Home » Genealogie » Akte van Koop en Verkoop van ‘een huijzinge, erve en grond, kelder en kluijsen met een thuijntje daar agter’ te Utrecht door Cornelis van Maanen (?-1794)

Akte van Koop en Verkoop van ‘een huijzinge, erve en grond, kelder en kluijsen met een thuijntje daar agter’ te Utrecht door Cornelis van Maanen (?-1794)

In het Utrechts Archief wordt een akte van koop en verkoop bewaard van ‘een huijzinge, erve en grond, kelder en kluijsen met een thuijntje daar agter’ te Utrecht door Cornelis van Maanen (?-1794). De verkoop gebeurde ná het overlijden van zijn tweede vrouw Cornelia van Meerten (1739-1780). Het huis werd verkocht aan Cornelia Kortendijk.1

De transcriptie luidt:

“Op heeden den 24e Maij 1781 Compareerden voor mij Simon Theodorús Gaúkes Notaris voor den Ed: Hove van Utrecht Jr in presentie van de nagenoemde Getúijgen ~

De Heer Cornelis van Maanen laatste wedúwenaar van wijlen Júffroúw Cornelia van Meerten, zoo voor zich zelve en als eenige en universeele Erfgenaam van evengenoemde zijne overledene Húijsvroúw ingevolge Contract antenúptiaal den 3e. Aúgústús des Jaars 1780 voor mij Notaris en Getúijgen binnen deeze stad gepesseert, ten eene zeijde.

En Mejuffroúw Cornelia Kortendijk ten andere zeijde, woonende de Comparanten binnen deeze stad, zeijnde aan mij Notaris bekend.

Ende verklaarde den Comprt: ten eene zeijde verkogt en de Comprte: ter andere zeijde van denzelven gekogt te hebben ende in koop, aan te neemen. Een Húijzinge, Erve en grond, Kelder en Klúijsen met een Thúijntje daar agter, staande en geleegen binnen deeze stad aan de Nieúwe gragt in de Búert van de Regenboogh nabij de Múntstraat, daar eertijds de Heer Gúillot Zúijdwaards en Hr: Belder Noordwaards naastgehúijst en geerfe zijn, ofte wie als nú met recht, daar naast geleegen mogte weezen en dit met alle het geene in dezelve Húijzinge aard en Nagelvast is, en voorts met Zodanige Geregtigheeden, vrijdommen, en Servitúeten als daar toe en aan tam active qúam passiven specteeren, op den laste alleen van ’s Heeren ordinairis schattingen en ongelden daar Jaarlijks úijtgaande; En dit voor en om de somma van Een Dúijzend vijf Honderd en vijftig Gúldens, eens geld voor de Koperse, zúlks den XL Penning met den 1½ pr. Ct. verhooging, het opstellen en schrijven dezer Koopconditien met den copij en afschrift van dien, het Transport en doen van het zelve, met den zegels leges en alle andere off verdere daar aan dependeerende onkosten geene van dien úijtgezonderd alleen en voor het geheel bij den verkooper zúllen moeten worden gelast en betaald Te betaalen de voorsz: beloofde Kooppenningen aan handen van den Verkooper in twee termijnen in goed gross zilver geld, geen mindere specie dan Lesthalven, zonder schellingen, heele, halve off qúart Rijksdaalders, alsse de eenen halfte ter somma van zeeven Honderd en vijf en Sventigh Gúldens bij het Passeeren dezer, bekkennende den verkooper denzelve eerste termijn úijt handen van de Koperse ontvangen te hebben dezelve mitsdien in zoo verre qúiteerende bij deeze; En zal den tweede termijn ter gelijke somma van zeeven Honderd en vijf en seventig Gúldens door de Kooperse moeten werden betaald haaden over twee maanden, na voldoeninge van welke tweede en laatste termeijn Kooppenningen, zal aan de Koperse werden gedaan behoorlijk Transport en opdragt van het voorsz: gekogte met overlevering van alle zodanige brieven en beschijden als van het verkogte roerende en spreekende als meede voorhanden en onder den verkooper berústende zijn waar meede de Koperse genoegen zal moeten neemen, en voorts met belofte van vrijwaaringe als recht en alhier gebrúijkelijk is op den last als voorz:

Tot het doen van welk evengemeld Transport verklaarde den Verkooper te Constitúeeren en magtig te maken den Notaris Cornelis Arnoldus Dúker.

De Koperse werd verstaan in de betaalingen van de Lasten en ’s Heeren ongelden getreeden te zijn met Paasschen van deezen Jaare 1781. En zal haar voorsz: gekogte Húijzinge kúnnen aanvaarden met Primo Aúgústús eerstkoomende; egter Staat dezelve Húijzinge van nú aan ten haaren schaaden en pericúlen.

Tot voldoeninge en Nakoominge van het geene voorsz: staat, verklaarde de respective Comparante te verbinden húnne Persoonen en goederen, dezelve stellende ten bedwang en Executie van alle Heeren, Hoven, Rechteren en Gerechten, en Specialijk den Ed: Hove dezer Provincie en Ed. Achtb: Gerechte dezer stad, en omme deeze aldaar des nood en ten alle tijden nader en Gerechtelijk te doen rectereeren, renoveeren en bekennen, mitsgaders de Koperse ten behoeve van den Verkoper in den Inhoúde dezer Vrijwillig te doen en Laaten Condemneeren, verklaarden de Kooperse daar toe onwederroepelijk te Constitúeeren en magtig te maaken Bernardús Slúijterman Procúreúr voor den voorsz: Ed: Hove en Zeger Coenraad van Leenen Procúreúr voor Welgem: Ed: Achtb: Gerechte, en de verdere Procúreúrs aldaar in der tijd respectivelijk postúleerende, te zaamen, en ieder van hen in het bisonder belovende de rato.

Verzoekende de comparanten hier van deeze acte.

Aldus gepasseert binnen Utrecht ter presentie van Willem Hendrikús Gaúkes en Willem Geijsbert Gerlach als getúijgen.

C: van Maanen

C: Kortendijk

W:H: Gaukes

W:G: Gerlach

S: Theods. Gaúkes

In de kantlijn staat: “gros op 6 St: zag: uijtgelegdt”.

Voetnoten

  1. Bron: https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mizig=199&miadt=39&miaet=54&micode=34-4.2305&minr=27867850&miview=ldt. Scan 673-676.