Home » Onderwijs

Categoriearchief: Onderwijs

Over een schat in de oude molen en het waarom van de Holocaust – Bespreking van ‘De schat in de oude molen’

“”Niks aan de hand”, begon Liset. Ze sprak zichzelf moed in en dat lukte ook. Hardop praten maakte alles veel gewoner. “Kom op”, zei ze. Ze trok Maarten mee. Toch klopte haar hart sneller, toen ze naar binnen gingen. Maarten zou het liefst buiten zijn gebleven. Maar hij wilde Liset niet alleen laten. Zij was ook bang, dat merkte hij wel.”

Inhoud

De onlangs overleden Johan Frinsel (1927-2021) was kinderboekenschrijver, evangelist en hulpverlener. Hij heeft verschillende bekende kinderboeken op zijn naam staan. Een daarvan is ‘De schat in de oude molen’. In 1994 verscheen bij uitgeverij Den Hertog de eerste druk, een jaar later al de tweede druk. De opa en oma van Maarten en Liset (een tweeling) gaan verhuizen van de stad naar het platteland. Dat is een enorme verandering. In de zomervakantie mag de tweeling komen logeren en dat gebeurt. Opa heeft een boot en daarmee verkennen de tweeling samen met opa de omgeving. Ze zien de restanten van een oude (half afgebrande) molen. De nieuwsgierigheid wordt gewekt en op een dag, wanneer opa, er niet bij is gaan ze stiekem in de molen kijken. Ze vinden daar een schat, een kistje met oude foto’s. Op het eerste gezicht lijkt dat ‘oude rommel’. De kinderen smijten de foto’s op de vloer en het kistje erbij. Wanneer ze thuiskomen en het verhaal eerlijk opbiechten besluit opa toch de foto’s te halen. Ze blijken voor een Joodse man van onschatbare waarde. Van zijn familie was niets meer overgebleven (zelfs geen foto’s). Toen hij (David, de Joodse man) één jaar oud was werd zijn hele familie gedeporteerd. Hijzelf ontkwam ternauwernood. Er was niets meer over en omdat er zelfs geen foto’s bewaard waren gebleven (althans dat werd gedacht) kon hij zich ook nauwelijks een voorstelling maken van hoe het gezin eruit zag. Frinsel schreef een mooi en aangrijpend boek. De schat die gevonden werd was niet van goud of zilver, maar wel van onschatbare waarde.

Holocaust

De Holocaust is een van de meest verschrikkelijke facetten uit de Europese geschiedenis. In slechts enkele jaren tijd werden miljoenen Joden vergast, vermoord of het leven ondragelijk gemaakt. Veel mensen hebben nagedacht over de vraag waarom de Holocaust plaats moest of kon vinden. Ze hebben daarmee zelfs een spoor van twijfel achtergelaten m.b.t. het Godsbestaan. Als God bestaat waarom heeft hij dan de Holocaust toegelaten? Ook de tweeling denkt in het boekje na over deze vraag en opa probeert deze lastige vraag uit te leggen.

”Maarten en Liset voelden zich heel verdrietig worden. “Waarom, opa?” vroeg Maarten. Opa keek hem aan en zei: “Dat is een goede vraag, Maarten. Maar het is ook een heel moeilijke vraag. Laten we bij elkaar op de bank gaan zitten. Dan zal ik proberen een antwoord te geven.”

De zondeval en het waarom van de Holocaust

Opa begint te vertellen. Hij verwijst in zijn verhaal naar de schepping en de zondeval. Frinsel beschrijft daarna de strijd tussen Gods Zoon en de satan, zoals dit ook voorzegt is in Genesis 3:15. Het stuk dat over onze vroegste geschiedenis gaat, citeer ik hieronder.

”Jullie weten dat de Heere God alles gemaakt heeft. De hemel en de aarde en de zee. De zon en de maan en de sterren. De engelen en de mensen. Het was allemaal volmaakt. Er mankeerde niets aan. Tot één van de heerlijkste engelen hoogmoedig werd. Hij dacht dat hij de Heere gelijk kon zijn. Daarvoor werd hij gestraft, maar hij bleef opstandig. Hij werd satan, de vorst van de duisternis. Dat kun je allemaal in de Bijbel lezen. Hij wilde Gods mooie schepping in bezit krijgen. Een heel leger engelen koos zijn kant. En jullie weten van Adam en Eva. Die geloofden de mooie woorden van de satan ook. Zo is de zonde in de wereld gekomen. Satan weet wel, dat hij het van God nooit kan winnen. Hij is een schepsel, net als wij. Hij weet dat de Heere Zijn schepping wil verlossen. Hij was erbij, toen de Heere dat beloofde aan Adam en Eva. Toch probeert satan dat plan te laten mislukken. Lang daarna heeft de Heere een man uitgekozen. Dat was Abraham. Dat was een man uit een heidens land. De Heere beloofde hem tot een groot volk te maken.”

Opa vertelt verder over de geschiedenis van het volk van Israël. En dat satan elke keer Gods plannen in de war probeert te sturen of te verijdelen. Dat mislukt! De Heere Jezus wordt geboren en verslaat uiteindelijk satan. Waarom de satan nog steeds doorgaat is omdat de geschiedenis nog niet is afgelopen. Satan haat Gods volk. “De satan kan de Heere Zelf niets doen. Daarom blijft hij proberen Zijn volk uit te roeien. Want de Heere heeft een plan met heel Zijn schepping. Het volk Israël en wij, christenen, hebben daarin een belangrijke plaats.” Door het ongeloof van de Joden heeft de Heere hen verstrooid onder de volkeren. “Maar Hij beloofde ook Zijn volk weer te verzamelen. Niet omdat zij het verdienden. Maar omdat de Heere genadig is en trouw aan Zijn Woord.” Er keren tegenwoordig en ook vroeger veel Joden terug naar Israël. Satan probeerde dat te verhinderen en zet de volken aan tot haat. “Soms lukte dat verschrikkelijk goed. Het bereikte een hoogtepunt in de Tweede Wereldoorlog. Satan gebruikt mensen om zijn doel te bereiken. Dat blijft hij doen tot het einde toe.” Waarom de Holocaust? Omdat satan Gods plan wil verijdelen dat Hij heeft met het Joodse volk. De vertelling van opa is in het boek te vinden van bladzijde 70-75.

Op bladzijde 23 gaat het ook nog kort over onze vroegste geschiedenis als Maarten vindt dat de tijd niet snel genoeg gaat. Frinsel schrijft: “”Saaie dingen moesten vlug gaan”, bedacht Maarten. “En leuke dingen héél langzaam.” “De Heere heeft de tijd geschapen”, zei vader. “Denk maar niet dat we wijzer zijn dan Hij.” Nou, zo had Maarten het ook niet bedoeld. Maar een klein beetje vlugger…”

Goed dat Frinsel, in leven, aandacht heeft gehad voor onze vroegste geschiedenis en hoe de val van satan en de zondeval doorwerkt tot in de huidige geschiedenis. Maar de Heere gaat door met Zijn werk. Daar kan satan niets tegen doen.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

God zorgt voor Zijn schepping – Bespreking van ‘De stroper’

Weg wezen! Vlug! Henk rent het duin af, door de struiken heen. Vlug! Het bos in. Henk rent door zonder op te letten. Als hij maar weg is; weg van die stroper. O, wat wordt Henk Moe. Zijn hart gaat heel vlug. Het klopt in zijn keel. Ook valt hij bijna over een tak. Maar hij wil doorgaan. Hij wil naar Houtman. Daar is het veilig.

De stroper

In 1991 verscheen het boekje ‘De stroper’ van G.W. van Braak-van Vliet bij Uitgeverij Den Hertog. In 1993 verscheen de tweede druk van het boekje.1 Dit kinderboek gaat over Henk de Graaf en Roel de Boer. Henk logeert in de vakantie bij Roel en samen maken ze jacht op de stroper. Dit doen ze natuurlijk niet alleen maar samen met de ‘duinwachter’ meneer Houtman. Uiteindelijk rekenen ze de stroper in en wordt deze meegenomen door de politie. Het verhaal is niet heel spannend beschreven en daarom denk ik dat de leeftijd vanaf 9 jaar iets te hoog ingeschat is. Je kunt het al lezen vanaf 6/7 jaar.

De schepping

In het kinderboek wordt twee keer verwezen naar de schepping. Vader leest in het één-na-laatste hoofdstuk voor uit Psalm 104. Van Braak-van Vliet: “Na het eten leest vader Psalm 104. Daarin gaat het over de Heere, die voor Zijn schepping zorgt. Hij zorgt niet alleen voor de mensen. Hij zorgt ook voor de dieren en voor de zee.” In het laatste hoofdstuk gaat het oer de natuurbescherming. Op bladzijde 58 en 59 wordt het volgende geschreven: “Wij willen de natuur beschermen. Ook de dieren in de natuur. Een konijn, een ree, een hert. De Heere heeft alles geschapen. Hij zorgt voor alles. Maar wij moeten ook zuinig op de natuur zijn. Daarom ben ik hier.” Kinderen worden opgeroepen om zorgvuldig met Gods schepping om te gaan. Dat is een goede zaak!

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

Voetnoten

COLUMN: Censuur in Schoolboeken?

Afgelopen najaar kwamen reformatorische scholen onder vuur te liggen vanwege vermeende censuur in schoolboeken. Volgens het NRC Handelsblad was er zelfs een lijst met verboden onderwerpen, zoals dinosaurussen en de evolutietheorie. Hoewel de toenmalige minister Arie Slob uitsprak dat er geen aanwijzingen zijn dat refoscholen onderwijsdoelen weglieten was de toon wel gezet. Is het weglaten van onderwerpen uit standaard schoolboeken verstandig?

In eerste instantie zou je kunnen zeggen dat het ‘censureren’ van onderwerpen in schoolboeken verstandig is. Kinderen krijgen in de samenleving al genoeg onzedelijk en antichristelijk gif binnen zodat de school een oase zou moeten zijn om op adem te komen. Ik wil echter in deze column op zoek gaan naar alternatieven: een eigen onderwijsmethode en een jaargroep overstijgende leerlijn en/of begeleide confrontatie. De evolutietheorie (met de geologische miljarden jaren) én dinosaurussen zouden we niet uit de schoolboeken moeten weren of onbesproken laten. Vroeg of laat krijgen onze kinderen met deze onderwerpen te maken en veel kinderen hebben al op jonge leeftijd liefde en ontzag voor de prachtige dino-schepselen. Maar niet alleen daarom!

Het gaat hier om feiten die prima passen binnen een wereldbeeld met het klassieke scheppingsgeloof als uitgangspunt. Dat diersoorten kunnen veranderen (evolutie) is een vermogen dat de Schepper in Zijn schepping heeft gelegd. Universele Gemeenschappelijke Afstamming (UGA) wordt echter terecht gezien als strijdig met de scheppingsgeschiedenis zoals verwoord in Genesis. Er zijn ook argumenten tegen deze denkwijze te geven zijn. In het voortgezet onderwijs kunnen ze de argumenten voor UGA zelf opzoeken en tijdens een begeleidend moment wegen (begeleidende confrontatie). Denk daar niet te gemakkelijk over, want de geologische argumenten voor een miljarden jaren oude aarde zijn niet zwak. De VO-leraar dient daarom genoeg bagage te hebben om de leerlingen aan een weerwoord of andere denkrichting te helpen.

Af en toe kom ik op scholen om gastlessen te geven over o.a. dinosaurussen. Een aantal jaren geleden sprak ik een docent uit groep 8 naar aanleiding van een hoofdstuk over vulkanisme uit een seculiere aardrijkskundemethode. Ik vroeg hem hoe hij zo’n les gaf, met plaattektoniek over miljarden jaren. Hij gaf mij te kennen dat hij dan de les gewoon gaf, maar dat hij ook aangaf dit niet te geloven en zeker de tijdschaal niet omdat dit in strijd is met de Bijbel. Toen vroeg ik wat hij als alternatief aanbood, gaf hij aan geen kennis te hebben van alternatieven (zoals Catastrophic Plate Tectonics) en dat dus ook de leerlingen niet kon uitleggen. Dat is de leerkracht niet te verwijten. Gelukkig is er onlangs een biologiemethode verschenen die de kinderen verwondering over Gods schepping wil bijbrengen en de kinderen ook vanuit een Bijbels kader wil laten denken (Wondering the World). Edu-sign is ook begonnen aan een aardrijkskundemethode (Traveling the World).

Het is een aanfluiting te noemen dat we al meer dan honderd jaar vrijheid van onderwijs mogen genieten en nu pas een eigen biologie- en aardrijkskundemethode voor het basisonderwijs hebben. Het is natuurlijk niet helemaal zwart-wit, er bestaat veel los materiaal, bijvoorbeeld de Schildserie van KOC. Ik doel echter op een doorgaande leerlijn. We willen de kinderen toch in álle vakken Bijbels onderwijzen en opvoeden? We willen onze kinderen Bijbels opvoeden, niet omdat de ander een tegengestelde mening heeft, maar omdat God dit van ons vraagt (bijv. in Deut. 6:7). Het is zeer belangrijk om onze kinderen ook bij biologie en aardrijkskunde te leren dat God de aarde in zes dagen geschapen heeft, er een historische zondeval is geweest en een wereldwijde zondvloed. Juist bij vakken als biologie en aardrijkskunde kunnen scheppingsverwondering en de gevolgen van de zondeval gezien worden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Censuur in schoolboeken?, Om Sions Wil 2022 (11): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022

LEGO laat mensen en dino’s samen leven – LEGO van de serie ‘Jurassic World’

Kinderen kunnen het beste met ‘neutraal’ of bijbelgetrouw speelgoed spelen. Fijn dat er ook ‘neutraal’ dinospeelgoed bestaat. Speelgoed zonder dat kinderen geconfronteerd worden met het naturalistische evolutieparadigma. Te denken valt aan LEGO uit de serie ‘Jurassic World’. Dit speelgoed is geïnspireerd door de gelijknamige speelfilms, die overigens (nog) niet geschikt zijn voor jongere kinderen. Op de verpakkingen of in de boekjes van LEGO ‘Jurassic World’ lezen we niets over miljoenen jaren of andere naturalistische theorievorming. Zo kunnen ouders spelenderwijs met het kind spreken over het scheppingsparadigma en hoe creationisten denken over dinosaurussen. Al eerder gaven we aan dat we niet bang hoeven te zijn om te spreken over dinosaurussen, het zijn schepsels van God en passen goed binnen het scheppingsparadigma. God schiep dinosaurussen op de zesde dag als landdieren. Mens en dino zullen elkaar ongetwijfeld tegengekomen zijn vóór de zondvloed (en waarschijnlijk ook nog een tijd daarna).

LEGO speelt in op de interesse van kinderen voor deze ‘vreselijke hagedissen’. Hieronder willen de diverse producten bespreken die LEGO uitgegeven heeft in de serie ‘Jurassic World’. Uiteraard wordt het materiaal afgebeeld alsof het in de huidige tijd zo heeft plaatsgevonden. Al was de beschaving in een ver verleden hoog ontwikkeld, toch hadden ze hoogstwaarschijnlijk geen vrachtwagens, helikopters etc. Het blijft echter mooi dat er dergelijk ‘neutraal’ dinospeelgoed bestaat zodat kinderen niet om de haverklap ondergedompeld worden in het naturalistische evolutieparadigma. Het speelgoed is het meest geschikt voor de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar. Leg het niet in de buurt van kinderen onder de drie jaar, omdat het kleine onderdelen zijn waarin deze dreumesen en peuters kunnen stikken.

75930

Het set met product nummer 75930 verwijst duidelijk naar het huis van de tweede film van Jurassic World. Het gaat om het huis van een van de ‘eigenaren’ van de bekende dino-eilanden: ‘Lockwood Estate’. Qua dino’s zien we de Velociraptor, die net als in de film veel te groot is weergegeven. Het lijkt meer een Utahraptor. Ook de hybride, Indoraptor, komt in de doos voor. De acteurs van de speelfilm hebben ook een rol: één op een motor, één met een verdovingsgeweer, één met een veilinghamer, het meisje dat in het huis woont, één vrouw die het meisje probeert te redden (ze hangt namelijk aan het balkon) en de eigenaar van het huis met een soort walkie-talkie.

75939

De doos met product nummer 75939 bevat het laboratorium van dr. Wu, de wetenschapper van ‘Jurassic World’. Deze set bevat naast het laboratorium voor onderzoek ook twee jonge dinosaurussen: een Ankylosaurus en een Triceratops. De Triceratops kan uitbreken en zo het laboratorium op de kop zetten. Het laboratorium bevat ook een broedmachine met dino-eieren.

75940

LEGO-product 75940 bevat een groot voertuig. De bestuurder van het vehikel probeert een Gallimimus te vangen. Een Gallimimus was vermoedelijk een alleseter. De eerste fossielen werden in de jaren ’70 gevonden in de Gobiwoestijn. Daarnaast bevat de doos ook nog een vliegend reptiel, Pteranodon. De beesten kunnen worden opgespoord met de nieuwste technologie: een drone. Het voertuig bevat ook nog een rijdend laboratorium dat afzonderlijk neergezet kan worden om onderzoek te doen.

75941

Je kunt aan de LEGO doos met productnummer 75941 zien dat de LEGO-serie geïnspireerd is door de films van ‘Jurassic World’. We zien namelijk de genetisch gefabriceerde hybride dinosaurus, Indominus rex. Dit LEGO-set bevat naast deze genetische mutant ook een Ankylosaurus. Een Ankylosaurus was de tank onder de dino’s en had een benige rug voor bescherming. Verder is deze dino bekend door de ‘knots’ aan zijn staart waarmee hij zich hoogstwaarschijnlijk kon verdedigen. Bij LEGO kan deze staart ook heen en weer bewogen worden. Het grootste gebouw in deze set is het lanceerplatform voor de Gyrosphere. Kenners van ‘Jurassic World’ weten dat de Gyrosphere een glazen verrijdbare bol is waar men in kan zitten en zo zelf van een rondleiding door een park kan genieten. Ook hier geen vermelding van miljoenen jaren of het evolutieparadigma.

76942

De doos met het product nummer 76942 bevat een groot schip waarop een dino gevangen wordt gehouden. Het is een Baryonyx, een vleesetende dinosaurus uit de groep Theropoda. We denken dat het beest vooral vis at. In de buurt van de buikstreek van het beest zijn namelijk schubben en andere resten van vissen gevonden. We zien op de doos dat het beest gevangen wordt gehouden door grote klemmen, maar dat de Baryonyx weet uit te breken. Naast het grote schip bevat de verpakking ook een kleine rubberboot. We zien op de plaat daar twee mensen in zitten én een babydinosaurus. De Baryonyx kan met een haak, waar een vis in geklemd kan worden, gevoerd worden.

(De komende tijd willen we diverse DINO-LEGO-dozen bespreken)

De schepping, een 6-in-1 puzzel

God schiep hemel en aarde in zes dagen. Op de laatste dag maakte Hij de mens. Toen God alles gemaakt had, zag Hij dat Zijn werk zeer goed was. Willen we onze kinderen dichtbij de Bijbel opvoeden dan moeten we ze over de schepping in ieder geval dát meegeven. Maar hoe doe je dat?

Al eerder heb ik aangegeven dat er verschillende vormen geschikt zijn om onze vroegste geschiedenis door te geven aan de kinderen. Door kinderen de geschiedenissen voor te lezen uit een zogenoemde kinderbijbel, of, als ze kunnen lezen, deze geschiedenissen zelf te laten lezen. We zagen ook dat een bijbels memoryspel tot de mogelijkheden behoort. Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft een ook een andere vorm gekozen: een legpuzzel.

In het boek dat voor mij ligt zie ik zes puzzels voor elke scheppingsdag één. Als alle puzzels gemaakt zijn kan er één grote puzzel van gemaakt worden en krijgt het kind een overzicht van de scheppingsgeschiedenis. Onder elke plaat is een tekst te zien met een verwijzing naar de Bijbel. Bij de eerste puzzel zien we Genesis 1:1-5. Bij de tweede puzzel Genesis 1:6-10. Etc. Zo geeft het boekje aan kinderen mee dat de platen niet op zichzelf staan maar verankerd zijn in Gods Woord.

Als de eerste puzzel de eerste dag moet voorstellen dan klopt de plaat niet helemaal. We zien inderdaad wél een lichtbron, maar we zien ook planeten rondzweven. Deze zijn zeer waarschijnlijk niet op de eerste dag geschapen, maar op de vierde. Als het om een inleiding gaat dan is het een ander verhaal. Op de tweede plaat zien we de lichtstraal weer en daarbij wolken. Op de derde plaat land, planten en bomen. Op de vierde plaat zon maan en sterren. Op de vijfde plaat vogels en vissen. Op de zesde plaat landdieren en de mens. De tekst bij de zesde plaat onderstreept de schepping van Adam en Eva, dat zij als laatste gemaakt zijn, dat zij de eerste mensen waren en dat God zag dat alles wat Hij gemaakt had goed was. Dit is de Bijbelse lijn.

We kunnen onze kinderen met een gerust hart laten puzzelen, met de nuance hierboven aangebracht dat God geen planeten schiep op de eerste dag, maar op de vierde dag. Zo hebben we naast (voor)lezen, kleuren en memory ook de legpuzzel als leervorm.

Dit artikel werd door de auteur in 2019 geschreven.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit project is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

‘Adam en Eva vinden het fijn in de tuin die God gemaakt heeft’ – Bespreking ‘God maakt de aarde’

Adam en Eva vinden het fijn in de tuin die God gemaakt heeft. Er zijn veel bomen en ze hangen allemaal vol met fruit. Daar mogen ze lekker van eten.

Het is goed als er boeken bestaan die de Bijbelse geschiedenissen aan onze kinderen willen doorgeven. Nog mooier is het als de auteur laat zien dat ze deze geschiedenissen serieus neemt en zo goed mogelijk, en tegelijk op een eenvoudige wijze, na probeert te vertellen. Zo ook het boekje van Marijke ten Cate. Ze vertelt in het boek God maakt de aarde op eenvoudige en heldere wijze over Genesis 1 tot en met 3. Voor diegene die daar niet mee bekend zijn: het gaat hier om de geschiedenissen van de schepping en de zondeval. Ten Cate begint bij het begin: “In het begin is er niets” en eindigt bij het feit dat Adam en Eva uit het paradijs worden gestuurd: “Zo stuurt God de mensen weg uit de mooie tuin. Adam en Eva moeten nu hard werken om voor elkaar te zorgen.” Tussenin worden de dagen in chronologische volgorde besproken, zien we Adam en Eva in het paradijs, zien we de zondeval en zien we het ter verantwoording roepen van Adam en Eva door God. Alles ingebed in de chronologie zoals de Schrift die ons geeft.

De bijbehorende platen zijn prachtig en aansprekend getekend. We zien bij de plaat van de eerste dag wel het licht uit een richting komen, maar er wordt in de tekst aangegeven dat de zon, de maan en de sterren pas op de vierde dag geschapen zijn. Dat is in overeenstemming met de Schrift. Op de vijfde dag zien we de vissen en de vogels op de plaat terwijl de plaat van de zesde dag de landdieren en de mens toont. Op de laatste plaat zien we Adam werken op zijn akker terwijl de zwangere Eva kleren maakt voor de baby.

Dit boek is een aanrader om aan kinderen voor te lezen. De kleuterleeftijd is daarvoor het meest geschikt schat ik zo in. Uit ervaring weet ik dat kinderen in deze leeftijd enthousiast zijn over het boekje. Het verhaal uit God maakt de aarde werd eerder ook uitgegeven in de Prentenbijbel.

Dit artikel is door de auteur in 2019 geschreven.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit project is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

De geheime tuin van Alice en Bart – Bespreking van ‘De geheime tuin’

“De vrouw liep vlug door en Bart en Alice keken elkaar aan. ‘We zijn verdwaald’, zei Alice, en ze barstte in tranen uit. ‘Niet huilen!’ zei Bart onhandig. Hij sloeg zijn arm om Alice heen. ‘Je zult zien dat we weer veilig thuiskomen’. ‘Maar we kunnen de ring niet teruggeven’, snikte Alice. ‘Die brengen we een andere keer wel terug’, troostte Bart. ‘Kom, laten we hier langs lopen en kijken of we ons hier wat van herinneren’. Nog snikkend begon Alice naast Bart verder te sjokken langs het trottoir.”

Het is prachtig om met kinderen door het bos of door een tuin te lopen. Kinderen genieten van de natuur en vragen honderduit over verschillende plant- en diersoorten. Dat is ook het geval in het kinderboek De geheime tuin van stichting Uit het Woord der Waarheid. Het boek is geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar en gaat over een jongen (Bart) en een meisje (Alice) die samen een tuin ontdekken en daar goed voor zorgen. Ze beleven allerlei avonturen in de tuin en vinden ook een dure ring. Wanneer ze deze terugbrengen bij de eigenaar komen ze erachter dat de tuin plaats zal moeten maken voor een woonwijk. Gelukkig heeft de eigenares van de ring een alternatief.

Eleanor Watkins heeft een leuk kinderboek geschreven, waarin ook het Evangelie doorklinkt.1 Ze heeft ook aandacht voor de scheppingsgeschiedenis in Genesis. Zo geeft de auteur aan dat God de wereld in zes dagen maakte en op de zevende dag rustte. Daarom doen wij dat ook: “We werken zes dagen en we hebben één speciale dag waarop we rusten, en aan God denken.” Voor de auteur is dat de zondag.2 De auteur heeft ook nog aandacht voor de geschiedenis van de eerste mensen. Wanneer Alice naar de zondagsschool gaat wordt daar namelijk de geschiedenis van Adam en Eva verteld. Ik citeer:

“‘Grappig, hé’, zei hij, ‘hoe zo’n mooie grote plant met bloemen en bladeren kan groeien uit zo’n piepklein zaadje. Hoe zou dat komen? ‘Weet je dat niet?’ vroeg Alice. ‘God doet dat. Wij planten alleen maar de zaadjes en soms doen wij het niet, maar doen de vogels het. Maar God geeft de regen en de zon en maakt dat het kleine zaadje begint te groeien’. Bart keek nadenkend. ‘Ik heb eerder nooit echt geloofd dat er een God was’, zei hij. ‘Maar ik denk dat er iets moet zijn om de dingen te laten beginnen. Ik bedoel – de mensen hebben niet de hele wereld gemaakt, hé – alleen de huizen en fabrieken en dingen. Maar de mensen hebben niet de planten en de bomen en de bergen gemaakt, hé? ‘Nee, dat heeft God gedaan’, zei Alice, en ze begon Bart te vertellen hoe God de wereld had gemaakt en de eerste mensen, Adam en Eva. Barts ogen werden ronder en ronder toen hij luisterde. ‘Dat heb ik nooit eerder geweten’, zei hij eindelijk. ‘Mijn broer zegt dat God alleen maar iemand is uit een verhaaltje, maar als hij dat nog eens zegt, zal ik het hem vertellen dat het anders is’.”

Fijn dat de auteur oog heeft voor de schepping en de zondeval. De auteur bouwt zo mee aan een creationistisch wereldbeeld. Ze doet dit op een alledaags en er niet dik bovenop. Zoals kinderen dat zouden kunnen meemaken. Het boek is aan te raden voor kinderen vanaf acht jaar.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit project is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Een leeswijzer bij de ‘expeditiekaart’ van Naturalis

In 2020 ben ik naar Naturalis geweest in verband met het project ‘Een creationistische museumgids voor Naturalis’.1 Naturalis is een mooi natuurhistorisch museum met een uitgebreide collectie. Helaas bekijkt men de zaken slechts vanuit naturalistisch perspectief. Dat wil zeggen dat men uitgaat van universele gemeenschappelijke afstamming en miljarden jaren. Willen christelijke ouders hun kinderen zonder gewetensbezwaar naar dit museum sturen dan is het goed om ze een creationistische duiding mee te geven. Naturalis doet er veel aan om kinderen bij de les te houden. Het kind krijgt bij aankomst een ‘expeditiekaart’ met als titel ‘Met de natuur op reis’.2 Zo kunnen de kinderen de route volgen en veel leren over de tentoonstellingen. Kinderen van christelijke ouders kunnen veel van de ‘expeditiekaart’ overnemen. De zaken die vanuit naturalistisch perspectief worden belicht, hebben een weerwoord nodig. Daarom hieronder een korte leeswijzer.

De kinderen leren op de expeditie bijvoorbeeld hoe ver dieren kunnen reizen. De Monarchvlinders, bijvoorbeeld, kunnen ’wel honderd kilometer per dag fladderen; soms vliegen ze zelfs tegen de wind in. Ze leggen duizenden kilometers af’. Ook komen andere dieren aan de beurt zoals de gnoe of de grote albatros. Veel interessante feitjes komen langs in deze ‘expeditiekaart’. Leerzaam!

Naturalistisch wereldbeeld versus creationistisch wereldbeeld

Binnen het naturalistische wereldbeeld houdt men, in ieder geval, bij het natuurwetenschappelijk onderzoek geen rekening met Gods Woord.3 Men wil natuurlijke zaken slechts op natuurlijke wijze oplossen. Door geen rekening te houden met Gods openbaring komt men daardoor, als het gaat om het verleden, scheef uit. We zien dat Naturalis deze naturalistische benadering overneemt, ook in de ‘expeditiekaart’. Zo zijn (1) vogels ‘de achterneefjes- en nichtjes [sic] van dino’s’, zijn (2) ‘bloemplanten, bestuivende insecten, vogels én zoogdieren’ in de ‘dinotijd (…) ontstaan’ en liepen (3) ijstijddieren ’30.000 jaar geleden’ in Nederland rond. De ‘expeditiekaart’ doornemend valt het verder gelukkig mee met stellige naturalistische uitspraken over het verleden. Vanuit een creationistisch wereldbeeld gezien zouden de hierboven genoemde punten eenvoudig vervangen kunnen worden door:

(1) Vogels zijn op de vijfde scheppingsdag geschapen, dino’s op de zesde scheppingsdag. Creationistisch onderzoek heeft uitgewezen dat er tussen de verschillende vogelgroepen en de verschillende dinogroepen grote gaten zitten, men noemt dat met een moeilijk woord discontinuïteit. Sommige dinosauriërs hebben veren gehad, maar dát maakt ze nog geen voorouders of familieleden van de vogels.

(2) Bloemplanten, bestuivende insecten, vogels, zoogdieren én dino’s hebben tegelijkertijd geleefd en zijn in dezelfde aardlagen begraven. Afhankelijk van je wetenschappelijke model is dit laatste tijdens óf na de zondvloed gebeurd.

(3) Vrijwel alle creationistische wetenschappers gaan ervan uit dat er, in ieder geval, één ijstijd is geweest in de dagen van de aartsvaders (rond 4.000 jaar geleden). Volgens sommige creationisten duurden deze ijstijd zo’n 500 jaar.

‘Expeditiekaart’ is met aanpassing te gebruiken

Zoals gezegd, valt het gebruik van het naturalistisch wereldbeeld in de ‘Expeditiekaart’ mee. Wanneer u met uw kind naar Naturalis gaat, kunt u aangeven dat veel mensen denken vanuit het naturalistisch wereldbeeld, maar dat wij, christenen, over sommige zaken anders denken. Kinderen worden dan niet monolitisch-naturalistisch opgevoed, maar krijgen twee wereldbeelden voor ogen. Daarnaast worden christelijke kinderen weerbaar gemaakt zonder hen met een anti-wetenschappelijke houding op te voeden. Dat laatste is namelijk niet nodig.

Zie ook deze column die ik schreef naar aanleiding van een vervolgbezoek aan Naturalis.

Voetnoten

Puimsteen in de keuken – Bespreking ‘Vuur over de stad’

Plotseling verandert de toestand. Kees brengt zijn laatste wapen in de strijd. Het is het enige, wat hij nog kan doen. Bliksemsnel geeft hij de man een schop tegen de schenen. Oei, wat doet dat zeer! De greep op de schouder van Kees wordt even wat losser van de plotselinge pijn. Met één ruk is Kees vrij. Hij is zo ongeveer de vlugste jongen van de klas. De man probeert hem te grijpen, maar Kees duikt tussen twee mensen door die hém doorlaten, maar de achtervolger niet.

De ‘Maarten Gunnink’-serie gaat over de familie Gunnink in de Tweede Wereldoorlog. De schrijver is M. Kanis en het eerste druk werd in 1991 uitgegeven door Uitgeverij De Banier. Van ‘Vuur over de stad’ (deel 5) verscheen in 2006 de tweede druk en in 2008 de derde druk. Er is dus veel vraag naar de boeken (geweest). In de serie beleven de jongens van Gunnink (Jasper, Douwe, Maarten en Wouter) allerlei avonturen. In dit deel lezen we over ‘belletje trekken’ bij de kruidenierszaak, waarbij de vlugge kruidenier Maarten te pakken krijgt en hem angstzweet bezorgd. Een bombardement op de stad Deventer waarbij de schoolkinderen moeten schuilen in het trappenhuis van de school. Bij dat bombardement wordt ook een bejaardenhuis geraakt. De Duitsers houden de brandweerlieden echter aan en sturen hen naar een voedselfabriek dat ook door de bommen is geraakt. Een grappig stukje in het boek is wanneer Duitse soldaten varkens bij een slachterij afleveren en waarbij een varken ontsnapt. De beer laat zich maar moeilijk grijpen, tot hilariteit van de toeschouwers. Opnieuw een spannend en aangrijpend deeltje van de serie.

Puimsteen

Helaas wordt er in dit deeltje niet verwezen naar onze vroegste geschiedenis. Wel komt er geologische en/of aardrijkskundige kennis in het boekje voor. Wanneer Maarten zijn vieze handen moet schoonmaken gebruikt hij daarvoor geen zeep, maar een stukje puimsteen. Ik citeer bladzijde 83:

“Met het puimsteen schuurt hij de bruine plekken weg. Leuk dingetje, die steen. Als je hem onder water duwt en loslaat komt hij met een vaart omhooggefloept. Want puimsteen is licht, het drijft op water. Vader heeft hem verteld dat puimsteen eingenlijk ‘lava’ heet. Vroeger is het gloeiend heet uit een vuurspuwende berg geslingerd of gedropen en toen langzaam afgekoeld en hard geworden. Dat zal best kloppen, vader heeft overal verstand van. Aan zo’n vader heb je nog eens wat.”

Een lezenswaardig boekje voor kinderen vanaf 10 jaar en ouder. Deze serie is ook leuk om achter elkaar voor te lezen aan een schoolklas.

Er zijn twee deeltjes in de ‘Maarten Gunnink’-serie waar wel aandacht wordt besteed aan onze vroegste geschiedenis. Namelijk in ‘Voor Joden verboden’ en ‘Verscholen vijand’. De besprekingen daarvan zijn resp. hier en hier te vinden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit project is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Bisschop stelt Kamervragen naar aanleiding van nieuwe leerlijn genderdiversiteit van COC en de doorontwikkeling daarvan

Vorige week trok een oproep van de LHBTI-belangenorganisatie COC Nederland de aandacht. COC Nederland riep docenten en andere bij de basisschool betrokken mensen op om mee te denken met (het doorontwikkelen van) de nieuwe leerlijn genderdiversiteit. Tweede Kamerlid dr. Roelof Bisschop van de SGP1 stelde op 31 maart 2022 Kamervragen aan de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, Dennis Wiersma (MA).2 De minister heeft begrijpelijkerwijs nog niet gereageerd op de vragen van Bisschop.

Meedenken?

Pedagoog en projectleider Jeroen Horvers (MSc.) gaf aan dat hij, in zijn afgelopen diensttijd van 2,5 maanden, volop bezig is geweest om genderontwikkeling en seksuele ontwikkeling van kinderen in de basisschool goed in kaart te brengen. Volgens Horvers is het nu de tijd om samen met docenten aan de slag te gaan. Daarom is COC Nederland op zoek naar leerkrachten die samen met COC aan de slag willen gaan om ‘iets supermoois’ te ‘gaan neerzetten wat aansluit bij de onderwijspraktijk!’ Wat wordt er verwacht van de leerkrachten? Twee zaken. Allereerst ‘evalueren, experimenteren en verbeteren van de lessen voor groep 3 en 4 over seksuele- en genderdiversiteit bestaande uit de in 2021 ontwikkelde pilot genaamd Astra’.3 Ten tweede het ‘opzetten, meedenken, experimenteren, testen, evalueren en verbeteren van de lessen voor groep 5 en 6 over seksuele en genderdiversiteit’.4 Via Twitter vroeg ik de belangenorganisatie het volgende: “Is er ook ruimte voor meedenkende docenten die vanuit de Bijbel een andere visie hebben op of een iets andere leerlijn willen neerzetten dan de beoogde COC-leerlijn?” Tot op heden heb ik daar van COC Nederland geen antwoord op gekregen. Het zou goed zijn als docenten, die dichtbij de Bijbel willen staan en leven, betrokken zijn in dit project. Ook leerkrachten in het bijzonder onderwijs krijgen vragen over genderdysforie en transgenderisme.5 Het is daarom goed dat leerkrachten zijn toegerust om hier vanuit een Bijbelse visie aandacht aan te kunnen geven. Uiteraard vanuit een liefdevolle en bewogen pastorale houding en rekening houdend met de gevoeligheden rond dit thema! Dat is niet hetzelfde als met meel in de mond spreken, maar juist de leerlingen helder, duidelijk en liefdevol wijzen op wat de Schrift zegt over het man- en vrouw-zijn en welke verstoringen er zijn opgetreden sinds de zondeval.

Kamervragen

SGP’er dr. Roelof Bisschop, die namens deze partij hoeder is van de portefeuille onderwijs, heeft (ook) vragen bij deze nieuwe leerlijn en de doorontwikkeling daarvan.6 In het document met de Kamervragen aan de minister stelt hij een zestal vragen. Hij stelt ook vragen over de voorbeeldlessen en handleidingen voor de leerkrachten zoals weergegeven in de pilot Astra. Na de eerste vraag of de minister bekend is met het voornemen van COC stelt hij in de tweede vraag hoe de minister denkt over het feit dat COC wil meegeven dat het ‘helemaal niet raar is dat kinderen zich de ene dag een jongetje kunnen voelen en de andere dag een meisje’. Bisschop: “Vindt u, gelet op de huidige professionele en wetenschappelijke kennis van de (ontwikkelings)psychologie, dat scholen zich voldoende rekenschap geven van de intense identiteitsvragen waar leerlingen mee kunnen worstelen als ze vooral meegeven dat het prima is dat ze een fluïde genderidentiteit hebben? Ziet u dit ook als indicatie dat scholen onvoldoende oog hebben voor de sociale en psychische veiligheid van deze specifieke groep leerlingen?” De derde vraag van de politicus gaat over het beperkt voorkomen van situaties van ‘genderincongruentie – of dysforie en non-binaire of fluïde genderidentiteit’. We moeten daarom niet net doen of dit de gangbare en reguliere praktijk zou zijn. De minister wordt gevraagd of hij dit acceptabel vindt. In de vierde vraag vraagt de SGP’er zich af of deze aanpak van COC ‘de psychische integriteit van kinderen voldoende eerbiedigt’, dat geldt zeker in deze ontwikkelingsfase. De minister wordt gevraagd of hij ook ziet dat deze teksten ‘zonder nadere duiding op gespannen voet staan met de zorgplicht voor sociale en psychische veiligheid op school’. De vijfde Kamervraag van dr. Bisschop gaat over het regeerakkoord. In het regeerakkoord wordt volgens Bisschop gesteld dat er ‘geen ruimte mag bestaan voor materiaal dat in strijd is met de waarden van de rechtsstaat’. Gaat de onderwijsinspectie dit lesmateriaal van COC onderzoeken en ook de scholen die dit materiaal gebruiken? De laatste vraag van Bisschop gaat over de subsidiëring van dergelijk materiaal. Bisschop: “Hoe controleert u dat het COC geen subsidie gebruikt voor het ontwikkelen van lesmethoden?

Ten slotte

Wanneer er geen Bijbelgetrouwe docenten meedenken wordt het COC-materiaal eenzijdig. In het materiaal zal dan nauwelijks tot geen rekening gehouden worden met de christelijke normen en waarden. Het is goed dat dr. Roelof Bisschop Kamervragen heeft gesteld. Christelijke schoolbesturen, directeuren en leerkrachten moeten zich blijvend bezinnen op alternatief lesmateriaal waarin het onderscheid tussen genderdysforie én transgenderisme duidelijk gemaakt wordt.7 Of dit al voor de basisschool geschikt is of pas ingezet moet worden in het voortgezet onderwijs moet het onderwerp van discussie zijn. Mijn voorkeur heeft het voortgezet onderwijs of, als dit toch op de basisschool bespreekbaar gemaakt moet worden, de hoogste groepen van de basisschool.

Voetnoten