In het Brabants Historisch Centrum wordt een akte van verkoop, uit het Notarieel archief Grave, bewaard van drie morgen land genaamd Juffer Palmers land of Hoogemaate, gelegen in de Marschpolder, door Menso Johannes Menso. Menso Johannes was een zoon van wijlen de echtelieden Cornelis Menso en Agatha Ambergen. De transcriptie van de akte volgt onder de plaatjes.1


De transcriptie luidt:
“Op heeden den 5 September 1700 vier en negentig compareerde voor mij Gisbertus Joannes Dominicus Peters openbaar Notaris bij Zijne Keurvorstelijke Doorlugtigheid van Paltz sBeyeren gecreëerd en geadmitteert in het Dorp Reek Lande van Ravensteijn resideerende, en voor de hier na genoemde getuijgen de Heer Menso Johannes Menso woonende te Goch in Cleefsland, thans zig alhier bevindende, denwelke verklaarde te constitueeren en volmagtig te maaken den Heer Gijsbert van Versendaal Scheepen der hooge Heerlijkheid oudenwaart; specialijk om te compareeren voor Stadhouder en Leenmannen der hooge Heerlijkheeden Lhede en Oudenwaart, en aldaar op den Naam en ten behoeven van hem Constituant te verzoeken en t’ontfanen Verlij en beleening van drie morgen Bouwland nu Weide genaamd Juffer Palmers Land of Hoogmaate, geleegen in de hooge heerlijkheid Marsch Leenroerig aan den hoogadelijken Huijze Lheede, waarnaast geland oostwaarts de Erfgenaamen van Juffrouw Menso, west de erfgenaamen van Jan van Ochten, zuyden de Kerk van Rheenen en noorden de Ergenaamen zelve of wie met regt daar aan geland mogte zijn zijnde een onversterfelijk Erfleen van gemelde hooge Heerlijkheeden Lheede en Oudenwaart op hem Constituant als oúdste zoon en Lheenvolger gedevolveert door het overlijden van zijne moeder wijlen Mejufvrouw Agatha Ambergen wede wijlen de Heer Cornelis Menso tot Kesteren op den 3. Julij deezes jaars 1794 overleeden, dienvolgende in zijn Constituants naam Hulde en Manschap te doen en te presteeren het geen gerequireerd wordt voorts om daer mede verleijd en beleent zijnde in zijn Constituants Naam te verzoeken om van die gemelde drie Morgen Bouland nu Weijde weederom afstand te mogen doen ten behoeve van Jan Fintelman woonagtig te Kesteren, welke voornoemde Lheen Parceel van hem Constituant heeft aangekocht op den 4 Septbr. deezes jaars 1794 voor eene somma van vijf honderd Guldens Hollands, en voorts alles te presteeren ’t geen hij Constituant zelfs present zijnde, zoude konnen of moogen doen en na Stijle en usantie van den Lheenhove eenigsints zoude mogen worden vereijscht Beloovende hij Constituant voor goed, vast en van waarde te houden al t’ geen bij zijn voornoemde geconstitueerde daarinne gedaan zal worden, onder verband als na Regten.
Aldus gedaan en gepasseerd ten overstaan van de Heer Joannes de Groot en Joannes van der Vennen en woonderen alhier die neffens den Constituant en mij Notaris deeze eijgenhandig hebben beteekend. Reek dato ut supra
M:J: Menso
JDGroot
Joan van der Venne
G:J:D: Peters
Notar: publis:”