Home » Filosofie » Hebben filosofen opnieuw oog gekregen voor het christelijke denken? – Bespreking van ‘God, Naar een andere filosofie’

Hebben filosofen opnieuw oog gekregen voor het christelijke denken? – Bespreking van ‘God, Naar een andere filosofie’

Wie denkt dat filosofie de vijand van theologie is, zal dit boek als een verrassing ervaren. Die vijandigheid is er zeker geweest, maar de laatste decennia is duidelijk sprake van een kentering. Dat heeft ermee te maken dat men volwassener geworden is: enerzijds is het platte antiklerikalisme uitgewerkt en daarnaast is men zich ervan bewust gewordend at de wereld wel erg leeg en kaal is geworden. Rationalisme en empirisme hebben hun triomfen gevierd, maar hebben ons ook geestelijk arm gemaakt. Er is meer oog gekomen voor het geheim van ons bestaan.

Erik Meganck (1962), Vlaams filosoof en werkzaam aan verschillende instituten, wil in zijn filosofie het denken over God een vruchtbare plaats geven. “Daarom voel ik me gerechtvaardigd om het christendom op te voeren als een afkomst (bron) van de huidige filosofie”, schrijft hij. De kern van het boek is dat de technowetenschap ons kennen van de werkelijkheid ontnomen heeft. Ze heeft de werkelijkheid plat gemaakt. Bovendien heeft de technowetenschap haar belofte niet waargemaakt dat zij de mensheid emancipeert. Technowetenschap – Meganck gebruikt bij voorkeur die term – lost onze problemen niet op, maar is juist de oorzaak van de hedendaagse problematiek zoals de uitbuiting van de schepping. Het optimisme is omgeslagen in deceptie en onzekerheid.

Omslag

Veel filosofen hebben opnieuw oog gekregen voor de rijkdommen van het christelijke denken zonder dat men dogmatisch christendom wil aanhangen. Deze omslag vond onder meer plaats bij Levinas, Lyotard, Agamben en Marion. Maar de Nijmeegse filosoof Gert-Jan van der Heiden kan hier ook aan toegevoegd worden. Hij schreef over Paulus onder de filosofen. Wat er speelt, is precies weergegeven in de titel van een boek van filosoof Patrick Chatelion Counet: Het absurde universum. Hoe wetenschap stukloopt op de ongrijpbare werkelijkheid. De wetenschap is een macht geworden die de werkelijkheid beperkt tot wat zij ziet, waarneemt en vervolgens beheerst of manipuleert.

Lange tijd overheerste het optimisme: de wetenschap bood de garantie van vooruitgang. Er hing een religieuze glans om de wetenschap. Dezelfde wetenschap laat ons echter in de steek, waardoor er grote onzekerheid is ontstaan. De technowetenschap heeft zich tegen zichzelf gekeerd en dat is op een aangrijpende wijze zichtbaar geworden in het kernwapen. Toch wordt tot op dit moment beweerd dat de wetenschap een van de pijlers van waarheid is, naast geloof en vertrouwen. De schepping is betrouwbaar, maar dat is niet hetzelfde als dat de wetenschap betrouwbaar is. De wetenschap manipuleert de werkelijkheid, met alle gevolgen van dien. Dat geldt de technowetenschap waar Meganck zijn pijlen op richt, maar het geldt nog sterker voor menswetenschappen die al decennialang gedomineerd worden door ideologieën.

Crisis

“In onze huidige cultuur is alleen wetenschappelijk-technisch denken van expliciete legitimatie ontslagen”, stelt Meganck Dat is een kernzin in dit boek. Wetenschap ontwikkelt haar eigen criteria die niet beoordeeld worden op hun uitgangspunten, maar alleen op het punt van het resultaat dat zij boeken, of, zoals Meganck schrijft: “of het werkt”. Hij vervolgt zijn betoog met een constatering dat het uitgangspunt ‘of het werk’ de wereld tegen een grens aan heeft geduwd. “De wereld is nu crisis”. Niet: in crisis, maar zij is crisis.

Meganck laat zien – net als veel andere denkers, zoals Charles Taylor – dat de metafysica van de moderniteit de kern van het probleem is. Deze metafysica sluit God buiten deze wereld. Ónze werkelijkheid is het één en al. Anders gezegd: de werkelijkheid verwijst alleen naar zichzelf. Niet naar wat buiten of boven haar is. De werkelijkheid valt met zichzelf samen en dat is de vernietiging van de hoop. Meganck schreef weliswaar geen theologisch boek, maar wel een boek dat inzicht geeft.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Prosman, A.A.A., 2026, Boekbesprekingen, De Waarheidsvriend 114 (30/31): 15.