In het Gelders Archief wordt een akte met zegel bewaard. Hierin verlenen Stadhouder en Raden namens het Vorstendom Gelre en het Graafschap Zutphen dispensatie voor het huwelijk tussen Johan van Bloemendael en zijn nicht Margaretha van Brakell. Hieronder volgt de transcriptie van deze akte.1
De transcriptie luidt:
“Wij Stadtholder ende Raeden In naeme van heeren Staeten des furstendoms Gelre ende Graefschaps Zútphen, allenden genen die deser voorcommen sal, Doen te weten, alsoo op de Landtdach in aprili majo ende júnio deses jaars binnen Zútphen geholden aen Welged: heeren Staten, is te kennen gegeúen door Johan Bloemendael dat tússen hem ende sijne nichte Joffr. Margarita van Braeckel wesende twee gesústers kijnderen, met bewillige van beijdesijts naeste vriende en hoúwelick gesloten was, versoeckende aldewijel soodaene hoúwelicken in dese provintie niet te sijn tolerabel, als strijdende tegens deselúe wetten ende ordonnan, dat hetselúe hoúwelick van hem ende de voors. Joffr. Margarita van Braeckel bij dispensatie soúde moegen worden toegestaen ende geratificiert, Soo ist dat wij in gevolge ende vúijt cracht vande resolútie ende aúterisatie van welgedachte heeren Staten onder dato van den 15u Aprilis lestleden, het voorn. Hoúwelick tússen den voorgemelten Johan Bloemendael ende Joffr. Margarita van Braeckel sijnde gesústers kijnderen, ende deranderen nae de keijserlicks rechten verwandt inden vierden graat, bij speciale dispensatie tegens in holt van voorn. Placcaeten vanden Lande, geconfirmiert, geratificieert ende bestendigt hebben, confirmieren, ratificieren ende bestendigen mits desen súlx ende gestalt dat die kijnderen úijt denselven hoúwelick te procreren, sullen sijn ende blijven echt Legitim ende wettelicks ende alle súccessien ende goederen van wat natúijre die moegen sijn erúende súccederen als andere echt ende recht gebooren, sonder tegenseggen oft oppositie van ijmant, wie sij oock solde moegen sijn, ende voorts genieten ende gebrúijcken alle andere rechten vordelen ende preeminentien als kijnderen úijt Legetimen hoúwelick gesproten. Mitsgants toecompte ende gebeurt geene vúijt gesondert, sonder nochtans dat dese bij andere sal moegen getogen worden in consequentie ende dat het placcaet opt stúck vant hoúwelick Inden jaare 1597 úijtgegaen ende geemaneert sal blijúen in veger ende werden, in oorcondt hebben wij der fúrstendoms Gelre ende Graeffschaps Zútphen grooten segel hieronder aen doen hangen Gegeven t’ Drachem den 15 Junij XVIC XXXXVII
S Lúijcken 1647”
Voetnoten
- Bron: 0451 Familie Van Brakell, 1.1 Het geslacht Van Brakell, 1.1.2 Afzonderlijke familieleden, 1.1.2.02 Margareta van Brakel, nummer 24. URL: https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven?mizig=210&miadt=37&miaet=1&micode=0451&minr=25561418&miview=inv2.