Home » Uncategorized

Categoriearchief: Uncategorized

Doopinschrijving van Jan van Meerten (1828-1846)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Jan van Meerten (1828-1846) weergegeven.1 Jan werd op 19 oktober 1828 geboren en is gedoopt op 2 (?) november 1828. Zijn vader was Jan Willem van Meerten (1798-1845) en zijn moeder was Maartje2 Verwoert (1797-1845).3

Voetnoten

Doopinschrijving van Cornelia Catharina van Meerten (1798-1876)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Cornelia Catharina van Meerten (1798-1876) weergegeven.1 Cornelia Catharina werd geboren op 19 maart 1798 en werd gedoopt op 15 april 1798 in Noord-Schermer. Zij was een dochter van Henrik van Meerten (1766-1830) en Anna Barbera Schilperoord2 (1778-1853).3 De moeder hield het kind zelf ten doop. Als getuige waren aanwezig Leonard van Meerten (1731-1802) en Cornelia Catharina Beuzechum van der Linden (1729-1807).4 Deze werden vertegenwoordigd door Adriana Theresia van Brekelencam weduwe van Dirk Schilperoord5.

Voetnoten

Eerste huwelijksinschrijving van Henrik van Meerten (1766-1830) en Anna Barbara Schilperoort (1778-1853)

Hierboven wordt de eerste huwelijksinschrijving van Henrik van Meerten (1766-1830) en Anna Barbara Schilperoort (1778-1853) weergegeven.1 Henrik is een jongeman geboren te Arkel en wonende te Wadenoijen. Anna Barbara is een jonge dochter geboren onder Voorburg en wonende te Zaltbommel. Op 18 september 1794 gingen zij in ondertrouw. Na drie huwelijksvoorstellen die ook in Wadenoijen onverhinderd hebben plaatsgevonden, waarvan de laatste op 5 oktober 1794. Het stel is op 6 oktober 1794 te Zaltbommel in het huwelijk getreden.

Voetnoten

God spreekt werkelijk – Paul en Hoek stellen fundamentele vragen aan de orde over openbaring en ervaring

Tegelijk verschenen twee boeken met dezelfde sprekende titel ‘Een stem uit de hemel‘. Het eerste boek is een roman en gaat over de botsing tussen geloof en ongeloof. Het tweede boek is bepaald geen fictie. Het is een kloek en gedegen studieboek van dr. Mart-Jan Paul en dr. Jan Hoek.

Het eerste boek laat ik nu voor wat het is. Overigens komt ook in het tweede boek de botsing tussen geloof en ongeloof volop aan de orde. De beide auteurs zijn emeritus hoogleraar respectievelijk in het Oude Testament en in de Systematische theologie. Het is een goede gedachte om vanuit verschillende disciplines te komen tot een gezamenlijke aanpak, ook al leest het geheel wel als twee boeken in één band. Het boek is keurig uitgegeven en voorzien van beknopte registers van bijbelteksten, onderwerpen en personen. Wie het werk van beide auteurs kent, zal veel herkennen uit hun eerdere publicaties.

Gods stem

De kernvraag van deze studie is: wat gebeurt er precies wanneer God tot mensen spreekt? Dat is een verbluffend eenvoudige vraag, die bij elke bijbellezer opkomt, maar nauwelijks gethematiseerd is. ‘God zei tegen Mozes…’ Meestal vragen we vervolgens wat God zei, of waarom. Maar dit boek stelt de voorvraag: wat doet God wanneer Hij spreekt? Wat is er gebeurd? Heeft Mozes de stem van God gehoord? Hoe dan? Letterlijk?

Volgens de academische theologische wetenschap, zoals die sinds de Verlichting gangbaar is, heeft God nooit echt gesproken. Mozes is slechts tot de overtuiging geraakt dat hij God hoorde. De Bijbel wordt dus antropologisch en subjectief gelezen: wat hebben mensen ervaren?

Beide hoogleraren zijn congeniaal in hun overtuiging dat op deze wijze geen recht wordt gedaan aan de Schrift. Zij beklemtonen dat God werkelijk heeft gesproken, objectief. Dat heeft uiteraard allerlei consequenties voor het gezag van de Bijbel en voor de manier waarop wij die lezen. Al lezende leren wij niet welke ervaringen Mozes en anderen hebben opgedaan. We horen wat de HEERE God ons zegt. ‘En God zei’, geeft een ‘krachtdadige Goddelijke werkzaamheid’ (p. 27) weer, ook al is de Bijbel geschreven in menselijke bewoordingen.

Inventarisatie

Dr. Paul neemt het eerste deel van het boek voor zijn rekening. Hij gaat minutieus vrijwel alle teksten langs in zowel Oude als Nieuwe Testament, waar sprake is van openbaring. Hij inventariseert en rubriceert: God spreekt met Zijn stem, door dromen, visioenen, profetie, orakels, urim en tummim, schepping en geschiedenis etc. Ook weegt hij nauwgezet de verschillende woorden die de Bijbel daarbij bezigt. Na een hoofdstuk over het spreken van goden in het Nabije Oosten en in de apocriefen en pseudepigrafen komen uiteindelijk de conclusies.

Dr. Paul pleit ervoor de werkelijkheid van het spreken van God ernstig te nemen, ook wanneer het gaat over de datering van de bijbelboeken. Hij wil Genesis 1-3, Jona en Job ‘historisch’ lezen. Een spannende vraag is wel wat in dit verband ‘historisch’ betekent. Letterlijk staat tegenover vrij, objectief tegenover subjectief. Al deze woorden zijn in de geschiedenis van de uitleg (en van de filosofische hermeneutiek) een eigen leven gaan leiden. Daarnaast roept het lezen van dit boek bij mij de vraag op of de bijbeltaal zelf aanleiding geeft om na te denken over meer mogelijkheden dan alleen ‘vrij’ tegenover ‘letterlijk’.

Openbaring

Dr. Hoek komt in het tweede deel tot een systematisch onderzoek naar dergelijke vragen. Wat is openbaring? Hij wijst de positie van Schleiermacher en Kuitert beslist af: hun wereldbeeld is gesloten, waardoor ze blijven steken in menselijke ervaring. Echter: God spreekt werkelijk. Zijn openbaring is geconcentreerd in Christus en is relationeel van aard. Hoek schrijft een verhelderende paragraaf over het begrip ‘accommodatie’. Hij neemt het op voor het begrip ‘inerrancy‘, mits we niet vervallen in sciëntisme. De achterliggende filosofische discussies (Gadamer, Ricoeur) spelen mee, maar krijgen geen expliciete aandacht. Dr. Hoek wil dat we onbevangen omgaan met de resultaten van de kritische wetenschap, hoewel we de vooronderstellingen niet delen. Tekstkritiek is nuttig en nodig. De Bijbel geeft ons ‘profetische belichting van de geschiedenis’ (p. 261). De Bijbel is niet uit de hemel gevallen, ook niet op aarde bedacht. De Bijbel is op aarde gegroeid door openbaring uit de hemel. De scopus van de Schrift is Christus, maar daarmee is niet gezegd dat wij een kern mogen aanwijzen die méér gezag heeft dan bijbelgedeelten aan de rand van de Bijbel (tegen Berkouwer). Het is niet aan ons om te schiften. Hoek bespreekt en evalueert de Schriftleer van Bultmann, Barth, Bavinck en Kuyper.

Over Genesis 1-3 schrijft dr. Hoek: De Bijbel ‘is fundamentele waarheid over onze werkelijkheid. De schrijver van Genesis 1-3 is boven zijn eigen historische beperktheid uitgetild om zo eenvoudig en kernachtig te vertellen hoe God alles maakte. Daarmee overschreed hij zijn kennishorizon.’ (p. 298) Zo’n zin zet tot nadenken en vraagt om verder onderling beraad.

IJkpunten

Dr. Hoek reikt acht waardevolle hermeneutische ‘ijkpunten’ aan (p. 320-329). Deze passage vormt, wat mij betreft, het hoogtepunt van het hele boek. Hoek heeft oog voor het feit dat mensen in verschillende culturen de Bijbel met andere ogen lezen. Wat betekent dat? Is het aan ons mensen gegeven te kunnen onderscheiden tussen meaning en significance van bijbelteksten? Hoe doe je dat? Helpt onze cultuur ons daarbij?

Aan het einde van het boek waardeert dr. Hoek de gave van de profetie, niet als aanvulling op de openbaring, wel als toepassing daarvan. Dat roept de vraag op hoe hij zou oordelen over het voorstel van Vanhoover om als kerk een nieuwe act te spelen in het drama van de weg die God met mensen gaat. Bij vragen over auteurschap en wording van de canon ontbreken de namen van bijvoorbeeld Martin Hengel, Donald Carson en Richard Bauckham. In de literatuurlijst staan namen van onder ons veel gelezen auteurs als Arnold Huijgen en Bert Loonstra, maar hun bijdragen worden niet expliciet geduid.

Uit bovenstaande bespreking mag duidelijk zijn dat dit boek mij heeft aangezet tot hernieuwd nadenken over theologische uitgangspunten. Beide hoogleraren bieden ons een waardevol boek, dat richting wijst aan geïnteresseerde gemeenteleden, studenten en predikanten. Met name in de hoofdstukken 20 en 21 komen fundamentele vragen aan de orde over openbaring en ervaring, het gezag van de Schrift, geloof en bijbelwetenschap, en de hermeneutiek. Die beide hoofdstukken verdienen nadere toelichting, verdieping, precisering, doordenking en bespreking.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Verhoeven, J.A.W., 2022, God spreekt werkelijk. Paul en Hoek stellen fundamentele vragen aan de orde over openbaring en ervaring, De Waarheidsvriend 110 (38): 10-11 (artikel).

Jantjen van Meerten (?-?) als doopgetuige aanwezig bij doop Arendiena de Rooij (1778-?)

Hierboven wordt de doopinschrijving van Arendiena de Rooij (1778-?) weergegeven.1 Als doopgetuige was Jannetje2 van Meerten (?-?) aanwezig.3 Arendiena was een dochter van Jan de Rooij (?-?) en Joosje van Eck (±1749-1818). Arendiena werd op 2 augustus 1778 gedoopt en is geboren op 26 juli 1776.

Voetnoten

Koningsdag 2022 – Wilhelmus – Alle 15 coupletten gezongen

Vandaag is het Koningsdag. Koning Willem-Alexander is 55 jaar geworden. Ter gelegenheid van zijn verjaardag en deze feestelijke dag embedden wij hier het complete Wilhelmus. Het volkslied wordt gezongen door het Erasmuskoor en geplaatst op het YouTube-kanaal van MidnightRambler. Ons volkslied bevat veel christelijke elementen, zoals vertrouwen op God, het geloof in de wederkomst en historische Bijbelverhalen zoals Davids zucht voor Saul.

Bijbel & Wetenschap: Eén waarheid, twee geloven – Dr. Peter de Jong spreekt op scheppingscongres van 9 juni 2018

Op 9 juni 2018 werd er door een groep christenen een congres in Zwolle georganiseerd over schepping en evolutie. De derde lezing werd verzorgd door dr. Peter de Jong. Hij sprak over bijbel en wetenschap. De lezing werd opgenomen door de organisatie en kunnen wij daarom hieronder met u delen. Veel zegen bij het kijken.

Doopinschrijving van Albert van Gelder (1740-1796)

De doopinschrijving van Albert van Gelder (1740-1796) zoals weergegeven in het Doop-, Trouw- en Lidmatenboek van Randwijk.

Hierboven wordt de doopinschrijving weergegeven van Albert van Gelder (1740-1796).1 Albert werd op 24 maart 1740 gedoopt ten overstaan van de dominee. Zijn vader was Evert van Gelder (?-?). Zijn moeder was Joanna van Meerten (?-?)2.

Voetnoten

Een bemande missie naar Mars…!? – Bespreking van ‘Mars: Onze toekomst op de rode planeet’

Met zeer hoge snelheid zoeft de raket door de ruimte. Aan boord zitten acht mannen. De spanning is bijna voelbaar. Af en toe knijpt een astronaut zijn handen tot vuisten. Zou het goed gaan? Zou het lukken? Veilig de lading en de mensen op Mars neerzetten is een enorme technologische uitdaging. Landen is een ding, maar hoe dan verder? En zou het echt waar zijn wat een bemanningslid in de oren gefluisterd werd? Vaarwel…!

Op 20 oktober 2016 was ik te gast bij Family 7 om over de ESA-sonde te vertellen die recent neerstortte op Mars.1 Later schreef ik er ook nog een artikel over.2 Iets voor die tijd verscheen er bij Fontaine Uitgevers een National Geographic-boek met als titel Mars. Onze toekomst op de rode planeet.3 Het boek is een indrukwekkende verschijning met veel foto’s en mooi vormgegeven. Op de eerste bladzijden staan gedetailleerde kaarten van onze buurplaneet met daarop ook aangegeven welke resten (al dan niet operationeel) de mensheid al heeft achtergelaten op de planeet.

Het boek gaat voor het grootste gedeelte over de mogelijke toekomst van de mensheid op deze rode planeet. Er wordt gekeken naar de technische mogelijkheden maar ook naar de uitdagingen die te nemen zijn. Dat maakt dat het boek tot een genuanceerde kijk geeft op de kwestie. Want uitdagingen zijn nog genoeg te nemen voordat het zover is. Als het de mensheid überhaupt lukt om deze uitdagingen te overbruggen.

Waarom willen de mensen van bijvoorbeeld NASA zo graag naar Mars? Dat geeft het boek aan op p. 158: “’Ik denk dat de vraag of er ooit leven ontstaan is op Mars, en mogelijk is uitgestorven, nog steeds de belangrijkste beweegreden is’, zegt William Hartmann, een senior wetenschapper en sinds lange tijd werkzaam als Mars-onderzoeker aan het Planetary Science Institute in Tuscon (…). Zoeken naar leven op Mars, oppert Hartmann, is de volgende stap naar het beantwoorden van de vraag of wij aardse levensvormen alleen in het universum zijn.” We zien daarmee dat het boek onverkort uitgaat van de naturalistische grote geschiedenis (big-bang-accretie-ontstaan-van-leven-gemeenschappelijke afstamming). Er worden geen vragen gesteld bij deze naturalistische tijdschaal. De creationistische lezer zal daarom af en toe het hoofd schudden als er zonder evidentie gesproken wordt over miljoenen of zelfs miljarden jaren.

Daarnaast komt na het lezen van dit interessante boek de vraag boven of het wel verstandig is om naar Mars af te reizen met mensen aan boord. Mars is voor mensen onherbergzaam, kankerverwekkend en zorgt voor psychische aantasting. De auteur schrijft eerlijk over de risico’s die kleven aan een dergelijke Marsmissie. Laten we vijf voorbeelden geven:

  1. Op pagina 30 schrijft de auteur: “Magnetische stormen of een kroonvormige massa-uitstoot vanuit de zon, een verdwaalde asteroïde: onverwachte gebeurtenissen zouden een door Mars begrensd vaartuig zo ver uit de koers kunnen werpen dat het moeilijk is om te heroriënteren.
  2. Op pagina 74 schrijft de auteur: “Geologische en meteorologische catastrofes die op Aarde onbekend zijn, zouden ons op Mars kunnen plagen: stofstormen, ijsspuwende vulkanen, aardbevingen, aardverschuivingen, instorting van lavabuizen. We weten erg weinig over de krachten op en onder het oppervlak van Mars.
  3. Op pagina 124 schrijft de auteur: “Habitat en kleding beschermen ons mogelijk onvoldoende tegen zonne- en kosmische straling. Technologie om zuurstof te leveren zou kunnen falen. Het water op Mars kan ontoereikend zijn. Nadat we het meegebrachte voedsel hebben genuttigd, is het een uitdaging om zelf in ons eigen voedsel te voorzien.
  4. Op pagina 164 schrijft de auteur: “Op Mars kunnen onbekende microben in een slapende toestand voorkomen. Als ze tot leven worden gebracht door water of warmte door ons geïntroduceerd, kunnen ze ons lichaam binnendringen. Ook als ze onze gezondheid niet bedreigen, kunnen ze wel onze levensondersteunende machinerie beschadigen.
  5. Op pagina 254 schrijft de auteur: “Als een Martiaanse nederzetting zich onafhankelijk van de thuisplaneet ontwikkelt, evolueert sociaal isolement tot een diep gevoel van hopeloze onverbondenheid. Er is nooit een kans om even naar buiten te lopen om een luchtje te scheppen.

Het is volgens de auteur nog erger: “Geen enkele plek op aarde komt qua weer, geologie of atmosferische omstandigheden overeen met wat mensen op de Rode Planeet moeten overwinnen… om in leven te blijven. Mars is een plek met grote ravijnen, zandduinen en enorme bergen. Bij elkaar is dat natuurlijk een lust voor het oog, maar het is ook verraderlijk terrein. Vallende keien, instortende lavabuizen en ijsgrotten, evenals Martiaanse windstormen komen nog bij de gevaren waar Mars-onderzoekers mee te maken zullen krijgen” (p. 75). Dit is slechts een kleine greep uit de talloze gevaren waar de mogelijke Mars-reiziger mee te maken krijgt. Daarnaast heb ik het nog niet gehad over de vraag of we wel naar Mars mogen afreizen. Dit omdat God de Schepper deze aarde toch tot onze woning heeft gemaakt en niet Mars heeft uitgekozen.

Op dit moment mensen sturen naar Mars staat gelijk aan zelfmoord. Laten we deze planeet, waar we nog zeer weinig over weten, eerst goed onderzoeken, alle risico’s op een rij zetten en deze risico’s proberen te ondervangen. Het boek van National Geographic zou daar een begin van kunnen zijn. Het lezen van een boek als dit laat zien dat de Aarde veruit superieur is om leven te herbergen. Planetenonderzoek laat ons stilstaan bij de Schepper. Hoe meer onderzoek er gedaan wordt naar de planeten in ons zonnestelsel, hoe meer wij erachter komen dat het leven hier niet toevallig gekomen is, maar gewenst door God de Schepper.

Voetnoten

Respecteer traditionele waarden in conservatieve landen

Als bezeten van progressieve ideeën over seksuele oriëntatie en gender­identiteit dringen westerse mogendheden hun geloof op aan conservatieve landen. Dit is ideologisch neokolonialisme.

De thuisbasis van de Verenigde Naties in New York gezien vanaf de East River. Bron: Pixabay.

Aan de internationale fronten van bescherming van het menselijk leven, huwelijk en gezin, vrijheid en soevereiniteit is het nooit rustig. Ook deze weken zijn spannend en belangrijk. We noemen enkele voorbeelden.

Maandag 6 december 2021 zou de zogenaamde Ministeriële verbintenis in Oostelijk en Zuidelijk Afrika (ESA) inzake onderwijs en gezondheid voor het welzijn van tieners en jongeren (10-24 jaar) in de regio getekend worden. Wie de voorgestelde tekst doorneemt, ziet algauw dat het meer op een opgelegde gids lijkt naar de promotie van op rechten gebaseerd en seksualiserend onderwijs dan op het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van de Afrikaanse tieners en jongeren. Dinsdag 7 december 2021 is nog niet duidelijk of die daadwerkelijk getekend is. Deze verbintenis gaan 21 Afrikaanse landen voor tien jaar aan en betreft zo’n 600 miljoen mensen. De overeenkomst wordt sterk gepusht met technische en financiële steun van de VN en gelieerde organisaties uit voornamelijk progressieve westerse landen.

Taak van ouders

In veel Afrikaanse landen, maar ook Oost-Europese en verdere niet-westerse landen, zijn zaken zoals waardigheid van huwelijk en gezin, en de plaats en taak van ouders in de opvoeding, zoals ook vastgelegd in internationale verdragen, hoogstaande waarden. Die zijn verankerd in hun culturen en vastgelegd in wetgeving. Deze waarden komen in het hele verdrag niet voor. Deze verbintenis noopt Afrikaanse landen tot het geven van onderwijs in vrije seks of het verschaffen van informatie daarover aan kinderen en jongeren vanaf 10 jaar, met als enige restrictie wederzijdse toestemming. In handleidingen gaat het over zaken zoals het recht op seksueel plezier, masturberen, genderidentiteit en lessen in seksuele oriëntatie. Ook vrije toegang voor meisjes en vrouwen tot abortusfaciliteiten komen aan bod.

Goed klinkende termen worden er gebruikt, maar ze krijgen nergens uitleg. Ze zijn open voor interpretatie, zoals ”leeftijdsgeschikt”, ”op bewijs gebaseerd” en ”jeugdvriendelijk”. Daarnaast spreekt de overeenkomst van buitenschoolse programma’s voor seksueel onderwijs, maar het blijft onduidelijk wie dat zou moeten gaan verzorgen en welke waarden dan verkondigd zullen worden. Om niet meer te noemen rept het verdrag van „seksuele en reproductieve gezondheid met psychologische hulp”, codetaal voor abortus.

Achter deze verhullende woorden gaat het ideaal schuil van de westerse losse seksuele moraal. Het doel is om Afrikaanse kinderen te verleiden tot het volgen hiervan.

Echter, dergelijke seksuele voorlichting is geen overheidstaak, en al helemaal niet van westerse overheden en de door hen gesubsidieerde agentschappen en internationale organisaties. Want laten we eerlijk zijn: is het superieure Westen tegenwoordig echt nog het juiste voorbeeld om te laten zien wat de Bijbelse manier is van omgang met elkaar; zowel relationeel als seksueel?

Ongemak

”Young People Today” is een gesubsidieerd platform dat de uitvoering van de ESA-verdrag, en dus van progressief seksualiserend onderwijs, promoot onder Afrikaanse jongeren. We ontdekten dat er met steun van de VN een onlinemeeting werd belegd door dit platform met permanente secretariaten van de ESA-landen. Zij kwamen met een aanbeveling voor het aannemen van deze verbintenis. Veel niet-volledig beslissingsbevoegde vertegenwoordigers uit Oostelijk en Zuidelijk Afrika hadden op z’n minst commentaar, kwamen met amendementen of wilden geen positie innemen. Sommigen waren niet aanwezig, simpelweg omdat ze er niet van op de hoogte waren dat dit getekend moest worden. Het ongemak van de vertegenwoordigers droop ervan af.

En wat te denken van al de gewone Afrikaanse mensen, die van deze verbintenis onwetend zijn? In veruit de meeste ESA-landen hebben zij gekozen voor prolife- en pro­familywetten. Met deze verbintenis worden hun kinderen ongevraagd als het ware aan hun ouders ontstolen, blootgesteld en uitgeleverd aan deze van buiten Afrika afkomstige, zedenverwilderende ideologieën en praktijken.

Schothorst: “Op mondiaal vlak zijn de VN bezig met het uitvoeren van een genderideologische agenda.” Bron: Pixabay.

Ondermijnen soevereiniteit

Eenzelfde tactiek past de EU toe. In een voorgestelde partnerschapsovereenkomst met 79 Afrikaanse, Caraïbische en Pacifische landen (ACP) zijn op een geraffineerde manier soortgelijke en uiterst zorgwekkende zaken ingebracht. In deze twintigjarige, bindende overeenkomst is er sprake van opgelegde invoering van abortusfaciliteiten en alomvattend onderwijs over seksualiteit buiten het zicht van de ouders om.

Nog afgezien van het feit dat deze onderwerpen buiten de bevoegdheid van de EU vallen, gaan ze tegen nationale wetten van deze landen in en ondermijnen ze hun soevereiniteit. Fijn ‘partnerschap’.

De overeenkomst moet nog geratificeerd worden door de parlementen en daar ligt de ruimte om aan te geven dat nationale soevereiniteit en democratisch tot stand gebrachte regelgeving in landen geëerbiedigd dient te worden door de EU. Daarom brengt onze stichting bij overheden de reikwijdte van de ingebrachte bepalingen volgens de leidende Europees progressieve uitleg onder de aandacht.

Op mondiaal vlak zijn de VN bezig met het uitvoeren van een genderideologische agenda. In een commissieresolutie over versterking van de rol van de VN bij bevordering van verkiezingen en, nota bene, democratisering, slaagden geslepen westerse onderhandelaars er in om de internationaal onwettige en controversiële termen ”seksuele oriëntatie en genderidentiteit” in de tekst te brengen. Een amendement tegen deze opname werd met 58 stemmen voor, 13 onthoudingen en 90 stemmen tegen verworpen. Hier valt toch moeilijk consensus uit op te maken. Onder westerse druk had geen van de landen de moed om het uiteindelijke resultaat in eindstemming te brengen. Als het in de Algemene Vergadering van de VN straks niet in stemming wordt gebracht, geldt deze terminologie voor het eerst als consensustaal binnen de VN en gaan de sluizen open voor gebruik in tal van andere resoluties en beleid. Werk aan de winkel dus.

Discriminatie

Bezijden dit alles bracht een VN-expert voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit in november een controversieel rapport uit over geslachtsverandering. Geslacht zou niet langer gebaseerd moeten zijn op de biologische geslachtskenmerken, maar op een zelfgekozen geslachtsidentiteit. Een land of organisatie die deze radicale genderideologie niet als wetenschappelijke theorie aanvaardt, zou op een ‘zwarte’ lijst moeten worden geplaatst en discriminatie en haatspraak worden aangewreven.

Het Westen lijkt, met gebruikmaking van de Verenigde Naties, bezig te zijn met een gecoördineerde, frontale aanval op leven, gezin en vrijheden, met name die van godsdienst en onderwijs. Het legt waarden op aan conservatieve mensen en landen op een imperialistische, neokoloniale manier. Traditionele en democratisch vastgestelde waarden komen door deze westerse agenda in deze landen onder druk te staan. Deze doelen en praktijken dienen kritisch onderzocht te worden en te stoppen. Niets minder dan onze beschaving is in het geding.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Schothorst, H.J. van, 2021, Respecteer traditionele waarden in conservatieve landen, Reformatorisch Dagblad 51 (212): 28-29 (artikel).