In het Stadsarchief Amsterdam wordt het notarieel archief van Egidius Cremer bewaard. In dit archief komt ook een akte van boedelscheiding voor naar aanleiding van een obligatie van de kinderen en familie van Specht/Van Binsbergen. Hieronder volgt de transcriptie. Omdat de akte veel bladzijden bevat hebben we ervoor gekozen alleen het eerste blad als scan weer te geven. De transcriptie is wel van de volledige tekst.1

De transcriptie luidt:
“No: 72. Scheiding Van een Somma Van f 270 – – d.d. 11 Octob. 1805.
Op den Elfden October, des Jaars Achttien Honderd en Vijf,
11 October, 1805; No: 72
Compareerden Voor mij Egidiús Cremer, Notaris te Amsterdam, bij den Hove van Holland geadmitteerd.
De Heer Anthonij Goedhart, in kwaliteit als bij Procúratie, op den 20n September, 1805, ten overstaan van Preesident en Schepenen der Stad Wageningen gepasseerd, en in originali, aan mij Notaris vertoond, ten deeze Speciaale Jan van Binsbergen; Van Gerrit Cornelissen, als in húwelijk hebbende Grietje van Binsbergen; En Van Hermen Van Eldik, als in Egt hebbende Marritje Van Binsbergen, en Van gemelde Vróuwen, op het passeeren der gedagte Procuratie, met deze zelver Respective Mannen, geadsisteert geweest; alzo ter eerster zijde.
Zijnde Zij Jan, Grietje en Marretje Van Binsbergen, te Zamen, voor twee Neegende Parten geregtigd tot de natemeldene Gelden.
Dezelfe Heere Anthonij Goedhart, in kwaliteit als bij gemelde Procúratie, ten deeze Speciale Gemachtigde Van Jan van Brúggen, als in húwelijk hebben de Angeniet Spegt, Van Jasper Mijring, als in húwelijk hebben, de Marretje Spegt, en Van Evert Verwoert, als in egt hebben de Anna Spegt, en Van genoemde Vroúwen, op het passeeren der gem Procúratie, met derzelver Mannen, geadsisteerd geweest, alzo ter tweeden zijde.
Zijnde zij Angeniet, Marritje en Anna Spegt, de drie éénige nagelatene descendenten Van wijlen Gerrit Spegt, met meede wijlen Niesken den Hartog, in Húwelijk Verwekt en alzo, meede voor twee neegende parten, gerechtigd tot de natemeldene Gelden.
Genoemden Heer Anthonij Goedhart, in kwaliteit als bij gedachte Procúratie, ten deeze Speciaale Gemachtigde Van Marretje Goossens, Wed: Jan Weergang, en van Roelof Ariens, Wedúwenaar, en éénige geinstitúeerde Erfgenaam van Cornelia Goossens ter derden zijde.
Welke Marritje, en Cornelia Goossens zijn, en geweest zijn de twee éénige nagelatene afkomelingen van wijlen Anna Spegt, met mede wijlen Goosen Jansen, in echt Verwekt, en alzo; meede voor twee neegende parten gerechtigd tot de natemeldene Gelden.
Jan Spegt Janszoon, ter Vierden zijde
Hendrik Eekman, Wedúwenaar, mitsgaders onder den Last der Uitkeering van de Legitime Portie, aan de Kinderen besproken, éénige gestelde Erfgenaam van Wijlen Johanna Spegt, naar lúid den Testamente, door hem Comparant, en dezelve zijne overleedene Vroúwe, den 29n Janúarij 1783, voor de Notaris Pieter Galenús van Hole en Getúigen, alhier verleeden, ter vijfder zijde
Zijnde zij Jan Spegt Janszoon, en Hendrik Eekman, in zijne gemelde relatie, te zamen als meede Voor twee neegende parten, gerechtigd tot de natemeldene gelden.
Willem Spegt Roelofszoon, declareerende ten deeze schriftelijke Last te hebben van Roelof Spegt, ter sesder zijde. Dezelve Willem Spegt Roelofsz. Declareerende ten deeze schriftelijke Ordre te hebben van Anna Grietje Spegt, ter zevende zijde.
En Willemijntje Spegt, Wéduwe Van Gijsbert Van Arkel, ter achtster en Laatster zijde.
Zijnde Zij: Roelof, Anna Grietje en Willemijntje Spegt, de drie éénige nagelatene Descendenten van wijlen Jan Spegt Roelofs zoon, met meede wijlen Hendrina van den Heúvel, in echt Verwekt, en alzo te zaamen, voor één Negende part, gerechtigd tot de natemeldene Gelden.
Woonende hij eerste Comparant te Opheúsden in Gelderland, doch thans alhier present, en de Verdere Comparanten binnen deese stad.
Te kennen geevende: dat genoemde Willem Spegt Roelofs Zoon, ter voldoening van een obligatie, door hem, en deszelve Vóór overleedene Hún Vroúw Agatha Raaphorst, op den 4n April, 1788, ten behoven van de Principalen van hem Comp. ter eerster zijde, van den Vader van de Principaalen Van hem Comp. ter tweeder zijde, Van de Moeder van die Van hem Comp. ter derder zijde, Van de Comparanten ter Vierder en Vijfder Zijde, en Van den Vader van de Principalen Van hem Comparant ter Sesder en Zevender zijde, en Van haar laatste Comparante, alhier geteekend op de 8n: Augústús deezer Jaars, Aan Pieter Weber, wonende alhier, (die tot de ineassisteering derzelve Obligatie, Was geqúalificeerd,) heeft Voldaan, te Weeten, het Capitaal derzelve Obligatie, ten belope eener somma Van f 182: 3, – beneevens eene somma van f 127: 3, – Voor zeventien Jaren en Vijf Maanden van den 8n Maart 1788; tot den 8n Aúgústús 1805 gemeld, bereekende Intiressen, in 4 pC. ’s Jaars; Met het Vóórsch: Capitaal belopende eene somma van f 309: 6; Waartegens dezelve Pieter Weber, aan hún Comparanten heeft geexhibeerd twee reekeningen, te zamen bedragende f 39: 6, – Voor gemaakte onkosten, door denselven betaald; blijvende alzo voor húm Comparanten deelbaar, eene somma van f 270, –
Tot Welker Verdeeling, zij Comparanten overgaande, zo word bij deeze toegescheiden en Aan bedeeld:
Aan den Comp. ter eerster zijde, als Gemachtigde, en alzo ten behoeven van Jan, Grietje en Marretje van Binsbergen, ter Voldoening van hún Competentien. In Contante Penningen eene somma van f 60: – : –
Aan den Comparant ter tweeder zijde, als gemachtigde, en alzo ten behoeven van Angeniet, Marretje en Anna Spegt, ter Voldoening Van hunlieder Competentien. In Contante penningen eene Somma van f 60: – : –
Aan den Comp. ter derder zijde, als Gemachtigde, en alzo ten behoeve van Marretje Goossens, Wed. Jan Weergang, En Roelof Ariens, Wedúwenaar en Erfgenaam Van Cornelia Goossens, in Voldoening van derzelve Competentien. In Contante penningen Meede eene somma van f 60: – : –
Aan den Comp. ter Vierder zijde Jan Spegt Janszoon, in Voldoening van Zijn Competentie. In Contante penningen eene somma van f 30: – : –
Aan de Comp. ter Vijfder zijde, Hendrik Eekman; in Voldoening van Zijn Competentie. In Contante penningen eene somma van f 30: – : –
Aan den Comp. ter sesder zijde, ten behoeve van Roelof Spegt, ter voldoening van diens Competentie. In Contante penningen eene somma van f 10: – : –
Aan den Comp ter Zeevender zijde, ten behoeve van Anna Grietje Spegt, in voldoening van hare Competentie. In Contante penningen eene somma van f 10: – : –
En aan de Comp. ter Achtster en laatster zijde Willemijntje Spegt, Wedúwe van Gijsbert van Arkel in Voldoening van hare Competentie. In Contante penningen, eene somma van f 10: – : –
Waar meede zij Comparenten, zó in prive als kwaliteit, Verklaarden de aan hún úit hoofde gemelde Competeerende gelden te hoúden voor verdeeld; bekennende zij Comparante, de aan hún toebedeelde gelden, van gen. Pieter Weber, ontvangen te hebben, en denselven, dáárvoor, met dankzegging voor des, zelvs gratis Waargenomene Moeite, te quiteeren en te dechargeerden, met belofte Van hem, en Zijn Erfgenamen, Zo ook elkander over en Weeder; Voor alle naarmaningen, en Aanspraken, altoos te zúllen bevrijden; alles onder afstand van herscheiding, Relics, en Van al Wat hier tegens gebrúikt zoúde kúnnen worden, en Verbindende zij Comparanten, tot nakoming deezes, die in privé, derzelver eigene Personen en Goederen, en die in Qúaliteit, de Persoonen en Goederen Van húnnen Gerepresenteerdens, als naar rechten.
Kiezende zij Comparanten in kwaliteit, in de Namen húnner Principalen, derzelver Domiciliúm Citandi et excútandi, ten húize van den jongesten Procúreúr alhier, in der tijd.
Aldús gepasseerd binnen Amsterdam Vóórnoemd, in presentie van Pieter Noorwégen, en Nathanael Cremer als Getúigen.
A: Goedhart 99
Jan Spegt JansZoon
Henk Eekman
Willem Spegt Roelof Soon 99
Willemijnte Spegt
De weedewe van Arkel.
Pr Noorwégen
N: Cremer.
E: Cremer Nots.”