Home » Opvoeding

Categoriearchief: Opvoeding

Geneeskunde of Klassieke Talen? – Een gesprek tussen een VWO-6 leerling en Alex Thomson (MA)

Onlangs verscheen er een nieuw jongerenblad onder de titel Nabij Jou.1 Het is een initiatief van het Deputaatschap Opvoeding, Onderwijs en Catechese (DOOC), uitgaande van de Gereformeerde Gemeente in Nederland, en de Vereniging tot Bevordering van SchoolOnderwijs op Gereformeerde Grondslag (VBSO). Het blad verschijnt acht keer per jaar. In de derde uitgave een interessant gesprek tussen een leerling van VWO-6 en classicus Alex Thomson (MA) over een eventuele vervolgstudie en een verwijzing naar Weet Magazine.

“In Weet Magazine lees je dat het Bijbelse scheppingsverhaal en wetenschap elkaar niet uitsluiten.” Bron: Pixabay.

Weet Magazine

Deze week is het de zogenoemde Week van de Schepping.2 In deze derde uitgave van Nabij Jou wordt daarom aandacht gegeven aan geloof en (natuur)wetenschap. In de maand maart komt de natuur weer ‘tot leven’. Hierin is de hand van God te zien (Genesis 8:22). “De meeste mensen in ons land geloven niet in een God Die alles laat groeien en bloeien. Zij geloven niet in Jeremia’s worden: Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm.” Ongetwijfeld zullen reformatorische jongeren met dergelijke denkbeelden in aanraking komen. Daarom is het goed om argumenten te verzamelen vóór de schepping en contra evolutionaire denkbeelden. “Want ondanks dat we een geloofsleer hebben, sluiten Bijbel en Wetenschap elkaar niet uit.” Redacteur Marco Visser verwijst voor meer informatie hierover naar Weet Magazine. “Hierin lees je dat het Bijbelse scheppingsverhaal en wetenschap elkaar niet uitsluiten.3 Het is goed dat dergelijke creationistische populair-wetenschappelijke tijdschriften onder aandacht komen in reformatorische jongerenbladeren.4

Vervolgstudie

Jongeren die binnenkort examen hopen te doen, denken flink na over een vervolgstudie. Dat kan leiden tot keuzestress. Welke studie moet ik kiezen? Welke studie past het best bij mijn talenten en karakter? Kan ik mijn talenten ook in Zijn dienst besteden? Niet eenvoudig om op dergelijke vragen een antwoord te vinden. Gelukkig kennen de meeste scholen voor Voortgezet Onderwijs een decaan die de leerlingen daarbij kan helpen. Al eerder adviseerde ik een studie op te pakken ‘in deze vakgebieden en wie weet kun je later als expert bijdragen aan het debat ten voordele van het scheppingsreferentiekader’.5 In Nabij Jou lezen we een verslag van een gesprek tussen een VWO-6 leerling en classicus Alex Thomson (MA)6

Roeping

Lisa de Jong (17) ontdekt na het gesprek met Thomson hoe belangrijk klassieke talen zijn. “Ze praat met hem over studeren in onze tijd, maar ook over het herkennen van een goddelijke roeping.” Voordat het gesprek start vertelt Thomson eerst iets over zichzelf. Hij is geboren in Engeland. Naast talloze activiteiten geeft hij les in Grieks en Hebreeuws aan studenten van de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Lisa twijfelt of ze moet gaan voor een studie Geneeskunde of Klassieke Talen. Hoe maakt zij de goede afweging? Thomson adviseert om datgene te ‘gaan studeren waarvoor je aanleg hebt’. Hij ziet dat als Bijbels en verwijst naar Spreuken 22:6, waarin wordt opgeroepen het onderwijs te laten aansluiten bij hoe het kind is. “De denkkracht is door God ingegeven. Als je merkt waar je denkkracht ligt, waar je zogezegd goed in bent, ben je al op weg om je Goddelijke roeping te onderkennen.” Verder wijst Thomson op verlangen. “Blijft dat verlangen, laat ik zeggen meer dan een half jaar, dan heb je een sterke indicatie dat dat je beroep kan worden. Als het uiteraard een eerlijk beroep is.

Economisch nut

Waarom zou je Klassieke Talen studeren? Veel mensen denken tegenwoordig veelal aan het economische nut van een studie. Wat heb ik eraan, wat verdien ik ermee? Bij het bestuderen van Klassieke Talen leer je echter meer dan alleen de taal zelf. Thomson verwijst naar de Gouden Eeuw, waar studenten standaard Grieks en Latijn kregen: “Het doel was om hun éigen taal daardoor beter te kennen en om beter leiding te kunnen geven, bijvoorbeeld in een stadsbestuur. Een tekst is niet zomaar een verhaal, maar het is een argument met hoofdzaken en bijzaken. Die verschillende onderdelen leerden studenten het beste herkennen door de klassieke talen te bestuderen. Ze konden zo heel makkelijk laten zien of een argument klopte.

Universitaire wereld

De universitaire wereld kan voor een leerling van VWO-6 bedreigend aanvoelen. Zeker als deze leerling op een vertrouwde reformatorische school gezeten heeft. Thomson geeft aan dat het studieklimaat de laatste jaren steeds meer antichristelijk is geworden. “Het is doordrenkt van de gedachte dat alles voor iedereen mogelijk moet zijn. Rectoren van universiteiten kennen de Bijbel niet meer.” Daartegenover staat, waar Thomson al eerder op wees, dat de denkkracht door God ingegeven is. “Christenen moeten daarom de laatsten zijn die bezwaar hebben tegen het bestuderen van de klassieke talen.” Immers, als jongeren geen Klassieke Talen ‘studeren, hebben we vanaf de volgende generatie geen Bijbelvertalers meer!7

Voetnoten

VCOG organiseert 31 januari 2023 D.V. een ouderavond over genderverwarring – Hoofdspreker is dr. Benno A. Zuiddam

Op dinsdag 31 januari 2023 D.V. organiseert de VCOG1 een ouderavond over transgenderisme. De avond draagt de titel ‘Wat is de mens?’ en de ondertitel ‘Hoe u kunt omgaan met de genderverwarring van onze tijd’. De avond wordt georganiseerd in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Opheusden. Een belangrijk onderwerp en daarmee een belangrijke avond om bij te wonen. Zeker met de opkomende ideologie van het transgenderisme in het achterhoofd.

Vanaf 19.00 uur is de inloop met koffie/thee. Om half acht is het welkomswoord van de directeur-bestuurder van VCOG, dhr. J.A. Zwerus. Om 19.35 uur opent dr. D. de Wit2, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Kesteren en docent aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeente te Rotterdam, de avond met een korte meditatie. Na de meditatie spreekt dr. B.A. Zuiddam, predikant van de Hersteld Hervormde Kerk, docent aan het Hersteld Hervormd Seminarie en als lector verbonden aan Bijbels Beraad M/V.3 Dit betreft de hoofdlezing van de avond over ‘Wat is de mens?’ De titel is gekozen naar aanleiding van Psalm 8:5. De spreker zal ingaan op de genderverwarring in deze tijd. Onder zijn redactie verscheen vorig jaar het boekje ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’, een waardevol boekje dat in de breedte van de Gereformeerde Gezindte wordt gewaardeerd.4 Na deze lezing is er een vragenronde. Voorzitter van het bestuur van VCOG, ir. G.G. van Bochove, hoopt de avond af te sluiten. De toegang is gratis, wel zal er worden gecollecteerd ten behoeve van de nieuw te bouwen basisschool te Kesteren. De avond is ook waardevol voor niet-leden van de VCOG. Zie voor meer informatie en het adres de flyer hieronder.

Voetnoten

Een ernstig milieudelict en het rentmeesterschap van Adam en Eva – Bespreking ‘Het raadsel van de blauwe vaten’

“De twee andere kerels komen er ook bij staan. “Dus jij wou naar de politie gaan, vriendje?” sist hij. “Nee, meneer,” hakkelt Joost. “Ik zal mijn mond dicht houden.” Randy schudt zijn hoofd. “Mensen, die zo snel van mening veranderen, vertrouw ik niet helemaal,” zegt hij. “Eerlijk waar, meneer.” Jammert Joost. Hij wil alles wel beloven als ze hem maar laten lopen. “Wij gaan jou een klein lesje leren, jochie,” grijnst Randy. “Je zult het daarna wel uit je hoofd laten om naar de politie te gaan. En mocht je dat toch doen, dan weten we je te vinden, en dan rekenen we voorgoed met je af.” Joost slaat zijn handen voor zijn gezicht, want hij snapt wel ongeveer wat er nu gaat gebeuren. “Heeelp!” gilt hij in zijn angst.”

Inhoud

Het negende deel van de bekende ‘Chris en Jorieke’-serie van kinderboekenschrijver Bert Wiersema heeft als titel ‘Het raadsel van de blauwe vaten’. Het boek verscheen in 1997 bij De Vuurbaak.1 Dit keer raken de avontuurlijke kinderen Huizinga betrokken bij een ernstig milieudelict. In de fabriek Gaaychem op de Harselaar in Barneveld worden metalen onderdelen van scheepsmotoren bewerkt. De fabriek wordt gerund door de gebroeders Bertus en Gert de Gaay. Bertus is een nette directeur die zich wil houden aan de strenge milieuregels. Gert wil daar juist graag onderuit. Na bewerking ontstaat er chemisch afval (filterkoek) dat afgevoerd moet worden. Op van die peperdure rekening af te komen bedenken Gert en medewerker Randy een plan. De filterkoek moet door de compost van de zwager van Randy gedraaid worden. Alles lijkt voorspoedig te gaan totdat er een kink in de kabel komt. Joost, een medewerker van de compostfabriek, komt achter het milieudelict. Daardoor raakt alles in een stroomversnelling. Een spannend avontuur volgt waarbij ook Chris en Jorieke Huizinga (met hun vader) betrokken zijn. Gelukkig kunnen de daders gepakt worden en voorkomen Chris en Jorieke dat het hele geval een dodelijke afloop kent.

Rentmeesterschap van Adam en Eva

Directeur Bertus de Gaay is een voorbeeldfiguur hoe directeuren van chemische bedrijven zouden moeten omgaan met chemisch afval. Aan het einde van het boek ontstaat er een gesprekje tussen pa Huizinga en zijn oudste kinderen over rentmeesterschap. Chris vraagt vader of ze in ons land streng zijn op het milieu. Vader geeft aan dat dit het geval is omdat er veel mensen in een klein landje wonen en Nederland bovendien het ‘afvoerputje van Europa’ is. Gelukkig zijn er afspraken gemaakt met andere landen. “Er is een Rijnaktieprogramma [sic] gemaakt door het RIZA, het Rijksinstituut voor integraal zoetwaterbeheer, daar heb ik wel eens iets over gelezen.” Dan verwijst vader Huizinga naar Genesis: “We moeten zo goed mogelijk met de schepping omgaan. God heeft ons tenslotte een cultuuropdracht gegeven.” Op de vraag van Jorieke wat dat is vervolgt vader: “God zei vroeger al tegen Adam en Eva dat ze goed op zijn wereld moesten passen. Maar de mensen dachten dat ze het wel zonder Gods hulp konden. En daar zien we nu de gevolgen nog steeds van. Hier op aarde heeft eigenlijk alles zijn schaduwzijde. Een auto is een prachtige uitvinding. Je kunt je er snel mee verplaatsen. Ziekenauto’s redden mensen het leven. Maar ze vervuilen enorm en kunnen heel gevaarlijk zijn. Met vliegtuigen is het precies zo. En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan.” Volgens Jorieke zit er aan één ding geen schaduwzijde, en dat is: vakantie. Het is goed als creationisten zich inzetten voor de cultuuropdracht: het bebouwen en bewaren van de schepping.2 Dit is gebaseerd op een historische lezing van Genesis. Die opdracht aan Adam en Eva geldt nu nog. Mooi dat Bert Wiersema in dit deel dit op een eenvoudige wijze voor het voetlicht brengt.
Voetnoten

‘In het begin lag de aarde verloren’ – Lied voor de onderbouw van het basisonderwijs

Het is belangrijk om onze kinderen meer te leren over de zesdaagse schepping. Dat kan met behulp van diverse materialen, methoden en werkvormen. Veel jonge kinderen leren door te zingen! Het is daarom heel goed dat er ook liederen bestaan over de schepping die de chronologie van het scheppingsverhaal volgen. Eén zo’n lied is ‘In het begin lag de aarde verloren‘ Het lied is geschreven door Hanna Lam (1928-1988) en gecomponeerd door Wim ter Burg (1914-1995). ‘In het begin lag de aarde verloren‘ wordt in de onderbouw van veel (reformatorische) basisscholen aangeleerd en gezongen. Hieronder volgen twee video’s via YouTube. De tweede video is een instrumentale versie van het volledige lied met in de ondertiteling de liedtekst. Onderaan de pagina wordt ook de liedtekst van het lied weergegeven. Dit lied is ook te zingen via Gezangboek.nl.1

Nederland Zingt

Klopstra

Liedtekst

1. In het begin lag de aarde verloren,
in het begin in de duisternis.
God sprak Zijn woord en het licht werd geboren,
‘t licht dat vandaag onze dag nog is.

2. In het begin zijn de wolken en luchten,
in het begin is de hemel ontstaan.
God sprak Zijn woord en de wateren vluchtten:
zo bracht Hij scheiding en ruimte aan.

3. In het begin is de aarde gekomen,
in het begin uit de diepte der zee.
In het begin kwam het gras en de bomen,
bloeiden de bloemen en graasde het vee.

4. In het begin zijn de sterren gaan branden,
in het begin kwam de zon en de maan.
Boven het land en de zee en de stranden,
wijzen zij wegen en tijden aan.

5. In het begin kwamen vogels gevlogen,
in het begin werd hun lied al gehoord.
Vissen in ‘t water, wat leeft op het droge:
God schiep de dieren elk naar zijn soort2.

6. In het begin riep God mensen tot leven,
in het begin was het woord in hun mond.
Wat was het goed om op aarde te leven,
wat was God blij dat de wereld bestond.

Voetnoten

‘Verloren Vrijheid’-serie wijst op mensonterend slavernijverleden

“In een laatste stuiptrekking halen de klauwen uit naar Doa’s lichaam. Doa voelt de nagels in zijn buik en schouder dringen. Hij brult het uit van pijn, maar de klauwen missen de kracht om werkelijke schade aan te richten. Doa ziet dat zijn wonden niet meer zijn dan flinke schrammen. De panter ploft naast hem in de varens.”

Doa, de hoofdpersoon van het eerste deel van de ‘Verloren vrijheid’-serie van Bert Wiersma, is een Afrikaanse oerwoudbewoner. Hij maakt onderdeel uit van een kleine stam. Op een dag wordt het alledaagse leven ruw verstoord doordat er witte mannen en mannen van de Afrikaanse Hoodoo-stam het dorp binnen vallen. Een van de witte mannen heeft zelfs een stokje en een monster. Als je met dat stokje naar een tegenstander wijst dan klinkt er een knal en komt er een gat in de borstkast van die tegenstander. Doa weet op dat moment nog niet wat een pistool en een hond zijn. Deze witte mensen zijn slavenronselaars die getipt zijn door de Hoodoo-stam. Alle mensen worden weggevoerd en het dorp gaat in vlammen op. Omdat Doa op jacht is, zie de introductie, ontspringt hij de dans. In een poging de gevangenen te bevrijden wordt ook Doa gearresteerd. Ze worden met nog meer andere Afrikaanse stambewoners in de romp een slavenschip gepropt. Na een lange en barre reis komt het schip in Suriname aan. Dit is het begin van een spannend, meeslepend verhaal over de Nederlandse slavenhandel. In het tweede deel gaat het over de smid Dirk die uiteindelijk moet vluchten vanwege een afpersende graaf, ook zijn bestemming is Suriname. In het derde deel komen beide hoofdpersonen elkaar tegen en eindigt de serie in een spannende en verrassende afsluiter.

Boodschap

Bert Wiersema heeft een drietal spannende boekjes geschreven, die, zo hoop ik, door veel kinderen gelezen zullen worden. Wiersema schrijft namelijk niet zomaar enkele spannende kinderboekjes, hij wil er een boodschap in leggen. Vaak neemt hij een gezin, familie of individu als hoofdpersoon die in zijn of haar doen en laten christen is en wordt er gewezen op de Heere Jezus Christus als enige redmiddel. Zo zijn er ook in deze serie Afrikaanse slaven die overgegaan zijn naar het christendom dankzij de bediening van de zogenoemde Hernhutters. Een slavenhouder wil niets weten van wreedheden tegen zijn slaven, maar behandelt hij ze als werknemers. Hij gunt ze zelfs de vrijheid, mochten ze dat willen. Dat Wiersema de historiciteit van het Schriftwoord hoog in het vaandel heeft staan blijkt ook weer uit deze boekjes. Wiersema wijst in het tweede deel, Ontsnapt, namelijk kort op God de Schepper: “Als je nu zo kijkt naar die schitterende zon en het mooie landschap geloof je dan niet dat er een God is die dat allemaal gemaakt heeft?1 God heeft de wereld geschapen, dat lezen we ook in Genesis.

Cham-ideologie

Dat een correcte visie op de historiciteit van Genesis niet altijd leidt tot Bijbelgetrouwheid of menslievendheid komt in dit boekje duidelijk naar voren in de handelswijze en argumenten van de kapitein van het slavenschip. Wiersema laat de kapitein een Cham-ideologie verdedigen, zoals diverse mensen dat in die tijd deden. Hayco, een scheepsjongen die aanwezig bij het ronselen van de slaven in het Afrikaanse oerwoud, voelt sterk aan dat dit een zeer foute behandeling is. Hij steekt zijn gevoelen niet onder stoelen of banken. De kapitein van het schip, Geleynsz, roept de scheepsjongen bij zich en probeert hem te overtuigen van de juistheid van deze handelswijze. Hij doet dat met een beroep op de Cham-ideologie. Hij zegt al lezend in Genesis 92: “Nu moet je horen wat er gebeurt. (…) Vier zonen had Cham (…) Kusch, Misraïm, Put en Kanaän. Die laatste ken je wel. (…) Als de Israëlieten in Kanaän komen moeten ze die Kanaänieten eruit jagen. En nou zal ik je eens wat vertellen. Mizraïm is de voorvader van de Egyptenaren, een vijand van Gods volk. (…) Die Put en die Kusch zijn de voorouders van die negers die hier onder in de boot zitten. Snap je het nu? Vijanden van ons. Door God vervloekt.” De kapitein is overigens niet helemaal overtuigt van zijn verhaal en twijfelt er zelf ook aan. Maar hij stopt die twijfel weg. Wiersema schrijft: “Hij had alleen maar een goede reden nodig om op mensenjacht te gaan en daar grof geld aan te verdienen.3 De historiciteit van Genesis wordt niet ter discussie gesteld. Geen out-of-Africa-theorie. De Afrikanen zijn nakomelingen van Kusch en Put. Zoals gezegd leidt het aanvaarden van de historiciteit van Genesis niet perse tot Bijbelgetrouwheid of menslievendheid. Hadden de mensen die de Cham-ideologie aanhingen, de Genesistekst maar goed gelezen. Dr. Jan M. van der Linde schrijft in zijn boekje over deze Cham-ideologie: “In de loop der eeuwen ontstond de zogenaamde Cham-ideologie, ingezet en lang aangehouden door rabbijnen, christenen en moslims. Zij voorzagen kooplieden, planters en anderen van een vals bijbels alibi als ze slaven wilden kopen. De tekst van Genesis 9:25-27 zegt duidelijk dat Cham niet door zijn vader vervloekt werd, wel Kanaän, de jongste zoon van Cham.4 Gelukkig hobbelde niet iedereen achter deze Cham-ideologie aan. Er waren ook Bijbelvaste theologen, plantage-eigenaren en gewone burgers die gruwden van de mensonterende leefwijze van de Afrikaanse bevolking.5 Zij gingen de strijd aan en wonnen die uiteindelijk. Daarnaast waren er ook christenen die zich druk maakten om het behoud van de slaven. Zij wezen hen op de enige weg tot behoud: de Heere Jezus Christus.

N.a.v. de serie Verloren Vrijheid: Wiersema, B., 2004, Ontvoerd (Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak). Wiersema, B., 2004, Ontsnapt (Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak). Wiersema, B., 2005, Ontdekt (Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak).

Dit artikel werd geschreven in 2018.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

“Het leven is niet zonder strijd” – Bespreking ‘Strijd!’

“’Het is een wolf! Hij vreet ons op!’ roept Dave benauwd. De wolf komt langzaam dichterbij. Zijn tong hangt uit zijn kwijlende bek. Dave en Willem fietsen voor hun leven. ‘Help!’ roept Willem gesmoord. Hij kijkt om zich heen of hij iemand ziet, maar er is niemand in de buurt, lijkt het.”

C. van der End schreef het mooie kinderboek Strijd voor kinderen vanaf 8 jaar. Het boek is uitgegeven bij Om Sions Wil. En gaat over twee jongens die in groep 8 zitten en op kamp gaan. Ze beleven van allerlei grappige en spannende avonduren. Het boek is geschreven vanuit reformatorisch perspectief. Het is ook een ernstig boek omdat Dave worstelt met een oma die ziek is.

Schepping

In het boek wordt twee keer positief verwezen naar de schepping. De eerste keer op bladzijde 97. Als Dave met zijn familie oma wil bezoeken dan reizen ze over de dammen naar het Zeeuwse Walcheren. Bij de stormvloedkering in de Oosterschelde1 kijkt Dave naar buiten: “Dave heeft dit al vaker gezien, maar blijft toch geboeid naar buiten staren. Zoveel ruimte, zoveel water! Dave bedenkt hoe klein hij is. Wat is God toch groot dat Hij dat alles gemaakt heeft.” Wanneer het gezin weer terugrijdt dan zingt Dave in gedachte psalm 121 in de berijming van 1773: “Mijn hulp is van de Heere alleen, Die hemel zee en aarde, eerst schiep en sinds bewaarde”.2

Heel goed dat de schrijver aandacht heeft voor God de Schepper en dit alledaags in het boek laat voorkomen. Water kent inderdaad wonderlijke eigenschappen. De chemicus dr. Jonathan Sarfati schreef daar ooit voor Weet Magazine een mooi artikel over. Het boekje wordt aanbevolen voor kinderen vanaf 8 jaar.

Dit artikel werd geschreven in 2020.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Vergelding en het paradijs – Bespreking ‘Vergelding’

“Als de drie wagons helemaal tot stilstand zijn gekomen, klimmen Ivar en Zoro ervanaf. Plotseling klinkt in de verte weer het aanzwellend gebrom van een helikopter. Ivar kijkt naar de lucht, maar in het duister zijn geen boordlichten te ontdekken. Hij heeft de boordlichten uit, denkt Ivar. Het geluid komt snel dichterbij en Ivar herkent de Hind. In de directe omgeving is geen schuilplaats te ontdekken. ‘Snel onder een wagon!’ roept hij.”

Jeugdboekenschrijver Adri Burghout heeft al verschillende boeken op zijn naam staan. Hij kan mooi schrijven (en ook mooi tekenen). Dat geldt ook voor het boek ‘Vergelding’. Dit boek is geschreven naar aanleiding van de nasleep van de ramp met het passagiersvliegtuig MH-17, de Syrische burgeroorlog en het zogenoemde IS-kalifaat. Ivar, de hoofdpersoon, krijgt van de legerleiding de opdracht om de verantwoordelijke van het neerschieten van de vlucht MH-17 op te sporen. De legerleiding weet niet dat Ivar ook met wraakgevoelens loopt en vergelding wenst. Een goede vriendin was namelijk aan boord van het vliegtuig. Na een spannend avontuur door Irak, Turkije en Syrië komt hij de dader op het spoor. Ondertussen spreekt het geweten en komt hij de dochter van de dader tegen (die precies op de omgekomen vriendin lijkt) en die vertelt Ivar dat haar vader nog maar twee tot drie weken te leven heeft. Ivar vindt vrede in zijn hart en voert zijn wraakplannen niet uit. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Den Hertog en is geschikt voor tieners vanaf 12 jaar.

Paradijs

Burghout heeft in zijn boek ook aandacht voor het paradijs en de verschrikkelijke geschiedenis van de zondeval. Hij vermoedt dat Syrië en Irak eens het land van het paradijs is geweest en schrijft dat de eens zo vredige paradijswereld radicaal veranderde na de zondeval. Of het paradijs ook werkelijk gelegen heeft op de plaats tussen de huidige Tigris en de Eufraat valt te bediscussiëren. Creationisten denken dat de zondvloed alle geografische aanwijzingen van de wereld voor de zondvloed heeft uitgewist en dat het slechts de namen zijn die ons herinneren aan de wereld voor de zondvloed. Hoe het ook zij, het is goed dat Burghout in zijn boek de paradijsgeschiedenis en de gevolgen van de zondeval verwerkt.

Dit artikel werd geschreven in 2021.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

‘In het hart van het kalifaat’ en de oorsprong van het kwaad – Bespreking van ‘In het hart van het kalifaat’

“’Het zijn allemaal moordenaars! Beulen! Ibrahim en Adiva waren niet schuldig aan overspel! Jullie zijn allemaal hetzelfde! Geboren om te doden! Gedreven door de haat!’ Rick hijgt. Alle woede en verdriet komen eruit. Het kan hem niets meer schelen. Hij zal hier toch niet meer levend uit komen. Quaddus pakt Rick bij zijn keel. ‘Pas op uw woorden, meneer Van Drimmelen. U vergeet dat u nu in mijn bezit bent!’ ‘Ik ben van niemand! Niet van u, niet van de Islamitische Staat en niet van die onmenselijke beulen!’ fluistert Rick. Quaddus haalt uit. Versuft voelt Rick aan zijn kaak. Hij veegt met de bovenkant van zijn hand langs zijn mond. Bloed.”

Het verhaal

Sahir, een jongen van 16 jaar wil Muhadjien voor Allah zijn. Hij woont in de stad Raqqah. Het hart van het kalifaat. Een van de ‘heldendaden’ die Sahir doet is een aanslag op een christelijke gemeente in die stad. Als blijkt dat na de ontploffing de bom niet helemaal de gewenste uitwerking heeft gehad, Saïd de voorganger van de gemeente, leeft nog. Sahir zoekt de voorganger thuis op en schiet hem neer. Wonder boven wonder overleeft de man deze aanslag. Enige tijd later hoort Sahir via via dat Saïd nog leeft. Sahir zoekt uit waar de man is gaan wonen, komt hem ‘toevallig’ tegen op straat en ‘neemt hem gevangen’. Met toestemming van de leider van IS, Abdul Quaddus, wordt Saïr uiteindelijk terechtgesteld. De moeder van Sahir blijkt ook christin te zijn geworden en ook zij wordt door Sahir aangegeven en terechtgesteld. Vreselijk als jongeren zo ver afgestopt zijn door indoctrinatie van geweld dat ze hun eigen moeder aangeven.

Parallel aan dit verhaal loopt nog een ander verhaal. De verhalen komen uiteindelijk bij elkaar. Het tweede verhaal gaat over verslaggever Rick van Drimmelen die er door de geheime dienst op uit gestuurd wordt om een journalistiek verhaal te maken over het leven in de ‘staat’ van IS. Hij krijgt een persoonlijke gids mee, Claire, die hem moet beschermen voor gevaar. De vertrouweling van de Nederlandse veiligheidsdienst woont in Raqqah en blijkt Saïd, de bovengenoemde voorganger te zijn. Uiteindelijk krijgt Rick het voor elkaar om Abdul Quaddus zelf te interviewen. Het lijkt erop dat hij dit met de dood moet bekopen. Gelukkig grijpt de veiligheidsdienst in en door een reddingsoperatie in de nacht wordt Rick (samen met Claire) bevrijd uit te gevangenis.

In het boek vinden nog meer gebeurtenissen plaats, maar daarvoor moet u het boek zelf maar lezen. Het boek ‘In het hart van het kalifaat’ verscheen in 2016 bij ‘Om Sions Wil’ en is geschreven door J. Kriekaard.1 Het is geschreven voor jongeren vanaf 14 jaar. Hoewel de ‘Islamitische Staat’ een groot deel van haar slagkracht is verloren is ze niet totaal uitgeschakeld. Goed dat dergelijke boeken geschreven zijn, opdat wij dit niet zullen vergeten.

Kwaad en de zondeval

Saïd, Rick en Claire worden ook beziggehouden met de vraag die Saïd stelt over IS: ‘Waar komt het kwaad in deze groep vandaan?’ Deze vraag blijven in de hoofden van Rick en Claire malen. Rick, die als christen is opgevoed gelooft niet meer in een persoonlijke God. Hij denkt op bladzijde 77: ‘Waarom zou hij ook? Hij gelooft niet in een God Die zoveel lijden toelaat’. Zo door het boek wordt duidelijk waar het (dit) kwaad vandaan komt. Op bladzijde 112 lezen we over een gesprek tussen Adiva (de moeder van Sahir), Rick en Claire over dit kwaad. Adiva: ‘Ik leerde (op de bijeenkomsten JvM) dat er in het hart van een mens allerlei kwaad leeft. Ik leerde dat wij als mensen geneigd zijn om God en elkaar te haten’. Wanneer Rick vraagt wat dan het kwaad is, antwoordt Adiva: ‘Het kwaad noemt Gods Woord: zonden. Jij en ik, Claire en Ibrahim, élk mens is vol van zonden’. Nu weten Rick en Claire wat het kwaad is, maar nog niet waar het kwaad vandaan komt. Op bladzijde 117 wordt dat duidelijk. Lees maar mee:

“’Ibrahim…’ Wat ongemakkelijk probeert Rick met zijn vragen voor de dag te komen. ‘Adiva vertelde laatst dat de zonde in elk mens woont. Hoe kan dat, Ibrahim? Ik pieker me suf, maar ik kan geen antwoord vinden.’ Ibrahim staat op en pakt de zwartleren Bijbel uit de kast. ‘Rick, heb jij wel eens gehoord van Adam en Eva?’ Rick knikt. Daar heeft hij wel eens van gehoord. ‘Adam en Eva hadden geen zonden, geen kwaad, Rick. Ze leefden voor God en met God. Maar toen hebben ze naar de duivel geluisterd en gegeten van de boom, waarvan ze wisten dat zij daar niet van mochten eten. Toen is het kwaad in het hart van de mensen gekomen’. Rick fronst zijn wenkbrauwen. ‘Maar wat heb ik daar nu mee te maken?’ Ibrahim vervolgt. ‘Weet jij hoe de duivel ook wel genoemd wordt?’ Rick kijkt Ibrahim vragend aan. ‘Mensenmoordenaar, Rick. De duivel wil niets liever dan mensen doden. Hij doet er alles aan om zoveel mogelijk mensen te doden.’ ‘Oké, ik denk dat ik begrijp wat je zeggen wilt, Ibrahim. Je wilt zeggen dat al deze strijders mensen zijn die werken voor iemand die duivel heet’. Ibrahim knikt. ‘Alleen, beste Rick, weet je nog wat ik tegen je gezegd heb laatst in de auto? Dat kwaad, de zonde, het zit ook in jouw hart, met dit verschil, dat het er niet uitkomt’. Rick piekert. Hij probeert de woorden van Ibrahim te plaatsen. ‘Je bedoelt dat het kwaad er nog niet uitstroomt?’ ‘Precies’, antwoordt Ibrahim. ‘En daarom ben je in jouw hart en ik in mijn hart, geen haar beter dan zij. Het is alleen genade van God dat wij voor zulke verschrikkelijke daden bewaard blijven. En daarom kon Saïd sterven. Hij wist dat hij geen haar beter was’.”

De vraag van Rick over het kwaad vindt hier een antwoord. Goed dat de auteur verwijst naar de paradijsgeschiedenis met Adam en Eva. Het was goed, het is slecht geworden door de zonde van de mens en de duivel en voor Gods kinderen wordt het later weer goed. Dat is de geschiedenis van het kwaad. Een spannend boek met een persoonlijke boodschap. Een aanrader om te lezen.

Dit artikel werd geschreven in 2021.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Maaike en Marijke en verwondering over de schepping in Amerika – Bespreking ‘Maaike en Marijke naar Amerika’

“O, verschrikkelijk, de kajak slaat om. De meisjes gillen het uit en ze komen onder de kajak terecht. Oom Koos en vader zijn het eerst weer boven water. Maar waar zijn de meisjes? Verschrikt kijken vader en oom Koos over het water of ze de meisjes ook kunnen zien. O, waar zullen ze zijn?”

Maaike en Marijke naar Amerika’ is een vervolgdeel op ‘Maaike en Marijke krijgen een brief’. De, in Reformatorische deel van Nederland, bekende ‘Maaike en Marijke’-serie werd geschreven door Jannie Koetsier-Schokker en dit deel verscheen in 1994 bij uitgeverij De Banier. Het deel is alleen nog tweedehands te verkrijgen.1 Er is wel een luisterboek verkrijgbaar met dit verhaal. Ook is het kinderboek in 2015 vertaald in het Engels onder de titel ‘Maaike and Marijke’s trip to America’ en uitgegeven door uitgeverij Om Sions Wil. Dit deel is nog steeds wel verkrijgbaar.

Verwondering

Maaike en Marijke gaan, met de ouders van Maaike, op vakantie naar Amerika en brengen een bezoek aan oom Koos en tante Annie. Ze beleven allerlei avonturen, zoals het omslaan van de kajak. Ze gaan ook op roadtrip en bezoeken daar allerlei bezienswaardigheden in de natuur: Columbia River, Multnomah Falls, Salt Lake, Snake River, Shoshone Falls en ze brengen een bezoek aan Arches National Park. Wanneer ze dit alles bezichtigen dan raken ze in scheppingsverwondering. Zo zelfs dat ze in Arches National Park gaan zingen uit de psalmberijming van 1773: Psalm 19:1.2

Het ruime hemelrond
Vertelt met blijden mond,
Gods eer en heerlijkheid;
De held’re lucht en ’t zwerk
Verkondigen Zijn werk,
En prijzen Zijn beleid.
Dus kan ons dag bij dag.
Tot roem van Gods gezag,
Zijn wonderen verhalen;
Dus weet ons nacht bij nacht
Zijn onbegrensde macht
En wijsheid af te malen.

Evaluatie

Heel mooi hoe de auteur de kinderen door middel van deze verhalen leert om zich te verwonderen over Gods schepping. Toch had er naast verwondering nog meer gezegd kunnen worden over Gods almacht. Bijvoorbeeld kan er bij Arches National Park gewezen worden op de zondvloed (of de turbulente periode er direct na). Recent werd er in het blad Weet Magazine nog een vertaling geplaatst van een artikel Michael Oard (MSc.) over deze natuurlijke bruggen.3Bron: Oard, M.J., 2018, Natuurlijke bruggen. Maak kennis met het raadsel van Amerika’s vrijstaande bogen, Weet 54: 16-20. Zie hier voor de pdf: https://weet-magazine.nl/wp-content/uploads/2019/11/Weet-54-natuurlijke-bogen.pdf.4 Inderdaad een prachtig gezicht en het brengt je in stille verwondering.

Dit artikel werd geschreven in 2021.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

De lifter en bruine dwergen – Bespreking ‘Hitchhiker’

“Mijn broer en zus lieten het er niet bij zitten. Ze hadden goed door dat ik hetzelfde luizenleven bij opa en oma had als zijn in Saskatoon hadden. Ze zonnen op wraak en haalden flauwe grapjes uit, zoals zout in mijn thee doen en kleefkruid tussen mijn lakens stoppen. Veel fantasie hadden ze niet, maar ik bleef erg op mijn hoede.”

In 2019 verscheen bij Uitgeverij De Banier het boek Hitchhiker. Een boek dat bedoeld is voor jongeren uit de bovenbouw van de middelbare school. De hoofdpersoon, Nadia, uit Canada is eenzaam en wordt na de scheiding van haar ouders door haar moeder als slaaf en ‘voetveeg’ gebruikt. Ze moet het hele huishouden doen en daar lijden haar schoolresultaten onder. Op school is ze eenzaam, maar ook thuis wordt ze vaak dwars gezeten door haar broer en zus. Na haar examen en na haar negentiende verjaardag besluit ze om zelf keuzes te maken en de wijde wereld in te trekken. Ze wil zo ver mogelijk bij haar familie vandaan wonen en besluit naar de stad Victoria, op Vancouver Island, te trekken. De tocht gaat het eerste stuk met de trein en daarna liftend, waarbij ze allerlei soorten mensen ontmoet en van alles meemaakt. Aangekomen in Victoria blijkt dat niet Utopia te zijn. Doordat het toeristenseizoen voorbij is, is er amper werk te vinden en de huur van de kamers is vrijwel onbetaalbaar. Nadia belandt in een zwerverstentenkamp en maakt daar allerlei dingen mee. Uiteindelijk na veel omwegen vindt Nadia werk en een eigen huurwoning en komt het allemaal weer goed.

Bruine dwergen

Op een avond zit Nadia samen met een andere zwerver, Brian, naar de sterren te kijken. Brian weet heel veel van sterren. Hij vertelt Nadia deze avond over bruine dwergen1 en gasreuzen. Ik citeer:

“’Bruine dwergen’, zei hij, ‘zijn kleiner dan sterren, maar groter dan gasreuzen. Bruine dwergen ontstaan door contractie van een wolk watergas, maar de massa van het samentrekkende gas is onvoldoende om fusie van protonen op gang te brengen. ‘Eigenlijk’, zei hij op vertrouwelijke toon, ‘zijn ze helemaal niet bruin, maar rood. Bruine dwergen en gasreuzen kun je van elkaar onderscheiden door de manier waarop ze ontstaan en door het formaat dat ze hebben.’ Ik knikte en wachtte tot hij verder zou gaan. ‘De eerste bruine dwerg werd in 1995 ontdekt. Wist je dat? ‘Nee’, zei ik, ‘vertel er eens meer over.’ Ik vond het leuk om naar hem te luisteren, hoewel zo midden in de nacht de helft van zijn geleerde praat langs mij heen ging. ‘De eerste bruine dwerg die niet in een sterrenhoop werd aangetroffen was de Kelu-1. Die ontdekten ze in 1997’, vervolgde Brian onverstoord. Hij vertelde over lithium en methaan dat aanwezig is in bruine dwergen en praatte over de temperatuur, gemeten in Kelvin. Ik had geen flauw idee hoe ik dat naar Celsius of Fahrenheit om moest rekenen, maar ik knikte weer.”

Brian heeft vroeger in een laboratorium gewerkt en vertelde Nadia ook over het nieuwsfeit dat in Californië de kleinste bacterie is gevonden. Brian gaf gastlessen aan de universiteit van Californië. Hoe hij in het tentenkamp was beland wist Nadia niet. Volgens Brian had dat lesgeven allemaal geen zin. Hij zegt: “Kijk naar de sterren (…), hoe groot ze zijn. Kijk naar die kleine bacterie, hoe klein die is. Kijk dan naar jezelf en vraag je af wat we nu eigenlijk betekenen in het grote geheel dat we heelal noemen. Kijk hoe we lopen te ploeteren en te sloven voor een beetje geld en comfort en dan gaan we dood.

Nadia kan niet helemaal meekomen in dit negatieve beeld dat Brian schetst maar stelt hem een vraag:

“Als het heelal zo oneindig groot is en bacterieën [sic] zo onnoemelijk klein, denk je dan niet dat er Iemand is Die alles in Zijn hand houdt en de boel regelt?”

Tegelijkertijd denkt Nadia aan de zondagschooljuffrouw van de kerk van haar opa en oma. Daar leerde Nadia het lied ‘He’s got the whole world in His hands’.1 Brian gelooft dat er wel ergens een God is maar geeft aan dat Die God hem dan vergeten is. Dat zet Nadia aan het denken: Is dit tentenkamp werkelijk een Godverlaten plek? Het boek eindigt gelukkig niet in deze mineur. In de epiloog lezen we van iemand die het manuscript van Nadia’s tekst (dit boek) gelezen heeft: “Ik keek omhoog. De lucht was helder en er pinkelden duizenden lichtjes boven me. Ik dacht aan Brians worsteling met de betekenis van zijn leven. Verwonderd vroeg ik me af waarom een God Die bij machte was dat enorme heelal te scheppen, aan ons, kleine mensjes, dacht en onze zelfs onuitgesproken gebeden verhoorde.

Nettie Leeflang heeft een indrukwekkend boek geschreven en mijn gedachten gingen ook uit naar de vluchtelingen op Lesbos en overal ter wereld die in tentenkampen, met de nodige ontberingen, moeten leven. Mooi dat Leeflang ook aandacht heeft voor de wetenschap en dit koppelt aan God de Schepper. De laatste zin in het citaat hierboven doet denken aan Psalm 8 de verzen 4 en 5 (SV): “Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt; Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?

Dit artikel werd geschreven in 2020.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten