Home » Gastbijdrage » Honderdste nummer van Weet Magazine. „Ze stuurden bakstenen op om ons op kosten te jagen”

Honderdste nummer van Weet Magazine. „Ze stuurden bakstenen op om ons op kosten te jagen”

Al sinds 2010 brengt Weet wetenschappelijk nieuws met een Bijbelgetrouwe duiding. Eindredacteur Johan Démoed: „Weet bleek zo’n beetje het enige christelijke tijdschrift te zijn dat groeide tijdens de financiële crisis. Wat onmogelijk is bij mensen, is mogelijk bij God.”

Weet brengt al jarenlang wetenschappelijk onderzoek dichtbij voor christelijke lezers. Vaak met thema’s rondom schepping en evolutie. Onlangs verscheen het honderdste nummer. Een terugblik.

Hoe is de Weet precies tot stand gekomen?

„De eerste uitgever van de Weet was Ringer Otte, hij gaf ook GezinsGids uit. Toen hij uitgeverij De Banier verkocht – die ook zijn eigendom was – besloot hij samen met zijn vader om een deel van die opbrengst te gebruiken voor de lancering van een nieuw tijdschrift. Ze zagen écht de noodzaak om christenen toe te rusten op het gebied van schepping en evolutie. Het raakt me tot op de dag van vandaag dat ze die stap zetten. Zo zag de Weet in 2010 het levenslicht, midden in een wereldwijde financiële crisis. Ik zie het als een geloofssprong in het diepe, die door de Heere rijk is gezegend. Weet bleek het snelst – en zo’n beetje het enige – groeiende christelijke tijdschrift in Nederland te zijn tijdens die financiële crisis. Wat onmogelijk is bij mensen, is mogelijk bij God.”

Hoe was de ontvangst destijds?

„Als ik terugkijk op al die jaren springen vooral de positieve berichten in mijn herinnering. Weet-lezers zijn erg trouw en betrokken. Soms hoor je ervaringen over hoe Weet een middel mocht zijn om iemand op een ander spoor te zetten. Dat zijn de mooiste berichten. De oprichting van Weet werd trouwens niet door iedereen in dank afgenomen. Ik kan me herinneren dat we een actie hadden waarbij mensen kosteloos proefnummers konden aanvragen. Velen maakten daar gebruik van. Er zaten ook mensen tussen die nummers retour stuurden, verzwaard met bakstenen, zodat we op hoge kosten werden gejaagd. Verder herinner ik me een interview met een journalistiek student die stageliep bij de Quest, een seculier populair-wetenschappelijk tijdschrift. Hij had op de redactie gehoord van ‘die creationisten die nu ook een blaadje hebben’. Daar werd schamper om gelachen. Het wekte juist zijn interesse om eens met ons in gesprek te gaan. Een mooi interview was dat. Hij bleek oprecht geïnteresseerd in hoe wij de dingen benaderen.”

Hoe heeft de Weet zich door de jaren heen ontwikkeld?

„We zijn een stuk professioneler geworden. Doordat het abonneebestand groeide en de Weet meer naamsbekendheid kreeg, gaven steeds meer wetenschappers aan iets voor ons te willen schrijven of mee te willen helpen. Dat verkleint de mazen in het redactionele net, waardoor er steeds minder fouten in het blad komen. Natuurlijk is het nooit helemaal foutloos. Het blijft mensenwerk. Maar terugkijkend zien we wel dat we daar echt een verbeterslag in hebben gemaakt.”

Wat zijn lastige dingen waar je in het proces van het maken van Weet tegenaan loopt?

„Met de artikelen wil je ook graag studenten toerusten. Als zij na de middelbare school op de universiteit komen, moeten ze stevig in de schoenen staan met wat ze in Weet hebben gelezen. Dus moet alles goed doordacht zijn voordat je publiceert. Niets is vervelender dan dat je een zwak verhaal blijkt te hebben gebracht en dat zo’n student dan compleet door evolutionisten wordt ingepakt. We proberen ons daarin kwetsbaar op te stellen. Klopt iets niet, dan kunnen lezers dat aangeven en corrigeren we het zo snel mogelijk. Het blijft ook belangrijk om te erkennen dat je soms, en eigenlijk best vaak, iets niet weet.”

Merken jullie ook dat Weet jongeren helpt, als ze later gaan studeren?

„Ja, dat merken we. In ons jubileumnummer vertelde iemand hierover. Hij gaf aan dat Weet hem toerustte in de periode voordat hij aan de universiteit ging studeren. Juist in de fase dat hij rationele vragen bij de Bijbel begon te krijgen, las hij in de Weet antwoorden op kwesties die hij nergens anders tegenkwam. Op die manier hielp het hem om de redelijkheid van het christelijk geloof te doorzien.”

Komen er weleens negatieve reacties?

„Soms reageren christenen negatief op onze berichtgeving. Ik moet denken aan een dominee die belde om eens met ons om tafel te gaan zitten. Hij was bang dat we werkten vanuit een houding van waaruit we de Bijbel wilden bewijzen. Dat is niet wat we met Weet beogen. De Bijbel heeft geen bewijs nodig. Gods Woord is de Waarheid, het fundament waarop we mogen staan om naar de wereld om ons heen te kijken. In de Weet mogen we spreken over Gods schepping, vasthoudend aan het verslag uit Genesis. De Bijbel is de bril waardoor we naar de resultaten kijken die de wetenschap boven water haalt.”

Wat geeft vreugde, terugkijkend op honderd nummers Weet?

„Dat we tot hiertoe geholpen zijn. Er zijn verdrietige momenten geweest: medewerkers die ziek werden, met psychische klachten, die het geloof vaarwel zeiden, allerlei organisatorische tegenslagen, noem maar op. De duivel, de wereld, en ons eigen vlees zaten niet stil, maar ondanks dat mocht het werk door blijven gaan. We hopen dat we de Weet nog lang tot Zijn eer mogen blijven maken.”

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Dag aan Dag. Het originele artikel is hier te vinden.