Doopinschrijving van Maria van Meerten (1651-?)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Maria van Meerten (1651-?) weergegeven.1 Zij werd op 17 oktober 1651 gedoopt in de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente van Lienden. Maria was de dochter van Derck van Meerten.

Voetnoten

Doopinschrijving van Jacob van Meerten (1648-?)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Jacob van Meerten (1648-?) weergegeven.1 Hij werd op 24 september 1648 gedoopt in de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente van Lienden. Jacob was de zoon van Derck van Meerten.

Voetnoten

Doopinschrijving van Jantgen van Meerten (1647-?)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Jantgen van Meerten (1647-?) weergegeven.1 Zij werd op 17 januari 1647 gedoopt in de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente van Lienden. Jantgen was de dochter van Derck van Meerten.

Voetnoten

Het geslacht ‘Van Meerten’ in de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe – Deel 10: Gerichtssignaat Bank Kesteren 1636-1646

In 2007 promoveerde dr. Peter D. Spies aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op een belangrijke studie naar de classis van Tiel. De titel van zijn proefschrift luidt ‘De classis van Tiel 1579-1816: De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen’.1 Daarna heeft dr. Spies ook niet stilgezeten en heeft hij diverse gerichtelijke transcripties en ander transcriptiewerk uitgegeven. Zo ook de ‘Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe’. We hopen de komen de tijd, als de Heere het leven en de gezondheid geeft, deze transcripties door te nemen op zoek naar stamgenoten. Het betreft vooral individuen met de achternaam ‘Van Meerten’ of aangetrouwde leden van deze familie. Als het gaat om de vrouwelijke lijn nemen we, gewoontegetrouw, alleen de kinderen en aan die kinderen aangetrouwde gezinsleden (dus man of vrouw) mee. Na verloop van het genealogisch onderzoek is het mogelijk dat dit artikel wijzigingen ondergaat, bijvoorbeeld als wordt ontdekt dat naam X of Y ook tot (afstammelingen van) dit geslacht behoort. Hieronder de bestudering van het eenentwintigste deel.2

Ook dit boek sluit direct aan op de vorige. Dr. Spies geeft aan dat het ook hier gaat over civiele en criminele rechtspraak. “Het boek bevat verschillende handschriften, waardoor met name veel persoons- en perceelsnamen op zeer verschillende wijzen worden weergegeven. Tevens is het opvallend dat de stukken regelmatig kriskras door elkaar staan, dus niet op datum. Een ander opmerkelijk gegeven is dat veel dagen worden weergegeven door heiligendagen. Wel wordt vanaf ongeveer 1640 minder gebruik gemaakt van dergelijke benamingen.” In dit deel komen twee ‘Van Meertens’ voor.

Dirck van Meerten

Op bladzijde 238-239 wordt Dirck van Meerten genoemd. Het gaat om een uitspraak op de gerichtsdag van maandag 25 oktober 1641. De transcriptie luidt:

”#Aenspraeck#
Luijtgen Meussen aenleggersche spreeckt aen met recht tuschen besatongh ende ontsatongh Dirck van Meerten verweerder ut in scriptis. Ad proximam.”

Op bladzijde 347, maandag 28 oktober 1644 komt Dirck nogmaals voor. Het betreft niet zo’n fraai bericht over luidruchtigheid en slechte wacht.

”#Aenspraeck#
Die weledele heere Arndt Vijgh, Heer tot Soelen ende Swanenborch, amptman ende richter in Nederbetuwe, aenlegger spreeckt aen met recht tuschen pandongh ende pantkerongh Dirck van Meerten ende Cornelis Adriaensen verweerders voor een breucke van vijff ende twijntich goltgulden, ofte soo veel min off meer etc., van dat verweerderen neffens heur bijhebbent geselschap sich hebben laten lusten tuschen den 18 ende 19 julii lestleden (de wacht in ’t velt hebbende) allarm met schieten ende roepen te maecken sonder eenigen vijandt gesien off gehoort te hebben, ende volgens de wacht te verlaten ende buijten gestelde ure naer huijs te gaan, vermogens pandonge, ende voor den schaden met recht. Ende bedinght hiermede sijn wacht.
#Sub spe concordiae#”

Johan van Meerten

In dit deel wordt Johan van Meerten het meeste genoemd. Zijn naam komt voor het eerst voor op bladzijde 134. Het is een aanspraak op een gerichtsdag in 1639. Welke dag precies wordt niet duidelijk. Met Victoris in de onderstaande transcriptie wordt 10 oktober bedoeld.

”#Aenspraeck#
Johan van Meerten spreeckt aen met recht tuschen pandongh ende pantkerongh Jan Cornelissen, brouwer tot Kesteren, voor de betalonge van drie hondert met den interesse van dien tegens ses ten hondert, verschenen sedert Victoris 1637 ende noch ter verschijnen totte effectuele betalonge toe, vermogens bescheijdt daervan zijnde ende inbedingende, ende voor den schaden met recht. Ende bedinght hiermede zijn wacht.”

Op bladzijde 141 wordt hier opnieuw over gesproken. We zitten dan eveneens in 1639. Daar lezen we:

”#Oordel#
Goltsteijn habet tuschen Johan van Meerten, Paulus Asmus ende d’ erffgenamen van zaliger Jan Cornelissen Toenissen aenleggeren in drie distincte saken tegens Jan Cornelissen brouwer verweerder, mits dat de verweerder sijne andtwoorden tegens deselve verweerderen binnen XIIII dagen sal overleveren op versteck.”

Op 12 oktober 1640 is de zaak nog niet afgehandeld. De transcriptie op bladzijde 195 luidt:

”#Aenspraeck#
Johan van Meerten, alvoorens renunciërende van voorgaende proceduiren ter instantie van desen voor desen gerichte aengeheven met praesentatie van bancksuijveronge te doen, spreeckt aen met recht tusschen pandongh ende pandtkerongh met besatongh ingewonnen Jan Cornelissen den jongen snijder tot Kesteren, voor de somme van drie hondert carolusgulden met den interessen van dien t’ sedert Victoris 1637 verschenen ende noch te verschijnen tot d’ effectuele betalonge toe ende dat tegens den penninck sestien, affslaende twee jaeren renten daerop sijnde betaelt, alles ter goeder rekeninge, vermogens bescheijdt daervan zijnde, ende mede voor de costen ende schaden met recht. Ende bedinght hiermede sijn wacht.”

Een vervolg komt er met de korte melding op 14 oktober 1640 op bladzijde 208:

”#Verfolch#
Johan van Meerten supra Jan Cornelissen, brouwer tot Kesteren.”

Voetnoten

Het geslacht ‘Van Meerten’ in de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe – Deel 9: Gerichtssignaat Bank Kesteren 1628-1635

In 2007 promoveerde dr. Peter D. Spies aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op een belangrijke studie naar de classis van Tiel. De titel van zijn proefschrift luidt ‘De classis van Tiel 1579-1816: De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen’.1 Daarna heeft dr. Spies ook niet stilgezeten en heeft hij diverse gerichtelijke transcripties en ander transcriptiewerk uitgegeven. Zo ook de ‘Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe’. We hopen de komen de tijd, als de Heere het leven en de gezondheid geeft, deze transcripties door te nemen op zoek naar stamgenoten. Het betreft vooral individuen met de achternaam ‘Van Meerten’ of aangetrouwde leden van deze familie. Als het gaat om de vrouwelijke lijn nemen we, gewoontegetrouw, alleen de kinderen en aan die kinderen aangetrouwde gezinsleden (dus man of vrouw) mee. Na verloop van het genealogisch onderzoek is het mogelijk dat dit artikel wijzigingen ondergaat, bijvoorbeeld als wordt ontdekt dat naam X of Y ook tot (afstammelingen van) dit geslacht behoort. Hieronder de bestudering van het eenentwintigste deel.2

Dr. Spies geeft in zijn voorwoord aan dat dit deel direct aansluit op het vorige deel (deel 8). “Het boek bevat verschillende handschriften, waardoor met name veel persoons- en perceelsnamen op zeer diverse wijzen worden weergegeven. Tevens is opvallend dat de stukken regelmatig kriskras door elkaar staan, dus niet op datum. Een ander opmerkelijk gegeven is dat veel dagen worden weergegeven door heiligendagen.” Het gaat in dit boek om civiele en criminele rechtspraak.

Johan van Meerten

Op bladzijde 25 komt Johan van Meerten Ewoutsen voor. Op maandag 19 mei 1628 wordt de Kesterense ‘banck binnen Tiel gespannen’ door Arndt Vijgh, ambtman en richter van de Nederbetuwe.

”Op d’ aenspraeck van Arndt de Bonth scholtis aenlegger ter eenre ende ’t andtwoordt van Johan van Meerten Ewoutsen ende Gerridt Cornelissen, Dirrick Jansen ende Willem van Brenck als gewesene buirmeijsters tot Meerten ende Aelst verweerderen ter andere zijden wijsen die ridderschappen, dat de verweerderen den aenlegger die bewijsselick bij hem voor haer gehuirde ende verschoten dachhuiren in der aenspraeck gementioneert sullen betalen, te weten voor ijder dachhuir XXIIII stuvers, mette costen van rechte.
#Petit copiam#”

Dezelfde Johan van Meerten Ewoutsen komt ook voor op bladzijde 164. Deze gerichtsdag vindt plaats op maandag 5 september 1631. De transcriptie waar Johan in voorkomt volgt hieronder:

”#Aenspraeck#
Johan van Meerten Ewoutsen spreeckt aen met recht tuschen pandongh ende pandtkerongh Johan van Hattum Guertsen voor twee hondert gulden vijftich gulden vermogens drie distincte obligatiën hiermede inbedingende, alsmede d’ acte van pandonghe, ende voor den schaden met recht. Ende bedinght hiermede sijn wacht.”

Op bladzijde 174 lijkt het bij Jan van Marten om dezelfde persoon te gaan, het gaat bovendien om dezelfde gerichtsdag als hierboven:

”#Wacht#
Jan van Marten wacht Johan van Hattum om te andtwoorden.
Vergost ten naesten t’ andtwoorden.”

Dirck van Meerten

Op de gerichtsdag van 7 september 1631 komen we op bladzijde 180 zowel Dirck als Jan van Meerten tegen. Of zij broers of neven zijn wordt niet duidelijk uit dit stuk:

”#Verborgingh#
Dirck van Meerten heeft zijn landrecht verborcht, borgen Jan van Meerten ende Jan Geridtsen timmerman, voor ’t geene als de heer amptman etc. op hem te spreken heft, dewelcke hebben gelooft ’t gewijsde daervan genoech te doen ende elcx een voor all. Actum voor den heeren amptman ende gerichtzluijden Henrick Jansen ende Peter Aerdtsen den 3en october 1631.”

Op bladzijde 202 komt Dirck van Meerten opnieuw voor. De gerichtsdag is maandag 19 maart 1632. We lezen:

”#Overgifte#
Dirck van Meerten heeft in iudicio overgegeven metten heeren amptman etc. over steijtonge van sekere executie te composeren, ofte verwonnen te wesen.”

Jantgen van Meerten

Op bladzijde 187 komt Jantgen van Meerten voor. Zij is de huisvrouw van Evert Jansen. De gerichtsdag is dezelfde als hierboven, namelijk maandag 19 maart 1632. We lezen:

”#Aenspraeck#
Evert Jansen, als man ende momber van zijn huijsfrou Jantgen van Meerten, in qualite hij procedeert aenlegger spreeckt aen met recht tuschen besatongh ende ontsatongh Thoenis Ottensen ut in scriptis. Ad proximam.”

‘Evert Jansen’ komt vaker voor in het boek. Maar of het elke keer om dezelfde gaat is gissen. Op bladzijde 232 komt echter Evert Jansen en Thoenis Ottensen voor, hoogstwaarschijnlijk dezelfde personen. Het betreft een gerichtsdag op maandag 23 april 1632.

”#Andtwoordt#
Thoenis Otten verweerder contra Evert Jansen cum suis ut in scriptis.
Ad proximam.”

Op bladzijde 253 zien we dat Evert Jansen Thoenis van repliek dient. Dat is op maandag 11 maart 1633:

”#Replicq#
Evert Jansen in sijn qualite aenlegger contra Toenis Otten verweerder ut in scriptis.
Ad proximam.”

Op bladzijde 280, 9 juni 1634:

”#Duplicq, niet gelesen#
Toenis Otten verweerder contra Evert Jansen in qualite soo hij procedeert aenlegger ut in scriptis.
#Geaccordeert#”

Geertruijdt de Cock van Delwijnen

Op bladzijde 45, 23 juli 1628, wordt geschreven over Geertruijdt de Cock van Delwijnen, weduwe van Johan van Goltsteijn. Zij was een dochter van Gijsbert de Cock van Delwijnen en Maria van Meerten.3 We lezen:

”#Procuratie#
Joffrou Geertruijdt de Cock van Delwijnen, weduwe van zaliger jonckher Johan van Goltsteijn, cum tutore joncker Wilhelm van Goltsteijn haerluijder soon, ende de voorschreven Wilhelm van Goltsteijn mede voor hemselven, Bartholomeus van Goltsteijn ende joffrou Elisabeth van Goltsteijn cum tutore fratre praedicte, voor haersleven ende sich sterckmakende ende de rato caverende voor jonckher Adriaen ende joffrou Maria van Goltsteijn, haerluijder respective onmundige soon ende dochter ende susteren, constituerunt…, omme in haer constituanten aller namen ende van haerent te transporteren aen Everardt van Stavoren, der beijde rechten doctor, een rentebrieff van 1200 gulden capitaels mette verlopen ende onbetaelde renten van dijen, slaende op de Baersche weerden liggende in de heerlickheijt Latum onder de Graeffschap Zutphen, ende voortz in communi forma et cum ratificatione. Actum voor den substituit amptman jonckher Wilhem van Heese ende gerichtzluijden jonckher Steven van den Steenhuijs ende doctor de Jongh den 22en aprilis 1629.”

Op bladzijde 259 komt Geertruijdt de Cock van Delwijnen ook voor. We schrijven dan 13 maart 1633.

”#Constitutie#
Compareerden voor den edelen ende erentfesten jonckher Everardt de Cock van Oppijnen, gesubstitueerde amptman ende dijckgreeff, die edele joffrou Geertruijdt de Cock van Delwijnen, weduwe zaliger jonckher Johan van Goltsteijn, jonckheren Wilhem van Goltsteijn ende Ghijsbert van Goltsteijn, de voorschreven weduwe haer edele soon Wilhem van Goltsteijn in deser sake gecoren tot haren momber, voor haerselven ende sich mede sterckmakende ende de rato caverende voor hare andere kijnderen, broeders ende suster, ende hebben in dier qualiteijt geconstitueert ende volmachtich gemaeckt jonckher Bartholomeus van Goltsteijn, haer edele soon ende broeder, om uut haeres constituanten namen ende mede vanwegen sijn selfs te compareren voor den richter ende schepenen der stadt Arnhem om voor deselve te cederen ende te transporteren aen meijster Wilhem, borger tot Arnhem, een rentebrieff van hondert gulden capitaels met alle onbetaelde verlopen renten van dien, verhijpotequeert ende gevesticht uut Brennincx watermolen staende onder den gerichte van Arnhem, den cooper daerinne te erven ende daerop vertichgenisse ende voorder in desen te doen als naer costume locael sal eijgen ende behooren, oock pennongen te ontfangen, quitancie daervan te passeren ende voorts etc., sub communi forma et cum ratificatione. Actum voor gerichtzluijden jonckheren Anthonis van Tellicht ende Gherardt van Eck den 29en maii 1663.”

Voetnoten

Het geslacht ‘Van Meerten’ in de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe – Deel 13: Gerichtssignaat Bank Kesteren 1680-1730

In 2007 promoveerde dr. Peter D. Spies aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op een belangrijke studie naar de classis van Tiel. De titel van zijn proefschrift luidt ‘De classis van Tiel 1579-1816: De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen’.1 Daarna heeft dr. Spies ook niet stilgezeten en heeft hij diverse gerichtelijke transcripties en ander transcriptiewerk uitgegeven. Zo ook de ‘Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe’. We hopen de komen de tijd, als de Heere het leven en de gezondheid geeft, deze transcripties door te nemen op zoek naar stamgenoten. Het betreft vooral individuen met de achternaam ‘Van Meerten’ of aangetrouwde leden van deze familie. Als het gaat om de vrouwelijke lijn nemen we, gewoontegetrouw, alleen de kinderen en aan die kinderen aangetrouwde gezinsleden (dus man of vrouw) mee. Na verloop van het genealogisch onderzoek is het mogelijk dat dit artikel wijzigingen ondergaat, bijvoorbeeld als wordt ontdekt dat naam X of Y ook tot (afstammelingen van) dit geslacht behoort. Hieronder de bestudering van het eenentwintigste deel.2

Dr. Spies schrijft in zijn voorwoord dat dit gerichtsboek direct aansluit op het vorige (twaalfde deel). “Het boek bevat verschillende handschriften, waardoor met name veel persoons- en perceelsnamen op zeer diverse wijze worden weergegeven.” De inhoud varieert van ‘rechtszaken over geringe bedragen tot en met gevallen van doodslag en moord. Er is dus sprake van civiele en criminele rechtspraak’. Het boek bevat slechts éénmaal informatie over ‘Van Meerten’.

Peter van Meerten

Dit betreft Peter van Meerten. De gerichtsdag vond plaats op 30 november 1706. Vermoedelijk gaat het hier om dezelfde Peter als degene die getrouwd was met Jantje van Lienden. Hij is dan (in 1706) 24 jaar oud.

Gerrit Antonissen ende Peter van Meertten contra Gerrit van Westrenen versoecken insgelijcx.

Wat verzoeken ze insgelijks? Dat staat erboven: ‘verzoeckt kost- en schadeloos, quijt en vrij van de gedane besatinge geabsolveert te sijn’.

Voetnoten

‘Van Meerten’ in het Genealogisch Repertorium

De afgelopen eeuwen is er veel genealogisch en ander historisch onderzoek gedaan. Daardoor is er veel beschikbaar en al veel werk gedaan. Om het wiel niet opnieuw uit te vinden is het handig om gebruik te maken van dit eerdere werk. Het Centraal Bureau voor Genealogie heeft tot 1999 het Genealogisch Repertorium in boekvorm uitgegeven. Hieronder wil ik, met uitzondering van het laatste deel, nagaan waar over telgen uit het geslacht ‘Van Meerten’ gepubliceerd is.1

Tot 1970

In dit deel komt het geslacht ‘Van Meerten’ veelvuldig voor.2 Op bladzijde 17 komt het geslacht ‘Van Meerten’ vijf keer voor. Bij een ‘Van Meerten’ uit Noord-Brabant staat als bron 582. Op bladzijde 319 staat bij deze bron ‘Stamboek Holleman. Bijdrage tot de kennis van ons geslacht ±1490-heden’. Het boek is geschreven door F.A. Holleman en verschenen in 1969 te Zutphen. Bij het Betuwse geslacht ‘Van Meerten’ en ‘Suermondt van Meerten’ staan meer bronnen. Allereerst 294 en 431. Resp.: ‘Het archief der Commanderij van St. Jan te Arnhem’ (geschreven door J. Loeff en verschenen in 1950 te ’s Gravenhage) en ‘Ministerialiteit en ridderschap in Gelre en Zutphen’ (geschreven door J.M. van Winter en verschenen in 1962 te Arnhem). De laatste bron daarvan het tweede deel en in dat deel de tweede tabel. De andere twee bronnen zijn: De Navorscher 1876 en het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1957. De Gorinchemse tak is nog meer beschreven, te weten in het: Algemeen Nederlandsch Familieblad 1901 en 1902; De Nederlandsche Leeuw 1906, 1930, 1935 en 1936; De Navorscher 1903; De Wapenheraut 1898 en het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1957. De Utrechtse tak wordt in twee bronnen besproken, waarvan in de laatste bron verwezen wordt naar een tabel: ‘Huisarchief Buitenrust Hettema’ (geschreven door B. Buitenrust Hettema en verschenen in 1963 te Doetinchem) en ‘Rerum Burgundicarum’ (geschreven Pontus Heuterus en verschenen in 1583, 1639 en 1725). Tenslotte twee bronnen voor wat betreft het geslacht ‘Van Abcoude van Meerten’: ‘Bijdragen tot de geschiedenis der Utrechtse Ridderhofsteden en Heerlijkheden’ (geschreven door E.B.F.F. Wittert van Hoogland en verschenen in 1909 en 1912 te ’s-Gravenhage) en Genealogische en Heraldische bladen 1914. Bij ‘Von Merten’ zien we nog een Duitse bron: ‘Denkmale und Ahnentafeln des Geschlechtes Mumm oder Momm’ (geschreven door A. Fahne in 1876 te Köln).

Supplement 1970-1984

In dit supplementaire deel komt ‘Van Meerten’ ook een aantal keren voor3: ‘Nederland’s Patriciaat 1910-heden’ (verschenen in ? te ’s-Gravenhage); ‘Kwartierstatenboek’ (verschenen in 1958 en 1983) en dan het tweede deel en het Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en West-Brabant 1982.

Supplement 1985-1989

In dit supplementaire deel komt ‘Van Meerten’ één keer voor: Ons Voorgeslacht 1987.4

Supplement 1990-1994

In dit supplementaire deel ontbreekt informatie over het geslacht ‘Van Meerten’.5

Voetnoten

Interview met dr. Carl Trueman door dr. Maarten Klaassen van Bijbels Beraad M/V

Ook dr. Benno Zuiddam nam deel aan dit interview.

Theoloog dr. Maarten Klaassen interviewde dr. Carl Trueman over zijn nieuwe, onlangs verschenen, boek ‘Een vreemde nieuwe wereld‘. Het boek is verschenen bij ‘Uitgeverij Jongbloed‘.1 Onder de video staat de volgende uitleg: “Het klassieke gezin wordt tegenwoordig vaak als verstikkend gezien. De huidige cultuur promoot de vrijheid om relaties naar je eigen ideeën vorm te geven. Deze gedachten brengen ons in een vreemde, nieuwe wereld. Carl Trueman schreef het boek Strange New World, in het Nederlands vertaald als Vreemde Nieuwe Wereld. Hierin onderzoekt hij de oorzaak van deze cultuurverandering. Bijbels Beraad MV ging hierover met hem in gesprek.”

Voetnoten

Levende zonnepanelen!

Altijd weer apart om in het veld schildpadden tegen te komen. Dit jaar zijn ze door mij door het koude weer weken later dan anders waargenomen. Niet in maart, maar in de loop van april. Schildpadden behoren tot de reptielen, zijn koudbloedig: hun lichaamstemperatuur is min of meer gelijk aan de omgevingstemperatuur. Koudbloedig dieren kunnen zelf geen eigen lichaamswarmte produceren. Ze vinden het heerlijk om op te warmen in de zon. Op de foto zijn drie schildpadden hier heerlijk mee bezig. De foto is genomen in het uiterwaardengebied ten oosten van de Grebbeberg. De dieren keren bij het zonnen het schild naar de zon, zodat de schildpad sneller opwarmt. De poten worden ook ingezet bij het nemen van een zonnebad: ze worden gebruikt om het lichaamsoppervlak te vergroten en functioneren, evenals het schild, als zonnepanelen. Weet u dat de Zonnebloem in het Frans Tournesol heet omdat hij zijn hoofd graag naar de zon keert? Wauw van dit alles kunnen wij leren! Wat zou het fijn zijn als onze zonnepanelen zich ook zouden richten op de zon! Jammer, onze zonnepanelen zijn geen tournesols. Op de foto is zeker het rechterdier een Roodwangschildpad. Deze moerasschildpad heeft heldergele strepen en een (op de foto niet te zien) opvallend rode vlek op de wang. Ik heb ze hier al diverse jaren gezien. De soort kan in de natuur een leeftijd kan bereiken van enkele tientallen jaren. Wel moet ik zeggen: het zijn exoten, ze horen hier niet thuis.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Levende zonnepanelen!, Het GemeenteNieuws 22 (20): 13.

Verkoop van Culenborchs Hofstad aan Everhard Godfried van Meerten en Elisabeth van Goltsteijn en aanvullende informatie over de omgeving in de loop van de tijd

De Osenvorenreeks, te vinden in de studiezaal van Historische Kring Kesteren en omstreken (HKKO), bevat een schat aan informatie voor genealogisch onderzoek. Hieronder wordt protocol 1164 (folio 204) weergegeven uit dit Rechterlijk Archief Nederbetuwe. Het gaat om Culenborchs Hofstad die verkocht wordt aan het echtpaar Everhard Godfried van Meerten en Elisabeth van Goltsteijn.1

De volledige transcriptie luidt:

“#Maurick#
Aleda de Kemp, weduwe van zaliger dominee Christianus Sopingius, cum tutore filio Gothofridus Sopingius met Chatharina Overzee, echteluijden, Wilhelmus Sopingius met Catharina van Walegem, echteluijden, ende Nicolaus Sopingius, gebroeders, soonen ende erffgenaemen van gemelten Christianus Sopingius, vendiderunt aen de weledele Everart Godefrit van Meerten ende joffrouw Elisabeth van Goltsteijn, echteluijden huijs, hoffstadt ende angehorich boulant met alle timmeragie ende plantagie daerop ende om staend, groot ontrent geheel vijftehalven mergen onder Maurick, vanouts genaemt Culenborchs Hofstadtt, oost den graeve Van Culenburch, zuijden ’t Merenriet, west Doijenborch cum sociis, noorden de gemeijne straeth. Voor vrij eijgen erff ende goet, dijck, thijns ende erffpacht vrij, beheltelick eenen jaerlixen erffpacht van ontrent een ende twintich stuijvers aen den grave Van Cuijlenborch ende noch vijff stuijvers aen de Pastorije van Maurick. Renuntiaverunt et promiserunt guarandizare ex omnibus. Actum den 1e julij anno XVJ C een ende vijftich. Was den pargamenten brieff bij vercoperen beteijckent ende met seven segelen nevens eenen ledigen start beseegelt.”

Het gaat in deze acte om de koop van Culenborchs Hofstad waar Rien van Doorn onlangs al over schreef in De Baron.2 De koop wordt gesloten op 1 juli 1651. De kopers beloven een erfpacht van 21 stuivers te betalen aan de graaf Van Culemborg en 5 stuivers aan de pastorie van Maurik.

Joncker Van Meerten

Joncker Van Meerten wordt ook genoemd bij een akte over Jan Stevenssen en Jacob van Driel. Ze halen zeshonderd gulden cum interesse uit een hofstede te Maurik, het (voormalig?) woonhuis van Jan Stevenssen. Joncker Van Meerten wordt genoemd in dit protocol en het lijkt te gaan om hetzelfde stuk land als hierboven. Tussen de Santvoortstraeth en het perceel van Everhard Godfried ligt dus één perceel. Deze akte is opgesteld op 26 oktober 1653. Hieronder de situatieschets.3

Doeijenborch

In Protocol 1493 komt het bovengenoemde stuk land opnieuw voor. Hier verkopen joncker Herman van Doeijenborch en joffer Joanna van den Bergh (voor drie vierde deel) en joffer Barbera Holl (weduwe van joncker Alexander van den Bergh) (voor een vierde deel) het land aan Willem van Hattum en Joanna van Estveld. Het gaat om een ‘huijs, hoff, bergh, duijffhuijs met boomgaert ende bouwlandt groot omtrent veertien mergen ofte etc. op te Slaegen tot Maurick gelegen’. In dit protocol gaat het daarna nog over erfpacht dat betaald moet worden en een voetpad dat vrijgehouden moet worden. Deze verkoopakte is op 15 maart 1661 geregistreerd.4

Willem van Hattum

Het blijft echter niet stil bij de buren. In hetzelfde deel van de Osenvorenreeks komt in Protocol 1505 opnieuw dit stuk land naar voren. In deze akte volgt een erkenning van Willem van Hattum dat hij 2000 gulden cum interesse schuldig is aan Jacob van Dinter als voogd van zijn broer Isaack (of: IJsaack) van Dinter. Jacob maakt deel uit van de ‘raedt der stadt Utrecht’. We zien opnieuw dat het stuk land veertien morgen groot is en onder andere een ‘huijsinge ende hofstede’ omvat. De akte is geregistreerd op 25 juni 1661.5

Voetnoten