De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan behoort tot de bekendste verhalen uit de Bijbel. Maar wat gebeurt er eigenlijk precies wanneer de Samaritaan de gewonde man helpt? Arts Alie Hoek laat zien dat deze hulp verrassend veel overeenkomsten vertoont met moderne medische zorg.

De parabel van de barmhartige Samaritaan (Luk. 10:30-35) is een van de bekendste gelijkenissen. Een man is op weg van Jeruzalem naar Jericho en wordt overvallen door rovers die hem mishandelen en halfdood achterlaten. Hij heeft dringend hulp nodig.
Eerst komt er een priester en vervolgens een leviet voorbij. Van beide mensen verwacht de gewonde man hulp. Maar als zij hem zien liggen, gaan ze snel aan de overkant van de weg voorbij, met een grote boog om het slachtoffer heen. Dan komt er een Samaritaan langs, een vertegenwoordiger van een bevolkingsgroep waarmee de Joden op gespannen voet leefden en waarop werd neergekeken. Wanneer deze de gewonde man ziet liggen, wordt hij met innerlijke ontferming bewogen en begint direct hulp te bieden. Niet op een afstandelijke manier omdat het nu eenmaal moet, maar vanuit zijn hart.
In vers 34 en 35 lezen we waaruit die hulp bestaat: “En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.” Op deze manier ontvangt de gewonde man complete zorg. Laten we dat eens nader bekijken.
EHBO
Vers 34a: “En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op.” De Samaritaan behandelt eerst de man ter plekke. Dat gebeurt tegenwoordig ook. Als er een ongeluk plaatsvindt, wordt het slachtoffer niet meteen van de straat gehaald en direct meegenomen in de ambulance.
Dat gebeurde vroeger wel om iemand zo snel mogelijk in het ziekenhuis te krijgen. Hier is men echter van teruggekomen. Eerst wordt het slachtoffer op de plaats van het ongeval zo veel mogelijk geholpen en gestabiliseerd, zodat het slachtoffer onderweg niet verder achteruitgaat. Als er bijvoorbeeld een bloeding is, wordt er meteen een infuus geplaatst en wordt de bloeding zo veel mogelijk gestelpt. Of als er schade aan de nek lijkt te zijn, krijgt de patiënt een nekkraag, zodat het letsel niet verergert en er geen dwarslaesie ontstaat.
We lezen dat de wonden van het slachtoffer worden verbonden en dat er olie en wijn op worden gegoten. Eigenlijk moet je dat andersom lezen. Je gaat immers niet eerst wonden verbinden en er daarna pas olie en wijn op gieten. Er zal eerst wijn in de wonden zijn gegoten. In wijn zit immers alcohol, en dat ontsmet. Daarna zal er olie zijn aangebracht. Die man zal ongetwijfeld schaafwonden hebben gehad, en olie werkt verzachtend. Pas daarna worden de wonden verbonden. De Samaritaan zal geen EHBO-koffer bij zich hebben gehad, maar hij gebruikte alles wat hij bij zich had.
In het Grieks, de grondtaal van het Nieuwe Testament, wordt datgene wat je het eerst ziet ook als eerste genoemd. Zo zie je bij de gewonde man eerst het verband en pas daarna de olie en de wijn op de wonden. Vandaar dat het zo is beschreven.
Eigenlijk heeft de Samaritaan nu zijn plicht gedaan, zou je denken. Meer zou hij toch niet hoeven doen. Dit is al geweldig. Hij heeft immers zelf ook een programma af te werken, anders zou hij daar niet langsgekomen zijn. Je zou verwachten dat hij tegen de man iets zegt in de trant van: “Blijf nog maar even liggen of rustig zitten en probeer daarna weer op de been te komen en je reis te vervolgen.” Maar niets daarvan. De Samaritaan zet zijn hulpverlening voort.
Ambulance
Vers 34b: “Hij tilde hem op zijn eigen rijdier.” Hij regelt namelijk een soort ambulance en neemt hem mee. De Samaritaan tilt hem op zijn eigen rijdier en moet daardoor zelf naast het dier lopen.
Opname
Vers 34c: “Hij bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.” In Bijbelse tijden bestonden er nog geen ziekenhuizen. De ziekenhuizen van nu zijn ontstaan uit de herbergen en kloosters van vroeger. Mensen overnachtten daar om de volgende dag verder te reizen. Maar reizigers werden ook weleens ziek en verbleven dan langer in deze herbergen en kloosters. De eigenaars van de herbergen en bewoners van de kloosters kregen daardoor vanzelf enige ervaring in het verzorgen van zieken.
Later ontstonden hieruit de zogenaamde gasthuizen en nog later de ziekenhuizen. Nog niet zo lang geleden droegen ook in Nederland veel ziekenhuizen de naam gasthuis, zoals het Oude en Nieuwe Gasthuis in Delft. Dit droeg die naam van 1252 tot 1977 en was het oudste ziekenhuis van Nederland. In 1977 fuseerde het met twee andere Delftse ziekenhuizen en kreeg het de naam Reinier de Graaf Ziekenhuis. Door fusies is de naam gasthuis vrijwel verdwenen uit de ziekenhuiswereld. Toch zijn er nog enkele ziekenhuizen in Nederland die deze naam dragen, zoals het Spaarne Gasthuis in Haarlem en het Franciscus Gasthuis in Rotterdam.
Hij betaalt voor de opname
Vers 35a: “En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard.” De volgende dag moet de Samaritaan weer verder. Hij kan niet langer blijven en vervolgt terecht zijn reis. Een hulpverlener moet ook zijn grenzen kennen. Toch verliest hij zijn zieke naaste niet uit het oog. Hij gaat zelfs zo ver dat hij de waard betaalt voor de opname. Het slachtoffer zelf zal zeker geen geld meer bij zich hebben gehad, want hij was immers beroofd.
Hij houdt de regie
Vers 35b: “En hij zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.” Het bijzondere is dat de Samaritaan de regie en dus de verantwoordelijkheid blijft houden voor de zorg voor het slachtoffer. Eigenlijk zegt hij op een vriendelijke manier tussen de regels door dat hij zal controleren of er goede verzorging blijft worden gegeven. Als dat zo blijkt te zijn, zal hij de waard later uitbetalen.
De waard kan zich er dus niet met een Jantje-van-Leiden van afmaken door nauwelijks of helemaal niet voor het slachtoffer te zorgen. Dat laatste zegt de Samaritaan niet expliciet, want dat zou niet tactisch zijn en kwaad bloed kunnen zetten. Hij brengt zijn boodschap positief, maar deze laat geen ruimte voor misverstanden.
Meer dan eerste hulp
We zien dus dat de Samaritaan niet alleen directe hulp biedt na het ongeval, maar daarnaast verantwoordelijkheid blijft dragen voor het hele traject.
De boodschap van de gelijkenis draait om naastenliefde in de praktijk. Terecht is in de figuur van de Samaritaan een verwijzing gezien naar de Verteller van de gelijkenis zelf: Jezus. Treffend is hoe tot in detail wordt geschetst wat adequate hulpverlening inhoudt.
Drs. Alie Hoek-van Kooten schreef een boek met als titel ‘Medische Verrassingen in de Bijbel’. Het boek verscheen bij KokBoekencentrum. Drs. Hoek-vanKooten werd eerder ook geïnterviewd door CVandaag naar aanleiding van haar boek. Dit interview is hier te lezen.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.