Home » Seksuele opvoeding

Categoriearchief: Seksuele opvoeding

Dr. Bart Jan Spruyt: “Er is geen ruimte voor debat over de genderwet” – Uitgelicht! 5 september 2022

Dr. Bart Jan Spruyt was op 5 september 2022 te gast bij Uitgelicht! van Family7. Hij sprak over de nieuwe Transgenderwet waar op 26 september 2022 D.V. over wordt gedebatteerd in de Tweede Kamer. Spruyt is een van de initiatiefnemers van gendertwijfel.nl. Met dank aan Family7 voor de opname.

Nashville-studiedag 12 september 2019 (2): Dr. M. Klaassen – Cultuur-historische lezing “Seksuele Revolutie”

Op 12 september 2019 werd de Nashville studiedag gehouden. De tweede spreker van de dag, dr. Maarten Klaassen, gaf een cultuur-historische lezing ‘seksuele revolutie’. In de komende weken willen we, als de Heere leven spaart, de video’s van de studiedag ook via deze website delen. Dit met dank aan de Werkgroep Nashville Verklaring.

Hanteer Bijbel als uniek normatieve gids op seksueel terrein

Over het Schriftberoep in de ethiek (inclusief seksualiteit) is van orthodox-protestantse zijde grondig nagedacht. Voorbijgaan aan die bezinning is slechts tot groot nadeel.

Prof. dr. René Erwich en dr. Almatine Leene komen terug (Reformatorisch Dagblad van 8-8) op het eerder gedane verslag van de presentatie van hun boek ”Vuur dat nooit dooft” (RD 24-6). Ze memoreren daarbij dat ik bij die gelegenheid vroeg waarin hun betoog verschilt van prof. dr. F. O. van Genneps publicatie ”Mensen hebben mensen nodig” uit 1972. Het toen door Erwich gegeven antwoord is nu in hun artikel nader uitgewerkt. Ik heb er behoefte aan te preciseren wat ik met mijn vraag heb bedoeld en ook aan te geven waarom het antwoord van Erwich en Leene mij niet bevredigt.

Volmondig geef ik de auteurs toe dat zij in vergelijking met Van Gennep de thematiek in een veel breder kader plaatsen. Dat hebben ze gedaan door een ter zake kundige hantering van het viertakenmodel van Richard Osmer. Ze doen een serieuze poging om nieuwe kennis uit wetenschappen zoals biologie, psychologie en seksuologie theologisch te verdisconteren. Dat is naar mijn overtuiging volkomen terecht en prijzenswaardig. Inderdaad heeft theologie bij vragen over gender andere wetenschappen nodig en terecht stellen Erwich en Leene dat de normativiteit van de Schrift in gesprek moet worden gebracht met inzichten uit andere wetenschappen.

Kernnoties

Mijn grote zorg is echter, ook na herlezing van dit boek, dat deze normativiteit van de Schrift ernstig in het gedrang komt. Indertijd bestond in grote delen van de Nederlandse Hervormde Kerk en zeker in de breedte van de gereformeerde gezindte grote moeite met de benadering van Van Gennep, die in zijn seksuele ethiek het beroep op de Schrift versmalde tot de kernnotie van het ”verbond”. Zo gebeurde dat ook in de pastorale handreiking ”In liefde trouw zijn”, die in 1983 verscheen in de toenmalige Gereformeerde Kerken (synodaal). In ”Vuur dat nooit dooft” lijken de auteurs dezelfde weg te gaan door de notie ”verlangen” centraal te stellen.

Het beroep op zulke kernnoties kan zeker diepe en zinvolle aspecten van de Bijbelse boodschap doen oplichten. Tegelijkertijd blijven vele andere Bijbelse gegevens ongebruikt, bijvoorbeeld over de uniciteit van het huwelijk tussen man en vrouw, de fundamentele betekenis van het man of vrouw zijn vanuit de schepping naar Gods beeld, de teksten die waarschuwen voor allerlei vormen van seksuele onreinheid enzovoorts.

Spanningsveld

Erwich en Leene wijzen in navolging van de Amerikaanse theoloog David Jenson een benadering af die de Bijbel ziet als een gids voor seksualiteit, waarin zekere teksten worden uitgekozen die bepalend zijn voor wat wel en wat niet mag op seksueel gebied. Ze stellen dan: „Dit maakt van de Bijbel een soort wetboek, waarbij weinig ruimte is voor diverse contexten.”

Mij gaat dit veel te kort door de bocht. Is het Woord van God niet de beste gids op alle levensterreinen? Zeker, er moet zorgvuldig worden nagedacht over de actuele toepassing van Bijbelwoorden en er gaat veel mis wanneer losse teksten klakkeloos worden geciteerd. Maar over het Schriftberoep in de ethiek (inclusief seksualiteit) is van orthodox-protestantse zijde grondig nagedacht (ik noem bijvoorbeeld het werk van J. Douma en W. H. Velema). Voorbijgaan aan de resultaten van die bezinning is slechts tot groot nadeel. De christelijke ethiek staat naar een woord van S. Meijers in het voortdurende spanningsveld van áándachtig en índachtig. Aandachtig ten aanzien van de gegeven situatie (en dan doen alle wetenschappen voluit mee) en indachtig het hele Woord van God (tota Scriptura). Daarbij moeten we ook teksten die een andere (bijvoorbeeld patriarchale) cultuur ademen en contextueel gekleurd zijn zorgvuldig beluisteren, om hun blijvende normatieve kern recht te doen en door te vertalen (de hermeneutische opdracht).

Ik hoop dat de auteurs van ”Vuur dat nooit dooft” zich nader willen bezinnen op de unieke normativiteit van heel de Schrift als Woord van God en stem uit de hemel.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Hoek, J., 2022, Hanteer Bijbel als uniek normatieve gids op seksueel terrein, Reformatorisch Dagblad 52 (118): 25 (artikel).

Nashville-studiedag 12 september 2019 (1): Drs. W. Visscher – Man en vrouw schiep Hij hen (opening)

Op 12 september 2019 werd de Nashville studiedag gehouden. De dag werd geopend door drs. W. Visscher, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Amersfoort. Hij opende met het lezen van een gedeelte uit het bijbelboek Genesis en gebed. In de komende weken willen we, als de Heere leven spaart, de video’s van de studiedag ook via deze website delen. Dit met dank aan de Werkgroep Nashville Verklaring.

Dr. Roelof Bisschop (SGP) krijgt antwoord van de ministers over lesmateriaal COC Nederland op scholen

Dr. Roelof Bisschop van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) stelde 31 maart 2022 Kamervragen aan de minister van Primair en Voortgezet Onderwijs, Dennis Wiersma (MA).1 Na bijna drie maanden verscheen er, op 28 juni 2022, een antwoord.2 Deze brief is mede beantwoord door prof. dr. Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W).3

Respechtvol

De ministers geven aan bekend te zijn met het lesmateriaal en de leerlijn van de LHBTIQ+-belangenorganisatie COC Nederland en de oproep tot doorontwikkeling van deze leerlijn. In antwoord op de vragen twee tot en met vier van Bisschop geven de ministers aan dat het kabinet het belangrijk vindt dat ‘iedere leerling zichzelf mag zijn en dat niemand gepest wordt om wie die is, daarbij hoort ook dat leerlingen respectvol leren omgaan met seksuele- en genderdiversiteit’. Volgens de ministers draagt juist het besteden van aandacht aan en het bevorderen van het respect mee aan de sociale veiligheid van alle leerlingen. Er wordt verwezen naar een brief ‘Vrij en veilig onderwijs’ die 4 maart 2022 naar de Tweede Kamer is gestuurd.4 In deze brief werd aangegeven dat er specifiek aandacht zal (moeten) zijn voor LHBTIQ+-leerlingen.

KERNDOEL OJW 38
De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

Toelichting: Kerndoel 38 valt onder het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld‘ dit wordt door de Rijksoverheid afgekort als OJW. Er zijn nog twee andere kerndoelen binnen dit leergebied die vallen onder burgerschap, nl. OJW 36 en OJW 37. Deze gaan echter niet over seksuele- en genderdiversiteit. Bron: https://www.slo.nl/sectoren/po/burgerschap-po/onderwijsdoelen/.

Scholen verplicht

De scholen zijn volgens Wiersma en Dijkgraaf verplicht om invulling hieraan te geven. Deze verplichting is tot uitdrukking gekomen in kerndoel 38 voor het primair onderwijs, Burgerschapswet en Wet Sociale Veiligheid. In het kader hierboven wordt dit kerndoel weergegeven. De ministers: “Zo staat in dit specifieke kerndoel opgenomen dat leerlingen leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” De opstellers van de brief wijzen erop dat de aanpassing van de burgerschapswet meer richting geeft aan scholen en dat deze minder vrijblijvend is. “In de wet is vastgelegd dat scholen leerlingen kennis en respect moeten bijbrengen voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en ieders grondrechten en dat scholen op een doelgerichte en samenhangende wijze werken aan burgerschapsvorming.” Sociale veiligheid staat voor de ministers voorop en dient gestimuleerd en gemonitord te worden door de scholen. Sociale veiligheid voor alle leerlingen is uitermate belangrijk en burgerschap kan bijdragen aan de vraag hoe wij als christen op een positieve manier leven in en bijdragen leveren aan onze samenleving. Verspreiden wij de aangename liefdesgeur van de Heere Jezus Christus? Paulus schrijft in 2 Korinthe 5:20: “Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.” (SV) De scholen dienen wegwijzers te zijn voor het aardse burgerschap en de leerlingen heen te wijzen en (zover het in ons vermogen ligt) ook voor te bereiden voor het hemelse burgerschap.

Scholen vrij

Of het lesmateriaal van COC Nederland hieraan voldoet is volgens de ministers niet aan de rijksoverheid om dat te beoordelen. De ministers: “Scholen hebben daarbij steeds de vrijheid om een eigen invulling aan deze verplichtingen te geven. Het staat scholen dus vrij het materiaal van het COC te gebruiken, maar ook om hier een eigen invulling aan te geven en ander materiaal te gebruiken.” Wiersma en Dijkgraaf tekenen hierbij aan dat scholen zich hierbij wel aan de wet dienen te houden en dat de inspectie scherp toezicht houdt op de invulling van burgerschap. De inspectie zal dit doen bij alle scholen ongeacht afkomst, kleur of religieuze overtuiging. In antwoord vijf herhalen de ministers nogmaals dat het aan scholen zelf is hoe ze invulling geven aan kerndoel 38 en dat scholen zelf mogen bepalen of ze daarbij gebruikmaken van materiaal van COC Nederland. Ouders en leerlingen hebben hierin ook een rol. De ministers: “Ouders en leerlingen kunnen kwesties via de vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad bij het schoolbestuur aankaarten. Indien daar aanleiding toe is, kan er een klacht worden ingediend via de daarvoor geldende klachtenregeling.” De vrijheid om zelf invulling te geven aan de invulling van kerndoel 38 leidt ook tot verantwoordelijkheid en de school mag daarop aangesproken worden. Verder geven de ministers aan dat er een verbod komt op het gebruik van leermiddelen die ‘antidemocratische of antirechtstatelijke elementen in zich dragen’. Hoe dit verbod in de praktijk eruit ziet wordt nog nader uitgewerkt, maar de ministers geven aan dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat deze antidemocratische of antirechtstatelijke elementen ook van toepassing zijn op het materiaal van COC Nederland.

Financiering

De laatste vraag van Bisschop gaat over financiële invloed van de overheid op de leermiddelenmarkt. De ministers geven aan dat er geen financiële invloed is op de leermiddelenmarkt. Wiersma en Dijkgraaf: “Omdat staatssteun vermeden moet worden, wordt elke subsidieverlening getoetst op staatssteun voordat de subsidie wordt verleend.” In het geval van COC Nederland gaat de subsidieverlening vooral om de zogenoemde Paarse Vrijdag ook binnen bassischolen bekend te maken. “Het is uiteindelijk aan scholen zelf om te bepalen of en hoe en of zij aan Paarse Vrijdag willen meenemen [sic].”5 Het is goed dat christelijke scholen het COC materiaal toetsen6 en een eigen leerlijn opzetten/eigen lesmateriaal ontwikkelen voor seksuele- en genderdiversiteit. Burgerschap is gelukkig uiteindelijk veel breder dan seksuele diversiteit. Christelijke scholen doen er daarom goed aan om het brede plaatje voor ogen te zien en seksuele diversiteit niet als stokpaardje te nemen waardoor de kernpunten van burgerschap ondersneeuwen. We hoeven seksuele- en genderdiversiteit niet te hypen zoals dit momenteel in onze seculiere samenleving wordt gedaan.

Voetnoten

Spreek als ouders eerlijk en open over seksualiteit

Kinderen en jongeren hebben recht op eerlijke seksuele voorlichting. Ouders kunnen er al vroeg mee beginnen door seksualiteit gaandeweg te bespreken in het dagelijks leven. Vertel dan wat de Heere ermee bedoelt.

“Ouders kunnen niet te vroeg beginnen met het bieden van seksuele voorlichting of opvoeding. Bij elke ontwikkelingsfase past seksuele opvoeding. Dat hoeft niet met een zwaar gesprek, maar kan stap voor stap en gedurende de jaren.” Bron: Unsplash.

In gesprek gaan met je kind over onderwerpen als seksualiteit, geslachtsgemeenschap, het voorkomen van zwangerschap en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) blijkt voor veel christelijke ouders een brug te ver. Dat zegt 75 procent van de studenten die werden ondervraagd in een onderzoek van het Nederlands Dagblad (RD 16-5). Vorige week werd hieraan toegevoegd dat veel studenten ook aangeven porno te kijken en daar moeilijk van los kunnen komen. Dit onderzoek houdt ons als ouders een spiegel voor en roept allerlei vragen op.

Iedereen begrijpt dat dit geen gemakkelijk onderwerp is, dat je ‘zomaar’ bespreekt. Maar in deze tijd van seksuele verwarring is een goed gesprek met ons kind hard nodig. En heeft ook een jongvolwassene, nu bijvoorbeeld allerlei vormen van genderbeleving voorkomen, niet juist daar behoefte aan? Aan de keukentafel, in de auto, tijdens een wandeling, ’s avonds laat bij een vuurtje. Vaak zijn dit gouden momenten voor een diepgaand gesprek, zeker als het over seksualiteit gaat.

Kinderen en jongeren hebben recht op eerlijke seksuele voorlichting. Ouders kunnen daarmee al vroeg beginnen door seksualiteit gaandeweg te bespreken in het dagelijks leven. Kinderen vinden het niet vreemd als je, passend bij hun leeftijd en karakter, steeds iets meer aan hen vertelt over hoe de Heere ons heeft geschapen en seksualiteit bedoelt. Spreek daarbij ook over grenzen en zelfbeheersing. Benoem dat God van ons vraagt dat we onze seksuele gevoelens beheersen en bewaren voor binnen het huwelijk. Als ouders open zijn, geeft dit aan kinderen ruimte om ook open te zijn.

Vergaande vragen

Uit het ND-onderzoek blijkt dat het echt relevant is om over deze zaken in alle eerlijkheid te spreken. Dit is dus een belangrijke taak voor ouders. Maar naast deze oproep aan ouders zou aan de respondenten van het onderzoek deze vraag gesteld kunnen worden: Kan het verwijt aan ouders dat er te weinig gesproken is over seksualiteit ook een excuus zijn om grenzen te verleggen?

Volgens onderzoeker Van Dijk heeft het algemene denken onder christenen zijn intrede gedaan. Opvattingen verschuiven, zelfs wanneer het gaat over het huwelijk en het bewaren van de seksuele omgang voor binnen het huwelijk. Met seksuele omgang voor het huwelijk met een vaste partner of verloofde wordt automatisch een grens verlegd. Als de relatie verbroken wordt en een nieuwe relatie wordt aangegaan, heeft men immers ook een nieuwe bedpartner.

Het onderzoek toont verder dat jongeren vragen hebben over het voorkomen van zwangerschappen en soa’s en over hoe ouders intieme zaken beleven. Het is goed dat ouders ook hierover eerlijk spreken. Uit algemeen wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat ouders en verzorgers van invloed zijn op de latere beleving van seksualiteit van hun kinderen. Goede voorlichting leidt ertoe dat kinderen in een later stadium aan seksuele activiteiten beginnen. Openheid en eerlijkheid betekenen niet dat u zich volledig bloot hoeft te geven. Jongeren zullen begrijpen en aanvoelen dat vragen over hoe vaak u gemeenschap hebt en wat u het fijnste vindt echt privé zijn.

Onzekerheid

Laten we onze eigen waarden en normen rond seksualiteit overdragen, zoals we in onze gezinnen ook spreken over godsdienstige zaken, kledingkeuze, financiële keuzes en beroepskeuze. De bedding van de christelijke opvoeding en gewetensvorming is belangrijk voor de vorming van jongeren op het gebied van de seksuele omgang voor het huwelijk.

Prof. dr. J. Waterink geeft in zijn boekje ”Aan moeders hand tot Jezus” (blz. 103) hierover het volgende aan: „Arme ouders, die pogen over godsdienstige dingen met hun kind te spreken, terwijl het kind van dag tot dag sterker bevroedt en met groter zekerheid gaat weten dat vader en moeder hem over seksuele dingen leugentjes vertellen. (…) Juist de onzekerheid waarin de kinderen komen ten gevolge van het seksuele ontwaken, is zo dikwijls een basis voor religieuze twijfel. Stap daarom omwille van onze kinderen over eigen gêne heen, het ongemak voorbij.”

Dilemma’s

Bij gesprekken over seksualiteit kunnen ouders dilemma’s ervaren:

1. Is mijn kind niet te jong voor seksuele voorlichting?

Ouders kunnen niet te vroeg beginnen met het bieden van seksuele voorlichting of opvoeding. Bij elke ontwikkelingsfase past seksuele opvoeding. Dat hoeft niet met een zwaar gesprek, maar kan stap voor stap en gedurende de jaren. Daarbij helpt het als je als ouder jouw kennis over de seksuele ontwikkeling vergroot.

2. Breng ik mijn kind met voorlichting niet op slechte ideeën?

Ouders zijn dikwijls bang om slapende honden wakker te maken („als je erover praat gaan ze het juist doen”). Uit onderzoek blijkt echter dat deze angsten onnodig zijn. Kinderen die opgroeien in een warm gezin waarin seksualiteit een plek in de opvoeding heeft, zijn later beter in staat de juiste keuzes te maken. Bovendien krijgen zij minder te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Wanneer er meer openheid is, leren kinderen en jongeren duidelijker hun grenzen aan te geven binnen en buiten het gezin. Hopelijk voorkomt dit (het lang voortduren van) misbruik (incest).

3. Mijn kind stelt geen vragen.

Niet alle kinderen stellen vragen over seksualiteit. Sommige kinderen vragen sowieso weinig. Maar zou dat dan mogen betekenen dat zij ook minder antwoorden krijgen? Er zijn ook kinderen die wel vragen hebben over seksualiteit maar deze niet durven te stellen, omdat ze voelen dat het onderwerp taboe is. Zelf het initiatief nemen om over seksualiteit te praten, kan dit taboe doorbreken.

4. Wat als ik me er ongemakkelijk bij voel?

Kinderen voelen het goed aan als ouders liever niet over seksualiteit praten. Om die reden vragen ze dan maar niets meer. Geef eerlijk toe dat u het lastig vindt. Of vertel dat u niet gewend bent om erover te spreken. Houd het luchtig. Het hoeft niet altijd een heel gesprek te zijn; gewone opmerkingen, al dan niet met een vleugje humor, kunnen al betekenisvol zijn. Door ervaring op te doen, zal uw zelfvertrouwen groeien.

5. Op school krijgt mijn kind toch seksuele voorlichting?

De Reformatorische Oudervereniging (ROV) merkt steeds vaker dat ouders de voorlichting aan de school overlaten. Elke school bespreekt zeker onderwerpen rond seksualiteit. Sterker nog: scholen zijn het verplicht; er zijn kerndoelen voor geformuleerd. Het mooie is dat op het voortgezet onderwijs, wanneer de omstandigheden veilig genoeg zijn, de leerlingen er dan ook met elkaar of de docent over durven te spreken. Toch zullen ook daar vragen onbesproken blijven die jongeren wel hebben.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Lassche-van Grol, G., 2022, Spreek als ouders eerlijk en open over seksualiteit, Reformatorisch Dagblad 52 (50): 28-29 (artikel).

Roemeense politici willen kinderen beschermen tegen onderwijsmethoden die homoseksualiteit of geslachtsverandering bevorderen

Op de tafel van het Roemeense Lagerhuis ligt een wet waarin wordt voorgesteld dat onderwijsmethoden die homoseksualiteit of geslachtsverandering bevorderen verboden moeten worden. Eerder werd het wetsvoorstel al aangenomen door de Senaat.1 De wet lijkt op de Hongaarse wet inzake deze kwestie. Deze Hongaarse wet veroorzaakte in 2021 veel ophef.2 De Roemeense LHBTIQ+-beweging reageerde geschokt op het voornoemde Roemeense voorstel. Zij noemen de wet ‘homofoob’ en ‘transfoob’. De vraag is echter of we kinderen al op jonge leeftijd moeten confronteren met deze (seksuele) gebrokenheid in de samenleving en samenlevingsvormen die tegen de scheppingsorde3 indruisen.4

Het Heldenkruis op de Caraimantop in het Bucegigebergte in de Zuidelijke Karpaten. Bron: Pixabay.

Traditionele gezin

Een Roemense krant Varlden idag meldt dat de regering het recht van het kind wil beschermen en waarborgen. Volgens initiatiefnemer en gedeputeerde Zoltan Zakarias moet de opvoeding van het kind plaatsvinden ‘binnen het traditionele gezin met een christelijke basis’. De verantwoordelijkheid in de seksuele opvoeding moet primair bij de ouders liggen. Met het wetsvoorstel wil men dus niet ‘homofoob’ of ‘transfoob’ zijn, maar staat de seksuele opvoeding van kinderen centraal én voert men een pleidooi voor het traditionele gezin op een christelijke grondslag. Dit lijkt eveneens veel op diverse wetsvoorstellen uit buurland Hongarije.5 Zakarias is lid van de Romániai Magyar Demokrata Szövetség (Democratische Unie van Hongaren in Roemenië).6 Het is positief te noemen dat het traditioneel-christelijke gezin ook in Roemenië gewaardeerd wordt. Seksuele vorming en opvoeding moet volgens de politici primair bij de ouders liggen en daar hebben ze mogelijk een punt. Het is namelijk (als het goed is) een veiligere omgeving dan op school of op straat. Maar zijn ouders voldoende toegerust om hun kinderen op het gebied van seksualiteit op te voeden? In Nederland is er op dit punt wel eens verlegenheid.7 Daarnaast bestaat er in Nederland gelukkig een goede onderwijsmethode voor seksualiteit die ook veel reformatorische scholen gebruiken: Wonderlijk Gemaakt. Een methode waarin de scheppingsorde vertolkt wordt, maar waarin ook oog is voor de gebrokenheid van de schepping.8 We zien echter dat er in Nederland ook methoden en leerlijnen zijn die niet zo goed aansluiten bij het bijbelse geluid op seksualiteit of daar zelfs haaks op staan, zoals bijvoorbeeld de leerlijn van COC Nederland.9

Gevolgen

Wanneer deze initiatiefwet er door komt dan wordt het verspreiden van informatie ter bevordering van geslachtsverandering, transgenderisme en homoseksualiteit illegaal. Scholen mogen eveneens geen seksuele voorlichting geven, tenzij ze hiervoor toestemming hebben van de ouders. De wet kan ook invloed uitoefenen op LHBTIQ+-gerelateerde onderwerpen op sociale media, televisie, radio of andere uitingen in het openbaar, zoals bijvoorbeeld Pride-parades.

Protest

In tegenstelling tot de Hongaarse wetsvoorstellen zien we bij de Roemeense voorstellen nog vrij weinig respons. Wel noemde een Roemeense LHBTIQ+-organisatie de wet ‘transfoob’ en ‘homofoob’ en riep deze het Lagerhuis op om de wet af te wijzen. De wet zou volgens deze critici namelijk discriminatie van de LHBTIQ+-gemeenschap legitimeren. Onderzoeker Ryan Thoreson geeft bijvoorbeeld aan dat kinderen die zich als queer identificeren zich door het verbod zullen schamen en aan zichzelf zullen twijfelen en dat het verbod bij leeftijdsgenoten intolerantie en vijandigheid zal aanwakkeren.

Niet de eerste keer en ten slotte

Het is niet de eerste keer dat deze kwestie op tafel ligt. Ook in 2020 probeerden Roemeense parlementsleden het verstrekken van LHBTIQ+-informatie te verbieden. Dit werd toen echter tegen gehouden door het Grondwettelijke Hof. Het voorstel leidde uiteindelijk wel tot een verbod op LHBTIQ+-gerelateerde zaken in kinderreclamespots en andere media voor kinderen. In 2018 werd er in Roemenië een referendum gehouden met als doel de legalisering van het homohuwelijk te verbieden.10 Deze werd door de lage opkomst (21%) ongeldig verklaard.11 Na Rusland en Hongarije is Roemenië het derde Europese land dat opkomt voor het traditionele gezin en kinderen wil beschermen tegen onbijbelse vormen van praktiserende seksualiteit. Afgelopen jaar rolden veel organisaties over de Hongaarse wetgeving heen. De Europese Unie meende stevige maatregelen te moeten treffen en noemde de Hongaarse wetsvoorstellen discriminerend.12 En zelfs een gereformeerd theoloog meende harde woorden te moeten opschrijven over Hongarije.13 Uiteraard mag het opkomen voor het traditioneel-christelijk gezin en een weren van LHBTIQ+-propaganda uit schoolboeken nooit leiden tot het buitensluiten van mensen met homoseksuele gevoelens of mensen die lijden aan genderdysforie14. We moeten deze mensen in liefde omringen en ze behandelen zoals we onszelf behandelen. Dat is niet hetzelfde als alles maar toelaten en zonden goedkeuren. Maar veel meer vergelijkbaar laten zijn met de woorden en daden van de Heere Jezus in Johannes 8. Zoals het positieve getuigenis van de Farizeeën en Schriftgeleerden luidde (al bedoelden ze het niet zo positief): “Deze ontvangt zondaars, en eet met hen” (Lukas 15:2, SV). Overigens niet om onszelf boven andere mensen te verheffen. Het woord ‘zondaars’ typeert ons allen.

Voetnoten

Na twee maanden nog geen antwoord van de minister op Kamervragen van dr. Roelof Bisschop aangaande leerlijn COC Nederland

Op 31 maart 2022 stelde Tweede Kamerlid dr. Roelof Bisschop van de SGP Kamervragen aan de minister van Primair en Voortgezet Onderwijs, Dennis Wiersma (MA). De vragen gingen over de nieuwe leerlijn genderdiversiteit van de LHBTIQ+-belangenorganisatie COC Nederland en de oproep aan docenten en andere onderwijskundigen om hieraan mee te werken. Ruim twee maanden later heeft de minister nog geen antwoord gegeven op de vragen van Bisschop.

Homofoob

De Kamervragen werden al eerder uitgewerkt op deze website.1 In dat artikel gaven we ook aan dat Bijbelgetrouwe docenten dit thema ook dringend moeten overdenken, wellicht samen met COC Nederland. De oproep om daaraan deel te nemen werd echter niet goed ontvangen door COC Nederland.2 Men wil inclusief zijn, maar zijn echter alleen bereid om naar welgevallige standpunten te luisteren. Andersdenkenden worden als snel betiteld als ‘homofoob’ o.i.d. Het is terecht dat dr. Roelof Bisschop Kamervragen heeft gesteld naar aanleiding van dit eenzijdige onderwijs dat onze kinderen in de toekomst zullen krijgen als dit werkelijk een leerlijn dient te worden in het Primair en Voortgezet Onderwijs.

Een tussentijds antwoord van de minister

Dat er geen antwoorden zijn op de Kamervragen van de heer Bisschop wil niet zeggen dat de minister niet met de vragen bezig is geweest. Hij heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor de beantwoording van de Kamervragen. Op 9 mei 2022 schreef de minister3:

Op 31 maart jongstleden heeft het lid Bisschop (SGP) schriftelijke vragen gesteld over het lesmateriaal en de leerlijn van COC over genderdiversiteit en het voornemen tot doorontwikkeling (2022Z06238). Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat er nog afstemming plaatsvindt. Ik zal de vragen van het lid Bisschop (SGP) zo snel mogelijk beantwoorden.

Welke afstemming er moet plaatsvinden over de leerlijn van COC Nederland en de doorontwikkeling daarvan wordt niet duidelijk. Ruim een maand na het verzoek tot uitstel is dit nog steeds niet helder. We hopen dat de minister binnenkort met een antwoord komt. Intussen hoop ik dat Bijbelgetrouwe leerkrachten en onderwijsondersteuners het materiaal van COC Nederland goed in de gaten houden en blijven toetsen aan de Schrift.4

Voetnoten

Stel deugd van zelfverloochening tegenover genderrevolutie

Ieder moet op seksueel gebied zichzelf kunnen uitvinden, is het heersende ideaal. Daartegenover moet de kerk de deugd van zelfverloochening stellen en helder spreken over Bijbelse waarden rond seksualiteit.

“Het huwelijk is niet langer een levenslang verbond tussen één man en één vrouw. Seksualiteit is losgekoppeld van het huwelijk, en niet meer primair gerelateerd aan voortplanting, maar aan genot.” Bron: Pixabay.

In onze maatschappij wordt de natuurlijke man-vrouwverhouding omgekeerd. Mannen beperken zich niet meer tot wat Bijbels gezien de rol van de man is, en vrouwen niet meer tot die van de vrouw. Het huwelijk is niet langer een levenslang verbond tussen één man en één vrouw. Seksualiteit is losgekoppeld van het huwelijk, en niet meer primair gerelateerd aan voortplanting, maar aan genot. Het biologisch geslacht wordt ook niet meer gezien als bepalend voor het ”werkelijke” geslacht.

De laatste ontwikkeling betekent een nieuwe fase van de seksuele revolutie, die veel verder gaat dan de acceptatie van homoseksualiteit. Men ziet gender steeds meer als iets waarbij er tal van varianten zijn, die bovendien veranderlijk kunnen zijn. Dit leidt tot de opvatting dat kinderen genderneutraal dienen te worden opgevoed en dat de samenleving zich moet instellen op genderneutraliteit, om te voorkomen dat mensen in een keurslijf gedwongen worden. Wanneer mensen niet ”zichzelf” kunnen zijn, zou dat onderdrukkend zijn.

De achtergrond hiervan ligt in het ideaal van zelfverwerkelijking, waar het in onze maatschappij om draait. De samenleving is daarbij zeer individualistisch ingesteld geworden. De theoloog Carl Trueman noemt dat in navolging van de Canadese filosoof Charles Taylor ”expressief individualisme”. Een mens vindt zingeving door gestalte te geven aan de eigen gevoelens en verlangens. Ieder mens moet zijn ”zelf” vinden en uitleven, in plaats van zich conformeren aan een keurslijf dat wordt opgelegd van buiten, door de samenleving, door voorgaande generaties of door religieuze of politieke autoriteiten.

Diametraal op Bijbel

Dit staat diametraal op een Bijbelse visie op ”zelf”, die stelt dat we een boos en zondig hart hebben. Die Bijbelse visie op wat wij met ons ”zelf” aan moeten, is kortweg ”zelfverloochening”. Het is immers Christus Zelf Die ons voorhoudt in Zijn Woord: „Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij” (Markus 8:34b). Die oproep klinkt veelvoudig in Gods Woord.

Vanouds hadden de kerken van de (Nadere) Reformatie veel aandacht voor de christelijke deugden: de Bijbelse deugden van geloof, hoop en liefde met de klassieke van voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. In navolging van Calvijn kan zelfverloochening gezien worden als de kern van deze deugden.

Zijn deze deugden in onze opvoeding, ons onderwijs en onze preken niet al te zeer buiten zicht geraakt? Als zelfverloochening de kern is van een heilig leven, geldt dit dan niet bij uitstek voor deze deugd van alle deugden? Het oefenen van kinderen hierin is wezenlijk om staande te kunnen blijven in een maatschappij die alle nadruk legt op zelfexpressie.

Vriendschap

Dat brengt mij op een tweede belangrijk punt: de christelijke gemeente als gemeenschap.

Voor mensen die worstelen met andersgerichte gevoelens is het van groot belang dat ze zich opgenomen mogen weten in de gemeente als gemeenschap. Een belangrijke plaats daarbij is weggelegd voor vriendschap, die ook beoefend hoort te worden als onderdeel van de deugd liefde. In de levensverhalen van mensen met homoseksuele gevoelens zijn vrienden essentieel voor het leven naar Gods Woord. Lees het verslag van Rachel Gilson. Het was een oudere christin die haar in liefde vermaande en ertoe bracht om haar lesbische relatie te verbreken. Dezelfde vriendin hielp haar om de weg terug te vinden toen ze opnieuw in zonden viel.

De relaties in een christelijke gemeente gaan verder dan vriendschap. De relatie die bestaat tussen Gods kinderen is er een van ”broeders en zusters”, zonder dat ze een seksuele dimensie heeft. Zulke relaties hebben mensen die met homoseksuele gevoelens worstelen ook nodig om overeind te blijven en een weg voorwaarts te vinden. Ligt hier geen belangrijke taak voor Gods kinderen in de gemeente?

“Steeds duidelijker wordt dat het Bijbels denken over deze onderwerpen op zichzelf genomen de steen des aanstoots is, hoe behoedzaam je er ook over spreekt.” Bron: Pixabay.

05Heftige reacties

Bijbels spreken over seksualiteit en identiteit in kerken en op scholen leidt tot grote weerstand en heftige reacties. ”Nashville”, ”Gorinchem” en ”Krimpen aan den IJssel” zijn de sprekende recente voorbeelden. Kerken en scholen reageerden in de afgelopen jaren veelal op twee manieren daarop. Een veel voorkomende reactie is dat er vooral weinig over seksualiteit en identiteit wordt gesproken. Het onderwerp wordt wel eens aangeroerd in een preek of tijdens een catechisatieles, het wordt besproken op school voor zover het aandacht ”moet” krijgen, volgens leerdoelen, maar de aandacht is zo beperkt mogelijk. Wanneer media om reacties vragen, wordt er het zwijgen toe gedaan, om te voorkomen dat men de vingers brandt.

De andere reactie die vaak voorkomt, is dat er vooral heel voorzichtig over wordt gesproken, waarbij er veel aandacht is voor de vraag hoe de boodschap zal overkomen. Veel nadruk wordt op het pastorale gelegd. Het positieve van huwelijk, gezin en seksualiteit binnen het huwelijk wordt sterk benadrukt. Er wordt het nodige gedaan aan voorlichting binnen de school en er wordt hard gewerkt aan een veilig klimaat. En er worden mediatrainingen gevolgd om te voorkomen dat dingen op de verkeerde manier worden gezegd. Bijbelse woorden of uitdrukkingen die gemakkelijk verkeerd kunnen worden verstaan, zoals ”het doden van de zonden”, worden vermeden. Wie voor deze aanpak kiest, pleit vooral voor zorgvuldigheid en wil onnodige commotie voorkomen.

Steen des aanstoots

Inmiddels wordt naar mijn mening zichtbaar dat beide benaderingen niet goed werken. Steeds duidelijker wordt dat het Bijbels denken over deze onderwerpen op zichzelf genomen de steen des aanstoots is, hoe behoedzaam je er ook over spreekt. De brief van ds. Kort die activisten tot actie bewoog, illustreert het. Hij nam het woord homoseksualiteit in zijn brief niet eens in de mond. Hij sprak over allerlei zonden, waaronder zonde „tegen de scheppingsorde.”

Daarom pleit ik ervoor om over dit onderwerp vaker te spreken binnen kerken en scholen, maar ook in de samenleving, en dit in heldere taal te doen, zonder nodeloos kwetsend te zijn, en met een bewogen hart. Onze kinderen hebben behoefte aan een krachtig weerwoord en positief Bijbels onderwijs als het gaat om de plaats van man en vrouw, huwelijk en seksualiteit.

Ook moeten we niet mediaschuw zijn. Laat het dan maar zo zijn dat we af en toe wat onbeholpen uit onze woorden komen. De commotie rond de Nashvilleverklaring had ook iets te maken met het feit dat de samenleving er niet meer aan gewend was dat christenen zich heel expliciet uitspraken.

Tot slot, onze kinderen trekken een slagveld op waar geweldige machten en krachten uit zijn op hun eeuwige ondergang. Hoe bestaat het dat we hen dit strijdperk zo gemakkelijk laten betreden zonder wapenrusting Gods? Onderwijs kinderen daarom in de geboden Gods. Leer hen deugdzaam te leven. Bid dat God hen genade schenkt. Breng ze tot Christus. Leer hen zichzelf te verloochenen, hun kruis op te nemen en Hem na te volgen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Tang, L. van der, 2021, Stel deugd van zelfverloochening tegenover genderrevolutie, Reformatorisch Dagblad 51 (66): 22-23 (artikel).

Transgenderwet ondermijnt man- en vrouw-zijn

De transgenderwet die op de agenda van de Tweede Kamer staat, geeft een nieuwe definitie van wat een man of vrouw is. Niet de biologie maar iemands overtuiging is doorslaggevend. Dat heeft verstrekkende gevolgen.

De nieuwe transgenderwet die demissionair minister Sander Dekker heeft voorgelegd (de Tweede Kamer vergadert hierover volgens de huidige planning komende maand) moet het verder vereenvoudigen om juridisch van geslacht te veranderen. De verklaring van een arts of psycholoog dat er sprake is van een duurzame overtuiging tot het andere geslacht te behoren, is niet langer nodig. Bovendien vervalt de leeftijdsgrens, zodat ook kinderen jonger dan zestien jaar hun geslachtsregistratie kunnen wijzigen.

Mannen en vrouwen zijn verschillend, wat lichamelijk is terug te zien in geslachtscellen, chromosomen, hormonen en uiterlijke kenmerken. In de gezondheidszorg wordt steeds meer ontdekt hoe belangrijk het is om bij onderzoek en behandeling onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen. Maar voor alle mensen geldt dat onze gedachten en gevoelens een relatie met ons lichaam hebben. Mensen zijn één geheel; lichaam en psyche zijn nauw verweven. Als we ons dat bewust zijn, helpt dat om mee te leven met mensen die een sterke tegenstelling tussen hun lichaam en gevoelens ervaren. Je bent een man maar voelt je vrouw, of omgekeerd (genderdysforie). Waar vroeger travestiet of transseksueel hiervoor gangbare benamingen waren, is dat nu het woord transgender. De gevoelde tegenstrijdigheid kan een grote last zijn en veel verdriet veroorzaken.

Een kleine uitstap: we hebben het hier dus niet over intersekse (of DSD), een aangeboren aandoening. Deze problematiek laat ik hier verder rusten.

Genderdiversiteit

Zorgvuldige aandacht voor genderdysforie is dringend nodig. Dat mensen met gendersdysforie een diepgaande wens hebben van het andere geslacht te zijn, onderstreept dat iemands geslacht ertoe doet.

Dit staat haaks op een tegenbeweging die het geslacht juist relativeert. Er zouden geen twee geslachten zijn, maar meerdere genders. Er is een prisma aan termen ontstaan, zoals genderqueer, bigender, pangender en genderfluïde. Deze woorden moeten duidelijk maken dat gender en geslacht vloeiend (fluïde) zijn, niet met biologische kenmerken te duiden zijn maar slechts zijn gefundeerd in de beleving van het individu.

De transgenderwet die minister Dekker neerlegt, staat niet op zichzelf, maar is een uitvloeisel van internationale belangen. Wereldwijd worden SOGI-wetten ingevoerd. SOGI staat voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Deze wetgeving legt vast dat er geen medische diagnose van genderdysforie meer nodig is, geen hormonale therapie of operatieve ingreep en geen verandering in uiterlijk om van geslacht te veranderen. De realiteit van man of vrouw zijn bestaat alleen nog in het hoofd van de persoon die zegt man of vrouw te zijn. Je kunt je dus een vrouw noemen, maar een penis hebben. Of zeggen dat je een man bent, maar je eigen kind baren.

De toenemende druk op de transgenderzorg geeft in dit opzicht te denken. Op dit moment staan zo’n 5000 personen met genderdysforie op een wachtlijst voor behandeling. Dat zijn steeds vaker jonge kinderen, drie keer zo veel meisjes als jongens. Het wetsvoorstel maakt mogelijk dat kinderen jonger dan zestien jaar de vermelding van hun geslacht laten veranderen. Kinderen en jongeren zijn echter beïnvloedbaar, door vrienden of sociale media. Ze kunnen gevolgen en risico’s op de lange termijn van ingrijpende beslissingen nog niet goed overzien. Het is bekend dat genderdysforie bij de meeste kinderen vanzelf verdwijnt. Maar een meisje dat zichzelf al op jonge leeftijd wettelijk, en daarmee ook sociaal, presenteert als jongen, wordt belemmerd in het later alsnog onbevangen aanvaarden van het geboortegeslacht. Hier komt bij dat het wetsvoorstel het mogelijk maakt ouders bij het besluit tot geslachtsaanpassing uit te schakelen. Dit is roekeloos en een onaanvaardbare ontkenning van de verantwoordelijkheid van ouders in de ontwikkeling van hun kind.

Zelfidentificatie

Deze wetswijziging maakt zelfidentificatie mogelijk. Geslacht wordt een ”label” dat je zelf kunt kiezen. Of dat label strijdig is met de biologie, doet er niet toe.Daarmee wijzigt de wettelijke definitie van wat een man of een vrouw is. Biologie erodeert en culturele opvattingen over wat het betekent man of vrouw te zijn, worden ondermijnd. Wie het transgenderdebat volgt of er zich in mengt, merkt de dwingende tot zelfs agressieve argumentatie, die geen ruimte laat voor tegenspraak.

Toch kunnen we dit niet laten gebeuren. Zeker voor kinderen en jongeren draagt deze ontwikkeling eraan bij dat ze zich verward voelen over hun plaats in de wereld. Transgender zijn wordt in de media afgeschilderd als hip en cool. Maar er is niets cools aan als volwassenen het voor jongeren lastiger maken hun overgang naar de volwassenheid te maken of hen mede onderdompelen in een identiteitscrisis.

Geslacht doet ertoe. Dit ontkennen of uitvlakken in wetgeving en beleid tast de unieke waardigheid van mannen en vrouwen aan. Een regering met twee christelijke partijen zou dit niet mogen laten passeren.

De auteur schreef al eerder een opiniestuk over deze kwestie. Dit artikel is ook op deze website geplaatst en hier te vinden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Hoek-Burgerhart, E. van, 2021, Transgenderwet ondermijnt man- en vrouw-zijn, Reformatorisch Dagblad 51 (218): 32-33 (artikel).