Home » Milieu

Categoriearchief: Milieu

Vertaal scheppingsgeloof naar duurzaam klimaatbeleid

Verontrustende getallen zijn niet de belangrijkste reden om bezig te zijn met klimaat. Christenen zijn het aan onze Schepper en onze medeschepselen verplicht te zorgen voor de schepping.

Na Prinsjesdag en in de daaropvolgende Algemene Politieke Beschouwingen is er weer veel gedebatteerd over het klimaat. Er klinken dan grote woorden, zoals ”klimaathysterie” en ”klimaatgekkigheid”. Wat mij opnieuw opviel in dat debat is dat er over het hele politieke spectrum veel aandacht is voor de getalsmatige kant van het beleid. Wat de afgelopen weken ook meerdere keren naar voren kwam was de vraag: zou het allemaal wel zin hebben, want Nederland is maar klein en onze bijdrage valt daardoor in het niet bij andere landen? Voor mij als ingenieur –hoe verbazingwekkend dat ook moge zijn– zijn de getalletjes echter niet de belangrijkste reden om me bezig te houden met het klimaat. Of er nu wel of niet grote rampen staan te gebeuren, of er nu wel of niet voldoende wetenschappelijke basis is voor de voorgestelde maatschappelijke transities, het gaat mij er vooral om wat God hierin van mij vraagt. Is het een Bijbelse opdracht om me bezig te houden met klimaat en duurzaamheid, of niet?

De Bijbel spreekt in directe zin bijna nergens over het klimaat. Er is wel de belofte aan Noach (Genesis 8) dat zomer en winter niet zullen ophouden, maar geen enkel klimaatmodel gaat zover dat zomers en winters helemaal zouden verdwijnen. In indirecte zin vinden we in de Bijbel wel allerlei aanwijzingen voor het omgaan met ons klimaat. Klimaat bepaalt immers waar we gezond en veilig kunnen wonen en klimaatverandering betekent dat de plek waar we wonen onleefbaar of juist meer leefbaar zou kunnen worden. De aarde is leefbaar, omdat de Heere God die aarde leefbaar heeft geschapen voor mensen, dieren en planten en dat is inclusief het klimaat.

Klimaatzegen

Als Israël uit Egypte vertrekt, verhuizen zij van het klimaat van Egypte naar het klimaat van Kanaän en krijgen daarmee letterlijk te maken met klimaatverandering. In Egypte was er de Nijl, die het land altijd maar weer van voldoende water voorzag. In het Beloofde Land zal het voor Israël echter anders gaan. Deuteronomium 11 zegt daarover: „Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel. Het is een land waar de Heere, uw God, voor zorgt.” Een leefbaar en vruchtbaar klimaat is daarom een zegen van God, een teken van Zijn voorzienigheid. Maar zoals met elke zegen van God het geval is, kan ook de klimaatzegen verkeerd worden gebruikt, worden aangetast of veranderd in het tegenovergestelde.

God heeft de wereld geschapen en Israël een leefbaar stuk ervan gegeven, „vloeiend van melk en honing”, maar dan moet er ook voortdurend worden gewerkt aan de leefbaarheid van het land. Gods zegen vraagt van ons een antwoord. Leviticus 19 en de daaropvolgende hoofdstukken beschrijven daarom uitgebreid hoe dat land verzorgd moet worden. Het land moet vruchtbaar blijven en in goede orde worden doorgegeven aan de volgende generaties. Het gaat hier om een sociale samenleving: de armen mogen gebruikma­ken van de niet gemaaide stukken akker en van de druiven die zijn achtergebleven in de wijngaard. Het gaat om een duurzame samenleving: de akker wordt regelmatig met rust gelaten om te herstellen en de vruchtbomen moeten eerst een aantal jaar groeien voor er geplukt mag worden. Het gaat om een samenleving waarin economische groei gelimiteerd en eerlijk is: schulden worden weg gescholden en het land wordt herverdeeld in het vijftigste jaar.

Nog steeds richtinggevend

Uiteraard gaat het in de eerste vijf boeken van Mozes alleen over landbouw en over veeteelt. In onze tijd gaat het niet meer alleen over de agrarische sector, het gaat nu ook om de bouwsector, de mijnbouw, energievoorziening en om industriële productie. We hebben daarbij in de afgelopen zestig jaar heel veel bewijs verzameld dat industrie en consumptiegedrag het klimaat kunnen veranderen, dat afval het milieu onomkeerbaar kan aantasten, dat ongebreidelde economische groei hele natuurgebieden kan verwoesten.

Ook al is daarmee onze wereld zo veel anders dan die van Mozes, nog steeds is Gods Woord in Deuteronomium en Leviticus voor ons richtinggevend. Als we allerlei soorten erts wegslepen uit Afrika voor ons eigen belang en niets overlaten voor de eigenlijke bewoners van de regio, of als we in Nederland aardbevingen veroorzaken door alle aardgas uit de bodem te willen halen en het land geen rust te gunnen, of als we de schulden in de wereld alleen maar laten oplopen en nooit een jubeljaar uitroepen, dan zondigen wij.

Pauselijke encycliek

Klimaat- en milieudiscussies zijn onderdeel van een groter geheel. Het kon de afgelopen weken weleens lijken dat duurzaamheid in Nederland alleen nog maar draait om concentraties van koolstof en stikstof, maar dat is veel te beperkt. Van de zeventien duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties gaan er twee over het klimaat en duurzame energie, de andere doelen verdienen ook aandacht. De pauselijke encycliek ”Laudato Si” uit 2015 is nog steeds de meest grondige theologische bezinning op duurzaamheid en daarmee ook voor protestanten een prachtige bron van Bijbelse wijsheid. De encycliek begint met de beschrijving van de schepping „als ons gezamenlijk huis.” We bewonen Gods schepping gezamenlijk met dieren, planten en mensen. We hebben als plicht dat huis in goede orde na te laten aan onze kinderen. Zoals in elk goed huishouden de een niet mag worden voorgetrokken op de ander, of dat de kwetsbaren in het huis extra bescherming nodig hebben, zo moeten wij zorgen voor rechtvaardigheid en veiligheid in het ‘huis van de schepping’. Door duurzaam te leven en ons bezig te houden met klimaatbeleid, zorgen wij voor Gods schepping, zowel voor de aarde als die daarop wonen (Psalm 24) en brengen daarmee ons scheppingsgeloof in praktijk.

Niet bagatelliseren

Moeten we ons dan bij het vormen van klimaatbeleid helemaal niet bezighouden met getallen? Ja natuurlijk wel. We moeten bij elke innovatie analyseren wat daarvan de milieueffecten zijn. We moeten bezig blijven met het bouwen van ingewikkelde en uitdagende rekenmodellen. ”Meten is weten” geldt zonder meer ook voor het klimaat en het ondersteunen van het klimaatbeleid. Het gaat mij er vooral om dat we als christenen het probleem niet blijven bagatelliseren omdat er nog wetenschappelijke onzekerheden zijn, of steeds weer naast ons neerleggen omdat we de klimaatmodellen niet vertrouwen. We zijn het in de eerste plaats aan onze Schepper en onze medeschepselen verplicht om te zorgen voor de schepping en het bijbehorende klimaat en daardoor Hem te prijzen Die ons het leven geeft.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Korevaar, G., 2021, Vertaal scheppingsgeloof naar duurzaam klimaatbeleid, Reformatorisch Dagblad 51 (169): 20-21 (artikel).

Schepper breekt in onze wereld in en dus is het crisis

Onze planeet gaat God aan het hart. Daarom kunnen we hoop hebben midden in de huidige klimaatcrisis. Vooral als een kerk die niet ”moet”, maar ”mag”.

Het VN-klimaatrapport maakt het nodige los. ”IPCC geeft kerk veel huiswerk”, zo was ergens te lezen. Ik haakte meteen af op de titel en zag hierin een variatie van het bekende ”de-kerk-moet”-refrein, waarvan collega Wim de Bruin zei: „Ik probeer alle artikelen waarin de combinatie van ”kerk” en ”moet” staat niet te lezen. Het zuigt je leeg…” Maar crisissignalen worden sterker en sterker.

Voorop staat: het genoemde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is alarmerend en bevestigt een gitzwart toekomstbeeld. De opwarming van de aarde gaat steeds harder, het ijs op de poolkappen smelt steeds sneller. De biodiversiteit neemt af en de vervuiling van de zeeën neemt dramatische vormen aan. Maar ik ben het niet eens met wie zegt dat de klimaatcrisis in de kerk niet leeft. Vooral heb ik moeite met de moeterige toon en het jongleren met het thema schuld. Hier stoot je mensen mee af, terwijl er zoveel op het spel staat. Immers, in de klimaatcrisis is God dingen aan het doen. Want deze wereld is Góds wereld, hoe verkeerd wij mensen er ook mee omgaan.

Zondvloed

Onlangs luisterde ik naar een preek over Genesis 8 en 9. Het eerste punt was: de grootste klimaatcrisis is al geweest, namelijk de zondvloed. Dat was een catastrofe van ongekende wereldomvang. Het water kwam tot de bergtoppen. Wat een ongekende zeespiegelstijging!

Ik vond dit verhelderend. Vooral omdat deze oude klimaatramp werd gekoppeld aan wat heet het natuurverbond, dat we ook het milieuverbond kunnen noemen, dat God sluit met Noach en zijn nakomelingen (de mensheid) en met alles wat leeft.

God belooft plechtig: „Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met jullie nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn. Deze belofte doe ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen.”

Hiermee zegt God: Deze wereld is van Mij en die laat Ik niet los. Dat geeft hoop en verwachting! En dit verbond is niet minder van kracht dan dat met Abraham en zijn nakomelingen, dat bij elke doop aan de orde komt.

Oordeel

Ons woord ”crisis” komt uit het Grieks en betekent ”oordeel”. Dan kan het gaan om het eeuwige oordeel, maar ook om oordelen, crises in de tijd. En dat wil zeggen dat God maar zo deze wereld binnenkomt. In de tijd van koning Achab stapt de profeet Elia maar zo het paleis in Samaria binnen en zegt hij: „Zo zegt God: er zal drie jaar geen regen vallen.” God bonkt niet op de deuren van het paleis, maar elke keer als koning Achab in de jaren die verstrijken naar de lucht kijkt en geen wolkje kan waarnemen, denkt hij aan die man die claimde in dienst van de God van Israël, de God van deze wereld, te staan. Hij kon daarin de fluister van liefde horen: Achab, ik houd van je. Ik ben de Koning van alle koningen van deze aarde. Keer terug tot Mij.

Wat een crisis. Toen! Maar hoe zit dat nu? We denken dat deze wereld van ons is. We vliegen en vervoeren, produceren en consumeren, vervuilen en verbranden. En we vergeten dat deze wereld Gods wereld is, dat God een verbond heeft gesloten met de vogels, de dieren, de bomen en de planten. Een milieuverbond. In lijn met dit verbond handelt God en dat leidt tot een milieucrisis.

Het rijke deel van de wereld plundert het arme deel. Onze lege batterijen en accu’s transporteren we naar landen in Afrika, zoals Ghana, waar mensen ziek worden van het demonteren ervan. Onze plastic flessen gaan voor een deel naar Indonesië, waar ze veelal in de rivieren terechtkomen. En de schepen die ze vervoeren, danken we af aan India, waar werkers voor een habbekrats het zware werk doen en waar kilometers strand vervuild zijn door afgewerkte oliën en zware metalen.

Comfort en luxe

Jezus Christus spreekt in een aantal redes over de komst van het Koninkrijk, bijvoorbeeld in Lukas 17. Dan tekent Hij de tijd voor zijn wederkomst als volgt: „En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard.”

Op zich noemt Jezus geen verkeerde dingen, maar als je God vergeet, dan denk je dat je er ‘natuurlijk’ recht op hebt, vergeet je te delen, houd je de paupers en losers buiten de deur en maak je overmatig gebruik van de mogelijkheden van Google, Facebook, Apple, Samsung, Amazon, Microsoft, Tesla, enzovoort. Onze goden van comfort en luxe.

Waar gaat het om?

De belangrijkste vraag is niet: Waar zitten we in de crisis, in de reeks van oordelen (waar ook het boek Openbaring zicht op geeft)? En ook niet: Wat moet ik eraan doen? Doen wij wel genoeg? Hoe gaan we de planeet redden? Wij mensen gaan deze planeet niet redden. Evenmin de wetenschap, de techniek of een nieuwe ‘Einstein’. Dit is juist de reden dat het sinds de Verlichting zo mis ging: we zijn de Schepper van deze aarde vergeten.

In het ons keren tot God ligt daarom de oplossing. In een leven in verbondenheid met Hem. Met Jezus Christus, die onze zonde, ons verzieken en verprutsen van alle dingen vergeeft door zijn daad aan het kruis van Golgotha. In een leefwijze die God centraal zet en zijn verbond met ons en alle levende wezens. Dat geeft hoop en toekomst aan ons en alle generaties die nog komen.

Dat staat niet los van het concreet maken van een crisisbestendige levensstijl. In de liturgie en in het leven mogen deze noties terugkomen. Het mag ons brengen tot eenvoudiger leven, minder technologiegebruik, afwijzing van machtspolitiek, liefde voor de naaste en respect voor de natuur. Want: deze planeet gaat God aan het hart. Zo kunnen we hoop hebben in de klimaatcrisis; vooral als een kerk die niet ”moet”, maar ”mag”.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Linde, E. van der, 2021, Schepper breekt in onze wereld in en dus is het crisis, Reformatorisch Dagblad 51 (126): 28-29 (artikel).

Stikstofmodellen zijn geen boerenbedrog

Nergens is het systeem om de uitstoot van stikstof te schatten zo goed op orde als in Nederland. Belangrijk, want door neerslag van stikstof vindt in de bodem onder meer verzuring plaats. Dit leidt tot een sterke afname van planten, insecten en vogels.

Stikstof houdt de gemoederen nog steeds bezig. Zo is de Eerste Kamer in maart dit jaar akkoord gegaan met de stikstofwet, die voorziet in een afname in de uitstoot van stikstof met 50 procent in 2035. Maar dat soort reducties zijn volgens Geesje Rotgers van de stichting Agrifacts (RD 12-7) gebaseerd op simplistische rekenmodellen. En die leiden tot een papieren werkelijkheid, stelt ze. Klopt die aantijging?

Recent zijn er vier stikstofrapporten uitgebracht. Op verschillende wijze geven die een nadere onderbouwing aan de vereiste reductie in stikstofuitstoot en waar die reducties het effectiefst zijn. Daarbij spelen inderdaad modellen een rol. Die modellen simplistisch noemen verraadt een enorm gebrek aan kennis, want dat zijn ze bepaald niet. Door over een papieren werkelijkheid te spreken, wekt Rotgers de suggestie gewekt dat resultaten van die modellen helemaal losstaan van metingen, maar dat is volslagen onjuist. De concentraties stikstofoxiden, met name afkomstig uit verkeer, worden elk uur op 73 plekken met geavanceerde apparatuur gemeten. Verder worden de maandgemiddelde concentraties ammoniak op meer dan 300 plekken in Nederland gemeten, waarvan ruim 80 in natuurgebieden. Modelvoorspellingen worden vergeleken met die metingen, en de overeenkomst daartussen is heel groot. Voor de statisch onderlegde lezer: een correlatiecoëfficiënt van meer dan 0,95. Daar likt elke modelleur zijn vingers bij af. En dus kun je die modellen gebruiken om schattingen te maken op plaatsen waar je niet meet. Dat moet je doen om voor heel Nederland een beeld te krijgen, ook al zou je op honderdduizend plekken meten.

Onderschat

Vanwege de kritiek op modellen heeft minister Schouten de ”Commissie meten en berekenen” ingesteld (de commissie-Hordijk). Die beoordeelde het Nederlandse meet- en rekensysteem als goed. En dat was een terughoudend oordeel. Feitelijk is het heel goed. Vrijwel nergens in de wereld is het systeem om de uitstoot te schatten, dat de invoer voor het luchtmodel vormt, zo goed op orde als in Nederland. Wel blijken de metingen voor ammoniak helaas gemiddeld wat hoger te liggen dan de modellen, wat erop wijst dat de uitstoot van ammoniak wordt onderschat. Daarom wordt er gecorrigeerd voor die klaarblijkelijk te optimistische schatting. Wel kan lokaal de onzekerheid in stikstofbelasting of in de schatting van die belasting vrij groot zijn. Maar het gemiddelde beeld is betrouwbaar, net zoals dat geldt voor een gemiddelde weervoorspelling. Met haar zogenaamde ”natuurcheck” in het Wierdense veld in Overijssel ridiculiseert Rotgers ook de effecten van stikstof op natuur. De suggestie is dat het bij stikstof alleen zou gaan om het in stand houden van kleine stukjes wensnatuur. Want zo noemt zij de circa 100 vierkante meter actief hoogveen, die zij kennelijk niet heeft kunnen ontdekken. Wellicht nuttig om te vermelden dat drie ecologen van verschillende organisaties onlangs geconstateerd hebben dat het actieve hoogveen is uitgebreid van circa 100 naar 140 vierkante meter, maar feitelijk gaat het daar niet echt om. Veel belangrijker in dit gebied de 380 hectare herstellend hoogveen.

De kern is dat het bij de schade van stikstof op de natuur om heel veel meer gaat dan om kleine stukjes veen die je wilt behouden. Door neerslag van stikstof op natuur vindt er in de bodem verzuring plaats, met als gevolg een tekort aan calcium, kalium en magnesium. Dit leidt bijvoorbeeld bij kool- en pimpelmezen tot eieren met een te dunne schaal en jongen die al in het nest hun pootjes breken.

Verder hebben het overschot aan stikstof en de verzuring negatieve effecten op de diversiteit aan plantensoorten. Veel kenmerkende soorten worden overwoekerd en daardoor kunnen insecten en vlinders ook moeilijker overleven. Met weer als gevolg dat de vogelstand terugloopt. In bossen op de hoge zandgronden zijn roofvogels zoals havik, buizerd, sperwer en boomvalk sterk achteruitgegaan. Die achteruitgang komt ook doordat het probleem al meer dan veertig jaar speelt. Het heette begin 1980 ”zure regen”. Dat ging toen ook al om de neerslag van stikstofoxiden en ammoniak uit verkeer en landbouw. Daarnaast was er ook neerslag van zwaveloxiden, maar de uitstoot daarvan is sinds 1980 met circa 90 procent gedaald.

Boerenbedrog

Sindsdien 1990 is ook de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak meer dan gehalveerd. Desondanks komt op ongeveer driekwart van de Nederlandse natuur nog steeds te veel stikstof terecht. Want destijds was de belasting torenhoog. En daardoor gaat de natuur er nog steeds niet op vooruit. Door het probleem te bagatelliseren bewijs je boeren geen dienst en pleeg je boerenbedrog.

Daarbij moet ook bedacht worden dat stikstofgebruik in de landbouw niet alleen tot uitstoot van ammoniak leidt, maar ook van het broeikasgas lachgas en tot verliezen van nitraat naar grond- en oppervlaktewater. En ook die verliezen moeten minder vanwege effecten op het klimaat en de waterkwaliteit. We staan naar mijn vaste mening dan ook op de drempel van een transitie in ons voedselsysteem. Ik begrijp de frustratie van de boeren goed als het gaat om hun gevoel dat zij tegen marginale prijzen voedsel moeten produceren en dat ook nog eens milieuvriendelijk. De kosten van die transitie moeten we niet afwentelen op de boeren, maar we dienen hun meer te betalen voor ons voedsel en hen ook te belonen voor schone lucht, schoon water en behoud van de natuur.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Vries, W. de, 2021, Stikstofmodellen zijn geen boerenbedrog, Reformatorisch Dagblad 51 (96): 34-35 (artikel).

Sint Eustatius wil plasticsoep bestrijden en doet wegwerpplastic in de ban

Plasticsoep is een wereldprobleem. Wie kent de foto niet van de dode albatros, doodgegaan door allemaal doppen van plastic flessen in z’n lijf1 of de schildpad met een plastic rietje door zijn neus2. Voor het eilandbestuur van Sint Eustatius reden om het beleid rond wegwerpplastic aan te pakken. Afgelopen twee jaar is op Sint Eustatius gewerkt aan de goedkeuring van de ‘Afvalverordening voor verbod op plastic materialen en boodschappentassen voor eenmalig gebruik’. Wegwerpplastic wordt in de ban gedaan.3

Het hoofddoel van dit verbod is om de hoeveelheid afval te verminderen én een schonere omgeving te creëren voor inwoners en bezoekers. Het Antilliaans Dagblad meldde vorige week dat bedrijven nog twee maanden de tijd krijgen om hun huidige voorraad wegwerpplastic op te maken, voor plastic tassen geldt zes maanden. ‘Nadat deze periode is verstreken moeten alle resterende verboden items worden vernietigd’. De verordening ging in per 1 april 2021.

Bij plastic producten gaat het dan om: boodschappentassen, rietjes, roerstaafjes, keukengerei, wegwerpborden, wegwerpbekers, wegwerpkommen, wegwerpbestek, wattenstaafjes en ballonconfetti. Ook wegwerpmateriaal van piepschuim wordt verboden. Om dit proces makkelijker te maken worden gratis alternatieven aangeboden aan belanghebbenden. Beleidsadviseur economische ontwikkeling op Sint-Eustatius, Arlene Spanner, gaf aan dat ‘op deze manier (…) belanghebbenden verschillende materialen’ kunnen ‘uitproberen op kwaliteit, duurzaamheid en grootte. Het is een poging om ze te helpen bij het keuzeproces’.

Overigens komt deze verordening niet als donderslag bij heldere hemel. In juli 2019 tekende de eilandbesturen van de BES-eilanden een overeenkomst met de toenmalige Nederlandse staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven (D66)4, om het gebruik van wegwerpplastic tegen te gaan. Op Saba is dit verbod al sinds oktober van kracht, op Bonaire wordt hier nog aan gewerkt. Het is een positieve ontwikkeling in de strijd tegen de plasticsoep.5

Voetnoten