor aankomend paleontologen om ervaring op te doen met veldwerk. Het is daarom dat er veel creationistische afstudeerprojecten en promotieonderzoeken worden gedaan bij ‘The Dinosaur Research Project’.

Het is een vreemde stelling dat als onderzoeksresultaten geen kritische review (van naturalisten) hebben ondergaan ze ineens van weinig waarde zijn. Het tegendeel zou dan zijn dat als ze wel kritische review (van naturalisten) hebben ondergaan ze van veel meer waarde zijn. Alhoewel ik onderschrijf dat peer-review belangrijk is, gaat er ook wel eens wat mis. Bovendien is ‘weinig’ of ‘veel’ waarde een subjectief begrip. Mijn vrouw is van veel waarde voor mij, maar ze is (gelukkig) niet kritisch reviewed (door naturalisten). Naast dat ‘weinig waarde’ niet gespecificeerd wordt, is wat de criticus vermeldt niet correct, want (een deel van) de onderzoeksresultaten zijn wel degelijk reviewed. Om deze laatste stelling kracht bij te zetten én niet te vervallen in een welles-nietes-discussie hieronder een lijst met publicaties. Daaronder een lijst met abstracts gepresenteerd op de conferentie van de Geological Society of America. Deze abstracts zijn niet peer-reviewed, maar laten wel zien dat de betrokken geologen en paleontologen het aandurven om de onderzoeksresultaten te presenteren voor vakgenoten en dat ze zich openstellen voor kritiek. Onder het volgende kopje worden de abstracts vermeld die op de overige wetenschappelijke congressen gepresenteerd zijn. Onder het laatste kopje vallen de dissertaties én bachelor- en mastertheses die uit het project zijn ontstaan. De lijsten zijn nog incompleet, maar zullen, als de Heere de gezondheid en het leven geeft, de komende tijd verder worden aangevuld. Student aardwetenschappen en filosofie Willem Jan Blom (BSc. BA) laat op zijn blog weten dat hij het waardevol vindt dat creationisten in peer-reviewed tijdschriften publiceren. Hij noemt de publicaties voortvloeiende uit ‘The Dinosaur Research Project’ ook in zijn meest recente artikel.3 Zijn de onderstaande wetenschappelijke artikelen en abstract te ingewikkeld en wil je toch weten wat de waarde is van het onderzoek voor creationisten? Dan verwijs ik je graag naar het artikel van geoloog Paul Garner (MSc.) in Answers Magazine (zie voetnoot).4

Wetenschappelijke artikelen vanuit ‘The Dinosaur Research Project

(2016) Chadwick, A.V., Silver, M., Turner, L.E., Woods, J.A., The Application of Digital Reconstruction Techniques in Taphonomy of an Upper Cretaceous Dinosaur Site in Eastern Wyoming, Journal of Taphonomy 14 (1): 1-14.
(2018) McLain, M.A., Nelsen, D., Snyder, K., Griffin, C.T., Siviero, B.T., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Tyrannosaur cannibalism: a case of a tooth-traced tyrannosaurid bone in the Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming, Palaios 33 (4): 164-173.
(2020) Siviero, B.T., Rega, E., Hayes, W.K., Cooper, A.M., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Skeletal trauma with implications for intratail mobility in Edmontosaurus annectes from a monodominant bonebed, Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming USA, Palaios 35 (4): 201-214.
(2020) Snyder, K., McLain, M.A., Wood, J.A., Chadwick, A.V., Over 13.000 elements from a single bonebed help elucidate disarticulation and transport of an Edmontosaurus thanatocoenosis, PLoS ONE 15 (5): e0233182.
(2021) McLain, M.A., Ullmann, P.V., Ash, R.D., Bohnstedt, K., Nelsen, D., Clark, R.O., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Independent confirmation of fluvial reworking at a Lance Formation (Maastrichtian) bonebed by traditional and chemical taphonomic analysis, Palaios 36 (6): 193-215.

Abstracts vanuit ‘The Dinosaur Research Project’ gepresenteerd op de Geological Society of America

(2000) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., High resolution GPS mapping in a vertebrate taphonomic quarry, Geological Society of America Abstracts with Programs 32 (…): 499.
(2001) Spencer, L.A., Turner, L.E., Chadwick, A.V., A remarkable vertebrate assemblage from the Lance Formation, Niobrara County, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 33 (6): 1172.
(2005) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development of an on-line database with GIS connections for vertebrate and other fossils, Geological Society of America Abstracts with Programs 37 (7): 44.
(2005) Chadwick, A.V., Spencer, L.A, Turner, L.E., Taphonomic windows into an upper cretaceous Edmontosaurus bonebed, Geological Society of America Abstracts with Programs 37 (7): 159.
(2007) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development and use of 3D virtual reality movies in an online fossil museum, Geological Society of America Abstracts with Programs 39 (6): 64.
(2011) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., A prominent seismite in the upper Cretaceous Lance Formation in Northeastern Wyoming as a stratigraphic marker, Geological Society of America Abstracts with Programs 43 (5): 280.
(2014) McLain, M.A., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Nelsen, D., Solving taphonomic jigsaw puzzles: insight into the complex depositional history of a Lance Formation (Maastrichtian) dinosaur bonebed, Geological Society of America Abstracts with Programs 46 (6): 330.
(2014) Woods, J.A., Chadwick, A.V., Development and implementation of an efficient, accessible online museum site and database with open access, Geological Society of America Abstracts with Programs 46 (6): 701.
(2015) McLain, M.A., Siviero, B.C.T., Nelsen, D., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Tyrannosaur cannibalism: a case of tooth-traces Tyrannosaur bone in the Lance Formation of Eastern Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 68.
(2015) Sheperd, Z.R., McLain, M.A., Snyder, K., Chadwick, A.V., Eastern Wyoming harvester ant mounds reveal rich vertebrate microfossil assemblage, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 347.
(2015) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Large dinosaur bonebed deposited as debris flow: Lance Formation Niobrara County, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 566.
(2015) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Telling tooth traces from foramen: a case of taphonomic detective work on a juvenile Ceratopsid surangular from the Lance Formation (Maastrichtian), WY, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 566.
(2015) Woods, J.A., Turner, L.E., Chadwick, A.V., Digitization of taphonomic data in a large active upper Cretaceous dinosaur site in Northeastern Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 681.
(2017) Snyder, K., McLain, M.A., Chadwick, A.V., Discovery of a unique multitaxic dinosaur bonebed from the Lance Formation (Maastrichtian) of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6): 84-48.
(2017) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Nelsen, D., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Refinement of tooth trace criteria through experimentation and literature review, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6): 84-49.
(2018) Snyder, K., McLain, M.A., Snyder I., Chadwick, A.V., Four overlapping dinosaurs in three orientations: a taphonomic puzzle from the Lance Formation of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 50 (3): 36-14.
(2019) Siviero, B.C.T., Rega, E., Chadwick, A.V., Brand, L.R., Pseudopathologies in Edmontosaurus annectens bones: biogenetic and diagenetic bone alterations from a monospecific bone bed in the Lance Formation, Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 51 (5): 157-8.
(2021) Frederico, C.A., McLain, M.A., New Caenagnathid (Theropoda: oviraptorosaurian) material from the Lance Formation (Maastrichtian) of Wyoming, Geological Society of America Abstracts with Programs 53 (6): 25-15.

Abstracts vanuit ‘The Dinosaur Research Project’ gepresenteerd op overige wetenschappelijke congressen

(2002) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Digital modelling of a taphonomic quarry using GIS software, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2003) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Recreating an upper Cretaceous Dinosaur Assemblage with GIS software, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2004) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., Using rocket science to study rock science, Pesented at the GIS symposium of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2004) Chadwick, A.V., Turner, L.E., Spencer, L.A., Five years experience using GIS for data collection and analysis in an upper Cretaceous Dinosaur Quarry in the Lance Formation, Presented at the GIS symposium of the Society of Vertebrate Paleontology.
(2006) Chadwick, A.V., Spencer, L.A, Turner, L.E., Preliminary Depositional Model for an Upper Cretaceous Edmontosaurus Bonebed, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2010) Turner, L.E., Chadwick, A.V., Spencer, L.A., Ten years excavation at an extensive Lancian Edmontosaurus Bonebed in Northeastern Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2012) Weeks, S.R., Chadwick, A.V., A regionally extensice Lancian seismite serves as a time synchronous stratigraphic marker for mapping Dinosaur Bonebeds in Northeastern Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2016) Siviero, B.C.T., Brand, L.R., Chadwick, A.V., Bone modifications indicating pathology within a monospecific Hadrosaur Bonebed from the Lance Formation (Maastrichtian), Wyoming, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2020) Siviero, B.C.T., McLain, M.A., Rega, E., Brand, L.R., Identification of tooth traces from an Edmontosaurus annectens bone bed within the Lance Formation (Maastrichtian), WY, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).

Bachelor- en Mastertheses en Dissertaties vanuit ‘The Dinosaur Research Project

(2016) Weeks, S.R., Depositional Model of a Late Cretaceous Dinosaur Fossil Concentration, Lance Formation, Masterthesis Loma Linda University.
(2016) McLain, M.A., Taphonomy of a Lance Formation (Maastrichtian, WY) Dinosaur Bonebed with a Focus on Tooth Traces, Dissertatie Loma Linda University.
(2019) Siviero, B.C.T., Behavioral Causes of Paleopathologies in Cretaceous Edmontosaurus annectens Lance Formation, Wyoming, Dissertatie Loma Linda University.

Voetnoten

The Dinosaur Research Project – Prof. dr. Arthur Chadwick sprak op 28 augustus 2017 in Apeldoorn

In 2017 was professor dr. Arthur Chadwick te gast in Nederland om te spreken op de meerdaagse conferentie ‘Geloof en Wetenschap’. Deze conferentie werd georganiseerd door Nederlandstalige zevendedagsadventisten (ZDA). Op maandag 28 augustus 2017 was ik bij twee lezingen van dr. Chadwick in Apeldoorn. De tweede lezing ging over ‘The Dinosaur Research Project‘. Deze lezing is dankzij AdventVison en AdventMedia opgenomen. Helaas zijn de lezingen niet ondertiteld.

Als inleiding op de lezing van dr. Chadwick wordt onder de video beschreven: “Het dinosaurus onderzoeksproject 20 jaar en 20.000 botten verder. Wat kunnen we leren van dit grote onderzoeksproject over dinosauriërs in de boven-Krijt periode? Wat is er met de dinosauriërs gebeurd?” De eerste lezing in Apeldoorn van dr. Chadwick werd vorige week geplaatst.

Ontplofte vissen – Aanwijzingen voor een snelle begrafenis

In afzettingsgesteentes kunnen prachtig bewaarde fossielen zitten. Daar zijn ook hele bijzondere bij: vissen met ontplofte koppen en buiken. Hoe zou dat nou zijn gekomen? En wat kunnen ze vertellen over de wijze waarop die vissen om het leven zijn gekomen?

Diplomystus en Knightia zijn de meest gevonden soorten in de Green River Formatie. Beide lijken erg veel op de haring.” Bron: Wikipedia.

In de sedimentlagen van de Green River Formatie in de staat Wyoming (VS) zitten miljoenen prachtige visfossielen. Over de hele wereld zijn deze fossielen gewilde verzamelobjecten. Omdat er zoveel mooie exemplaren uit deze lagen zijn opgediept, beseffen maar weinigen dat een groot deel van de gevonden visrestanten bij lange na niet perfect zijn. Veel vissen zijn ontwricht. Hun botresten en schubben zijn over een groot oppervlak verspreid. De individuele delen zijn niet langer met elkaar verbonden op de manier zoals dat was toen de vissen nog rondzwommen. Hoe zou dat gekomen zijn? De fossielen en de omringende gesteentelagen geven hiervoor aanwijzingen.

Rottingen

Wat gebeurt er met een vis als hij doodgaat? Om dat te weten moet je bij de tafonomie zijn. Dat is de studie naar het proces hoe levende dieren fossielen kunnen worden. Door te bestuderen hoe vandaag de dag dode vissen rotten en vergaan, kunnen paleontologen de fossielen beter leren begrijpen. Omdat deze processen zo snel verlopen, wijst de aanwezigheid van goed geconserveerde fossielen erop dat de gesteenten waarin je ze aantreft ook snel gevormd moeten zijn. Anders zouden hun resten zijn verdwenen. Observaties van dode vissen onder natuurlijke en laboratoriumomstandigheden hebben namelijk laten zien dat wanneer vissen sterven hun resten snel vergaan. Als de vissen niet héél snel afgedekt en beschermd worden tegen dat afbraakproces, hebben ze geen schijn van kans om te fossiliseren. Dat geldt niet alleen voor vissen die nu sterven, maar ook voor vissen die tijdens en kort na de vloed omkwamen.

Drijvende vissen

De Green River Formation is een uitgestrekte formatie in de Verenigde Staten. De formatie strekt zich uit over de staten Wyoming, Colorado en Utah. Bron: Wikipedia.

Anders dan gewoonlijk wordt gedacht, drijven de meeste dode vissen niet. Tafonomisch onderzoek bevestigt dat het grootste deel van de dode vissen naar de bodem zakt en nooit meer aan het oppervlak komt. Toch hebben veel mensen wel eens dode vissen ‘met de buik omhoog’ zien drijven. Dat gebeurt als bacteriën in de darmen en zwemblaas gas gaan produceren. De vis wordt dan als een ballon opgeblazen. Experimenten laten echter zien dat dit drijven meestal maar van korte duur is. Vaak barsten de buiken open, waarna de vis alsnog naar de bodem zinkt. Zelfs op bodems van kalme, rustige meren raken de delen van ontbindende vissen los van elkaar en verspreiden zich. In de meeste gevallen is er geen botje meer te vinden als het afbraakproces compleet is. Het zoeken naar graten en schubben in modderige bodems van meren levert zelden iets op. Je kunt dus de conclusie trekken dat gesteenten met fossiele visresten onder heel andere omstandigheden gevormd moeten zijn dan omstandigheden die je nu kunt waarnemen.

Snelle fossilisatie

Hoe komt het dan dat er zo veel prachtige fossiele vissen in de Green River Formatie aanwezig zijn? Het is waarschijnlijk dat de Green River Formatie ooit één groot merensysteem was. Toen na de zondvloed het water zich terugtrok, verzamelde het zich deels in plaatselijk laaggelegen delen van de continenten. Door het wegstromende water verliepen erosie en afzetting van sedimenten veel sneller dan tegenwoordig. Die erosieproducten hoopten als sediment in de meren op (er zijn echter ook creationisten die menen dat de bezinking van dit sediment al tijdens de vloed gaande was). Het is interessant om te zien dat je in de Green River Formatie vissen aantreft in verschillende stadia van ontbinding, zoals je die ook ziet in laboratoriumexperimenten. Bij verschillende vissen lijkt het alsof ze uit elkaar zijn geploft, waardoor delen van het lichaam over de bodem van het meer zijn verspreid voordat ze door sediment werden begraven.

Ontplofte koppen

“Perfect bewaard gebleven fossiele vissen die geen tekenen van afbraak vertonen moeten dus bijzonder snel zijn begraven. In huidige meren tref je gewoonlijk geen restanten van vissen aan. Ook groeit de laag sediment niet snel genoeg aan om resten te bewaren.” Op de foto Diplomystus dentatus. Bron: Wikipedia.

Er zijn fossiele vissen gevonden met opengebarsten buiken en koppen. Het openbarsten van de buiken is al enigszins toegelicht, maar er valt meer over te zeggen. Voordat een vis die op de bodem ligt uit elkaar kan ploffen, is het nodig dat zich in de lichaamsholtes gasdruk opbouwt, zonder dat de vis gaat drijven. Dat kan als volgt: door bacteriën, algen, diatomeeën en andere micro-organismen kan de vis aan de bodem van het meer blijven plakken. De vis wordt dan door een laag micro-organismen bedekt, die omgeven zijn door zelfgeproduceerd slijm (biofilm). Binnen enkele uren nadat de dode vis op de bodem terecht is gekomen, kan hij hier helemaal mee zijn bedekt. Het is dan niet zo moeilijk meer om te begrijpen dat er vissen gevonden worden met geëxplodeerde buiken. Maar waarom zijn er dan ook vissenkoppen uit elkaar geploft?

Diplomystus en Knightia zijn de meest gevonden soorten in de Green River Formatie. Beide lijken erg veel op de haring. De meeste vissen hebben een speciaal orgaan in hun lichaam, de zogenaamde zwemblaas (een soort ballon, waardoor ze in het water kunnen zweven). Bepaalde soorten, zoals de genoemde haring en de goudvis, hebben een buisje die de zwemblaas verbindt met de darm. Haringen hebben nog een extra buisje dat de zwemblaas verbindt met structuren in de hersenen die nodig zijn voor het horen. Eerder is al genoemd dat na het doodgaan van de vis bacteriën in de darmen afbraakgassen gaan vormen. Die gassen bouwen druk op in de darmen en de zwemblaas. Via dat buisje kunnen deze gassen bij de haring door breken naar de kop. Daar veroorzaken ze dan een ontwrichting. Bij sommige vissen is die ontwrichting wat minder duidelijk, maar als je zorgvuldig kijkt naar goed geconserveerde vissen, zie je vaak aanwijzingen van die ontwrichting bij de wervels direct achter de kop. Je kunt je dan voorstellen dat ook de koppen van de vissen zijn ontploft.

Snelle begraving

Onderzoek aan dode vissen heeft laten zien dat zij binnen een aantal dagen tot enkele weken helemaal vergaan. Perfect bewaard gebleven fossiele vissen die geen tekenen van afbraak vertonen moeten dus bijzonder snel zijn begraven. In huidige meren tref je gewoonlijk geen restanten van vissen aan. Ook groeit de laag sediment niet snel genoeg aan om resten te bewaren. Verscheidene visfossielen vertonen wel tekenen van ontbinding, maar ook zij moeten kort na het begin van de afbraak zijn begraven. Anders zouden hun geëxplodeerde resten niet bewaard zijn gebleven in het fossielenarchief. Wetenschappers hebben de afbraak bij vissen en veel andere groepen van organismen onderzocht. Hun experimenten laten zien dat het ontleden bij alle organismen en onder een veelheid van omstandigheden steeds een kortdurend proces is. Fossilisatie onder catastrofale, zondvloedachtige omstandigheden past heel goed bij de studieresultaten.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Whitmore, J.H., 2014, Ontplofte vissen. Aanwijzingen voor een snelle begrafenis, Weet 27: 44-46 (pdf). Het betreft een vertaald artikel dat eerder verscheen in Answers Magazine (link).

WEET MAGAZINE: NOG GEEN ABONNEE?
Het bovenstaande artikel is overgenomen uit Weet Magazine nummer 27 (zie hiernaast). Weet Magazine is een populair-wetenschappelijk creationistisch tijdschrift waarin ingewikkelde wetenschappelijke onderwerpen eenvoudig worden uitgelegd en op een bijbelgetrouwe manier worden besproken. Daarnaast brengt het tijdschrift bij kennis over creationistische wetenschapsbeoefening. Bovenstaand artikel is namelijk een weergave van het resultaat van onderzoek van dr. John Whitmore naar vissen in de Green River Formation. Dr. Whitmore promoveerde in 2003 aan de Loma Linda University in de Verenigde Staten op dit onderwerp. Nog geen abonnee van Weet Magazine? Dat kan natuurlijk niet! Ga snel naar de website van Weet Magazine en sluit vandaag nog een abonnement af!

Evolutionary Theory, Fossil Record and Molecular Biology – Prof. dr. Arthur Chadwick sprak op 28 augustus 2017 in Apeldoorn

In 2017 was professor dr. Arthur Chadwick te gast in Nederland om te spreken op de meerdaagse conferentie ‘Geloof en Wetenschap’. Deze conferentie werd georganiseerd door Nederlandstalige zevendedagsadventisten (ZDA). Op maandag 28 augustus 2017 was ik bij twee lezingen van dr. Chadwick in Apeldoorn. De eerste lezing ging over ‘Evolutionary Theory, Fossil Record and Molecular Biology‘. Deze lezing is dankzij AdventVison en AdventMedia opgenomen. Helaas zijn de lezingen niet ondertiteld.

Als inleiding op de lezing van dr. Chadwick wordt onder de video beschreven: “Evolutietheorie, fossiele verslag en moleculaire biologie. Evolutietheorie is flexibel genoeg om bijna elke observatie een plek te geven. Maar kan het de twee grote uitdagingen aan van het fossiele verslag en de vooruitgang in de moleculaire biologie?” De tweede lezing in Apeldoorn van dr. Chadwick wordt volgende week geplaatst.

Nederlands Debat over het ontstaan van de mensheid: Moeten we een theïstische evolutie accepteren? – Drs. Tom Zoutewelle sprak tien jaar geleden in de VS

Op vijf mei deze maand was het tien jaar geleden dat geoloog en bioloog drs. Tom Zoutewelle een seminar gaf voor zevendedagsadventisten in Amerika. Hij sprak, in de Mortenson Hall op de campus van Loma Linda University, over het evolutiedebat in Nederland. De titel van zijn lezing was: ‘Dutch debate on the Origin of Man: Why should we accept Theistic Evolution?’ In het eerste deel van zijn lezing ging Zoutewelle in op het evolutiedebat in Nederland. In het tweede deel besprak Zoutewelle sedimentologische onderzoeksresultaten van de Olduvaikloof. Volgens naturalisten is deze kloof de bakermat van de menselijke evolutie.

Met dank aan ‘It is about God‘ is deze lezing opgenomen en kunnen wij de lezing hieronder delen. Veel zegen bij het kijken en luisteren:

Tweede trailer ‘Jurassic World: Dominion’

Vorige maand deelden we hier een trailer van de dino-film ‘Jurassic World: Dominion’ die binnenkort uitkomt.1 Op 28 april 2022 plaatsten Universal Pictures een tweede trailer op haar YouTube-kanaal. Hieronder delen we ook deze trailer.

Voetnoten

Trailer ‘Jurassic World: Dominion’

Afgelopen week dacht ik met de kinderen na over de vraag: ‘Wat als dinosauriërs nu nog steeds zouden leven?’ En dan bedoel ik niet, zoals naturalisten beweren, dat de huidige vogels zouden afstammen van een bepaalde groep dino’s. Uiteraard is dat laatste vanuit Bijbels oogpunt onjuist. Ik bedoel de schubachtige beesten die in het verleden op aarde rondstampten en waarvan we in sommige aardlagen nog resten van terug vinden. De makers van Jurassic Park en Jurassic World hebben zich daar ook mee bezig gehouden. Universal Pictures heeft aan het begin dit jaar de officiële trailer van Jurassic World: Dominion uitgebracht. Zelf ben ik niet zo van de speelfilms, maar voor degene die raakvlakken hebben met geologie en geschiedenis, maak ik een uitzondering. Deze films heb ik afgelopen tijd bestudeerd op accuraatheid en verwerking van geologie (of paleontologie). Ook de film Jurassic World waar dino’s met mensen leven wil ik aan een dergelijk onderzoek onderwerpen. De film komt op 10 juni 2022 uit en is geschikt voor kinderen vanaf 12 jaar (al zou ik persoonlijk die leeftijdsgrens wat naar omhoog bijstellen).

De trailer is via de onderstaande link te bekijken:
https://youtu.be/fb5ELWi-ekk

COLUMN: Dinoleed en een door God gestuurde evolutie

Langs de waterlijn loopt een kudde plantenetende dino’s. Gretig drinken ze van het verkoelende water. Af en toe heffen ze hun kop op om te kijken of er geen gevaar dreigt. Ze merken niet dat er stilletjes een ‘boomstam’ dichterbij drijft en al helemaal niet dat dit geen plantaardig materiaal is maar een heuse krokodil. Plotseling… veel gespartel, een naar alle kanten wegspringende kudde en geschreeuw van een dino in doodsnood. De krokodil heeft het dijbeen van de dino te pakken en bijt met alle kracht die in hem is. Loslaten? Dat nooit!

Dat dit geen fantasiestuk is blijkt wel uit een onlangs opgegraven fossiel. Vorige maand werd een in 2010 gevonden krokodillenfossiel beschreven in een wetenschappelijk tijdschrift. Het gaat om het soort Confractosuchus sauroktonos, een reusachtige krokodil die ooit de oevers onveilig maakte van een gebied dat wij nu Australië noemen. Het bijzondere aan de vondst is dat er resten van een juveniele dino werden gevonden in de maagstreek van deze krokodil. Het is een van de eerste duidelijke aanwijzingen dat krokodillen ook dinosauriërs aten. Lang heeft de krokodil niet van zijn volle buik kunnen genieten. Vlak na zijn laatste maaltijd ging ook hij dood. Wie een ooit een documentaire heeft gezien van de natuur, herkent het beginscenario. Krokodillen die op wacht liggen wanneer gnoes de Mara Rivier in Kenia oversteken.

Dinoleed, het fossielenarchief is er vol mee. We vinden bijvoorbeeld dinosauriërs met botkanker, bijtsporen op dinosauriërbotten en grote massakerkhoven met duizenden dinosauriërsoorten. Naturalistische wetenschappers zijn het erover eens dat dino’s ver voor de mensen leefden. Maar tegenwoordig zijn er zelfs gereformeerde theologen die scheppingsgeloof en universele gemeenschappelijke afstamming met elkaar willen combineren. Zij erkennen enerzijds dat God de Schepper is en anderzijds menen ze dat de aarde miljarden jaren oud is en dat dinosauriërs inderdaad ver vóór de eerste mensen leefden. De hierboven geschetste pijnlijke dinogeschiedenis vond dan ook plaats ver voordat de aarde, vanwege de zonde van het eerste mensenpaar, vervloekt werd. Dierenleed als Gods scheppingsmethode? ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed’ (Genesis 1:31). Dierenleed als Gods vermaak en bekoring? Nee toch!

Een kind voelt al wel aan dat dinoleed (en al het overige dierenleed) niet bij een door God zeer goed geschapen wereld hoort. Het doden van een gnoe en het splijten van een dinodijbeen gaat gepaard met veel pijn en lijden. Zou dit Gods scheppingsmethode zijn? Ver voordat de mensheid op het toneel verscheen? Is God er de oorzaak van dat dieren moeten lijden? Nee toch? Binnen het klassieke scheppingsgeloof wordt verdedigd dat de aarde zeer goed is geschapen en dat er een ‘staat der rechtheid’ is geweest. Een moeilijk voor te stellen wereld zonder pijn, verdriet en lijden. Dit is echter niet altijd zo gebleven. De zonde van de mensheid bracht verwoesting en vervloeking met zich mee. Dinoleed als gevolg van een door de zonde vervloekte aarde. ‘Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. (…) Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft; (…) Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe’ (Romeinen 8:18-22).

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Dinoleed en een door God gestuurde evolutie, Om Sions Wil 2022 (6): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022

COLUMN: Zoogdiergebrom in dinoland

Onlangs bezocht ik het natuurhistorische museum Naturalis om te werken aan een creationistische museumgids. Naturalis is een prachtig museum dat ons door middel van allerlei (permanente) tentoonstellingen meeneemt in de aardgeschiedenis. Helaas houden de makers van deze tentoonstellingen geen rekening met de Bijbelse geschiedenis.

 De overblijfselen van het skelet van Repenomamus robustus. Bron: Wikipedia.

Wanneer we de afdeling van de dinosaurussen binnenstappen. Dan worden we overweldigd door deze uitgestorven beesten. We zien de lange Camarasaurus. Het grootste landdier uit de collectie van Naturalis. Deze langnekdino is opgezet op zijn achterpoten zodat zijn kop wel tien meter hoog reikt. Je kunt daarom het skelet ook van de onderkant bekijken. Naast dit topstuk zien we ook de bekende Triceratops, Stegosaurus, Tyrannosaurus en Edmontosaurus. De laatste dino wordt ook wel een eendensnaveldino genoemd. Als dinoliefhebber om te smullen. Wanneer je door deze zaal stapt zou je haast denken dat er een tijdperk is geweest met alleen maar dino’s, zeereptielen en vliegende reptielen. Dat is echter niet zo.

Om een compleet beeld te krijgen van het leefgebied van de dinosauriërs moet je niet naar Naturalis maar de literatuur induiken. Zo worden zoogdieren gemist. Naast zoogdieren leefden er ook krokodillen, amfibieën en andere soorten in het leefgebied van deze kolossen. Door deze beesten, bewust of onbewust, niet weer te geven krijgen de bezoekers een scheef beeld van deze ecosystemen. Verder wordt in de dinozaal ook nog aandacht besteed aan de gedachte dat vogels geëvolueerd zijn uit een bepaald type dino’s. Vanuit Genesis weten we dat dit onjuist is. Dino’s en vogels werden namelijk op afzonderlijke dagen geschapen.

Al een tijdje verdiep ik mij in zoogdieren die gevonden worden in de buurt van dinobotten en in aardlagen waarin dinoleefgebieden begraven werden. Vroeger dachten we dat zoogdieren in het leefgebied van de dino’s niet groter werden dan een spitsmuis en vooral ’s nachts actief waren om de dino’s te ontlopen. De laatste twintig jaar is de kennis van deze zogenoemde Mesozoïsche zoogdieren enorm toegenomen. En blijkt deze groep dieren in het dinoleefgebied enorm divers te zijn geweest, met heel wat grotere soorten dan het maatje spitsmuis. Hieronder enkele voorbeelden. In 2005 werd een ondersoort van Repenomamus beschreven met resten van een jonge dino in zijn maag(streek). Deze jonge Psittacosaurus was een van laatste maaltijden voor dat dit zoogdier werd begraven. Repenomamus kon wel 1 meter lang worden. In 2014 werd er een zoogdier beschreven dat drie keer zo groot werd als een bosmarmot. Het knaagdier werd gevonden op Madagascar. In 2020 werd een groot zoogdier beschreven die eveneens gevonden is op Madagascar. Het beest werd zo groot als een huiskat en leek in uiterlijk wel wat op een das. Het skelet was verbazingwekkend compleet. Vermeldenswaard zijn ook nog Volaticotherium en Castorocauda. De eerste kon net als een suikereekhoorn zweven door de bomen, de tweede had een uiterlijk van een bever en woog ongeveer één kilo. De lijst met vondsten zou nog veel langer gemaakt kunnen worden.

Musea zouden er goed aan doen om een compleet plaatje te schetsen van de leefgebieden van dinosauriërs. Christenen hoeven het niet oneens te zijn met de vondsten. Het betreffen namelijk beesten die werkelijk opgegraven worden. Veel christenen die uitgaan van een zesdaagse schepping denken dat dinoleefgebieden verwoest zijn door de wereldwijde zondvloed en daarmee als stille getuigen van deze ramp gezien kunnen worden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Nederlandse vulkanen?, Om Sions Wil 2022 (1): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022

‘Dinosaurus op de vlucht’ op Schooltv – Een leuke introductie voor kinderen op het thema ‘dino’s’

In Nederland ontbreekt veelal educatief filmmateriaal over dinosauriërs vanuit het creationistische uitgangspunt. Engelstalige filmpjes zijn voor de onder- en middenbouw van de basisschool niet geschikt, omdat ze de taal niet machtig zijn of de Nederlandse ondertitels nog niet (snel genoeg) kunnen lezen. Dat is een gemis voor bijbelgetrouwe basisschooldocenten en hun leerlingen. Ze moeten daarom het filmmateriaal onder andere halen van naturalistische websites zoals Schooltv. Deze educatieve internet-tv heeft een mooie introductie op het dinosaurusthema op de website staan. Met dank aan Schooltv delen we het filmpje hieronder.

De video heeft als titel ‘Dinosaurus op de vlucht’ en duurt bijna vijf minuten. Het gaat over een jonge Tyrannosaurus rex die op zoek is naar voedsel. Timo, zo heet de jonge T. rex, is geen vegetariër en komt een nest met eieren tegen. Wanneer Timo een ei probeert te stelen blijkt deze van een Deinonychus1, een andere vleesetende dinosaurus. Deze laat zich haar eieren niet zomaar afpakken en zet de achtervolging in. Het ei blijft liggen en Timo moet rennen voor zijn leven. Zeker als er nog drie vleeseters achter hem aankomen. Gelukkig hoort vader T. rex het hulpgeroep van zijn zoon en schiet hem te hulp.

Het is wel een naturalistische video en daarom verdient deze vanuit het scheppingsparadigma een kleine correctie. De film begint met: “Miljoenen jaren geleden leefden er dinosaurussen op aarde”. Dit moet vanuit het scheppingsparadigma bezien ‘duizenden jaren geleden’ zijn. Verder bevat het filmpje geen naturalistische informatie. Deinonychus hebben geen veren aan de poten, slechts wat pluimen op de kop.2 Het filmpje van Schooltv is geschikt voor kinderen van 5 tot en met 8 jaar.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2023’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal.

Voetnoten