Home » Artikelen geplaatst door Dirk Baarssen

Auteursarchief: Dirk Baarssen

‘Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken’ – Bespreking van ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’

Onlangs ontvingen wij het verzoek van de voorzitter van Bijbels Beraad M/V of wij aandacht wilden schenken aan hun nieuwe publicatie Transgenderisme in Bijbels perspectief: Doordenking voor thuis, op school en in de kerk. Graag voldoen we aan dit verzoek. Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken: maatschappelijk, filosofisch-historisch, medisch-ethisch en Bijbels.1

Inhoud

Transgender is een term voor mensen die zich niet eenduidig met hun geboortegeslacht wensen te identificeren (pag. 21). De meeste bijdragen in dit boek zijn van de redacteur dr. B.A. Zuiddam (hoofdstuk 1: als transgenderisme uw wereld binnenkomt). De Bijbelse bezinning in hoofdstuk 3 ‘wereldbeeld en Bijbeluitleg’ is afkomstig van hem. Eén bijdrage heeft hij samen met ds. C. Sonnevelt geschreven: hoofdstuk 5: ‘wat zegt de Bijbel?’. Twee ervaringsverhalen van de ex-transgender Laura Perry (hoofdstuk 2) en een anonieme vader van een transgender (hoofdstuk 8) maken concreet wat het fenomeen in de praktijk betekent.

Geschiedenis

Het is een goed leesbaar boek geworden, waarbij er bij twee stukken wat meer achtergrond nodig is om een en ander goed te kunnen plaatsen. Het betreft in de eerste plaats de filosofisch-historische bijdrage in hoofdstuk 4 van de, volgens de gereformeerde redactie, roomse auteur prof. dr. A.A.M. Kinneging. Deze auteur gaat van het transgenderisme terug tot de Verlichting en de Franse Revolutie, maar hij noemt ook de Romantiek als een beweging die vanuit hetzelfde uitgangspunt vertrekt: vrijheid en gelijkheid. Ondanks de geleerde en fraaie analyse, riep de volgende typisch roomse opmerking bij mij wel vervreemding op, namelijk dat als men voor de troon van God staat en verantwoording moet afleggen het er om gaat “dat men kan laten zien serieus geprobeerd te hebben een goed mens te zijn” (pag. 84).

Financiering transgenderbeweging

In de tweede plaats gaat het om de medisch-ethische reflectie van drs. Elise van Hoek–Burgerhart. Dit zevende hoofdstuk is een leerzaam informatief stuk. Zo legt zij bloot hoe de jongeren ideologisch beïnvloed worden via sociale media, activisten, overheidssubsidies, lesmateriaal en onderwijs. Politieke belangenorganisaties maken zich internationaal sterk. Man en paard worden genoemd. Drie Amerikaanse miljardairs hebben de transgenderbeweging gefinancierd: Jennifer Pritzker, Jon Stryker en George Soros (pag. 143). Tegenstanders van deze beweging krijgen te maken met agressie en bedreiging (p. 147–148). Zij concludeert ondermeer: “Ook de geldstromen en vormen van beïnvloeding moeten bespreekbaar gemaakt worden. Kinderen maken via door de overheid gesubsidieerde voorlichting of via verplichte schoolboeken kennis met nieuwe ideologische opvattingen over geslacht en gender waarbij een biologische, feitelijke basis ontbreekt. Onderzoek en gesprek moeten openlijk kunnen worden uitgevoerd, zonder kritiek of vormen van dreigen.” (pag. 149).

Bijbelse bezinning

Wij moeten een boek beoordelen om wat het is, en niet om wat het niet is. Toch zou ik Bijbels Beraad M/V op willen roepen om juist de Bijbelse bezinning op dit thema verder te ontwikkelen. Hoewel het hier een aanzet betreft tot Bijbelse bezinning op dit thema merk ik op dat deze bezinning tot nog toe veel te summier is gebleven. De bronnen van Godskennis, namelijk natuur en Schriftuur worden genoemd, maar een bijdrage met bezinning over de leer van de zonde, waaronder de erfzonde en erfsmet, ontbreken. Het moge waar zijn dat de Bijbel niet uitgebreid ingaat op het moderne onderwerp transgenderisme (wel op travestie), maar over het onnatuurlijk afwijken van Gods scheppingsordinantiën is in het kader van de zonde wel meer te zeggen.

Het boekje is prima geschikt als een introductie voor ouders, leerkrachten of ambtsdragers die nog weinig van dit onderwerp weten en zich hierover vanuit een Bijbels gereformeerd perspectief willen laten informeren.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

De oorspronkelijke zonde – Dr. Dirk Baarssen beantwoordt een vraag over de erfzonde

Enige tijd geleden kreeg ik verschillende vragen via de e-mail van een gepensioneerde arts en medisch doctor over de erfzonde. Hij had via een predikant in de Hersteld Hervormde Kerk begrepen dat een kind in de baarmoeder hier drager van is. Een embryo of foetus heeft dus al vanaf de bevruchting of innesteling zonde. Hij gaf aan dat hij nog nooit in zijn hele leven over deze zaken gehoord had in de kerken die hij bezocht had in binnen- en buitenland. Van huis uit was hij opgegroeid in de Vergadering van Gelovigen.1 Hoewel de meeste lezers van deze nieuwsbrief deze vragen misschien nooit stellen, omdat ze er wel mee opgevoed zijn, leek het ons leerzaam de antwoorden op deze vragen ter overdenking van de erfzonde te publiceren.

Ik heb de vragen genummerd en doe dat ook bij de antwoorden.
Vraag 1: Gaat het hier niet om een theologische ver doorgeredeneerde constructie die niet uit de Bijbel komt? (In de Vergadering heeft men alleen de Bijbel om zich op te baseren.)
Vraag 2: Het is toch niet mogelijk om te spreken over een kind dat in de baarmoeder actief zondigt tegen de wil van God (zoals een volwassene)?
Vraag 3: Wat betekent hier het begrip erfelijkheid? Als de erfzonde fysiek wordt doorgegeven via de voortplanting, gaat dit dan via het DNA en bestaat er dus een erfzonde-gen?

De erfzonde, aangeboren zonde of ‘oorspronkelijke’ zonde is in de gereformeerde theologie een term die slaat op de ‘staat’ van de zonde, die verspreid is over alle afstammelingen van Adam en de oorzaak is van alle andere zonden.2 Het gaat hier niet om een theologische constructie die in de Bijbel niet voorkomt (antwoord 1). Hoewel de term als zodanig in de Bijbel niet voorkomt, wordt de inhoud van dit begrip in de Bijbel wel geleerd. De Bijbel en, in navolging daarvan, onze gereformeerde belijdenisgeschriften leren dat Adam niet alleen persoonlijk zichzelf verdorven heeft door de zonde, maar ook zijn nageslacht. Adam vertegenwoordigde namelijk (als bondshoofd van het werkverbond) zijn gehele nageslacht. Daarom wordt de gehele mensheid (met uitzondering van Christus) in zonden ontvangen en als kinderen des toorns geboren, dood in zonden en slaven van de zonde. Door Gods rechtvaardig oordeel komt de verdorvenheid van Adam op al zijn nakomelingen. Deze verspreiding geschiedt niet door navolging, zoals Pelagius heeft geleerd, maar door voortplanting van de verdorven natuur (Artikel 15 Nederlandse Geloofsbelijdenis, Vraag en Antwoord 7–8 Heidelbergse Catechismus, Hoofdstuk 3–4, Artikel 2–3 Dordtse Leerregels).

Volgens Paulus’ betoog in Romeinen 5:12 is door één mens Adam (waaronder ook zijn vrouw viel, want deze twee waren één vlees) de zonde in de wereld ingekomen. Adam bracht de zonde in de wereld. Maar dat niet alleen: “en door de zonde de dood”. De dood is gekomen door de zonde, namelijk als een straf op de zonde (Rom. 6:23). Het gaat hier niet alleen om sterfelijkheid, dus de lichamelijke of natuurlijke dood. Het strafgevolg betreft ook de eeuwige dood of verdoemenis. Nu is de dood over alle mensen gekomen: “en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is.” Waarom is dat? Omdat Adam niet alleen voor zichzelf persoonlijk gezondigd heeft, maar hij vertegenwoordigde het gehele mensengeslacht: “in welken allen gezondigd hebben.” Volgens vers 16 van Romeinen 5 is “de schuld uit één misdaad tot verdoemenis.” Volgens vers 18 betekent dit de verdoemenis van “alle mensen”. Schuld is namelijk een verplichting tot straf. Door de “ongehoorzaamheid van dien énen mens” worden velen tot “zondaars gesteld”, zegt vers 19. We kunnen hieruit afleiden dat Adams zonde allen wordt aangerekend.

Adam geeft zijn afstammelingen ook nog een andere erfenis door, namelijk de innerlijke zondigheid. De zonde wordt overgedragen zoals een bedorven fontein bedorven water laat opspringen, en zoals een kwade boom kwade vrucht voortbrengt (Ps. 51:7). Dit leidt tot het bederf van de totale mens met al zijn (geestelijke) vermogens: het verstand (Ef. 4:17–18; 1 Kor. 2:14–15), de wil (Gen. 6:5; 8:21 en Rom. 8:7), het geweten (Tit. 1:15), het gevoel (Rom. 1:24; Rom. 7:5 en Gal. 5:24) en het lichaam (Rom. 6:12, 19; Jes.1:4–6).

Het is juist dat een kind in de baarmoeder niet actief tegen de wil van God zondigt zoals een volwassene dat doet (antwoord 2). Er is een verschil tussen de ‘dadelijke’ zonde (het actief begaan of doen) en de ‘erfzonde’. Als het gaat over het eerste, wordt van de kinderen gezegd dat ze noch goed noch kwaad doen (Rom. 9:11). In dit opzicht kan men de kinderen ‘onschuldig’ noemen (Ps. 106:38; Jona 4:11). Als het gaat om het tweede, maakt de Schrift duidelijk dat wij van nature, dat is van onze geboorte of moeders lijf aan, de toorn van God vanwege onze aangeboren zonde onderworpen zijn (Ef. 2:3).

Het heeft weinig zin om hier te spreken over een erfzonde-gen dat in het DNA zit, al is de hele mens wel aangetast door de zondeval (antwoord 3). Maar omdat het hier een geestelijke zaak betreft, en zonde niet een substantie is die een dokter tot een bepaalde cel kan traceren, gaat het niet aan om daar op die manier over te spreken. Erfzonde gaat over zowel de ‘erfschuld’ (die hebben alle mensen van Adam geërfd) als over de ‘erfsmet’ (die erven kinderen door voortplanting van de verdorven natuur). We kunnen hier dus op twee manieren spreken over een erfenis:
1. Een erfenis in juridische zin: de schuld van Adam tot verdoemenis van alle mensen (Rom. 5: 12, 16, 18–19).
2. Een erfenis in geestelijke zin: de zonde is verweven met en zit in de menselijke natuur. Een verdorven natuur brengt zo weer een verdorven natuur voort (Job. 14:4).

Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis is de ‘erfzonde’ genoeg reden om heel het menselijke geslacht te verdoemen. Echter Gods kinderen wordt de erfzonde tot verdoemenis niet toegerekend, maar door Gods genade en barmhartigheid wordt de ‘erfschuld’ hen vergeven. De juridische grond hiervoor is de gehoorzaamheid van Christus (Rom. 5:15–19, 21). Als Gods Geest hen wederbaart, brengt dit een vernieuwing van de zondaar voort. In Christus is hij een nieuw schepsel, al het oude is voorbijgegaan en het is alles nieuw geworden (2 Kor. 5:17). Dit betekent niet dat daarmee de zonde totaal verdwenen is. Het blijvende gevoel van de verdorvenheid moet de gelovigen doen zuchten om verlost te worden van het lichaam dezes doods (Romeinen 7).

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

“Adam niet geleerd, Christus niet begeerd” – Interview met Gereformeerd Venster

Eén van de redenen waarom Gereformeerd Venster in oktober 2020 is opgericht, is dat helaas ook de Bijbelse leer van de schepping in de gereformeerde gezindte niet meer overal vanzelfsprekend is. Jan van Meerten, één van onze lezers, was graag bereid om hierover een paar vragen te beantwoorden.1

Een ‘selfie’ bij de steilrand van Donderen. Foto genomen door Jan van Meerten op 23 oktober 2020.

Jan zet zich al jaren in voor het verdedigen van de Bijbelse scheppingsleer voor de redactie van Weet Magazine en voor het Logos Instituut. Ook organiseert hij jaarlijkse conferenties namens Fundamentum over geloof en wetenschap.2 Jan, kun je iets vertellen over je werk en je drijfveer?

Samenvattend zou je het werk kunnen omschrijven met één woord: apologetiek. Het verdedigen van het christelijk geloof en meer specifiek de historische betrouwbaarheid van de Bijbel, tegenover welwillende critici, sceptici en waarheidszoekers. In die hoedanigheid geef ik gastlessen op scholen en in kerken, worden er congressen en avonden georganiseerd en houd ik de website https://oorsprong.info bij. Het doel is zoveel mogelijk informatie verspreiden in de hoop dat kerken en scholen dit ook gaan gebruiken tijdens de catechisaties (of andere gemeenteactiviteiten) en in de lessen. Ik wil dus vooral toerustend en ondersteunend bezig zijn en niet vervangend.

Gebrek aan antwoorden voor jongeren?

Nogmaals bij de steilrand van Donderen. Foto genomen door Harold Jacobs op 23 oktober 2020.

Wat mij drijft? De gedachte dat Gods geboden goed zijn voor alle mensen. Dat iedere Nederlandstalige wereldbewoner gehoord heeft van God en Zijn schepping, zodat niemand te verontschuldigen is (Romeinen 1). Helaas verlaten verschillende jongeren de kerk omdat er (zo denken ze) een gebrek aan antwoorden is. De evolutietheorie en de miljoenen jaren klinken voor hen overtuigend en het gevolg is dat ze met het badwater het kind weggooien. Terwijl er wel degelijk oplossingen zijn voor deze kwestie. Hierbij kun je volledig geloven in God als Schepper en met open vizier wetenschap bedrijven. Hebben wij oog voor de vragen waarmee onze jongeren worstelen? Zijn wij bereid deze (soms moeilijke) vragen onder ogen te zien en met hen (en niet boven hen) op zoek te gaan naar antwoorden? Laat ze hun vragen maar stellen.

Wat is het belangrijkste argument dat je zou gebruiken om een atheïst die niet de Heilige Schrift als uitgangspunt neemt, te overtuigen van de schepping?

Een zesdaagse schepping is een geloofszaak. God heeft het geopenbaard in de Heilige Schrift. Ten minste drie keer geeft God, de Schepper, aan dat Hij Zijn werk in zes dagen voltooid heeft. Wie zijn wij om daaraan te twijfelen? Dit ‘presuppositionalisme’ (in deze methode van apologetiek is de Schrift het uitgangspunt) zal de atheïst verwerpen. Veel apologeten en christenwetenschappers gooien het daarom over een andere boeg om deze atheïsten te bereiken. Zij gebruiken het zogenoemde ‘evidentialisme’. Deze methode van apologetiek probeert vanuit het voor handen zijnde bewijsmateriaal te redeneren tot het bestaan van God. Zijn er aanwijzingen in de natuur die wijzen naar God de Schepper? We zien dit ook bij de apostel Paulus (Romeinen 1) en in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 2).

Intelligent Design

Met een atheïst ga ik graag het gesprek aan over ‘Intelligent Design’ (intelligent ontwerp van het heelal en het leven). Dat gesprek zou ik starten bij de verwondering. Ook naturalistische (waaronder atheïstische) wetenschappers verwonderen zich uitermate over de complexiteit en schoonheid van onze werkelijkheid. Hierop doorsprekend zou ik dan wijzen op ‘ontwerpbewijzen’ in de natuur, deze natuur lijkt ontworpen. Tegelijkertijd zou ik erop wijzen dat de evolutietheorie op de vraag naar de ontstaanswijze van deze biologische systemen geen (goed) antwoord heeft. Al heb je miljarden jaren binnen de evolutietheorie, alsnog heb je veel te weinig tijd om deze complexe biologische systemen volgens neodarwinistische principes te laten ontstaan. Voor deze complexe systemen is ingewikkelde informatie nodig. Eenvoudig gezegd bestaat leven uit informatie en die vereist een Schepper of Ontwerper. Hier komen presuppositionalisme en evidentialisme bij elkaar. Het besef van de Ontwerper brengt ons bij de God van de Bijbel. Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat het ene niet zonder het andere.

De rivier Verdon en de ‘Gorges du Verdon’ in Zuid-Frankrijk. Bron: Wikipedia.

Welke elementen behoren tot een klassieke scheppingsleer en zijn voor wat jou betreft onopgeefbaar?

Dat zijn twee zaken:
1. Een goede zesdaagse schepping — omdat deze ook in Gods Wet (waarvan God zelf de auteur is) naar voren komt (Éxodus 20:11).
2. Een historische zondeval als verklaring van de herkomst van de zonde en het kwaad. Anders zou God de Auteur worden van de zonde en het kwaad. Zonder een goede leer over de zonde is er ook geen goede verlossingsleer en geen eeuwigheidsperspectief. Met andere woorden: Adam niet geleerd, is Christus niet begeerd. Uiteraard kunnen we dat verstandelijk wel belijden, maar dat is niet genoeg: het moet ook beleefd worden. Daarmee zijn schepping en zondeval niet alleen historische zaken, maar ook geestelijke zaken.

Ook in de gereformeerde gezindte is al openheid naar de theïstische evolutieleer of zelfs evolutieleer. Hoe schat jij deze ontwikkeling in en wat vind jij ervan?

Inderdaad zien we binnen de breedte van de gereformeerde gezindte — van PKN (Gereformeerde Bond) tot oudgereformeerd — verschuivingen. Binnen de orthodox-gereformeerde kerken — Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV) en diverse kerken in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) — is dit natuurlijk al enige tijd aan de gang.

Enquête over zesdaagse schepping

Voorpagina van het Nederlands Dagblad van 16 mei 2009 waar de in dit interview genoemde enquête onder predikanten werd gepubliceerd. Bron: Nederlands Dagblad

In 2009 voerde het Nederlands Dagblad een enquête uit onder predikanten.3 Binnen de NGK was 20% overtuigd van een zesdaagse schepping. In de CGK lag dit percentage ook op 20%. Binnen de GKV was dit helaas nog lager: 10%. Als we de stelling “Wel zes dagen maar geen 6×24 uur” (normale werkdagen) meerekenen dan komt NGK op 40%, de CGK en de GKV op 50%. Dat wil nog niet zeggen dat de overige predikanten allemaal achter (een vorm van) theïstische evolutie aanhobbelen, maar het is wel een zorgelijk beeld. De afgelopen twaalf jaar is het er niet beter op geworden in deze orthodox-gereformeerde kerken (ook ziende op het feit dat momenteel diverse behoudende predikanten de GKV verlaten).

Predikanten binnen de kleine orthodox-gereformeerde kerken — Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) en De Gereformeerde Kerken (hersteld) (DGKH) — verdedigen volgens mij allen een zesdaagse schepping en een historische zondeval.

Theïstisch-evolutionistische geluiden

Helaas klinken ook binnen bevindelijk-gereformeerde kerken theïstisch-evolutionistische geluiden. Er zijn binnen de Hersteld Hervormde Kerk en de Gereformeerde Gemeente wel enkele kerkenraadsleden en kerkgangers te noemen die neigen naar theïstische evolutie. Onder de predikanten van de Gereformeerde Bond is schepping of evolutie, mede door de discussie rond het boek En de aarde bracht voort van prof. dr. Gijsbert van den Brink, een heet hangijzer geworden.

Pleidooi voor zesdaagse schepping

Onder de predikanten van de overige bevindelijk-gereformeerde kerken (HHK, GG, GGiN, OGGiN en enkele vrije gemeenten) ben ik het theïstisch-evolutionistische gedachtegoed nog niet tegengekomen. Sterker nog, ik zie daar veelvuldig een pleidooi voor een zesdaagse schepping en een historische zondeval. Wanneer je een willekeurige catechismusverklaring van een predikant uit een van deze kerken ter hand neemt, kun je dat zien. Wanneer je doorbladert naar de behandeling van zondag 9 en 10 zie je vrijwel altijd dat ze wat positiefs zeggen over een zesdaagse schepping. Eigenlijk zou dat de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. Ze staan hiermee in de lijn van de kerk van de Reformatie. Zie ook de verklaring van Hieremias Bastingius4 (1551–1595)5 of die van Petrus van der Hagen (1641–1671)6. Die laatste windt er geen doekjes om. Dat geldt overigens ook voor Johannes Calvijn (1509–1564) in zijn Bijbelverklaring.

Bloemen en vlinders laten de schoonheid van de schepping zien. Bron: Pixabay.

Veel ondersteuning vanuit gereformeerde gezindte

Toch wil ik niet in een mineur eindigen. Het is hartverwarmend hoeveel ondersteuning ik ervaar vanuit kerken uit de breedte van de gereformeerde gezindte. Van mensen die willen opkomen voor de waarheid van Gods Woord. Daaronder zitten ook tientallen zo niet honderden academici. We hebben elkaar hard nodig in allerlei vakgebieden (bijv. geologie, biologie en geschiedenis). Gods Woord en Gods Vinger spreken elkaar niet tegen. De Schrift en de werkelijkheid horen bij elkaar. Laten we elkaar blijven ontmoeten, opscherpen en bemoedigen.

Staan op de schouders van reuzen

We moeten onder ogen blijven zien dat we op de schouders staan van geestelijke reuzen. Alle vragen zijn al eens voorbijgekomen en met de wijze Sálomo kunnen we wel zeggen dat er niets nieuws onder de zon is.7 Ook varianten op het theïstisch-evolutionisme zijn al eeuwenoud en stevig bestreden. In de zeventiende eeuw werden theologische hypothesen van preadamieten nog gezien als ketters en werden boeken daarover zelfs gecensureerd omdat ze schadelijk waren voor het volk. Laten wij de argumenten van hun bestrijders, zoals Voetius en Maresius, nog eens goed doorlezen. Hoewel het zorgelijk is dat het theïstische evolutionisme ook in de gereformeerde gezindte oprukt8, zijn gelukkig veruit de meeste predikanten binnen de bevindelijk-gereformeerde kerken overtuigd van (de waarde van) een zesdaagse schepping en de leer van een historische zondeval. Als je de Bijbel onbevangen leest, dan kun je ook niet anders.

Wat zou je mee willen geven aan jongeren die door hun wetenschappelijke opleiding geconfronteerd worden met een hele andere niet-Bijbelse wereldbeschouwing?

Doe je uiterste best om de studie met een (zeer) goed resultaat af te ronden. Woon in Gods Woord. Zoek een mentor die net als jij het academische denkniveau begrijpt en ook doorstaan heeft. Dat kan bijvoorbeeld een gepromoveerde wetenschapper uit je gemeente zijn. Blijf niet zitten met vragen, maar spreek je twijfels uit en ga op zoek naar oplossingen. Vergeet daarbij niet om deze zorgen ook in gebed voor Gods aangezicht te brengen.9

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten