Home » Betuwse streekgeschiedenis » Akte van magescheid (1695) tussen Gerard Holl, echtgenoot van Grietje Meertens, en zijn zoon uit het eerste huwelijk, Adriaen Holl

Akte van magescheid (1695) tussen Gerard Holl, echtgenoot van Grietje Meertens, en zijn zoon uit het eerste huwelijk, Adriaen Holl

In de archieven van de (hoge) gerechtsbanken van Zoelen en Kesteren in het ambt Neder-Betuwe 1476-1811 komt een akte van magescheid voor tussen Gerard Holl, echtgenoot van Grietje Meertens, en zijn zoon uit het eerste huwelijk met Toontje Everts, Adriaen Holl. Het gaat om een stuk land van acht hondt in de Hooge Waard.1

De transcriptie luidt:

“Is tússen Gerard Holl geweesene weedúwenaer van Toontjen Everts nú weeder hertroúwt aen Grietjen Meertens tegenwoordigh Eghtelúijden ter eenre, en de Adriaen Holl een, voorsoon van gemelte Gerrit Holl in Ehestant bij gemelte Thoontje Evers geprocreert ter ander sijde, een vriendelijck akkoord en Maachgescheijdt opgerigt en beslooten als dat Adriaen Holl, weegens sijn voorse Zalr Moeders erf en versterfenis erffelijck sal hebben en behoúden, ongeveer agt hondt Boúwlant geleegen op de Hooge Weert onder den kerspel van Nederbetúwe, daer oostwaarts naest is gelant de Wed: van Jan van Bergh, zúijden de Heer van den Schuijlenburgh, westen de diaconije tot Wageningen, ende Noorden den Heere van Schúijlenburg voornt, waer teegens gemelte Eghteluijden behoúden alle gereede en ongereede goederen in en úijt staende schúlden, actien ende crediten geene úijt gesondert, als gemelte Holl in Ehe stant met gemelte Thoontjen Everts beseten en deselvige met den doot ontrúijmt en Naergelaaten heeft, en tegen woordigh in het tweede hoúwelijck met gemelte Grietjen Meertens is besatende, onder conditie en akkoord, dat naa doot en overleijden van gemelte Gerard Holl ende Grietjen Meertens egtelúijden den voorsr Adriaan Holl, neffens sijne halve Broeders ende Sústers als gemelte Egtelij met den anderen tegenwoordigh in Ehe stant hebbene geprocreert, sal Schijden en deijlen alle sodane reede en ongereede goederen úijt en in staende schúlden, actien en Crediten; geene úijt gesondert als voorsr Egtelúijden moogen koomen Naer te laaten even en soo eengelijck ofte het geheele broeders en susters van een vader en moeders sijede Moghte weesen en waeren geweest, alles na verbant van reghten, ende sonder eenigh arg ofte list, is dese bij voorsr parthijen neffens getúijgen beteekent op den 23 Nov: 1695, en was geteekent, G:Holl, Grietjen Meertens, Adriaen Holl, Albert Woúterse als getúijge, Deese Letters PMB heeft Peter Meertense van Beeck als getúijgen met sijn eijgen handt geseth.”

Voetnoten

  1. 1514 Archieven van de (hoge) gerechtsbanken van Zoelen en Kesteren in het ambt Neder-Betuwe 1476-1811, 3 Vrijwillige Rechtspraak, 3.1 Protokollen van bezwaar, 3.1.3. Protokollen van 1660-1811, 246 Protocol van bezwaar van Kesteren 1660-1739, scan 117-118. Te raadplegen via de website van het Regionaal Archief Rivierenland: www.rarivierenland.nl.