Home » Archeologie » Archeologie – Bijdrage van het Studiesecretariaat Schriftgezag in ‘Om Sions Wil’

Archeologie – Bijdrage van het Studiesecretariaat Schriftgezag in ‘Om Sions Wil’

Soms worden er opgravingen gedaan die het bestaan van een persoon of stad in de Bijbel bevestigen. In andere gevallen is het juist heel moeilijk om de Bijbelse geschiedenis in verband te brengen met kennis uit andere bronnen. Maar wat te doen als een archeologische vondst beslissend is voor de uitleg van de Bijbeltekst?

In Leviticus 2:11 treffen we zo’n geval. De Heere geeft daar aan Mozes de instructies voor de offerdienst. In dit hoofdstuk wordt het spijsoffer besproken. Het spijsoffer valt onder de vrijwillige offers, die men kon brengen als dankbetuiging. Het werd gemaakt van het beste deel van het graan – bloem of griesmeel – en kon ongekookt, gebakken of gekookt worden aangeboden. Bij dit offer mocht geen gistmiddel gebruikt worden. Dat herinnert aan het Pascha, waar het deeg niet mocht rijzen vanwege de haastige uittocht uit Egypte. In Leviticus hangt het verbod op gistmiddel vooral samen met reinheid: gist doortrekt het hele deeg en gisten is een rottingsproces. Onrein dus. Daarentegen moest wel bederfwerend zout toegevoegd worden als teken van het verbond met God.

Geen gist dus. Maar ook geen honing. Hoe kan dat nu? Honing is toch juist heel positief in de Bijbel? Kanaän is het land vloeiende van melk en honing (Ex. 3:8) en David noemt Gods wet zoeter dan honing. Waarom wordt honing hier juist verboden?

Met name moderne commentaren – maar ook M. Henry en de Bijbel met Uitleg – suggereren dat dit verbod een reactie is op het gebruik van honing in andere godsdiensten. Archeologische vondsten hebben aan deze uitleg een nieuwe impuls gegeven. In de vorige eeuw werden in Ugarit, ten noorden van Israël, kleitabletten ontdekt waarop te lezen is hoe een zekere Keret honing offert in een gouden schaap. Ook van de Hethieten is een voorschrift bekend over het offeren van meel, wijn, olie en honing. Met het verbod op honing zou de Bijbelschrijver zich afzetten tegen die andere godsdienst.

Welke toepassing levert dit op? Wij brengen geen spijsoffers meer. Maar op basis van dit honingverbod zou je zeggen dat een christen heidense gebruiken moet afwijzen; en dat het enkele feit dat een gebruik werelds is, reden is om daar als christen afstand van te nemen. Toch wringt deze uitleg. Honing is in heel de Bijbel een positief iets. Daar komt bij: waarom zet de Bijbelschrijver zich niet af tegen het offeren van meel, wijn en olie, wat toch ook gebeurt bij de heidenen? Daarnaast mocht honing wel geofferd worden bij het eerstelingenoffer (2 Kron. 3:15). Het pad van de archeologie brengt ons op een dwaalspoor.

Is er ook een andere uitleg mogelijk? Vooral oudere commentaren (waaronder Calvijn) leggen het uit als een variant op het zuurdesemverbod. Immers, in combinatie met zout en onder warme omstandigheden brengt honing een gistingsproces op gang. En gerezen brood was verboden bij het graanoffer. Hoe weldadig honing ook klinkt, het mag niet in het deeg zitten dat geofferd wordt. Deze uitleg brengt ons bij een heel andere toepassing. Uit het Nieuwe Testament blijkt duidelijk dat zuurdesem symbool staat voor zonde en onreinheid. Het volk van God moet rein zijn (Lev. 19:2; 1 Petr. 1:16). Ook Gods goede gaven, zoals honing, kunnen een rottingsproces op gang brengen. Het bederf van het beste is het slechtste! Het duidelijkste voorbeeld hiervan is misschien wel de koperen slang, die verbrand moest worden toen de inwoners van Juda er afgoderij mee gingen bedrijven (2 Kon. 18:4). Met welke gaven van God bedrijven wij afgoderij?

Kortom: het is van belang welke afslag je neemt in het uitleggen van het honingverbod. Archeologische vondsten kunnen behulpzaam zijn voor de uitleg van de Bijbel. Maar belangrijker dan dat is de vraag: is deze uitleg in lijn met het geheel van de Schriften? Daarom moeten wij thuis zijn in het Woord. Zou dat de reden zijn dat David bidt: Maak in Uw woord mijn gang en treden vast (Psalm 119:67 ber.)?

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Roukens, J.A., 2025, Archeologie, Om Sions Wil 2025 (21): 20-21. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.