Home » 2022 (Pagina 2)

Jaarlijks archief: 2022

Feedback & Vragen 2022: Commentaar op de presentatie van dr. Peter Borger – Wel of geen ‘big surprise’?

Vorige maand werd het congres ‘Bijbel & Wetenschap’ georganiseerd. Op dit congres sprak moleculair bioloog dr. Peter Borger. Zijn lezing had als titel: ‘Terug naar de oorsprong: over baranomen en soortvorming’. In deze lezing haalde Borger onderzoek naar de zandraket (A. thaliana) aan en het citaat ‘a big surprise’. Op de manier van aanhalen kwam via Twitter kritiek. Hieronder een reactie op de kritiek.1

Onderzoek naar het genoom van de zandraket (Arabidopsis thaliana) zorgt voor verrassende resultaten én een discussie via Twitter. Bron: Wikipedia.

De kritiek van drs. Bart Klink2 :

“Peter Borger heeft het vanaf ca. 25 minuten over onderzoek naar de zandraket en claimt de auteurs te citeren dat hun bevindingen ‘a big surprise!’ waren. Ik kan dat citaat alleen niet vinden in het artikel (…). Hoe zit dat Peter?”

Peter Borger gaf aan dat je dergelijke uitspraken nooit kunt vinden in het wetenschappelijk artikel. Hij gaf de referentie van het citaat echter niet, maar maande Bart Klink om verder te zoeken.

Drs. Bart Klink3:

“Een citaat is een letterlijke tekst uit je bron. Waarom staat die er niet in, zoals je claimt op je slide?”

En verder4:

“Ik wil erop kunnen vertrouwen dat als jij een onderzoek aanhaalt, dat daarin ook daadwerkelijk staat wat jij claimt dat erin staat. Dat is hier dus niet het geval. Wat vind jij van deze omgang met literatuur Jan van Meerten?”

In reactie hierop gaf ik aan dat ik niet bekend ben met het onderzoek naar de zandraket noch met alle interviews die de auteurs gedaan hebben naar aanleiding van dat onderzoek. Daarom kan ik er dus niets zinnigs over zeggen. Maar ik gaf aan de auteurs wel te kunnen mailen of het inderdaad ‘a big surprise’ was. Maar dat ik niet bij voorbaat in het beklaagdenbankje wil gaan zitten. Heb de auteurs uiteindelijk niet gemaild want, zo gaf ik aan, vind ik de vraag of de auteurs dit ‘a big surprise’ vinden niet zo spannend.

Repliek

De vraag bleef mij echter bezighouden en daarom heb ik kort verdiept in de herkomst van het citaat. Hieronder mijn reactie op de reactie van drs. Bart Klink. Op het congres gaf dr. Peter Borger twee voorbeelden van polyvalentie, namelijk verlies of verdubbeling van DNA. Het eerste voorbeeld was die van de zandraket (Arabidopsis thaliana). Borger gaf in de dia aan dat genetische analyse aantoonde dat elk tiende gen redundant is en verloren mag gaan. Daarmee was de voorouder van deze soorten genetisch veel rijker en complexer, niet eenvoudiger! Borger geeft op de dia in citaatvorm ‘A big surprise!’ weer. Bron voor de dia is een paper van Clark et al. in Science.5 Bart Klink doet voorkomen alsof de referentie naar de wetenschappelijke paper óók de bron is voor ‘a big surprise’. Hij is gaan zoeken op het citaat in de originele paper en vond dat niet. Dat klopt, het citaat staat ook niet in het Science-paper. Dit is conform wat Peter Borger via Twitter liet weten. Ik zie de referentie overigens ook meer als bron van de dia dan als bron van het citaat.

Dezelfde tekst kwam ik elders via Twitter op een andere dia van Borger tegen over deze zandraket.6 Hier stond nog een extra bron toegevoegd. Het is een link naar Phys.org. Het artikel draagt de titel ‘One species, many genomes’. In dit artikel vinden we de strekking van het citaat terug. Medeonderzoeker dr. Detlef Weigler geeft in het artikel het volgende aan: “That even in a minimal genome every tenth gene is dispensable, has been a great surprise.” Het artikel meldt daarnaast dat het ‘is surprising that Arabidopsis has such a plastic genome’ en ‘the results were surprising’.7 Een ander artikel op Phys.org met als titel ‘Charting ever-changing genomes’. We vinden daar wel het woord ‘surprising’ terug. Het is opnieuw dr. Weigel die via dit artikel het volgende aangeeft: “We found that one out of 10 genes is very different. This plasticity is truly surprising for a genome that’s very streamlined and unlike bigger genomes doesn’t contain a lot of junk DNA.”8 Via Google zocht ik verder naar het originele citaat. Ik kwam erachter dat Arabidopsis zelfs een eigen website heeft (TAIR). TAIR staat voor The Arabidopsis Information Resource. Onder het artikel ‘Policy Statement on Arabidopsis thaliana Reference Sequence’ is een reactie van dezelfde dr. Weigel te vinden. Op 25 november 2008 schrijft dr. Weigel: “While whole-genome sequencing of EMS mutants to identify causal mutations does work (we are three for three so far), a big surprise has been the number of mutations, either spontaneous or left over from previous rounds of mutagenesis. Starting with a single individual of CS70000 would be a good strategy for any mutant screen, but even then, be aware that individual, not mutagenized lines will undoubtedly have mutations that distinguish them from the canonical CS70000 sequence, which will be the average from many individuals.9

A great surprise’, ‘a big surprise’ en ‘surprising’ geeft de strekking van het citaat en het letterlijke citaat. De uitkomsten bleken voor de onderzoekers verrassend. Interessant? Nee, eigenlijk niet. Relevant? Nee, eigenlijk ook niet. In spreekwoordenland zou ik dit ‘spijkers op laag water zoeken’ noemen. Allereerst geeft dr. Borger in zijn dia niet aan dat het citaat ook uit het originele paper komt. Ten tweede komt het citaat of de strekking van het citaat verschillende malen voor in de populair-wetenschappelijke artikelen over het onderzoek. Ten derde is het voor mij niet zo interessant of een auteur de uitkomst wel of geen ‘big surprise’ vindt. Het onderzoek naar de zandraket (Arabidopsis thaliana) is daarentegen wel interessant en met dank aan dr. Borger weet ik er weer wat meer van.

Voetnoten

‘Wonderlijke ontmoetingen en dito uitreddingen’ – Bespreking ‘Gedenkstenen’

In de Bijbel lezen we dat God vraagt gedenkstenen op te richten om zo de grote daden van de Heere niet te vergeten en Hem alleen de eer te geven. In Gedenkstenen brengt Kees van Helden dit in praktijk.

Samen met zijn vrouw Anne-Mieke was Van Helden zestien jaar lang betrokken bij het werk voor stichting Schreeuw om Leven. Eerst als vrijwilliger, later als directeur. In Gedenkstenen blikt hij terug op deze bijzondere periode in zijn leven, waarin hij heeft ervaren dat God grote dingen deed. Regelmatig mocht hij zien hoe helend het Evangelie van Jezus Christus is en hoe God ingrijpt in mensenlevens.

Wanneer er sprake was van felle tegenstand, werden soms wegen gebaand; als er een rekening moest worden betaald terwijl er geen geld was, kwam er soms zomaar uitkomst. Ontroerend zijn de getuigenissen van ongewenst zwangere vrouwen die, ondanks de weerstand, ervoor kozen om hun kindje te houden en daarbij de hulp kregen die nodig was. In dit boek krijgen ruim veertig persoonlijke herinneringen een plaats. Ze schetsen wonderlijke ontmoetingen en dito uitreddingen. Het gaat onder andere over: het verspreiden van een huis-aan-huis-folder, een sponsorplan, een spreekbeurt, wakers en een hulpverlenersbus, de jaarlijkse ‘Mars voor het Leven’, bidden om een auto en een huilende smiley.

De auteur neemt de lezer gemakkelijk mee in de wereld van het ongeboren leven, van moeders in nood en van jongeren die vastlopen op moreel gebied. Doordat het persoonlijke herinneringen zijn, is de tekst meestal geschreven in de ik- en wij-vorm. De hoofdstukken zijn kort en los van elkaar te lezen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de GezinsGids. De volledige bronvermelding luidt: Bruin-Palland, D. de, 2022, Persoonlijke herinneringen. Gedenkstenen, GezinsGids 75 (8): 73.

Global Flood and Flood Geology – Dr. Leonard Brand sprak op het congres ‘Geloof jij het?’ (2013)

Op 5 september 2013 sprak dr. Leonard Brand in Assen voor de congressenserie ‘Geloof jij het?‘ (2013). De titel van zijn eerste lezing was ‘Global Flood and Flood Geology‘. De eerste lezing van dr. Leonard Brand is hier te bekijken. Met dank aan Geloofstoerusting is deze video opgenomen en kunnen wij die hieronder delen.

Paleontology from a Biblical Worldview – Dr. Leonard Brand sprak op het congres ‘Geloof jij het?’ (2013)

Op 5 september 2013 sprak dr. Leonard Brand in Assen voor de congressenserie ‘Geloof jij het?‘ (2013). De titel van zijn eerste lezing was ‘Paleontology from a Biblical Worldview‘. De tweede lezing van dr. Leonard Brand is hier te bekijken. Met dank aan Geloofstoerusting is deze video opgenomen en kunnen wij die hieronder delen.

Bij de schepping waren geen wetenschappers – Voorzichtig zijn om het gelijk van de Bijbel aan te tonen met theorie

Kan een christen in onze tijd nog geloven in het scheppingsverhaal, in engelen, in wonderen, in een levende God? Of heeft de moderne wetenschap zulke naïeve gedachten weerlegd? Het debat over het ontstaan van de werkelijkheid is vaak afgeschilderd als een debat tussen de wetenschap en de religie, waar de wetenschap feitelijk, redelijk en objectief is, terwijl religie fantastisch, onredelijk en subjectief is. Het is dan niet verrassend dat de religie meestal toegeeft aan de wetenschap.

Maar is alle wetenschap feitelijk, redelijk en objectief? Kan het bewezen worden dat alle wetenschappelijke beweringen waar zijn? Het antwoord is: Nee. In de wetenschap moeten we onderscheid maken tussen de wetenschappelijke gegevens zoals die in een laboratorium waargenomen worden en theorieën die de gegevens proberen te verklaren en door te trekken naar het verleden of de toekomst.

De waarnemingen zelf kunnen we min of meer als feitelijk beschouwen. Maar dat gaat niet op voor theorieën. Veel verschillende theorieën kunnen dezelfde waarneming verklaren. We zitten dus met de vraag: Hoe kunnen we, gezien de grote keuze aan theorieën, de juiste theorie vinden?

Naturalisme

Het is onmogelijk om een theorie beslissend te bewijzen. Vandaag kan een theorie kloppen, maar er kan morgen altijd iets gebeuren dat de theorie tegenspreekt. Denk aan de mechanica van Newton, die door Einsteins relativiteitstheorie is onttroond. Maar het is aan de andere kant ook heel moeilijk om een theorie beslissend te weerleggen.

De wetenschap heeft geen objectieve middelen waarbij we de ware theorieën van de onware kunnen onderscheiden. Hier moeten we terugvallen op buitenwetenschappelijke overwegingen. Tenslotte maken en kiezen wetenschappers theorieën die het best passen bij hun wereldbeschouwing.

De veronderstellingen van onze wereldbeschouwing wijzen op ons fundamentele denken over God, mens en wereld. Die veronderstellingen kleuren alles wat we denken en doen en hoe we alles verklaren. Tegenwoordig is het naturalisme de heersende wereldbeschouwing onder wetenschappers. Het naturalisme veronderstelt dat alles in de wereld verklaart kan worden zonder verwijzing naar een bovennatuurlijke God.

De meeste naturalisten zijn materialisten. Het materialisme is de opvatting dat alles -zelfs bewustzijn en geest- een vorm van materie is. De mens is slechts een toevallig geëvolueerde, ingewikkelde machine, zonder ziel. Als hij sterft gaat hij dood en dan is het met hem gedaan. Er zijn alleen maar fysieke oorzaken; er is geen plaats voor goddelijke openbaring. Geloof is slechts een illusie die door zenuwcellen wordt veroorzaakt.

Toch is ook het naturalisme gebaseerd op een geloof. Zelfs de materialistische bioloog aan de Harvard Universiteit Richard Lewontin geeft dat toe. Hij schrijft: “We kiezen de zijde van (materialistische) wetenschap -ondanks de overduidelijke absurditeit van sommige van haar denbeelden, ondanks de vele onbewezen, keurige verhalen- omdat we ons a priori aan materiële oorzaken vasthouden. (…) Het materialisme is onbetwistbaar, want we kunnen geen goddelijke voet tussen de deur hebben.”

Christelijke visie

De kern van een christelijke wereldbeschouwing daarentegen is het geloof in een soevereine, alwetende, persoonlijke God. De ultieme waarheid is niet materie, maar geest. De Bijbel als het onfeilbare en gezaghebbende woord van God is de basis voor onze kennis en wijsheid.

Om de Bijbel eerlijk te lezen moeten we correcte exegetische principes toepassen. We moeten, waar mogelijk, de Schrift laten verklaren door de Schrift. Als we dit toepassen, zien we dat Genesis door de hele Bijbel als een historisch betrouwbaar verslag van het ontstaan van de werkelijkheid wordt gezien. Paulus schrijft bijvoorbeeld aan Timótheüs: “Want eerst is Adam geformeerd, daarna Eva.”

Dit is ook de meest directe uitleg van Genesis. Tot voor kort had de overgrote meerderheid van de christenen daarom de traditionele, historische interpretatie van Genesis aanvaard. Degenen die deze verwerpen, zijn meestal daartoe gebracht op grond van natuurwetenschappelijke overwegingen.

Maar bij het ontstaan van de wereld waren er geen wetenschappers aanwezig. Al onze wetenschappelijke feiten zijn kortgeleden waargenomen. Alle wetenschappelijke uitspraken over het verre verleden zijn dus gebaseerd op theorieën. God was echter wel aanwezig en wat Hij zegt, heeft minstens dezelfde waarde als onze waarnemingen. Wetenschappelijke conclusies moeten daarom in overeenstemming zijn met de Bijbel, evenals wetenschappelijke theorieën moeten stroken met onze waarnemingen.

Beperkt

Wat voor wetenschappelijke theorieën geldt, gaat ook op voor bijbelgetrouwe theorieën: Er zijn veel mogelijkheden. Welke theorie is de juiste? Dat weet God alleen. De Bijbel legt de nadruk op de beperkingen van menselijke kennis, vooral met betrekking tot het ontstaan der dingen. Buiten wat God heeft geopenbaard -door rechtstreekse waarneming en door Zijn woord- kunnen we alleen maar gissen.

Daarom moeten we voorzichtig zijn om een bepaalde theorie te handhaven en deze te gebruiken om het gelijk van de Bijbel aan te tonen. De betrouwbaarheid van de Bijbel moeten we niet laten afhangen van ons vermogen om de Bijbel op wetenschappelijk manier uit te leggen. Dan zouden we Gods Woord laten beoordelen door menselijke wetenschap.

De betrouwbaarheid van de Bijbel is echter niet onze conclusie door wetenschappelijk studie, maar ons uitgangspunt dat wetenschappelijk werk beoordeelt. Het hoofddoel is te bewijzen dat de wetenschappelijke gegevens de Bijbel niet tegenspreken. En daarvoor is het genoeg om te laten zien dat het mogelijk is om bijbelgetrouwe theorieën te ontwikkelen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Byl, J., 2005, Bij de schepping waren geen wetenschappers. Voorzichtig zijn om het gelijk van de Bijbel aan te tonen met theorie, Reformatorisch Dagblad 35 (164): 18 (artikel).

De zes scheppingsdagen waren dagen

De zes scheppingsdagen waren dagen. Of die dagen langer geduurd hebben dan nu, dat weten wij niet, maar het waren dagen.

Jaren geleden zei mijn hoogleraar Hebreeuws, bij wie ik toen studeerde, eens tegen mij dat het bijbelse scheppingsverhaal op geen enkele wijze te verenigen valt met evolutie. Nu rekende hij zichzelf zeker niet tot de orthodoxe christenen en geloofde hij zelf in de evolutietheorie. Maar hij was van mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is deze evolutietheorie af te wijzen. Daaraan moest ik denken toen ik de discussie in het Reformatorisch Dagblad rond Intelligent Design volgde. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk. Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

Aaneensluiten

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen. Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze “dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap, aldus Nico ter Linden in zijn “Het verhaal gaat”.

Draaiing

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen. Er wordt gesproken over dag en nacht en over “en het was avond, en het was morgen…” Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen “dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot “nacht”).

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het Nederlandse volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen). Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Siebesma, P.A., 2005, De zes scheppingsdagen waren dagen, Reformatorisch Dagblad 35 (164): 18 (artikel).

Promotiefilmpje van de tentoonstelling ‘In de ban van de Ararat’ in het Drents Museum (11 mei 2022 tot en met 30 oktober 2022)

Noot van de redactie: Van 11 mei 2022 tot en met 30 oktober 2022 was er in het Drents Museum een tentoonstelling te zien met als titel ‘In de ban van de Ararat‘ en met als ondertitel ‘Schatten uit het oude Armenië‘. Een informatieve tentoonstelling met ook oog voor Genesis. Jan van Meerten bracht namens Fundamentum een bezoek aan het museum en zal daar, als de Heere hem het leven en de gezondheid geeft, wat meer over schrijven op deze website. Hieronder wordt het promotiefilmpje voor de tentoonstelling weergegeven. Met dank aan het Drents Museum voor de informatieve tentoonstelling en het filmpje. In het promotiefilmpje wordt gesproken over ‘de vroegste bewoners een half miljoen jaar geleden’. Dit is de naturalistische tijdschaal. Vanuit Bijbels oogpunt klopt dat natuurlijk niet. De eerste bewoners zullen na de zondvloed in Armenië neergestreken zijn. Hoe lang dat precies geleden is weten we (nog) niet, maar dat is minstens 4.000 jaar geleden.

Teaser van de tentoonstelling ‘In de ban van de Ararat’ in het Drents Museum (11 mei 2022 tot en met 30 oktober 2022)

Noot van de redactie: Van 11 mei 2022 tot en met 30 oktober 2022 was er in het Drents Museum een tentoonstelling te zien met als titel ‘In de ban van de Ararat‘ en met als ondertitel ‘Schatten uit het oude Armenië‘. Een informatieve tentoonstelling met ook oog voor Genesis. Jan van Meerten bracht namens Fundamentum een bezoek aan het museum en zal daar, als de Heere hem het leven en de gezondheid geeft, wat meer over schrijven op deze website. Hieronder wordt de teaser voor de tentoonstelling weergegeven. Met dank aan het Drents Museum voor de informatieve tentoonstelling en het filmpje.

Rondom het congres 2022 (7): Alle lezingen nu ook als afzonderlijke video online

Sinds vrijdag zijn ook alle lezingen van het congres van 22 oktober 2022 afzonderlijk verschenen op ons YouTubekanaal en op deze website. Hieronder staan de lezingen in chronologische volgorde. Op het YouTube-kanaal vormen deze lezingen één playlist en iedere lezing bevat onder de video ook een kader met een ‘playlist’. Eveneens zijn de afzonderlijke lezingen ook als hyperlink toegevoegd in het programma op de pagina van de livestream. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Feedback kan gegeven worden via ons contactformulier.

Lezingen

1. Kees van HeldenOpening congres ‘Bijbel & Wetenschap’.
2. Dr. Benno ZuiddamDe rol van Schriftgezag in de Vroege Kerk.
3. Dr. Peter KorevaarOnze aarde – een speciale planeet voor leven en onderzoek.
4. Drs. Hans HoogerduijnRekolonisatie en de aardgeschiedenis: hoe de zondvloed en de roerige periode erna geschiedenis schrijven.
5. Dr. ir. Gert KemaDe rol van schimmels in Gods schepping.
6. Dr. Peter BorgerTerug naar de oorsprong: over baranomen en soortvorming.
7. Dr. ir. Gijsbert KorevaarScheppingsgeloof en rentmeesterschap: bijbelse waarden en zorg voor de schepping.
8. Kees van HeldenAfsluiting congres ‘Bijbel & Wetenschap’.
9. Dr. Todd WoodA creationist biosystematic method: The current status of baraminology.
10. Dr. Matthew McLainMammal-like reptiles: Synapsids and the evolution of mammals, a different view.

RUBRIEK 'RONDOM HET CONGRES 2022'
In de rubriek ‘Rondom het congres 2022‘ bespreken we feedback, vragen en gebeurtenissen rond het congres ‘Bijbel & Wetenschap‘ georganiseerd door Fundamentum, Geloofstoerusting en Logos Instituut en gehouden op 22 oktober 2022.

Feedback & Vragen 2022: Opmerking in artikel ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’?

Het artikel ‘Antwoord nodig op zogenaamde wetenschap‘ zorgt via Social Media voor veel ophef.1 Hoewel ik sommige zaken anders zou verwoorden was ik het eens met de strekking van het artikel: er moet wat gebeuren en graag wat dieper dan oppervlakkige afwijzing! In mijn ogen zijn de reacties op de genoemde maalstroom van boeken vaak niet in-depth of overtuigend genoeg. Verder zou het bestrijden van de opponent slechts een klein gedeelte van de schrijftijd moeten uitmaken, beter is om er sterkere en meer op Gods Woord gefundeerde boeken en artikelen tegenover te zetten. Verder hoeven we niet in een mineur te eindigen. Er is net zo’n lijst van (Nederlandstalige) boeken tegenover te zetten.2

Zoals gezegd: veel ophef. Zaterdag reageerde een, door mij niet bij name te noemen, predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) via mijn persoonlijke Facebook-pagina. Hij schreef:

“Dat is des te schrijnender als menselijke artikelen in één band worden gevoegd met het Goddelijke Boek…” Dat geldt dan dus ook voor de Kanttekeningen en de Bijbel met uitleg! Of is dit vileine geestelijke stemmingmakerij? En inhoudelijk wordt het niet.

Deze opmerking werd vaker gemaakt, ook via Twitter en LinkedIn. Hoewel ik niet de auteur van het artikel ben, wil ik er toch graag op reageren. Zouden de schrijvers met de gewraakte opmerking bedoelen dat er géén enkele kanttekeningen gemaakt mogen worden tussen de twee kaften van de Schrift? Dan zouden ze ook de Kanttekeningen bij de Statenvertaling en de Bijbel met Uitleg moeten verwerpen. Dat lijkt mij niet. Het hoofdstuk ‘Werkwijze en medewerkers’ van de ‘Bijbel met Uitleg’ laat zien dat dit niet het geval is. Zo bevat de lijst met ‘Theologische en taalkundige medewerkers’ ook twee auteurs van het genoemde artikel, namelijk: ds. S.T. Lagendijk en dr. P. de Vries.3 De opmerking lijkt dus niet te zijn gemaakt alsof er geen kanttekeningen gemaakt mogen worden bij de Schriftlezing. Is het dan dus toch ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’? Nee. De reageerders lezen het artikel niet goed en ik denk dat de auteurs een woordje zijn vergeten. De gewraakte zin begint met ‘<em>dat is des te schrijnend’. Wanneer is het des te schrijnender? Dat lezen we in de zin ervoor, namelijk dat ‘het doel is meer hoe de kerk zo veel mogelijk geaccepteerd wordt dan hoe God zo veel mogelijk geëerd wordt’. Kanttekeningen dus met als inhoud en doel dat de kerk zo veel mogelijk geaccepteerd in de wereld wordt, in plaats van dat God zo veel mogelijk geëerd wordt. Dit soort kanttekeningen bij het Goddelijke Woord is inderdaad als ‘vloeken in de kerk’. Dus niet alle kanttekeningen weren bij de Bijbel, maar dit soort kanttekeningen. Men kan discussiëren over de inhoudelijke geldigheid van deze bewering, het is in ieder geval geen ‘vileine geestelijke stemmingmakerij’. Ik lees in het artikel de oprechte overtuiging en zorg dat dergelijke kanttekeningen niet bij Gods Woord horen.4 De zin zou om meer misverstand te voorkomen beter geschreven worden als: ‘Dat is des te schrijnend als er dergelijke menselijke artikelen in één band worden gevoegd met het Goddelijke Boek‘.

De reageerder is het ook oneens met de ‘inhoudelijkheid’ van het artikel. Het artikel lees ik meer als oproep en het kenbaar maken van verontrusting dan als inhoudelijke filering van de aangehaalde boeken. Om dat goed en grondig te doen is veel meer nodig dan slechts één opiniestuk of recensie. Zelf heb ik gisteren het boek ‘Vuur dat nooit dooft‘ bijna uitgelezen. Een goede en uitgebreide inhoudelijk bespreking van dat boek vergt minstens een dubbel zo dik boek. Er komen zoveel ongenuanceerdheden en onjuistheden, maar ook lezenswaardige zaken, in voor, dat één klein artikel bij lange na niet volstaat. Dezelfde ervaring heb ik met bijvoorbeeld de genoemde boeken ‘En de aarde bracht voort‘ of ‘En God zag dat het goed was‘. Overigens is er dan de andere kant óók nauwelijks een zinnig gesprek daarover mogelijk. Door een niet bij name te noemen auteur van het laatstgenoemde boek werd bijzonder emotioneel en hautain gereageerd op tegenspraak. De deur werd dichtgegooid met een autoriteitsdrogreden (argumentum ad verecundiam): ik ben gepromoveerd in vakgebied ‘x’, hoe durf je!

Voetnoten