Home » Opvoeding (Pagina 2)

Categoriearchief: Opvoeding

Ruben kijkt naar de regenboog

De regenboog, niet als teken van de homobeweging, maar als teken van Gods trouw. Dat moeten wij onze peuters onderwijzen. Het boekje ‘Ruben en de regenboog’ van Jolanda Dijkmeijer en Liza-Beth Valkema kan daarbij helpen.1

Het boekje over Ruben gaat over de kleuren van de regenboog. De peuter leert de diverse kleuren van de regenboog kennen en benoemen. ’Mama,’ vraagt Ruben ‘welke kleur heeft de regenboog?’ ‘Rood’, zegt mama. ‘Zo rood als de meloenen van de groentenman [sic].’ Naast rood leert het kind de kleur oranje, geel, groen, blauw en paars kennen.

Naast de kleuren leert de peuter ook het natuurverschijnsel ‘regenboog’ kennen. De regenboog komt alleen als het regent én de zon schijnt. De betekenis van de regenboog wordt helder doordat de auteurs op de laatste bladzijde spreken over ‘de regenboog’ als ‘teken van Gods trouw’. Het leert daarnaast, door de voorwerpen op de plaatjes, hoe het leven in de Bijbeltijd eruit zag. Naast het educatieve element krijgt het kind op deze manier ook een stukje geestelijke opvoeding mee. De vrolijke tekeningen en de aansprekende schrijfstijl maken het boekje aantrekkelijk voor de peuter.

Helaas missen we in het boekje het antwoord op de vraag waarom de regenboog een teken van Gods trouw en zorg is? Laten we blijven verwijzen naar gebeurtenissen in het verleden. De opvoeder die het kind uit dit boekje voorleest zou hier kunnen wijzen op de geschiedenis van Noach.2 Dat is namelijk de bevestiging van Gods trouw en zorg. Er is namelijk, zoals beloofd, nooit meer een wereldwijde vloed op de aarde geweest. De regenboog is niet zomaar het teken van Gods trouw en zorg geworden, maar met reden.

Voetnoten

Bijbelse liederen voor jonge kinderen over schepping, zondeval en zondvloed

Er zijn verschillende manieren om onze kinderen de Bijbelse geschiedenis aan te leren. Ook als het gaat om de vroegste geschiedenis kunnen we putten uit een brede variatie aan materiaal en werkstijlen. De afgelopen jaren hebben we gezien dat kinderen kleurplaten, verwerkingen, puzzels en leesboeken kunnen maken of lezen.

Je kunt de kinderen ook Bijbelse liederen aanleren. Dat wil het boekje ‘Bijbelse liederen voor jonge kinderen’ ook. De inhoud van het boekje is samengesteld door A.C. Jacobsen-Boersma. Het boek bevat naast het lied (met notenschrift) ook een plaat. Jacobsen-Boersma: “Tevens zijn deze illustraties bedoeld als een hulpmiddel om de inhoud van de liederen uit te leggen.” Van de 25 liederen gaan er 4 over onze vroegste geschiedenis.

Het eerste lied is ‘Waar komt alles om ons heen vandaan?’. Dit lied komt uit de bundel ‘Ook uit de mond der kind’ren’ en gaat over God die alles gemaakt heeft. Het tweede lied is ‘God, Die alles maakte’. Dit lied is geschreven in de 19e eeuw door S.B. Rhodes en gecomponeerd door H. von Muller. Het gaat over God Die alles gemaakt heeft. De lucht, het (zon)licht, het gras, de bloemen, vruchten, vogels, maan en sterren. Die God ‘zorgt ook voor mij’. Het derde lied is ‘De eerste mensen in de hof van Eden’. Ook dit lied komt uit de bundel ‘Ook uit de mond der kind’ren’ en gaat over onze eerste voorouders. Zij leefden in het paradijs waar geen angst, nood of pijn was omdat zij God gehoorzaamden. Maar toen kwam de zonde en toen werden ze bang. Christus zal de duivel echter overwinnen. Gods volk zal in de hemel zingen, waar geen angst, geen nood of pijn zal zijn. Het vierde lied is ‘Het water steeg wel hoog’. Dit lied is geschreven door Hanna Lam en gecomponeerd door Wim ter Burg. Het gaat over Noach die alleen met zijn ark droog bleef. De dieren gingen twee aan twee mee in de ark. Na de vloed verschijnt de regenboog die Gods woorden vertolkt: ‘Het land, het land blijft droog’.

Het is waardevol om naast al de andere manieren om de Bijbelse geschiedenis aan te leren ook het zingen van psalmen een geestelijke liederen toegevoegd kan worden. Mogelijk zal het boekje sommige bezoekers van deze website minder aanspreken omdat de liederen geschreven zijn in een Gereformeerd jargon. Toch wil ik het van harte aanbevelen!1

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

Voetnoten

Neutraal kinderboek ‘De kleine dino gaat op pad’ al meer dan 10.000 keer verkocht

Voor ouders die christen zijn is het lastig om aan goede dinoboeken voor hun kinderen te komen. Vaak worden deze kinderboeken ingebed in een naturalistisch paradigma van miljoenen jaren geleden. Dit is in strijd met de Bijbelse geschiedenis. Daarom is het mooi dat er steeds meer christelijke of neutrale dinoboeken op de markt komen. Dino’s zijn namelijk prachtige schepsels van onze Schepper.

Vandaag heb ik het boekje ‘De kleine dino gaat op pad’ besproken op onze website.1 Dit is een boekje uit de populaire serie ‘Ik (hou van) lezen’. Een erg populaire serie verschenen bij Kluitman. De catalogus ‘Zomer 2021’ meldt dat er een tweede deel in de serie is uitgegeven. Een bespreking hiervan volgt op deze website. Dat het leesboek ‘De kleine dino gaat op pad’ in de smaak valt blijkt wel uit het aantal exemplaren dat er is verkocht. Kluitman meldt dat zij maar liefst 10.000 exemplaren van dit boekje verkocht. Dat is maar goed ook want christelijke en neutrale kinderboeken over dino’s zijn een zeldzaamheid en daarom hard nodig.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Drie kleine dino’s gaan op pad – Bespreking ‘De kleine dino gaat op pad’

Niet elk kind is even gemotiveerd om te (leren) lezen. Het kan helpen als er boekjes voor deze beginnende lezers zijn die aanspreken door leuke plaatjes en interessant onderwerpen. Kluitman heeft daarom een serie ‘Ik hou van lezen’. Één boekje in deze serie gaat over dino’s.

Het gaat over drie jonge dino’s (Don, Dien en Daan). Het verhaal begint bij het feit dat de moeders een ei leggen. Moeder Iguanodon (een plantenetende dino), met de naam Iggie, legt twee eieren, moeder Polacanthus (een pantserdino met alleen rugstekels), met de naam Pollie, legt één ei. De eieren komen na verloop van tijd uit en er verschijnen totaal drie jonge dieren. Die ontsnappen uit een nest met een hoge rand en beleven een heel avontuur. Ze komen twee Brachiosaurussen (groot, zwaar en lomp met een lange nek) tegen. Daarna maken ze kennis met Nebo, een vliegend reptiel van het geslacht Nemicolopterus. Op het laatst wordt het nog spannend want dan moeten ze vluchten voor een Tyrannosaurus rex. Gelukkig is Daan de ‘haai van het bos’ te slim af en loopt het goed af.

Het niveau van het leesboekje is AVI E3, dat maakt het boekje voornamelijk geschikt voor groep 3 en 4. Om voor te lezen is het boekje al eerder te gebruiken. De moeilijke Latijnse namen staan niet in de tekst, maar als ondertitel bij het plaatje waar een nieuw beest voor het eerst geïntroduceerd wordt. Dit daagt de kinderen, die al meer kunnen lezen, uit om ook die woorden te lezen. Het boekje is aantrekkelijk, bevat veel plaatjes en voert de spanning op. Fijn dat Kluitman ook een boekje over dino’s laat verschijnen.

Als het gaat om levensbeschouwing is het boekje redelijk neutraal. De auteur heeft geschreven vanuit de leefwereld van de dino. Het begint daarom niet met ‘miljoenen jaren geleden’ of ‘héél, héél lang geleden’. Maar eenvoudig en nuchter met: “Aan de rand van het woud loopt een kudde. Die eet van de bomen. Een grote dino loopt weg van de kudde. Het is Iggie. Ze gaat op zoek naar een goede plek.” Het boekje is daarom prima te gebruiken in het christelijk onderwijs en in de opvoeding van onze jonge kinderen. Wel zien we bij de auteur, Michaela Hanauer, sporen van een naturalistisch wereldbeeld. Ze schetst namelijk net als zovele andere (kinder)boeken een idyllische dinowereld. Maar een dergelijke wereld heeft nooit bestaan. In de tekeningen van het boekje zien we geen spoor van zoogdieren, vogels en andere beesten. De kinderen zouden haast geloven dat er vroeger een wereld was met alleen maar dino’s en vliegende reptielen. Maar afgezien van deze kanttekening, die te verhelpen is door er met uw kind over te praten, is het boekje zeer de moeite waard om te (laten) lezen.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Discussie tussen kinderen over Intelligent Ontwerp en het bestaan van God – Een bespreking van ‘Verscholen vijand’

“Hij pakt de kruk vast en trekt eraan. Hier moeten ze zitten, denkt hij. Ze zullen me niet ontkomen. Open, die deur! Nee, de deur vertikt het. Hij hoort achter de deur voeten schuifelen en als hij goed luistert, kan hij ook het gehijg van de jongens horen. ‘Los, laat los!’ brult hij ineens en geeft een veel hardere ruk.”

Wouter Gunnink en zijn vrienden voetbalden op straat. Dit is volgens een politieagent ten strengste verboden. De jongens vluchten weg en de agent zet achtervolging in. Een grappige scene uit het boek ‘Verscholen vijand’ van M. Kanis. Het is het tiende deel in de ‘Maarten Gunnink’-serie. De serie werd rond 2007 herdrukt door Uitgeverij De Banier. De eerste druk dateert van 1989. Prachtige deeltjes waar de kinderen van smullen. Het boek is ook erg geschikt om voor te lezen.

Inhoud

In dit deel is de Tweede Wereldoorlog afgelopen en maken we het eerste jaar ná de oorlog mee. Het land ligt nog deels in verwoesting. Het boek begint met een angstig avontuur. Er wordt door een van de kinderen namelijk nog een Duitser gevonden. Hoewel het in eerste opzicht lijkt dat deze Duitse soldaat nog leeft is hij dood. Het tweede hoofdstuk gaat over de voetbalscene van hierboven. In het derde hoofdstuk wordt de toren van de Lebuinuskerk (Deventer) door de vrienden bezocht en wordt een waaghalzerig moment beschreven. Het vierde hoofdstuk gaat over een klassenruzie en haantjesgedrag. Het laatste hoofdstuk wordt een grappig moment met een vlot beschreven en wordt afgesloten met een buurtruzie, dat gelukkig goed afloopt.

Schepping, oorlog en herschepping

Dit deel bevat ook een verwijzing naar onze vroegste geschiedenis. Dat gebeurt opvallend genoeg aan het begin én aan het einde van het boek. Vader leest aan het begin van het boek uit de Bijbel. Het gezin van Maarten Gunnink is namelijk christelijk. De vrienden van de Gunninks in Deventer zijn dat echter niet. Als de jongens naar binnen gluren zien ze vader uit de Bijbel lezen. Siemen (een van de jongens die naar binnen gluurt) herinnert zich nog een voorval:

“Eén keer had hij Maarten gevraagd: ‘Wat staat er allemaal in dat dikke boek?’ En Maarten had gezegd: ‘Verhalen over God’. ‘Over God?’ had Siemen verbaast gevraagd. ‘Is dat een sprookjesboek?’ Want God bestaat niet, zeggen bijna alle mensen uit de buurt en zo zal het wel zijn. Hij, Siemen, heeft God nog nooit gezien. Maarten had hem verontwaardigd aangeeken. ‘Een sprookjesboek? Je moet niet zo spotten. Het is allemaal echt gebeurd wat erin staat’ Toen had Siemen de schouders opgehaald. Goed, goed, als Maarten die verhaaltjes wil geloven, moet hij het zelf maar weten. Siemen zal zich niets wijs laten maken.”

Wanneer er geëindigd is ontstaat er buiten een gesprekje tussen de jongens:

“’Mooi uit de Bijbel gelezen?’ spot Prikkel. ‘Braaf hoor!’ Siemen die anders nogal bangig is, durft nu. ‘Ze geloven dat God bestáát’, zegt hij en begint te schateren. ‘Natuurlijk bestaat God’, zegt Maarten kwaad. ‘Jullie zijn grote ezels. De zon en de maan en de sterren zijn er toch niet zomaar gekomen? God heeft ze gemaakt’. Och, och, wat een onnozel jongentje is die Maarten toch! Om zich heen ziet hij spottende gezichten. Douwe trekt hem aan zijn mouw. ‘Laat ze maar praten’, wil hij zeggen. Maar dat kan die driftige Maarten nou net niet. ‘Als… als…’ hakkelt hij, als de Heere er niet was, hadden we ook geen bloemen.’ Hij wijst naar een polletje vergeet-mij-nietjes in de voortuin. ‘Hier, kijk zelf maar. Wie van de mensen kan een bloem of een dier maken? Niemand. O zo!’ ‘Laat me niet lachen’ zegt Prikkel. ‘Als God bestond, waarom heeft Hij dan niet gezorgd dat er geen oorlog kwam? God kan toch alles? Nou dan! Laat God dan zomaar mensen doodgaan van de honger of doodschieten door de moffen? Daar weet Maarten geen antwoord op. Hulpeloos kijkt hij naar Jasper, zijn oudste broer. Die bemoeit zich er niet mee. Die zegt alleen: ‘Gaan we nog verstoppetje doen, of hoe zit het?’”

Aan het einde van het boek nog een verwijzing naar onze vroegste geschiedenis. Wanneer de jongens na een buurtruzie hun zelfgemaakte kanon gebruiken om de ‘vijanden af te schrikken’ thuiskomen volgt er een gesprekje. Hier het laatste stukje ervan:

“’Mooi spelletje’, antwoordt vader. ‘Er had gemakkelijk iemand dood of zwaargewond kunnen zijn. Ik dacht dat de oorlog afgelopen was.’ Hij zucht. Zal hij nog meer zeggen? Dan pakt hij de Bijbel en leest het allereerste hoofdstuk uit het oude, dikke Boek. ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed…’ Die woorden blijven in Maartens gedachten achter. Zeer goed… zeer goed. Zeer goed? Nee, zo is het nu niet meer, ook niet bij hem. Als vader de Bijbel langzaam sluit, zegt hij: ‘Moeder, zo was het, zo is het nu niet meer, maar zo zal het toch weer worden. Straks… als er geen zonde meer zal zijn. Laten we danken.’ Door vaders woorden heen klinkt alleen het eentonig getik van de klok.”

Mooi om zo de ‘Maarten Gunnink’-serie te beëindigen. Met een verwijzing naar de zeer goede schepping en de zeer goede herschepping.

De bespreking van het derde deel (‘Verboden voor Joden’) van de serie is hier te vinden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Playmobil laat kinderen fantaseren over rondrijden op Mars – Leven op de rode planeet vooralsnog onmogelijk

In een landschap dat lijkt op een woestijn rijdt een wagentje rond. Af en toe stopt het. De man die op het wagentje zit stapt af en raapt een edelmetaal op en stopt het in de bak voorop de wagen. Daarna stapt hij weer op en rijdt verder. De man heeft een ruimtepak aan met een beschermende laag tegen schadelijke straling. Hij is namelijk niet op aarde maar rijdt rond op Mars. Dit is voorlopig nog toekomstmuziek. Kinderen kunnen er met Playmobil alvast aan wennen en hun fantasie erop loslaten.

Mensen op aarde willen heel graag naar Mars toe. Voorlopig is een reis naar Mars een enkele reis die gelijk staat met een zelfmoordmissie. Op Mars is het onleefbaar en met de huidige techniek kunnen we ook niet terug naar de aarde. Wel rijden er diverse Amerikaanse wagentjes rond op de rode planeet. Onlangs vierde de Marsrover Perserverance haar eerste verjaardag op onze geschapen buurplaneet.1 Het bestaan van deze rover en ook de activiteiten die het al ondernomen heeft zijn huzarenstukjes. De video’s die gemaakt zijn door de camera van de rover spreken tot de verbeelding en maken, ook bij kinderen, een fantasiewereld los. Want hoe zou het zijn als wij, mensen, op deze rode planeet zouden wonen? Laat kinderen daar maar eens over nadenken Al ben ik wel van mening dat de aarde is geschapen voor de mensen én niet Mars of een andere aardachtige planeet. De Schepper had daar Zijn wijze bedoelingen mee. Zo ligt de Aarde bijvoorbeeld in een gunstigere baan rond de zon dan Mars en heeft het een speciaal geschapen maan.2 Gegevens die Mars moet missen. Mogen we naar Mars? Daar zal onder bijbelgetrouwe christenen verschillend over gedacht worden.

Playmobil

Playmobil speelt handig in op de fantasiewereld van kinderen rond (het leven op) Mars. De doos met artikelnummer 9491 bevat een Marswagen (of Marstrike) met een astronaut. De wagen is voorzien van de meest moderne snufjes, zoals een digitaal navigatiesysteem die verbonden is met een satelliet (al zit deze laatste niet in de doos). De astronaut is ook voorzien van de modernste technieken en krijgt uiteraard zuurstof via zijn helm en een kleine zuurstoffles anders zou hij het niet overleven. Verder heeft hij een soort gamecontroller en een laserpistool. Wat hij ook tegen zal komen, het is in ieder geval geen leven. Op Mars is ondanks de uitgebreide zoektochten nog geen (eencellig) leven ontdekt. Het artikel is geschikt voor kinderen van 6 tot en met 12 jaar.

Geen informatieboekje

De doos bevat een instructieboekje voor de opbouw van het vehikel, maar geen informatieboekje over de mogelijkheid van leven op onze rode buurman. Het kind kan daarom al zijn fantasie kwijt in dit stuk speelgoed. Het is ook maar goed dat er geen informatieboekje bij zit, dit zou de neutraliteit vermoedelijk opheffen omdat er dan hoogstwaarschijnlijk gesproken zal worden over miljoenen en miljarden jaren. Naar aanleiding van dit Playmobil-speelgoed kunt u met uw kind spreken over de mogelijkheid van leven op Mars, waarom de mensheid eigenlijk naar Mars zouden willen en de uniciteit van de aarde, als de door God geschapen en voor de mensheid zo ingerichte en bedoelde aarde. Vermoedelijk ontstaat er dan een boeiend gesprek en kunt u werken aan begeleide confrontatie en zo ook opvoedkundige sturing aanbrengen. Eerdere artikelen op deze website zouden u hierbij kunnen helpen.3

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

Voetnoten

Vogelgriep in een Javaanse dierentuin – Bespreking van ‘Marathon in de dierentuin’

“Hij is ook al begraven. We zijn met z’n allen naar Noerma’s huis geweest. Papa en mama zeiden dat dat moest. Dat we ze moesten condoleren. En dat we moesten vragen wanneer de begrafenis was (want vanmorgen waren we meteen teruggerend toen we het hoorden). We moesten heel erg huilen, Sam, Nick en ik. Maar we hebben het toch gedaan. We gingen naar binnen in dat kleine, warme huisje, en Noerma’s moeder stond daar, en ze zag er zo verdrietig uit.”

In 2006 schreef Corien Oranje voor de christelijke kinderboekenmaand het kinderboek ‘Marathon in de dierentuin’.1 Het gaat over een Nederlands gezin dat verhuisd is naar het Indonesische eiland Java en daar de vogelgriep meemaakt. De hoofdpersoon van het boek is Sasha, een Nederlands meisje dat eerst niet wilde verhuizen, maar uiteindelijk toch haar draai gevonden lijkt te hebben. Een Javaanse bevriende jongen, Noerma, raakt samen met zijn broertje Andi besmet met de vogelgriep. Noerma overlijdt en Andi komt er na een ernstig ziekbed weer bovenop. Omdat het gezin waaruit Noerma en Andi komen erg arm is, besluiten Sasha en haar familie een sponsorloop in de dierentuin van Jakarta te organiseren met als doel geld op te halen zodat Andi naar school kan. Ze halen een mooi bedrag op.

Aansluiten bij de actualiteit (toen het boek geschreven werd)

Het trainen voor de sponsorloop gaat niet altijd even goed. De dierentuin moet namelijk tijdelijk sluiten omdat er vogelgriep is uitgebroken. Dit sluit aan bij de werkelijkheid omdat Ragunan Zoo in Pasar Minggu, Zuid-Jakarta, inderdaad op 19 september 2005 voor drie weken gesloten werd omdat er vogels besmet waren geraakt met de vogelgriep H5N1.2 Toen het boek geschreven werd sloot de schrijfster aan bij de actualiteit. Ze noemt namelijk ook de tsunami die o.a. Atjeh in 2004 trof en meer dan 200.000 mensen om liet komen. Wanneer kinderen het boek nu lezen, moeten ze even op de hoogte gebracht worden van deze geschiedenis. Want welke tienjarige weet nu, anno 2022, nog van de dodelijke tsunami die op 26 december 2004 diverse eilanden trof.3 Ook wordt in het boek melding gemaakt van de bomaanslag op Bali van 1 oktober 2005.4 Naast een aansluiten bij de actualiteit krijgen de kinderen ook een stukje geschiedenis mee over de eerste ‘marathon’. “Eigenlijk was marathon een dorp of een stad in Griekenland, en de Perzen probeerden de Grieken daar in de pan te hakken, maar dat lukte niet, de Grieken wonnen (ze hadden zo ongeveer 7000 Perzen gedod, en een van de Griekse soldaten rende snel naar Athene, meer dan veertig kilometer, om het goede nieuws aan de koning te gaan vertellen. Hij was nog niet in het paleis aangekomen, of – flatsj, dood” (blz. 14).

Gekleurde dieren en de waarom van het lijden

De auteur besteedt op een positieve manier aandacht aan de schepping en gaat vragen naar de waarom van het lijden en de dood niet uit de weg. Wanneer Sasha haar kuiken schildert krijgt ze commentaar van haar moeder. ‘Mama vroeg heel chagrijnig of er misschien nog een achtste huisregel nodig was – geen dieren verven en ze zei dat elk dier van God precies de goede kleur had gekregen, en hoe ze er in vredesnaam bij kwamen dat hamsters en kuikens eruit moeten zien als leden van het Nederlands elftal’ (blz. 11). Wanneer Noerma overlijdt is Sasha helemaal van streek. Ze stelt de vraag waarom God de jongen niet beter gemaakt heeft. Moeder heeft daar geen antwoord op. Vader komt even later weltrusten wensen en probeert het uit te leggen: “En hij zei zachtjes: ‘Ik vind het ook het moeilijkste wat er is, Sas, als er een kind overlijdt’. Ik zei niks. Ik probeerde zo rustig mogelijk adem te halen, zodat hij erin zou trappen en weer weg zou gaan. Papa ging verder, meer alsof hij het tegen zichzelf had. ‘En dan vraag ik me ook af: God, u kunt toch alles? Waarom hebt u hem nou niet beter gemaakt! Ziet u niet hoe erg dat is voor die vader en die moeder? Hoe kapot ze zijn?’ Het was een hele poos stil. Papa zuchtte. ‘Het is niet dat ik antwoord krijg of zo. En het is al helemaal niet zo dat ik een antwoord heb op de vraag waarom Noerma gestorven is. Maar ik weet wel dat God te vertrouwen is. Wat er ook gebeurt’.” (blz. 46-48) Hoewel ik het woord ‘kapot zijn’ niet zou gebruiken om het verdriet te beschrijven is het wel goed dat de auteur hier aandacht voor heeft. Kinderen zitten ook met dit soort vragen.

Het boek is een aanrader voor kinderen om te lezen. Omdat het boek al enigszins verouderd is dienen sommige ‘actualiteiten’ even toegelicht te moeten worden. Het taalgebruik zou ik op sommige plaatsen veranderen. Zo vind ik het niet netjes om het woord ‘tyfuslijer’ (blz. 72-73) te gebruiken. Zelfs niet als er in een boek een reprimande op volgt. Ondanks dat is het boek een aanrader om voor te lezen of om de kinderen zelf te laten lezen.5

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Scheppingsgedachte uit klas bannen zet leerlingen op dwaalspoor

Dit artikel is samen met Jan van Meerten geschreven.

Het recent gelanceerde EvoKE-project heeft een kwalijke agenda, stellen Hans Degens en Jan van Meerten. Door het scheppingsparadigma in het onderwijs te bestrijden, ontnemen de initiatiefnemers kinderen de mogelijkheid om onbevangen over de oorsprong van het leven na te denken.

“Een monopoliepositie van de evolutietheorie in het onderwijs bemoeilijkt een onbevangen houding van leerlingen.” Bron: Pixabay.

In Europa is er dit jaar een nieuw initiatief gestart: EvoKE. De letters staan voor ”Evolutionary Knowledge for Everyone” (evolutionaire kennis voor iedereen). Het doel van het project is Europeanen kennis bij te brengen van de evolutietheorie (in de zin van universele gemeenschappelijke afstamming) en hen te overtuigen van de juistheid ervan. Volgens de initiatiefnemers is evolutie het centrale beginsel binnen de biologie. Toch is niet iedereen in Europa daarvan overtuigd. Naar schatting 20 tot 40 procent van de Europese bevolking aanvaardt de evolutietheorie niet.

Dat komt volgens de initiatiefnemers van EvoKE doordat er talloze misvattingen over de theorie zijn en omdat macro-evolutie-in-actie niet valt waar te nemen binnen een mensenleven. Deze misvattingen zouden voor een belangrijk deel veroorzaakt worden door het summiere, of soms zelfs geheel afwezige, onderwijs over de evolutietheorie op de middelbare school.

Om mensen vertrouwd te maken met de evolutietheorie stelt EvoKE voor om al vanaf de kleuterschool te beginnen met evolutionaire educatie, leerkrachten toe te rusten voor het onderwijzen van de theorie, en kindvriendelijk en eenvoudig materiaal te ontwikkelen voor radio en televisie.

Raad van Europa

Dat lijkt op het oog redelijk en niet iets om ongerust van te raken. In april verscheen er echter in ”Nature Ecology & Evolution” een interview met de initiatiefnemers. Hierin wordt ook gesproken over de Resolutie van de Raad van Europa (2007) aangaande ”De gevaren van creationisme in het onderwijs”. Volgens de raad is het scheppingsparadigma niet gebaseerd op feiten en maakt het geen gebruik van de logica en wetenschappelijke methoden.

Bovendien wordt het, tot onze verbijstering, door de raad gepresenteerd als „een bedreiging voor de mensenrechten.” Een dergelijk standpunt maakt duidelijk dat het hier niet alleen te doen is om verbetering van het begrip van de evolutietheorie, maar ook om bestrijding van het scheppingsparadigma. De raad heeft universele gemeenschappelijke afstamming verheven tot dogma en duldt geen twijfel aan de juistheid van de evolutietheorie. Dat de raad daarmee zelf buiten het terrein van de wetenschap treedt lijkt geen bezwaar.

Dogma

De overtuiging dat alle levensvormen afstammen van een gemeenschappelijke voorouder, komt in belangrijke mate voort uit een naturalistisch wereldbeeld, en uit de bewuste verwerping van de mogelijkheid dat alles is ontworpen. Dat de door religieuze (zo zegt de resolutie) overwegingen ingegeven scheppingsgedachte dus „een bedreiging voor de mensenrechten” vormen, is ongerijmd. Net zo goed zou de evolutietheorie, in belangrijke mate voortgekomen uit het naturalistische dogma, een bedreiging voor de mensenrechten genoemd kunnen worden.

Is de indruk van universele gemeenschappelijke afstamming wel zo sterk? Of is er sprake van een ontwerp? In die laatste richting wijst de Cambrische explosie. Het is een voorbeeld van het plotselinge, zonder aanwijsbare voorouders verschijnen van hoofdgroepen en bouwplannen in het fossiele archief. Een dergelijk plotseling optreden van levensvormen vergt enorme veranderingen in het genetisch materiaal. De vraag is hoe dergelijke veranderingen in geologisch bezien korte perioden tot stand konden komen. Al heb je miljoenen jaren daarvoor beschikbaar, er is simpelweg nog steeds veel te weinig tijd om de complexiteit van het fossiele archief te verklaren door middel van mutatie en natuurlijke selectie. Recombinatie en genoomduplicatie verkleinen dat probleem niet.

Intelligentie

Misschien nog interessanter is de vraag hoe die complexe genetische informatie door puur natuurlijke processen tot stand kon komen. We weten allemaal uit de praktijk dat informatie alleen gegenereerd kan worden door intelligentie. Dit is algemeen aanvaard, ook door evolutionisten als Sagan, die in 1974 gebaseerd op dit principe een bericht (de Arecibo Message) de ruimte in stuurde om daarmee in contact te komen met buitenaardse intelligentie. Waarom wordt dan de enorme hoeveelheid complexe informatie in het genoom, die vele malen die van de meest complexe software overschrijdt, gezien als een product van toeval? Is het eigenlijk niet veel redelijker om hierin een sterke aanwijzing voor een intelligente ontwerper te zien?

Het monddood maken van de mensen die het scheppingsmodel onderschrijven, komt dus niet voort uit een open en onbevangen analyse van de wetenschappelijke gegevens, maar veeleer uit een toewijding aan een naturalistisch wereldbeeld dat reeds bij voorbaat het creatieve werk van een Schepper uitsluit.

We stellen niet dat de evolutietheorie niet onderwezen zou mogen worden, maar uiten wel onze zorg dat niet alleen het scheppingsparadigma gecriminaliseerd wordt, maar dat ook een monopoliepositie van de evolutietheorie in het onderwijs een onbevangen houding van leerlingen bemoeilijkt.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Degens, H., Meerten, J.W. van, 2017, Scheppingsgedachte uit klas bannen zet leerlingen op dwaalspoor, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (45): 6-7 (artikel).

DUPLO laat mensen en dino’s samenleven – Bespreking van het LEGO-DUPLO-pakket 10939

Veel kinderen zijn gefascineerd door dinosauriërs. Deze dino-liefde begint vaak al vroeg. Sommige christelijke ouders houden hun kinderen uit bescherming weg bij deze ‘monsters’. Hoewel goed bedoeld, is dat niet nodig en ik denk zelfs schadelijk. Beter kunnen deze prachtige schepsels van God verklaard worden vanuit het scheppingsparadigma. Als er tenminste materiaal voor handen is kan dat al vroeg. Helaas gaat het meeste lesmateriaal, maar ook veel speelgoed uit van het naturalistische raamwerk. LEGO DUPLO doet dat gelukkig niet, die laat zelfs mensen en dino’s samenleven.

Jurassic World

Zowel op de doos als in het instructieboekje zijn geen sporen te vinden van de naturalistische natuurfilosofie. Het instructieboekje geeft slechts een bouwinstructie en maakt op het tweede blad reclame voor ander DUPLO-speelgoed. De plaatjes op de doos laten zien hoe je met dit pakket kan spelen en welke varianten je kunt verzinnen in het spel.1 De makers van DUPLO hebben zich laten inspireren door Jurassic World, een ‘Science Fiction’-filmserie, waarin de oorspronkelijke gedachte van een dinodierentuin met levende dino’s (gefabriceerd uit gevonden dino-DNA) mislukt. De dino’s breken uit en de gevolgen zijn niet te overzien: het complete eiland moet geëvacueerd worden en de dino’s heersen domineren op het eiland.

De inhoud

In het pakket zien we blokjes om een toegangsboog te maken. Om het extra spannend te maken zijn er ook vlammen bijgeleverd, die als fakkels op de boog staan. Het pakket bevat ook twee witte hekjes om de dino’s achter te houden, een palmboom en vier bloemen die (door ze op elkaar te stapelen) samen twee struiken vormen. De bijgeleverde dino’s zijn Tyrannosaurus rex (een vleesetende dino) en Triceratops horridus (een plantenetende dino). In het voorgestelde spel breken deze dino’s samen uit. Als laatste bevat het pakket een motor met daarop Owen Grady, de gedragsbioloog die speelt in de serie Jurassic World.2

Ten slotte

Uiteraard is Jurassic World fantasie en voorlopig nog onmogelijk3, maar het is goed dat dergelijk speelgoed bestaat. Dit om richting de kinderen aan te geven dat dino’s en mensen samengeleefd kunnen hebben. Niet in de fantasiewereld, maar in lang vervlogen tijden. Sowieso vóór de zondvloed, maar hoogstwaarschijnlijk ook daarna. Het pakket is, in tegenstelling tot de pakketten van de grote LEGO-broer, niet heel erg duur. In ieder geval betaalbaar voor een modaal huishouden met één of meerdere kinderen.

Voetnoten

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’.

Een moeilijke tijd voor Lynn – Bespreking van ‘Chaos’

“Eenmaal op de fiets kwam de onvermijdelijke vraag van Nikki. ‘Wat is er aan de hand, Lynn?’ Lynn aarzelde even, maar besloot toen om alles aan Nikki te vertellen. Alles over Thijmen, Thirza en Siman in ieder geval. ‘En nu zijn ze verloofd en hij vraagt zich af of het wel een goed idee is. Snap jij dat?’ Nikki was even stil. ‘Eigenlijk niet’, zei ze toen. ‘Ik bedoel, dat je voor elkaar gaat tot het einde, dat is toch liefde?’ ‘Dat vind ik dus ook’, zei Lynn. ‘Maar kennelijk denkt Simon er anders over.’ Ze zuchtte nog eens diep.”

Inhoud

Mirjam Schippers, werkzaam bij de jongerenorganisatie LCJ, schreef in 2018 het tienerboek ‘Chaos’. Het boek verscheen bij uitgeverij De Banier. De hoofdpersoon van het boek is Lynn Leeflang. Lynn is een HAVO-5 leerling en bereidt zich in het boek voor op haar examen. Dat is niet gemakkelijk. Zeker niet als een oude vakantieliefde, met wie ze een tijdje geen contact heeft gehad, weer contact met haar zoekt. Het gaat om Simon. Simon laat echter het achterste van zijn tong niet zien en dat vindt Lynn lastig. Als ze merkt dat ze, tot overmaat van ramp, ook nog gevoelens heeft voor een goede vriend, Maurits, dan wordt het helemaal lastig. Uiteindelijk breekt Simon met de verkering, omdat hij niet meer van Lynn houdt. Dit zorgt voor nog meer onzekerheid en een complete chaos in het hoofd. Schippers weet deze onzekerheden en chaos goed te beschrijven. Dit zorgt ervoor dat je het boek in één adem uitleest. Het boek is daarmee de moeite van het lezen waard!

ALS, Stephen Hawking en C.S. Lewis

Het boek kent geen directe verwijzingen naar onze vroegste geschiedenis. De zwager van Simon heeft de diagnose ALS gekregen. In het boek wordt daarom verwezen naar de onlangs overleden Stephen Hawking1. Bij Lynn roept Hawking een herinnering op naar een discussie over zwarte gaten. Schippers schrijft op bladzijde 37 en 38:

Het bleef even stil. ‘Dat is heel lastig te zeggen’, zei Simon toen. ‘Hij is zelf best wel optimistisch en zegt dat hij misschien wel langer blijft leven dan die vijf jaar. Het schijnt ook dat mannen een hogere levensverwachting hebben nadat ze gediagnosticeerd zijn met ALS. Een bekend voorbeeld is de Britse natuurkundige, Stephen Hawking.’ Lynn knikte. Daar had ze weleens van gehoord, maar dat was omdat Maurits en Thomas een discussie hadden gevoerd over de theorie van zwarte gaten.

Een creationistische duiding van de theorieën van Hawking of van zwarte gaten had hier niet gepast, omdat dit niet het hoofdonderwerp van het gesprek was. Naast Hawking en zwarte gaten wordt er door Schippers ook nog verwezen naar C.S. Lewis. Wanneer Lynn haar verjaardag viert dan krijgt ze van vrienden een boek van C.S. Lewis. Schippers schrijft op bladzijde 84:

’Hé wat tof! Dit wilde ik heel graag hebben!’ Het was een boek van C.S. Lewis, over lijden en het nut ervan. ‘Heel erg bedankt!’

Het gaat hier om het boek ‘The Problem of Pain’, al diverse malen in het Nederlands vertaald onder de titel ‘Het probleem van het lijden’. Een boek dat beslist de moeite van het lezen waard is.2 Vergeet ook het boek ‘Chaos‘ niet te lezen.

Dit boek wordt binnenkort in onze webshop te koop aangeboden.

Schippers schreef nog meer boeken die raakvlakken hebben met ons thema. Bijvoorbeeld het boek ‘Vrije val’ over sexting. Een bespreking daarvan is hier te vinden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2023’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten