Home » Genealogie » Besloten Testament (1691) van Johan Frederick van Brakell (1670-1714)

Besloten Testament (1691) van Johan Frederick van Brakell (1670-1714)

In het Regionaal Archief Rivierenland wordt het besloten testament van Johan Frederick van Brakell (1670-1714) bewaard. Het testament is pas geopend op 5 juni 1962 (door de archivaris) ten behoeve van J.J. Hooft van Huysduynen. Mogelijk omdat Johan Frederick na het schrijven van dit testament nog 23 jaar geleefd heeft.1

De transcriptie luidt:

“Wij Dirck van Rossendaell Gesúbstitúeerde Richter der Hooghe Heerlickheijt Lienden, en Schepenen Gevert van Brenck, en Willem van van Grootvelt, Doen kont hier mede dat voor ons in eijgener persone gekomen is, den Wel geb. Heere Johan Frederick van Braeckel tot Karmesteijn Drost van der Lhede, en vaendrich onder het regiment gardes van sijn Ma: van Groot Brittanien ons verklarende dat het versloten Testament ’t welck wij in dit besegelt papier hebben gedaen sijnen úijtterste wille is, begeerende dat het selve nae sijnen Doot in allen Deelen naegekomen magt worden, Des t’oirkonde der waerheijt hebben wij desen onderteijckent, Actúm Lienden n 26e maij 1691

D.V.Rossendaell 1691

Gevert van Brenck

Willem van Grootvelt

Geregistreerd den 26e Maij 1691

D.V.Rossendaell Secrets. 1691.“

De transcriptie van het besloten testament zelf luidt:

“In den Name des Heere amen

Overdenke de brosheijt des menschen leves, en te meer terwijle ic nu sta om so anstonts nae het leger ende in campagne te gaen, so ist dat ic alvorens wel gaven een dispositie soude wille maecken over mijne tijdelijke goederen, gelijck ic mitsdeesen dan aenstelle tot mijne eenige ende wettige erfgenamen beijde mijne susters Marie Loijise de Brakel, ende Dorethea Hendriette de Brakel, soo nochtans dat Marie Loijise de Brakel als sijnde de outste volgens de wette in mijn leengoederen succedeeren sal dogh alsoo mijn vrou moeder Marie van Lier veel van haere pennigen heeft gegeven ende uijtgeschooten on onse vaderlijke goedere buijte sculden soo veel met mogelijc was, te behoude, soo ist dat ic begeere dat mijn vrou moeder voornoemt mijne goedere sal blijven besitten al haer leven lang, en specialijc den huijse Kermesteijn met al sijn appendentie en dependentie, gelijc het leenhoorig is ten Stichtse rechte aen het graefschap Cijulenburg actum op den Huijse Kermesteijn den 25 Maij 1691.

JFVBrakel.”

Voetnoten

  1. Bron: https://regionaalarchiefrivierenland.nl/nl/page/5?mivast=102&mizig=210&miadt=102&miview=inv2&milang=nl&micode=1508&minr=13484408.