In Memoriam: Geologisch ingenieur dr. John D. Morris (1946-2023) zondag 29 januari 2023 overleden

Vandaag kwam het bericht tot ons dat geologisch ingenieur dr. John D. Morris zondag 29 januari 2023 is overleden. Zijn boek ‘The Young Earth’ was een van de eerste Engelstalige creationistische boeken die ik kocht en las. Hij speelde vanaf creationistische zijde een belangrijke rol in het schepping-evolutie-debat en gaf jarenlang leiding aan Institute for Creation Research.

Biografie

Dr. John David Morris werd in 1946 geboren als zoon van de bekende Henry M. Morris. Zijn vader speelde een belangrijke rol in de heropleving van de zondvloedgeologie in de Verenigde Staten van Amerika. John Morris studeerde in 1969 af aan de Virginia Polytechnic Institute and State University in het vakgebied Civil Engineering. Hij behaalde in 1977 zijn mastergraad in Geological Engineering aan de University of Oklahoma. In 1980 promoveerde hij aan de University of Oklahoma op een proefschrift met als titel: ‘Relationship between Coal Petography and Optimum Coking Temperature’.

Institute for Creation Research

Vanaf 1984 is hij betrokken bij Institute for Creation Research. Vanaf 1996 tot 2020 was hij president van deze creationistisch organisatie. Morris raakte betrokken bij een zoektocht naar de ark van Noach op de huidige berg Ararat. Hij schreef daar in 1988 een boekje over met als titel Noah’s Ark and the Ararat Adventure. In 1994 verscheen zijn boek The Young Earth, waarvan in 2007 een Revised and Expanded Edition verscheen. Deze uitgebreide editie was een van mijn eerste Engelstalige creationistische boeken die ik las. Morris droeg met The Geology Book in 2000 bij aan een serie voor middelbare scholieren. In 2013 schreef hij samen met de zoöloog Frank Sherwin (MSc.) het boek The Fossil Record. Als laatste is zijn boek The Global Flood te noemen dat eveneens in 2013 verscheen. Dr. John Morris schreef ook talloze artikelen en droeg zo bij aan de popularisering en verspreiding van het creationistische gedachtengoed.

Om van te leren: The Paluxy River Mystery

Morris was de afgelopen jaren wat naar de achtergrond verdwenen. Afgelopen zondag 29 januari 2023 overleed hij. ‘Want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan‘ (Prediker 12:5, SV). Zijn werk blijft echter voortbestaan en is tot bemoediging van veel creationisten om door te gaan met het verdedigen van het klassieke scheppingsgeloof. Morris schuwde de discussie niet en ging die ook niet uit de weg. Hij is daarmee een voorbeeld voor creationisten die kritiek van de opponent willen negeren. Ik roep in herinnering zijn briefje in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature.1 In deze brief reageerde Morris op een artikel van Tony Thulborn.2 Morris geeft aan dat zijn eerdere interpretaties Paluxy River Tracks niet goed waren. Hij schrijft in de brief:

“It is true, as Thulborn stated, that, at a January 1986 lecture at the University of New South Wales, I called attention to recent changes in the nature of the tracks which bring into question the original interpretations by myself and others. Having been involved in this project for a decade and having written the definitive book on the subject, I did not find this comfortable, but as an empiricist and honest man, I dared not do less. Even though Thulborn calls the present nature of the tracks ‘embarrassingly obvious’ and the process by which they changed ‘well known’, the truth is, evidently, tat an unprecedented geological phenomenon has taken place which is, as yet, only poorly studied and less well understood.“

Wat mij betreft is dit een schoolvoorbeeld hoe we eerlijk om kunnen/moeten gaan met de data. De Paluxy River Footprints zijn volgens dr. John Morris op basis van veldwerk niet meer houdbaar als anti-evolutionair argument.3 Als eerdere claims niet meer houdbaar zijn ná creationistisch-wetenschappelijk onderzoek, dan moeten we dat eerlijk toegeven. Dit is (ook in de ogen van Morris) ‘not (…) comfortable’, maar wel zo correct. Het is mooi om te zien dat Nature aan dr. John Morris de mogelijkheid gaf om te reageren!

VERLIES VAN DR. JOHN MORRIS (1946-2023) BESCHREVEN BIJ CREATIONISTISCHE ORGANISATIES
Er zijn diverse creationistische organisaties die geschreven hebben over het verlies van dr. John D. Morris in de leeftijd van 76 jaar. Hieronder houden we een overzicht bij.

Answers in Genesis 1: Reflections on the Life of Adventurer and Creation Scientist Dr. John Morris.
Answers in Genesis 2: In Memory of Dr. John Morris.
Fundamentum: In Memoriam: Geologisch ingenieur dr. John D. Morris (1946-2023) zondag 29 januari 2023 overleden.
Institute for Creation Research: Dr. John Morris Is at Home with His Lord.

Tweede vooraankondiging van ‘Inzicht: Wetenschap voor Gods aangezicht’ – Bundel over geloof en wetenschap verschijnt eind maart 2023 D.V.

Vorig jaar schreven we al over de bundel over geloof en wetenschap met als titel ’Inzicht: Wetenschap voor Gods aangezicht’.1 Door omstandigheden liet de verschijning een jaar op zich wachten. Onder de bezielende leiding van en het vele werk door dr. Mart-Jan Paul is het toch mogelijk geworden de bundel te laten verschijnen. De verschijningsdatum staat nu gepland op eind maart 2023 D.V. De bundel is geredigeerd en ligt nu bij de drukker. De uitgever werkt momenteel ook aan de invulling van een presentatieavond. Wanneer daar meer informatie over beschikbaar is, zal dit worden gedeeld via deze website. Mocht u het boek alvast willen reserveren, dan kan dat hieronder via het reserveringsformulier.

Informatie op de achterkant

“Is het mogelijk geloof en wetenschap te combineren, of zijn het twee gescheiden werelden? In deze bundel komen achttien Nederlandstalige wetenschappers aan het woord die van harte een verbinding voorstaan. Op hun eigen wetenschapsgebied laten zij zien dat vooronderstellingen een grote rol spelen. Deze deskundigen wensen wetenschap te bedrijven ‘voor Gods aangezicht’. Naar hun overtuiging is het belangrijk rekening te houden met de Schepper van deze wereld en Zijn openbaring. Die houding geeft meer inzicht in onze werkelijkheid dan wetenschappelijke methodes op zichzelf kunnen bieden. De gangbare wetenschap houdt immers geen rekening met Gods handelen. In deze bundel staan artikelen over theologie, kerkgeschiedenis, wetenschapsvisie, natuurwetenschappen en biologie. Het doel van deze bijdragen is inzicht in Gods schepping, zodat we ons over Hem verwonderen.”

Catalogus De Banier

De onderstaande pagina is opgenomen in de voorjaarscatalogus van uitgeverij De Banier. Op deze pagina staan nog meer boekgegevens.

Mocht u voor uzelf, of voor anderen, alvast een boek reserveren dan kunt u hieronder uw gegevens achterlaten. Wanneer het dan zover is ontvangt u een factuur én de vraag hoe u het boek in bezit zou willen krijgen (via de post of tijdens de presentatieavond).

Boekexemplaar reserveren

Voetnoten

Een man in een put – De essentie van het christendom

Een man in een put. Hoe kan de man bevrijd worden uit de put? Het lukt hem niet zelf, Iemand Anders moet hem redden. Bekijk deze eenvoudige metafoor over de essentie van het christendom. Met dank aan Geloofstoerusting voor vertaling en plaatsing op het YouTube-kanaal van de stichting.

Gemeente Staphorst onder vuur vanwege vermelding van ‘jonge aarde’-visie in archeologisch rapport – Deel 1: Raadstukken en Nieuwsberichten

Noot van de auteur: Finetuning. Dit overzicht wordt de komende maand, als de Heere leven en gezondheid geeft, nog verder aangevuld met nieuwsitems over de kwestie. Mochten er Staphorster ex-raadsleden zijn die meer informatie hebben dan verzoek ik hen deze informatie te versturen naar info@oorsprong.info of via ons contactformulier zodat er een eerlijk en evenwichtig beeld ontstaat van deze kwestie, die tot voorbeeld dient van andere christelijke gemeenten in de Biblebelt.

Dat verzoeken in raadsvergaderingen soms meer ophef veroorzaken dan van te voren gedacht is inmiddels bekend. Ook raadsleden de SGP en de ChristenUnie (CU) van de Gemeente Staphorst hebben dat ervaren toen zij een verzoek deden om de ‘jonge aarde’-visie in een archeologisch rapport op te nemen. ANP maakte er een nieuwsbericht van en direct daarna ging het viral en wist heel Nederland ervan. Wat gebeurde er meer dan tien jaar geleden in Staphorst? Vandaag het eerste deel: raadstukken en nieuwsberichten. In het tweede deel hopen we als de Heere het geeft te reageren op het commentaar van Geenstijl, Freethinker, Maroc en Sterrenstof. In het derde deel hopen we het rapport zelf vanuit een kritische jonge-aarde blik te beschouwen.1

Archeologische verwachtingskaart

Gemeenten zijn verplicht een archeologische verwachtingskaart op te stellen. Deze kaart maakt melding van welke mogelijke archeologische vondsten er te vinden zijn op diverse locaties. Op basis van deze verwachtings- en beleidskaart kan men dan besluiten nemen en de archeologische waarden al in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken. Dit besluit is landelijk vastgesteld op 1 september 2007 in de ‘Wet op de Archeologische Monumentenzorg’ van. Het onderzoeks- en adviesbureau BAAC werd ingevlogen en deze maakte uiteindelijk in februari 2011 het definitieve rapport op onder de titel: ‘Gemeente Staphorst: Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart’.2

Voorwoord

In het hierboven genoemde rapport gaat men uit van de naturalistische chronologie met een miljarden jaren oude aarde. Al komt dat overigens niet tot uitdrukking in het rapport zelf.3 Daar spreekt men maximaal van de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zo’n 370.000 tot 130.000 voor Christus. Een groot deel van de Staphorster bevolking zal hier moeite mee hebben. Een groot deel gaat namelijk uit van een véél jongere aarde. Daarom hebben de fracties van ChristenUnie en SGP verzocht om het rapport aan te passen. Klaas Harke (CU): “Wij gaan samen met een groot deel van de bevolking in deze gemeente uit van een jongere aarde. Waarom zou dat niet in een gemeentelijk rapport verwoord worden?” In het voorwoord werd uiteindelijk met een paar ‘mooie volzinnen’ hier naar verwezen.

Niet aan de grote klok gehangen

De fracties hebben dit verzoek overigens niet de grote klok willen hangen, maar hun verzoek netjes (?) uitgesproken op de gemeenteraadsvergadering. Omdat de documenten waaruit het verzoek blijkt mij op dit moment ontbreken, zal ik een reconstructie moeten maken op basis van de overgeleverde informatie.4

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 26 januari 2010 kwam het, volgens de Meppeler Courant, in de Gemeenteraad van Staphorst tot een botsing toen een medewerker van het adviesbureau BAAC de archeologische kaart toelichtte. De concept-nota meldde namelijk dat sommige objecten meer dan tienduizenden jaren oud kunnen zijn. Daarmee gaan gevonden zaken uit de steentijd verder terug dan zesduizend jaar. Voor de BAAC medewerker is dat geen probleem, maar veel mensen uit Staphorst geloven dat de schepping zo’n zesduizend jaar geleden plaatsvond. Dat vondsten ouder zijn dan zesduizend jaar is daarmee onmogelijk. Omdat een groot deel van de Staphorsters deze scheppingsvisie aanhangen en de gemeente dit rapport betaalt is het op z’n minst nodig dat er een passage over de schepping moet worden opgenomen. Daarom verzochten CU-raadslid Klaas Harke en SGP-raadslid Arie den Ouden of er een passage in het rapport opgenomen kon worden die verwijst naar de Bijbel. Na het verzoek van de fracties CU en SGP beloofde wethouder mr. dr. Sytse de Jong5 dat hij het rapport zou laten aanpassen. Volgens De Jong is het ondoenlijk om bij elke melding die ouder is dan zesduizend jaar een bijbelse verklaring te geven, maar dat voorin de nota een dergelijke tekst zou kunnen. BAAC-medewerker gaf wel aan dat deze werkwijze ‘vrij ongebruikelijk is’.

Op de vergadering van 9 februari 2010 (zie ook hieronder) werd uitgebreid hierover doorgesproken. De Meppeler Courant deed verslag. Volgens de Gemeentebelangen-VVD en de PvdA gaat het hier om een ‘non-discussie door de media in een onjuist kader geplaatst’. SGP’er Arie den Ouden gaf aan dat het goed is dat de discussie gevoerd is, volgens hem is het goed dat christenen opkomen voor hun geloof en mening. Is er een botsing geweest tussen Bijbel en wetenschap in het rapport. Zelfs de betrokken medewerker dr. ir. Leo Tebbens van BAAC vond dat niet.6 De passage komt in het voorwoord te staan en maakt geen deel uit van het rapport zelf. Tijdens de vergadering ontstond er ook een discussie over de scheiding tussen kerk en staat. Deze discussie is in de gemeenteraad van Staphorst er een van alle tijden. Henk Messchendorp (PvdA) maakte duidelijk dat hij het niet vindt kunnen dat ‘in een nota van de overheid een passage wordt opgenomen die verwijst naar de Bijbel’. De SGP en CU vinden echter dat deze paar zinnen in een voorwoord wel kunnen. Volgens de hierboven genoemde Den Ouden heeft dit niets met het in geding zijn van de scheiding tussen kerk en staat te maken. Den Ouden: “Wetenschap gaat uit van vooronderstellingen. Er zijn ook mensen die uitgaan van andere vooronderstellingen en daar moet ruimte voor zijn.” Volgens de SGP’er is er een verschil tussen inmenging van een kerk in de staat én door de Bijbel geïnspireerde politiek. Hij verwees naar de Bijbel die in de Staphorster raadzaal staat en diverse verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen in Staphorst.

In deze commissievergadering kwam wethouder De Jong tot een compromis: Een volzin in het voorwoord. In deze volzin wil de gemeenteraad opmerken dat er ook andere opvattingen zijn over de leeftijd van de aarde. De Jong wil daarmee enerzijds recht doen aan de gevoelens van de raad en anderzijds de inhoud van het rapport overeind houden. Volgens Harke is dit compromis te ‘mager’ en ook Den Ouden gaf aan dat er wel méér dan één zinnetje aan het orthodoxe standpunt gewijd mag worden. Uiteindelijk gingen de raadsleden toch akkoord met het voorstel.

Gemeentebelangen-VVD vroeg nog aan de wethouder of het mogelijk is om te vermelden dat een deel van de raad andere uitgangspunten heeft dan in het voorwoord genoemd. PvdA en Gemeentebelangen-VVD denken immers heel anders over de schepping. Volgens wethouder De Jong was dat niet mogelijk, omdat als de gemeenteraad beslist het een democratisch besluit is door de gehele raad genomen.

De (concept) besluitenlijsten

De (concept) besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 9 februari 2010 is digitaal na te lezen. Daar staat tussen punt 5 en 6: “Ten aanzien van pt. 7 volgt een mededeling van wethouder De Jong. Op 27 januari jl. is een gesprek gevoerd met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort waarin begrip werd getoond voor wederzijdse standpunten. Vandaag is in de terugkoppeling de goede toonzetting bevestigd, hoewel de RCE nog niet helemaal overtuigd is over de keuze die de raad zal maken.7 De (concept) besluitenlijsten van de vergaderingen van 12 en 26 januari 2010 maken geen melding van deze kwestie. De rest van het jaar is in deze besluitenlijsten ook niets te vinden hierover. Pas in de (concept) besluitenlijst van de vergadering van 11 januari 2011 lezen we opnieuw iets van de archeologische beleidsnota. Helaas gaat het om een opiniërend gedeelte waarvan geen verslag wordt gegeven.8 In de (concept) besluitenlijst van de vergadering van 25 januari 2011 lezen we opnieuw iets over het archeologisch adviesbeleid. Op deze vergadering dient de heer La Roi (van de CU) mede namens de SGP en PvdA een amendement in ten aan zien van het voorwoord van het rapport. Dit amendement wordt unaniem aanvaard. Met algemene stemmen wordt besloten om ‘(1) De ingediende zienswijze van wijlen dhr. J. de Wolde te Staphorst gegrond te verklaren, (2) de archeologische beleids- en adviesnota vast te stellen met de in de bijlage 1 opgenomen en door de raad vastgestelde voorwoord, en (3) het beleid te gebruiken als bouwsteen voor de actualisering bestemmingsplannen’.9 SGP en CU hadden met resp. 6 en 4 zetels in 2010 een meerderheid in de raad van 17 zetels. Andere partijen waren CDA (3 zetels), PvdA (2 zetels) en Gemeentebelangen (2 zetels).

Bijdrage Den Ouden

Hierboven zien we dat op de raadsvergadering van 25 januari 2011 werd besloten tot de aanvaarding van het rapport van BAAC met toevoeging van het voorgestelde voorwoord. Op de vergadering van 11 januari 2011 leverde Arie den Ouden (SGP) een bijdrage aan de discussie. Deze bijdrage is nog terug te lezen op de website van de SGP Staphorst en wil ik hieronder samenvatten.10

Volgens Den Ouden is het beleidsveld archeologie een wettelijke taak van de gemeente. Het raadslid geeft aan dat hij tevreden is met de verwerking van de gegevens van wijlen de heer J. de Wolde. Om welke gegevens het hier gaat wordt niet vermeld. Bij de behandeling van het concept in de commissie is besloten een verstoringsdiepte aan te houden van 50 centimeter en een oppervlakte van 100 vierkante meter. “Als daarbij archeologische resten ongezien verloren gaan, betreuren we dat enigszins, want hier geldt: weg is weg.” Anderzijds komt dat de werkbaarheid wel ten goede, daarom stemt de SGP hiermee in. Den Ouden vraagt zich nogmaals af of er ook rekening gehouden is met zijn vraag over diep geploegde aarde. Hierbij zijn archeologische resten al verstoord. Worden deze percelen van een beschermde status ontheven?

Na deze korte technische opmerkingen gaat Den Ouden verder in op de verhouding tussen geloof en wetenschap. Volgens de SGP’er heeft de Heere de aarde door wijsheid gegrond en de hemelen door verstandigheid bereid. Hij verwijst hierbij naar Spreuken 3:19-20. “We stellen vast dat velen deze waarheid niet willen geloven. Het merkwaardige is dat deze mensen de uitkomsten van de seculiere wetenschap als onomstotelijk bewezen achten. Dat is echter niet zo! Als we één kernwoord moeten noemen om de seculiere wetenschap te karakteriseren, dan is dat het woord: hypothese (om van het woord reductie nu maar te zwijgen). Er wordt aangenomen…! En dat wordt dan wel geloofd. Het is dus geen geloof tegenover feit, maar geloof tegenover geloof.” Den Ouden geeft aan dat creationistische wetenschappers steeds meer, met de feiten in de hand, aantonen dat de schepping en de zondvloed realiteiten zijn geweest. “Het blijkt dat het ontstaan van zoutlagen, fossiele brandstoffen, de scheiding van werelddelen en de vorming van grillige aardlagen alleen door enorme krachten en hoge temperaturen in relatief korte tijd ontstaan zijn. Ook radiometrische metingen blijken te falen.

Den Ouden verdedigt naast dit creationistische onderzoek een volwassen schepping. “En heel eenvoudig: toen op de derde dag ‘gras, kruid en bomen’ geschapen werden, waren dat gewoon volwassen bomen, met de jaarringen erin. De leeftijd is in deze bomen meegeschapen, zoals met de gehele schepping.” Bovendien is de wetenschap nog zeer jong en heeft het gewoon nog wat meer tijd nodig.

Het raadslid vat zijn verhaal nog eens samen: “Wij gaan uit van het Bijbelse gegeven dat de aarde ca. 6.000 jaar oud is, en we wijzen het hypothetische uitgangspunt van de evolutionistische wetenschap ondubbelzinnig af. Mitsdien nemen we de datering van de aarde en de daarbij behorende archeologische periodisering zoals in dit rapport neergelegd, voor kennisgeving aan. Dat laat onverlet dat we de feitelijke gegevens die vanuit het bodemarchief tot ons komen, van waarde achten. We stemmen daarom in met de bescherming van het bodemarchief binnen de grenzen van onze gemeente zoals dat vastgelegd is in deze nota.

Daarna stelt hij namens de SGP-fractie een voorwoord voor. Met daarin de vertolking van het SGP -strandpunt in deze kwestie. Alleen de centrale as citerend: “Als raad van de gemeente Staphorst geven we aan ons uitgangspunt te nemen in het Bijbelse gegeven dat de aarde ca. 6.000 jaar oud is. Het hypothetische uitgangspunt van de evolutionistisch georiënteerde wetenschap wordt door ons niet gedeeld. Daarom wordt de datering van de aarde en de daarbij behorende archeologische periodisering zoals neergelegd in deze nota, door ons voor kennisgeving aangenomen.” Daarmee sloot Den Ouden zijn bijdrage af.

Bijbelse visie versus naturalistische visie

De fracties gaven dus aan dat er ook de Bijbelse visie op de leeftijd en het ontstaan dan de aarde moet worden verwoord. Met de Bijbelse leeftijd doelde men op de creationistische zienswijze dat de aarde maximaal zesduizend jaar oud is. Dit verzoek is, volgens raadslid Klaas Harke (CU), niet vreemd omdat in het Darwinjaar 2009 ook aandacht was voor beide visies. Deze bijbelse visie, naast de naturalistisch-wetenschappelijke visie, gaat volgens het CU-raadslid ook niet tot praktische problemen of een intern conflict leiden: “De plaatsen Staphorst en Rouveen zijn na het ontstaan ervan meerdere keren verplaatst. Naar die vroegere lintbebouwing moet mogelijk onderzoek worden gedaan. Dat gaat misschien 1400 jaar terug, maar over die periode verschillen we absoluut niet van mening.” Hoeveel onbegrip er is over de geloofsuitspraak dat de aarde niet meer dan zesduizend jaar oud is blijkt wel uit een uitspraak van Messchendorp (PvdA): “De wetenschap gelooft in een aarde van 5 miljard jaar oud en sommige christenen hebben het over zesduizend jaar. Dat ligt zover uit elkaar dat ik daar niet eens serieus op in wil gaan.” Hoewel wetenschappers uitgaan van een miljarden oude aarde, geloven de CU en SGP op grond van bijbelse uitgangspunten dat de aarde ongeveer 6.000 jaar oud is. Hoewel CU-raadslid Klaas Hanke zich daar niet helemaal op vast wil pinnen: “Schattingen over de leeftijd van de aarde lopen in christelijke kring uiteen van zes- tot twaalfduizend jaar.

Zelfs de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dr. Ronald Plasterk (PvdA) liet van zich horen in deze kwestie. De geleerde gaf aan dat volgens hem ‘de aarde (…) vijf miljard jaar oud’ is. ‘En dat is helaas niet onderhandelbaar.’ Toch wilde hij op 30 januari 2010 nog niet oordelen over een gemeentelijk rapport waarin óók de bijbelse visie op de leeftijd en het ontstaan van de aarde wordt verwoord. “Dat wil ik eerst zien.” Hierboven zagen we dat bodemkundige Leo Tebbens tijdens zijn presentatie zich geconfronteerd zag met de wens van de gemeenteraad. Tebbens gaf tegenover NRC aan dat hij bereid is om ‘bij de dateringen een paragraaf in te lassen waarin gewezen wordt op het bestaan van andere standpunten hierover’. In de formulering van wethouder De Jong dat er andere visies mogelijk zijn, kan Tebbens zich niet vinden. “Nee, het woord ‘mogelijk’ is een brug te ver. We zijn bereid feitelijk vast te stellen dat er andere visies zijn. Maar wat ons betreft is het niet mogelijk de leeftijd van de aarde op zesduizend jaar te stellen.

Dinosaurus in het bos?

De Stentor bevroeg de CU- en SGP-fractie over deze kwestie. De verslaggever vroeg zich af: Stel dat er in het Staphorster bos resten worden gevonden van dinosauriërs, resten die volgens wetenschappers miljoenen jaren oud zijn, zouden deze resten dan niet echt kúnnen zijn? Niet echt kunnen zijn, omdat de aarde nog niet zo lang bestaat. Volgens Harke en Den Ouden gaat zou het hier dan wél om echte vondsten gaan, alleen zouden deze vondsten dan vanuit een ander perspectief (of vanuit andere vooronderstellingen) worden bekeken. Den Ouden: “En ook als hier een vuistbijl uit de steentijd gevonden wordt, gooien we die niet bij de vuilnis. In onze visie zijn die resten wel minder oud. Maar of scherven nou 3.000 of 30.000 jaar oud zijn, ze blijven waardevol.” De raadsleden hadden liever gezien dat het complete rapport van BAAC herschreven zou worden. Harke: “Maar ik zie ook wel in dat dat niet haalbaar is.” Harke geeft aan dat de kans op een dinosaurus in het bos niet groot is. “Vooral de linten waar Staphorst en Rouveen vroeger lagen, vormen een belangrijk onderdeel van het rapport. Die bebouwing gaat hooguit 1000 jaar terug en over die periode verschillen de standpunten niet.

Bijbel tegenover wetenschap?

In de nieuwsberichten wordt een valse dichotomie (valse tweedeling) voorgesteld. In deze Staphorster kwestie gaat het niet over de Bijbel tegenover de wetenschap, maar de creationistische wetenschapsbeoefening tegenover de naturalistische wetenschapsbeoefening. De eerste houdt rekening met Gods openbaring (de Bijbel) als kennisbron, de tweede niet. De kop van De Telegraaf, namelijk ‘Staphorst kent geen Steentijd’ dekt de lading ook totaal niet. Het gaat de CU en SGP-fractie er niet om dat de ‘Steentijd’ weggepoetst moet worden, maar dat dit tijdvak anders gedateerd en geïnterpreteerd moet worden (namelijk in een korte chronologie).11

Ten slotte

Het is bemoedigend dat er mensen zijn in politiek Nederland die op willen komen voor de creationistische visie. Het zou mooi zijn als er rapporten verschijnen waarin ten volle rekening wordt gehouden met de bijbelse chronologie van een zesdaagse schepping, kosmische zondeval, wereldwijde zondvloed en een verspreiding van de mensheid ná de torenbouw van Babel en de spraakverwarring. We hopen dat er rekening gehouden wordt met deze visie in geologische en archeologische rapporten. Vooral in Nederlandse gemeenten waar deze visie door een groot gedeelte van de bevolking gedeeld wordt. Je zou het kunnen vergelijken met de tweemodellenvergelijking die door creationisten voorgestaan wordt in het Nederlandse onderwijssysteem. Het gaat dan niet om primair de creationistische visie, maar om de creationistische en naturalistische visie naast elkaar te zetten.

Voetnoten

Robert Plomp verdedigt theïstische evolutie door te ontkennen dat dieren kunnen lijden

Theïstisch evolutionisten (TE) die orthodox zijn hebben een probleem. Enerzijds geloven ze dat God almachtig en goed is en anderzijds geloven ze dat de schepping tot stand kwam door een evolutieproces waarbij voorafgaand aan de komst van de mens honderden miljoenen jaren honderden miljarden dieren op de meest gruwelijke wijze geleden hebben.1

Verschillende manieren

Nu zijn er voor TE-ers verschillende manieren om met dit probleem om te gaan. De makkelijkste manier is gewoon het probleem te negeren. Als we zelf ook weinig met dieren te maken hebben, is dit eenvoudig. Een andere methode is, om te belijden dat God niet almachtig is. Hij kon deze aarde nu eenmaal niet op een andere manier zó mooi maken, met de mens als eindresultaat, dan door gebruik te maken van een gruwelijk evolutieproces van dood en verderf. Een vergelijkbare methode is om te belijden dat God op een andere manier goed is, dan wat wij mensen als goed beschouwen, en dan op zo’n manier dat God niet op een oneindig hoog verheven manier goed is maar juist op een platte aardse manier. Als God dan in Genesis 1 zegt dat Hij zag dat het goed was, dan is dat volgens zo’n TE-er goed in de vorm van geschikt. Zoals de slaven in Egypte geschikt waren voor het bouwen van piramides en de Hebreeuwse jongetjes geschikt waren als krokodillenvoer. Zo is God in de ogen van een TE-er als een Farao, die tevreden is over het geleverde evolutiewerk.

Andere oplossing

Er is nog een andere “oplossing”. Die wordt gekozen door Robert Plomp. Robert Plomp is een TE-er die over dit onderwerp schrijft op zijn website “vrome praatjes” en ook op andere manieren over dit onderwerp en verwante onderwerpen communiceert. Volgens Robert Plomp kunnen dieren niet lijden. Hij zegt dat er om te kunnen lijden kritische zelfreflectie nodig is, en dat hebben dieren niet.

Robert schrijft: “Nu concludeer ik dat lijden en een hoge mate van zelfbewustzijn bij elkaar horen. Pijn is in zichzelf geen lijden, hoe erg de pijn ook kan zijn. Het lijden wordt veroorzaakt doordat wij als mensen gaan reflecteren op de vraag wat dit lijden betekent voor wie wij zijn wat onze toekomst is. Maar ook als we niet uit kunnen sluiten dat dieren lijden, kun je het nog niet gelijkstellen aan moreel kwaad. Zonder reflecterend zelfbewustzijn is er geen moreel verschil tussen een komeet die een levenloze planeet in stukken uit elkaar slaat, een boom die door de bliksem getroffen wordt of een vis die opgegeten wordt door een haai.

De conclusie van Robert is gebaseerd op onzinnige argumentatie. Hij haalt hier bewustzijn en zelfbewustzijn door elkaar. Dieren vallen voor hem in dezelfde categorie als planten. Voor Robert is er in ethisch opzicht geen verschil of er een ster uit elkaar knalt of dat het achterlijf van een dier onder een rotsblok verpletterd wordt. Van lijden is in beide gevallen geen sprake. Levensgevaarlijk is deze gedachte. Want dit betekent dat alle wezens die geen bewuste zelfreflectie hebben volgens Robert niet kunnen lijden. Het idee alleen al dat honden, cavia’s, konijnen, apen, katten en dolfijnen niet kunnen lijden is in onze tijd ongekend. Eigenlijk is het precies andersom. Doordat de mens kan reflecteren, kan de mens zijn pijn verlichten door zich te focussen op de toekomst, door er betekenis aan te geven. Een dier kan dit niet. Voor een dier is lijden totaal.

Bewustzijn

Om te kunnen lijden is bewustzijn nodig. Biologisch gezien is er geen twijfel dat bij zoogdieren een hoge mate van bewustzijn aanwezig is. Het is bekend dat ze sterk reageren op gedragingen van soortgenoten en op hun omgeving. Dat ze in hoge mate ongerief kunnen ervaren en acute en chronische stress. Zenuwbanen van mensen en dergelijke dieren vertonen grote overeenkomsten en ook basale gedragsresponsen zijn vergelijkbaar. Kunnen die dieren niet lijden? Missen die emoties? Kent Robert de verhalen niet van de honden die hun overleden baasjes niet in de steek wilden laten en verhongerden? Is het voor Robert maar onzin, dat operaties bij dieren onder narcose plaats vinden? Dat bij pijnklachten pijnstillers worden gegeven? Dat er in Nederland zoiets is als een welzijnswet voor dieren? Is het voor Robert onzin, dat dierenartsen worden opgeleid om lijden bij dieren te kunnen waarnemen en zo veel mogelijk te verlichten, dat dierenartsen dit zelfs wettelijk verplicht zijn? Is het raar, dat we in Nederland eisen stellen aan huisvesting en het houden van dieren? Is het vreemd, dat we in Nederland standaard dieren verdoven voordat we ze slachten? Is het bizar, dat er in Nederland celstraf staat op het opzettelijk martelen van dieren?

Maar het gaat natuurlijk nog veel verder. Het kan natuurlijk zo zijn dat Robert zo weinig met dieren te maken heeft, dat hij geen idee heeft van de eigenschappen van deze wezens, maar hij gaat wel om met mensen. Robert ontkent daarmee ook dat jonge kinderen of dementerende mensen kunnen lijden. Op welke wijze dan ook, door pijn, door emotionele of door sociale mishandeling. Eigenlijk ontkent hij dat er zoiets als mishandeling mogelijk is ten opzichte van jonge mensen en demente bejaarden. Het kan geen kwaad om ze aandacht, liefde en zorg te onthouden. Waarom zou je de pijn verlichten, er is toch geen sprake van leed? Je hoeft je om een oud mens met een gebroken heup die ook nog eens in de war is, toch net zo weinig te bekommeren als om een krop sla in de koelkast? Een baby die de moeder mist of die een beklemde liesbreuk heeft, die laat je toch gewoon huilen?

Absurd

Deze gedachten zijn natuurlijk absurd. Ik denk ook niet dat Robert dit werkelijk zo ziet. Ik denk niet dat hij zijn kinderen mishandelt, dat hij huisdieren martelt of dat hij op een jong vogeltje gaat staan als dat toevallig op zijn pad ligt. Eigenlijk geloof ik niet dat Robert gelooft dat zoogdieren en jonge kinderen en dementerende ouderen niet kunnen lijden. Zijn hele verhaal is alleen bedoeld om de theïstische evolutie moreel gezien recht te breien. Maar hij gelooft het zelf niet!

Dr. ir. Erik van Engelen heeft al eerder een artikel geschreven over het lijden van dieren. Dit artikel verscheen hier onder de titel ‘Dierenleed past niet binnen goede schepping’.

Voetnoten

Wetenschapsjournalist schrijft een kritisch commentaar op theïstische evolutie – ‘De werken van Zijn handen’ medio april 2023 D.V. op de markt

Wetenschapsjournalist Bart van den Dikkenberg (MSc.) heeft een lijvig boekwerk geschreven tegen het zogenoemde theïstische evolutionisme. De paperback hoopt medio april 2023 D.V. te verschijnen en wordt uitgegeven door Uitgeverij De Banier. Het boek draagt de titel ‘De werken van Zijn handen: Een kritisch commentaar op theïstische evolutie’. Dat meldt de voorjaarscatalogus van de betreffende uitgeverij.

Wetenschapsjournalist

Bart van den Dikkenberg (MSc.) studeerde af aan de Wageningen Universiteit als ecotoxicoloog en bodemkundige. Momenteel werkt hij als wetenschapsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad. In die hoedanigheid heeft hij al zeer veel interviews gehouden met wetenschappers en ook theïstisch evolutionisten stevig aan de tand gevoeld. Ook draagt de geleerde de Intelligent Design-beweging een warm hart toe. Dit blijkt uit zijn vele boekbesprekingen en artikelen die in het Reformatorisch Dagblad verschijnen over materiaal uit deze stroming. Naast wetenschapsjournalist is Bart van den Dikkenberg ook ambtsdrager en catecheet in de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Ochten. In die hoedanigheid zal hij ongetwijfeld te maken hebben met studenten die door deze kwestie aan het twijfelen zijn of worden gebracht. Het boek is bedoeld voor studenten en andere geïnteresseerden in het thema. Het zal een omvang hebben van ca. 400 pagina’s en voor de schappelijke prijs van ca. € 24,95 verkocht worden.

Beschrijvende tekst

De beschrijvende tekst in de voorjaarscatalogus luidt:

“Theïstische evolutie lijkt een aantrekkelijk alternatief voor de Bijbelse scheppingsleer. We kunnen de evolutieleer aanvaarden, terwijl we het geloof in God als Schepper niet hoeven op te geven. Maar theïstische evolutie roept ook tal van vragen op. De theologische kwesties zijn niet de minste. Op welke manier moeten we Genesis 1-11 lezen? En wat te denken van de verwijzingen naar deze hoofdstukken in het Nieuwe Testament? Waarin openbaart God Zijn scheppingshandelen als alles zich via evolutieprocessen heeft ontwikkeld? Ook doemen er problemen op van filosofische en wetenschappelijke aard. De auteur onderzoekt in dit boek of het theïstisch evolutionisme een begaanbare weg is voor wie onverkort wil vasthouden aan de Bijbel als het Woord van God en tegelijk zijn logisch denkvermogen geen geweld wil aandoen.”

We moeten nog tot april 2023 wachten, maar dat wachten zal hopelijk ruim beloond worden. Waardevol dat Van den Dikkenberg zijn kennis en ervaring nu gebundeld heeft en dat hij dit wil delen met derden. We zien uit naar het boek en zijn blij dat er weer wat verschijnt vanuit bevindelijk-gereformeerde hoek over dit thema!

‘Evolutie: wetenschap of geloof?’ – Student Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (Eerste deel)

In 2021 ging student psychobiologie Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (MSc.). Dit gesprek is door het jongerenblad Daniël opgenomen en op het YouTube-kanaal Daniel Online geplaatst. Met dank aan het kanaal kunnen we dit ook hieronder delen. Vandaag het eerste deel en volgende week deel twee.

VCOG organiseert 31 januari 2023 D.V. een ouderavond over genderverwarring – Hoofdspreker is dr. Benno A. Zuiddam

Op dinsdag 31 januari 2023 D.V. organiseert de VCOG1 een ouderavond over transgenderisme. De avond draagt de titel ‘Wat is de mens?’ en de ondertitel ‘Hoe u kunt omgaan met de genderverwarring van onze tijd’. De avond wordt georganiseerd in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Opheusden. Een belangrijk onderwerp en daarmee een belangrijke avond om bij te wonen. Zeker met de opkomende ideologie van het transgenderisme in het achterhoofd.

Vanaf 19.00 uur is de inloop met koffie/thee. Om half acht is het welkomswoord van de directeur-bestuurder van VCOG, dhr. J.A. Zwerus. Om 19.35 uur opent dr. D. de Wit2, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Kesteren en docent aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeente te Rotterdam, de avond met een korte meditatie. Na de meditatie spreekt dr. B.A. Zuiddam, predikant van de Hersteld Hervormde Kerk, docent aan het Hersteld Hervormd Seminarie en als lector verbonden aan Bijbels Beraad M/V.3 Dit betreft de hoofdlezing van de avond over ‘Wat is de mens?’ De titel is gekozen naar aanleiding van Psalm 8:5. De spreker zal ingaan op de genderverwarring in deze tijd. Onder zijn redactie verscheen vorig jaar het boekje ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’, een waardevol boekje dat in de breedte van de Gereformeerde Gezindte wordt gewaardeerd.4 Na deze lezing is er een vragenronde. Voorzitter van het bestuur van VCOG, ir. G.G. van Bochove, hoopt de avond af te sluiten. De toegang is gratis, wel zal er worden gecollecteerd ten behoeve van de nieuw te bouwen basisschool te Kesteren. De avond is ook waardevol voor niet-leden van de VCOG. Zie voor meer informatie en het adres de flyer hieronder.

Voetnoten

PERSBERICHT: Probleemfossiel zaagt aan stamboom van menselijke evolutie

WADDINXVEEN, 10 augustus 2020 – In 2005 stuitte Yohannes Haile-Selassie, een wereldberoemd wetenschapper, in het stoffige woestijnzand van Ethiopië op de resten van een menselijk ogend fossiel. Hij gaf zijn vondst de naam ‘Big Man’. Nu, vijftien jaar later, blijkt Big Man een probleemfossiel te zijn: het is veel te menselijk en veel te oud om in het evolutieverhaal te passen.

Fossiele botvondsten waarvan beweerd wordt dat ze de evolutionaire geschiedenis van aap naar mens laten zien, zijn er genoeg. Maar lang niet alle vondsten passen mooi in dat plaatje. Big Man is er daar een van. Het fossiel werd gevonden in de Afar-driehoek in Ethiopië, en werd met seculiere dateringsmethoden gedateerd op 3,6 miljoen jaar. Haile-Selassie deelde het fossiel in bij dezelfde soort als het beroemde fossiel ‘Lucy’ (Australopithecus afarensis). Veel seculiere wetenschappers zien Lucy als een evolutionaire overgangsvorm tussen de vermeende aapachtige voorouders en moderne mensen.

Lucy in de prullenbak

Het christelijke populairwetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine betoogt in zijn nieuwste uitgave echter wat anders: ‘Ondanks dat Big Man is geclassificeerd als A. afarensis, lijkt het fossiel op veel punten helemaal niet op dat van Lucy. Sterker nog, het lijkt grotendeels op dat van een mens. En dat is voor evolutionisten een groot probleem’. Het fossiel is met zijn 3,6 miljoen jaar – volgens de evolutionaire tijdschaal althans – namelijk zo’n 400.000 jaar ouder dan Lucy, en ruim een miljoen jaar ouder dan de eerste fossielen van het geslacht Homo, waartoe mensen behoren. Als Big Man werkelijk een mens was, kunnen Lucy en andere veronderstelde tussenvormen tussen aapachtige voorouders en moderne mens dus de prullenbak in, en zullen evolutionistische wetenschappers met een nieuwe vooroudersoort op de proppen moeten komen.

Menselijke eigenschappen

Om die stelling kracht bij te zetten, somt Weet Magazine allerlei menselijke eigenschappen van het fossiel op. Zo was Big Man 1,50 meter lang; dat is een halve meter langer dan Lucy. Bovendien was hij was minstens dubbel zo zwaar, en lijken de ruggengraat, ribben, en het bekken van Big Man een stuk menselijker dan die van Lucy. ‘Als je objectief naar het fossiel kijkt, heeft het meer weg van een mens dan van Lucy’, aldus het christelijke magazine.

Big problem

Voor Bijbelgetrouwe christenen, die de miljoenen jaren oude datering verwerpen, is de vondst geen probleem. Zij kunnen de botten toewijzen aan een mens die na de zondvloed in een omgeving leefde waar ook uitgestorven apensoorten leefden. Voor evolutionisten vormt Big Man echter een ‘big problem’: het ondermijnt de status van de huidige veronderstelde tussenvormen en legt zo de bijl aan de wortels van de menselijke evolutiestamboom.

Online

Hieronder ziet u welke (online) media en of andere kanalen aandacht hebben besteed aan dit bericht:

(1) Weet Magazine: https://oud.weet-magazine.nl/probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie/.
(2) Logos Instituut: https://logos.nl/probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie-populairwetenschappelijk-tijdschrift-weet-belicht-probleem-voor-evolutietheorie/.
(3) De Atheïst: http://deatheist.nl/index.php/artikelen/668-creationisten-en-menselijke-evolutie.
(4) CVandaag: https://cvandaag.nl/80814-probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie?viacip=true.
(5) Newsletter Collector: https://newslettercollector.nl/newsletter/anne-en-arnan-wonen-in-een-busje-we-geloven-dat-god-dit-van-ons-vraagt/.
(6) Fundamentum: https://oorsprong.info/persbericht-probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie/.

Overzicht van gepubliceerd naturalistisch-wetenschappelijk onderzoek van creationistisch paleontoloog dr. Marcus Ross naar Mosasauriërs en het Mesozoïcum

In 2006 promoveerde creationistische paleontoloog dr. Marcus Ross op de Mosasauriërs. Grote zeereptielen die ooit de Nederlandse Krijtzee domineerden. Dit promotieonderzoek ging niet zonder ophef. Immers, hoe kan een creationist promoveren op een naturalistisch onderzoek. Hierover hoop ik, als de Heere leven en gezondheid geeft, nog een keer over te schrijven. De bibliothecaris van de ‘University of Rhode Island’ was zo vriendelijk om het proefschrift van Ross in te scannen en te publiceren op de website van de universiteit. Het proefschrift heeft als titel: ‘Richness Trends of Mosasaurs (Diapside, Squamata) During the Late Cretaceous‘. Zijn promotieonderzoek was de reden om hem in 2021 uit te nodigen om te spreken over dit onderwerp op een congres over ‘Bijbel & Wetenschap‘.1 Zijn lezing heb ik samengevat in een artikel voor Weet Magazine2.3 Masterstudent geologie Willem Jan Blom heeft het onderzoek van Ross ook genoemd in zijn overzicht.4 Zijn overzicht is de aanleiding tot dit artikel en zorgt voor de drang om het méér compleet te maken. Daarom heb ik op deze website ook al twee overzichten gemaakt (zie voetnoot).5 Vandaag publiceer ik het overzicht rondom het onderzoek van dr. Marcus Ross naar Mosasauriërs en het Mesozoïcum. In tegenstelling tot Blom neem ik wel de abstracts van de naturalistisch-wetenschappelijke conferenties mee.6 Dit omdat je dan laat zien dat je de onderzoeksresultaten bloot wil stellen aan kritiek.

Wetenschappelijke artikelen vanuit het Mosasaurus-onderzoek

(2004) Ross, M.R., Stratigraphy and Analytic Paleontology of the Lowe Pierre Shale at Brown Ranch, Southwestern South Dakota, Proceedings of the South Dakota Academy of Science 83: 163-181.
(2006) Ross, M.R., Trans-Atlantic Correlations of Upper Cretaceous Marine Sediments: The Mid-Atlantic (USA) and Maastricht (Netherlands) Regions, Northeastern Geology and Environmental Science 28 (1): 34-44.
(2009) Ross, M.R, Charting the Late Cretaceous Seas: Mosasaur Richness and Morphological Diversification, Journal of Vertebrate Paleontology 29 (2): 409-416.
(2010) Ross, M.R., Hoesch, W.A., Austin, S.A., Whitmore, J.H., Clarey, T.L., Garden of the Gods at Colorado Springs: Paleozoic and Mesozoic sedimentation and tectonics, in: Morgan, L.A., Quane, S.L. (eds.), Through the Generations: Geological and Anthropogenic Field Excursions in the Rocky Mountains from Modern to Ancient, Geological Society of America Field Guide 18: 77-93.

Abstracts vanuit het Mosasaurus-onderzoek gepresenteerd op conferenties van de Geological Society of America

(2003) Ross, M.R., Cuffey, R.J., Chondrichthyan and Reptilian Fossils from the Upper Cretaceous Peedee Formation at Elizabethtown, Southeastern North Carolina, and Comparison to New Jersey Faunas, Geological Society of America Abstracts with Programs 35 (1): 66.
(2006) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Resolving Mosasaur (Diapsida, Squamata) Extinction Across the Atlantic, Geological Society of America Abstracts with Programs 38 (7): 401.
(2010) Ross, M.R., Integrative Approaches to Late Cretaceous Marine Biostratigraphy and Biogeography, Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5): 510.

Abstracts vanuit het Mosasaurus-onderzoek gepresenteerd op overige wetenschappelijke congressen

(2004) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Refining Global Mosasaur Biostratigraphy, Presented at the First Mosasaur Meeting.
(2004) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Quantitative Approaches to Late Cretaceous Shallow-Marine and Shelf Stratigraphy of Marine Vertebrates, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2007) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., New Tools to Uncover Trends in Mosasaur Richness and Morphology Stratigraphically Correlated Assemblages, Presented at the Second Mosasaur Meeting.

Bachelor- en Mastertheses en Dissertaties vanuit het Mosasaurus-onderzoek

(1998) Ross, M.R., A Faunal Assemblage Study of the Peedee Formation, North Carolina, and Comparison with New Jersey Formations, Bachelorthesis Pennsylvania State University.
(2002) Ross, M.R., Stratigraphy and Paleontologic Resources of the Lower Pierre Shale at Brown Ranch, Masterthesis South Dakota School of Mines and Technology.
(2006) Ross, M.R., Richness Trends of Mosasaurus (Diapsida, Squamata) During the Late Cretaceous, Ph.D. Dissertation University of Rhode Island.

Voetnoten