Home » Scheppingsparadigma (Pagina 2)

Categoriearchief: Scheppingsparadigma

Liever langer luisteren naar creationisten – Een bespreking van ‘Lezen en laten lezen’

De Bijbel is het meest verkochte boek ter wereld. Het is ook geen gewoon boek, christenen zien het als Gods Woord. Zijn openbaring aan ons mensen. Hoe moeten we de Bijbel lezen? Als geschiedenisboek of als bronnenboek voor natuurwetenschap? Nee! Het is zoals Filippus tegen de kamerling zei: ‘Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?’ In de geschiedenis van de kamerling zien we dat er meer nodig is dan het lezen van letters op een rij. Er is begrijpend lezen nodig, niet alleen met het verstand maar ook met het hart. Het gaat wel om geschiedenis, maar het is veel meer dan dat! Gelovig omgaan met de Bijbel. Systematisch theoloog prof. dr. Arnold Huijgen1 schreef er een boek over: ‘Lezen en laten lezen’.2 Een onderwerp dat erg belangrijk is voor de kerk van alle eeuwen. Een boek dat ik met gemengde gevoelens heb gelezen.

Positief

Prof. Huijgen zegt hele mooie dingen over het lezen van de Schrift. Hij laat zien dat voor de Schrift geldt dat ‘het geheel meer is dan een som van de delen’. De Bijbel gaat niet leven door slechts te hameren op historiciteit. De Bijbel is méér dan geschiedenis. Huijgen schrijft waardevolle zaken in hoofdstuk 2 en 3. Hij wijst terecht op een meervoudig waarheidsbegrip. Hij geeft aan dat we de Schrift moeten lezen coram deo (voor Gods aangezicht). Hij geeft ook aan dat we de Schrift oudtestamentisch moeten lezen met Jezus Christus in het middelpunt. Huijgen haalt prof. Van ’t Spijker aan, die na een meditatie door een student over Psalm 124 aangaf: ‘Waar is Christus in deze psalm?’ Instemmend las ik mee met Luther: “Neem Christus weg uit de Schrift, wat blijft er dan nog over?” Huijgen hecht terecht ook veel waarde aan het Oude Testament. In het licht van Gods aangezicht is de Schrift voor Huijgen véél meer dan een informatiebron. Op pagina 18 schrijft hij:

“Als we de Bijbel niet midden in het leven voor Gods aangezicht lezen, wordt hij een informatiebron, een studieboek, een gids vol waarheden, maar klinkt hij niet als de stem van de levende God. Het wordt dan ook moeilijk om de Schrift met het leven te verbinden.”

En nogmaals op pagina 57 n.a.v. Psalm 78:

“Dát is de bedoeling van de Schriften: dat we op God zouden hopen. Wie daaraan voorbij ziet en de Schrift benadert als was het een bronnenboek voor historische kennis, komt de eigen aard en zeggingskracht van de Schrift er niet mee op het spoor.”

Toch is historiciteit voor Huijgen niet onbelangrijk. Hij schrijft op pagina 170:

“De opstanding is historisch, maar ook zo veel meer dan dat, en wie alleen naar het historische vraagt, geeft blijk van een te nauwe focus. (…) Wie alleen zegt dat de opstanding een historisch feit is, doet net zoiets als degene die zegt dat de Nachtwacht bestaat uit verf op doek. Het is wel waar, maar het is lang niet de hele waarheid. (…)”

En dan concluderend op pagina 171:

“Jezus Christus is historisch en lichamelijk opgestaan, maar het kennen van de realiteit daarvan kan alleen in het geloof. (…) Wie de opstanding historisch noemt, doet dus niet te veel (zoals liberale theologen zouden kunnen menen, voor wie Jezus slechts in het geloof van zijn discipelen is opgestaan). Hij doet te weinig, want de opstanding is meer dan historisch.”

Dit zijn waarheden van de bovenste plank. Wie de opstanding slechts als historisch ziet, doet hopeloos tekort aan dit heilsfeit en het fundament van het Christelijke Geloof. Voor mij zijn de goede schepping en de kwade zondeval echter ook van fundamenteel belang. Zou Huijgen met mij deze ‘parodie’ op zijn citaat na kunnen zeggen: “De schepping is historisch en werkelijk gebeurd, maar het kennen van de realiteit daarvan kan alleen in het geloof. (…) Wie de schepping historisch noemt, doet dus niet te veel (zoals liberale theologen zouden kunnen menen, voor wie Universele Gemeenschappelijke Afstamming over Deep Time een feit is). Hij doet te weinig, wat de schepping is meer dan historisch.” Of: “De zondeval is historisch en werkelijk gebeurd, maar het kennen van de realiteit daarvan kan alleen in het geloof. (…) Wie de zondeval historisch noemt, doet dus niet te veel (zoals liberale theologen zouden kunnen menen, voor wie de zondeval mythisch is of vrijwel geen gevolgen had). Hij doet te weinig, want de zondeval is meer dan historisch.” Als hij dat ook kan erkennen voor de schepping en de zondeval dan is waarde prof. Huijgen voluit creationistisch. Als Huijgen dat niet kan erkennen, dan zal Huijgen moeten komen met een antwoord op de vraag waarom de schepping en de zondeval niet van fundamenteel belang zijn.

Moeten wij de Schrift dan beschermen tegen Universele Gemeenschappelijke Afstamming of liberale theologie? Ook daar heeft Huijgen een antwoord op. Op pagina 161 schrijft hij:

“De Schrift is heus niet van onze beschermingsconstructies afhankelijk om haar gezag te funderen. (…) Omdat wij het gezag van de Schrift niet hoeven te bewijzen of funderen, kunnen we ontspannen omgaan met allerlei kritische exegetische methoden en met bijbelteksten die met elkaar op gespannen voet lijken te staan. De Schrift kan een stootje hebben en valt niet zomaar om.”

Van harte ben ik het eens met dit citaat, maar dit geeft nog Huijgen nog geen fiat om deze kritische exegetische methoden maar links te laten liggen of te laten begaan. We moeten deze methoden bestrijden, niet omdat de Schrift onze bescherming nodig heeft maar, omdat wij mensen geneigd zijn tot alle kwaad en door deze methoden meegesleurd zullen worden in het drijfzand van vrijzinnigheid en uiteindelijk ongeloof. Zelfs het kleinste ‘steentje’ kan ons doen struikelen. Wie meent de Schrift te moeten redden is ver van zijn plaats, wie kritische exegetische methoden (oogluikend) toestaat óók. Het bestrijden hoeft niet krampachtig te gebeuren, maar kan in nuchter Godsvertrouwen plaatsvinden. Overigens geeft Huijgen op pagina 163 aan dat:

“het laatste gezag, de ultieme norm voor leer en leven, de Schrift is als het Woord van God zelf. De keerzijde van dit gezag van Gods Woord is de overtuiging dat de kerk kan dwalen. Bij verschil tussen kerk en Schrift gaat de Schrift voor. Daar ging het de Reformatie om: niet de Schrift alleen, maar de Schrift voorop.”

Dit zie ik ook zo als verdediger van presuppositionele apologetiek en aansluitend bij Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 7. Als creationist sta ik hiervoor! Deze citaten waardeer ik in het boek van prof. Huijgen Alle natuurwetenschappelijke waarheidsclaims ten spijt, de Schrift voorop en het Levende Woord (Joh. 1) als fundament. Waarom? Omdat de Schrift dit van zichzelf zegt (autopistie).3 Waarheid blijkt voor Huijgen allereerst waarheid in het binnenste te zijn. Hij schrijft op pagina 139:

“Waarheid beroert de snaar van hart [sic], dus is waarheid niet alleen een zaak van intellectuele kennis, maar van het hele leven.”

Karikatuur

Na deze positieve beschrijving van het boek draait de boog 180 graden naar het negatieve als het gaat over creationisten. Prof. Huijgen heeft geen goed woord over voor deze gelovigen. Hij verwijt deze mensen dat zij rationalisten zijn die menen dat de Bijbel natuurwetenschappelijk bewezen moet worden.

We laten eerst prof. Huijgen aan het woord. Dat begint al in de inleiding op p. 17:

“Een tweede voorbeeld van rationalistische benadering vind ik in pogingen om de waarheid van de Bijbel met rationele, soms natuurwetenschappelijke argumenten te ondersteunen of zelfs te bewijzen. Zowel creationisten als theïstische evolutionisten neigen ernaar de waarheid van de Bijbel te zekeren met een (natuurwetenschappelijke en/of filosofische) redenering.”

Om daarna deze karikatuur te bestrijden met woorden die mij, als creationist, als muziek in de oren klinken. Namelijk dat de Schrift de geloofwaardigheid van zichzelf heeft (autopistie). Dat je met het autopistisch uitgangspunt voorkomt dat ‘je bij een nieuwe stand van de wetenschap opnieuw naar een redenering moet zoeken die de waarheid van de Schrift ondersteunt’. Dat de echte waarheid met een rationalistische benaderingswijze niet aan het licht komt. Dat de Schrift is geschreven met het oog op het behoud. Dat het bij het Schriftlezen om het hart gaat. En dat het denken niet wordt uitgeschakeld, maar op een nieuwe manier wordt ingeschakeld.

Bij deze karikatuurbestrijding denk ik dan: heeft Huijgen wel eens van hart tot hart met een creationist gesproken? En: waar haalt Huijgen dit karikatuurbeeld vandaan? Hij geeft geen verwijzingen. Hij haalt nauwelijks creationistische literatuur aan, alleen het boek van prof. Paul staat in de literatuurlijst. Uit dat laatstgenoemde boek blijkt mijns inziens geen rationalistisch standpunt, maar geeft Paul, in de bespreking van de Schrifthoofdstukken, een bijbeluitleg zoals die ook vóór Descartes gangbaar was. Onlangs bevroeg ik Huijgen n.a.v. zijn citaat over creationisten in ‘En God zag dat het goed was’. Ik vroeg hem uit welke bronnen hij dit karikatuurbeeld gedestilleerd had. Het antwoord moet ik nu nog krijgen.

Op pagina 51 schrijft hij:

“Momenteel wordt dit welles-nietesspel bijvoorbeeld met hoge inzet gespeeld door creationisten, die tegen de natuurwetenschappelijke consensus in argumenteren dat de Bijbel toch werkelijk wel gelijk heeft op basis van allerlei geologische en biologische ‘bewijzen’.”

Waarom plaatst Huijgen hier bewijzen tussen aanhalingstekens? Is dat om wetenschapsfilosofische redenen of omdat hij gekozen heeft voor de natuurwetenschappelijke consensus en daarom niet zoveel ziet in creationistische pogingen om deze werkelijkheid te verklaren? En bij dit citaat aansluitend schrijft hij op pagina 122 over creationisten:

“Ook het creationisme, dat de waarheid van de Schrift wil aantonen met natuurwetenschappelijke middelen, is een typisch modern verschijnsel. Creationisten peilen de problematiek van het evolutionisme niet diep genoeg, doordat ze in dezelfde rationalistische sfeer blijven steken.”

Dit doet hopeloos tekort aan de diepste drijfveren en intenties van de creationist. Een creationist gelooft in de waarheid van de Schrift, omdat het Gods Woord is en niet omdat deze met natuurwetenschappelijke middelen bewezen kan worden. Hoe zou dat kunnen? Hoe zouden creationisten Gods eenmalige scheppingsdaden met natuurwetenschappelijke middelen aan kunnen tonen? We kunnen dat gelovig aanvaarden als zijnde óók en/of méér dan historisch. Maar al onze menselijke kennis schiet tekort om dat empirisch te bewijzen, we moeten dat ook niet willen. Volgens Huijgen zouden creationisten het evolutionisme niet diep genoeg peilen? De auteur geeft geen uitleg bij deze stelling, hij probeert alleen zijn karikatuurbeeld te bevestigen. Voor creationisten is de strijd tussen schepping en universele gemeenschappelijke afstamming (wat mijns inziens bij evolutionisme hoort) vooral een geestelijke strijd! Peilt Huijgen het evolutionisme wel diep genoeg als hij, mijns inziens, ondoordacht de consensus wil volgen als het gaat om de natuurwetenschappen? Heeft Huijgen wel oog voor de geschiedenis van het naturalistische evolutieparadigma? Weet Huijgen dat deze geschiedenis een spel laat zien dat (al dan niet methodisch) als motto heeft ‘wetenschap bedrijven alsof God niet bestaat’? Creationisten hameren hier elke keer weer op. Het is niet slechts een intellectuele strijd om natuurwetenschappelijke ‘bewijzen’, het is ten diepste een geestelijke strijd. En net zoals onze Heere Jezus Christus, bij de verzoeking in de woestijn, kunnen wij die strijd alleen aangaan onder bedauwing van Gods Geest, met de Schriften in de hand en met aanhoudend gebed. De Schriften blijken dan een machtig wapen om geestelijke aanvallen af te slaan. Dat is nog wat anders dan de Schrift met natuurwetenschappelijke middelen bewijzen.

Hoe moeten we dan denken over het opzetten van creationistische wetenschap en een creationistisch wereldbeeld? Past dat dan niet in het beeld dat Huijgen schetst? Nee. Creationisten willen deze werkelijkheid verstaan vanuit de Schrift. Gods Woord (de Bijbel) en Gods Vinger (de werkelijkheid) kunnen fundamenteel niet met elkaar in tegenspraak zijn. Als dat wel zo lijkt te zijn dan gaat de Schrift voorop. De vermeende tegenspraak die vanuit de werkelijkheid dan tot ons komt, wordt óf weersproken, óf genuanceerd, óf dissonant gelaten vanwege ons beperkte begripsvermogen en ontbrekende puzzelstukjes. Maar ook als de werkelijkheid consonant lijkt met de Schrift, wordt veelal gemaand tot voorzichtigheid!

Huijgen werpt tegen dat er meer vormen van waarheid zijn dan alleen historisch-feitelijke juistheid. Daar heeft hij volkomen gelijk in, maar dit ontkracht de historische betrouwbaarheid niet, integendeel, het vult deze alleen maar aan. De verschillende vormen van waarheid hoeven niet tegen elkaar opgezet te worden om zo te zorgen voor een vals dilemma, maar deze vormen vullen elkaar aan. Als creationist kan ik daar prima mee leven, sterker nog, ik sta daar helemaal achter.

Ook historisch gezien is de vergelijking van Huijgen onjuist, dat mensen die geloven dat Genesis (meer dan) historisch is vergeleken worden met rationalisten opbloeiend in de geest van Descartes.4 Was Augustinus ook rationalistisch bezig toen hij zich afvroeg hoe hoog het water stond tijdens de vloed en of dat alle dieren wel in de ark zouden passen?5 Waren de kerkvaders rationalistisch toen zijn probeerden te verklaren waar de vrouw van Kaïn vandaan kwam?6 Was Luther ook rationalistisch toen hij meer dan tweehonderd pagina’s wijdde aan de zondvloed en probeerde een chronologie te geven?7 Was Procopius van Gaza ook rationalistisch toen hij meende dat de zondvloed wel wereldwijd moest zijn geweest omdat er marien zeeleven op de bergtoppen gevonden wordt?8 Natuurlijk niet!

Het is uitermate jammer dat prof. Huijgen het niet over de hete hangijzers wil hebben, maar wel meent dat hij een karikatuurbeeld van creationisten moet neerzetten. Wil je het ene niet, doe dan ook het andere niet. ‘Lezen en laten lezen‘ zou prima floreren zonder anti-creationistisch geluid. Het zou mijns inziens zelfs beter floreren, bij mij zorgde uitspraken over creationisten voor teenkrommingen en drukte zo een stempel op het hele boek. In plaats van creationisten verbaal de hersens in te slaan, zou hij beter kunnen kiezen voor ‘liever langer luisteren’ naar creationisten.

Is historiciteit belangrijk voor het christelijk geloof?

Prof. Huijgen geeft aan dat niet alles in de Bijbel van gelijk gewicht is (p. 51). Ik geef hem hierin gelijk. Geloof in de historiciteit van opstanding is uitermate belangrijk voor het heil. Veel belangrijker dan bijvoorbeeld de historiciteit van ‘Petrus en de vis met het muntstuk’. Het lijkt erop dat Huijgen aangeeft dat het voor sommige zaken er minder toe doet of deze historisch zijn of niet. Het zou de betrouwbaarheid van de Schrift niet of minder aantasten. En dáár ben ik het niet mee eens. Uiteraard is niet alles in de Bijbel van gelijk gewicht, maar fouten in de Bijbel tasten uiteindelijk de betrouwbaarheid van de Schrift en van God zelf aan. Ik zal het proberen uit te leggen met een voorbeeld.

Pieter en Bea zijn gelukkig getrouwd. Ze hebben elkaar trouw beloofd in de kerk en op het gemeentehuis. Op een dag loopt de Bea met een vriendin door de stad en ze ziet in de verte Pieter hand-in-hand lopen met een andere vrouw. Bea schrikt zich wild en wordt boos, met stemverheffing beticht ze Pieter van overspel! Haar vriendin legt geruststellend haar hand op de schouder van Bea. Ze zegt: “Overdrijf je niet een beetje, niet alles wat jij overspel noemt is van gelijk gewicht. Met een andere vrouw hand-in-hand lopen moet kunnen. Ik zou je kunnen begrijpen als je Pieter zou betrappen op geslachtsgemeenschap met die vrouw. Dát is overspel”. Bea neemt zich voor bij thuiskomst een stevig gesprek met Pieter aan te knopen. Dat is het geval en met resultaat! Pieter belooft Bea dat hij nooit meer hand-in-hand zal lopen met een andere vrouw. Toch heeft het vertrouwen van Bea in Pieter een deuk (al is die mogelijk maar klein) opgelopen. En als dit keer op keer gebeurt zal de relatie van Pieter en Bea, vanwege deze in onze ogen kleine zaken, op de klippen lopen.

Om aan te sluiten bij het verhaal: de Bijbel is het ‘liefdesboek’ van de kerk. In de Schrift openbaart God dat er, in Christus, nog doen aan is voor een verloren zondaar. Dát is de kern. Als er fouten in de kern zitten zet dat de complete relatie en vertrouwensband met God op het spel, net zoals geslachtsgemeenschap met een ander meestal de eigen relatie compleet verwoest. Als er fouten zitten in, voor het oog, minder belangrijke zaken dan loopt het vertrouwen in Gods Woord een deuk op, net zoals hand-in-hand lopen met een andere vrouw dat bij Bea deed. Hoe meer fouten hoe meer deuken in de vertrouwensband en uiteindelijk zal dat zorgen voor (grote) relatieproblemen. Ook kleine druppels zorgen er uiteindelijk voor dat de emmer overloopt. Grote druppels en kleine druppels hebben niet hetzelfde gewicht, maar ze hebben uiteindelijk hetzelfde eroderende effect. Zelfs een, in onze ogen, heel klein druppeltje. Om in het voorbeeld te blijven: De Heere Jezus zegt dat wie een andere vrouw begeert al overspel heeft gedaan. Het stelen van een zak drop uit de winkel is van ander gewicht dan een overval op de bank, maar het blijft stelen. Een inwendige vloek is van ander gewicht dan een harde knettervloek in een sportpark, maar het blijft vloeken. De historische onbetrouwbaarheid van het Schriftwoord in Jozua is voor het oog van ander gewicht dan de historische onbetrouwbaarheid van het Schriftwoord inzake de opstanding, maar het blijft ‘onbetrouwbaarheid’. Gods Woord is voor het verstand niet altijd te rijmen en dat moet je ook niet willen, maar het is naast dat het geestelijk gezag heeft ook door en door historisch betrouwbaar. Niet omdat we dat empirisch of historisch aan kunnen tonen, maar omdat Gods Geest dit geloof werkt in het hart. Waarheid gaat om kennis én vertrouwen (truth en trust). Als het ene er niet is dan loopt alles scheef, maar als het andere er niet is óók.

Ontwijken hete hangijzers

In de inleiding geeft prof. Huijgen aan dat een aanleiding voor het schrijven van dit boek ‘de manier is waarop hermeneutische kwesties in gereformeerde kerken momenteel op scherp worden gezet,/em>’. Hij doelt dan op (1) vrouw in het ambt, (2) homoseksualiteit, en (3) schepping-of-evolutie. Je zou verwachten dat Huijgen in het hoofdstuk ‘proeven van omgang met de Bijbel’ dan bij elk heet hangijzer een hoofdstuk of een (aantal) tekst(en) neemt uit de Schrift en die ons gelovig ‘voorleest’. Dat is helaas niet het geval. Een gemiste kans! Juist een systematisch theoloog zou de huidige discussie van dienst kunnen zijn wanneer hij deze Schriftgegevens oudtestamentisch probeert uit te leggen ‘voor Gods aangezicht’ en met ‘Jezus Christus in het midden van de Schrift’. Durft of wil Huijgen zijn vingers er uiteindelijk toch niet aan branden?

Wat is de verhouding tussen de Schrift en de werkelijkheid?

Naast het uit de weg gaan van deze hete hangijzers, blijft er nog een andere vraag bij mij over. Huijgen gaat nauwelijks in op de relatie tussen de Schrift en de werkelijkheid. Hij verwerpt terecht het rationalisme en het reductionisme, maar gaat nauwelijks in op het ‘hoe dan wel’? Naast het lezen van de Schrift voor Gods aangezicht leven we ook in een wereld voor Gods aangezicht. Hoe de verhouding volgens Huijgen is tussen Schrift en werkelijkheid wordt uit het boek niet duidelijk. Hij houdt een pleidooi voor de ziel, maar hoe kijk je met een ‘bezielend’ oog naar deze werkelijkheid? Zeker in het licht van zijn bijdrage in het boek ‘En God zag dat het goed was’ is deze vraag belangrijk. Hij ruilt daar, vanwege een knieval voor de natuurwetenschappelijke consensus9, de traditionele visie op imago Dei in de zielsvermogens in voor een andere onduidelijke visie.10 Mijn idee: Laat deze naturalistische consensus los, waarbij wetenschap (al dan niet methodisch) wordt bedreven alsof God niet bestaat. Verklaar deze werkelijkheid ook ‘voor Gods aangezicht’ en in het Schriftlicht. In alle andere gevallen zal het waardevolle wat in het boek ‘Lezen en laten lezen’ over de Schrift wordt geschreven leiden tot een spagaat tussen de Schrift (voor Gods aangezicht) en het onderzoek naar deze werkelijkheid (alsof God niet bestaat). Binnen een creationistische wereldbeeld bestaat die spagaat niet omdat Gods Woord (de Schrift) en Gods Vinger (de werkelijkheid) bij elkaar horen en fundamenteel niet met elkaar in tegenspraak kunnen zijn.

De achterkant van het boek geeft aan:

“’Lezen en laten lezen’ vraagt aandacht voor de ziel als ruimte waarin de muziek van Gods Woord tot klinken komt. De vermeende tegenstellingen tussen denken en ervaring, tussen ziel en lichaam, verdwijnt in het licht van Gods waarheid.”

Deze tekst komt mijns inziens in het boek niet goed genoeg uit de verf. Aan de ene kant meent de auteur dat de Schrift (meer dan) historisch is. Aan de andere kant accepteert hij de consensus binnen de natuurwetenschappen (o.a. Universele Gemeenschappelijke Afstamming en Deep Time). Dit leidt onherroepelijk tot een spagaat. Huijgen krijgt deze zaken niet bij elkaar en wil dat ook niet. De auteur wil niet in een boedelscheiding verzeild raken, maar ontkomt daar fundamenteel niet aan. De oplossing is dat hij de natuurwetenschappelijke consensus loslaat en naar alternatieven zoekt.

Conclusie

Het is een waardevol boek om te lezen. Ten eerste omdat Huijgen elke keer weer aangeeft dat we de Schrift moeten lezen ‘voor Gods aangezicht’. Ten tweede omdat Huijgen de Schrift oudtestamentisch wil lezen. Ten derde omdat Huijgen de Schrift Christocentrisch wil lezen. Ten vierde omdat Huijgen aangeeft dat de Schrift meer is dan alléén historisch. Ten vijfde omdat Huijgen afstand neemt van het rationalisme en het reductionisme. Ten zesde omdat Huijgen een pleidooi voert voor bezieling. Ten zevende omdat Huijgen de Schrift voorop wil laten gaan. Toch blijf ik achter met een sterk onbevredigend gevoel. De recensie is lang geworden, maar heel veel punten heb ik niet kunnen aanstippen. Ik heb bijvoorbeeld ernstige bezwaren tegen zijn uitspraken over de Chicago Statement en zijn te snel afserveren van de Schrift als ‘onfeilbaar’. Ik vind dat hij onvoldoende Luther tegenspreekt als deze aangeeft dat het ‘verstand van de duivel is’. De Nederlandse Geloofsbelijdenis doet hij onvoldoende recht door niet in te gaan op NGB artikel 7. Zijn uitleg van 1 Petrus 3 vind ik dan wel weer mooi. De recensie zou met al die tegenwerpingen en dankwoorden veel langer geworden zijn dan de tekst in het boek ‘Lezen en laten lezen’. Ik laat daarom deze zaken maar rusten. Huijgen pakt creationisten onterecht hard aan. Als creationisten zouden denken zoals Huijgen ze beschrijft, dan geef ik hem helemaal gelijk. Maar dat is niet het geval, integendeel. Door vanuit meerdere invalshoeken naar de Bijbelteksten te kijken, staan creationisten dichterbij Huijgen dan hij zelf vermoedt. Helaas ontstaat er nu een karikatuurbeeld. Dat neem ik hem kwalijk. Als een van de voormannen van de CGK heeft hij een voorbeeldfunctie. Wie niets weet van creationisten wil dat na het lezen van dit boekje ten onrechte ook niet meer. Wie weinig tot niets weet van de intenties en het werk van creationisten moet met hen in gesprek gaan voordat er geschreven wordt. Graag nodig ik prof. Huijgen uit om bij mij thuis een bakje koffie te doen en eens van hart tot hart te spreken over het creationistische wereldbeeld. Naast onbegrip van en voor creationisten is er méér aan de hand. Relativeert prof. Huijgen de eerste ‘regel’ van de Quadriga niet teveel alsof die er minder toe doet? Ik zou prof. Huijgen willen oproepen de waardevolle zaken in dit boek te koesteren (en dat zijn er veel). De gehele Schrift op alle fronten te zien als (meer dan) historisch betrouwbaar. Niet om te eindigen in de historiciteit, maar om dit als startpunt te nemen zoals een goed gebruik van de Quadriga ook voorstaat en de Reformatie altijd benadrukt heeft. Om zo, met behulp van Gods Geest, de teksten, als het gaat om het geestelijke, nog dieper te kunnen peilen. Ik ben van mening dat hij (en wij met hem) dan niet alleen een rijker inzicht krijgt in de teksten, maar de Bijbel ook nog eens voluit creationistisch leest. Ziende op zijn uitleg van 1 Petrus 3 vermoed ik dat dit in zijn preken al lang de praktijk is en dat hij voor zowel de historische als de geestelijke aspecten oog heeft. Want Genesis is geschiedenis, maar in de eerste plaats is Genesis openbaring. Wie de Schrift alléén historisch leest is een beklagenswaardig mens en zonder hoop ronddolend op deze aarde!

Voetnoten

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente en onze vroegste geschiedenis (3) – Ds. C. Hegeman, De schat in de akker

De Schat in de akker’.1 Deze titel heeft het derde nummer in de Eskol Reeks meegekregen. Het is een preek van wijlen ds. C. Hegeman (1914-1981). De preek heeft als kerntekst Mattheüs 13:44.2 Hieronder kijken we vooral naar wat de predikant te zeggen heeft over onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

De (gevolgen van de) zondeval

In deze preek wordt van de bovengenoemde gebeurtenissen alleen de (gevolgen van de) zondeval beschreven. Ds. C. Hegeman geeft aan de we verloren liggen in onze ellendestaat. “De mens is vrijwillig en moedwillig van God afgevallen en de duivel toegevallen. En wij gáán niet verloren, maar wij liggen verloren in onze diepe val. Maar wij zien het niet en wij geloven het niet. Daar is een Godswonder nodig om dat te zien (…) Daar is een Godswonder voor nodig om te zien wat de mens geworden is in de diepe val. Maar de mens ligt daar verloren en hij is maar bezig op de aarde (…).3 Krachtens onze diepe val en deze ellendestaat zal een mens ‘nooit naar God vragen en naar de Heere zoeken. Maar de Heere moet uit vrije genade een mens aanslaan. Dat is een soeverein Godswerk. Dat moet een mens geschonken worden’.4In onze diepe van in Adams bondsbreuk zijn we alles kwijt. Maar de Heere heeft daar een Schat gesteld, een volkomen en een uitgewerkte zaligheid. Er is een weg der verlossing.5 We moeten volgens de predikant ‘afgesneden zijn van de oude Adam en in Christus ingelijfd zijn van Gods zijde’.6

Mozes

In orthodoxe kring wordt Mozes gezien als de auteur van de eerste vijf bijbelboeken. Net als de Evangeliën noemt ds. C. Hegeman dit ‘Mozes’. Hij noemt in deze preek de wet ‘Mozes’.7

Conclusie

De (gevolgen van de) zondeval neemt in de theologie van ds. C. Hegeman een belangrijke plaats in. De predikant wijst in de preek over de schat in de akker op het afgesneden worden van Adam en ingelijfd worden in Christus.

Voetnoten

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland en onze vroegste geschiedenis (4) – Ds. M. van Beek, Daniël biddende in ballingschap

Daniël biddende in ballingschap’. In 2006 werd deze preek van ds. M. van Beek uitgegeven door Boekhandel R. v.d. Meijden te Kesteren.1 Het betreft een preek van dominee M. van Beek over Daniël 9:15-17.2 De predikant heeft deze preek uitgesproken te Opheusden op de biddagmorgen van 11 maart 1970. We bestuderen deze preek op onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

Schepping en voorzienigheid

In de preek maakt ds. M. van Beek onderscheid tussen schepping en voorzienigheid. Op bladzijde 3 verwijst de predikant naar Gods medewerking. Wat is dat? Van Beek: “Die almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, waardoor Hij medewerkende invloeit in alle bewegingen en werkingen der schepselen.” God is de Uitvoerder in deze tijd van wat Hij besloten heeft in de eeuwigheid. God heeft ‘hemel en aarde uit het niet (…) voortgebracht‘.3 Volgens de predikant heeft Daniël ‘het ervaren tot op deze dag, ook in de dag van ballingschap, dat Zijn voorzienigheid over alle dingen gaat en dat Hij alle dingen onderhoudt door het woord Zijner kracht. Tot die God roept Daniël, Die de dingen roept die niet zijn, alsof zij waren.4

Zondeval

Op bladzijde 14 verwijst ds. M. van Beek ook nog naar de gevolgen van de zonde(val). Van Beek: “De zonden, mijne geliefden, die hebben wat verwoestingen aangericht. Denk maar aan de eerste zonde in het paradijs, waardoor elk mens de drievoudige dood onderworpen is. Want elke zonde krenkt God in Zijn eer, elke zonde van jong en oud, klein en groot, van gedachten, woorden of werken.” Van Beek noemt de zonde van Adam en Eva in het paradijs ‘de eerste zonde’. 6

Conclusie

God heeft hemel en aarde uit het niet voortgebracht en Hij onderhoudt deze wereld sindsdien. De zonde(val) heeft veel verwoestingen aangericht. Door deze eerste zonde, is elk mens de drievoudige dood onderworpen.7 Abraham werd lange tijd na deze paradijsgeschiedenis geroepen uit Ur der Chaldeeën.

Voetnoten

PROJECT: Studiereis ‘Geologie van Hongarije’ – 6-10 juni 2022 D.V.

Hongarije is een prachtig land, gelegen in Centraal-Europa. Het land heeft ook een rijke geologische geschiedenis. Hongarije is vooral bekend vanwege de Grote Hongaarse Laagvlakte, de ooit zo genoemde Hongaarse poesta (Slavisch voor ‘leegte’). Deze vlakte ligt in de Karpatenboog, een Europees Hooggebergte dat zich naast Hongarije (deels) uitstrekt over Tsjechië, Slowakije, Polen, Oekraïne en Roemenië. Door de vlakte loopt één van de grootste rivieren van Europa, de Donau. Hoe is dit landschap ontstaan én hoe past dit binnen een Bijbelse chronologie? Wetenschappers en docenten die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof hebben zich hier nog nauwelijks mee bezig gehouden. Tijd om de feiten op een rij te zetten! Wilt u dit project ondersteunen? Lees hieronder hoe dat kan en wat de verwachtingen zijn.

Een stalagmiet uit het Baradla Domica grottenstelsel in Hongarije. Bron: Wikipedia.

Geologiereis

Topografische kaart van Hongarije. Bron: Wikipedia.

In 2019 hebben we een geologiereis georganiseerd naar Hongarije met voornamelijk aardrijkskundedocenten als deelnemers.1 We kijken terug op een geslaagde reis en waren voornemens dit ieder jaar te organiseren. Helaas gooide zowel corona als mijn vertrek bij Logos Instituut2 roet in het eten. We willen in de komende tijd verkennen of het mogelijk is om deze geologiereizen weer op te pakken. Helaas zijn hier kosten aan verbonden. Wie wil met ons de onkosten dragen? De reis zal overigens meer opleveren dan alleen de voorbereiding op een eventuele geologiereis. We willen in diverse media artikelen publiceren over de geologie van Hongarije en hoe we vanuit onze basisovertuiging, van het klassieke scheppingsgeloof, kunnen kijken naar de feiten die zich aandienen. Zo worden de vondsten die we doen tijdens het veldwerk breder uitgelicht en staat ook Hongarije op de creationistische wereldkaart. Bovenal hopen we dat met het werk mensen bemoedigd worden en twijfelaars geholpen worden om te (blijven) denken vanuit het klassieke scheppingsgeloof. Hieronder geven wij een begroting weer van de beoogde reis, daaronder de output die dit project, naar we hopen, zal opleveren. Het gaat bij de begroting slechts om de onkosten, we hebben in onze berekening geen uurloon meegenomen.

Begroting

De geschatte onkosten worden hieronder in een tabel weergegeven. We hoeven geen overnachtingskosten te vermelden, omdat de in Hongarije woonachtige Lorens Knap, van o.a. Hongarije Holidays, kosteloos zijn huis open wil stellen voor deze voorbereiding.

Activiteit Geschatte kosten
Vliegticket Eindhoven-Boedapest-Eindhoven € 150,-
Autohuur € 150,-
Benzinegeld € 150,-
Toegangskaarten tot musea € 100,-
Eten en drinken € 50,-
Literatuurkosten € 100,-
Overige onvoorziene kosten € 50,-
Totaal € 750,-

Overweegt u om bij te dragen aan deze kosten? Dan kan dat via het bankrekeningnummer NL79 INGB 0008 4532 15 t.n.v. J.W. van Meerten. Alvast hartelijk bedankt voor uw gift!

Output

We hopen dat deze reis meer zal opleveren dan alleen een voorbereiding op een mogelijke geologiereis. We willen (de geologie van) Hongarije meer bekend maken bij creationisten. Hongarije vormt een ideale testcase voor catastrofisme en zondvloedgeologie. Toont dit landschap sporen van een megacatastrofe of is het over het algemeen geleidelijk, met inbegrip van ‘kleinere’ catastrofen, ontstaan? Hieronder de output die we op dit moment voor ogen zien met dit project.

Lake Hévíz, een hydrothermaal meer ten westen van Hongarije. Als gezin bezochten we dit meer tijdens de zomer van 2020. Bron: Wikipedia.
  1. De voorbereiding van een mogelijke geologiereis (voor Nederlanders, Hongaren of beide). We willen kijken of de locaties geschikt zijn om er met een groep heen te gaan.
  2. Een reisgids voor (deze) geologiereizen.
  3. Een dagelijks blog met daarin de bevindingen tijdens de voorbereidingsreis.
  4. Een beknopte digitale museumgids van het Hongaars natuurhistorisch museum, Magyar Természettudományi Múzeum.
  5. Een testcase voor een, in voorbereiding zijnde, aardrijkskundemodule voor het Voortgezet Onderwijs over geologie en het klassieke scheppingsgeloof.
  6. Een column in het blad Om Sions Wil.
  7. Mogelijk een artikel over de Hongaarse chimpansee-achtige mensaap Rudapithecus in Weet Magazine.3 Deze mensaap uit het Mioceen staat volgens naturalisten mogelijk aan de basis (stem species) van de ‘menselijke’ stamboom. In ieder geval wordt het soort gerekend tot de Hominidae.4
  8. Mogelijk een opiniestuk in het Reformatorisch Dagblad over het verband tussen Hongarijegeologie en zondvloedgeologie.5
  9. Mogelijk een overzichtsartikel schrijven over de waarde van het perspectief van zondvloedgeologie op Hongarije voor de website van Christelijk Informatieplatform (CIP).6
  10. Het opdoen van ideeën voor Scheurkalenderstukjes (een initiatief van Weet Magazine).
  11. De input voor het openingswoord van het congres van d.d. 22 oktober 2022 D.V.7
  12. Het uitbreiden van lesmateriaal voor aardrijkskunde en geschiedenis om zo voor de leerlingen nog meer een rijke leeromgeving te creëren.
  13. De bestudeerde feiten inbouwen in eigen lezingen voor jongeren en ouderen. Eigen geologie-ervaringen delen spreekt veel meer aan.
  14. Een bijdrage leveren aan de zondvloedmodellendiscussie onder creationisten en de discussie op de besloten geologiebijeenkomst(en).8
  15. Het bestuderen en invullen van de plaats van Hongarijegeologie in de rest van de geologie van Europa.
  16. Het herstarten van en een (verdere) invulling geven aan de website ‘Hongarijegeologie’: www.hongarijegeologie.nl.
  17. Het leggen van banden met Hongaarse wetenschappers die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof.
  18. De discussie aangaan met geologen én (aardrijkskunde)docenten die anders denken over de ontwikkeling van deze aarde en daarmee niet uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof.

Kortom, flink wat output waar we de komende jaren mee aan de slag kunnen. Mogen wij op uw steun rekenen? Niet alleen financieel, maar ook in uw gebeden. Mag deze reis tot een zegen zijn voor velen! De gevolgen van het catastrofisme te bestuderen is een boeiende en interessante bezigheid, maar het heeft ook een diepere geestelijke betekenis. ‘Gedenkt aan de vrouw van Lot’ (Lukas 17:32).

Voetnoten

Dr. C.P. Polderman: “De zaak op losse schroeven zetten en de evolutiegedachte omarmen vind ik vreselijk”

In het Reformatorisch Dagblad van 8 april 2022 werd oud-docent dr. C.P. Polderman bevraagd op boeken die invloed hebben (gehad) op zijn leven. Polderman noemde er zes. Hij raadde ook één boek aan als weerwoord tegen het ‘omarmen van de evolutiegedachte’ door veel medechristenen.1

Biografie

Dr. C.P. Polderman studeerde economische en sociale wetenschappen aan de universiteiten van Tilburg en Rotterdam. In 1996 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift met als titel ‘Kerk en wereld, een studie over gereformeerden en hun uiteenlopende relaties met televisie in het licht van politiek, cultuur en theologie’. In zijn werkzame leven was hij docent economie aan de Hogeschool Zeeland. Kerkelijk is hij betrokken bij de Gereformeerde Gemeente te Vlissingen. Hij neemt ook zitting in de Raad van Advies van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.

Top-6

De top-6 van boeken die invloed hebben (gehad) op het leven van dr. Polderman zijn: (1) Ds. G. de Lange, Bijbelse toekomstverwachting, (2) Dr. P. de Vries, Die mij heeft liefgehad, (3) Ds. L. Huisman, Geen ander Evangelie, (4) Dr. C. Trimp, Betwist Schriftgezag, (5) Andrew Murray, Ziende op Jezus, (6) Al-Ghazali, Verlost van onzin.

Betwist Schriftgezag

Polderman geniet naast de kinderboeken van J.J. Frinsel ook van academische werken. Hij verwijst in het interview naar het proefschrift van dr. P. de Vries, ‘”Die mij heeft liefgehad”, over de betkenins van de gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen’.2 Polderman noemt dr. De Vries ‘een van de grote rechtzinnige geleerden op dit moment’.3 Onlangs kwam de geïnterviewde in het bezit van het al wat oudere boek ‘Betwist Schriftgezag’ van dr. C. Trimp.4 Hij is onder de indruk van dit werk uit 1971. Polderman:

“Laatst overleed een gemeentelid. Niet lang daarna vroeg zijn weduwe: “Kom eens langs, er zijn zo veel boeken, ik weet niet wat ik daarmee moet doen.” Ik viel achterover van verbazing: wat had die man veel verzameld. Tussen zijn theologiecollectie zat ook ‘Betwist Schriftgezag’, een bundel opstellen over de autoriteit van de Bijbel door de vrijgemaakt gereformeerde dr. C. Trimp. Wat in onze tijd hoogleraren als Gijsbert van den Brink en Kees van der Kooi doen – de zaak op losse schroeven zetten en de evolutietheorie omarmen – dat vind ik vreselijk. Daarmee ondermijn je het Schriftgezag. Wat is er dan door die oude, vrijgemaakte mannen zoals Trimp, die deze opstellen schreef in 1971, toen al goed werk verzet als tegenhanger van bijvoorbeeld Kuitert. Hij heeft in dit boek echt heel mooie dingen gezegd. Hadden Van den Brink & Co daar maar eens naar gekeken, denk ik dan.”

De wijze Salomo schreef ooit eens dat er niets nieuws is onder de zon (Prediker 1:9). Veel werken uit de vorige eeuw zijn nog steeds bruikbaar als weerwoord tegen het, in orthodox-christelijke kring, opkomende theïstische evolutionisme. Dr. C.P. Polderman en het Reformatorisch Dagblad hebben een goed werk gedaan door hier weer eens op te wijzen.

Voetnoten

Menselijke Dierentuinen: Amerika’s vergeten geschiedenis van wetenschappelijk Racisme

In 2019 verscheen de 55 minuten durende film ‘Human Zoos’ bij Discovery Institute. De video vertelt het bizarre en schokkende verhaal van het tentoonstellen van mensen voor Amerikaans publiek. Een beschamende vertoning! In de beschrijving van de film lezen we: “De film verkent ook het tragische verhaal van de eugenetica in Amerika, de poging om mensen te kweken, gebaseerd op Darwinistische principes.” Bekijk de film hieronder.

Vragenronde scheppingscongres 9 juni 2018 met dr. Peter de Jong en drs. Hans Hoogerduijn

Op 9 juni 2018 werd er door een groep christenen een congres in Zwolle georganiseerd over schepping en evolutie. Na de lezingen van resp. dr. Peter de Jong (hier) en drs. Hans Hoogerduijn (hier) werd er een vragenronde gehouden. Ook deze vragenronde werd opgenomen door de organisatie en kunnen wij daarom hieronder met u delen. Veel zegen bij het kijken!

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland en onze vroegste geschiedenis (3) – Ds. A. Schultink, De volkstelling van David

De volkstelling van David’. Deze titel heeft een preek van ds. A. Schultink in de Eskol Reeks meegekregen.1 De kerntekst is 2 Samuël 24:25.2 We bestuderen de preek op onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

De preek bevat vrijwel geen verwijzingen naar onze vroegste geschiedenis. De predikant geeft op bladzijde 10 aan dat we een ‘zondig schepsel, een zondig mens‘ zijn. Dit is de enige verwijzing naar onze vroegste geschiedenis.

Onlangs bestudeerden en beschreven we ook ook andere preek van ds. A. Schultink. De bespreking van deze preek is hier te vinden.

Voetnoten

Aardlagen & fossielen: Over vliegende rozijnen en stokoude heksen – Drs. Hans Hoogerduijn spreekt op scheppingscongres van 9 juni 2018

Op 9 juni 2018 werd er door een groep christenen een congres in Zwolle georganiseerd over schepping en evolutie. De vierde lezing werd verzorgd door drs. Hans Hoogerduijn. Hij sprak over aardlagen en fossielen. De lezing werd opgenomen door de organisatie en kunnen wij daarom hieronder met u delen. Veel zegen bij het kijken!

Melancholia: wat zal er gebeuren als ons zonnestelsel door een exoplaneet wordt verstoord?

Jaarlijks worden er tientallen exoplaneten rond andere sterren gevonden.1 Daar zitten grote gasreuzen bij die zelfs groter zijn dan ‘onze’ Jupiter. Wat zal er gebeuren als zo’n gasreus uit de baan rond zijn ster wordt gestoten en richting ons zonnestelsel afreist? Recent keek ik de speelfilm Melancholia. Deze film gaat hierover. Omdat alle christelijke normen en waarden met de voeten getreden worden zal ik deze film overigens niet nog een keer kijken.

Melancholia gaat over een gasreus die uiteindelijk in botsing komt met de aarde en onze planeet compleet vernietigd. De film is vernoemd naar de gasreus: Melancholia. De hoofdpersoon, Justine, is depressief. In het eerste deel van de film gaat Justine trouwen met Michael. Het is maar een vreemde bruiloft met weglopen, ontrouw, gevloek en afpersing. Uiteindelijk loopt het huwelijk van Justine en Michael dezelfde dag nog op de klippen. Ondertussen nadert de planeet Melancholia de aarde.

Op haar bruiloft ziet Justine een rode ster. Ze vraagt aan haar zwager John wat dat voor een ster is. Zwager John die veel weet van sterrenkunde en vaak door een telescoop naar de nachtelijke hemel tuurt, geeft aan dat het Antares is, een rode superreus en de helderste ster in het sterrenbeeld Schorpioen. Maanden na de bruiloft ziet Justine dat de ster verdwenen is en vraagt zich af wat dat te betekenen heeft. Later blijkt dat de planeet Melancholia het zicht op de ster heeft weggenomen. Hoe dichter de planeet bij de aarde komt, hoe banger Claire, de zus van Justine en de vrouw van John, wordt. John geeft aan dat ze niet bang hoeft te zijn en de doemdenkers niet teveel aandacht moeten geven. John laat haar weten het vertrouwen te stellen in de wetenschap.

Grenzeloos vertrouwen in de wetenschap

John, de zwager van Justine, is een echte sciëntist. Hij heeft alle vertrouwen in de wetenschap. De wetenschap heeft aangegeven dat Melancholia de aarde zal passeren en daarna voorgoed uit het zonnestelsel zal verdwijnen. Hij zegt tegen Claire: “De echte geleerden zijn het eens: Melancholia gaat ons passeren. En het wordt een schitterend schouwspel.” Als de planeet nog wat dichterbij vraagt Claire aan John of de geleerden geen fouten gemaakt hebben. John: “Ze hebben geen fouten gemaakt. (…) Ik beloof het je. Hij komt weer op. Dat komt door de rotatie van de aarde. Precies zoals ze hadden voorspeld.” Op de avond van de flyby kijken het gezin en Justine naar het passeren van de planeet. Na het verstrijken van de tijd wordt Melancholia weer kleiner en kleiner. Claire is gerustgesteld, de wetenschap had gelijk. De volgende dag echter is Melancholia toch nog erg groot. John zit al vroeg bij zijn telescoop en is er niet gerust op. Als de planeet steeds groter wordt verdwijnt John uit beeld en pleegt zelfmoord in de paardenstal. Het vertrouwen in de wetenschap is beschaamd. In de extra beelden geeft de astrofysicus dr. Michael J.D. Linden-Vørnle in het kader van deze gebeurtenis het volgende aan:

“Wetenschap onthult de meest waarschijnlijke blik op de wereld. We weten wel iets, maar leren steeds meer. Dus onze blik verandert. We kunnen niet alles bewijzen, maar kunnen wel bewijsmateriaal vinden hoe de wereld functioneert. Aangezien bewijsmateriaal slechts een deel van het antwoord is, weten we niets 100% zeker. Dingen kunnen veranderen of anders uitpakken, dus wetenschap is niet het absolute antwoord. Besef dat goed.”

In een tijd van grenzeloos vertrouwen in het menselijke kunnen, is dat een mooi antwoord.

Ramkoers

Het blijkt dat Melancholia helemaal niet uit het zonnestelsel verdwijnt. Op een gegeven ogenblik wordt zelfs duidelijk dat hij de aarde zal treffen. Omdat Melancholia veel groter is dan de aarde zal het de aarde vernietigen. Daar is niets meer aan te doen. Deze voorspelling komt nu ook daadwerkelijk uit. We zien Claire nog een pogingen doen om de ramp te ontvluchten. Maar door een botsing tussen het magnetisch veld van Melancholia en die van de aarde is het stroom uitgevallen en werken de accu’s van de auto’s en de golfkarretjes niet meer. We zien in beeld Melancholia steeds dichterbij komen totdat deze gasreus de aarde treft en het beeld daarna zwart wordt. In de extra beelden zien we dat, voordat de film in de première ging, dit ook met computerbeelden gesimuleerd is.

Mogelijk?

Is een scenario zoals hierboven geschetst realistisch? De filmmakers vroegen het aan de astrofysicus dr. Michael J.D. Linden-Vørnle. Hij heeft daarover nagedacht en geeft in de extra’s van de film het volgende aan:

“De kans dat een planeet de aarde zou raken, is héél klein. Maar de kans is niettemin aanwezig, als hij uit koers raakt en ons Melkwegstelsel zou betreden. Het zou kunnen. Maar de mogelijkheid is gering. Sinds 1995 kennen we pas andere planeten die om sterren draaien. Daarvoor wisten we niet dat ze bestonden. Nu kennen we er al 500 [rond het jaar 2010] en vinden er dagelijks meer. En ja, er bestaan gaswolkplaneten, zoals Melancholia. Als een planeet ons stelsel betreedt, hangt veel van de grootte af, dan hebben pas we de kans om hem voldoende te ontdekken. Als hij groot genoeg is, zien we hem al vele jaren vóór hij ons bereikt. Komt hij echter vanachter de zon vandaan, dan hebben we minder tijd. Een grote planeet als Melancholia zou een sterk magnetisch veld hebben, dan zou het onze energie en magnetische velden beïnvloeden.”

Tijdens het schrijven van deze recensie moet ik denken aan het spreken van de Heere Jezus over de eindtijd in relatie met de zondvloed. Hij zegt in Mattheüs 24:37-39 (SV):

“En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen. Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging; En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.”

Seculier

De film is op veel fronten in strijd met de christelijke normen en waarden. Zo wordt er veel gevloekt in de film en zijn er naaktscenes te zien. In de interviews wordt over dat laatste nogal onbeschaamd gesproken. Verder zien we dat de hoofdpersoon vreemd gaat, nota bene op haar eigen bruiloft en de gevolgen van een zelfmoord. Ook het denken over de dood en de eeuwigheid is totaal seculier. Voor het geweten is het beter deze film niet te kijken. Sommigen volgers van deze website zullen het kijken van speelfilms overigens helemaal afkeuren.2

BEDREIGD DOOR KOSMISCH RUIMTEPUIN
Op deze website publiceren we een serie besprekingen van speelfilms waarin kosmisch ruimtepuin de aarde bedreigt. Alle besprekingen zijn hieronder weergegeven. In de volgorde waarin ze op deze website zijn verschenen.

Melancholia: ‘Melancholia: wat zal er gebeuren als ons zonnestelsel door een exoplaneet wordt verstoord?’.