Adam, wat doet het ertoe? – Bespreking van ‘Adam, waar ben je?’

Waren Adam en Eva echt de eerste mensen, direct door God geschapen uit de aardbodem, en is door hun zonde de dood de wereld binnengekomen? Vele christenen die de evolutie van de mens als een bewezen feit beschouwen, kunnen dat niet meer plaatsen. Voor hen is ‘Adam een geëvolueerde hominide’ (AGH), en misschien een groep mensen, eerder dan een individu. Doodslag, perversiteit, en de dood, waren al honderdduizenden jaren in de wereld voor ‘Adam’ op het toneel verscheen. Het is deze visie die Willem Ouweneel in zijn boek op de korrel neemt.

Als natuurwetenschapper drukt Ouweneel zich onverbloemd uit: ‘Met de kennis die wij nu hebben van biologische mechanismen en van het fossielenarchief, is het mij onmogelijk in een algemene evolutie (van amoebe tot mens) te geloven’ (p. 10). Toch biedt dit boek niet een uitgewerkte argumentatie voor de wetenschappelijke houdbaarheid van het scheppingsmodel tegenover de evolutieleer. Enkel in hoofdstuk 2 is uitvoerig aandacht voor biologische aspecten. De rest van het boek is theologie en vooral hermeneutiek: waarom is het evolutionaire denken van AGH onverenigbaar met een gedegen lezing van de Schrift (hermeneutiek) en met een gezonde geloofsleer (theologie)?

Na een inleiding (H1) betoogt Ouweneel in hoofdstuk 2 dat de zogenaamd strikt wetenschappelijke evolutieleer verweven is met een ideologie, het evolutionisme. Een ‘isme’ noemt Ouweneel elk ideologisch systeem dat ondanks falsificatie van welk onderdeel dan ook altijd overeind blijft omdat men elk alternatief bij voorbaat uitsluit.

Hoofdstuk 3 is gewijd aan hermeneutiek. Een lezing van Genesis 1-3 die compatibel is met AGH is niet natuurlijk, is niet de manier waarop christenen en joden die teksten altijd gelezen hebben, en druist in tegen de manier waarop ze werden begrepen door Jezus en de apostelen.

Hoofdstuk 4 gaat over historiciteit. De openingshoofdstukken van de Bijbel beschrijven unieke historische gebeurtenissen, van wezenlijk belang voor de mensheid. Schepping, zondeval en zonvloed worden verderop in de Schrift zonder meer als historisch beschouwd. Als men vandaag moeite heeft met bepaalde gebeurtenissen, omdat die ondenkbaar zijn zonder een bovennatuurlijk ingrijpen van God, waarom zou men dan wel vasthouden aan de wonderen van Jezus of Zijn opstanding uit de dood? En dat willen de meeste voorstanders van AGH nog wel.

In de hoofdstukken 5 tot 9 geeft Ouweneel aan hoe in het Genesisverslag de bouwstenen worden aangereikt voor een bijbelse mensleer, zondeleer en verlossingsleer. Telkens daagt Ouweneel zijn opponenten uit vooral minutieus met de tekst te worstelen. AGH kan misschien theologisch een mooi verhaal opzetten, maar exegetisch lopen ze vast.

Hoofdstuk 10 bespreekt de wijze waarop Nieuwe Testament Genesis 1 tot 3 hanteert. Paulus, de andere nieuwtestamentische auteurs en Jezus gaan allemaal uit van een historische Adam en Eva, door God geschapen aan het begin. Aannemen dat Jezus niet beter wist, of dat Hij aansloot bij heersende denkbeelden, doen volgens Ouweneel geen recht aan het bijbelse Jezusbeeld.

Het boek is gedegen en goed gedocumenteerd en de argumentatie is krachtig. Hier en daar wordt het complex, dus wie niet thuis is in de wereld van de theologie zal hier moeilijk doorheen komen. Eén minpunt: Ouweneel herhaalt zich meermaals. Het boek had 50 pagina’s korter kunnen zijn zonder inhoudsverlies.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website IndeKerk. Het originele artikel is op die website niet meer te vinden.

‘The Controversial Views of Isaac Newton’ – Wiskundige dr. ir. Kees Roos te gast in het programma van dr. James Tour

Op 16 februari 2024 was de wiskundige en emeritus hoogleraar prof. dr. ir. Kees Roos te gast in het programma van organisch chemicus dr. James Tour. Hij sprak daar over ‘The Controversial Views of Isaac Newton‘. Hieronder is deze aflevering terug te kijken. Dr. Kees Roos schreef ook mee aan de bundel ‘Inzicht: Wetenschap voor Gods aangezicht‘. De video is, helaas voor sommigen, slechts in de Engelse taal te volgen.1

Voetnoten

Blote-Billen-Lepelaar

Op 16 januari 2024 keek ik vanaf de Tollewaardbrug over de Tollewaard. De waard was grotendeels drooggevallen. Alleen het iets lager gelegen onverharde klompenpad (Batouwepad) stond nog onder water. Tot mijn grote verbazing zag ik naast de vele Meerkoeten op het pad een heen en weer lepelende grote witte vogel. Niet te geloven: een Lepelaar en dat in januari.

Jaarlijks arriveren de eerste Lepelaars eind februari in de Blauwe Kamer. Natuurlijk vanaf de brug foto’s genomen. Het betrof geen volwassen vogel maar een juveniel gezien de kleur van de snavel en het verdere uiterlijk. Het is heel wel mogelijk dat het een laat jong betrof van de kolonie in de Blauwe Kamer bij Rhenen. Op 7 september 2023 zag ik daar vanuit de vogelkijkhut nog vier jonge vogels op of bij de nesten! De leeftijd van één jong schatte ik op ongeveer drie weken: dit jong was pas vliegvlug in oktober!

Ik kan me voorstellen dat er dan van wegtrekken naar Afrika niet veel komt. De Nederlandse Lepelaars trekken normaliter via Franse en Spaanse moerassen naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin) (Vogelbescherming).

Lepelaars zoeken voedsel in ondiep water. Dat moet voor deze jonge vogel toch niet makkelijk zijn geweest in de koude weken voor 16 januari. Trouwens best verbazend dat dit broekie (hoewel zonder broek) op het klompenpad liep te lepelen naar vissen en dergelijke. Zou die gemerkt hebben dat bij het droogvallen van de Tollewaard de aanwezige vissen geconcentreerd werden in het resterende water?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Blote-Billen-Lepelaar, Het GemeenteNieuws 23 (5): 7.

‘Taphonomy, the Fossil Record, and Clues about the End of the Flood’ – Dr. Leonard Brand sprak voor de livestream van Logos Research Associates

Dr. Leonard Brand heeft een groot deel van zijn leven onderzoek gedaan naar tafonomie. Hij heeft zijn werk grotendeels gepubliceerd in naturalistisch-wetenschappelijke tijdschriften of gepresenteerd op geologische conferenties, zoals die van de Geological Society of America. Afgelopen week was hij te gast in de livestream van Logos Research Associates om daar delen van zijn werk te presenteren.

Onder de video staat een uitgebreide beschrijving (in het Engels):

From years of attendance at the Tucson Fossil and Mineral Show, and other evidence, Dr Brand will take a close look at the quality of preservation throughout the fossil record. The quality of this preservation can help us evaluate which parts of the fossil record could be after the flood, and which parts need the catastrophic burial that would be typical of a global catastrophe.

Illiberale democratie – Kort briefje van Lorens Knap uit Hongarije

Szechenyi Kettingbrug over de Donau bij Boedapest. Bron: Pixabay.

In het RD van 20 januari jl. stond een artikel over de vermeende neergang van de democratie in de Oost-Europese landen. In het artikel wordt helaas niet vermeld dat de geïnterviewde ‘experts’ onder een democratie niets anders dan een liberale democratie verstaan. Illiberale democratieën zoals in Hongarije, waarbij de soevereiniteit van een staat een belangrijk uitgangspunt is, worden als bedreiging gezien. Elke democratie wordt geacht de socialistische, inclusieve opvattingen van de EU en het WEF (World Economic Forum) over te nemen zoals massa-immigratie en genderideologie. Zo niet, dan daal je op de democratische ranglijst. Wie naar de achtergrond van beide heren en de cijfers kijkt, hoeft zich niet te verwonderen: Séan Hanley is universitair hoofddocent aan het University College in Londen, een universiteit van het Open Society University Network (OSUN) van George Soros. Thomas Carothers is vice-president van de denktank Carnegie Endowment for International Peace. Reeds in 2001 vond deze instelling het nodig om George Soros te eren met de First Andrew Carnegie Medal of Philanthropy. En u raadt het al, ook de ‘onafhankelijke’ NGO Freedom House is niet onbekend met financiering door George Soros. Voor wie deze naam nog onbekend is: de miljardair George Soros (en nu zijn zoon Alexander) financiert vele organisaties teneinde de links liberale doelstellingen te verwezenlijken. Een zeer liberaal gekleurd onderzoek naar de democratie in Oost-Europese landen!

Dit briefje werd door de auteur aangeboden aan het Reformatorisch Dagblad voor de rubriek ‘Opgemerkt’. Om moverende redenen werd het niet geplaatst en daarom plaatsen we het hier.

Hoe een wetenschapper christen werd – Science4Truth interviewt dr. Peter Borger

Science4Truth interviewt dr. Peter Borger. Het interview verscheen op 8 februari 2024 en duurt iets meer dan 16 minuten. Dr. Peter Borger is een moleculair bioloog en heeft als onderzoeker gewerkt aan de Universitair Medische Centra te Sydney, Basel en Zurich. In de video laat hij zien dat het mogelijk is om tegelijkertijd wetenschapper en christen te zijn. In Nederland is Borger bekend vanwege zijn boek ‘Terug naar de Oorsprong‘. Over biologische onderwerpen wordt hij regelmatig geïnterviewd en houdt hij in Nederland en Vlaanderen lezingen.1 De onderstaande video is in het Engels en bevat Engelstalige ondertiteling.

Voetnoten

Een motie van mr. Diederik van Dijk over de onbekendheid van de langetermijneffecten van puberteitsremmers

Bij het twee-minuten-debat van 15 februari 2024 over de transgenderzorg diende Tweede Kamerlid mr. Diederik van Dijk (SGP) mede namens mr. Mirjam Bikker (CU) twee moties in. De moties zijn te lezen via de website van de Tweede Kamer (zie voetnoot). Van Dijk werd daarna bevraagd door twee leden van resp. GL-PvdA en D66. Hieronder is zijn verdediging terug te kijken.

Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe

Op 2 februari 2024 reed ik over de Rijndijk bij Randwijk. Vanaf de dijk zag ik twee Ooievaars staan op het dak van de Hervormde kerk. Eén van de twee vogels bleek geringd. Dichterbij foto’s genomen. De linkervogel heeft een pootring. Het bleek thuis Ooievaar 2 E 320 te zijn, door mij op 18 oktober 2023 bij de Steenkuil tussen Randwijk en Heteren waargenomen. De vogel is geringd op 25 juni 2013 (nestplaats IJzendoorn/Ommeren ), nog geen 15 kilometer vliegen. Grappig deze Ooievaar uit de gemeente Neder-Betuwe als broedvogel in de gemeente Overbetuwe (wel apart dat verschil in schrijfwijze)!

De vogels broeden niet op de schoorsteen van het kerkdak. Iemand van de Hervormde gemeente vertelde me dat de vogels afkomstig waren van een paalnest aan de oostkant van Randwijk. De foto toont takken op de schoorsteen. Met nestelen zou de uitlaat van de CV ketel verstopt raken, daarom moeten de takken verwijderd worden.

Zouden deze Ooievaars sympathiseren met Extinction Rebellion, die activistische beweging die zich verzet tegen klimaatsverandering en het verlies van biodiversiteit? Want zo’n CV-ketel verbruikt fossiele brandstof. Ik maak me ook zorgen over klimaat en verlies aan biodiversiteit. Maar nog meer over de waarde van menselijk leven. Er zijn mensen die niet mogen waken bij abortusklinieken, want dat zou te intimiderend zijn. Er zijn echter wel rebellerende mensen die intimiderend snelwegen mogen blokkeren. We zijn allemaal gelijk, maar de een is meer gelijk dan de ander. Een verschil dat de menselijke biodiversiteit aantast.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe, Het GemeenteNieuws 23 (7): 7.

Van Andel Creation Research Center (VACRC) krijgt met dr. Joel Brown een nieuwe ‘Lab Director’

Vandaag maakte de Creation Research Society bekend dat ze een nieuwe ‘Lab Director’ hebben benoemd voor het Van Andel Creation Research Center (VACRC). Sinds het overlijden van de microbioloog dr. Kevin Anderson was er nog geen nieuwe directeur benoemd voor dit onderzoekscentrum.1 Terwijl wetenschappelijk onderzoek op creationistische grondslag een belangrijk punt is voor de voortgang van het scheppingsparadigma. Daar is sinds vandaag verandering in gekomen met de benoeming van geneticus en ontwikkelingsbioloog dr. Joël Brown.

Bovenaanzicht van het Van Andel Creation Research Center op de campus van Arizona Christian University. Bron: Google Maps.

Dr. Joël M. Brown behaalde zijn bachelor in Biology Education aan het Pensacola Christian College. Hij een behaalde een mastergraad in Biology aan de University of West Florida. In 2018 promoveerde hij in het vakgebied Genetics, Genomics en Development aan Cornell University.2 Zijn proefschrift had als titel: ‘Investigating Mammalian Development Using Mouse Forward Genetics’. Na zijn promotie volgde een postdoctorale studie aan de Washington University School of Medicine. Hier onderzocht hij mechanismen voor neuroplasticiteit in het ruggenmerg van de zebravis en hoe dit toegepast zou kunnen worden bij de genezing van zenuwbeschadiging bij zoogdieren. Naast deze onderzoekservaring heeft dr. Brown ook onderwijservaring. Al sinds zijn tienerjaren is Brown aan het nadenken over het Bijbelse oorsprongsmodel. Hij raakte als jonge man betrokken bij Kent Hovind’s Dinosaur Adventure Land. In die tijd begon hij ook spreekbeurten te geven over schepping en evolutie.

Als nieuwe directeur van het ‘Van Andel Creation Research Center’ gaat dr. Brown leiding geven aan de twee grote onderzoeksprojecten van de Creation Research Society, het eKINDS-project en de iDINO-projecten. Dit In-Depth scheppingsonderzoek zal ook gepopulariseerd moeten worden, zodat dit werk toegankelijk wordt voor leken. Daarnaast zal hij de laboratoriumvoorzieningen beheren. Dr. Brown zal ook twee biologiecolleges per semester geven aan de Arizona Christian University. Het ‘Van Andel Creation Research Center’ is gelokaliseerd op de campus van deze particuliere christelijke universiteit. Tenslotte zal dr. Brown spreken voor scholen en kerken, de jaarlijkse CRS-conferentie organiseren en scheppingsonderzoek onder de leden van de Creation Research Society bevorderen.

Het bestuur van de Creation Research Society geven aan de Schepper dankbaar te zijn dat hun gebeden zijn verhoord en dat Hij het hart van deze getalenteerde wetenschapper geneigd heeft om deze positie te willen vervullen. We hopen dat zijn benoeming een impact zal hebben voor het scheppingsonderzoek. Soli Deo Gloria!3

Voetnoten

Bacterieel leven in oude zoutlagen

Noot van de redactie: Dit artikel is al een wat ouder artikel (2002). De argumentatie in dit artikel is nog steeds bruikbaar en waardevol. Het zou goed zijn wanneer een sedimentoloog, een geochemicus en een bacterioloog samen zouden werken aan de verdere uitwerking en aanvulling van dit argument, daarbij gebruikmakend van nieuwe gegevens uit het veld.

Samenvatting

In veel sedimenten worden levende bacteriën gevonden, evenals bacteriën in slaaptoestand, bekend als sporen. De bacteriën kunnen afgezet zijn tijdens de sedimentatie (autochtone oorsprong), maar dit is vaak moeilijk te bewijzen, omdat de mogelijkheid van later binnendringen in het sediment (allochtone oorsprong) of besmetting van de monsters uitgesloten moet worden. De gepubliceerde ouderdom van de betreffende sedimenten lopen op tot honderden miljoenen jaren.

Levensvatbare sporen, met bewezen autochtone oorsprong, zijn recent verkregen uit waterdruppeltjes die ingesloten zijn in de Salado-zoutlaag (evaporiet) uit het late Perm, in New Mexico (USA). Dit evaporiet wordt gedateerd op 250 miljoen jaar (Ma). Deze ouderdom is echter niet in overeenstemming met bekende vervalsnelheden van bacterieel leven (dat wil zeggen: de snelheid waarmee het aantal levende of levensvatbare individuen afneemt gedurende de tijd). Integendeel, deze vervalsnelheden geven aan dat de ouderdom van het Salado-evaporiet uit het late Perm minder is dan 35.000 jaar.

Schattingen van ouderdom op basis van bacteriële vervalsnelheden zijn kwalitatief, of hooguit semi-kwantitatief. Toch zou de schatting van de ouderdom van het Salado-evaporiet verbeterd kunnen worden door een schatting te maken van de gemiddelde temperatuur van het Salado-evaporiet gedurende de tijd, in combinatie met het vaststellen van de vervalsnelheid van de bacterie Bacillus marismortui, onder condities die representatief zijn voor waterinsluitingen.

Polyhaliet uit de Salado Formation (Boven-Perm; Carlsbad Potash District; New Mexico; VS). Bron: Wikipedia.

Hedendaagse bacteriën

Bacteriën worden vrijwel overal op aarde gevonden en vele soorten overleven, of floreren zelfs, onder extreme condities, zoals in water bij verhoogde druk tot boven 110 ˚C, in ijs beneden -10 ˚C, in zuren bij pH waarden tot 2 en in basen bij pH waarden tot 13, en in milieus zonder zuurstof. Zij kunnen zich met eigenlijk alles voeden, inclusief anorganische voedingsstoffen die vrijkomen rond middenoceanische hete bronnen, maar ook in afwezigheid van voeding kunnen zij lange periodes overleven in de vorm van sporen.

De aanwezigheid van levende bacteriën in sedimenten wordt al bijna een eeuw onderzocht. Allochtone of autochtone oorsprong, de beschikbaarheid van voedingsstoffen gedurende lange tijdsperiodes, en de mogelijkheid van besmetting van monsters gedurende verzameling en behandeling zijn nog steeds onderwerp van discussie. Gedurende de jaren ’70 werden in de sedimenten van een meer levensvatbare sporen van een thermofiele (warmteminnende) bacterie ontdekt met radiokoolstofouderdom van 7.000 jaar en ouder. De mogelijkheid dat deze sedimenten op een later tijdstip besmet waren met deze bacterie kon uitgesloten worden, omdat de sedimenten nooit boven 35 ˚C zijn geweest, wat de minimale temperatuur is voor het doen ontwaken van de sporen van deze specifieke soort thermofiele bacterie. Een ander bekend voorbeeld zijn de bacteriën verkregen uit de ingewanden van een bevroren Siberische mastodont, gedateerd op 11.000 jaar. Deze en andere studies geven aan dat, in afwezigheid van metabolische activiteit, de leeftijd van autochtone bacteri?n aanwezig in recente sedimenten kan oplopen tot ongeveer 10.000 radiokoolstofjaren.

Oeroude bacteriën

Een punt van discussie is de leeftijd van bacteriën die zijn ingesloten in pre-Pleistocene Fanerozoïsche sedimenten. Meerdere malen is de aanwezigheid van bacteriën diep onder de oppervlakte van de aarde gerapporteerd, in verschillende typen sediment, inclusief koolsteen en oliehoudende lagen en in zoutlagen met gerapporteerde ouderdom tot 650 miljoen jaar. De bewijsvoering voor de autochtone oorsprong is niet algemeen geaccepteerd, omdat het moeilijk is om allochtone oorsprong of besmetting gedurende verzameling en behandeling uit te sluiten.123 De aanwezigheid van bacteriën in afgelegen oliebronnen is bijvoorbeeld vastgesteld, waarbij de oorsprong van deze bacteriën niet werd opgelost. Zij zouden ingesloten kunnen zijn tijdens de vorming van de olie, ze kunnen meegevoerd zijn met ondergrondse waterstromen of ze zouden zich zelfstandig verplaatst kunnen hebben gedurende tientallen tot honderden miljoenen jaren.4

Recent werden levensvatbare sporen van Bacillus sphaericus geïsoleerd uit een in amber ingesloten uitgestorven bijensoort met een gerapporteerde ouderdom van 25?30 miljoen jaar.5 De zorgvuldige selectie van het monster en de grondige voorzorgsmaatregelen die werden genomen tegen besmetting heeft deze vondst overtuigend gemaakt.

Nog recenter werden bacteriën verkregen uit autochtone waterinsluitingen in zoutmonsters van de Permische Salado-evaporiet (New Mexico, USA) met een gerapporteerde ouderdom van 250 miljoen jaar.6 Deze oude bacteri?n hebben een opmerkelijke overeenkomst met Bacillus marismortui (vernoemd naar de Dode Zee) en Virgobacillus pantothenticus, gebaseerd op de vergelijking van 16S-ribosomaal RNA. Het verschil met V. pantothenticus is klein, met een overeenkomst van 97.1% (alhoewel Vreeland 97.5% overeenkomst vermeldt). 45 van de 1650 basenparen zijn verschillend, wat overeenkomt met jaarlijks 1×10^-10 substituties per basenparen. Deze vervangingssnelheid is laag, maar mogelijk aanvaardbaar.7 De 99% overeenkomst met B. marismortui is echter nog opmerkelijker.

Als deze oude bacteriën inderdaad familie zijn van B. marismortui, wat nog vastgesteld moet worden, hoe kan dit verschil dan zo klein zijn? De vrij in de natuur levende B. marismortui zou al gedurende 250 miljoen jaar mutaties moeten ondergaan en we mogen een veel groter verschil met de geïsoleerde soortgenoten verwachten89, alhoewel een efficiënt DNA reparatiemechanisme, actief gedurende het ontwaken, de overeenkomst misschien gedeeltelijk zou kunnen verklaren.10

De maximale leeftijd van bacteriën is in dit verband bepalend en zal nu in meer detail uitgewerkt worden.11

Het overleven van bacteriën

Als er voldoende voeding beschikbaar is kunnen bacteriën in principe oneindig lang blijven leven. Zij vermenigvuldigen zich aseksueel door deling (een cel verdeelt zich in twee cellen) en zowel de moeder- als de dochtercellen (alhoewel die niet van elkaar te onderscheiden zijn) hebben zich vernieuwd, waardoor de populatie haar levenskracht behoud, mits er optimale voeding aanwezig blijft en het niveau van uitgescheiden toxische verbindingen laag is. In afwezigheid van voeding is de levensduur van bacteri?n beperkt, maar er kan geen bepaalde maximale levensverwachting vastgesteld worden. Als de hoeveelheid voeding afneemt of als het niveau van de uitgescheiden toxische verbindingen toeneemt in de loop van de tijd, neemt het aantal levende individuen geleidelijk af. De snelheid waarmee het bacteriële leven vervalt wordt gewoonlijk uitgedrukt als de decimale reductietijd, D(10), de tijdsduur bij een bepaalde temperatuur waarin het aantal levende bacteriën in een populatie tot 10% is teruggelopen. Deze snelheid is vergelijkbaar met andere exponentieel afnemende processen, zoals eerste-orde chemische reacties of radioactief verval.

Bacteriën kunnen gedroogd en onder vacuüm ongeveer een jaar bewaard worden, of gedurende enkele jaren in vloeibare stikstof (-196 ˚C).12 Zij kunnen gedurende veel langere tijden overleven als ze enige metabolische activiteit kunnen onderhouden. Bacteriële culturen zijn aangetroffen in Siberische permafrost bij een gemiddelde temperatuur rond -10 ˚C. De duur van de permafrost wordt geschat tussen duizend en een miljoen jaar. Er werd verondersteld dat de bacteriën actief gebleven moeten zijn ondanks de lage temperatuur, omdat zij anders niet zo lang konden overleven.13 De recente ontdekking van bacteriën in ijs en sneeuw op Antarctica biedt ondersteuning voor lage-temperatuuractiviteit van bacteriën. Deze gevonden bacteri?n hebben inderdaad metabolische activiteit bij -12 ˚C tot -17 ˚C.14

Het is interessant om op te merken dat de Antarctische onderzoekers leden van Deinococcus ontdekten, een geslacht van bacteriën dat bekend is in de voedingsmiddelenindustrie vanwege haar extreme vermogen om ioniserende straling te weerstaan, inclusief röntgenstraling en radioactiviteit.15 Dit is opmerkelijk, omdat zulke hoge stralingsniveaus in een natuurlijke omgeving niet voorkomen en het onduidelijk was welk voordeel dit vermogen zou kunnen bieden. Het antwoord zou kunnen zijn dat Deinococcus-soorten blootgesteld kunnen staan aan intense UV-straling, waardoor eveneens ionisatie optreedt, bijvoorbeeld in de sneeuwvelden van Antarctica.16 Dit voorbeeld laat opnieuw zien dat sommige bacteriën de opmerkelijke eigenschap hebben om onder extreme condities te overleven.

Tabel 1. Vervalconstanten van leven voor verschillende bacteriële sporen uitgedrukt als tijd van decimering, D(10), in seconden. 1,6E+09 seconden komt overeen met 50 jaar.

De meeste bacteriën hebben moeite om te overleven als zij worden onderworpen aan een hoge temperatuur, straling (inclusief UV straling), oxidatoren (inclusief zuurstof), een aantal anorganische componenten, mechanische krachten en natte omstandigheden.17 Echter in een waterinsluiting in een evaporiet kunnen veel van deze condities voor bacteriën gunstig zijn, zelfs als er water aanwezig is. Hoewel zout desastreus is voor de meeste bacteriën, bestaan er uitzonderingen zoals B. marismortui, die kan overleven als sporen of zelfs floreren onder zoute condities bij concentraties beneden 25% w/v.

Samenvattend: sommige bacteriën kunnen extreme condities weerstaan mits enige metabolische activiteit kan plaatsvinden. In afwezigheid van voedingsstoffen kan de levensduur van bacteriën jaren of tientallen jaren bedragen, maar het overleven gedurende duizenden jaren in afwezigheid van metabolische activiteit is iets te veel gevraagd. Kunnen bacteriën 250 Ma overleven als zij opgesloten zijn in een waterinsluiting in zout?

De ‘bacteriële ouderdom’ van de Salado-evaporiet.

Bacillus marismortui vormt sporen als de zoutconcentratie hoger wordt dan 25% w/v. De verwachting is dat de sporen niet ontwaken in een verzadigde zoutoplossing, ook niet in aanwezigheid van voeding. Het aantal levensvatbare sporen in de Salado-afzetting is in de loop van de tijd gestaag afgenomen, van mogelijk oorspronkelijk 100 miljoen bacteri?n per ml (ref. 2) tot slechts enkele sporen in 3 van de 66 onderzochte insluitingen, met een tot op heden totaal volume (van de 66 insluitingen) van 0,365 ml.18 Als een minimum van drie levensvatbare sporen in 0,365 ml wordt verondersteld betekent dit dat er zeven periodes van decimering zijn gepasseerd. Met een D(10) van 50 jaar betekent dit een ‘bacteri?le ouderdom’ van 350 jaar voor de Salado-evaporiet. Aanvullend ondersteunend bewijs voor de jonge leeftijd van deze evaporiet is de hierboven genoemde overeenkomst tussen 16S ribosomaal RNA van de gevonden oerbacterie en B. marismortui of V. pantothenticus.

Figuur 1. Arrhenius plot van het verval van bacterieel leven. Vervalconstanten (Tabel 1) logaritmisch uitgezet tegen de reciproke temperatuur (Kelvin). In vergelijking: 250 miljoen jaar komt overeen met een D(10) waarde van 35 miljoen jaar, gelijk aan 1,1E+15 seconden.

Het verschil met de gepubliceerde ouderdom van 250 Ma voor de Salado-evaporiet is bijna zes ordegroottes! Een ongeloofwaardige D(10) van 35 Ma in plaats van 50 jaar is nodig om het totaal van 250 Ma te bereiken. Omgekeerd, uitgaande van een ouderdom van de evaporiet van 250 Ma en een decimeringstijd van 50 jaar betekent dat de oorspronkelijk bacteriën vijf miljoen decimeringsperiodes hebben doorgemaakt. Het is onmogelijk om ook maar een enkel individu terug te vinden na vijf miljoen decimeringen.

Het verschil met de gepubliceerde ouderdom van 250 Ma voor de Salado-evaporiet is bijna zes ordegroottes! Een ongeloofwaardige D(10) van 35 Ma in plaats van 50 jaar is nodig om het totaal van 250 Ma te bereiken. Omgekeerd, uitgaande van een ouderdom van de evaporiet van 250 Ma en een decimeringstijd van 50 jaar betekent dat de oorspronkelijk bacteriën vijf miljoen decimeringsperiodes hebben doorgemaakt. Het is onmogelijk om ook maar een enkel individu terug te vinden na vijf miljoen decimeringen.

Een ouderdom van 350 jaar voor de Salado-evaporiet valt binnen de historische tijd en is natuurlijk niet realistisch. Dit komt omdat er rekening gehouden moet worden met een groot aantal onzekerheden.

Het kleine aantal levensvatbare sporen (minimaal drie) heeft statistisch gezien nauwelijks enige waarde, en het resultaat is een brede reeks van mogelijke ouderdommen, waarbij hogere ouderdom meer waarschijnlijk is dan lagere ouderdom.

De D(10)-waarde van B. marismortui onder condities die representatief zijn voor waterinsluitingen is onbekend en moet apart vastgesteld worden. De decimeringstijden variëren met ongeveer een orde van grootte voor verschillende soorten (Tabel 1). Een verandering van temperatuur met 25 ˚C heeft een effect van twee ordegroottes op de decimeringstijd (Figuur 1).

Een gemiddelde temperatuur rond of beneden 0 ˚C gedurende de levensduur van de evaporiet is buitengewoon onwaarschijnlijk. Een gemiddelde temperatuur rond of boven 20 ˚C kan mogelijk zijn, met mogelijk kortere D(10) tijden en dus een lagere ouderdom voor de evaporiet.

De berekende ‘bacteriële ouderdom’ van 350 jaar is daarom erg onzeker en zou makkelijk met twee of misschien drie ordes van grootte kunnen variëren, met een hogere waarschijnlijkheid voor hogere dan voor lagere ouderdom. Dit resulteert in een geschatte bandbreedte van 200 tot 35.000 jaar, corresponderend met 4 log cycli van 50 jaar bij 20 ˚C of 7 log cycli en een D(10) van 5.000 jaar bij 0 ˚C, respectievelijk. Het kost moeite om zich condities voor te stellen die tot een ouderdom van 350.000 jaar zouden leiden, maar zelfs deze schatting verschilt meer dan twee ordegroottes met de 250 Ma die gepubliceerd is voor de Salado-evaporiet. Dit verschil zou nog groter kunnen worden als beweringen voor 650 Ma oude bacteriën in evaporieten bevestigd zouden worden.

Het is verrassend dat de aanwezigheid van levensvatbare autochtone bacteriële sporen in de Salado-evaporiet niet heeft geleid tot het ter discussie stellen van haar geologische leeftijd. Parkes geeft de voorkeur aan de veronderstelling dat bacteriën vrijwel onsterfelijk zijn, boven het in twijfel trekken van de geologische tijdschaal. Zelfs het overleven van bacteriën in meteorieten en de oorsprong van leven op aarde via interplanetair transport van bacteriële sporen (‘pansperma’) worden overwogen. Meer recent ontkende Lindahl de hoge ouderdom van de verkregen bacteriën op basis van de onmogelijkheid dat DNA langer dan 100.000 jaar zou kunnen overleven, met als conclusie dat deze bacteri?n de hedendaagse algemeen voorkomende bacteriën zijn, dus van allochtone oorsprong.19

Conclusies

De aanwezigheid van levensvatbare sporen in water insluitingen in de Permische Salado-evaporiet is niet in overeenstemming met de gepubliceerde ouderdom van 250 Ma.

De ‘bacteriële ouderdom’ van de Permische Salado-evaporiet is semi-kwantitatief geschat en ligt waarschijnlijk tussen 350 en 35.000 jaar, onder de aanname dat gepubliceerde bacteriële vervalsnelheden representatief zijn voor de omstandigheden in waterinsluitingen in een evaporiet.

De schatting op basis van de ‘bacteriële ouderdom’-methode kan verder worden verbeterd als de gemiddelde temperatuur van de evaporiet geschat zou kunnen worden en als de decimeringstijden van B. marismortui over een brede temperatuurrange gemeten zou worden.

Deze gastbijdrage is vertaald door leden van <em)Mediagroep in Genesis en met toestemming overgenomen van de website Schepping-of-Evolutie. Het originele artikel is hier te vinden. Het artikel is eerder verschenen in Technical Journal (tegenwoordig Journal of Creation) van Creation Ministries International (CMI). De bronvermelding luidt: Heide, E.A. van der, 2002, Bacterial Life in Ancient Salt, Technical Journal 16 (2): 110-113 (artikel).

Referenties en aantekeningen