Home » Genealogie » Cessie en Transport van drie stukken land door de erfgenamen van Cornelis van Ingen aan de huijsarmen van Lienden

Cessie en Transport van drie stukken land door de erfgenamen van Cornelis van Ingen aan de huijsarmen van Lienden

In het Regionaal Archief Rivierenland worden de archieven van de (hoge) gerechtsbanken van Zoelen en Kesteren in het ambt Neder-Betuwe bewaard. Dit is een goudmijn voor genealogisch onderzoek. Deze archieven zijn overigens getranscribeerd en ondergebracht in de Osenvorenreeks die te raadplegen is in de studiezaal van de Historische Kring Kesteren en Omstreken te Ommeren. Nu gebruik ik de originele stukken. Deze komen uit het Protokol van bezwaar van de buurschappen Meerten en Aelst, behorende onder het kerspel Lienden, 1660-1811. Het betreft een belangrijk stuk van de kinderen en erfgenamen van Cornelis van Ingen (?-?).1

De transcriptie luidt:

“Compareerde voor de ondergeschreeve hier toe versogte Geerfde getúijgen des Ampts Neederbetúwe en van de hooge heerlijckheijt Lienden Jannetje van Brinck wede van Cornelis van Ingen Arij van Ingen en Cornelia van Maúrik Egtelúijden Cornelis van Ingen, schepen Aart Hendriks en Jannetje van Ingen Egtel Klaas Jansen van Meerten en Willemke van Ingen Egtel, Aaltje van Ingen en Cornelia van Ingen wed van Gobel Vinck voor haar selven en als moeder en voogdesse van hare onmondige kinderen bij gemelde Gobel Vinck in Egte verweckt, de voornoemde vroúws persoonen Jeder gesterckt cúm tútore, en dan nog Hermen van Eteren als vader en geseijde Arij van Ingen als oom en in die qúaliteijt momboiren over de nog minderjarigen Soon van hem Hermen van Eteren bij wijlen Maria van Ingen egtelijck geprocreert en hebben Jeder in haare qúaliteijt in vollen eijgendom gecedeert en getransporteerd aan den húijs armen van Lienden, eerstelijck twee mergen boúwland oost Jan van Heún, west de scholtús Rijk van Geijtenbeek, zúijd Cornelis van Kesteren en noorde de wede van Arij van Stúijvenberg, en dan nog een húijs en hoft met annex een boomgaerd groot te samen een halve mergen oost en súijden de gemeijne straet, west het sandpat noorden Jan van Lienden ofte wie met regt naast de voorschreeve twee perceelen onder den búerschappenMeerten des Ampts voorschreeve geland en gelegen mogte sijn, súlx om en voor een súmma van vijft hondert en vijfttigh gúlden, als meede nog anderhalve boúland onder den kerspele Ommeren Ampte voorschreeve gelegen, en meede onder den geseijde koop van vijfthondert en vijfttigh gúlden gecomprehendeert ompaald ten oosten en noorden de wede van Cornelis van Ommeren, west de Langendsche Straat en Zúijden Goosen Jansen van Ommeren ofte wie x gelijk sij comparanten mede verklaarden in behoeve als boven bij deesen te cederen en te transporteren eenen boomgaard met sijne bepoting groot eene mergen onder de heerlikheijd Lienden gelegen waar naast ten oosten geland is Frans van Wamel, west de Heer Graaft van Bijland zúijden Hendrik Cornelissen noorden de Transportenrten en súlx voor eene súmma van ses hondert en vijfttigh Gúlden verklarende de comparanten Jeder in haar qúaliteijt van de voorschreeve koophpenningen te samen ter montant van twaalft hondert Gúldens voldaan te zijn in deser voegen, dat daar tegens in minderingh is gerescontreert bij accoord eene capitale somme van twee hondert gúldens cúm Interesse gevestigd in den voorschreven boomgaart ende dan nog een capitaal van drie hondert gúldens meede met de Interesse heenkomende úijt den Boedel van Jan van Brinck en Maria van Wijck etgtelúijden, en aan den voornoemden húijsarmen verschúldt, als meede nog een Capitaal van hondert gúldens met de renten in de voornoemde hoftsteede en in behoeft van den geseijden húijsarmen gevestigd, sijnde daar en boven nog tot Last van den geseijden húijsarmen overgenomen een capitaal van drie hondert gúlden met de Renten na deesen daar op te verloopen als den heer Advocaat Christiaan Schad nomine úxoris úijt den voorschreven boomgaart te eijschen heeft, súlcx dat de comparanten pro se et qq bekende van de voorsz percelen interest en ontgoed en den voornoemden húijsarmen daar aan geerft en gegoedt te sijn, met belofte van deselve te súllen bevrijden en bewaren als eijgen erft en vrij goed, alleen úijgesondert ses voet en dijks onder de Liendense schoúwe, oft soo veel min oft meer als daar toe van oúds en met regt mogte gehooren geteekent met No 85 mitsgaders om alle voorkommer en voorpligt daar van af te doen tot den Jaare 1745 in geslooten en súlx onder verband s’bmissie en renúntiatie als na regten, gelijk meede versproken is dat voorschreeve capitalen in haar geheel súllen verblijven ten fine van waarschap en anders en verder niet

En is verder meede gecompareerdt Dom: Jacobús de Schoesetter nomine Sijnodrii, en heeft in sijne voorschreve qúaliteijt aan de opgemelde Jannetje van Brinck wedúe van Cornelis van Ingen verpagt, die ook verclaard bijd eondertekeningh deeses in pagt aangenoomen te hebben alle de voorsr perceelen aanvang neemende bij de onderteekening deser, en súllende Expireeren met het overlijden van de gemelde wede súlcx Jeder Jaar in het bijsonder voor eene Súmma van agt en veertigh gúlden vrijgeld van alles alsoo de pagterse alle ongelden, qúartiers en Dorpslasten soo ordinair als Extraordinair reeds geimponeert en als nog verder geimponeert mogte worden, daar en boven sal moeten voldoen, als meede op haar kosten de goederen moeten heijnen en de schoúwe over den voorschr dijck Leeveren als meede over het Sandtpad tot den voorsr boomgaard gehoorende gelijk ook tot de hoftstede, súllende het eerst pagt Jaar omgekomen weesen en betaald moeten worden op Christmis deses Jaars 1746 en soo vervolgens gevenden den Heer verpagter qq bij desen over dat in cas van prompte betalingh van de voorsr pagt en de súijveringh der Lasten op sijn tijd aan de voornoemde wede en hare gemelde kinderen op haar kosten van de gelibelleerde perceelen sal werden gedaan retrocessie en Transport oft aan die geene waar aan sij het met meerderen voordel komen verkoopen, tegens de betaling van de voorsr twaalft hondert gúlden, en de vrije pagt tot die tijd te rekenen, soo nogtans dat dit regt van retrocessie te komen eijschen niet Langer sal plaats hebben, als gedúerende het Leven van de opgemelte wede van Cornelis van Ingen, ende dan nog een Jaar na haar dood ten voordeelen van haar geseijde kinderen, en met Langer sijnde verder bij desen geconditioneert dat wanneer sij wede in gebreeke mogte blijven om de pagt twee maanden na Jeder verschijndagh te betalen, en de Lasten op sijn tijd te súijveren als dan het voorsr regt van retrocessie te komen vorderen, sal cesseren en gehoúden werden als oft het, niet overgegeven was, gelijck sij wedúwe als dan meede de facto van de verdere pagt der geseijde perceelen sal verstoken sijn, invoegen dat den voorseijden húijs armen die aanstonds sal komen aanvaarden en aan een ander te verpagten, en de pagterse niet te min gehoúden sijn de agerwesende pagt en verderen inhoúd der conditien te voldoen des t oirkonde is deese door de comparante Jeder in haar qúaliteijt en regard en de aanwesende geërfde getúijgen getekend op den 30 April 1746, en waare onderteekent Jannige van Brenck, Adriaan van Ingen Kornelia van Maúwerick, C V Ingen, Cornelia van Ingen, Aert van Lienden. Dit X merck heeft Willeke van Ingen Húijsvroúw van Claas Jansen van Maarten selvs gesteldt me present, J Caaij Jantje van Ingen, Aeltje van Ingen Dit X merck heeft, Herman van Heteren eijgen handig gesteldt me beste J Caaij, P: Verschoor als geërfde getúijge in Nederbetúwe en Heerlijkheijdt Lienden R:v:Gijtenbeek als geërfde getúijgen in Nederbetúwe en Heerlijckheijt Lienden.
Geregistreerd den 9 maeij 1746.”

Voetnoten

  1. 1514 Archieven van de (hoge) gerechtsbanken van Zoelen en Kesteren in het ambt Neder-Betuwe, 1476-1811, 3. Vrijwillige Rechtspraak, 3.1. Protokollen van bezwaar, 3.1.3. Protokollen van 1660-1811, 242-244 Protokol van bezwaar van de buurschappen Meerten en Aelst, behorende onder het kerspel Lienden, 1660-1811, 243 1739-1802, scan 69-71. Te raadplegen via de website van het Regionaal Archief Rivierenland: www.rarivierenland.nl.