Welkom op deze website!

Deze website is de thuisbasis van de organisatie Fundamentum. Fundamentum zet zich in op het gebied van geloof en wetenschap, medische ethiek en apologetiek. Eigenaar van de website is Jan van Meerten. De website is ook de landingswebsite van het jaarlijkse congres ‘Bijbel & Wetenschap‘. Deze website bevat informatie over allerhande onderwerpen zoals seksuele gerichtheid, pro-life, wereldgodsdiensten (zoals Islam, Hindoeïsme etc.) en vooral over scheppingsleer, -geloof en -paradigma. In het laatste geval zijn wij voorstander van het klassieke scheppingsgeloof met een zesdaagse schepping, een historische zondeval en om niet meer te noemen een wereldwijde zondvloed. Verder gebruikt Jan van Meerten deze website om eerder door hem geschreven artikelen te bundelen en het onderwerp waarin hij zichzelf aan het specialiseren is uit te werken. Het gaat dan om paleoecologie, paleoklimatologie en paleontologie, meer specifiek de ecosystemen van de dinosauriërs (het zogenoemde Mesozoïcum), nog meer specifiek de zoogdierachtigen en vogelachtigen in deze ecosystemen. Zijn overige artikelen kunnen gelezen worden als (wetenschap)journalistieke stukken. De website bevat ook gastbijdragen van medechristenen. Als laatste is het ook de landingswebsite van de genealogie van het geslacht Van Meerten en Betuwse streekgeschiedenis. U kunt uzelf hier abonneren op de nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief verschijnt maandelijks en zal alle onderwerpen behandelen behalve informatie over het geslacht Van Meerten. De nieuwsbrief bevat altijd de mogelijkheid om uzelf af te melden. Van harte welkom op deze website en veel leesplezier! Feedback kan gegeven worden via de pagina ‘hier mag u uw hart luchten‘. Op deze pagina zullen wij zelf niet veel reageren. Op reacties, vragen of stellingen wordt gereageerd in de rubriek ‘Feedback & vragen‘. De feedback kan ook gegeven worden via info@oorsprong.info.

Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura.
Megazostrodon, een uitgestorven zoogdierachtige (Mammaliaformes) uit het Trias/Jura. Deze foto is genomen in het Natural History Museum in Londen en afkomstig van de internetencyclopedie Wikipedia.

Feedback & Vragen 2022: Zijn wij via Karel van Meerten (1929-?) familie van elkaar?

Soms krijgen wij de vraag van telgen uit het geslacht Van Meerten of we familie van elkaar zijn. Ver weg of dichtbij. Dat is leuk om uit te zoeken. In verband met privacy is het niet mogelijk om de vraagstellers te noemen, maar is het wel mogelijk om via al overleden personen uit het voorgeslacht te kijken hoe de verwantschap ligt. En dan blijkt een, voorheen onbekend, persoon toch verrassend dichtbij te staan, hoewel er in dit geval nog wel een paar eeuwen tussen zit.

We kregen de vraag of ik familie ben van de nakomelingen van Karel van Meerten (1929-?). Volgens de persoonskaart van Bartus van Meerten, de vader van Karel. Is Karel op 23 november 1949 te Deventer getrouwd met ene H.M. van de Mars. Over deze Van de Mars is de auteur verder niets bekend.1 Later is Karel, op een voor de auteur (nog) onbekende datum en plaats, hertrouwd met Alida Wilhelmina Lötjen (1930-2011). Karel is geboren op 6 januari 1929 en Alida Wilhelmina op 12 juli 1930. Van beiden is de exacte overlijdensdatum de auteur (nog) onbekend.2

Bartus van Meerten (1905-1970)

Karel was de zoon van Bartus van Meerten (1905-1970) en Christina van Zetten (1902-?). Van beide ouders is de exacte overlijdensdatum de auteur (nog) onbekend.3 Zowel Bartus als Christina zijn geboren in de Betuwe (resp. Lienden en Echteld). Bartus werd daar op 24 januari 19054 geboren en Christina op 7 november 19025. Ze traden op 23 april 1927 te Lienden in het huwelijk en hebben zich na wat omzwerven gevestigd in Amsterdam (op een woonboot).6 Overigens had de vraagsteller en de familie op dit punt bijna geen ‘Van Meerten’ als achternaam gehad. Bartus werd geboren als Bartus de Wit en is later als ‘Van Meerten’ erkend.7

Peter Marinus van Meerten (1874-1959) en verder terug

Bartus van Meerten werd zoals gezegd geboren als Bartus de Wit. Hij was de vóórechtelijke zoon van Peter Marinus van Meerten (1874-1959) en Gerritje Anna de Wit (1883-1956). Peter Marinus was een zoon van Frederik van Meerten (1851-1930) en Maria Alida van Hoeven (1842-1911). Frederik was een zoon van Jan van Meerten (1821-1866) en Teuntje van Zoelen (1823-1906). Ook hier staan we op een punt dat de familie van de vraagsteller bijna geen ‘Van Meerten’ als achternaam had kunnen voeren. Jan is namelijk een buitenechtelijk kind van Elizabeth van Meerten (1799-1890). Toen Elizabeth later, op 10 mei 1826 te Utrecht, in het huwelijk trad met Jacobus Petrus Bouhuijsen (1800-?). Bouhuijsen heeft Jan niet erkend als wettig kind, waarschijnlijk omdat Jan een andere verwekker heeft gehad. Jan bleef de achternaam van zijn moeder houden. Elizabeth was de dochter van Frederik van Meerten (±1767-1845) en Luthera (of Lotje) van de Peppel (±1768-1830).8 Frederik was een zoon van Jan (Klaassen) van Meerten (1724-?) en Jacoba van Grootvelt (?-?). Hier bevinden we ons bij het schanierpunt. Zijn wij familie van elkaar? Uiteindelijk ‘ja’ via deze 18e eeuwse Jan van Meerten.

Schanierpunt

Want Jan van Meerten en Jacoba van Grootvelt zijn ook mijn verre grootouders. Hoe loopt de lijn? Ik ben de achterachterkleinzoon van Jerfaas van Meerten (1837-1908) en Elizabeth Vermeer (1845-1900).9 Jerfaas was de zoon van Jan Willem van Meerten (1798-1845) en Marritje Verwoert (1797-1845).10 Jan Willem was de zoon van Jerfaas van Meerten (?-±1810) en Metje van Oort (1760-1828).11 Jerfaas was een zoon van de hierboven genoemde Jan (Klaassen) van Meerten en Jacoba Grootveld en daarmee een broer van de eerder genoemde Frederik van Meerten (±1767-1845).12

Tenslotte

De vraagsteller en ik zijn dus heel ver familie van elkaar. Mocht u ook een vraag hebben over de genealogie Van Meerten, stel deze dan gerust. We kunnen dan kijken hoe de stamboom loopt. Ondertussen blijven we geboorte-, overlijdens-, en huwelijksakten en andere relevante informatie uitwerken voor deze website. De vraagsteller wordt bedankt voor de interesse.

Voetnoten

Nashville-studiedag 12 september 2019 (7): drs. J.M.J. Kieviet – Afsluiting

Op 12 september 2019 werd de Nashville studiedag gehouden. De studiedag werd afgesloten door drs. J.M.J. Kieviet, emerituspredikant binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Dit is de laatste video naar aanleiding van de studiedag. We konden de video’s met u delen met dank aan de Werkgroep Nashville Verklaring.

Drs. Nicki Pouw-Verweij inhoudelijk flink op dreef bij het debat rond de Transgenderwet

Dinsdag 27 september 2022 werd er een debat gehouden in de Tweede Kamer over de Transgenderwet. Veel politici hebben bezwaren tegen deze wet óf willen het wetsvoorstel drastisch aanpassen. De deskundigenverklaring zou op z’n minst geldig moeten blijven om je ‘gender’1 in het paspoort te wijzigen. Drs. Nicki Pouw-Verwij (van JA21) was inhoudelijk flink op dreef.2 Ze had goede (vooral medisch-biologische) argumentatie en leverde ook tijdens de interrupties sterke vragen en inhoudelijke feedback. We delen haar bijdrage via deze website en daarnaast de video waarbij ze verantwoording aflegt waarom ze tegen de Transgenderwet zal stemmen.3

Waarom JA21 tegen de Transgenderwet stemt

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Welke stickers van de ‘Albert Heijn’-actie mis je nog?

Als u deze website gevolgd hebt, dan heeft u vast gezien dat we momenteel de ‘Albert Heijn’-actie ‘Expeditie Oceaan‘ bespreken en grotendeels aanprijzen vanwege de ode aan de Schepper die het brengt.1 Helaas is de actie afgelopen zondag ten einde gekomen. We hebben het stickerboek nog niet vol en kunnen zodoende het vierde deel van het zevenluik niet afronden. Wie helpt het stickerboek compleet te maken? Hieronder de nummers die we nog missen.

Missende nummers

Het gaat om de nummers: 2, 5, 38, 43, 47, 49, 54, 58, 79, 80, 85, 92, 93 en 99. Mocht u één of meerdere van deze nummers hebben dan kunt u contact opnemen via het contactformulier (https://oorsprong.info/contact/).

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Waarom genealogie Van Meerten op deze website? – Inclusief top-10 meest gelezen genealogie-artikelen

Onlangs vroeg een medestander waarom we via deze website ook artikelen publiceren over de genealogie Van Meerten en of deze artikelen ook daadwerkelijk gelezen worden. Allereerst een korte verantwoording en ten tweede een top-10 van de meest gelezen genealogie-artikelen met daarachter het aantal weergaven.

Verantwoording

Volgens de medestander kunnen we voor de genealogie Van Meerten beter een aparte website oprichten. Allereerst kost een extra website ook extra geld. Dat is jammer! Bovendien is deze website gestart als privé-initiatief. Ten derde wil ik met deze website oergeschiedenis, streekgeschiedenis en persoonlijke geschiedenis met elkaar verbinden. Wel heb ik op de website een aparte landingspagina gemaakt waar de genealogie-artikelen op gepubliceerd worden. Zo ontstaat er een apart overzicht. Mocht de lezer alleen geïnteresseerd zijn in artikelen over het ‘scheppingsparadigma’ of ‘seksuele gerichtheid’ dan is daar ook een aparte landingspagina voor gemaakt. Gebruik deze website als een wokmenu!

Top-10 meest gelezen genealogie-artikelen

Welke artikelen die te maken hebben met de genealogie Van Meerten zijn de afgelopen tijd het meest gelezen. Hierbij geldt vanaf 18 maart 2021, het begin van de herstart van de website tot vandaag (6 oktober 2022).
1. Bertus van Meerten (1908-1943), gestorven aan de ontberingen van het kampleven met 137 weergaven.
2. Parenteel van Jerfaas van Meerten (1837-1908) en Elizabeth Vermeer (1845-1900) met 103 weergaven.
3. De heerlijkheid Urk en het geslacht (Van Abcoude) Van Meerten – Artikel op ‘Urker uitgaven’ met 84 weergaven.
4. Wel of geen zestiende-eeuwse Gerrit van Meerten als pastoor in Kesteren? met 61 weergaven.
5. ‘Tabula Batavorum’ over Johan van Brakell en Johanna van Meerten met 55 weergaven.
6. Feedback & Vragen 2022: Bent u familie van Machiel van Meerten (1895-1949)? en Grafsteen van Gerritje Maria van Meerten (1913-1946) met 53 weergaven.
7. Transcriptie van het testament van een 17e/18e eeuwse Geertije van Meerten met 49 weergaven.
8. Grafsteen van Jan Willem van Meerten (1924-1995) en Anna Maria Franken (1931-1999) met 46 weergaven.
9. Rijswijk: telgen uit het geslacht Van Meerten in dit Betuwse dorp met 44 weergaven.
10. Wel een Middeleeuws pastoor Gerrit van Meerten in Kesteren maar (nog) geen Reformatie met 43 weergaven.

Leg Bijbelse levensvisie compleet uit aan omgeving

Velen begrijpen de Bijbelse levenshouding niet. Dat verklaart mede de maatschappelijke druk op de Schriftuurlijke visie op relaties en seksualiteit. Daarom drie aanbevelingen op basis van juridische ontwikkelingen.

“De Bijbelse visie op seksualiteit is ingebed in de levensvisie van zonde, genade en dienstbaarheid. Precies deze verantwoording zal crucialer worden als er meer procedures komen.” Bron: Pixabay.

Er zijn rechtszaken gevoerd tegen predikanten vanwege uitlatingen over homoseksualiteit. Er komt een wetsvoorstel ”strafbaarstelling van conversietherapie”, met een nog onduidelijke reikwijdte. Wat gebeurt er precies? Waar moeten we als kerken rekening mee houden? Wat kan de maatschappelijke ruimte voor Gods Woord bevorderen?

De belangrijkste aanbeveling is dat we vaak en duidelijk uitleggen hoe de Bijbelse opvatting over
seksualiteit in elkaar zit. We moeten rekening houden met veel ”religieus analfabetisme”, ook bij de overheid (zo luidt een van de conclusies in het boek ”Gescheiden Partners” van Kennedy en Rutjes). In het wetsvoorstel over conversietherapie valt bijvoorbeeld op dat de christelijke visie op seksualiteit lijkt te worden gezien als een losstaand religieus voorschrift, dat verder niet de kern van het geloof zou raken.

Het beste uit je leven

Het is ook logisch: wie als uitgangspunt hanteert dat iedereen zelf het beste uit zijn leven moet halen, kan het maar moeilijk begrijpen dat mensen vasthouden aan zo’n ”beperkend” religieus voorschrift. Dat geldt ook voor wie niet beseft dat de zonde voor elke mens innerlijke strijd moet opleveren. Los van de hele puzzel (van de christelijke levensvisie) is dit ene puzzelstukje van de visie op seksualiteit onbegrijpelijk.

Daarom is het belangrijk, ook in kerken, om nog meer aandacht te besteden aan het leggen van die hele puzzel. In begrijpelijke, niet-theologische taal. En dan niet alleen langs de smalle topkanalen van gesprekken met beleidsmakers.

Het proefschrift van Leonard van ’t Hul, ”Besloten. Politieke onderhandelingen tussen de Nederlandse overheid en religieuze organisaties, 1946-1996”, maakt duidelijk dat in die jaren het overleg achter de schermen vaak effectief was. Nu lijkt aanvullende publiéke rugdekking steeds onmisbaarder. Het begrip dat politici in een persoonlijk gesprek voor het reformatorische gedachtegoed kunnen tonen, is vaak bij hun publieke standpuntbepalingen ineens zoek. Het lijkt dus van belang om ook in publieke artikelen onvermoeibaar de Bijbelse levenshouding toe te lichten.

Die houding (heel kort samengevat) draait om afhankelijkheid (van God en van elkaar), van dienen en vertrouwen. Dat geeft invulling en een hoopvol perspectief aan het leven, voor iedereen. Want onze eigen neigingen zijn vertekend door de zonde. Dat maakt het weerstand bieden aan voor God verkeerde neigingen nodig, voor welke christen dan ook. Maar juist ook daarin is Jezus betrouwbaar, voor iedereen. Mensen ontplooien zich niet als autonome individuen, en je seksuele beleving is niet bepalend voor je identiteit. De Bijbelse visie op seksualiteit is ingebed in de levensvisie van zonde, genade en dienstbaarheid. Precies deze verantwoording zal crucialer worden als er meer procedures komen.

Voor het onderwijs bijvoorbeeld legt de regering veel nadruk op het uitgangspunt dat ”vrij onderwijs” nooit onveilig onderwijs mag zijn. Reformatorische scholen kunnen zich dan het beste verantwoorden door aan de hand van de geschetste puzzel uit te leggen dat de Bijbelse visie niet onveilig is voor lhbti-leerlingen. Van belang daarbij is ook de uitstraling van het zorgen voor en luisteren naar deze jongeren.

Publieke kansels

Ook bij de strafrechtelijke beoordeling van waarschuwingen als in de brief van ds. Kort is het uiteindelijk bepalend of deze op een begrijpelijke wijze voortvloeien uit het geheel van onze levensovertuiging. Het Hof wees de klacht tegen ds. Kort af na te hebben bezien of zijn uitspraak over de „zonden tegen de scheppingsorde” voortvloeiden uit zijn levensvisie. In het huidige juridische krachtenveld moet een beroep op de godsdienstvrijheid gepaard gaan met het inzichtelijk maken van de samenhang van geloof en leven.

Daarbij wordt ook getoetst of een uitlating niet ”onnodig grievend” is. Hiermee hangt een tweede aanbeveling samen. Vanaf kansels mogen we duidelijk en zo nodig ook scherp zijn, maar onnodig grieven is strafbaar. Overigens: zolang we beseffen dat we mede namens homoseksuelen uit eigen kring spreken, is alleen al daardoor onze woordkeus zorgvuldig.

Voor ”homofobe en transfobe haatuitingen” komt ook internationaal meer aandacht. Dat maakt het eveneens van belang om de liefdevolle intentie van de Bijbelse boodschap hoorbaar te houden.

Pastoraat

Het wetsvoorstel tegen conversietherapie probeert een bepalend onderscheid te maken tussen het ”afkeuren” van homoseksualiteit of genderexpressie en het ”helpen onderdrukken” van iemands geaardheid of genderidentiteit. Het eerste zou dan niet strafbaar moeten worden maar het tweede wel. Hoewel het voorstel vooral tegen min of meer therapeutische behandelingen is gericht, is de voorgestelde tekst erg onduidelijk over de reikwijdte van het ”helpen onderdrukken”. Ook dat onderstreept de relevantie van een duidelijke uitleg van de innerlijke strijd (met Gods Woord) tegen de zonde. Opnieuw die compleet gelegde puzzel.

Laatste aanbeveling: dit wetsvoorstel is een signaal dat pastorale gesprekken ooit in de publieke belangstelling kunnen komen. Wees er als pastor op bedacht dat dit soort gesprekken soms vragen om een goede gezamenlijke evaluatie. Als er pijnpunten zijn, laten die dan zo goed mogelijk besproken worden. Niemand wil dat er onnodig frustraties blijven zitten die later tot procedures kunnen leiden.

Vrijmoedig

Progressieve opiniemakers én de wetgeving plaatsen genderidentiteit op één lijn met geaardheid bij de vraag in hoeverre een grenzen stellende (Bijbelse) moraal geoorloofd is. In de publieke opinie is het op dit punt verder vooral stil. Alsof de meeste mensen aarzelen als het hierom gaat: het kan toch niet goed zijn (vooral als het kinderen betreft) om verwarring over het geslacht aan te moedigen? Dit onderstreept temeer het belang van een duidelijk tegengeluid, ook uit zorg voor al die kinderen die met een vrij te bepalen genderidentiteit het bos in worden gestuurd.

Hoe zit het juridisch? Mogen christelijke organisaties de Bijbelse principes over huwelijk en seksualiteit blijven benoemen? Jawel, de jurisprudentie is daar helder over. In de Gomaruscasus was het formeel onbetwist dat de school deze opvatting mag uitdragen. Bij ds. Kort is uitgesproken dat er geen strafbaar feit was en ook de zaken tegen politica Räsänen in Finland en dominee Latzel in Duitsland hadden die uitkomst. Toch is alertheid nodig: veel hangt af van de interpretatie van open begrippen als ”basiswaarden van de rechtsstaat”, ”sociale veiligheid” en ”haatuiting”. En bij rechterlijke interpretatie is de publieke opinie nooit ver weg. Daarom heeft de overheid een gezonde visie op de rechtsstaat nodig en moeten wij zo duidelijk mogelijk verantwoording afleggen van ons christelijke leven als man, vrouw, gezin en gemeenschap. Het gaat tenslotte hierom: ook nu onverhinderd en vrijmoedig het hele Woord van God kunnen spreken, voor allen, binnen en buiten de kerk.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Brink, J. van den, 2022, Leg Bijbelse levensvisie compleet uit aan omgeving, Reformatorisch Dagblad 52 (80): 26-27 (artikel).

Feedback & Vragen 2022: Wie zitten er in het bestuur van Ouwehands Dierenpark?

Vorige week publiceerden we het eerste deel van het vijfluik over menselijke evolutie over miljoenen jaren in Ouwehands Dierenpark.1 Ouwehands Dierenpark is een mooie dierentuin in de Gemeente Rhenen. In het artikel werd aangegeven dat het jammer is dat een dierenpark in het hart van de Biblebelt slechts menselijke evolutie over miljoenen jaren wil propageren en geen melding maakt van het alternatief: namelijk schepping door God. We willen een vraag, van een medestander, die we kregen naar aanleiding van dit artikel hieronder beantwoorden

Vraag

Een medestander stelde via Linkedin de volgende vraag:

“(…) Wie zitten er in het bestuur van Ouwehands Dierenpark?”

Antwoord

De eigenaar van Ouwehands Dierenpark is de ondernemer en investeerder Marcel Boekhoorn (1959).2 In 2000 kocht Boekhoorn het park op en volgens berichten redde hij het daarmee van een faillissement.3 Sindsdien heeft de ondernemer hard aan de weg getimmerd en heeft hij Ouwehands Dierenpark van de ondergang gered. De directeur van Ouwehands Dierenpark is de marketeer Robin de Lange. Bioloog José Kok (MSc.) is de zoölogische directeur.4 Zij is verantwoordelijk voor de verzorging en het welbevinden van de dieren in het park.5 Dan is er ook nog de Stichting Ouwehand Zoo Foundation. Deze stichting heeft ten doel om de in het wild levende dieren, die soortgenoten zijn van de beesten die in Ouwehands Dierenpark te zien zijn, te beschermen en in stand te houden. Ze doen dat door middel van ‘het werven van fondsen’ en ‘het (finanieel) [sic] ondersteunen van projecten’.6 Voorzitter én secretaris van het bestuur is de hierboven genoemde bioloog J.F. (José) Kok (MSc.), de penningmeester is de, voor mij (nog) onbekende, H.M. Wien en ondernemer M.M.J.J. (Marcel) Boekhoorn staat geregistreerd als algemeen bestuurslid. Een kort antwoord op de vraag: Marcel Boekhoorn is de eigenaar van Ouwehands Dierenpark en hij heeft voor de dagelijkse leiding in het dierenpark Robin de Lange en José Kok aangesteld.

Voetnoten

Eigenaar website ‘Aantekeningen bij de Bijbel’ reageert instemmend op Weet Magazine en onderstreept dat gouden kandelaar in Tabernakel niet groot is geweest

Mooi dat het persbericht van Weet Magazine, die gisteren ook op deze website verscheen1, al door diverse media wordt overgenomen. Vandaag verschijnt hierover ook een artikel in het Reformatorisch Dagblad.2 De eigenaar van de veelvuldige geraadpleegde website ‘Aantekeningen bij de Bijbel’, Jan Pieter van de Giessen (BSc.) reageerde via Facebook instemmend op het persbericht. Hij verwees daarbij naar een kanttekening bij Exodus 25:39 op zijn eigen website.

Kleine Menorah in de Tabernakel

Allereerst zien we op deze website de tekst in de Statenvertaling, het Hebreeuws en de transliteratie. Exodus 25:39 luidt in de Statenvertaling: ‘Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap’. Van de Giessen schrijft als aantekening bij ‘een talent louter goud’ dat deze gewichtseenheid varieert van 17 kg tot 34 kg. Hij onderstreept de conclusie van het persbericht dat de Menorah klein is. Van de Giessen: “Afhankelijk van de zuiverheid van het goud, het gewicht en of het hol is of niet, blijkt dat deze menorah vrij klein is en minder dan een halve meter hoog. Temeer daar we in deze tekst lezen dat ook het bijbehorende gereedschap van deze hoeveelheid goud is gemaakt.” Het stuk bevat ook nog vertaalnotities in het algemeen en over de vertaling ‘talent’ in het bijzonder.3

Tiomfboog van Titus

Voor wat betreft de gouden kandelaar op de Triomfboog van Titus merkt Van de Giessen via Facebook op dat dit niet de originele kandelaar uit de Tabernakel kan zijn. Hij schrijft:

“Wat betreft de Menorah op de Triomfboog van Titus: op de sokkel staan astrologische afbeeldingen, die eerder hellenistisch dan Joods aandoet en derhalve zeker niet de oorspronkelijke kan zijn geweest.”

Weet Magazine

Het artikel waar het persbericht op gebaseerd is, is verschenen in het nieuwste nummer van het populair-wetenschappelijk tijdschrift Weet Magazine. Als het goed is valt het tijdschrift vandaag of morgen op de mat bij de abonnees.4 Het artikel is geschreven door de werktuigbouwkundige ir. Andries Kaptijn en redactielid, chemicus en theoloog drs. ing. Kees Visser (MA). De titel en ondertitel van het artikel zijn: ‘De Gouden Kandelaar – Klopt het nagemaakte model in Jeruzalem wel?5 Het tijdschrift is ook verkrijgbaar via de christelijke boekhandel of online te bestellen via de webshop van Weet Magazine.6

Voetnoten

Kan de evolutietheorie geen onderdeel zijn van een geestelijke strijd? – Reactie op dr. Van den Brink in de ‘evolutietheorie is lariekoek’-discussie

We hebben een bijzonder stuk proza in handen met het artikel “Evolutietheorie lariekoek noemen grenst aan desinformatie” van hoogleraar Gijsbert van den Brink.1 Van den Brink reageert met dit schrijven afkeurend op een artikel van ing. S.J. (Stef) Heerema2, die in een beschrijving van een persoonlijke ervaring in een zoutmijn de evolutietheorie lariekoek noemt. Er is iets wonderlijks bij het pleidooi van Van den Brink. Hij bezit geen graad in een natuurwetenschappelijke richting, laat staan in de biologie, en verkondigt met verve dat de evolutietheorie een zuivere natuurwetenschappelijke theorie is in de klassieke betekenis van het woord. Men zou dan denken, dat hij zich verder van commentaar over deze theorie onthoudt, omdat natuurwetenschap tenslotte niet zijn vakgebied is. Maar zo is het niet. Ferm verkondigt hij dat de evolutietheorie toch echt een wetenschappelijke theorie is die staat als een huis.

“Deze denkbeelden zijn continue in interactie met elkaar. In dat opzicht is geen denkbeeld op voorhand ervoor beschermd onderdeel van een geestelijke strijd te zijn. Of is er in de geschiedenis inderdaad geen enkele interactie tussen de wetenschappelijke theorieën en antichristelijke ideologieën gebleken? Is ons historisch besef zó beperkt?” Bron: Pixabay.

Ik beschouw mij als meer deskundig op dit gebied dan dr. Van den Brink en zou graag vanuit de natuurwetenschap een aantal argumenten formuleren, die aangeven, dat de weergave van Van den Brink niet correct is. Nu doet zich echter het probleem voor dat Van den Brink niet in staat is om natuurwetenschappelijke argumenten op hun merites te beoordelen. Dit probleem wordt verergerd door het feit dat hij in het verleden heeft aangegeven niet (meer) met creationisten over dit soort argumenten te praten en dat in de afgelopen jaren ook gebleken is dat Van den Brink op natuurwetenschappelijke argumenten tegen de evolutietheorie niet ingaat. Het probleem doet zich dus voor dat Van den Brink een uitspraak doet over de natuurwetenschappelijke kwaliteit van de evolutietheorie, maar op basis van natuurwetenschappelijke argumenten niet corrigeerbaar is. De enige oplossing hiervoor is, te zien welke niet-natuurwetenschappelijke argumenten Van den Brink in dit artikel hanteert.

Evolutionisme

Van den Brink formuleert in zijn repliek aan Stef Heerema drie punten die hij van belang acht.
Ten eerste gispt hij Heerema vanwege het feit dat deze de termen evolutietheorie en evolutionisme door elkaar gebruikt. De evolutietheorie zou een puur zakelijke wetenschappelijke theorie zijn over onze oorsprong zonder inherente consequenties over hoe we als mensen over God denken of over onszelf. Hij schrijft: ”Evolutionisten menen dat Darwin het geloof in God overbodig heeft gemaakt, en dat de evolutie van het leven een puur toevalsproces is. Maar lang niet iedereen die de evolutietheorie accepteert, omarmt deze evolutionistische levensbeschouwing.” Inderdaad zullen er mensen zijn die onnadenkend zaken accepteren zonder dat ze zich de gevolgen ervan realiseren. Maar afgezien van dit soort onnadenkende mensen, denk ik niet dat iemand de evolutietheorie kan accepteren, als deze niet ook, in een zekere mate, de evolutionistische levenshouding aanhangt. Al was het maar in te denken dat je binnen de wetenschapsbeoefening niet tot de gedachte mag komen dat er in onze fysieke wereld ooit een bovennatuurlijke kracht werkzaam is geweest. De evolutietheorie is het skelet van het evolutionisme. De evolutietheorie gaat namelijk gepaard met de overtuiging dat God in de natuurlijke historie van de aarde geen wonderen heeft verricht. Hij kon het allicht wel, maar Hij deed het niet. Daarom accepteert een evolutionist geen Intelligent Design. Dat riekt teveel naar Goddelijk ingrijpen. Mensen die geloven dat God in de natuur ingrijpt, geloven volgens Van den Brink in een god-of-the-gaps. Dan beter blinde natuurkrachten als oorzaken aannemen, ook al is ondubbelzinnig aangetoond dat die niet voldoen. Overbodigheid van God en evolutietheorie zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ook bij Van den Brink. Anders geformuleerd: Volgens Van den Brink moet men voor het bedrijven van natuurwetenschap handelen van God uitsluiten. Natuurwetenschap leidt tot ware uitspraken. Dus de ware uitspraken op natuurwetenschappelijk gebied sluiten God uit. Als men er dan ook vanuit gaat dat wetenschappelijk uitspraken meer zekerheid geven dan niet-wetenschappelijke uitspraken, dan gaan uitspraken die God uitsluiten altijd boven uitspraken die God insluiten. Christelijk geloof in natuurwetenschap leidt volgens de visie van Van den Brink tot onwaarheid. Een goede natuurwetenschapper is in zijn vak een atheïst.

Oostindisch doof

Ook stelt Van den Brink dat ”al talloze malen is geprobeerd de evolutietheorie langs wetenschappelijke weg te ontkrachten – stel je voor hoeveel eer je als wetenschapper zou behalen als dat je zou lukken! – maar wat we zien is telkens weer het omgekeerde: door de tijd heen steeds verdergaande bevestigingen ervan.” Wat een simplificatie van de werkelijkheid zien we hier. Maar het is erger dan dat. In de afgelopen decennia zijn er duizenden pagina’s aan bewijsmateriaal geleverd die aangeeft dat het neodarwinisme geen correcte beschrijving van de natuurlijke historie kan zijn. Vanuit het creationisme en de ‘Intelligent Design’-beweging zijn, puttend uit reguliere wetenschappelijke bronnen en argumentaties (maar ook door eigen werk) inhoudelijk veel punten aangereikt waaruit blijkt dat complexe biologische structuren niet op een natuurlijke wijze ontstaan. Er is nog veel meer maar enkele voorbeelden:

Een doorwrocht werk vanuit het Engelse taalgebied is Theistic Evolution: A Scientific, Philosophical and Theological Critique.3 Het boek telt 1008 pagina’s en verscheen in 2017. Toonaangevende wetenschappers hebben hieraan meegewerkt. In het deel The failure of neo-darwinism schreef bijvoorbeeld James Tour, een autoriteit binnen zijn vakgebied. Hij werd geïnterviewd door Andries Knevel voor de serie “Andries en de wetenschappers”.4 Respons vanuit het theïstisch evolutionisme (TE), waaronder Van den Brink? Niets dan een enkele opmerking waaruit blijkt dat het boek ingezien is.

Een ander voorbeeld is het boekje Geest en Kosmos (2014) van Thomas Nagel.5 Nagel is een zeer vooraanstaand atheïstisch filosoof. Hij concludeert dat het neodarwinisme principieel onmachtig is ontstaan van leven, ontstaan van bewustzijn, ontstaan van ratio en ontstaan van objectieve moraal te verklaren. (een samenvatting van dit boek is geschreven door ondergetekende en te vinden op de website van Logos instituut6). Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Een boek getiteld Wat is de mens, Adam, alien of aap is geschreven door de apologetische grootheid Edgar Andrews.7 Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Oud rector magnificus Van Bemmel schreef het boek Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble.8 Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Op de eigen boeken van Van den Brink volgde vanuit creationistische hoek gedegen kritiek. Respons van TE waaronder van Van den Brink? Niets. De sprekers op het congres naar aanleiding van de publicatie van Van den Brink hebben het boek Genetic Entropy van J.C. Sanford toegestuurd gekregen.9 Op de gedegen publicatie van prof. Paul kan hij hooguit in een debat aangeven dat deze wat statisch is en op de gedreven publicatie van W. J. Ouweneel getiteld Adam, waar ben je? volgt helemaal geen openlijke reactie.10 In duizenden artikelen op websites als dat van Logos instituut is onderbouwde kritiek te vinden, deels eenvoudig maar deels ook van academisch geschoolde auteurs op eigen vakgebied en gebaseerd op seculiere wetenschappelijke bronnen. Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Publicaties die vanuit een wetenschappelijke achtergrond kritisch zijn op de evolutietheorie worden door Van den Brink en andere theïstisch evolutionisten categorisch ofwel genegeerd ofwel afgedaan met de badinerende opmerking: “creationisten hebben ook zo hun biologen” of er wordt domweg verklaard dat de problemen al lang geleden opgelost zijn of men verklaart dat de problemen in de toekomst opgelost zullen worden. Ingaan op argumenten? Nou nee. Men kan theïstisch evolutionisten niet dwingen om inhoudelijk op de materie in te gaan, als ze dat niet willen of kunnen. Maar te zeggen dat aanhangers van de evolutietheorie alle aanvallen erop adequaat hebben weerlegd is een wel zeer grote misvorming van de werkelijkheid als men daartoe nog niet eens het begin van aanstalten heeft gemaakt. Men kan kritiek op de evolutietheorie niet zonder zinnige argumenten nepnieuws noemen. Thomas Nagel, James Tour, Edgar Andrews, John C. Lennox, John C. Sanford en Steven C. Meijer zijn geen nepnieuwsverspreiders. Zo’n beschuldiging schudt Van den Brink al te lichtvaardig uit zijn mouw.

Verschuivende panelen

Een merkwaardig punt is, dat Van den Brink stelt dat de evolutietheorie, om reden dat het een wetenschappelijke theorie zou zijn, niet onderdeel kan zijn van een geestelijke strijd. De woorden theorie en wetenschap tonen al aan dat we het niet hebben over stenen of waterdruppels maar over menselijke denkbeelden, geestelijke zaken dus. En deze denkbeelden zijn continue in interactie met elkaar. In dat opzicht is geen denkbeeld op voorhand ervoor beschermd onderdeel van een geestelijke strijd te zijn. Of is er in de geschiedenis inderdaad geen enkele interactie tussen de wetenschappelijke theorieën en antichristelijke ideologieën gebleken? Is ons historisch besef zó beperkt?

Met betrekking tot de zondvloed. De argumentatie met betrekking tot het woord “zond” is duidelijk en overtuigend. Maar het lijkt erop dat Van den Brink hiermee wil betogen dat de zondvloed niet het gevolg was van de zondigheid van de mensheid. Van den Brink haalt hier niet alleen de historische realiteit van de zondvloed onderuit maar ook de symbolische of metafysische betekenis ervan. Dit brengt me wel bij de vraag waar het bij Van den Brink ophoudt. Het standpunt van een theïstisch evolutionist is instabiel. Van een creationist weet men welke opstelling deze heeft ten opzichte van het grootste deel van de Bijbel. Tussen theïstisch evolutionisten zijn grote verschillen en ook bij dezelfde persoon is over de tijd heen een verandering van denken zichtbaar. Van den Brink is, ook naar eigen zeggen, over de jaren heen aan het schuiven gegaan. Denkbeelden die eerst onwerkelijk waren voelden al gauw vertrouwd aan. De zondvloed is voor Van den Brink kennelijk niet historisch. De spraakverwarring in Babel dan waarschijnlijk ook niet. Het grootste deel van de tijd die de Bijbel overspant is niet historisch. Wat nu eigenlijk wel? De tien plagen in Egypte? Abraham, werd hij werkelijk 175 jaar oud? Het wordt in de Bijbel beschreven als een nuchter feit niet als een wonder. Naar hedendaagse wetenschappelijke inzichten onmogelijk. Waar ligt op dit moment de demarcatielijn?

Academische terughoudendheid

Hoe je het ook wend of keert, creationist en evolutionist zijn het er over eens dat de historie van de aarde tumultueus is geweest. Er was veel contingente rampspoed en de littekens ervan zijn in de aardkorst terug te zien. Voor de creationist was dit een korte periode, gepaard met grootschalige natuurlijke zowel als bovennatuurlijke gebeurtenissen en voor de evolutionist was dit een lange periode gevuld met louter natuurlijke gebeurtenissen. In beide gevallen is het zeer uitdagend om de aardhistorie op grond van natuurwetenschappelijke bevindingen te beschrijven. De invloed van vooronderstellingen, reikwijdte van het voorstellingsvermogen en toevalligheid van de waarnemingen die gedaan kunnen worden is zo groot dat hier geen zekerheid te verkrijgen is. Ook is er geen externe referentie waarmee bevindingen gecontroleerd kunnen worden. De evolutietheorie met zijn beweringen over vermeende gebeurtenissen, miljoenen jaren geleden heeft ook niet met gezonde wetenschap van doen. Maar creationisme heeft ook terughoudend te zijn, want we weten de reikwijdte van de bovennatuurlijke gebeurtenissen niet. Die kan nog veelomvattender zijn dan uit de nuchtere beschrijving van de Bijbel blijkt. In dat opzicht is een vorm van agnosticisme (docta ignorantia) zoals wel genoemd door Gert van den Brink of Jan van Bemmel te overwegen.

Ik ben bioloog. In dat opzicht ligt de discussie over de validiteit van de evolutietheorie mij na aan het hart. Maar over iets als de Big Bang discussieer ik niet. Dat is toch een ver-van-mijn-bed-show. Men kan zich afvragen waarom Van den Brink er zo aan hecht, dat orthodox christenen de evolutietheorie gaan omarmen. Er zijn toch belangrijker dingen te doen, zoals het verdedigen van het theïsme tegenover het atheïsme, iets waar Van den Brink een goede inbreng in heeft. Hij voert als reden voor zijn actie dat hij bang is dat creationistisch opgegroeide jongeren die gaan studeren hun geloof zouden verliezen als ze met de evolutietheorie in aanraking komen en daardoor overtuigd raken. Inderdaad zou dat heel jammer zijn, en is dat niet nodig. Toch overtuigt dit argument niet. Dergelijke jongeren zijn per definitie niet wereldvreemd. Ze weten in dat stadium heel goed van het bestaan van een categorie mensen dat theïstisch evolutionisten heet. Dit argument overtuigt nog minder, als we weten dat Van den Brink dit argument zelf ook niet zozeer geloofwaardig vindt zoals hij in 2019 in de wandelgangen bij een congres heeft gezegd.

Waar is de bodem?

De evolutietheorie heeft geen onderbouwde verklaring van het bestaan van leven, complexe biologische structuren, de vaste combinaties van die structuren en de grote diversiteit daarin, het ontstaan van bewustzijn, het ontstaan van rationaliteit en het ontstaan van een objectieve moraal. Waarom zo’n aversie vanuit TE als hier vanuit Intelligent Design de vinger bij wordt gelegd? Vanwaar die compromisloze gecommitteerdheid aan een zogenaamd zuiver natuurwetenschappelijke theorie? En waarom uit zich dat niet in een inhoudelijk en zuiver beargumenteerd verweer? Ik ben ervan overtuigd dat dit komt omdat het evolutionistische denken diepgaand onderdeel is gaan uitmaken van het westerse intuïtieve denksysteem. Er is in de afgelopen decennia een diep gewortelde basisovertuiging ontstaan dat mensen dieren zijn, dat God niets met dit aardse leven van doen heeft en dat er geen Goddelijke orde in deze schepping is waar te nemen. Volgens deze overtuiging is alles fluïde en in ontwikkeling. In lijn hiermee noemt Van den Brink zijn overtuiging een dynamisch wereldbeeld, in tegenstelling tot creationisten die een statisch wereldbeeld hebben. Deze niet-rationele basis overtuiging, die zowel niet-christenen als christenen diepgaand beïnvloedt, maar sterk antichristelijke trekken heeft, heeft er geen behoefte aan om bevraagd te worden maar stelt slechts eisen. Dit is ermee in lijn dat Van den Brink in een tweegesprek met Henk Jochemsen aangaf al lang geleden opgehouden te zijn vragen te stellen bij de metafysische vooronderstellingen van de evolutietheorie. Die fase is hij voorbij. Het spreekt voor zich dat deze basisintuïtie in tegenspraak is met datgene wat de Bijbel van ons vraagt. God vraagt van ons dat ons complete leven tot Zijn eer is. We eren Hem niet door Hem te negeren.

Dat er sprake is van een diepe basisovertuiging van de afwezigheid een Goddelijke orde in de natuur wordt ondersteund door een andere observatie. Namelijk, dat er in debatten die gaan over andere zaken waarin een Goddelijke orde in de natuur relevant is, de lijnen parallel lopen. We denken dan aan ethische vraagstukken. Theïstisch evolutionistische opinies glijden langzaamaan mee met die van de moderne tijd als het gaat over zaken als abortus, euthanasie en seksualiteit. Als Van den Brink voor een student nog een relevant afstudeerproject of promotietraject zoekt, dan zou ik hem dit onderwerp van harte aanbevelen.

Van dr. Erik van Engelen zijn op deze website nog één artikel en één lezing gepubliceerd. Op het ‘Bijbel & Wetenschap’-congres van 202111 besprak hij een wetenschappelijk paper vóór Intelligent Design: https://oorsprong.info/congres-over-bijbel-wetenschap-2021-5-dr-ir-erik-van-engelen-fine-tuning-in-de-biologie-een-peer-reviewed-paper-voor-intelligent-design/ (zie ook: https://oorsprong.info/rondom-het-congres-2021-5-waar-kan-ik-de-paper-voor-intelligent-design-van-thorvaldsen-en-hossjer-bestuderen/). Het artikel ging over het Marekvirus: https://oorsprong.info/marekvirus-niet-een-op-een-gelijk-te-stellen-met-het-coronavirus-reactie-op-het-artikel-van-donderdag-over-pathogeenevolutie/.

Voetnoten

PERSBERICHT: Bijbelse menora blijkt niet zo groot als tot nog toe gedacht

WADDINXVEEN, 4 oktober 2022 – In kinderbijbels, Bijbelse encyclopedieën, en op christelijke websites zijn allerlei reconstructietekeningen te vinden van de tabernakel. Daarop is meestal een enorme zevenarmige kandelaar zichtbaar, zo hoog als een volwassen mens. Constructietechnisch is dat echter helemaal niet mogelijk, zo blijkt uit berekeningen van Weet Magazine. De oorspronkelijke menora moet een stuk kleiner zijn geweest.

De triomfboog van Titus in Rome. Bron: Weet Magazine.

Nauwkeurige lezers van de Bijbel konden al wel vermoeden dat de tekeningen van een twee meter hoge menora niet realistisch zijn. Exodus 25 zegt dat de oorspronkelijke menora vervaardigd was uit één talent zuiver goud (zo’n 30-55 kilo). Hedendaagse reconstructies van grote menora’s zijn echter veel zwaarder. De bekende 1,8 meter hoge kandelaar uit Jeruzalem die gemaakt is door het Tempelinstituut, een echte toeristentrekker, weegt maar liefst 500 kilo, en is gemaakt van koper, overtrokken met bladgoud. Dit wekt de indruk dat de originele kandelaar lang niet zo groot kan zijn geweest.

Armen te zwaar voor kandelaar

Een afbeelding van een computergegenereerd model van de kandelaar. De afmetingen zijn 1 bij 1 meter, en de dikte van de stam en de armen is circa 2 centimeter. De rode kleur geeft aan waar de vloeigrens wordt overschreden, en waar de kandelaar zal vervormen. Bron: Weet Magazine.

Om dit vermoeden te staven, zocht Weet Magazine in haar nieuwste uitgave (die deze week op de mat valt) de samenwerking met een werktuigbouwkundige. Aan de hand van Bijbelse gegeven werd berekend dat het niet mogelijk is om een 1,8 meter hoge kandelaar te maken van enkele tientallen kilo’s goud. Door de spanningen die het gewicht van de armen veroorzaken, wordt de vloeigrens (de spanning waarop er plastische vervorming begint op te treden) van goud overschreden, en gaan de armen doorzakken. De kandelaar zou versterkt kunnen worden door het goud te smeden. Dat zou echter nog steeds ontoereikend zijn om een 1,8 meter hoog model te maken waarvan de armen niet zouden verbuigen. De oorspronkelijke menora moet dus een stuk kleiner zijn geweest dan altijd gedacht wordt.

Triomfboog van Titus

Het idee dat de menora zo hoog als een mens zou zijn geweest, is gebaseerd op een afbeelding op de triomfboog van Titus. De Romeinse generaal Titus was degene die in 70 na Christus de stad Jeruzalem veroverde en de tempelschatten wegvoerde. Zijn ‘succes’ liet hij vastleggen op de triomfboog in het hartje van Rome. Daarop is ook een 1,8 meter hoge zevenarmige kandelaar te zien. Deze afbeelding heeft zijn weg gevonden naar het collectieve geheugen van christenen, en daarmee naar vrijwel alle reconstructieafbeeldingen van de tabernakel.

Kandelaar meermaals vervangen

De grootte van de buitgemaakte kandelaar is dus óf het gevolg van artistieke overdrijving van de kant van de Romeinen, óf het gaat allang niet meer om de originele kandelaar uit Mozes’ tijd. Het object is waarschijnlijk meermaals vervangen, zoals na de Babylonische wegvoering in 587 v.Chr., toen alle tempelschatten zijn meegenomen naar Babel. Alle navolgende kandelaars waren mogelijk groter dan het oorspronkelijke exemplaar, en hoeven niet per se te zijn gemaakt naar de oorspronkelijke bepalingen uit Exodus 25.

Online

Hieronder ziet u welke (online) media of andere kanalen aandacht hebben besteed aan dit bericht:

(1) Weet Magazine: https://weet-magazine.nl/artikelen/persberichten/bijbelse-menora-blijkt-niet-zo-groot-als-gedacht/.
(2) Reformatorisch Dagblad: https://www.rd.nl/artikel/993176-gouden-kandelaar-uit-tabernakel-was-niet-groot.
(3) Fundamentum 1: https://oorsprong.info/persbericht-bijbelse-menora-blijkt-niet-zo-groot-als-tot-nog-toe-gedacht/.
(4) Fundamentum2: https://oorsprong.info/eigenaar-website-aantekeningen-bij-de-bijbel-reageert-instemmend-op-weet-magazine-en-onderstreept-dat-gouden-kandelaar-in-tabernakel-niet-groot-is-geweest/.
(5) Logos Instituut: https://logos.nl/gouden-kandelaar-tempel-blijkt-kleiner-dan-gedacht/.
(6) Christelijk Nieuws: https://www.christelijknieuws.nl/news/14579/Bijbelse-menora-blijkt-niet-zo-groot-als-tot-nog-toe-gedacht.

WEET MAGAZINE
Weet Magazine is een tweemaandelijks verschijnend populairwetenschappelijk tijdschrift dat nieuws uit de natuur, techniek en wetenschap beschrijft vanuit een christelijk perspectief. Abonnee worden kan via de website van Weet Magazine.