Welkom op deze website!

Deze website is de thuisbasis van de organisatie Fundamentum. Fundamentum zet zich in op het gebied van geloof en wetenschap, medische ethiek en apologetiek. Eigenaar van de website is Jan van Meerten. De website is ook de landingswebsite van het jaarlijkse congres ‘Bijbel & Wetenschap‘. Deze website bevat informatie over allerhande onderwerpen zoals seksuele gerichtheid, pro-life, wereldgodsdiensten (zoals Islam, Hindoeïsme etc.) en vooral over scheppingsleer, -geloof en -paradigma. In het laatste geval zijn wij voorstander van het klassieke scheppingsgeloof met een zesdaagse schepping, een historische zondeval en om niet meer te noemen een wereldwijde zondvloed. Verder gebruikt Jan van Meerten deze website om eerder door hem geschreven artikelen te bundelen en het onderwerp waarin hij zichzelf aan het specialiseren is uit te werken. Het gaat dan om paleoecologie, paleoklimatologie en paleontologie, meer specifiek de ecosystemen van de dinosauriërs (het zogenoemde Mesozoïcum), nog meer specifiek de zoogdierachtigen en vogelachtigen in deze ecosystemen. Zijn overige artikelen kunnen gelezen worden als (wetenschap)journalistieke stukken. De website bevat ook gastbijdragen van medechristenen. Als laatste is het ook de landingswebsite van de genealogie van het geslacht Van Meerten en Betuwse streekgeschiedenis. U kunt uzelf hier abonneren op de nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief verschijnt maandelijks en zal alle onderwerpen behandelen behalve informatie over het geslacht Van Meerten. De nieuwsbrief bevat altijd de mogelijkheid om uzelf af te melden. Van harte welkom op deze website en veel leesplezier! Feedback kan gegeven worden via de pagina ‘hier mag u uw hart luchten‘. Op deze pagina zullen wij zelf niet veel reageren. Op reacties, vragen of stellingen wordt gereageerd in de rubriek ‘Feedback & vragen‘. De feedback kan ook gegeven worden via info@oorsprong.info.

Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura.
Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura. Deze foto is genomen in het Natural History Museum in Londen en afkomstig van de internetencyclopedie Wikipedia.

Dr. Jan-Hermen Dannenberg vanwege complexiteit levende cel ‘behoorlijk sceptisch over aanpak’ van team prof. Cees Dekker (EVOLF)

Het team van prof. dr. Cees Dekker heeft 40 miljoen euro gekregen om met zijn project EVOLF synthetisch leven te creëren. Of Dekker daarin slaagt is de vraag, in het voorwoord van de nieuwsbrief van Fundamentum gaven we aan dat dit project waarschijnlijk onze kennis van de levende cel zal vergroten, maar ook extra argumenten vóór Intelligent Design zal opleveren.1 Het project van Dekker is ook in christelijke kranten het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad besproken.2

In het RD van 12 juni 2024 reageert dr. Jan-Hermen Dannenberg in een column op het project. Hij geeft aan dat het ontstaan van leven nog steeds een raadsel is. Hoe kan leven ontstaan uit levenloze materie? Dannenberg ziet het experiment van Urey en Miller in 1952 als een van de bekendste experimenten. In 1953 werd de structuur van het DNA ontdekt. Dit ‘maakte duidelijk dat de informatie voor alle biologische processen opgeslagen ligt in het DNA en hoe (erfelijke) eigenschappen worden doorgegeven van de ene cel naar de andere’. Dr. Dannenberg heeft dit ook helder en uitgebreider uitgelegd op de conferentie ‘Bijbel & Wetenschap 2023’.3 Maar er blijven veel vragen over. Bijvoorbeeld ‘hoe levenloze moleculen, zoals het DNA en eiwitten, samen voor een levende cel kunnen zorgen’. Om het mysterie van de levende cel verder te ontrafelen heeft de Delfse hoogleraar Dekker 40 miljoen gekregen. Met 1 miljoen euro, die Dekker in 2015 kreeg, is dit niet gelukt. Dr. Dannenberg is daarom, net als dr. Borger elders op deze website4, ‘behoorlijk sceptisch over deze aanpak’. Hij licht dat in zijn column toe: “De complexiteit van een cel, die een kosmos op zichzelf is, wordt mijns inziens zwaar onderschat. De verwachting is dat het bij het construeren van een synthetische cel duidelijk wordt welke principes aan biologisch leven ten grondslag liggen. Voor zover ik weet, zijn de meeste ontdekkingen in de biologie niet op die manier tot stand gekomen. Zo kwam bijvoorbeeld de structuur van DNA op uit een hele serie experimenten waarbij niemand een idee had hoe DNA eruit zou moeten zien. En in eerste instantie besefte ook niemand hoe DNA informatie bevat.” Dannenberg hoopt, net als in het voorwoord van de nieuwsbrief omschreven is, dat Dekker en zijn team tot nieuwe inzichten over het leven komen. Maar ook, dat deze kennis zal leiden tot eer van de Schepper (naar Psalm 8).5

Voetnoten

Akte van schenking door Derick van Meerten en Christina van Eck wanneer zij hun dochter Theodorica in 1502 naar het St. Agnietenklooster (Rhenen) sturen

Transcriptie RAU A351049: Overgifte van een kamp land te Meerten, 3½ morgen groot, genaamd Bergelee, door Derck van Meerten en Christina van Eck aan het Sint Agnietenconvent te Rhenen voor het levensonderhoud van hun dochter Theodorica in dat klooster, de dato 25-05-1502.1

Copija.

Wij Derck van Meerten ende joffrow Chrijstina van Eck, echte huijsfrow Derck voorscreven, doen kont ende bekennen overmijts desen apenen brijeff, soe als wij ter eeren Goedts, Maria Zijnder liever moeder ende der heijlighe joffrow Sunte Agneten, onse dochter Theodorica gebracht hebben in den Joffrowenclooster bijnnen Rhenen, soe en wijllen wij nijet dat zij der aelmijssen leven zal. Soe hebben wij gegheven ende overmijts desen openen brijeff geven den voorgenoemten Convent Sunte Agnijeten besloten zusteren bijnnen Rhenen een kamp lants gheheijten Bergelee, houdende omtrent IIII mergens lantz, een luttel mijn offte meer, ter goeder maeten, gelijck als die voergenoemten kamp van outs geleghen es, gelegen in den kerspel van Lijnden in der maelschap van Meerten, oestwert naest gelant die Nedermedensche straet, suijtwert die heeren van Mariëndael, westwert die Hoemeijsche straet, noertwert Borre van Meerten, mijt egghen ende eijnden, mijt allen zijnen rechten ende toebehoerren, voir een goet vrij leen Cornelis van Brakel mijt dusdanijghe vorwarden ende goeden onderscheijt. Waert saecke dat onse dochter voorscreven, die wij in den voorscreven clooster geborcht hebben, afflivijch werdde, des Godt voorhueden, bijnnen jairs, soe sal der voorscreven kamp ende erff wederom vrij aen ons komen, ombecroont des voorscreven convent. Mer zij dan langer in levende lijeffe bleve nae den voorscreven jair ende dat Godt Zijnen wijlle dede mijt onse dochter voorgenoemt, soe kennen wij voir ons ende onsen erven dat dat convent bijnnen Rhenen gegoet, geërfft ende gerechtijcht ijs ende blijven zal ten ewijghen daghen, sonder ons becroijen off ijmants van ons off onser wegen, ende wij dairaff ontgoet, onteerfft ende ontrecht zijn ende blijven zullen ten ewijghen daghen. Voirt waert saecke dat onse dochter voorgenoemt langer in levende lijeffe bleve dan ick off mijn huijsfrow, soe sullen ende wijllen wij den voorgenoemten convent maecken een goet reedelijck testament nae goetduncken onser consciëntiën. Hijermede zal dat convent gescheijden weesen van ons als van enijger erfftael te hebben off te boeren van ons off van onsen erven. Ende want dan dijt voorscreven lant een leengoet is Cornelis van Brakel ende dan dair enijch gebreck off hijnder geschijeden in der overgijfften offte vestenijsse off in enijghe dijenst hercomende van des leenheers weghen, soe geloven wij Derck van Meerten ende joffrow Chrijstina echte huijsfrow als principael saeckwolders voir ons ende onsen erven desen voorscreven hijnder ende gebreck aff te doen buitten schaede des voorscreven conventz. Ende wij Jan van Meerten ende Arnt van Eck Dircxsoon geloven mede als goede erffwaerborcht voir ons ende onsen erven dit voorscrevene aldus te geschijeden ende t’ houden alle die puncten glijck voorscreven staet der voorscreven convent. Waert saecke dat dat voorscreven convent hijer en boven enijghe hijnder, schade off gebreck kreghe, dede off leede in enijgherwijs geloven wij Derck ende joffrow Chrijstina voorgenoemt als principael ende wij Johan ende Arnt voirgenoemt als goede erffwairborge geloeven mede voir ons ende onsen erffen dat voorgemelten convent op toe rechten ende toe gelden tot haers selves simpels segghen ende waerheijt. Ende alledijnck sonder arch unde lijst. In oirkonde der waerheijt ende rechten tuijghen soe hebben wij Derck ende joffrow Chrijstina echteluijden voirgenoemt voir ons ende onsen als principael saeckwolders ende wij Johan van Meerten ende Arnt van Eck vurgenoemt als goede erffwaerborgen voir ons ende onsen erven oick onse segele gehanghen aen desen apenen brijef. Gegheven in ’t jair ons Heeren vijffthijenhondert ende twee opten heijlighen Sacramentsavont.

Transcriptie door dr. P.D. Spies, de dato 11-06-2024.

Voetnoten

Een tweetal inleidingen op het Oude Testament – Bespreking ‘Introduction to the Old Testament’ en ‘Prepare the Way of the Lord’

Bij uitgeverij Hendrickson Publishers verscheen in 2016 een herdruk van de klassieke inleiding van Roland Kenneth Harrison op het Oude Testament. Dit werk dat in 1969 voor het eerst werd gepubliceerd, is nog altijd zeer de moeite waard. Voor predikanten en studenten in de theologie is het een naslagwerk van blijvende waarde.

Het is de uitgebreidste conservatieve inleiding op het Oude Testament die ooit is verschenen. Aan de behandeling van de afzonderlijke boeken van het Oude Testament gaat een uitvoerige bespreking van de geschiedenis van de studie van het Oude Testament vooraf, de archeologie van het Midden-Oosten, de tekst en canon van het Oude Testament de godsdienst van Israël en de theologie van het Oude Testament. Dat verhoogt de waarde van dit standaardwerk.

Vragen naar de omvang van de zondvloed en de datering van de exodus komen aan de orde. Harrison geeft de voorkeur aan een datering van de exodus in de dertiende eeuw. Zelf meen ik dat er niet alleen in het licht van Bijbelse, maar mede in het licht van buiten-Bijbelse gegevens, meer te zeggen valt voor een datering in de vijftiende eeuw. Een standpunt dat wij in Neder­land in de Studiebijbel terugvinden.

Op de bespreking van de canonieke boeken van het Oude Testament volgt een bespreking van de apocriefe boeken. Het onderscheid tussen deze twee categorieën wordt door Harrison ten volle recht gedaan. Bij elke boek van het Oude Testament gaat Harrison in op het ontstaan, de historische achtergrond en de belangrijkste thema’s

Van recenter datum dan de inleiding op het Oude Testament van Harrison is die van R. Reed Lessing en Andrew E. Steinmann. Deze oudtestamentici behoren tot de Lutheran Church Missouri Synod, een zogenaamde main­line church die vasthoudt aan haar confessionele wortels. Hun inleiding kenmerkt zich door twee zaken. Dat is allereerst dat de auteurs maximaal recht wensen te doen aan het zelf­getuigenis van het Oude Testament. Dat blijkt niet in de laatste plaats bij de be­spreking van de Pentateuch, Jesaja en Daniël.

Daarnaast heeft hun inleiding meer dan die van Harrison sterk het karakter van een theolo­gische weergave van de oudtestamentische Bijbel­boeken. Zowel aan de eigenheid van het Oude Testament wordt recht gedaan als aan het feit dat het Oude Testament aangelegd is op het Nieuwe Testament. Bij elk oudtestamentisch Bijbelboek vinden we een paragraaf ‘zonde en genade’ en één over de plaats van Christus in het betreffende Bijbelboek.

De inleiding van Lessing en Steinmann is minder uitgebreid. Vooral omdat na een kort inleidend hoofdstuk direct de afzonderlijke boeken van het Oude Testament aan de orde komen. Dat maakt hem ook wat toegankelijker. Aan het einde van elk hoofdstuk wordt een korte opgave van werken voor verdere studie gegeven.

Omdat de inleiding van Lessing en Steinmann in 2014 verscheen, wordt ook naar de meer recente literatuur verwezen. De twee inleidingen vullen elkaar aan. Zelf zou ik hen die zich willen oriënteren op het Oude Testament die van Lessing en Steinmann als eerste aanraden, omdat deze zowel van recenter datum als overzichtelijker en toegankelijker is. Voor wie meer informatie wil, blijft de inleiding van Harrison een standaardwerk.

N.a.v.: R.K. Harrison, Introduction to the Old Testament: Including a comprehensive review of Old Testament studies and a special supplement on the Apocrypha (Peabody, MA: Hendrickson Publisher, 2016).

Reed Lessing en Andrew E. Steinmann, Prepare the Way of the Lord: An Introduction to the Old Testament (St. Louis: Concordia Publishing House, 2014).

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

Dierenleed en Godsbeeld: ‘Geschapen om te doden?’ – Bespreking van ‘Teeth and Talons Whetted for Slaughter’

Dierenleed en Godsbeeld: ‘Geschapen om te doden?’ was de pakkende titel waarmee het Herman Bavinck centrum een symposium organiseerde over het boek Teeth and talons van prof. dr. P.J. Slootweg, een dissertatie waarmee hij eerder aan de VU Amsterdam promoveerde. De centrale vraag: heeft God dieren oorspronkelijk geschapen om andere dieren op te eten?

Het boek lijkt die vraag met ja te beantwoorden, maar dit blijkt genuanceerder te liggen. Op het symposium gaf Slootweg aan dat theïstische evolutie voor hem behoort tot de sfeer van voorveronderstellingen en niet tot experimentele wetenschap; en: Augustinus vond uiteindelijk ook dat dieren vegetarisch geschapen zijn. Soms is er verwarring over deze kerkvader omdat Augustinus vanuit zijn neoplatoonse filosofie de sterfelijkheid van dieren anders opvat dan die van mensen. Carnivorisme is volgens Augustinus een verschijnsel van na de zondeval.

Teeth and talons’ verwijst naar een Engelse uitdrukking die aangeeft dat de natuurlijke wereld zoals we die nu kennen gekenmerkt wordt door doden om te overleven. Een belangrijke vraag die de dissertatie van Slootweg onderzocht is of dierenleed als theologisch problematisch werd ervaren in de periode tussen 1600 en 1961 en welke verschuivingen er waren. Zijn conclusie is dat dierenleed ruim voor Darwin als theologisch probleem werd gezien in relatie tot het godsbeeld. Sinds het begin van de 17de eeuw waren door de Verlichting reeds dusdanige verschuivingen opgetreden dat dierenleed en een goede schepping door diverse theologen als verenigbaar werden gezien. Professor Slootweg vat het als volgt samen: ‘It was not only because of Darwin’s theory of evolution that people began to wonder what the suffering of animals meant for the belief in a God who lovingly cares for all living beings; they had been thinking about this since at least the first decades of the seventeenth century’ (409).

Het boek eindigt met een ethische conclusie over evolutie en dierenleed: ‘Rejecting evolution does not solve this problem and accepting evolution does not make it worse’ (410). Is dat zo? Teeth and Talons is een systematische studie van theologiegeschiedenis. Toch zou het interessant zijn om ook een principieel evolutionistisch, biografisch en ethisch perspectief toe te passen op deze stelling.

Principieel evolutionistisch: als de mens immers een zoogdier is dat met gebruik van ‘teeth and talons’ opgeklommen is via de piramide van de evolutie, dan heeft de mens niet meer de uitzonderingspositie die hij daarvoor in het westers denken bekleedde. Dan wordt dierenleed een theologische factor voor de mens. Het accepteren van evolutie als ontstaanstheorie laat dus wel een nieuw probleem ontstaan.

Biografisch: Darwins leven reikt belangrijke gegevens aan die van invloed waren op zijn wereldbeeld en wetenschappelijke standpunten. Op persoonlijk vlak moet het gezinsleed van Darwin historisch gewogen worden, dat hem uiteindelijk (tot leedwezen van zijn unitarische vrouw) deed afscheid nemen van God. Door zijn evolutionistisch perspectief was dit menselijk lijden slechts gradueel te onderscheiden van dat van zoogdieren. Het is principieel biografisch dus een vorm van zoogdierleed geworden die hem God vaarwel deed zeggen. Dit was een uiterst pijnlijk proces dat onder tranen plaatsvond.

Ook de ethisch-exegetische implicaties, zowel voor de ethiek als voor de bijbelwetenschap, zijn niet gering als סָמָח (geweld) dat in de Tora gebruikt wordt om de gevolgen van een gevallen schepping bij uitstek weer te geven, via Darwin een scheppingsmethode wordt. De implicaties zijn duidelijk, ook al duurt het een paar generaties voordat dit door de samenleving verrekend wordt. Er is reeds bij Darwin een onuitgesproken verschuiving in het mensbeeld, van kroon van de schepping naar zoogdieren, die het godsbeeld ingrijpend beïnvloedt. Historisch zien we dan ook dat het niet zozeer de Origin of species is dat Darwin controversieel maakt in zijn tijd, maar het latere boek The Descent of Man, and Selection in Relation to Seks. Daar beperkt Darwin zich niet tot de beschrijving en verklaring van contemporaine biologische processen, maar komt hij met een nieuw mens- en wereldbeeld dat aanzienlijke verschuivingen impliceerde voor de ethiek en de geoorloofdheid van daarvoor als zondig beschouwd menselijk gedrag. Aanvankelijke medestanders Wallace en St. George Jackson Mivart konden dit niet meemaken, ten diepste om theologisch-ethische redenen. Het accepteren van darwinisme als ontstaanstheorie introduceert dus een probleem van ethische normativiteit omdat de Schepper wegvalt en de herintroductie van een Schepper binnen evolutionistisch kader exegetisch wringt met de primaire bronnen.

Op deze website hebben we in een aantal artikelen al aandacht besteed aan deze promotie en dit proefschrift (zie hier, hier, hier en hier). Dr. ir. Erik van Engelen schreef daarnaast deze bijdrage en dr. Benno Zuiddam hield deze bijdrage op het in de tekst genoemde symposium.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Theologia Reformata. De volledige bronvermelding luidt: Zuiddam, B.A. van, 2023, ‘Teeth and Talons Whetted for Slaughter’: Divine Attributes and Suffering Animals in Historical Perspective, Theologia Reformata 66 (1): 94-95.

Vrijheid van onderwijs menselijkerwijze gesproken in goede handen met christen en natuurkundige dr. Eppo Bruins als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Er is al veel over geschreven. Christen en natuurkundige dr. Eppo E.W. Bruins is door de partij Nieuw Sociaal Contract (NSC) aangedragen als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W). Voor dit extraparlementaire kabinet heeft dr. Pieter Omtzigt, de fractievoorzitter van NSC, een goede keuze gemaakt. In de digitale nieuwsbrief van NSC schrijft dr. Bruins: “Vanuit mijn diepste overtuiging zal ik de vrijheid van onderwijs, de academische vrijheid en de persvrijheid verdedigen”. De vrijheid van onderwijs (dus óók het reformatorisch onderwijs) is menselijkerwijze gesproken in goede handen.

De Hoftoren (links) waar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in gehuisvest is. Bron: Wikipedia (2018).

Biografisch

Dr. Bruins studeerde natuurkunde en promoveerde in 1995 aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift met als titel ‘The neutron magnetic form factor of the neutron’ (kernfysica). Na zijn promotieonderzoek was hij als postdoc verbonden aan het toonaangevende Massachusetts Institute of Technology (MIT). Daarna werkte hij voor de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) en bij het Lorentz Center aan de universiteit Leiden. Van 2015 tot en met 2021 was Bruins Tweede Kamerlid namens de ChristenUnie. Na zijn Kamerlidmaatschap is Bruins aan de slag gegaan als zelfstandig adviseur en eigenaar van Eppo Bruins Management & Leadership Consultancy1 en is hij onlangs, op voorstel van demissionair minister dr. Robbert Dijkgraaf, benoemd als voorzitter van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI). 2Dr. Bruins is aangesloten bij een evangelische gemeente.3 Nu wordt hij dus door Nieuw Sociaal Contract (NSC) voorgedragen als minister van Onderwijs. Op de website van NSC licht hij zijn besluit toe, daarover hieronder meer. Deze benoeming viel overigens bij verschillende leden van zijn partij niet in goede aarde. Bruins liet gisteren aan het Nederlands Dagblad weten zijn lidmaatschap op te zeggen. “Om verwarring te voorkomen en de ChristenUnie de mogelijkheid te geven vrijuit oppositie te voeren, heb ik besloten, voordat ik beëdigd word, mijn lidmaatschap op te zeggen.4

Inhoudelijk

Bruins ziet zich als juiste persoon op dit departement van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. “Mijn hele loopbaan staat in het teken van wetenschap, technologie en het belang van kennis en kunde voor de Nederlandse economie en samenleving.” Bruins geeft aan dat ‘de toekomst van ons land staat of valt met hoe we de volgende generatie opleiden en vormen’. De aankomende minister erkent ook ‘de noodzaak van onafhankelijke journalistiek en een bloeiende culturele sector’. Bruins wil de ‘doorgeschoten internationalisering in het hoger onderwijs’ aanpakken en ervoor zorgen dat Nederland op het gebied van wetenschap en innovatie aan de top blijft. Hij zal daarbij vooral ‘luisteren naar de deskundige ambtenaren op het ministerie en naar de maatschappelijke sectoren’. “Ruimte en vrijheid voor onderwijs, cultuur en media om op een positieve wijze bij te dragen aan onze samenleving”, is het ideaal van dr. Bruins. Zijn motto? “Kennis is de enige grondstof die nooit opraakt”. 5 NSC is voorstander van de vrijheid van onderwijs. Met dr. Eppo Bruins op de ministerspost in dát in goede handen. Toch geldt dat we zelfs op prinsen geen vertrouwen moeten stellen! Laten we, terwijl we dr. Bruins gedenken in onze gebeden, ook nuchter en waakzaam blijven. “Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij alsof gij het niet ontvangen hadt?” (1 Korinthe 4:7, SV). Soli Deo Gloria!

Datum van tiende ICC bekend en aankondiging speciale conferentie voor creationistische studenten en academici

Het bestuur van de ‘International Conference on Creationism’ (ICC) heeft de datum van de 10e conferentie bekendgemaakt. Deze wordt georganiseerd van 13 tot en met 16 juli 2027 D.V. aan de Cedarville University in de Amerikaanse staat Ohio. Deze conferentie is speciaal bedoeld voor de presentatie van creationistisch onderzoek. 2027 is echter nog ver weg. Om het creationistische onderzoek wat meer te stroomlijnen, heeft het bestuur daarom een nieuw plan bedacht.1

Dit plan maakte bestuurslid en chemicus dr. Aaron Hutchinson deze week via diverse kanalen bekend. Het bestuur wil van 4 tot en met 6 april 2025 D.V. een zogenoemde ‘New Scholars Conference’ organiseren. Op deze conferentie zullen geen grote papers gepresenteerd worden, maar worden studenten en nieuwe wetenschappers aangemoedigd om hun werk te presenteren. Het zal dat gaan om de presentatie van posters met abstracts. Deze presentatie mag 10 minuten duren. Wanneer studenten geïnteresseerd zijn in het presenteren van wetenschappelijk werk, dienen ze een voorstel te schrijven van 300 tot 500 woorden, waarin de poster of het onderzoek wordt samengevat. Het gaat vooral om creationistisch onderzoek, met als uitgangspunt het klassieke scheppingsgeloof. Vanaf 1 december 2024 D.V. is het mogelijk om onderzoeksvoorstellen in te dienen. Hiervoor is anderhalve maand ingeroosterd, de deadline voor inzending van onderzoeksvoorstellen is 15 februari 2025 D.V. Uiteraard worden ook voorstellen van senior wetenschappers aanvaard, maar het bestuur wil vooral studenten en nieuwe wetenschappers aanmoedigen om voorstellen te schrijven. Het bestuur heeft nu al een ‘save-the-date’-aankondiging willen rondsturen. Atmosferisch wetenschapper dr. Steven Gollmer heeft deze aankondiging ook op de website van de ICC geplaatst.2 Binnenkort volgt via deze website meer informatie. Wat zou het mooi zijn als er ook vanuit Nederland een student of (beginnend) wetenschapper, met een warm hart voor het klassieke scheppingsgeloof, gefinancierd zou kunnen worden om zijn of haar onderzoek te presenteren! Soli Deo Gloria!

Voetnoten

PERSBERICHT: Dr. Bert-Jan Heusinkveld nieuwe directeur van de NPV

VEENENDAAL – Het bestuur van de NPV – Zorg voor het leven heeft dr. Bert-Jan Heusinkveld als nieuwe directeur benoemd. D.V. 1 september 2024 treedt hij in dienst. Heusinkveld volgt daarmee Diederik van Dijk op, die in 2023 overstapte naar de SGP-fractie in de Tweede Kamer. Tot de aantreding van Heusinkveld blijft Martijn Schot interim-directeur.

Op dit moment is Heusinkveld predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij studeerde theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn en de Theologische Universiteit Kampen, met medische ethiek als hoofdvak. In 2021 promoveerde hij op het terrein van de medische ethiek aan de Lindeboom Leerstoel van de Theologische Universiteit Utrecht. Daar is hij ook gastdocent medische ethiek.

De combinatie van predikant en wetenschapper maakt Heusinkveld tot een uitstekend boegbeeld voor de NPV. Bestuursvoorzitter Teunis Stoop: “We zijn verheugd over de benoeming van Bert-Jan Heusinkveld. In hem zien we een bevlogen christen die met passie leiding gaat geven aan de missie van de NPV. Samen met alle medewerkers en vrijwilligers wil hij staan voor de beschermwaardigheid van het leven, van het prille begin tot het levenseinde. Bert-Jan is belezen, toegankelijk en heeft een brede blik. Zijn kennis van en affiniteit met medische ethiek kan hij nu dienstbaar gaan maken aan de mooie missie van de NPV.”

Heusinkveld ziet ernaar uit om bij de NPV te beginnen. “Het is geweldig om vanuit de Bijbelse opdracht en in navolging van Jezus Christus bij te mogen dragen aan de zorg voor het leven. De NPV doet dat op een mooie manier met toerusting, het beïnvloeden van beleid en met vrijwillige thuishulp. Ik vind het mooi en uitdagend om leiding te mogen geven aan zo’n sterke beweging voor het leven!”

Dr. Bert-Jan Heusinkveld sprak ook op het congres ‘Bijbel & Wetenschap 2023’. Zijn lezing is hier terug te kijken.

Online

Hieronder ziet u welke (online) media en of andere kanalen aandacht hebben besteed aan dit bericht:

(1) NPV Zorg 1: Dr. Bert-Jan Heusinkveld nieuwe directeur van de NPV.
(2) NPV Zorg 2: “Vanuit de Bijbel heeft de NPV een positief geluid vóór het leven”.
(3) Reformatorisch Dagblad: Bert-Jan Heusinkveld (55) nieuwe directeur NPV.
(4) Nederlands Dagblad: Theoloog Bert-Jan Heusinkveld directeur bij NPV Zorg voor het leven. ‘Wat is een goed leven?’
(5) Headliner: Bert-Jan Heusinkveld (55) nieuwe directeur NPV.
(6) Groundnews: Bert-Jan Heusinkveld (55) becomes new director of NPV.
(7) CVandaag: Dr. Bert-Jan Heusinkveld nieuwe directeur van de NPV.
(8) Fundamentum: PERSBERICHT: Dr. Bert-Jan Heusinkveld nieuwe directeur van de NPV.

Een echte zomer-eend

Het waterrijke Rivierengebied kent veel soorten eenden. Wilde Eend, Krakeend en Kuifeend zijn jaarrond waar te nemen. Smienten zijn talrijk in het winterhalfjaar. Recent nam ik enkele Slobeenden waar in het Eldikse Veld. Broeden hier.

Er zijn nog andere soorten. Ik vraag nu uw aandacht voor een bijzondere soort: de Zomertaling. Talingen zijn relatief kleine eenden Of de Zomertaling in onze omgeving broedt, betwijfel ik. Ik zie deze soort heel weinig, zo nu en dan in het voorjaar, in klein aantal op doortrek. Elke waarneming is daarom steeds een vreugdevolle verrassing. De zomertaling is een echte zomergast: is hier voornamelijk in de periode maart-september aanwezig. De soort broedt in open moerassen en agrarisch gebied met voedselrijke sloten en ondiepe plassen. Het zijn langeafstandstrekkers die ten zuiden van de Sahara overwinteren, onder meer in de Sahel.

Zomertalingen zijn prachtige eenden. Op 8 mei zag ik in de Gouverneurspolder vanaf het westelijk begin van het klompenpad in het ondiepe water een foeragerend paar. Ze zeefden het wateroppervlak of hielden de kop onder water. De rechtervogel is een mannetje: paarsbruine kop met een fraaie oogboog als een witte halve maan! Verder bruine borst bruin en een lichtgrijze flank. Het vrouwtje heeft een gestreept koppatroon, is zoals bij de meeste eenden, duidelijk minder opvallend.

Zomertalingen zijn schaars. Zo’n vijf jaar geleden herbergde Nederland 1000-1500 broedparen. Vandaar dat de Zomertaling op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels staat als ‘bedreigd’. Ten opzichte van 1950 is de soort met 90% afgenomen (Sovon).

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Een echte zomer-eend, Het GemeenteNieuws 23 (23): 7.

‘Extract uit de Genealogie der Heeren Van Brakel’ geschreven door Diederik Louis baron van Brakell tot den Brakell (1768-1852) – Een overzicht

In het Gelders Archief te Arnhem is het ‘Extract uit de Genealogie der Heeren Van Brakel’ te vinden. Het extract telt zestien kantjes en is geschreven door mr. Diederik Louis baron van Brakel tot den Brakell (1768-1852). Hij was eveneens Heer van Vredestein en Over- en Nederasselt. Daarnaast advocaat, rechter en politicus namens de Liberalen.1 Omdat het extract ook nuttige informatie bevat over het geslacht ‘Van Meerten’ en diverse aangetrouwde telgen, wordt dit document getranscribeerd voor deze website. Op deze pagina een overzicht naar de afzonderlijke scans. Met dank aan het Gelders Archief dat zij deze scans beschikbaar hebben gesteld.2

Scan 1.

Voetnoten

Het gebruik en de misbruik van wetenschap – Science4Truth interviewt dr. ir. Dick den Hertog

Science4Truth interviewt dr. ir. Dick den Hertog. Het interview verscheen op 25 september 2023 en duurt iets meer dan 26 minuten. Dr. ir. Dick den Hertog is een wiskundige. In de video laat hij zien dat geloof en wetenschap niet elkaars tegenpolen zijn. De onderstaande video is in het Engels en bevat een Engelstalige ondertiteling.

Voetnoten