In het Utrechts Archief worden de akte van huwelijkse voorwaarden bewaard van Louisa Henriette van Wijhe en Willem Quarles de Quarles. Met dank aan de medewerkers en vrijwilligers van dit archief is deze akte gedigitaliseerd. Hieronder volgt een transcriptie van het betaalbewijs en de akte zelf.1



De transcriptie van het betaalbewijs luidt:
“Ik ondergesr: mij zúllende begeven ten húijwelijken staete Louisa Hanrietta Baronesse van Wijhe ende ten opsigte van het middel op het Troúwen geëmaneert, volgens den inhoúde vande ordonnantie daar van zijnde, gehoorende onder de Classis van Dertigh Gúldens, verclaere mij dien conform aan te geven, om vervolgens het voorschreeve Regt te voldoen: Gedaan den 9 Júlij 1757.
W B V Quarles
Ontfangen bij mij onderschreeve secretaris van Voorbúrgh, de bovengemelte Dertig Gúlden: Dato als Boven.
M.Vos clercq”
De transcriptie van de huwelijkse voorwaarden luidt:
“Op heden dato ondergeschreve is túschen den Hoog Welgeboore Heer Willem Baron van Qúarles Brúijdegom geassisteert met den Hoog Welgeboore Heer Steven Baron van Delen, beschreven in de Ridderschap des Qúartiers van Nijmegen, Ampts=Jonker en Heijmraad in Nederbetúwe s.s.s. en den Hoog Welgeboore Heer Carl Lodewijk Baron Paignier, Heere van Karmesteijn, schepen der stad Thiel s.s.s. bij absentie van Bloedvrienden als versogte Dedings=vrienden ter Eenre, Ende de Hoog Welgeboore Freúlijn Loúisa Henriette Baronnesse van Wijhe Brúijd tot haren Momboir hier toe versogt hebbende den Advocat Christian Schad en geassisteert met den Hoog Welgeboore Heer Nicolaas Hans Willem Baron van Deelen Heere van Drúten en den Lakenbúrg, beschreven in de Ridderschap des Welgedagte Qúartiers, Ampts=Jonker en Heijmraad in het Ampt van tússchen Maas ende Waal s.s.s. en den Hoog Welgebore Heer de Heer Baron W.J.F. van Dopff Adjúdant Generaal van Haar Koninglijke Hoogheid en Collonel van d’ Infanterij s.s.s. als verwanten ter anderen zijde opgerigt, gededingt ende gesloten een Contractante núptiaal in volgende maniere.
Dat namentlijk die Hooggemelte toekomende Conthoralen tot steún en onderstand van dit húwelijk wedersijts aanbrengen alle sodane gerede en ongerede goederen Soo Leen als Allodiaal, actien, effecten en crediten, egeene van Deselve úijtgesondert, als Deselve t’hans sijn hebbende en possiderende.
Dat van die aangebragte goedere stante matrimonis bij ijder eene nette staat en Specificatie Sal worden gemaakt en betekent welke Staten en Specificatien van Zodanigen kragt en waarde súllen gehoúden worden, als of deselve van woord tot woord in dit antenúptiale Contract gesteld, ingelijft ende úijtgedrúkt waren.
Ende is voorts expresselijk geconditioneert, dat van die aangebragte goederen de gemeenschap sal sijn úijtgesloten, als mede van de goederen, Soo d’Een of d’andere staande hoúwlijk mogten aan versterven.
Dat winst ende verlos Staande Húwelijk te vallen alleen sal gemeen Sijn, dog Ervenissen ende verstervenissen onder geene winste gerekend worden.
Verder is bedongen en bevoorwaart, dat ingevalle de Hooggedagte Conthoralen, of Een van Haar beijde deser wereld qúamen te overlijden, Sonder kind of kinderen aan den anderen verwekt, natelaten /: het welk God genadig wil verhoeden! :/ de goederen ten beijde zijden aangebragt, midtsgaders de stante matrimonis aan te Ervene goederen wederom Súllen gaan, keeren en devolveren aan die zijde, van waer Deselve aangebragt en aan verstorven Sijn, indien daar van bij Testamenten niet anders wierd gedisponeert.
Zijnde wijders geconditioneert en gestipúleert, dat hooggemelte Conthoralen, sijn of haar Leven Lange gedúrende in Lijftogt ten togtregten /: of in eijgendom als nader bij Testamenten mogt goed gevonden worden :/ Súllen profiteren, genieten ende besitten alle de goederen Soo gerede als ongerede, actien, effecten en crediten, Húijs=raad en Imboedel, egeene van alle Exemt of úijtgesondert, en wel tot Lheen en Qijtsche goederen inclúijs, welke d’Eerst aflijvige met ‘er dood ontrúijmen sal: maakende ende besprekende alsoo wel úijtdrúkkelijk den Een den anderen mits deser reciprocé de Togt in alle haare goederen.
En is mede bescheijden, dat indien het qúame te gebeúren, dat den Heer Brúijdegom voor de Freúlijn Brúid te eeniger tijd qúame aftesterven Sonder kind of kinderen van Haar beijde verwekt in leven na te laten, oft Soo wanneer Deselve é geene kinderen bij elkanderen hebben gewonnen, de Feúlijn Brúijd úit des Heere Brúijdegoms natelatene goederen voor een Doúarie Sal hebben en profiteren eene Somma van Tiendúijsend gúldens Hollands, en de Freúlijn Brúijd komende aftesterven, dat als dan in cas als voorsch: den Heer Brúijdegom úit des Frailijns goederen sal profiteren eene gelijke Somma van Tiendúijsend gúldens.
Eijdelijk is úijtdrúkkelijk bedongen en willen de Hooggemelte Conthoralen Sig bij desen voor behoúden hebben, dat zij Staande Húwelijk malkanderen verder Súllen mogen geven en begiftigen Selfs tot eene somma van driemaal honderd dúijsend gúldens toe, ofte de waarde van dien.
Alle welk conditien en voorwaarden de Hoog Welgeborene Parthijen Contractanten malkanderen beloven te agtervolgen ende kragt te Súllen laten gewinnen onder den verbande en renúntiatie als na regten. In oirconde der waarheid Sijn hier van twee Eenslúijdende Instrúmenten gemaakt /: waar van het Eene geschreven is op een besegelt papier van sestien gúldens :/ en bij Hoog gedagten Heer Brúijdegom en Freúlijn Brúijd ende Derselven Dedings=vrienden en verwanten eijgenhandig betekent ende met hare aangebore Pritzieren bekragtigt. Geschied ten Húijse van de Frailijn Brúijd binnen de Stad Thiel den twintigsten Júlij 17C Seven en vijftig.
W:B:V:Quarles L:H:V:Wijhe
S:V:Delen NHWvanDelen
C:L: De Pagniet G:deDopff
Christ:Schad.”