Home » Genealogie » Akte van Boedelscheiding met erven ab intestato van Jan Huybert Menso

Akte van Boedelscheiding met erven ab intestato van Jan Huybert Menso

In Het Utrechts Archief wordt de Akte van Boedelscheiding bewaard met de erven ab interstato van Jan Huijbert Menso. De akte geeft een goede kijk op de nog in leven zijnde kinderen van Menso Johannes Menso en Hendrijna Suijck. Hieronder volgt de transcriptie. Van wege de grootte van de akte hebben we alleen het eerste blad als plaatje hieronder weergegeven.1

De transcriptie luidt:

“Op Húijden den 30e Aúgústús 1771 Compareerde voor mij Rútger van Ommeren Notaris ’s Hoofs van Utrecht Xc ende de Getúijgen nabenoemd hier toe versogt.

Den WelEdele Gestrenge Heer Jan Adriaan van Deventer, Borgemeester der Stad Rhenen mitsgaders Gecommitteerde ter Vergaderinge van de Edele Mogende Heeren Staten ’s Lands van Útrecht; als in Húwelijk hebbende vroúwe Sara Menso, en voor soo veel des noods, door HaarEd: bij speciale Procúratie den 28e Aúgústús deses jaers 1771; voor den Notaris Johan Boon en Getúijgen binnen Rhenen gepasseerd, hier toe Speciaal geaúthoriseerd; En nog de gemelde Heer Comparant als bij Deselve Procúratie Speciaal gemagtigde van De Heeren Hendrik Menso Borgemeester der Stad Rhenen, Cornelis Menso Lúijtenant ten dienste deser Landen, Vroúwe Alida Adriana Menso wedúwe van de Heer Willem Adriaan Boúwensch, Júffrouw Elisabeth Constantia Menso meerderjarige en ongehúwde Júffrouw. De Heeren Adam Christiaan Metz, Med Doctor; Menso Johannes Metz, meerderjarig Jongman, Fredrik Hendrik Bronkhorst, en Júffroúw Hendrina Sara Metz Echtelieden, Mejúffroúwen Geertrúijda Metz, en Alida Metz beide meerderjarige en ongehúwde Júffroúwen zijnde de gemelde Heere Adam Chrstiaan Metz, Menso Johannes Metz, Mejúffroúwen Hendrina Sara Metz, Geertrúijda Metz en Alida Metz kinderen van wijle, Mejúffroúw Hendrina Menso, in Huwelijk Verwekt bij den WelEerwaarde Heer Jan Rabo Metz, Bedienaar des Goddelijke Woords tot Rhenen, Wijders nog de Welgemelde Heer Comparant als bij deselve Procuratie speciale gemagtigde van den WelEerwaarde Heer Menso Johannes Menso, Bedienaar des Goddelijke Woords tot Slijk-Ewijk: van de Heer Willem Adriaan Menso meerderjarig Jongman, en Eijdelijk van Mejúffroúw Jacoba Hendrina Menso, insgelijks meerderjarig en ongehúwd; de Eenige nagelaten kinderen van wijlen de Heer Johannes Menso in leven Predikant der Stad Rhenen, in Húwelijk Verwekt bij Mejúffroúw Paúlina Elisabeth Boúwensch

Ende Zijnde de voorgemelde Heeren Hendrik Menso, Cornelis Menso; Vroúwe Alida Adriana Menso en Mejúffroúw Elisabeth Constantia Menso, mitsgaders de voornoemde kinderen van wijle Mejúffroúw Hendrina Menso, als meede de kinderen van wijle de Heer Johannes Menso soo vergemeld, met en benevens Zijn Heer Comparants Egtgenoote gemelde vroúwe Sara Menso, te Zamen de Eenige Ergenaamen ab intestato van henlieder Broeder en Oom De Heer Jan Húijbert Menso ongehúwd overleden; en welke gemelde Heer Jan Húijbert Menso ingevolge de Testamentaire Dispositie in dato 3 Júli 1750, voor de Notaris Johan Boon en Getúijgen tot Rhenen voornoemd gepasseerd, meede Ergenaam is gebleven van Mejúffroúw Alida Menso wedúwe de Heer Johan van Deventer; en is alsoo de natemelde obligatie ten behoeve van deselve Heer Jan Húijbert Menso toebedeeld geworden bij onderhandse schijdinge de nalatenschap van voornoemde Júffroúw Alida Menso, wedúwe de Heer Johan van Deventer in dato 3 Maart 1760 tot Rhenen voornoemd geteekend;

Ende verklaarde den Heer Comparant in opgemelde qúalité en in kragte van voorschreeve Procúratie /: waar van de grosse aan mij Notaris vertoond :/ verkogt te hebben en bij deese te Cedeeren, Transporteren en in vollen en vrijen Eijgendom over te geven aan de Diaconij van de Gereformeerde Kerk, te Aelsmeer en zúlks ten behoeve van deselve.

Een vernieúwde obligatie ten lasten van Holland en Wesvriesland, ten Comptoire de stad Haarlem in Blanco groot in Capitaal Seven Honderd acht en T’Negentig Gúlden sestien stúijvers, gedateerd 30e 1760 en geaggreëerd 8 December 1760, Regte fol: 1656. No 16749, Zijnde de origineele geweest van dato 30 Septemb. 1677. B: fol: 512. No 3 Num: 1236. Regte fol: 143

Welke gemelde Júffroúw Alida Menso te voorsz: obligatie geregtigt is geworden als een Dogter en meede Erfgenaame ab intestato van wijle Júffroúw Sara Hardebol in der tijd wedúwe van wijlen de Heer Johannes Menso; bij acte van scheiding wegens derselve nalatenschep den 21e febrúarij 1732 voor den Geregte der Stad Rhenen gepasseerd, tússchen de respective kinderen en kindskinderen van gemelde Sara Hardebol, zoo voor haar zelfs en nog als Erfgenaamen van húnlieder Broeder en Oom de Heer Constantin Menso, ingevolge desselfs besloote Testament in dato 30 september 1733 getekend, en ten zelve dage gesúperscribeerd, en vervolgens den 9e Maart 1734, geopend, En welke Júffroúw Sara Hardebol der tijd wedúwe van de Heer Johannes Menso, vermits het kinderloos overlijden van wijle Júffroúw Anna Hallius ingevolge de Testamentaire dispositie den 15e october 1721; voor de Notaris Abraham Tzeewen en Getúijgen tot Amsterdam gepasseerd, eenige Erfgenaam is gebleven van wijle de Heer Jan Halliús op het overlijden van de voornoemde Anna Halliús aan de voornoemde Júffroúw Sara Hardebol als vrij eijgen goed afgegeven ingevolge de acte van qúitantie en afgift den 17e Maart 1728 almeede voor de Notaris Abraham Tzeewen en Getúijgen tot Amsterdam voornoemd verleden

Zijnde aan mij Notaris bij origineele Qúitantien vertoond gebleeken, dat het Regt der Collenterale Súccessie wegens de voorsz: oblicatie, zoo wegens het overlijden van de Heer Constantijn Menso, Alida Menso, als wegens het afsterven van wijlen Jan Húijbert Menso; aan de Province van Holland en Westvriesland verschuldigd is voldaan.

Bekennende de Heer Comparant van de Cooppenningen der voorschreeve obligatie, zoo wegens Capitaal als Jútezessen ten genoegen voldaan en betaald te zijn; den laatsten Penning met den Eersten, en derhalven Zijn welke nog desselfs Principaalen daar aan niet alleen geen de minste actie, Regt of Eijgendom te behoúden of Reserveren, maar beloofden deselve obligatie ten allen tijden voor alle namaning op- en aanspraak te zúllen Vrijen en Waren, daar toe verbindende Zijn Persoon en goederen met Súbmissie als na Regten.

Aldús Gepasseerd binnen Útrecht ter Preesentie van Simon Vroom en Gerrit Post als Getúijgen

J:A:V:Deventer
Simon Vroom
G: Post
R:V:Ommeren

Voetnoten

  1. Bron: https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mizig=199&miadt=39&miaet=54&micode=34-4.2028&minr=4155858&miview=ldt.