Home » Paleontologie

Categoriearchief: Paleontologie

Derde volume van online tijdschrift e-Origins verschijnt met een bemoediging voor studenten, snelle olievorming en gevederde dinosauriërs

Wereldwijd zijn er ontzettend veel creationistische organisaties die actief bouwen aan een creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Een van die organisaties is Biblical Creation Trust. Deze week kwam het derde volume uit van hun online tijdschrift e-Origins. Volume 3 bevat een editorial, een drietal populair-wetenschappelijke artikelen en een boekbespreking.1

Bemoediging voor studenten

Het eerste artikel is van student aardwetenschappen Sophie Southerden. Zij moedigt, net als ik dat recent deed, (aankomende) studenten aan om een studie te kiezen die raakvlakken heeft met het debat over ‘geloof en wetenschap’.2 Southerden noemt dit ‘studying historical sciences’. Door in deze vakgebieden te studeren leren we meer over Gods schepping en kunnen studenten met hun onderzoeksresultaten een bijdrage leveren aan de opbouw van het creationistische wereldbeeld.3

Snelle olievorming

Het tweede artikel is van de petroloog Richard Bruce (BSc.). Hij bestudeert de vorming van aardolie in het verleden. Volgens hem zijn er geen miljoenen jaren nodig om olie te vormen. De sleutel voor olievorming is niet de factor ‘tijd’, maar de factor ‘temperatuur’. Als de temperatuur stijgt zorgt dat voor een exponentiële stijging in de ontwikkeling van koolwaterstoffen. Realistische condities in de natuur en in het laboratorium laten zien dat olie snel kan vormen. Dit artikel is een welkome aanvulling in het debat.4

Gevederde dino’s?

In het derde artikel onderzoekt zoöloog dr. Marc Surtees het bewijsmateriaal voor gevederde dinosauriërs. Hij komt tot de conclusie dat sommige theropoden inderdaad veren hadden en doet enkele suggesties voor de classificatie van deze beesten. Volgens hem was er meer biologische diversiteit in het verleden, veel meer dan tegenwoordig.5

Ten slotte

De boekbespreking is van de natuurkundige dr. William Worraker. Hij bespreekt het boek ‘The Human Cosmos: A Secret History of the Stars’ van Jo Marchant.6 De editorial is geschreven door de geoloog Paul Garner (MSc.). Garner is ook de general editor van e-Origins.7Hoewel het online tijdschrift niet veel artikelen bevat is het goed om te zien dat ook deze Angelsaksische organisatie, Biblical Creation Trust, haar steentje bijdraagt aan de opbouw van het scheppingsparadigma.

Voetnoten

Bijtsporen van een zoogdierachtige gevonden op een dinosaurusbot – Junggar Basin onthult nieuwe Mesozoïsche zoogdiergeheimen

Onlangs vond een Duits onderzoeksteam bijtsporen van een zoogdierachtige op een dinosaurusbot. Het bot komt uit de Qigu Formation (Oxfordien, Boven-Jura) in Junggar Basin (noordwest China). In deze formatie zijn al veel resten gevonden van zoogdierachtigen.1 De grote diversiteit onder de Mesozoïsche zoogdieren blijft keer op keer verbazen en fascineren. We kunnen spreken van een paradigmaverschuiving. Het tijdperk dat dinosaurussen in het Mesozoïcum de wereld regeerden is afgelopen, letterlijk en figuurlijk. In 2005 werd, bijvoorbeeld, een relatief groot zoogdier gevonden met resten van een jonge Psittacosaurus in de maag(streek).2 In 2010 werden er bijtsporen gevonden op diverse dinobotten en op een dijbeen van het aquatische reptiel Champosaurus, uit de tandsporen bleek dat een zoogdierachtige erop gekauwd had.3 Tien jaar later dus ook zoogdierbijtsporen op dinosaurusbotten in China.4

Zandduinen in Junggar Basin, noordwest China. Bron: Wikipedia.

Aaseter

In The Science of Nature presenteerden Duitse onderzoekers nieuw bewijsmateriaal dat zoogdieren zich voedden met dinovlees. Het gaat in dit geval om een zoogdierachtige zo groot als een spitsmuis die ooit leefde in een gebied wat nu China heet. De onderzoekers vonden de bijtsporen op een ribbot van de sauropode dinosaurus Mamenchisaurus (een ‘langnek’ die behoorde tot de Eusauropoda). De sporen beperken zich tot één rib en hebben een lengte van tussen de 0,5 en 1,5 millimeter en een breedte van 30-250 micrometer. De onderzoekers schatten daarom dat het zoogdier ongeveer twee tot drie centimeter lang was en 14 gram zwaar. Tot nu toe is er slechts één snijtand van een zoogdier gevonden in deze formatie, maar de structuur van deze tand sluit goed aan bij de bijtsporen in het dinobot. Het gaat om een snijtand van Sineleutherus uyguricus. We moeten hierbij hoogstwaarschijnlijk denken aan aaseters die zich voedden met dinovlees. 5 Meer informatie over details is te vinden in de gepubliceerde paper.6

Rijke variatie

De laatste twintig jaar hebben uitgewezen dat zoogdierachtigen die in het dinoleefgebied leefden meer divers waren dan gedacht en dat ze verschillende ecologische niches bezetten. Sommigen waren aangepast aan het water7, terwijl anderen in de bomen leefden en van de ene boomtop naar de andere konden zweven8. Ook hadden deze Mesozoïsche beesten een gevarieerd dieet: we kennen insectivoren, herbivoren, carnivoren en omnivoren. Toch weten we nog steeds vrij weinig over hun voedingsgedrag en eetpatroon. De laatste jaren komt ook daar, ziende op de besproken publicatie, verandering in. Creationisten volgen deze ontwikkeling met belangstelling. Het zet namelijk eerdere uitspraken van creationisten in een ander licht. De claim, van zowel naturalisten als creationisten, dat in het dinoleefgebied nauwelijks zoogdierachtigen voorkwamen moet in de prullenbak en het creationistische ecologische zoneringsmodel wordt meer uitgedaagd. Creationisten zouden zich daarom veel meer moeten bezighouden met het opgraven, beschrijven en interpreteren van deze zoogdierfossielen. Hoe verhouden deze Mesozoïsche zoogdieren zich tot de huidige zoogdieren en wat zegt dit over een zondvloed/post-zondvloed-grens?

Voetnoten

Het gebruik van polystrate dendrolieten door creationisten – Een korte reactie op ir. Ed Vaessen

Op het blog van student aardwetenschappen en filosofie Willem Jan Blom reageerde ir. Ed Vaessen (MSc. Geodesie).1 Omdat in zijn reactie mijn naam wordt genoemd wil ik daar kort op reageren. Ik dank de geachte Ed Vaessen voor zijn reactie op het stuk over polystrate dendrolieten, dendrolieten worden hier naar oud gebruik gezien als versteende boomstammen en niet naar modern gebruik als microbialieten. 

Ed Vaessen schrijft:

Dat is niet waar. Hij beweert vaak genoeg tegen zijn achterban en ook op de facebookpagina van het Logos Instituut dat geologen dat niet doen.

Polystrate dendrolieten zijn geen probleem voor de naturalistische geologie. Een groot aantal creationisten zijn hiervan op de hoogte. Wanneer zij schrijven over deze versteende boomstammen verwijzen zij bijvoorbeeld naar het werk van de Britse paleontoloog wijlen dr. Derek V. Ager (1923-1993)2. Creationisten zijn minimaal sinds het werk van dr. Nicolaas Rupke3, maar hoogstwaarschijnlijk al veel eerder (denk aan George Fairholme4) bekend met naturalistische verklaringen voor deze versteende boomstammen. Deze naturalistische verklaringen wijken nauwelijks af van de creationistische verklaringen. Overigens hebben creationisten niet zo heel veel gepubliceerd over polystrate dendrolieten.

Zelf ben ik bezig met een reactie op een septemberartikel van de structureel geoloog drs. Leon van den Berg5. Om het misverstand (nogmaals) bij ir. Ed Vaessen weg te nemen wil ik daaruit één zin overnemen. Hoewel het artikel nog in de steigers staat en er daarom nog van alles aan kan wijzigen, blijft deze zin staan: Polystrate dendrolieten vormen géén probleem voor de naturalistische geologie, maar zijn wél een voorbeeld van snelle sedimentatie. Op Facebook of elders heb ik ná het 2013-artikel over deze polystrate dendrolieten nooit iets anders dan beweerd dan de bovenstaande dikgedrukte stelling.6 Ir. Ed Vaessen zou hiervan op de hoogte moeten zijn, want iedere keer wanneer hij in deze strekking reageert op de Facebookpagina van Logos Instituut heb ik hem, op soortgelijke wijze als hierboven, van repliek gediend.

Bronnen

  • Ager, D., 1993, The New Catastrophism (Cambridge, Cambridge University Press), blz. 47-49.
  • Blom, W.J.C., 2019, Reactie op ‘Hoe zit het met… de ouderdom van de aarde?’, verschenen op zijn weblog https://willemjanblom.wordpress.com/2019/09/14/169/.
  • Fairholme, G., 1833, Some Observations on the Nature of Coal, and on the Manner in which the various Strata of the Coal-measures must probably have been deposited, The London and Edinburgh Philosophical Magazine and Journal of Science 3 (16), pag. 245-252.
  • Fairholme, G., 1837, New and Conclusive Physical Demonstratoins, both of the Fact and Period of the Mosaic Deluge and of its having been the only event of the kind that has ever occurred upon the earth (London, James Ridgway & Sons, 1837), pag. 393.
  • Meerten, J.W. van, 2013, Polystrate dendrolieten: Kennen creationisten de visie van moderne geologen niet? Een reactie op Leon van den Berg, verschenen op mijn weblog https://scheppingsmodel.files.wordpress.com/2013/10/polystrate-dendrolieten-een-reactie-op-leon-van-den-berg1.pdf.
  • Meerten, J.W. van, in voorber., De pot verwijt de ketel dat deze zwart ziet. Een reactie op kritiek van de structureel geoloog drs. Leon van den Berg, verschijnt op de website van Logos Instituut.
  • Rupke, N. A., 1967, Herdatering van het verleden (Inleidende opmerkingen over een nieuwe geochronologie), Creatie-Evolutie Referaten-bundel van de conferentie van Gereformeerden, met het thema CREATIE-EVOLUTIE, gehouden op 16 en 17 mei 1967, in het Conferentieoord De Pietersberg te Oosterbeek.

Dit artikel verscheen eerder op de website HongarijeGeologie. Zie hier voor het originele artikel.

Het vieren van Gods schepping in 2020 – Verslag van een CORE-conferentie

Vorig jaar november vond de digitale conferentie van CORE Academy of Science plaats onder de titel Creation Celebration 2020.1 Bioloog en biochemicus dr. Todd C. Wood2 leidde deze conferentie die ging over de hoekstenen van het scheppingsparadigma: de schepping, de zondeval en de zondvloed. In dit artikel doen we verslag van de conferentie. Het is goed mogelijk dat binnenkort óók voor de buitenstaander de opnames beschikbaar worden gesteld.

Het was bemoedigend om deel te nemen aan deze conferentie. Wat ik van Todd Wood en consorten waardeer is de nuchtere benadering van zowel de evolutietheorie als het zogenoemde ‘creation science’. Ook deze keer was het weer aangenaam toeven bij deze groep wetenschappers. Elk dagdeel van deze conferentie werd ingeleid door Wood. Hij vertelde dan wat over de organisatie waar hij directeur van is, CORE Academy of Science3 of over de Sanders scholarship Award.4 Na deze opening was er tijd voor een ‘devotional’, waarbij Wood een stukje uit de Bijbel voorlas, daarover mediteerde5, door een musicus een lied werd gezongen en waar Wood als laatste een gebed uitsprak voor het dagdeel. Ieder dagdeel werd gelezen uit Genesis 1 en kwam er een scheppingsdag voorbij. Per dagdeel kwam er ook één ‘testimonial’ voorbij waarbij een wetenschapper of theoloog getuigde van de waarde van het scheppingsparadigma voor zijn persoonlijk geloof. Dit deel van de conferentie was goed opgezet.

Eerste dagdeel: vrijdag 6 november 2020 – ‘Celebrating the Doctrine of Creation’

Het eerste dagdeel werd op de gebruikelijke wijze, zoals hierboven geschetst is, gestart. Na deze opening gaf de ingenieur en systematisch theoloog dr. Maël L.D.S. Disseau een ‘testimonial’ en getuigde van de waarde van het scheppingsparadigma voor zijn persoonlijk geloof.6 Na dit persoonlijke getuigenis besprak systematisch theoloog dr. Hans Madueme7 de vraag: ‘Why Does Creationism Matter to Average Church-Going Evangelical?’.

Madueme geeft aan dat de critici gelijk hebben: er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten te koop. Maar dat wil nog niet zeggen dat alle argumenten slecht zijn.

Niet iedere christen is het eens met de stelling dat creationisme belangrijk is voor het christelijk geloof. Ze zullen ook de vraag negeren. Voor hen is creationisme niet intellectueel, wordt gedreven door geld, is onwetenschappelijk, is niet Bijbels, is naïef, is literalistisch en zorgt voor uiteendrijving. Waarom denken deze christenen zo over het creationisme? Daar zijn twee redenen voor: namelijk de inhoud en de stijl. Creationistische argumenten zouden zwak zijn of geen hout snijden. Wetenschap heeft het creationisme onderuitgehaald. De andere reden is stijl. Deze medechristenen zien creationisten als boos, polemisch en dogmatisch. Mensen die niet welwillend zijn om te luisteren naar de rede. Ze verwerpen ook de discussiestijl van sommige creationisten en zien daarin niet de liefde van Christus weerspiegeld. Madueme neemt als creationist deze kritiek heel serieus. Hij geeft toe dat sommige creationisten gebruik maken van verkeerde en misplaatste retoriek. Dat is verkeerd en de kerk heeft dat soort creationisme niet nodig. Snijden creationistische argumenten geen hout tegenover mainstream wetenschap? Er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten in de wereld. Madueme noemt dat echter geen uniek en bij creationisten passend probleem. Hij geeft als voorbeeld dat er heel veel slechte films te koop zijn, maar dat dit nog niet wil zeggen dat alle films slecht zijn. Of om een ander voorbeeld aan te halen: er zijn veel hypocriete christenen in de wereld, maar dat wil nog niet zeggen dat alle christenen hypocriet zijn. Hetzelfde geldt voor het creationisme. Madueme geeft aan dat de critici gelijk hebben: er zijn ontzettend veel slechte creationistische argumenten te koop.8 Maar dat wil nog niet zeggen dat alle argumenten slecht zijn. Dat gezegd hebbende de vraag wat het creationisme bijdraagt voor de gemiddelde kerkganger. Madueme geeft vijf argumenten:

Rhea County Courthouse, het gebouw waar de Scopes Trial plaatsvond in 1925.

  1. Theology. Creationisme is een diep verankerde theologische positie. Dogma’s zijn geen marmerstenen in een tuin, maar organisch en als parels in een ketting. Het is als een borduurwerk, je trekt een draadje los en het wordt een rommeltje. Creationisten denken consistent na over God, de schepping en de wereld om ons heen. Creationisme maakt het beste van het tapijt van christelijke theologie.
  2. Biblical Picture of the World. De werkelijkheid is niet slechts materialistisch of fysisch. Er is ook een bovennatuurlijke werkelijkheid. Denk aan duivelen, engelen, de menselijke ziel en wonderen. God draagt deze schepping op elk moment. Soms besluit God om niet volgens de natuurlijke orde te handelen. Dat noemen we een wonder. Daarom wijzen creationisten ten diepste ook het methodologisch naturalisme af, omdat wij geloven dat God tijdens zijn schepping op een niet-naturalistische manier handelde. Dat geldt ook wanneer Christus terugkomt. Dit is het Bijbelse plaatje.
  3. The Authority of Scripture. Creationisten nemen het Schriftgezag serieus. Ze geloven dat de Schrift onfeilbaar is. Dat is niet gelimiteerd tot de geestelijke zaken, maar geldt ook voor de historische zaken. Er zijn duizenden manieren waarop christenen onder het Schriftgezag proberen uit te komen. Maar als het gaat om het Schriftgezag dragen creationisten dit het meest consistent uit.
  4. The Catholic Tradition. Creationisme staat in verbinding met de pre-moderne kerk. Christenen door de eeuwen heen waren allemaal creationisten. Het is natuurlijk waar dat zij niets wisten over geologie of wisten van Darwins ‘Origin of Species’. Het is ook waar dat niet iedereen de eerste hoofdstukken van Genesis exact op dezelfde manier lazen. Maar het feit blijft staan dat voor de eerste 1800 jaar van de kerk, christenen geloofden in een jonge aarde en de wereld ook verstonden op die wijze. Volgens Madueme is dat een significant gegeven.
  5. The Fruit of the Holy Spirit. Creationisten zijn niet erg populair en vaak het onderwerp van spot. We moeten dit slechte gedrag ontmoeten met de vrucht van de Geest. Madueme wijst op Galaten 5:22-23. Het is aantrekkelijk om agressief naar onze opponenten te reageren. Om vuur met vuur te bestrijden. Madueme geeft aan dat dit geen voorbeeld is. Onze generatie heeft een vriendelijk en op Christus lijkend creationisme nodig. We moeten nederig zijn tegenover naturalisten. We moeten altijd onze afhankelijkheid tegenover God tonen.

Madueme sluit af met een laatste aandachtspunt. De meeste christenen zullen het eens zijn met wat Hans Madueme gezegd heeft. Creationisten zijn heus niet de enigen die zich zorgen maken over deze zaken. Christenen zullen op sommige punten ook met Madueme van mening verschillen. Hij vindt dat prima. Juist de verschillen van mening tussen christen laat zien hoe belangrijk deze issues zijn. Creationisme op zijn best is een van de grootste giften voor orthodoxe, Bijbelgetrouwe en vol van de Geest zijnde christenen.

Wordt vervolgd.

Voetnoten

Carnotaurus had schubben geen veren – Nieuw onderzoek naar de huid van deze theropode

We weten heel veel over dinosauriërs. Ondertussen weten we ook dat sommige beesten die wij dinosauriërs noemen veren hadden. Veel wetenschappers die uitgaan van de historische betrouwbaarheid van de Bijbel erkennen dit ook.1 Bij sommige paleontologen, ‘fossielkundigen’, bestaat echter de neiging om op zo veel mogelijk dinosauriërs veren te plakken. Zeker de beesten die in de vermeende afstammingslijn van de moderne vogels zitten. Nieuw onderzoek wijst uit dat we hiermee voorzichtig moeten zijn. Zo werd recent ontdekt dat volwassen Tyrannosauriërs en Allosauriërs geen veren hadden.2 Sinds vorige maand kunnen we ook de Carnotaurus aan dit rijtje toevoegen.

Screenshot van de Carnotaurus uit de speelfilm ‘Jurrassic World: Fallen Kingdom’ (2018).

Carnotaurus

Carnotaurus behoort tot de onderorde Theropoda. Een groep vleesetende dinosauriërs waaronder ook de bekende Tyrannosaurus en Spinosaurus behoren. In 1984 werd een uitzonderlijk compleet skelet van de Carnotaurus sastrei gevonden in Patagonië (Argentinië). De theropode is te herkennen aan zijn hele korte voorpootjes en het heeft hoorns op zijn kop. Na zevenendertig jaar is dit nog steeds het enige skelet van het beest dat gevonden is. Het fossiel is gevonden in de Zuid-Amerikaanse Krijtlagen. De meeste creationisten denken daarom dat de Carnotaurus vóór de zondvloed leefde en tijdens de zondvloed is omgekomen.3 Op de Nederlandstalige Wikipedia staat een uitgebreide (naturalistische) beschrijving van het beest.4

Huid

Naast botten zijn er in Patagonië ook stukjes huid gevonden van deze Carnotaurus. Afgelopen jaar werden deze stukjes huid voor het eerst in detail onderzocht. Vorige maand werden de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in Cretaceous Research onder de titel ‘The scaly skin of the abelisaurid Carnotaurus sastrei (Theropoda: Ceratosauria) from the Upper Cretaceous of Patagonia’. De onderzoekers zijn dr. Christophe Hendrickx van de Unidad Ejecutora Lillo en dr. Phil Bell van de University of England.5 Het is een zeldzaam verschijnsel dat naast een vrijwel compleet skelet ook veel stukjes huid gevonden zijn van een individu. De huid bestaat uit middelgrote tot grote schubben (diameter van 20-65 mm) omgeven door een netwerk van kleine schubben (kleiner dan 14 mm). Deze dinohuid was meer gevarieerd dan eerder gedacht. De onderzoekers denken dat dit beest een actieve levensstijl had en snel kon lopen.6 Ze speculeren daarom dat de huid een onmisbare rol speelde in de thermoregulatie (warmte afvoer). De paper bevat veel details en prachtige foto’s over de huid en de rol van deze beschermlaag in het leven van de Carnotaurus. Wil je meer weten dan is het beslist de moeite waard de hele paper te lezen.

Geen veren

Uit deze studie blijkt dat de Carnotaurus geen veren heeft gehad. Dat wil niet zeggen dat alle theropode dinosauriërs géén veren hadden. Bij de in China gevonden Yutyrannus zijn veerresten bij de staart gevonden. Het laat wel zien dat we voorzichtig moeten zijn met het opplakken van veren op theropode dinosauriërs. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke theropode dinosauriërs wel veren hadden en welke niet. We kunnen in ieder geval de Carnotaurus toevoegen aan het rijtje van veerloze dinosauriërs.7

Voetnoten

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2021 – 12. Drs. Tom Zoutewelle – Van (Cambrische) explosie naar extinctie

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ met als subthema ‘Intelligent Design’.1 De derde lezing van het avondprogramma was van de bioloog en geoloog drs. Tom Zoutewelle. Zijn lezing had de titel ‘Van (Cambrische) explosie naar extinctie’. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Voetnoten

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2021 – 11. Dr. Marcus Ross – Of Mosasaurs and Meteors: Life and death in Noah’s Flood

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ met als subthema ‘Intelligent Design’.1 De tweede lezing van het avondprogramma was van de paleontoloog dr. Marcus Ross. Zijn lezing had de titel ‘Of Mosasaurs and Meteors: Life and death in Noah’s Flood‘. De lezing is opgenomen in de Engelse taal en helaas (nog) niet ondertiteld. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Voetnoten

Nieuwsbrief Biblical Creation Trust verwijst naar congreslezing Paul Garner over dinosauriërs

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’.1 Eén van de sprekers was de geoloog Paul Garner (MSc.) van de creationistische organisatie Biblical Creation Trust. Hij sprak over de plaats van dinosauriërs in het scheppingsparadigma. Gisteren maakte zijn organisatie middels een digitale nieuwsbrief reclame voor deze lezing.

Dinosauriërs blijven beesten die tot de verbeelding spreken en veel jonge kinderharten veroveren. Daarom hebben wij de geoloog Paul Garner (MSc.) uitgenodigd om daar wat over te zeggen, ook omdat hij zijn masterscriptie hierover geschreven heeft. De video werd ook op het YouTube-kanaal van Biblical Creation Trust geplaatst2 en werd daar tot vandaag 128 keer bekeken.3

De tekst in de nieuwsbrief luidt (in het Engels):

First, here’s the talk Paul Garner gave at the online ‘Fundamentum Congres’ on 26 June, in which he presents current research helping to place everybody’s favourite reptiles within a creation model.

Het is de moeite waard deze Engelse creationistische organisatie te volgen.4 Ik hoop dat wij als creationistische organisaties in Europa samen kunnen bouwen aan een creationistisch wereldbeeld.

Voetnoten

Het defensiesysteem van een bombardeerkever en een Ankylosaurus een probleem voor creationisten?

Momenteel houden creationisten zich bezig met de verhouding tussen Intelligent Design (met irreducible complexity)1 en baraminologie (met saltatie). Hoe verhouden deze zaken zich tot elkaar?2 Via de Facebookpagina ‘Origin Academy3 kregen we een vraag of meer een verwijt van een criticus. Hij noemt de bombardeerkever en de Ankylosaurus. Hieronder geven we zijn volledige reactie. Daaronder schrijven we een weerspreking van deze reactie.

Reactie

“Niet-bijbelgetrouwe creationisten geloven dat het uiterst ingewikkelde en dodelijke defensiesysteem van de bombardeerkever welke maar liefst 500 explosieve vuurstoten per seconde kan afgeven middels 270 graden draaibare vuurmond. Dat deze in slechts tweeduizend jaar na de zondeval is ontstaan, middels ‘mini-evolutie. Welke supersnelle verandering zelfs evolutionisten voor totaal onmogelijk houden. Ook het zeer uitgebreide defensiesysteem van de ankylosaurus kan volgens atheïsten nooit zo snel door evolutie zijn gevormd.”

Weerspreking

Het is bijzonder dat de criticus creationisten die waarde hechten aan een jonge aarde en een historische zondeval voor niet bijbelgetrouw uitmaakt. Een ‘prima facie’ lezing van de Schrift lijkt daar toch op uit te komen. Nog meer bijzonder is dat deze criticus daarna te rade gaat bij ‘evolutionisten’ en atheïsten. Een bijbelgetrouwe atheïst is een contradictie. Enfin, de criticus meent een probleem te zien in de defensiesystemen van de bombardeerkever en de Ankylosaurus.4 Hij meent dat deze mechanismen nooit in een snel tempo na de zondeval kunnen zijn ontstaan. Het blijft onduidelijk waar de criticus zijn informatie vandaan heeft gehaald. Welke creationisten beweren dat het complexe defensiesysteem van de bombardeerkever na de zondeval moet zijn ontstaan? Waarom in tweeduizend jaar na de zondeval? Welke atheïsten beweren dat het defensiesysteem van een Ankylosaurus nooit zo snel door evolutie kan zijn gevormd?

Allereerst heeft de criticus gelijk dat moderne evolutionaire mechanismen, zoals mutatie en natuurlijke selectie, nooit in een korte tijd voor dermate drastische veranderingen kunnen zorgen. Creationisten denken daarom ook niet dat het aanpassingsvermogen van een soort ligt in externe mechanismen maar veeleer intern gestuurd wordt. Uiteraard onder invloed van externe omstandigheden. Genomen zijn als het ware voorgeprogrammeerd. Zodat soorten niet bij de minste of geringste verandering zouden uitsterven, maar zich kunnen aanpassen aan hun omgeving. Op deze wijze zijn grotere aanpassingen snel tot stand te brengen. Mogelijk zelfs binnen één of twee generaties. Creationisten noemen dat saltatie. Onder bepaalde omstandigheden kunnen functies snel geactiveerd worden (of gedeactiveerd).5

Ten tweede zien de meeste creationisten het defensiesysteem van de bombardeerkever als een verschijnsel van ‘Intelligent Design’. Een dergelijk complex ontworpen mechanisme zou een aanwijzing zijn dat deze door God geschapen is. Dr. Andy McIntosh heeft hier veel onderzoek naar gedaan.6 In ieder geval zou de aanleg voor een dergelijk complex mechanisme al in het bouwplan aanwezig zijn geweest en snel geactiveerd kunnen worden. Helaas is er nog geen uitgebreide baraminologische studie gedaan naar deze groep kevers. Bioloog en theïstisch evolutionist dr. Joel Duff heeft onlangs een kritiek op de creationistische benadering van de bombardeerkever gepubliceerd.7 Paul Garner heeft hier op het blog ‘New Creation’ op gereageerd. Het loont de moeite zijn bijdrage te lezen.8

Ten derde zou het kunnen zijn dat dit defensiesysteem zo is geschapen door God en vóór de zondeval een andere (voor ons nog onbekende) functie had. Wij zien de wereld door de sluiers van de zondeval en kunnen slechts speculeren hoe de wereld eruit zag vóór de zondeval.9

Ten vierde geeft de criticus aan dat het defensiesysteem van de Ankylosaurus volgens atheïsten nooit zo snel zou kunnen zijn ontstaan. Creationisten hebben nog niet veel baraminologische studie gedaan naar de familie Ankylosauridae of de (sub)orde Ankylosauria.10 Hoeveel baramins er zijn van de gepantserde dino’s en hoe groot de variatie binnen deze groep(en) valt dus (nog) niet te zeggen. Ondanks dat, zie ik het probleem voor creationisten niet zo goed. Waarom zouden deze beesten niet zo (dus met bepantsering) geschapen kunnen zijn? Werd de bepantsering slechts gebruikt voor verdediging of had het ook (een) andere functie(s)? Variatie in de bepantsering zou met een voorgeprogrammeerd genoom snel kunnen plaatsvinden. Na de zondeval is Gods schepping verdorven. Variatie in bepantsering was mogelijk nodig om zich te verdedigen tegen bepaalde roofdieren.

Conclusie

Het complexe defensiesysteem van de bombardeerkever hoeft geen probleem te zijn voor een creationist. Het is goed dat de criticus deze vraag voorlegt, mogelijk kan hij dergelijke vragen in de toekomst nog beter onderbouwen door verwijzingen te plaatsen naar de literatuur.

Voetnoten